Over het gebrek aan decorum dat leven heet

Bamse_dromerig

1. Al meer dan vier maanden stond het aluminium busje met de as van Bamse te wachten op het finale afscheid. Bij het asbusje was een waarschuwing geleverd: deze was niet bestemd voor het bewaren van de as tot in de eeuwigheid, als je de as niet snel zou uitstrooien zou de bus gaan roesten. Begin oktober wist ik me er dan eindelijk toe te zetten. Een zonnige herfstochtend, toevallig werd ik al om acht uur wakker. Met de asbus in mijn tas liep ik naar het Amsterdam-Rijnkanaal.

Hoe doe je dat? As uitstrooien van een huisdier? Moet je daar dan iets bij zeggen of gebaren? Wat als ik zou gaan huilen? Er lopen langs het kanaal altijd mensen met honden, hoe vroeg het ook is. Bij de aangewezen plek, waar een zijtak in het kanaal uitkomt, liep ik van het pad af. Ik had me verkeken op de oever, die twee à drie meter lager ligt. Om de as in het water te strooien moet ik dus half en half naar beneden glijden, de asbus in één hand, de andere achter me in het dauwnatte gras. Schuin naar achteren hellend haal ik het zakje uit de bus en scheur het open. Op z’n kop schud ik het leeg, de as drijft weg op het water. Gelukkig is het windstil. Op handen en voeten, het asbusje heb ik al omhoog gegooid, klim ik weer naar boven. Dat was dat. Het gebrek aan decorum stoort me. Maar wat had ik dan verwacht?

2. Al meer dan zeveneneenhalf jaar geleden is het inmiddels dat we aan het bed van mijn vader stonden. We hebben een afspraak met de dood, het is woensdagmiddag 10 maart. De huisarts – hij die straks de dodelijke injectie gaat geven – is rood aangelopen, het zweet parelt op zijn voorhoofd. Dat is verontrustend, want hij kan zich geen fout veroorloven. Een trillende hand kán gewoon niet. Tegelijk stelt het ook gerust. Stel je voor dat het hem niets deed, het feit dat hij iemand ging doodmaken met instemming van alle aanwezigen.

Nadat het gebeurd is (vergeef me dat ik juist hier zo makkelijk overheen stap), schenken wij overgeblevenen beneden een glas rode wijn in. Dat is mooi, want plechtig. Er moet echter ook gegeten worden. Niet veel later sta ik bij de Chinees te wachten op de babi pangang en foe jong hai. Onderwijl haalt de begrafenisondernemer de dode op; weer terug van de Chinees is hij weg. Hoe kunnen al deze dingen op dezelfde dag gebeuren? Ik verwonder me er nog steeds over. Decorum en gebrek aan decorum, de ergernis die dat opwekt en de verwondering. En troost.

3. Eén keer is een jongen huilend aan mijn voeten gevallen, me min of meer zijn hart op een fluwelen kussen aanbiedend, zich overleverend aan mijn genade. Goed, dat kun je zien als een enorm verlies van decorum van zijn kant, maar het was als een scène uit een ridderroman – het toppunt van decorum waar we wel nooit meer bij in de buurt zullen komen. Of een scène uit een film, een hartverscheurende scène; de ontroering! de kwetsbaarheid! Ik vond het onverteerbaar. Zoveel ernst en overgave, dat trek ik niet. Waar was het gebrek aan decorum dat ik zo hard nodig had?

(Bij Julian Barnes (Alsof het voorbij is) las ik onlangs: ‘Ik heb een godsgruwelijke hekel aan die Engelse gewoonte om serieus zijn niet serieus te nemen. Daar heb ik echt een godsgruwelijke hekel aan.’ Maar degene die deze woorden uitspreekt, pleegt niet veel later zelfmoord.)

4. De dierenarts die Bamse de dodelijke injectie ging geven waardoor ze zou inslapen, had het steeds over ‘euthanasie plegen’. Ze zei precies dezelfde dingen als de huisarts zeven jaar terug. Ik wist niet of ik die twee gebeurtenissen met elkaar in verband mocht brengen, al was het maar in het binnenste van mijn gedachten. Je vader en je kat. Met de instemming van de aanwezigen. Ik hoop dat ik niet nogmaals word gevraagd te beslissen over leven en dood. Vooral omdat de juiste beslissing zo voor de hand liggend was in het zicht van het lijden.

Het was mooi en vredig. Soms moesten we lachen als Bamse toch weer een ademteug nam. Ze was nog steeds sterk, alleen geveld vanaf het middenrif. Bamse had in elk geval geen gebrek aan decorum, ze is altijd een aristocratisch poesje geweest. Toen het dan echt gedaan was, wist ik wel wat ging volgen. Langs de kassa en afrekenen.

5. Het is leven is misschien niet meer dan een opeenstapeling van gebrek aan decorum. Dat betekent niet dat we niet moeten proberen dat gebrek op te heffen. Misschien is het leven het voortdurend proberen het gebrek aan decorum op te heffen. En de dankbaarheid dat dat nooit helemaal lukt. En de troost die dat biedt.

(Of is dit alleen mijn leven?)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *