Slechtskijken, verder niets

‘Wanneer ik langdurig naar een vast punt op de muur staar, kan het gebeuren dat ik niet meer weet wie of waar ik ben.’

Max Blecher, Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid

***

Het toeval wil dat tussen de West-Kruiskade en de Nieuwe Binnenweg in het oude westen van Rotterdam twee mensen een voordeur delen die beiden zeggen dat zij voorgoed zijn veranderd door het lezen van de zeven delen van Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust.

De onderbuurman zegt: ‘Proust heeft mij voorgoed veranderd, want ik kijk nu anders naar de wereld.’

De bovenbuurvrouw zegt, iets minder eloquent: ‘Proust heeft mij voorgoed veranderd, want toen ik het uit had heb ik mijn leven overhoop gegooid.’

Als de onderbuurman aan de bovenbuurvrouw uitlegt dat ‘Proust’ voor hem gaat over waarneming, begrijpt zij dat dat voor haar ook opgaat. Het overhoop gooien van haar leven volgde namelijk op het inzicht dat haar waarneming ván dat leven al die tijd verstoord was geweest. De onderbuurman, die iets ouder is dan de bovenbuurvrouw, vond het blijkbaar niet nodig om zijn leven naar aanleiding van het uitlezen van Op zoek naar de verloren tijd overhoop te gooien.

“Slechtskijken, verder niets” verder lezen

Tegen transparantie

‘Why do I feel there is a secret I carry in my body like an embryo, speechless and unformed, beyond knowing?’

Siri Hustvedt, The Blazing World

Stel dat je iemand, gewoon zomaar iemand, een camera om de nek hangt. Ze leeft haar leven, beweegt zich door de wereld, ontmoet vrienden en vreemden. De camera legt alles vast. Zal zij op den duur geen geheimen meer hebben? Er is bewijs van waar ze is en met wie, van wat ze zegt en hoort. Haar gedrag wordt transparant. Ze zal niet meer kunnen liegen over wat ze doet en heeft gedaan (al kan ze nog wel bedriegen). De video-opname van al haar bewegingen en gesprekken zal, mits lang genoeg gecontinueerd, een onbetwistbaar beeld geven van wie zij is. Of niet?

“Tegen transparantie” verder lezen

Een berg van data

         1.

9 februari 1998 was een maandag. Ik herinner me die dag nog goed; hoe ik ’s middags in mijn lichtsuède jas de straat uit liep – de Lange Nieuwstraat in Utrecht, sinds kort míjn straat – om boodschappen te doen. Bij de Albert Heijn op de Twijnstraat werd ik opgewacht door een medewerker achter een statafel. Of ik niet iets nieuws wilde proberen, een makkelijke manier om korting te krijgen op boodschappen. Dat wilde ik wel. Ik woonde net een paar maanden op mezelf en probeerde zo goed en zo kwaad als het ging met 850 gulden per maand een huishouden te voeren. Ik kocht alleen het hoognodige plus snoep. Met mijn mandje liep ik dagelijks door de winkel te hoofdrekenen om bij de kassa niet voor verrassingen te staan.

“Een berg van data” verder lezen

De overvloed van Annie Dillard – recensie Athenaeum

Schrijven is kijken. Als je maar lang genoeg kijkt, komt er misschien iets van het mysterie in beeld. Schrijven is dat wat je ziet te boek stellen. De overvloed vastleggen, naar de titel van de verzameling essays van Annie Dillard (The Abundance, vertaald door Henny Corver), waarin de lezer deelgenoot wordt gemaakt van dat mysterie van het kijken. Analytische scherpte en extatische overgave gaan daarbij samen op.

Lees verder op Athenaeum: Het zesde zintuig van Annie Dillard

Frictie: Ethiek in tijden van dataïsme – online presentatie 6 mei 2020

Wees welkom bij de feestelijke online launch van Frictie: Ethiek in tijden van dataïsme op 6 mei 2020 om 17.00 uur. Ik ga in gesprek met Nikki Dekker en Dirk Vis over de vraag wat niet in data te vertalen is, onder de bezielende begeleiding van DIGIDOPAMINE (Harm Hofmans en Nadine Roestenburg). Luister, denk, chat en proost mee!

Bestel alvast een exemplaar bij de lokale boekhandel, bijvoorbeeld Athenaeum. Rotterdammers kunnen een gesigneerd exemplaar reserveren bij Van Gennep en dat ophalen of per fiets laten bezorgen. In de tussentijd luister je hier naar de bijbehorende Spotify-playlist en lees je hier een fragment 🙂

(Wees gerust, het boek is niet zo dik als het plaatje doet vermoeden.)

Mijn strijd, een lezing – Essay in Jongens waren we

Ik mocht weer over Karl Ove Knausgård schrijven en dat is altijd een genoegen. Ditmaal is het een essay geworden over de verbeelding van mannelijkheid in Mijn strijd, geschreven voor de bundel Jongens waren we: De problematische sekse in de literatuur. Het boek, onder redactie van niemand minder dan Jan Postma, verscheen bij Das Mag en bevat ook stukken van Marja Pruis, Maxim Februari, Joost de Vries, Maarten van der Graaff, Saskia Pieterse en natuurlijk Postma zelf. Kortom: allemaal mensen die zelden tot nooit – nee gewoon nooit – teleurstellen.

Hieronder een sneak preview van ‘Mijn strijd, een lezing’. Bestel het boek bij de echte boekwinkel, bijvoorbeeld bij Athenaeum.

De automatisering de-automatiseren

[Available in English on the website of the INC]

Bijdrage aan de Spui25-bijeenkomst De roman en het geschreven woord in tijden van technologisering, ter gelegenheid van de verschijning van Maxim Februari’s laatste boek De onbetrouwbare verteller. (Meer van dit in mijn nieuwe boek Frictie: Ethiek in tijden van dataïsme, dat in mei 2020 verschijnt bij De Bezige Bij.)

‘See, in spite of all this omnipresent law enforcement, because we want to hear and taste and smell and feel, we can’t go very long without trying to talk about some art.’ Fred Moten

Ik wil beginnen met een vraag, om de stemming er een beetje in te krijgen. Antwoord er gewoon in gedachte op, het is misschien niet iets om meteen te delen. Wie is er zeker van dat zijn beroep in de komende jaren blijft bestaan en niet wordt weg-geautomatiseerd? Wie ziet zichzelf als bestand tegen robotisering en algoritmisering? Schrijvers? Docenten? Sorry, ik moet u teleurstellen. Ook rechters, artsen en chauffeurs zullen het zwaar hebben, en muzikanten en kunstenaars. Allen zullen uit de markt geconcurreerd worden door robots. Hebben we eindelijk tijd over om te lezen! Als we dat dan nog kunnen. “De automatisering de-automatiseren” verder lezen

Susan Sontag: bovenmenselijk én tragisch. Over de biografie van Benjamin Moser

Al enkele maanden voor verschijnen wist Benjamin Mosers Sontag. Haar leven en werk (vertaald door Lidwien Biekmann en Koos Mebius) aandacht te genereren, met zo’n geruchtmakende onthulling die een biografie tegenwoordig verplicht lijkt te bevatten. Niet Philip Rieff, zo heet het, schreef Freud: The Mind of the Moralist, maar Susan Sontag, Rieffs voormalige-studente-inmiddels-echtgenote, die dus als jonge moeder van in de twintig in zijn naam zat te buffelen op een vernieuwende Freud-interpretatie. Het is een onthulling die Sontag geen recht doet, en Mosers werk ook niet.

Lees verder op Athenaeum: Susan Sontag: bovenmenselijk én tragisch

Op het tweede gezicht: Proust en de roman als ‘optisch instrument’ in De Nederlandse Boekengids

Eind 2018 had ik de eer een lezing te verzorgen voor de Proust-vereniging. Nu is de tekst gepubliceerd in De Nederlandse Boekengids, in een dossier getiteld Privacy by design.

Marcel Proust leert ons dat we ons ‘innerlijk boek’ moeten lezen. Nu we steeds meer (verloren) tijd online doorbrengen, laat ook de digitale wereld impressies achter in ons innerlijk. In haar essay over Proust en het internet onderzoekt Miriam Rasch hoe we onze online ervaringen met de roman als ‘optisch instrument’ kunnen ontcijferen.

Lees verder bij DNBG: Op het tweede gezicht: Proust en de roman als ‘optisch instrument’

Edit 25 mei: Nu ook op papier te lezen!