Vrijheid, gelijkheid, identiteit: recensie van Mens/onmens van Bas Heijne

Bas Heijne zet met Mens/onmens zijn onderzoek naar identiteit en onze verhouding daartoe voort, zoals hij eerder deed in Onredelijkheid, Moeten wij van elkaar houden en Onbehagen. Wat betekent het om mens te zijn? In de hedendaagse mediamaatschappij lijken we een speelbal van onze emoties geworden – en dus van hen die die emoties weten te bespelen. Hoe kunnen we ons daartegen verzetten?

In drie delen, elk op hun beurt onderverdeeld in korte, genummerde paragrafen, gaat Heijne in op maatschappelijke kwesties als nepnieuws en post-truth, de protesten van de Gele Hesjes en de afkeer van de elite waar die symbool van zijn, maar ook de veranderende betekenis van ‘grote woorden’ zoals waarheid, solidariteit en vrijheid.

Lees verder op Athenaeum: Vrijheid, gelijkheid, identiteit

My body, my traitor: essay in 10tal

Last year Swedish magazine 10TAL published an essay of mine about data mining, the body, and self-knowledge (see here). Now, the English translation has been published too! Read the opening below or click through to the whole text: My body, my traitor

We’ve come a long way, baby. From »On the internet nobody knows you’re a dog«, to »On the internet everybody knows I’m a top dog«, to »On the internet we’re all Pavlov’s dogs«. Or: from the homepage, to the social media identity, to the algorithmic profile. From the nerd, to the networked self, to the passive data goldmine (via the influencer).

This evolution can be read as a story of increasing corporality, as counterintuitive as that may seem. Usually, the story is told as if the world and its inhabitants are on their way to shedding all bodily weight, with the end-point on the horizon being a purely computerized humankind, all Mind and no Matter. But the inextricable entanglement of »online« and »offline«, »virtual« and »real«, primarily means that technology is all the time effecting the body (and thus, via the body, the soul). Like Pavlov’s dog, the post-digital condition is no »cloud« in which everything evaporates (and, as we know, what is called the cloud is a very material infrastructure that is using up as much energy as a small country, relying on cables that land on contested shores, demanding ever more precious metals to be mined from unstable regions). Rather, our bodies and the data that can be mined from them, function as the pathways to understanding, predicting and thus controlling or manipulating the world, which in the same gesture means understanding, predicting and thus controlling or manipulating the body, the very body that was mined in the first place.

In a catch-22 situation, you’re always made an accomplice to your own submission.

Continue reading over at 10TAL: My body, my traitor

Jaarlijst muziek 2019

Net als mijn boekenlijst presenteer ik dit jaar ook mijn muzieklijstje zonder toelichting. Eén opmerking is op zijn plaats en dat is dat de meeste van deze artiesten live hun weg mijn jaarlijst in hebben gespeeld. Daarom mijn voornemen om vooral nog meer concerten te bezoeken in 2020.

Boeken 2019

Eigenlijk was ik van plan dit jaar geen jaarlijst te maken. Op het laatste moment heb ik toch besloten de titels te plaatsen die mij dit jaar het meest zijn bijgebleven. Simpelweg omdat het boek het onverminderd verdient om aangeprezen te worden.

Daar gaan we:

Robert Macfarlane – Benedenwereld
Koen Sels – Gloria
Hiromi Kawakami – De tas van de leraar
Pascal Chabot – Filosofie van de burn-out
Josh Cohen – Not Working: Why We Have to Stop
René ten Bos – Extinctie
Jevgeni Zamjatin – Wij
Tove Ditlevsen – Gift
Franz Kafka – Het slot
Michel Houellebecq – Serotonine
Manon Uphoff – Vallen is als vliegen
Eliot Weinberger – Nineteen Ways of Looking at Wang Wei
Giorgio Agamben – Wat er overblijft van Auschwitz
Han Kang – De vegetariër
Benjamin Moser – Sontag: Haar leven en werk
Tara McPherson – Feminist in a Software Lab: Difference + Design
Andrea Long Chu – Females

De automatisering de-automatiseren

[Available in English on the website of the INC]

Bijdrage aan de Spui25-bijeenkomst De roman en het geschreven woord in tijden van technologisering, ter gelegenheid van de verschijning van Maxim Februari’s laatste boek De onbetrouwbare verteller. (Meer van dit in mijn nieuwe boek Frictie: Ethiek in tijden van dataïsme, dat in mei 2020 verschijnt bij De Bezige Bij.)

‘See, in spite of all this omnipresent law enforcement, because we want to hear and taste and smell and feel, we can’t go very long without trying to talk about some art.’ Fred Moten

Ik wil beginnen met een vraag, om de stemming er een beetje in te krijgen. Antwoord er gewoon in gedachte op, het is misschien niet iets om meteen te delen. Wie is er zeker van dat zijn beroep in de komende jaren blijft bestaan en niet wordt weg-geautomatiseerd? Wie ziet zichzelf als bestand tegen robotisering en algoritmisering? Schrijvers? Docenten? Sorry, ik moet u teleurstellen. Ook rechters, artsen en chauffeurs zullen het zwaar hebben, en muzikanten en kunstenaars. Allen zullen uit de markt geconcurreerd worden door robots. Hebben we eindelijk tijd over om te lezen! Als we dat dan nog kunnen. “De automatisering de-automatiseren” verder lezen

Teruggevonden essay: Esthetisch verantwoord

Hoe je merkt dat je ouder wordt… Zoekend naar een bron kwam ik op DuckDuckGo een essay van mezelf tegen, uit 2003 (!). Ik wist wel dat ik het essay had geschreven, want het leverde me een beurs op om filosofie te gaan studeren via (toen nog) de Radboudstichting. Ik wist ook dat het ‘Esthetisch verantwoord’ heette en draaide om ethiek en literatuur.

Wat ik niet meer wist was dat ik het daarin had over om en nabij precies hetzelfde als waar ik nu een boek over schrijf. (Het boek gaat over data, daar had ik het in 2003 overduidelijk niet over, maar de rest… tja.) ‘Zo beschouwd lijkt vervreemding een voorwaarde voor ethische reflectie,’ schrijf ik daar – zal ik mezelf citeren?

Wat ik ook niet meer wist, was dat dit essay’tje gepubliceerd werd in Frame, het tijdschrift dat gelieerd is aan de studie Literatuurwetenschap in Utrecht, waar ik gestudeerd heb voor ik aan de filosofiestudie begon. Het staat dus gewoon online. Inclusief mijn oude adres, telefoonnummer en e-mailadres – zo ging dat in 2004.

Het hele nummer lezen kan hier: Frame 17.1 – Literatuur en Ethiek | mei 2004

Of download direct de pdf van ‘Esthetisch verantwoord: Over de ethische waarde van literatuur’.

Susan Sontag: bovenmenselijk én tragisch. Over de biografie van Benjamin Moser

Al enkele maanden voor verschijnen wist Benjamin Mosers Sontag. Haar leven en werk (vertaald door Lidwien Biekmann en Koos Mebius) aandacht te genereren, met zo’n geruchtmakende onthulling die een biografie tegenwoordig verplicht lijkt te bevatten. Niet Philip Rieff, zo heet het, schreef Freud: The Mind of the Moralist, maar Susan Sontag, Rieffs voormalige-studente-inmiddels-echtgenote, die dus als jonge moeder van in de twintig in zijn naam zat te buffelen op een vernieuwende Freud-interpretatie. Het is een onthulling die Sontag geen recht doet, en Mosers werk ook niet.

Lees verder op Athenaeum: Susan Sontag: bovenmenselijk én tragisch

Op het tweede gezicht: Proust en de roman als ‘optisch instrument’ in De Nederlandse Boekengids

Eind 2018 had ik de eer een lezing te verzorgen voor de Proust-vereniging. Nu is de tekst gepubliceerd in De Nederlandse Boekengids, in een dossier getiteld Privacy by design.

Marcel Proust leert ons dat we ons ‘innerlijk boek’ moeten lezen. Nu we steeds meer (verloren) tijd online doorbrengen, laat ook de digitale wereld impressies achter in ons innerlijk. In haar essay over Proust en het internet onderzoekt Miriam Rasch hoe we onze online ervaringen met de roman als ‘optisch instrument’ kunnen ontcijferen.

Lees verder bij DNBG: Op het tweede gezicht: Proust en de roman als ‘optisch instrument’

Edit 25 mei: Nu ook op papier te lezen!