Het echte leven? Een spelletje

spelletje

Hoe vaak zeggen mensen na de vakantie niet: ‘Zo. En nu weer terug naar het echte leven.’ Ik moet zeggen dat ik me er ook wel eens schuldig aan heb gemaakt. Het is een uitdrukking die behoort tot het standaardarsenaal van elke kantoorklerk. En standaarduitdrukkingen moet je altijd wantrouwend tegemoet treden. Is het als je erover nadenkt niet een heel gek onderscheid? Waarom zou werken het echte leven zijn en vakantie dus onecht, een nepleven?

Beeldende kunst, merkkleding, bekende persoonlijkheden: in de meeste gevallen is het ‘echte’ schaars en de overvloed nep, namaak. En juist bij het leven zou dat niet zo zijn? In die gevallen gaat het misschien vooral om producten en niet om processen. Echte kunst, echte Louis Vuitton, een echt, authentiek karakter: dat is een andere vorm van echtheid dan van het zogenaamde ‘echte leven’. Vaak genoeg zeg je ook als de tent eenmaal staat op de camping in Frankrijk of op de weide van Lowlands: ‘Dit is pas het echte leven!’ Verwarrend blijkbaar, die echtheid.

Soms, zeker na de vakantie, kijk ik naar mijn eigen leven alsof het een dom spelletje is waar iedereen aan meedoet. Dat is zeker niet het echte leven, niemand is zichzelf, het klerkenlijf lijkt niet meer te passen. Kijk naar die gespeelde ernst! Terwijl je achter alle grimassen onverschilligheid vermoedt. Zo’n onthechte staat maakt je pas écht ernstig. Werken is nep, denk je dan, namaak, imitatie, rollenspel. Het echte leven lijkt verder weg dan een dag of twee terug het verleden in.

Het kan beangstigend zijn om je zo los te koppelen. Voor je het weet ben je ook ontkoppeld van jezelf. Wie is die blonde actrice die zo slecht doet alsof ze mij is? Ben ik in een parallel universum beland? Het duizelt, alsof je de steentjes onder je voeten weg voelt schieten, wandelend langs de existentiële afgrond. Wacht eens, had Sartre het ook niet over het toneelspel van de conventies, de ober die een rol speelt áls ober, de verliefde jongeman die verliefd speelt en zijn object die haar preutse rol tot in de puntjes beheerst? Zij zijn ter kwader trouw en dus juist ónecht, niet authentiek. Het leven als een spel is de keerzijde van het echte leven.

Wacht, spelletjes zijn toch leuk? Als het leven een spel is, moet het daar dan niet juist leuker van worden en niet ellendiger? Zo lijkt het alsof het spel alleen maar negatief gedefinieerd is, als iets vals dat een afschaduwing is van het echte ideaal. Zoals een nep-Guccizonnebril van een echt exemplaar. Bijna als de schaduwen in Plato’s grot. Niet nodig. Het leven als een spel kan ook een neutrale beschrijving zijn, of zelfs iets positiefs.

Daar wilde ik meer over weten, maar het is een moeilijk gebied om je even in te verdiepen. Voor je het weet zit je tot in je nek in filosofen als Heidegger en Wittgenstein. In deze digitale era is het wel de moeite waard. Wie een goed boek weet over de verschillende filosofische kanten van het spel, laat het me weten. Wat alvast opvalt is dat alle definities van spel ook van toepassing zijn op het leven:

Het spel:
– is doelgericht – dat is het leven ook, we leven allemaal naar het einde toe;
– gaat volgens bepaalde regels – ook ons leven is vergeven van regels, die niet los staan van ons bestaan, maar daarin vanaf het begin zijn geïntegreerd, als in het pre-menselijke stadium;
– draait om beslissingen nemen – zelfs als je niet kiest, is dat een keuze (mijn motto);
– is interactief – alles in het leven draait om je verhouding met de ander, ook met jezelf;
– gaat om een raadsel dat moet worden opgelost of heeft de vorm van een conflict – het raadsel oplossen heeft te maken met je eigen ontwikkeling, het conflict met de interactiviteit;
– en natuurlijk is er de lol die je eraan wilt beleven, gecombineerd met de ernst waarmee het spel vaak gespeeld wordt.

Wikipedia vertelt verder dat Ludwig Wittgenstein zich weliswaar als eerste filosoof met het spel bezighield, maar er op uitkwam dat een definitie geven onmogelijk is. Zoveel verschillende activiteiten dragen kenmerken van het spel en noemen we ook spel, dat je spel eigenlijk niet kunt afbakenen. Dat is alvast een goede aanwijzing dat ‘spel’ dus ook gebruikt kan worden om het leven te beschrijven, zonder het meteen te veroordelen. Maar verder zegt het dus niets… Eerder had ik het al over grenzen die geslecht worden tussen dieren en mensen, nature en nurture. Is dit weer een grens om neer te halen? Wordt het allemaal niet te deconstructivistisch op die manier? Is dat niet uit de tijd?

Een citaat om mee af te sluiten. Stephen Linhart: ‘Mensen zeggen dat je moet kiezen tussen spelen of het echte leven. Ik denk dat de claim dat er een scheiding tussen die twee is erg gevaarlijk is.’ Gevaarlijk spel, dat is misschien wel het echte leven. Voor die andere vorm van het echte leven (op de camping) gebruik je gewoon lekker bijdetijds ‘du leven’. En het werken? Dat moet je niet mooier of lelijker maken dan het is. Dat is gewoon. Leven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *