Over de liefde – deel 1

Ik mocht op de summercourse van IPC een praatje houden over literatuur en filosofie in het dagelijks leven. Welk onderwerp spreekt dan meer tot de verbeelding dan de liefde? Vandaag deel 1, deel 2 over Marcel Proust en deel 3 over Søren Kierkegaard volgen.

What we talk about when we talk about love

Carver

Ging ik echt een praatje houden over de liefde? Ja. Maar – ben je dan een deskundige? Het spijt me zeer, maar nee, dat ben ik niet. Laat dat meteen duidelijk zijn. Liefde is simpelweg een onderwerp dat iedereen op de een of andere manier interesseert; en het is een populair onderwerp van alle schrijvers en lezers.

Ik zal een beetje filosofie combineren met een snufje literatuur om zo hardop na te denken over het gewone, alledaagse leven. Het zal niet te abstract worden, want het gaat er juist om het abstracte zo concreet mogelijk te maken.

Dus – ‘What we talk about when we talk about love’ – ik moet bekennen dat ik deze titel heb gestolen. Raymond Carver gaf hem aan een van zijn verhalen en ik heb dat verhaal niet eens gelezen. Hij schrijft: ‘It ought to make us feel ashamed when we talk like we know what we’re talking about when we talk about love.’ Met andere woorden: we weten niets over de liefde en als we doen alsof, houden we onszelf voor de gek.

Maar tegelijk ligt het antwoord hier al besloten: het is de titel van een verhaal en als we het hebben over liefde, vertellen we precies verhalen. We vertellen elkaar verhalen over liefde en bovendien gaan de meeste verhalen ook over liefde, al is het maar op een zijspoor.

LoveMug

Laat ik beginnen met iets grappigs, dat ook laat zien hoe het hele literatuur-en-filosofie-in-het-dagelijks-leven werkt. Ik ging op een uitje naar Kronborg in Helsingør, het kasteel waar Shakespeare’s Hamlet zich afspeelt. In de souvenirshop vond ik tussen alle andere Hamlet-parafernalia de Shakespearean Love Mug – een uit de kluiten gewassen koffiemok. Bezaaid met citaten van Shakespeare over, nou ja, liefde. Wat een toeval als je een lezing over de liefde moet voorbereiden! (Toeval zal nog vaker voorkomen, en ik geloof heilig in toeval, dus betekenisloosheid. Lees dit niet als een verkapt ‘het had zo moeten zijn’.) Ik schafte de mok aan, zodat ik voortaan mijn kop koffie ’s ochtends kan drinken, al peinzend over de liefde en over Shakespeare. Dat is nu echt literatuur in het alledaagse leven. Wie weet bedenk ik zelf wel een mooi citaat.

Ik ga het niet hebben over liefde op zich, want zoals gezegd ben ik niet echt deskundig. Eerder gaat het over het denken over liefde en hoe filosofie en literatuur daarbij behulpzaam kunnen zijn. Verhalen over liefde werken als een slijpsteen voor je eigen gedachten en het lezen en vertellen ervan kan helpen bij het vinden van een weg in het leven. (Hier ben ik diep van overtuigd.) Het zal gaan over de schrijver Marcel Proust (deel II) en over de filosoof Søren Kierkegaard (deel III). En tussendoor ook een beetje over mezelf. Laat ik het erop houden dat ik het dagelijks leven representeer.

ipc1996

Om erin te komen een kleine love story over mezelf. Het gaat immers om het vertellen van verhalen, persoonlijk en direct. Ik denk echt dat je alleen door het vertellen van je persoonlijke verhaal, zonder schaamte of terughoudendheid verder kan komen in het begrijpen van jezelf en de wereld. (Niet alles aan iedereen vertellen hoor!) De eerste keer dat ik op de International People’s College in Helsingør was (waar ik deze zomer weer terug was en dit praatje hield), die keer vijftien jaar geleden, was er ook een jongen en ik vond die jongen het einde. We werden verliefd en voor zo lang als het duurde (twee maanden) waren we gelukkig met elkaar. Tot het onafwendbare moment van afscheid.

We gingen ieder onze weg naar huis, in verschillende landen, zonder de bedoeling bij elkaar te blijven. (Om eerlijk te zijn, ik had die bedoeling wel, maar hij niet.) Hoe dan ook, we schreven brieven naar elkaar – dit verhaal speelt zich af in de tijd voor de e-mail – het waren neutrale brieven en geen liefdesbrieven. Toch ging ik hem die zomer opzoeken. Best spannend, want wie weet wat er zou gebeuren?

En wat gebeurde er? Nou, niet echt veel. Wat we ook hadden met elkaar, het was pfft weg. We brachten een paar aangename dagen met elkaar door en dat was het. Raar, niet? Eerst was ik ervan overtuigd dat ik zou ophouden te bestaan als de liefde ophield te bestaan en toen… ging het leven gewoon door.

Hoe was dat mogelijk? Ik had een vermoeden dat het iets te maken moest hebben met locatie. Die internationale school was een totaal andere wereld. Toen ik de jongen ging opzoeken, belandden we in de echte wereld, de wereld van alledag. Het was overduidelijk dat ik daar, in zijn alledaagse wereld, niet thuishoorde.

Merkwaardig. Liefde zou toch niet afhankelijk moeten zijn van zoiets banaals als de locatie? Moest liefde niet eeuwig zijn, onafhankelijk en onveranderlijk? Het zette me aan het denken over de liefde – niet voor de eerste en ook niet voor de laatste keer. En als ik iets wil weten of begrijpen, dan begin ik te lezen. Er zijn veel schrijvers geweest die mijn gedachten over de liefde hebben gevormd in de vijftien jaar die volgden, maar Marcel Proust is zeker een van de belangrijkste geweest. Life changing kan ik wel zeggen.

Morgen deel twee over Marcel Proust.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *