Op het tweede gezicht: Proust en de roman als ‘optisch instrument’ in De Nederlandse Boekengids

Eind 2018 had ik de eer een lezing te verzorgen voor de Proust-vereniging. Nu is de tekst gepubliceerd in De Nederlandse Boekengids, in een dossier getiteld Privacy by design.

Marcel Proust leert ons dat we ons ‘innerlijk boek’ moeten lezen. Nu we steeds meer (verloren) tijd online doorbrengen, laat ook de digitale wereld impressies achter in ons innerlijk. In haar essay over Proust en het internet onderzoekt Miriam Rasch hoe we onze online ervaringen met de roman als ‘optisch instrument’ kunnen ontcijferen.

Lees verder bij DNBG: Op het tweede gezicht: Proust en de roman als ‘optisch instrument’

Edit 25 mei: Nu ook op papier te lezen!

Wie het niet ziet moet beter kijken: brief aan Jan Hanlo

Voor de bijlage van De Groene ter gelegenheid van de Jan Hanlo Essayprijzen, schreef ik ‘terug’ aan de naamgever van de prijs die ik ooit zo gelukkig was te winnen.

Beste Jan,

Dank je wel voor de geruststelling. ‘Een verstandige vader’, zoals de titel luidt van de tekst die me toevallig onder ogen kwam, dat klinkt meteen al veilig en vertrouwd. Meer dan een verstandige vader heb je niet nodig. Het spreekt voor zich dat kinderen naar zo iemand luisteren, dat ook wij naar zo iemand zouden luisteren zodra we hem zouden horen spreken. “Wie het niet ziet moet beter kijken: brief aan Jan Hanlo” verder lezen

Schermwegen: over digitale literatuur

Voor de presentatie van de Literatuur op het scherm-projecten van het Letterenfonds en Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, schreef ik een essay over wat digitale literatuur literair maakt.

Handwerken kan ik niet en het is te koud om te tuinieren. Om weg te komen van alle schermen waag ik me aan een legpuzzel, even analoog als breinaald en snoeischaar. Het geeft een zen-achtige kalmte, is verslavend en volslagen nutteloos. Hoewel, ik kies niet voor niets een afbeelding van Van Gogh. Straks, als alle duizend stukjes passen, heb ik avondenlang met een kunstwerk doorgebracht. Elke verfstreek van ‘Landweg in de Provence bij nacht’ heb ik bestudeerd, ik kan vertellen over de verschillende hoeken waaronder die streken zijn gezet, waar ze dikker zijn en waar dunner, welke kleuren de boom in zich draagt, de velden, het huis, de weg en de maan. De gemiddelde museumbezoeker besteedt seconden aan een kunstwerk, ik heb er een dozijn uren op zitten.

Lees verder bij het Letterenfonds

Melancholie I van Jon Fosse: Rondzwemmen in een getroebleerd brein

Hij zou gelijk krijgen, Lars Hertervig, dat hij een van de beste schilders van zijn tijd was en dat alle anderen gewoonweg te stom waren om dat te zien, zoals hij steeds maar blijft herhalen in de lange litanie die Melancholie I is, de roman die Jon Fosse optekende uit het hoofd van de Noorse romantische landschapsschilder (vertaling Edith Koenders en Adriaan van der Hoeven). ‘Je hebt gelijk, Lars Hertervig, je zult gelijk krijgen, Lars Hattarvåg, Lars uit de baai met eilandjes die op hoeden lijken, je krijgt gelijk,’ wil je roepen, uit medelijden of ergernis of allebei tegelijk. Hij zou gelijk krijgen, maar het zelf niet meer meemaken.

Lees verder op Athenaeum: Rondzwemmen in een getroebleerd brein

Boeken 2018


Ik had er gewoon geen zin in, het tellen, categoriseren, ranken, vergelijken. Ik ben moe. Moe van het delen, van de show-off. Moe van Twitter. Moe van Facebook dat ik inmiddels definitief vaarwel heb gezegd. Moe van mensen die nog steeds op Instagram zitten en doen alsof dat edgy potentie heeft, terwijl je evengoed deelneemt aan de genocidale machine die Fakebook is. Maar ik heb evenzeer genoeg van de principiële highground als van het steeds weer moeten tentoonstellen van je belezenheid, van je in sync zijn, of juist niet, met de tijd, met de wereld. Het feit dat het je sociale leven niet ten goede komt als je niet van chatten houdt, stemt me treurig. De opluchting, desalniettemin, om na een korte terugkeer WhatsApp weer van mijn telefoon te verwijderen. Ik ben ook nog steeds moe van de fragmentatiebom die afging toen ik terugkwam na twee maanden in Meudon bij Parijs, het duurde even voor ik begreep dat die fragmentatiebom mijn normale leven was. Zo snel was ik gewend geraakt aan het monnikenbestaan tussen de kale witte muren van de Does. Ik las dit jaar veel meer dan gewoonlijk, dat komt door die twee maanden. Ik wil geen cijfers noemen, geen percentages, gemiddelden en puntenscores, zoals ik eerder deed. Ik wilde helemaal niets doen, geen jaaroverzicht, geen lijst. Na tien jaar stilletjes het moment laten passeren. Waarom dan toch? Nou, omdat goede boeken het verdienen om genoemd te worden. Als het ze maar één lezer meer oplevert, dan is het doel bereikt.

Helen DeWitt – Some Trick
In Rekto:verso verscheen dit voorjaar mijn essay over chatbots, vertaalcomputers en The Last Samurai van Helen DeWitt, een van mijn favoriete boeken ooit. Op mijn verjaardag (ja, ik hou van die getallensymboliek) verscheen haar nieuwe boek, de verhalenbundel Some Trick. Ik wilde hem meenemen naar Parijs, maar hij was moeilijk te krijgen, bestellen duurde lang (dit is reden genoeg om dit allemaal nog op te schrijven, want de boeken van Helen DeWitt moeten makkelijker verkrijgbaar worden), dus uiteindelijk las ik de bundel pas onlangs, op mijn telefoon in een netjes aangeschafte iBooks-versie (dit is belangrijk om te vermelden, zoals je zult begrijpen als je je verdiept in DeWitt en haar moeilijke leefomstandigheden). Een kleine obsessie volgde, net als na het lezen van The Last Samurai en na het voor de tweede keer lezen van The Last Samurai. Deze briljante, getroebleerde, stronteigenwijze, immer non-conformistische nerd van een vrouw is niet het voorbeeldfiguur dat je jonge meisjes zou voorhouden. Maar ze is wel zoiets aan het worden voor mij.

Yukio Mishima – Thirst for Love
Over verhalen gesproken. Niet over spreken.

Maggie Nelson – The Red Parts
Ik las dit jaar denk ik drie boeken van Maggie Nelson, omdat ik me aangetrokken voel door haar vormexperimenten. Essay, poëzie, autobiografie, reportage: het loopt allemaal door elkaar heen. Ik hou van genreoverschrijdend of -doorbrekend werk. Maar toch schiet Nelson voor mij steeds net te kort. Waarom, dat weet ik niet precies. Het is te pontificaal of zo, misschien ook iets te zelf-feliciterend. Te Amerikaans in die zin. The Red Parts vond ik vooralsnog het beste dat ik las. En ondanks mijn voorbehoud zal ik een nieuwe titel ook weer met nieuwsgierigheid, misschien zelfs gretigheid, oppakken.

Roland Barthes – The Neutral
Wat een fantastisch werk, zowel in opzet als in inhoud. Het is alsof Barthes in mijn geboortejaar onderzocht wat schrijvers als DeWitt en Nelson (en ikzelf) nu nog steeds proberen in de praktijk te brengen: het niet-dwingende schrijven dat uitdrukking geeft aan het tertium – de uitgesloten derde – het incorporeren van willekeur en toeval in het universum van de almachtige auteur, het aarzelen en zoeken en tegelijkertijd zonder schaamte een omgevallen boekenkast durven zijn. (NB: Ik las in Parijs ook een ander boekje van Barthes, Parijse nachten. Dit kan iedereen met gerust hart overslaan. Sterker nog, laten we doen alsof het nooit verscheen.)

Mireile Gansel – Translation as Transhumance
Misschien wel het mooiste wat ik las, dit kleine boekje (ik hou sowieso meer van kleine boeken dan van dikke) met herinneringen van een vertaalster die zich een leven lang heeft bewogen tussen het Duits, Vietnamees en moedertaal Frans. Transhumance is de beweging van de kudden die over de weiden worden gevoerd van de berg naar het dal, een langzame, bedachtzame, eeuwenoude beweging van mens en dier samen – een beweging zoals het leren van een taal, het vertalen van poëzie. Wat Gansel schrijft over taal en identiteit, poëzie als uitdrukking van het uitdrukkingsloze (lijden), over het doordringen van een cultuur zo anders, zo vreemd, zo onderdrukt en tegelijk vrij als de Vietnamese, heeft me tot tranen geroerd. ‘I remember clearly how, one morning as the snows were melting, as I sat at the ancient table beneath the blackened beams, it suddenly dawned on me that the stranger was not the other, it was me. I was the one who had everything to learn.’

Opvallend, trouwens, dat al deze titels in het Engels zijn. De meeste zijn vertalingen uiteraard (Mishima, Barthes, Gansel). Het is tegelijk vreselijk (ik had graag een boek in mijn eigen taal genoemd) en prachtig (een groot deel van de wereld ligt open via het Engels). Wie mij kent weet dat ik graag ageer tegen de dominantie van het Engels en dat ik me kapot kan ergeren aan de voorspelbare voorkeur die in de (Nederlandse) literaire wereld heerst voor Amerikaanse auteurs. En dan niet voor iemand als Helen DeWitt! Ik ga me hierop beraden. Misschien moet ik het maar gewoon accepteren in het jaar dat ook mijn eigen Engelse boekje verscheen (toch nog een verkooppraatje).

Échappement: twee maanden in het Van Doesburghuis

‘Er is ook een piano (merk Sellier) aanwezig.’

De tijd dat ik met regelmaat pianospeelde ligt al meer dan tien jaar achter me. Soms mis ik het, de samenkomst van lichaam en geest waar het om vraagt en de vergetelheid die die samenkomst je even kan geven. Ik besloot wat van mijn oude bladmuziek mee te nemen naar het Van Doesburghuis, waar ik twee maanden zou verblijven. Dat moest genoeg tijd zijn om weer wat oefening te krijgen en het zou een goede manier zijn om de gedachten te verzetten tussen het schrijven door. Een van de laatste stukken die ik had gespeeld was ‘Clair de lune’ van Débussy. Romantisch en ook supermodern – passend, daarom, bij een residentie in de atelierwoning.

Lees verder bij het Letterenfonds: Échappement

Mens vs. machine, een avonturenverhaal over vertaalmachines, The Last Samurai van Helen DeWitt en poëzie (in rekto:verso)

Helen DeWitt

Technologie mag de mens steeds verder in een hoek duwen, met slimme apparaten en robots die ons werk overnemen. Maar wij hebben taal, hét teken van onze superioriteit over de rest van de wereld. Daarom is het best schrikken als machines zelf een taal ontwikkelen. Ziedaar onze ultieme kwetsbaarheid: in talige intelligentie voorbijgestoken worden door computers. Of geven we ons te snel gewonnen?

Lees verder op rekto:verso: Mens vs. machine, een avonturenverhaal

De technodicee, de grap en de vriendschap. Recensie van Kracht van Jonas Lüscher

Zoals de theodicee de vraag stelt hoe het bestaan van God en dat van het kwaad in de wereld samen kunnen gaan, zo vraagt de technodicee hoe het kan dat er nog steeds kwaad is in een door technologie gedreven wereld. Het is die vraag die Richard Kracht probeert te beantwoorden in de roman Kracht van de Zwitser Jonas Lüscher (vertaling Gerrit Bussink). Om rustig te kunnen schrijven laat hij vrouw en kinderen achter in Tübingen in Duitsland en reist af naar het hol van de leeuw, Silicon Valley.

Lees verder op Athenaeum: De technodicee, de grap en de vriendschap

Out now: Shadowbook, Writing Through the Digital 2014-2018

I’m pleased to announce my very own INC publication, which is a collection of five translations into English of essays written in the past years, and one new piece I wrote especially for this booklet. Shadowbook: Writing Through the Digital 2014-2018 was published and printed thanks to a grant from the Dutch Literature Foundation and the Van Doesburghuis. Its realisation marks my upcoming stay in the Van Doesburghuis this summer.

About the book: What happens to our everyday language in the digital sphere? How does ‘the post-digital condition’ change the world in which we think about ourselves and talk to one another? In Shadowbook: Writing Through the Digital 2014-2018, Miriam Rasch investigates these questions in five experimental essays and one exposition. From the way the smartphone molds the language of desire and friendship to the possibilities of writing a ‘spreadsheet novel’ – Shadowbook is a testimony to post-digital writing by way of writing. It salutes both the beauty of the web and what hides in the shadows. Even in the bright and shiny sphere of the digital, the dark side is never far off.

With a foreword by Maria Fusco.

Shadowbook is freely downloadable in PDF and EPUB format and has a small print run of 300 copies. Order your copy here, free of charge and with free shipping. On the INC website there is also the possibility to make a donation – this of course would be highly appreciated. All donations will go to a next print run or publication project.

Go!