Epifanie en epilepsie

epifanie

Epifanie, wie heeft er geen last van? Oorspronkelijk een religieuze openbaring, tegenwoordig de algemene benaming voor een intense geestelijke indruk. Ik heb daar veel last van, hoewel ik liever van geluk dan last zou spreken.

Vooral abstracte vormen roepen bij mij een epifanisch geluk op. Zoals bijvoorbeeld het schilderij van Mondriaan in het Kröller-Müller. Maar ook de verhouding van een hoek in de kamer en twee deuren. Of de golving van lange gordijnen als je horizontaal ernaar kijkt. Ik denk dat ik op zo’n moment eruit zie alsof ik iets geslikt heb.

Ook gedachten kunnen een epifanie zijn. Ergens moet de fysieke gewaarwording echter om de hoek komen kijken. Een inzicht alleen volstaat niet, je moet het in je hele lijf voelen. Dat schrijft ook Van Halsema in zijn vrij onleesbare werkje Epifanie: ‘Hij of zij kan gaan roepen, hij of zij kan er flink de pas in zetten.’

Zet iemand er zomaar de pas in als hij een epifanie heeft? Dat lijkt me niet. Een voor de hand liggende verklaring is dat het inzicht een enorme energie losmaakt die een uitweg zoekt (de ‘vervoerde staat van de epiphanee’ volgens Van Halsema). Ik moest daarentegen meteen denken aan een merkwaardig mechanisme van míjn lichaam en geest. Als ik een inzicht krijg waar ik me voor schaam of een gedachtegang die ‘onoirbaar’ is te ver doorvoer, krijg ik meteen een fysieke reactie: van een beetje friemelen tot spastische bewegingen. Met een uiterlijke beweging maskeer ik een innerlijke dwaling. Hoewel niemand mijn onoirbare gedachten kan lezen, heb ik blijkbaar de neiging om de aandacht er met een hoop poeha van af te leiden.

Schopenhauer legt de accenten anders: ‘Een zwakke analogie van een dergelijke vlucht vanuit de pijn in de waanzin kunnen we terugvinden in de manier waarop wij allemaal op gezette tijden een pijnlijke herinnering, die ons plotseling te binnen schiet, als het ware onwillekeurig door een luide uitroep of een onverhoedse beweging proberen te verjagen: we willen onze zinnen verzetten en tot elke prijs verstrooiing zoeken.’

De energie van vervoering vrijlaten, je schaamte maskeren, of pijnlijke herinneringen verjagen: allemaal fysieke uitingen van een psychische gespannenheid. En wie beschrijft die verbondenheid van lichaam en geest beter dan Dostojevski, van wie ik laatst De Idioot las. Daar blijkt de epifanie opeens veel weg te hebben van epilepsie, zeker bij prins Mysjkin. Hij ervaart kort voor een aanval hoe ‘de tijd zal worden opgeheven’ en door zijn ‘verhevigde bewustzijnstoestanden … klampte hij zich vast aan ieder uiterlijk voorwerp onder zijn bereik en dat vond hij prettig’.

Dat lijkt op kortsluiting: iedereen die het weleens heeft gehad zal begrijpen wat ik bedoel en aan de anderen kan ik het niet uitleggen. De existentialistische walging, die je overvalt als je opeens de werkelijkheid doorziet, zoals Roquentin in de beroemde parkscène uit Walging van Sartre: ‘de boomwortel, de hekken van het park, de bank, het iele gras van het gazon, dat alles was verdwenen; de verscheidenheid van de dingen, hun eigen karakter was alleen maar schijn, een vernisje. Dat vernislaagje was weggesmolten en wanstaltige, weke massa’s bleven over, chaotisch – en naakt, van een angstaanjagende, obscene naaktheid.’ Als de walging je overvalt, kun je maar beter zo bewust mogelijk van je lichaam blijven, om nog een beetje een band met de realiteit te behouden.

Voor veel schrijvers is de epifanie een bron van inspiratie. Een kunstwerk moet natuurlijk liefst uiting geven aan inzichten die de wereld een slag kantelen, en als kunstwerk zelf ook zo’n inzicht zijn voor anderen. Als de schrijver zijn epifanie onder woorden kan brengen, heeft hij de wereld voor een klein deel ontsloten en zijn lezers een handvat gegeven om zelf een epifanie te ondergaan. Dat is Prousts A la recherche in een notendop.

Epifanie en epilepsie: er zijn wetenschappelijke bewijzen dat de geest van de scheppende kunstenaar of wereldveranderende uitvinder gevaarlijk dicht bij die van de epilecticus staat. De eerste weet de epifanie te ondergaan en tegelijk op afstand te houden, bij de laatste neemt de fysieke reactie op de kortsluiting in de hersenen het volledig over. Dan heb je geen geluk, maar last. Dan ben je geen kunstenaar, maar idioot – geen schepper, maar vernietiger.

Er zijn te veel dingen om over na te denken.
Mijn hoofd stroomt over. Snel even aan mijn haar friemelen.

Epilepsie: wie heeft er geen last van?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *