Teruggevonden essay: Esthetisch verantwoord

Hoe je merkt dat je ouder wordt… Zoekend naar een bron kwam ik op DuckDuckGo een essay van mezelf tegen, uit 2003 (!). Ik wist wel dat ik het essay had geschreven, want het leverde me een beurs op om filosofie te gaan studeren via (toen nog) de Radboudstichting. Ik wist ook dat het ‘Esthetisch verantwoord’ heette en draaide om ethiek en literatuur.

Wat ik niet meer wist was dat ik het daarin had over om en nabij precies hetzelfde als waar ik nu een boek over schrijf. (Het boek gaat over data, daar had ik het in 2003 overduidelijk niet over, maar de rest… tja.) ‘Zo beschouwd lijkt vervreemding een voorwaarde voor ethische reflectie,’ schrijf ik daar – zal ik mezelf citeren?

Wat ik ook niet meer wist, was dat dit essay’tje gepubliceerd werd in Frame, het tijdschrift dat gelieerd is aan de studie Literatuurwetenschap in Utrecht, waar ik gestudeerd heb voor ik aan de filosofiestudie begon. Het staat dus gewoon online. Inclusief mijn oude adres, telefoonnummer en e-mailadres – zo ging dat in 2004.

Het hele nummer lezen kan hier: Frame 17.1 – Literatuur en Ethiek | mei 2004

Of download direct de pdf van ‘Esthetisch verantwoord: Over de ethische waarde van literatuur’.

Susan Sontag: bovenmenselijk én tragisch. Over de biografie van Benjamin Moser

Al enkele maanden voor verschijnen wist Benjamin Mosers Sontag. Haar leven en werk (vertaald door Lidwien Biekmann en Koos Mebius) aandacht te genereren, met zo’n geruchtmakende onthulling die een biografie tegenwoordig verplicht lijkt te bevatten. Niet Philip Rieff, zo heet het, schreef Freud: The Mind of the Moralist, maar Susan Sontag, Rieffs voormalige-studente-inmiddels-echtgenote, die dus als jonge moeder van in de twintig in zijn naam zat te buffelen op een vernieuwende Freud-interpretatie. Het is een onthulling die Sontag geen recht doet, en Mosers werk ook niet.

Lees verder op Athenaeum: Susan Sontag: bovenmenselijk én tragisch

Op het tweede gezicht: Proust en de roman als ‘optisch instrument’ in De Nederlandse Boekengids

Eind 2018 had ik de eer een lezing te verzorgen voor de Proust-vereniging. Nu is de tekst gepubliceerd in De Nederlandse Boekengids, in een dossier getiteld Privacy by design.

Marcel Proust leert ons dat we ons ‘innerlijk boek’ moeten lezen. Nu we steeds meer (verloren) tijd online doorbrengen, laat ook de digitale wereld impressies achter in ons innerlijk. In haar essay over Proust en het internet onderzoekt Miriam Rasch hoe we onze online ervaringen met de roman als ‘optisch instrument’ kunnen ontcijferen.

Lees verder bij DNBG: Op het tweede gezicht: Proust en de roman als ‘optisch instrument’

Edit 25 mei: Nu ook op papier te lezen!

(Niet)-werken als een Duracell-konijn: over Not Working van Josh Cohen

Voor de NRC-boekenspecial over technologie en mens (26 april 2019) schreef ik een recensie over Josh Cohens Not Working: Why We Have to Stop. Kenners weten dat ik groot liefhebber was van zijn boek The Private Life, waarover ik schreef in het essay ‘Tegen transparantie’ in Zwemmen in de oceaan. Ook dit is weer een geweldig literair-filosofisch werk. Zeg maar gerust: vijf ballen.

Klik op het plaatje om het te vergroten.

Wie het niet ziet moet beter kijken: brief aan Jan Hanlo

Voor de bijlage van De Groene ter gelegenheid van de Jan Hanlo Essayprijzen, schreef ik ‘terug’ aan de naamgever van de prijs die ik ooit zo gelukkig was te winnen.

Beste Jan,

Dank je wel voor de geruststelling. ‘Een verstandige vader’, zoals de titel luidt van de tekst die me toevallig onder ogen kwam, dat klinkt meteen al veilig en vertrouwd. Meer dan een verstandige vader heb je niet nodig. Het spreekt voor zich dat kinderen naar zo iemand luisteren, dat ook wij naar zo iemand zouden luisteren zodra we hem zouden horen spreken. “Wie het niet ziet moet beter kijken: brief aan Jan Hanlo” verder lezen

Schermwegen: over digitale literatuur

Voor de presentatie van de Literatuur op het scherm-projecten van het Letterenfonds en Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, schreef ik een essay over wat digitale literatuur literair maakt.

Handwerken kan ik niet en het is te koud om te tuinieren. Om weg te komen van alle schermen waag ik me aan een legpuzzel, even analoog als breinaald en snoeischaar. Het geeft een zen-achtige kalmte, is verslavend en volslagen nutteloos. Hoewel, ik kies niet voor niets een afbeelding van Van Gogh. Straks, als alle duizend stukjes passen, heb ik avondenlang met een kunstwerk doorgebracht. Elke verfstreek van ‘Landweg in de Provence bij nacht’ heb ik bestudeerd, ik kan vertellen over de verschillende hoeken waaronder die streken zijn gezet, waar ze dikker zijn en waar dunner, welke kleuren de boom in zich draagt, de velden, het huis, de weg en de maan. De gemiddelde museumbezoeker besteedt seconden aan een kunstwerk, ik heb er een dozijn uren op zitten.

Lees verder bij het Letterenfonds

Verschenen: De nieuwe feministische leeslijst

Eerder berichtte ik over mijn stuk over Luce Irigaray, dat ik schreef voor De Groene Amsterdammer: ‘Vrouwspreken’ met trotslippen als tiende deel van de serie Feministische Leeslijst.

Heuglijk nieuws! Alle essays van de serie zijn nu bij elkaar gebracht in een handzaam boek, samengesteld door Marja Pruis en uitgegeven door Das Mag: De nieuwe feministische leeslijst. Verplicht leesvoer uiteraard.

Check hier.