De republiek van Joost de Vries: over eikels, liefde, Tarantino, Hitler
14/05/13 19:34 Denk aan: Literatuur

Boekenclub: Joost de Vries - De republiek
Comments
Free's van Bill Callahan en de verjaardag van Søren Kierkegaard
05/05/13 10:22 Denk aan: Muziek


Wat heeft muzikant Bill Callahan te maken met filosoof Søren Kierkegaard? Je leest het in mijn Nummer van de Dag.
I’m standing in a field
A field of questions
As far as the eye can see
Is this what it means to be free?
Or is this what it means to belong to the free?
Gefeliciteerd met de vader van het existentialisme! En met de nooit terug te geven last van de vrijheid.
En lees ook mijn vorige nummer van de dag over The White Stripes. Meer over Kierkegaard vind je onder Kierkegaard.
Marcel Proust: een impressie in metaforen
28/04/13 18:28 Denk aan: Literatuur

Wat voor kennis kan literatuur de lezer geven? Marcel Proust zet hoog in: literatuur brengt zicht op de waarheid. Een waarheid die gegrond is in de particuliere ervaring, maar die wel degelijk verwijst naar algemeen-menselijke ‘wetten’. Door het gemeenschappelijke van verschillende ervaringen te beschrijven is het mogelijk zulke wetten te ontdekken. Zelfkennis is de eerste stap in dit lezen ‘naar de waarheid’ en zelfdeceptie de grootste belemmering. Kunst werkt daarbij als een katalysator door de ‘impressie’, waarvan de geur van de in thee gedoopte madeleine wel de meest beroemde is.
Een aantal metaforen die Proust gebruikt in A la recherche du temps perdu kan dit verder verhelderen: het zelf als innerlijk boek, literatuur als optisch instrument, en de emotionele impressie als een chemische reactie.
Het zelf als innerlijk boek
Proust beschrijft het zelf dat verkend moet worden als een ‘innerlijk boek’, en het lezen ervan als ‘een scheppingsdaad’. Er bestaan, zegt Proust, twee ‘zelven’: een oppervlakkig, veranderlijk zelf dat correspondeert met de verschijningswereld van de fenomenen, en het ‘ware zelf’ dat de verschijning transcendeert en een gedeeld menselijke kern heeft. Zelfkennis is kennis van dit laatste zelf, dat zich openbaart in patronen die door de oppervlakte heen breken.
Kennis van de (menselijke) werkelijkheid ontstaat op het moment dat de oppervlakkige, logische aanschijn van de fenomenen wordt weggetrokken. De buitenwereld moet door het innerlijk heen gaan om betekenis te krijgen, een betekenis die vooral bestaat uit verbanden. Met het ontcijferen van je innerlijk boek creëer je werkelijkheid. Wat tot dan toe een platte, zinloze omgeving was, krijgt betekenis. Het innerlijk en de buitenwereld onderhouden een dynamische relatie met elkaar.
Een voorbeeld zijn de opeenvolgende liefdes van de verteller in A la recherche. De vrouwen zijn als poppen die hem onverschillig blijven tot ze min of meer toevallig diepte krijgen. Of dat gebeurt heeft weinig te maken met de vrouwen zelf – zij krijgen hun betekenis van geliefde door iets wat aanwezig is in de verteller, niet door hun eigen persoonlijkheid. Of het nu gaat om Gilberte, de Duchesse de Guermantes of Albertine, hun voorkomen als geliefde is een schepping van Marcel. Naarmate het verhaal verstrijkt begint hij de onderliggende patronen te zien in de oppervlakkige verschijningen: hij aanbidt niet Gilberte, Albertine enzovoort – hij aanbidt onbereikbare vrouwen.
De roman als optisch instrument
‘Echte’ boeken van papier en inkt dragen op hun beurt bij tot het begrijpen van het innerlijk boek. De roman is een ‘optisch instrument’:
In werkelijkheid is iedere lezer wanneer hij leest de lezer van zichzelf. Het werk van de schrijver is niets anders dan een soort optisch instrument dat hij de lezer aanbiedt teneinde hem in staat te stellen te onderkennen wat hij zonder het boek misschien niet bij zichzelf zou hebben waargenomen.
Literatuur werkt als een bril die de blik scherpt. De verkregen zelfkennis wijst in het beste geval voorbij de particulariteit op algemene (psychologische en morele) wetten. Door het lezen over Prousts opeenvolgende geliefdes krijg je grip op je eigen blinde vlekken én kun je die herkennen bij anderen.
Het lezen van literatuur als oefening voor het lezen van het zelf duidt Martha Nussbaum in Love’s Knowledge met het Aristotelische begrip ‘perceptie’ – een begrip dat echoot in de ‘visuele’ metafoor van het optische instrument. Perceptie is ‘some sort of complex responsiveness to the salient features of one’s concrete situation.’ Belangrijk is dat perceptie niet alleen in de rede zetelt (waar we het inzicht in algemene wetten zouden plaatsen), maar ook – vooral – in de emoties en de verbeelding.
Ook voor Proust is perceptie of zelfkennis vooral afhankelijk van emoties en zintuiglijke indrukken: het zien van een schilderij, een steek van jaloezie, de droom. Een enkele indruk is daarbij niet voldoende; een veelheid aan impressies is nodig om tot inzicht te komen. De schrijver heeft, ‘om tot omvang en consistentie, tot algemeenheid, tot literaire werkelijkheid te komen, net zoals [de schilder] veel kerken moet hebben gezien om er één te schilderen, ook vele mensen nodig voor één gevoel’.
Telescoop en microscoop
Perceptie bestaat voor Proust eruit de verbanden te zien tussen particuliere situaties en personen, zonder het particuliere daarbij op te heffen. Elders noemt Proust de telescoop en de microscoop als twee polen van het schrijven. Je tuurt door de telescoop naar de overkoepelende verbanden, en door de microscoop naar de allerkleinste particulariteiten.
De successie van de geliefden van de verteller kan dit verduidelijken. Het patroon van liefde is in eerste instantie particulier: afhankelijkheid van en ziekelijke jaloezie tegenover individuele vrouwen. Tegelijk overstijgen de patronen het eigen ik en krijgen algemene geldigheid. Het feit dat geliefden elkaar opvolgen en stuk voor stuk het predicaat ‘ware liefde’ kunnen krijgen, is een voorbeeld van zo’n algemene wet. Een andere is de al genoemde neiging tot zelfdeceptie: men zegt tot zichzelf dat de eerste geliefde helemaal niet zo bijzonder was, dat men nooit zoveel om haar gaf als om de tweede. ‘Ze was heel lief’, zeg je, terwijl daarachter schemert ‘Ik vond het plezierig om haar te kussen’.
Emotionelle impressie als chemische reactie
Een andere manier waarop literatuur zelfkennis verschaft, is de beroemde Proustiaanse ‘impressie’, die een kortstondige blik biedt op de waarheid, die in het dagelijks leven verborgen blijft of genegeerd wordt. De impressie kan heel mooi zijn, bijvoorbeeld als een kunstwerk haar veroorzaakt, maar is toch meestal pijnlijk. We worden geconfronteerd met onze leugenachtigheid, met een kant van onszelf waar we rekenschap van moeten geven.
De impressie is voor de schrijver wat het experiment voor de geleerde is, met dit verschil dat bij de geleerde het werk van het verstand van tevoren geschiedt en bij de schrijver achteraf.
De schrijver moet te werk gaan als een wetenschapper, waarbij de wereld het laboratorium is, zijn leven het experiment, de chemische reactie het resultaat.
Maar wat is nu de betekenis van die chemische reactie? De impressie geeft niet alleen een flits van inzicht in iets bestaands, maar verandert dat ook. Met betekenis komt verandering – een impressie kan een ander licht op het verleden werpen en op die wijze het hier en nu beïnvloeden.
Wanneer Marcel bijvoorbeeld hoort van Abertines vertrek, begrijpt hij dat hij niet alleen maar heeft gewacht op het juiste moment om haar weg te sturen, maar dat hij al die jaren daadwerkelijk van haar hield. Hij heeft zichzelf voor de gek gehouden, durfde zijn liefde niet aan zichzelf toe te geven uit angst voor liefdesverdriet. Vanuit dit zelfinzicht onderzoekt hij de mens in het algemeen en concludeert dat elke liefde uiteindelijk vervangbaar is. Wat gebeurt er? In volgende relaties zal hij steeds denken aan de vervangbaarheid van zijn geliefde. De impressie heeft niet alleen iets blootgelegd, maar ook gecreëerd.
Zelfdeceptie
Voor Proust is de rede de oorzaak van de zo wijdverbreide zelfdeceptie. De mens weet best hoe (slecht) de wereld in elkaar zit, maar zet voortdurend zijn verstand in om deze kennis te onderdrukken. Het verstand zegt dat je minnares, anders dan alle andere vrouwen die je hebt gekend, de ware liefde is, terwijl je eigenlijk weet dat je dat bij die anderen ook dacht. Noemen we dit mechanisme het verstand, dan is het ’t intellect dat door het zelfbedrog heen kan breken door een stem te geven aan de impressie. Eerst is er de indruk die verstandelijke redeneringen ‘ontzet’, vervolgens moeten we die indruk intellectueel doorvorsen, bijvoorbeeld door te schrijven.
De impressie is altijd een concrete gebeurtenis die wordt veroorzaakt door iets particuliers, bijvoorbeeld een bepaalde vrouw of een muziekstuk. In de interpretatie van een reeks impressies moet het particuliere daaruit losgeweekt worden om het algemene patroon zichtbaar te maken.
Veel lezen kan de beperking van de ervaring aanvullen. Literatuur is een bron van impressies, die de werkelijkheid laten zien zoals ze is, bevrijd van alle bedrieglijke lagen. Impressies kunnen bovendien verandering initiëren. Daarom is lezen niet alleen een bron van (zelf)kennis, maar ook een ervaring waar je aan begint zonder te weten hoe je er na de laatste bladzijde weer uit komt.
[Verschenen in De Filosoof, faculteitsblad Wijsbegeerte Universiteit Utrecht, april 2013]
Karl Ove Knausgård - Mijn strijd
17/04/13 15:24 Denk aan: Literatuur

'Ik ging zitten, schreef de eerste zin en vervolgens kwam de rest als een stortvloed naar buiten, zes delen, 3500 bladzijden.' Daaraan ging een lange periode van frustratie en niet-werken vooraf - niet een incubatietijd waarin de zes delen rijpten in het hoofd of in het hart, maar van mislukte projecten en een algehele twijfel aan de literatuur. Knausgård vertelde er vorige maand over bij Borderkitchen in Den Haag. Enkele dagen daarvoor maakte ik mijn videoblog voor VPRO boeken (zie hieronder). Ik moest mijn lofzang beginnen met die openingszin. 'Voor het hart is het leven simpel: het slaat zo lang het kan.'
Mijn zus gaf me het eerste deel, Vader, als kerstcadeau. Ik was vast van plan om eerst die vijf andere boeken uit te lezen waarin ik bezig was. Maar zoals vroeger als ik naar de bibliotheek was geweest en van elk geleend boek alvast de eerste bladzijde las, opende ik ook Vader, gewoon om hem even aan te breken, alvast van mij te maken. Ik las de eerste zin. Toen de eerste bladzijde. En een week later waren de 445 pagina's verslonden en stond ik in de boekwinkel met deel twee in mijn handen.
Je moet natuurlijk nooit blind vertrouwen op wat een schrijver zelf zegt over het ontstaan van zijn werk. De vreemde parallellie in wat Knausgård verklaarde over zijn schrijfproces en mijn - particuliere - leesproces doet me toch in hem geloven. In elk geval wil ik het geloven. De eerste zin die een stortvloed teweegbrengt verbindt mij als lezer aan hem als schrijver. Na afloop van het interview liet ik mijn boek signeren en vroeg ik hem of die eerste zin die hij schreef ook daadwerkelijk de eerste zin is zoals die in het boek terecht is gekomen. Dat is immers niet vanzelfsprekend. Hij keek me wat bevreemd aan: ja natuurlijk is dat dezelfde eerste zin. Misschien vroeg hij zich af of ik niet goed had opgelet, hij had toch ook verteld hoe hij niets van wat hij schreef had teruggelezen, laat staan geredigeerd. (Ook op zo'n uitspraak moet je natuurlijk niet blind vertrouwen.)
Goed, die eerste zin was terecht de opening van mijn videoblog. Dertien woorden leiden tot een bladzijde, tot niet meer kunnen stoppen, tot zes delen. Drie daarvan zijn inmiddels verschenen, de overige worden de komende twee jaar gepubliceerd. Het is een beetje zoals één aflevering kijken van een serie en dan maandenlang onrustig heen en weer draaien, wachtend op de volgende seizoenen.
Waarom kun je niet stoppen? Twee dingen. Of eigenlijk drie.
Knausgård schrijft psychologische thrillers, maar dan in de ware zin van het woord. Beangstigend, spannend, het draait om lijfsbehoud. Maar dan werkelijk psychologisch. Er is geen plot dat draait om lijken en bloed (hoewel er ook lijken en bloed in voorkomen, die niet minder dan huiveringwekkend zijn), de lijken en het bloed zijn verinnerlijkt. De angst is alom aanwezig, maar niet als een moordenaar die achter een prachtige dame aan zit, maar in het leven, in jezelf. Knausgård beschrijft hoe hij opgroeit onder de constante dreiging van zijn onberekenbare vader en later leeft met zijn onberekenbare zelf. Maar de vinger krijg je er steeds niet helemaal achter. Dat komt omdat die schaduw tegelijk in hemzelf zit en erbuiten, steeds is ie er als een spiegelbeeld dat je ontglipt.
- Mijn eigen spiegelbeeld in het raam bracht ik ook in verband met de deze wezen uit de dood, misschien wel omdat het alleen verscheen als het buiten donker was, maar dat was een afschuwelijke gedachte, mijn eigen spiegelbeeld in de zwarte ruit te zien en te denken dat dat beeld niet ik was, maar een dode die bij mij naar binnen loerde. (Deel 3, Zoon)
Knausgård kreeg bij Borderkitchen ruim de tijd om voor te lezen uit het onlangs vertaalde deel drie, Zoon. In het Noors, met de Nederlandse tekst achter hem geprojecteerd. Een meeslepende voorlezer, dat moet gezegd. Knausgård ziet er uit als een rockster, zoals steeds maar wordt herhaald. Zittend in de stoel kwam hij wat verlegen over, maar staande op het podium - niet achter een katheder maar gewoon, los in de ruimte, een slecht werkende microfoon in de hand - las hij en las hij, wiegend op de cadans van het Noors, het publiek voorovergebogen in de stoelen, met grote, gehypnotiseerde ogen.
Een lange passage over zijn jeugd, als het ware gecomprimeerd in één dag, één dorp, één landschap. Het doelloze fietsen, de verwondering over bouwvakkers met een privéleven en over rioolputten waar soms mannen in verdwijnen, auto's, vriendjes, je broer. De angsten, voor de vos, voor het zeemonster, voor een man zonder hoofd op tv. Voor je eigen spiegelbeeld, dat als een dode bij je naar binnen loert. Ik hoorde Knausgård lezen en lezen en toen hij afsloot met die passage die ik daags daarvoor zélf voor een onzichtbaar publiek had voorgelezen, was het bijna alsof ik bij hem naar binnen loerde.
- Ik stond alleen in de kamer in het halfdonker voor de boekenkast terwijl zij binnenkwam om iets te halen. Ze wist niet dat ik daar stond. Met de stemmen en het geruis van de ventilator in de keuken op de achtergrond glimlachte ze bij zichzelf. Haar ogen schitterden. O, ik was zo blij toen ik dat zag, maar ook verdrietig, want het was niet de bedoeling dat iemand zou zien hoeveel het voor haar betekende dat we er waren. (Deel 2, Liefde)
Het is heus niet alleen dood en doemdenkerij. Wie beschrijft zo mooi de zomer, de natuur, jonge meisjes en ook reuzenstijves. (Ja, reuzenstijves.) Wat ontroert is Knausgårds inzicht in andere mensen. Hij weet in één alinea op een totaal idiosyncratische manier de mensen om hem heen neer te zetten (zoals Dostojevski dat ook kan, door bijvoorbeeld te laten zien hoe een handgebaar dat iemand te pas en te onpas gebruikt alles blootlegt over zijn karakter. En dat dan meteen ontkrachten door de handeling die erop volgt).
Zijn vader is een klootzak, hoewel dat te makkelijk klinkt, als was hij een vervelende buurman. Hij is ook een schaduw die overal opduikt en alles weet, maar als je hem wilt vastpakken, grijpen je vingers in de lege lucht. De anderen - geliefden, vrienden, kinderen - zijn stuk voor stuk individuen die de volle aandacht waard zijn en ook krijgen. Elk mens lijkt voor Knausgård een uniek specimen te zijn dat hij door observatie wil doorgronden. Niet om die mens in te delen bij een type of om hem te ontmaskeren, maar om vanuit een neutraal oogpunt te begrijpen wat haar beweegt of wat in haar jou doet bewegen. Al is het je eigen kind. Mijn strijd is daardoor niet alleen een psychologische thriller, maar ook haast een literatuur der psychologieën: 'Haar ogen schitterden. O, ik was zo blij toen ik dat zag, maar ook verdrietig, want het was niet de bedoeling dat iemand zou zien hoeveel het voor haar betekende dat we er waren.'
Het is verslavend, ik zei het al, zoals die dvd-serie. De belangrijkste pool in het werk is wel de afwisseling tussen alles opschrijven, detail na detail (gelukkig niet alleen van de natuur of het uiterlijk van mensen) en tegelijk het belangrijkste slechts impliceren. Dit schrijft Knausgård over een bezoek aan het theater, dat doorslaggevend is voor het opnieuw uitvinden van zijn schrijven - een vrij accurate beschrijving van wat hij zal aanvangen met Mijn strijd:
- er was sprake van een zekere verwachting, alsof er iets op de loer lag. ... Ik ben er niet langer zeker van wat ik heb gezien, alle details verdwenen in een toestand die ze opwekten, die van absolute intimiteit, op een en hetzelfde moment gloeiend heet en ijskoud. (Deel 2, Liefde)
Die toestand, die moet je willen ondergaan. Eén zin brengt je duizenden bladzijden verder. Deel vier - Nacht - verschijnt in het najaar van 2013, en zo'n onderbreking van je verslaving is irritant maar ik denk ook wel gezond. Lezen passé? Onze tijd vraagt om dikke boeken, waar we seizoen na seizoen mee voort kunnen. Mensen om van te houden en te verafschuwen, een spiegelbeeld waarin we onszelf herkennen, al is het in de schaduw achter een donker raam.
We hebben drie delen.
We krijgen nog drie delen.
U bent gewaarschuwd.
[Dit is de tekst van mijn videoblog, uitgebreid en aangevuld met indrukken van de Borderkitchen-avond op 19 maart 2013 in Den Haag.]
Miriam-Rasch Karl-Ove-Knausgard from Jeroen van Kan on Vimeo.
Jacques Bos - Het ongrijpbare zelf
25/03/13 21:02 Denk aan: Filosofie

Als het breindebat lang genoeg aanhoudt komt het misschien wel zover dat we ons ook ervaren als materialistisch en zelf-loos, ik zou haast willen zeggen, neuronisch. Een gang langs de historische opvattingen ervan laat in elk geval zien hoe recent de ervaring van het zelf als iets individueels en innerlijks is. Bos is historicus en filosoof en presenteert de geschiedenis van het denken over datgene wat het zelf heet. Door de bronnen te bestuderen van Homerus via Plato, Augustinus en Locke geeft hij inzicht in hoe onze alledaagse ervaring van het zelf is gevormd. Charles Taylor deed dat eerder in het monumentale Bronnen van het zelf (1989). Jacques Bos zegt anders dan Taylor geen cultuurkritische doelstelling te hebben. Dat brengt met zich mee dat zijn uitwaaierende betoog soms wat richtingloos aandoet.
Lees verder op Athenaeum.nl: Wat je zegt ben je zelf
Videoblog: Karl Ove Knausgård - Mijn strijd als boekenweektip
17/03/13 18:26 Denk aan: Literatuur
Ontdekking van het jaar is voor mij de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård. Voor VPRO mocht ik een videoblog opnemen (ook wel bekend als vlog) en uiteraard koos ik als tip voor de Boekenweek zijn roman in zes delen Mijn strijd. De eerste drie - Vader, Liefde en Zoon - zijn inmiddels verschenen, nu is het wachten op de afsluitende delen. Mijn bijdrage is nu te zien op de site van VPRO Boeken of gewoon hieronder.

Miriam-Rasch Karl-Ove-Knausgard from Jeroen van Kan on Vimeo.
Unlike Us Magazine: 10 artikelen over social media
15/03/13 08:22 Denk aan: Internet

Woord vooraf
Als je niet op Facebook zit, tel je niet mee. In elk geval onder studenten lijkt dat vaak op te gaan. Maar wat betekent het om op Facebook te zitten, behalve dat je je vrienden 24 uur per dag kunt updaten over waar je bent en hoe je je voelt? Misschien ben je meer een twitteraar. Is het dan wel wenselijk dat alle tweets ooit verzonden tot in de eeuwigheid bewaard blijven in de Amerikaanse Library of Congress, zoals onlangs weer in het nieuws kwam? Stel nu dat je dat helemaal niet wilt, kun je daar dan wat aan doen?
In de INC Reader Unlike Us: Social Media Monopolies and Their Alternatives zijn rond de dertig artikelen bijeen gebracht waarin designers, programmeurs, onderzoekers en activisten dit soort vragen aan de orde stellen. Het Unlike Us Magazine biedt een selectie van tien artikelen die zijn vertaald en bewerkt voor een breed publiek. We hopen dat vooral studenten zich aangesproken voelen door het materiaal – tekst, video, links – en dat de discussiepunten aanzetten tot verder nadenken. Iedereen is tenslotte dag in dag uit online te vinden en zelfs als je heel bewust níet voor Facebook of Twitter kiest, is het haast onmogelijk om aan de sociale media-logica te ontsnappen.
Marc Stumpel en Miriam Rasch, Instituut voor Netwerkcultuur Amsterdam, maart 2013
Over social media: Unlike Us Reader
23/02/13 16:11 Denk aan: Internet

Freely downloadable as pdf on:networkcultures.org/wpmu/portal/publication/unlike-us-reader-social-media-monopolies-and-their-alternatives
To order free print copies of the reader, visit networkcultures.org/publications
Check the book trailer and share!
Trailer - Unlike Us Reader: Social Media Monopolies and Their Alternatives from network cultures on Vimeo.
The Unlike Us Reader offers a critical examination of social media, bringing together theoretical essays, personal discussions, and artistic manifestos. How can we understand the social media we use everyday, or consciously choose not to use? We know very well that monopolies control social media, but what are the alternatives? While Facebook continues to increase its user population and combines loose privacy restrictions with control over data, many researchers, programmers, and activists turn towards designing a decentralized future. Through understanding the big networks from within, be it by philosophy or art, new perspectives emerge.
Unlike Us is a research network of artists, designers, scholars, activists, and programmers, with the aim to combine a critique of the dominant social media platforms with work on ‘alternatives in social media’, through workshops, conferences, online dialogues, and publications. Everyone is invited to be a part of the public discussion on how we want to shape the network architectures and the future of social networks we are using so intensely.
Contributors: Solon Barocas, Caroline Bassett, Tatiana Bazzichelli, David Beer, David M. Berry, Mercedes Bunz, Florencio Cabello, Paolo Cirio, Joan Donovan, Louis Doulas, Leighton Evans, Marta G. Franco, Robert W. Gehl, Seda Gürses, Alexandra Haché, Harry Halpin, Mariann Hardey, Pavlos Hatzopoulos, Yuk Hui, Ippolita, Nathan Jurgenson, Nelli Kambouri, Jenny Kennedy, Ganaele Langlois, Simona Lodi, Alessandro Ludovico, Tiziana Mancinelli, Andrew McNicol, Andrea Miconi, Arvind Narayanan, Wyatt Niehaus, Korinna Patelis, PJ Rey, Sebastian Sevignani, Bernard Stiegler, Marc Stumpel, Tiziana Terranova, Vincent Toubiana, Brad Troemel, Lonneke van der Velden, Martin Warnke and D.E. Wittkower.
Next conference: Unlike Us 3, Amsterdam NL, March 22-23 2013.
networkcultures.org/wpmu/unlikeus/3-amsterdam/program/
Marja Pruis over Patricia de Martelaere: Als je weg bent
20/02/13 20:24 Denk aan: Filosofie

Patricia de Martelaere overleed in 2009, 51 jaar oud, na een ziekbed van een paar maanden. Twee jongvolwassen kinderen, een nieuw ontdekte onderzoekspassie (Chinese taal en de filosofie van de tao), een nieuwe liefde en nieuwe vriendschappen. Een sexy vrouw met aanbidders, maar bovenal: een intellectueel zwaargewicht, met een vaste aanstelling aan het Leuvense filosofiedepartement en met romans genomineerd voor de grote prijzen, al sinds ze op haar dertiende (!) haar literaire debuut maakte. Ook Pruis is fan, dat lees je. Maar dat wil niet zeggen dat er geen worsteling is. Zoals het hoort in een biografie.
Lees verder op Athnaeum.nl: Sexy vrouw en intellectueel zwaargewicht
Peter Bieri en Paul van Tongeren: diepgravend zelfonderzoek vereist!
10/02/13 17:30 Denk aan: Filosofie

In de populaire filosofie is het individu zowel begin- als eindstation. Paul van Tongeren is uitgesproken kritisch over die stroming van de levenskunst, in zijn boek dat dan toch Leven is een kunst heet. Deze filosofen beloven misschien wel (zelf)hulp in zware tijden, stelt hij, maar doen dat door die zware tijden in een handomdraai te neutraliseren. Het is Amerikaanse wilskracht vermengd met stoïcijnen-light. Je krijgt wat je wilt als je er maar genoeg in gelooft. En als het tegenzit, moet je iets anders willen. Voor tegenslag en tragiek, toch onderwerp van de verhevenste kunst, is in de levenskunst geen plaats. Dat is voor deze hoogleraren te makkelijk gedacht.
Lees verder op 8WEEKLY: Voelen, af en toe onderuit gaan, leren en ontwikkelen - Diepgravend zelfonderzoek met Peter Bieri en Paul van Tongeren
Conferentie: Unlike Us #3 - Social Media: Design or Decline?
22/01/13 19:59 Denk aan: Internet

Social Media: Design or Decline?
Deelnemen of afwijzen?
Amsterdam, 22-23 maart 2013
TrouwAmsterdan & Studio HvA
networkcultures.org/unlikeus
Facebook en Twitter: soms gezien als ultieme bevrijders, maar vaker als bron van ellende. Echt contact, echt engagement, echte kennis zouden allemaal ten onder gaan door de sociale media. Tegelijk is het meedoen of uitgesloten blijven. Alternatieven zijn er niet. Of toch wel?
Unlike Us #3 is een tweedaagse conferentie georganiseerd door het Instituut voor Netwerkcultuur van de Hogeschool van Amsterdam met workshops, een hackathon en een real life feest. Op 22 en 23 maart 2013 spreken internationale onderzoekers, programmeurs, ontwerpers en kunstenaars over social media: de monopolies en alternatieven.
Is het woord sociaal helemaal uitgehold of heeft het nog betekenis? Wat is de invloed van de enorme groei in mobiel gebruik van sociale media? Bestaat er zoiets als een Facebook revolutie en hoe begin je die dan? De toekomst van sociale media, hoe ziet die eruit? Iedereen is uitgenodigd mee te denken en doen. Do you choose to join, design or decline?
Tijdens de conferentie wordt de Unlike Us Reader gepresenteerd, een collectie essays over sociale media door wetenschappers, kunstenaars en activisten. Van de filosofie van verveling op Facebook, via de technische voorwaarden voor gedecentraliseerde sociale netwerken tot de rol van Twitter tijdens Occupy Los Angeles.
Sprekers onder anderen: Bernard Stiegler (FR), Petra Löffler (DE), Tristan Thielmann (DE), Seda Gürses (BE), George Danezis (UK), Reni Hofmueller (AT), Arvind Narayanan (US), Spideralex (ES), Benjamin Grosser (US), Tobias Leingrüber (DE), Simona Lodi (IT), Hester Scheurwater (NL), Leighton Evans (UK), Nathan Freitas (US), Marion Walton (ZA), Mirko Tobias Schäfer (NL), Miriyam Aouragh (UK), Thomas Boeschoten (NL), Simone Halink (NL), Simona Levi (ES).
Verder: Facebook Resistance Workshop, hackathon en Social-'R-Us Party
Tickets: 25 euro per dag / 40 euro passe-partout / studenten half prijs
Te koop via http://networkcultures.org/wpmu/unlikeus/3-amsterdam/tickets/
Kierkegaard. Een inleiding in zijn leven en werk - Geert Jan Blanken
07/01/13 19:16 Denk aan: Filosofie

Geen bouwpakketjes voor het leven
Blanken beperkt zich in zijn inleiding noch tot de bekendste werken uit het oeuvre noch tot de bekendste anekdotes uit de levensloop. Wat weet de gemiddelde krantenlezer over Søren Kierkegaard te vertellen? Hij mompelt wellicht iets over ‘de vader van het existentialisme’, en wappert dan met de handen om de geloofsfanaticus op afstand te houden. Het zijn van die typische karikaturen die een groot denker zich moet laten welgevallen (Kierkegaard had hier al bij leven last van), maar die nu ook weer niet uit de lucht gegrepen zijn. Deze twee thema’s - de existentie en het geloof - komen ook bij Blanken steeds terug, voorzien van een diepgravende context en de nodige nuancering.
Lees verder op Athenaeum.nl: Zelfonderzoek dat gegrond is in verbijstering
Beste boeken 2012
30/12/12 13:00 Denk aan: Literatuur

Ik las dit jaar 40 boeken boeken, waarvan 5 grotendeels gelezen.
Mee bezig: de teller staat op 8, nadat een aantal terug zijn gebracht op Ongelezen of Niet uitgelezen. Waanzin.
Uiteindelijk heb ik een stuk minder boeken gelezen dan voorgaande jaren (2008, 2009, 2010, 2011). Dat heeft zo z'n redenen, ik ben aan een nieuwe baan begonnen waar ik veel losse dingen voor heb gelezen - boeken die ik voor het grootste gedeelte heb doorgewerkt zijn meegeteld.
Een andere reden: er zijn maar weinig boeken geweest die me zodanig hebben meegesleept dat ik ze als een hongerige wolf heb verslonden. Een matig boekenjaar dus, in mijn optiek.
Ik las vooral veel filosofie en essays, de uitgeverijen Lemniscaat en Boom zijn beter vertegenwoordigd dan de grote literaire jongens. Bijna de helft stamt uit 2012 - mijn conclusie: minder nieuwe boeken lezen en meer oude zal het leesgenot misschien weer doen verhogen.
Gemiddeld aantal sterren: 3,175. Wat inderdaad een zeer gemiddeld getal is.
Waarvan twee keer 1 ster (dat is nog nooit voorgekomen denk ik) (hier en hier vind je welke dat zijn).
En ook slechts twee keer 5 sterren (tekenend).
Voor wie zijn die vijf sterren dan?
Ten eerste Gary Cox - Word existentialist die me inspireerde tot een heus manifest.
En twee, een boek dat ik nota bene al gelezen had, jaren terug, en nu onderwerp was van de leesclub waar iedereen jaloers op mag zijn, Bier met Boeken: Vladimir Nabokovs Pnin.
Nu ik erover nadenk is Bier met Boeken misschien wel mijn beste 'boek' van het jaar.
Vooruit, er was natuurlijk meer moois. Hier dan:
André Aciman - Alibi's. Essays over elders. Een intellectueel genot, zeker ook om een recensie over te schrijven. (Zinnen als herinneringen)
J.M. Coetzee en Paul Auster - Een manier van vriendschap. Brieven 2008-2011. Ook dat recenseerde ik, voor Athenaeum: Een cadeau dat eigenlijk te mooi is voor de gelegenheid.
Dit was toch ook het jaar van mijn ontmoeting met Paul Auster, groot schrijver en groot mens. (Hier mijn verslag)
Susan Cain - Stil. Absolute eye-opener over wat het betekent om introvert te zijn. (Introvert en extravert, de kantoortuin en zure matten)
Lees vooral ook:
Oek de Jong - Pier en oceaan (Mystiek veroverd op het onverschillige geweld van de zee)
John Williams - Stoner (Literatuur, liefde, leren, leven: John Williams - Stoner)
Patrick Lapeyre - Het leven is kort en het verlangen oneindig (recensie en een rêverie over de verliefde man)
John Green - Een weeffout in onze sterren. Onlangs in één ruk uitgelezen, prachtig boek over ziekte, dood, liefde en vriendschap en zestien jaar oud zijn.
In een doorwaakte nacht las ik in enkele uren Imre Kertész - Liquidatie. Een heftige ervaring.
De filosofische tips:
Mark Vernon - Een beetje geluk met filosofie. Korte stukjes, maar vol diepgang en nergens maakt Vernon zich er makkelijk van af.
Michael Sandel - Rechtvaardigheid. Erg Amerikaans, maar niemand legt de categorische imperatief van Kant beter uit dan hij.
Bert Keizer - Waar blijft de ziel? Essay voor de Maand van de Filosofie.
Daar hoort ook bij gelezen te worden: Jan Bor - Wat is wijsheid?
(Nu nog mee bezig, dus mag eigenlijk niet: Paul van Tongeren - Leven is een kunst. Over morele ervaring, deugdethiek en levenskunst en op de valreep begonnen aan Karl Ove Knausgård - Vader, een boek dat aan me trekt en duwt en waar ik snel naar terug wil en tegelijk bang voor ben)
Zo bezien was het toch een mooi boekenjaar! Maar mijn wens voor volgend jaar is weer omvergeblazen worden. Is het niet door boeken uit 2013, dan zoek ik ze zelf wel in het verleden.
Beste muziek 2012
28/12/12 14:42 Denk aan: Muziek

Een EP op 1, maar ik draai hem met gemak vijf keer achter elkaar.
2. Django Django - Django Django
Om meerdere redenen gedenkwaardig op Motel Mozaïque
3. Ty Segall Band - Slaughterhouse
Ty, held.
4. Sharon van Etten - Tramp
Een zangeres naar mijn hart en dat is bijzonder
5. Dirty Projectors - Swing Lo Magellan
Omdat hier mijn meest gedraaide nummer op staat (Gun Has No Trigger)
In verdere willekeurige volgorde
Thee Oh Sees - Putrifiers II
Jack White - Blunderbuss
Jake Bugg - Jake Bugg
Mac DeMarco - 2
Dan Deacon - America
Disappears - Pre Language
Tyvek - On Triple Beams
The Revival Hour - Clusterchord EP
Moss - Ornaments
Balthazar - Rats
Gewoon, omdat ik altijd graag LCD Soundsystem in mijn lijstje zet (maar jammer genoeg nu echt voor het laatst), de afscheidsdocumentaire:
LCD Soundsystem - Shut Up And Play The Hits
Helaas, ik was een jaar te laat voor deze platen:
Mikal Cronin - Mikal Cronin (2011)
Adrian Younge Presents Venice Dawn - Something About April (2011)
Conan Moccasin - Forever Dolphin Love (2011)
Milagres - Glowing Mouth (2011)
Literatuur, liefde, leren, leven: John Williams - Stoner
23/12/12 15:38 Denk aan: Literatuur

Het is ook een roman óver literatuur, waarin dit bijzondere vermogen van literatuur om een middelmatig leven boven de middelmaat te verheffen gethematiseerd wordt, want dat is precies wat met Stoner gebeurt. De boerenzoon, voorbestemd tot een werkend leven op de akkers, gaat naar de universiteit voor een agrarische opleiding maar raakt al snel bevangen door de schone letteren. Zonder te begrijpen wat er met hem gebeurt ondergaat hij de betovering en laat die de gang van zijn hele verdere leven bepalen.
Dat klinkt al best memorabel. Al was het maar door dat spiegeleffect dat hierin zit, en dat Williams op haast alle thema's toepast. De weinig opzienbarende Stoner raakt onder invloed van de kracht van literatuur, hoe die het leven werkelijk tot leven kan brengen, ook al specialiseert hij zich in een weinig sexy onderwerp, iets met de late middeleeuwen en de invloed van Romeinse poëzie op de overgang naar de renaissance. Het boek van Williams over Stoner is zelf weer een voorbeeld van hoe met het woord een leven werkelijk tot leven wordt gebracht, haast nog meer tot leven dan Stoner ooit (in die fictieve wereld) lijkt te zijn geweest. Daar wordt hij geboren, werkt en sterft en niemand die er echt van opkijkt, ook hijzelf niet.
Dat is de intrieste stemming die in eerste blijft hangen tijdens en na het lezen: wie kijkt van dit leven op? Het is in alle opzichten mislukt, of laat ik zeggen: in geen enkel opzicht gelukt en dus ook gespeend van geluk. Het huwelijk: vanaf de wittebroodsweken een domper. De carrière: gefnuikt door een vete met een gehandicapte. Het kind: een bloem in de knop gebroken. De dood: roemloos.
He took a grim and ironic pleasure from the possibility that what little learning he had managed to acquire had led him to this knowledge: that in the long run all things, even the earning that let him know this, were futile and empty, and at last diminished into a nothingness they did not alter.
Het enige wat in het leven te leren valt is dat wat je leert in het leven nergens toe leidt. Er is maar één zekerheid: dat kennis eindigt in de zinloosheid van kennis. En die kennis heft haar eigen zinloosheid nooit op.
Maar er is toch meer aan de hand, zoals die haast magische werking van de literatuur. Terugdenkend blijven toch de passages - hoe kort ze ook zijn, in het verhaal en in Stoners levensloop - van uitzonderlijke krachtigheid hangen. Niet alleen van de Literatuur, maar ook van de Liefde, en van het Leraarschap. De kracht van die drie l'en overkomt je, maar je kunt hem niet vasthouden. Het gaat dan ook niet - concludeer ik weken na het uitlezen van Stoner - om de kennis, die zinloos is en alleen haar eigen zinloosheid weet te onderstrepen, maar om de ervaring. Die is toevallig, zoals liefde een toevallige samenkomst van twee mensen is en leraarschap die van een bevlogen meester en een leerling die zich openstelt, toevallig en tijdelijk. Maar het is die ervaring die van het leven een Leven maakt.
'Poor Daddy,' he heard Grace say, and he brought his attention back to where he was. 'Poor Daddy, things haven't been easy for you, have they?'
He thought for a moment and then he said, 'No. But I suppose I didn't want them to be.'
Ervaring is niet makkelijk en hoeft dat ook niet te zijn. Dat is iets waar ik al vaker over heb geschreven. Deze roman is hoort zeker thuis in die voortgaande zoektocht naar wat leven waardevol maakt, als het geluk niet altijd voor het oprapen ligt. Zie bijvoorbeeld Van de nood een deugd maken: Nietzsche, Finkielkraut, Voltaire, Gilbert en F.M. Dostojevski – De Grootinquisiteur, uit De broers Karamazov.
'Bezit' 'ik' 'mijn' 'leven'? Ofwel: ik vs. leven
15/12/12 09:23 Denk aan: Filosofie

2. Ik zocht terug in mijn eigen notitieboekje. Ja, daar was het, ergens in 2005 neergepend. Er is het ik, en het leven. Allebei van jou, maar soms kunnen ze als van twee verschillende personen lijken. Het leven speelt zich af ergens achter je rug, het ik ontsnapt aan je grip als een heliumballon. Terwijl je ze toch bezit, ze zijn je eigendom. Het gaat goed als je kunt zeggen: ‘Ik heb mijn leven in de hand.’ Maar waarschijnlijk valt het niet eens op als het zo is, op zulke momenten vallen leven en ik gewoon samen. In de literatuur – en in dagboeken – lezen we gewoonlijk vooral over de momenten dat het niet goed gaat, en de twee – ik en leven – mijlenver van elkaar verwijderd zijn.

4. Laat ik het nog problematischer maken. Alleen maar vertwijfelen over ‘ik’ en ‘mijn leven’ is nogal solipsistisch. Er is ook nog de buitenwereld. Wat als die je ook ontglipt? Als je ik en je leven ook nog afgesneden worden van de anderen? Pessoa in het Boek der rusteloosheid: ‘80. SMARTELIJK INTERVAL (...) Mijn leven is alsof men mij ermee sloeg.’ Mijn leven – mij – men. Wie is ‘men’? Is het ik werkelijk als een stoffig tapijt dat ervan langs krijgt met de mattenklopper van het leven? Of als de monnik die met een karwats aan zelfkastijding doet?

6. Dat er een ik is dat zijn leven in bezit heeft, is een bruikbare illusie die het mogelijk maakt over jezelf en je leven na te denken. Maar filosofie en wetenschap geloven al lang niet meer in het mannetje/vrouwtje in de stuurhut van de ‘vessel’ zoals Sontag het noemt. Filosoof Julian Baggini beschrijft ons standaard ik-beeld als een kern, een pit die van alles vasthoudt, als vrolijke handtasjes – één voor elke eigenschap – plus een backpack vol herinneringen. Het zelf in bezit van zijn leven. Klopt niet. Baggini streept de pit door en wat overblijft zijn de handtasjes, aan elkaar verknoopt in een netwerk als een rattenkoning. Het zelf is het netwerk. Je ik is decentraal, hoe gek dat ook klinkt. (Julian Baggini over het 'ware zelf' als netwerk)
7. En het leven? Van wie is het, als niemand het bezit? Wat blijft er over als we de pit wegstrepen? Nou, gebeurtenissen, toeval, het lot. Gebeurtenissen die zich even decentraal afspelen als de eigenschappen van je ik. Verbonden, op zijn best, door een netwerk van notitieboekjes.
Oek de Jong - Pier en oceaan. Mystiek veroverd op het onverschillige geweld van de zee
21/11/12 17:51 Denk aan: Literatuur

Pas op pagina 793 van Pier en oceaan van Oek de Jong zet ik een potloodstreep. Het boek is bijna uit en hier heb ik eindelijk het gevoel om tot een kern te zijn gekomen. Abel, die je hebt gevolgd vanaf zijn moeder, zwanger van hem, tot zijn laatste zomer thuis, inmiddels achttien, is hier tot een kern gekomen. Dit inzicht luidt de volwassenheid in - die beklemmende beperking van het leven en de ultieme vrijheid die ermee gepaard gaat. Pas als je beseft dat alles altijd hetzelfde zal zijn, is er ruimte om zelf iets te doen, dat is de paradoxale les van ouder worden, zelfstandig worden. Je kunt toevoegen dat niet alleen in een ander land het leven niet anders is, ook in een andere tijd was alles altijd al zoals het nog steeds is. Dat zie je aan Abel en zijn ouders - de verschillen zijn even groot als de (aan erfelijkheid en opvoeding te danken) overeenkomsten. Maar deze zinnen zeggen ook iets over de roman zoals je die nu leest. Abel is zelfs hetzelfde als ik. Of gaat de conclusie dat alles hetzelfde blijft toch niet helemaal op? De tijd die Oek de Jong beschrijft (het naoorlogse Nederland tot aan begin jaren zeventig) is nu toch echt voorbij. We zijn definitief een ander land binnengegaan, denk ik.
De wereld van Pier en oceaan (concreet: Dokkum en Goes) is de oude wereld, de stille wereld van voor mobiele telefoons, internet en commerciële tv. Een wereld als een lange, lange zondag. Ook voor niet-gelovigen is het zondagsgevoel herkenbaar. Niks mocht en alles kwam tot stilstand. Ik mocht alles, maar kon niks. Als ik in het weekend bij m'n vader was gingen we naar het museum. Verder las ik een boek en schreef gesprekken op tussen mijn vader, zijn vriendin en m'n zus. Omdat ik nooit zo snel kon schrijven als zij konden spreken, was het resultaat een onbegrijpelijke wirwar van zinnen. Hilarisch (echt). Dan een treinreis van Amsterdam naar Culemborg en de zondag was weer voorbij.
Die zondag bestaat niet meer, toch? Die kinderen bestaan niet meer. Het lezen van Pier en oceaan deed me realiseren dat ik oud ben. Ik voelde me opeens dichterbij Oek de Jong, geboren in 1952, staan dan bij mijn oudste studenten, geboren eind jaren tachtig. Of, godbetert, dichter bij Arie Storm, die in een lovende bespreking zowaar de herkenbaarheid prees (dat mag ik wel, dat Arie Storm een roman prijst om zijn herkenbaarheid).
Oek de Jong vertelt zelf in interviews (zoals in Vrij Nederland) dat hij een voorbij tijd wilde vastleggen. Een voorbije tijd en ook duidelijk een voorbij landschap - dat al verandert in de loop van de roman (denk: nieuwbouwwijk). De Jong is geïnspireerd geraakt door Marcel Proust, zegt hij, de reden waarom ik het boek ben gaan lezen. Ik zie geen echte verwantschap, ja, dit is een evocatie van een jeugd en de familiegeschiedenis die eraan voorafgaat - maar de manier van beschrijven is totaal anders: we zitten hier midden in de tijd van handeling, er is geen oudere verteller die terugkijkt. Geen ik bovendien, en waar uiteindelijk bij Proust de haast filosofische reflectie de bovenhand krijgt, lijkt het De Jong vooral te doen om zintuiglijke ervaringen. Van het lichaam, het landschap, meisjes, seks. Hier geen mijmeringen over De Tijd of Het Geheugen (waar Proust in heerscht), maar een vinger die door de korst van het schaamhaar in het zachte daarachter duwt (je ziet de jaren zeventig meteen voor je), zijdeachtig water op de naakte huid, voeten die in het slik wegzinken en zelfs een beschrijving van het onbeschrijflijke, die je toch meteen snapt, al komt die neer op 'het' dan wel 'het eeuwige' waar Abel steeds naar op zoek is.
Terugdenkend is dat toch wel prachtig, hoe kabbelend en weinig gevaarlijk de roman verder ook op mij overkwam: de beelden die Abel zijn hele jeugd vergezellen, soms een kwartslag draaiend, of letterlijk van gedaante veranderend. De jongen met een koffer lopend over een oprijlaan op weg naar huis, die later verandert in een jongen met een kauwtje op zijn schouder, zachtjes wegzinkend in een zwarte poel. Waar die beelden vandaan komen en wat ze betekenen mag je zelf bedenken, Oek de Jong gaat het je niet voorzeggen. Dat is mystiek, Hollandse mystiek. Net als de titel, die misschien wel het mooiste voorbeeld is van diezelfde mystiek, Pier en oceaan, mystiek veroverd op het onverschillige geweld van de zee.
Ik heb mezelf geloof ik net naar een waardering van vier sterren geschreven in plaats van de drie die ik had gegeven.
Gelegenheidsoptimist: Ode aan het zwart
18/11/12 10:39 Denk aan: Kunst

Onlangs zag ik van Armando een ander werk, met daarop een bosrand. (Ik stel het maar even zo droog, los van de beladenheid van het werk.) Een ander zwart, dat toch hetzelfde is. De bosrand markeert de grens naar een andere wereld, of nee, de bosrand ís die grens, een niet-op-zichzelf bestaand gebied, zoals de lijn tussen twee aangrenzende kleurvlakken niet bestaat. Als je de eerste boom voorbijgaat kom je in het land van de sprookjes. Als dat te aangenaam klinkt: de bosrand verbergt ook de wereld van Twin Peaks, het zwartste sprookje voor volwassenen. Maar je stapt die eerste bomenrij niet voorbij, want een bosrand is iets waar je van een afstand naar kijkt. Je probeert door te dringen in de duisternis. Onmogelijk. Zelfs op de helderste zomerdag kun je niet door het bos heen kijken. Waardoor je blijft kijken, enigszins verontrust en met kippenvel op je blote armen. De dreiging die van het zwart van de bosrand uitgaat is te groot, te onbekend. Ze vibreert van ontembare wildheid. Het zwart temmen, dat moet de volgende stap zijn.
Lees verder bij De Optimist: Gelegenheidsoptimist: Ode aan het zwart
Susan Sontag - Zoals de geest gebonden is aan het vlees
12/11/12 20:48 Denk aan: Literatuur

Het eerste deel, Herboren, besloeg de jaren 1947 tot 1963. Sontags zoon David Rieff noemt het in zijn voorwoord de ‘Bildungsroman’ van zijn moeder, bij gebrek aan echt autobiografisch werk. Dit tweede deel gaat verder van 1964 tot 1980 en is veel dikker, ruim vijfhonderd pagina’s. Het zijn de overvolle jaren, vol van succes en vol van misère, zoals de kanker waarvoor Sontag wordt behandeld en die eigenlijk alleen via notities voor Ziekte als metafoor in het vizier komt. In die zin kun je deze dagboeken juist helemaal geen autobiografie noemen. En ook nauwelijks een biografisch document, want de context van Sontags leven waarin we de notities moeten lezen is zeer summier gegeven.
Lees verder op Athenaeum: Grasduinen door Sontags geestesleven
F.M. Dostojevski – De Grootinquisiteur, uit De broers Karamazov
11/11/12 21:00 Denk aan: Literatuur

Sevilla, zestiende eeuw. Christus is teruggekeerd op aarde, verricht een wonder, wordt opgepakt en opgesloten door de inquisitie. De brandstapel wacht. In de nacht bezoekt de Grootinquisiteur zijn gevangene en legt hem uit hoe de wereld nu (dat wil zeggen, in de zestiende eeuw) in elkaar zit. De kerk heerst weliswaar in naam van Christus, maar dat is schijn. In werkelijkheid hanteren ze de principes van de duivel: ‘Geef de mens brood, beheers zijn geweten en heers over de wereld.’ Christus is haast een moderne held – hoewel we hem zelf niet horen en alleen leren kennen via de woorden van de Grootinquisiteur. De nadruk op vrijheid, kennis en individualiteit die aan Christus wordt toegeschreven, staat lijnrecht tegenover de gehoorzaamheid die de kerk eist, het dom houden van de mensen en het streven naar gemeenschappelijkheid (eigenlijk: world domination). Het maakt van deze Christus een voorloper van de twintigste-eeuwse, existentiële mens. Misschien kunnen we zeggen, een echt eind-negentiende-eeuws mens, de tijd waarin Dostojevski de parabel schreef. In de kern draait deze monoloog om de vrijheid. Hieronder enkele gedachten over vrijheid en behoefte, geluk en het zwijgen.
*
Wat is de betekenis van de vrijheid? Laat ik proberen de verschillende denkbewegingen in de tekst te ontrafelen. Christus staat voor het geloof in vrijheid, geloof belijden in vrijheid. ‘Ik wil jullie vrijmaken’ – dat is de ware vrijheid. De kerk van de Grootinquisiteur heeft de mensen deze vrijheid afgepakt en er een illusie van vrijheid voor in de plaats gezet. Hij beweert dat mensen de vrijheid helemaal niet aankunnen. In feite is dat de existentialistische formulering van ‘de last van de vrijheid’. De mens kan niet omgaan met vrijheid; zodra hij die heeft, zoekt hij naar manieren om ervan af te komen, ‘ergens voor te kunnen knielen’. Is de vrijheid echt zo beangstigend?
*
In de woorden van de inquisiteur herkennen we wel een psychologisch inzicht dat hout snijdt. Namelijk: in hoeverre kun je vrij zijn als je behoeftig bent, ‘brood’ nodig hebt. Wat voor betekenis kan vrijheid hebben als je honger hebt? De moderne, existentiële vrijheid is misschien wel een elitair probleem. Je zult eerst moeten zorgen voor je behoeftes voor je je met zoiets als vrijheid kunt bezighouden.
Omgekeerd leveren die behoeftes je ook een excuus om je niet met vrijheid – die last – bezig te hoeven houden. Is de moderne, ‘elitaire’ mens niet almaar bezig met het najagen van behoeftes – laat hij zich niet gewillig knechten door het consumentisme, zoals dat dan heet, om maar niet met die ware opgave van vrijheid geconfronteerd te worden? Waar gaat het najagen van je behoeftes over in onvrijheid? Het is een val waar iedereen in gevangen zit: je bent niet vrij als je niet zelfstandig in je eigen behoeftes kunt voorzien. Je moet wel een mate van vrijheid opgeven voor het materiële. Maar het is heel makkelijk je in het materiële te verliezen en steeds meer behoeftes voor jezelf te creëren die om vervulling vragen, zodat je maar niet over ‘dat andere’ hoeft na te denken.
*
De Grootinquisiteur zegt: vrijheid tast het geluk van de massa aan. Haast niemand kan omgaan met de last van de vrijheid – men gaat daaronder gebukt en wij leveren de mensheid een gunst door haar die last af te nemen, te ontlasten. Geluk is rust, deemoed, vrij zijn van zorgen. Hij stelt vervolgens dat dit betekent: alleen de zwakke gelukkig kan zijn. Het schokkende is dat de Grootinquisiteur regelrecht toegeeft dat hij aan bedrog en leugens doet om zo de macht te verkrijgen.
Is vrijheid een overschat goed, dat geluk in de weg staat? Willen wat je hebt, is wel als recept voor geluk gegeven, in plaats van willen wat je niet kunt krijgen. Dat houdt ook in dat je een deel van je vrijheid (in wensen, dromen en verlangen) moedwillig moet opgeven, om gemoedsrust en dankbaarheid ervoor in de plaats te krijgen. Het probleem ligt natuurlijk in de dwang van de Grootinquisiteur: hij houdt de mensen klein en zwak, onder het mom van zelfopoffering. Terwijl geluk toch ook te maken heeft met een besef van accomplishment: niet meer willen dan je hebt, maar dan wel wetende dat wat je hebt in elk geval deels uit jezelf is voortgekomen. Rust mag een belangrijk bestanddeel zijn, maar dan wel rust na activiteit, productie. Deemoed, ja, maar dan iets als reflectieve deemoed. Ik noteerde eens: Geluk = Rust (na actie) + Reflectie (in realisme). Dichterbij een definitie ben ik nog niet gekomen.
*
Het einde van de monoloog intrigeert. Christus heeft de hele woordenstroom lang niet geantwoord. In feite geeft hij gehoor aan het bevel van de inquisiteur, die begint met te zeggen: ‘Zwijg!’. Als de tirade – een soort anti-preek – voorbij is, staat Christus op en geeft zijn aanklager een kus. Dan gebiedt de Grootinquisiteur hem om te gaan. Wat betekent die kus? Waarom laat de Grootinquisiteur Christus gaan? Maar even goed: waarom gaat hij? Hij doet precies wat de Grootinquisiteur van hem eist. Sommige toeschouwers ergerden zich aan de passiviteit van Christus. Waarom zegt hij niets terug? Waarom oefent hij niet daadwerkelijk zijn vrijheid uit door zich te verdedigen? Die passiviteit stoort.
Het zwijgen is echter ook op te vatten als een protest, weliswaar onhoorbaar, maar niet minder actief. Door te zwijgen laat Christus zien (horen) hoe het niet dwingen van mensen eruit kan zien, geeft hij tegenwicht aan de luidruchtige, van woorden overladen, bevelende tirannie van de Grootinquisiteur. Christus illustreert in zijn stille, zwijgende, stilzwijgende houding wat vrijheid is. Die is oneindig groot, niet in te vullen, niet op voorhand vorm te geven. Zijn zwijgen wordt zo een spiegel voor de ziel. Of de Grootinquisiteur in bezit is van een ziel valt te betwijfelen. Hij veroordeelt Christus zonder blikken of blozen tot de brandstapel. Maar dan zijn laatste woorden – ga heen en keer nooit weer… die tonen aan dat hij is in elk geval in staat is bewogen te worden.
De grootinquisiteur. Over het geloof van de vrijheid. Gespeeld door Paul Cobben en Quinten Rutten, 3 november 2012, Eindhoven.
