Melancholie I van Jon Fosse: Rondzwemmen in een getroebleerd brein

Hij zou gelijk krijgen, Lars Hertervig, dat hij een van de beste schilders van zijn tijd was en dat alle anderen gewoonweg te stom waren om dat te zien, zoals hij steeds maar blijft herhalen in de lange litanie die Melancholie I is, de roman die Jon Fosse optekende uit het hoofd van de Noorse romantische landschapsschilder (vertaling Edith Koenders en Adriaan van der Hoeven). ‘Je hebt gelijk, Lars Hertervig, je zult gelijk krijgen, Lars Hattarvåg, Lars uit de baai met eilandjes die op hoeden lijken, je krijgt gelijk,’ wil je roepen, uit medelijden of ergernis of allebei tegelijk. Hij zou gelijk krijgen, maar het zelf niet meer meemaken.

Lees verder op Athenaeum: Rondzwemmen in een getroebleerd brein

Boeken 2018


Ik had er gewoon geen zin in, het tellen, categoriseren, ranken, vergelijken. Ik ben moe. Moe van het delen, van de show-off. Moe van Twitter. Moe van Facebook dat ik inmiddels definitief vaarwel heb gezegd. Moe van mensen die nog steeds op Instagram zitten en doen alsof dat edgy potentie heeft, terwijl je evengoed deelneemt aan de genocidale machine die Fakebook is. Maar ik heb evenzeer genoeg van de principiële highground als van het steeds weer moeten tentoonstellen van je belezenheid, van je in sync zijn, of juist niet, met de tijd, met de wereld. Het feit dat het je sociale leven niet ten goede komt als je niet van chatten houdt, stemt me treurig. De opluchting, desalniettemin, om na een korte terugkeer WhatsApp weer van mijn telefoon te verwijderen. Ik ben ook nog steeds moe van de fragmentatiebom die afging toen ik terugkwam na twee maanden in Meudon bij Parijs, het duurde even voor ik begreep dat die fragmentatiebom mijn normale leven was. Zo snel was ik gewend geraakt aan het monnikenbestaan tussen de kale witte muren van de Does. Ik las dit jaar veel meer dan gewoonlijk, dat komt door die twee maanden. Ik wil geen cijfers noemen, geen percentages, gemiddelden en puntenscores, zoals ik eerder deed. Ik wilde helemaal niets doen, geen jaaroverzicht, geen lijst. Na tien jaar stilletjes het moment laten passeren. Waarom dan toch? Nou, omdat goede boeken het verdienen om genoemd te worden. Als het ze maar één lezer meer oplevert, dan is het doel bereikt.

Helen DeWitt – Some Trick
In Rekto:verso verscheen dit voorjaar mijn essay over chatbots, vertaalcomputers en The Last Samurai van Helen DeWitt, een van mijn favoriete boeken ooit. Op mijn verjaardag (ja, ik hou van die getallensymboliek) verscheen haar nieuwe boek, de verhalenbundel Some Trick. Ik wilde hem meenemen naar Parijs, maar hij was moeilijk te krijgen, bestellen duurde lang (dit is reden genoeg om dit allemaal nog op te schrijven, want de boeken van Helen DeWitt moeten makkelijker verkrijgbaar worden), dus uiteindelijk las ik de bundel pas onlangs, op mijn telefoon in een netjes aangeschafte iBooks-versie (dit is belangrijk om te vermelden, zoals je zult begrijpen als je je verdiept in DeWitt en haar moeilijke leefomstandigheden). Een kleine obsessie volgde, net als na het lezen van The Last Samurai en na het voor de tweede keer lezen van The Last Samurai. Deze briljante, getroebleerde, stronteigenwijze, immer non-conformistische nerd van een vrouw is niet het voorbeeldfiguur dat je jonge meisjes zou voorhouden. Maar ze is wel zoiets aan het worden voor mij.

Yukio Mishima – Thirst for Love
Over verhalen gesproken. Niet over spreken.

Maggie Nelson – The Red Parts
Ik las dit jaar denk ik drie boeken van Maggie Nelson, omdat ik me aangetrokken voel door haar vormexperimenten. Essay, poëzie, autobiografie, reportage: het loopt allemaal door elkaar heen. Ik hou van genreoverschrijdend of -doorbrekend werk. Maar toch schiet Nelson voor mij steeds net te kort. Waarom, dat weet ik niet precies. Het is te pontificaal of zo, misschien ook iets te zelf-feliciterend. Te Amerikaans in die zin. The Red Parts vond ik vooralsnog het beste dat ik las. En ondanks mijn voorbehoud zal ik een nieuwe titel ook weer met nieuwsgierigheid, misschien zelfs gretigheid, oppakken.

Roland Barthes – The Neutral
Wat een fantastisch werk, zowel in opzet als in inhoud. Het is alsof Barthes in mijn geboortejaar onderzocht wat schrijvers als DeWitt en Nelson (en ikzelf) nu nog steeds proberen in de praktijk te brengen: het niet-dwingende schrijven dat uitdrukking geeft aan het tertium – de uitgesloten derde – het incorporeren van willekeur en toeval in het universum van de almachtige auteur, het aarzelen en zoeken en tegelijkertijd zonder schaamte een omgevallen boekenkast durven zijn. (NB: Ik las in Parijs ook een ander boekje van Barthes, Parijse nachten. Dit kan iedereen met gerust hart overslaan. Sterker nog, laten we doen alsof het nooit verscheen.)

Mireile Gansel – Translation as Transhumance
Misschien wel het mooiste wat ik las, dit kleine boekje (ik hou sowieso meer van kleine boeken dan van dikke) met herinneringen van een vertaalster die zich een leven lang heeft bewogen tussen het Duits, Vietnamees en moedertaal Frans. Transhumance is de beweging van de kudden die over de weiden worden gevoerd van de berg naar het dal, een langzame, bedachtzame, eeuwenoude beweging van mens en dier samen – een beweging zoals het leren van een taal, het vertalen van poëzie. Wat Gansel schrijft over taal en identiteit, poëzie als uitdrukking van het uitdrukkingsloze (lijden), over het doordringen van een cultuur zo anders, zo vreemd, zo onderdrukt en tegelijk vrij als de Vietnamese, heeft me tot tranen geroerd. ‘I remember clearly how, one morning as the snows were melting, as I sat at the ancient table beneath the blackened beams, it suddenly dawned on me that the stranger was not the other, it was me. I was the one who had everything to learn.’

Opvallend, trouwens, dat al deze titels in het Engels zijn. De meeste zijn vertalingen uiteraard (Mishima, Barthes, Gansel). Het is tegelijk vreselijk (ik had graag een boek in mijn eigen taal genoemd) en prachtig (een groot deel van de wereld ligt open via het Engels). Wie mij kent weet dat ik graag ageer tegen de dominantie van het Engels en dat ik me kapot kan ergeren aan de voorspelbare voorkeur die in de (Nederlandse) literaire wereld heerst voor Amerikaanse auteurs. En dan niet voor iemand als Helen DeWitt! Ik ga me hierop beraden. Misschien moet ik het maar gewoon accepteren in het jaar dat ook mijn eigen Engelse boekje verscheen (toch nog een verkooppraatje).

Échappement: twee maanden in het Van Doesburghuis

‘Er is ook een piano (merk Sellier) aanwezig.’

De tijd dat ik met regelmaat pianospeelde ligt al meer dan tien jaar achter me. Soms mis ik het, de samenkomst van lichaam en geest waar het om vraagt en de vergetelheid die die samenkomst je even kan geven. Ik besloot wat van mijn oude bladmuziek mee te nemen naar het Van Doesburghuis, waar ik twee maanden zou verblijven. Dat moest genoeg tijd zijn om weer wat oefening te krijgen en het zou een goede manier zijn om de gedachten te verzetten tussen het schrijven door. Een van de laatste stukken die ik had gespeeld was ‘Clair de lune’ van Débussy. Romantisch en ook supermodern – passend, daarom, bij een residentie in de atelierwoning.

Lees verder bij het Letterenfonds: Échappement

Mens vs. machine, een avonturenverhaal over vertaalmachines, The Last Samurai van Helen DeWitt en poëzie (in rekto:verso)

Helen DeWitt

Technologie mag de mens steeds verder in een hoek duwen, met slimme apparaten en robots die ons werk overnemen. Maar wij hebben taal, hét teken van onze superioriteit over de rest van de wereld. Daarom is het best schrikken als machines zelf een taal ontwikkelen. Ziedaar onze ultieme kwetsbaarheid: in talige intelligentie voorbijgestoken worden door computers. Of geven we ons te snel gewonnen?

Lees verder op rekto:verso: Mens vs. machine, een avonturenverhaal

De technodicee, de grap en de vriendschap. Recensie van Kracht van Jonas Lüscher

Zoals de theodicee de vraag stelt hoe het bestaan van God en dat van het kwaad in de wereld samen kunnen gaan, zo vraagt de technodicee hoe het kan dat er nog steeds kwaad is in een door technologie gedreven wereld. Het is die vraag die Richard Kracht probeert te beantwoorden in de roman Kracht van de Zwitser Jonas Lüscher (vertaling Gerrit Bussink). Om rustig te kunnen schrijven laat hij vrouw en kinderen achter in Tübingen in Duitsland en reist af naar het hol van de leeuw, Silicon Valley.

Lees verder op Athenaeum: De technodicee, de grap en de vriendschap

Out now: Shadowbook, Writing Through the Digital 2014-2018

I’m pleased to announce my very own INC publication, which is a collection of five translations into English of essays written in the past years, and one new piece I wrote especially for this booklet. Shadowbook: Writing Through the Digital 2014-2018 was published and printed thanks to a grant from the Dutch Literature Foundation and the Van Doesburghuis. Its realisation marks my upcoming stay in the Van Doesburghuis this summer.

About the book: What happens to our everyday language in the digital sphere? How does ‘the post-digital condition’ change the world in which we think about ourselves and talk to one another? In Shadowbook: Writing Through the Digital 2014-2018, Miriam Rasch investigates these questions in five experimental essays and one exposition. From the way the smartphone molds the language of desire and friendship to the possibilities of writing a ‘spreadsheet novel’ – Shadowbook is a testimony to post-digital writing by way of writing. It salutes both the beauty of the web and what hides in the shadows. Even in the bright and shiny sphere of the digital, the dark side is never far off.

With a foreword by Maria Fusco.

Shadowbook is freely downloadable in PDF and EPUB format and has a small print run of 300 copies. Order your copy here, free of charge and with free shipping. On the INC website there is also the possibility to make a donation – this of course would be highly appreciated. All donations will go to a next print run or publication project.

Go!

Recensietweeluik: Ali Smith – Herfst en Winter

De eerste zin van Ali Smiths roman Autumn zet meteen de toon: ‘It was the worst of times, it was the worst of times.’ De opening van opvolger Winter liegt er ook niet om: ‘God was dead: to begin with.’ Behalve God is al het andere ook dood: romantiek, literatuur, het boek, jazz, geschiedenis, politiek en het internet, om maar een paar van de slachtoffers te noemen die Ali Smith op de eerste bladzijden in een litanie van de dood memoreert. Hoe te leven in zulke tijden van verschrikking, hoe de barre herfst en winter te doorstaan?

Lees verder op Athenaeum: Er is een alternatief

En nu ook online, de recensie van Winter:

God is dood, stelt de opening van Winter – en de hoop trouwens ook. Brexit was als plaag nog niet erg genoeg, de verkiezing van Trump moest er ook nog overheen. En aangezien God dood is, hebben we het ook nog eens allemaal aan onszelf te danken. Net als in Autumn onderzoekt Ali Smith in Winter het potentieel van de menselijke verbeeldingskracht om in de kou van een gepolariseerde samenleving nog enige warmte te vinden.

Verder lezen op Athenaeum: Het verhaal is de held

De Keldercast (de literaire podcast waar ik deel van uitmaakte in de tijd dat mensen nog niet naar podcasts luisterden) besteedde ooit een aflevering aan Ali Smiths How To Be Both, check ‘m hier: Keldercast #7

2017: mijn jaar in boeken, jubileumeditie

 

 

 

 

 

 

 

Dit is het tiende overzicht van mijn boekenjaar dat ik hier presenteer #jubilee (zie: 2008, 2009, 2010, 2011, 2012, 2013, 2014, 2015, 2016). Die kwantificeringsdrang mag misschien opmerkelijk lijken voor iemand die zich steeds meer met anti-kwantificatiedenken bezighoudt (kortweg: antikwanti). Maar zoals ik elders al betoogde, is voor zinvolle kritiek op het hysterische datageloof een simultane liefde voor het getal misschien wel noodzakelijk. Daar gaan we.

Dit jaar heb ik 47 boeken gelezen, min of meer: zes daarvan las ik voor het grootste gedeelte, waarvan ik er maar twee onbevredigd voor het einde heb weggelegd. (Ik heb wel meer boeken niet uitgelezen, maar die staan  niet op de lijst.)

De helft van de boeken komt uit 2017. Tja, steeds weer heb ik het voornemen om ‘zoals vroeger’ ook weer veel klassiekers te lezen, maar het komt er niet van. Werk, nieuwsgierigheid, en ja, ook de beschikbaarheid ervan als recensent, zorgen ervoor dat ik juist steeds meer actuele en hedendaagse boeken lees. Voor de komende vakantie heb ik wat oudere romans klaargelegd, want het bevalt altijd goed om iets uit een andere tijd te lezen, zelfs als het boek eigenlijk tegenvalt.

Ook een helft: filosofie en essays. En een derde, wat veel is voor mij: Nederlandstalig.

Mijn waardering was genereus dit jaar, wat ik dan maar opvat als teken dat ik ondanks die druk om actueel te lezen goed weet te kiezen. Gemiddeld een 3,77 (uit vijf)! Het hoogste ooit behaald? Zou zomaar kunnen. Nu bedenk ik me wel dat Bookpedia sinds een laatste update ook halve sterren accepteert, dus het kan zijn dat ik daardoor vaker een 3,5 of zelfs 4,5 heb gegeven, waar dat eerder een 3 of 4 was geworden.

Oké, namen en rugnummers.

Omdat ik relatief veel Nederlandse romans las, wil ik allereerst de twee dichterdebuten noemen: Wormen en engelen van Maarten van der Graaff en Het tegenovergestelde van een mens van Lieke Marsman. Beide bijzondere boeken met een geheel eigen thematiek (religie en klimaat) en die bovendien op papier zoeken naar nieuwe vormen. Daar houd ik van. Klont van Maxim Februari is een roman over data en kwantificering die grappig en multi-interpretabel is, ga er maar aan staan. Ook een eigen thematiek en ook een vorm als disruptie, om in de wereld van de internetgoeroes te blijven. Over die vorm denk ik nog steeds na, ooit zal ik er misschien iets over schrijven.

Er waren ook goede Nederlandse essays, zoals van Marja Pruis (Genoeg nu over mij is grappig en ontroerend en vrouwelijk zoals het hoort en misschien wel het beste boek dat ik las dit jaar; in elk geval het boek dat ik het vaakst heb aangeraden) en het debuut van Bier met Boeken-genoot Jan Postma (maar ik vind eigenlijk dat je geen boeken kunt noemen waar je iets mee van doen hebt gehad, ah, kijk, nu heb ik het toch gedaan, Vroege werken dus). (Had ik mijn eigen essayboek al genoemd? Nee, dat kan ook niet, maar zie vooral hier – waar? – hier, maar ook hier!!!)

De grote verrassing was voor mij dit jaar het filosofische essay van Kris Pint, De wilde tuin van de verbeelding, dat helaas te weinig aandacht heeft gekregen (ik schreef erover voor De Groene).

Een andere donderslag bij heldere hemel kreeg ik van Eugene Thackers In the Dust of this Planet – wat een fenomenaal werk! En er zijn nog twee delen (die ik nog moet lezen). Het is van 2011, maar who cares. Het is filosofie die uit de diepste diepten van mystiek, kennisleer, middeleeuwse horror en Kantiaanse kritieken allerlei bizarreriën opdiept – maar pertinente bizarreriën – en die combineert met contemporaine OOO en existentiële klimaatangst, enzovoorts en zo verder, en je verbluft achterlaat.

Heb ik nu echt maar één niet-Nederlands werk genoemd? Zo’n jaar was het blijkbaar. Vooruit, dan gooi ik er nog een tip in voor de koude wintermaanden: Het licht van Torgny Lindgren. Uit 1987. Want zomaar een boek lezen uit een andere tijd en een andere taal, dat MOET.

Verschenen: 40, Een fictief smartphone-essay over vriendschap – download gratis of t.e.a.b.

In samenwerking met De Internet Gids – online pendant van Nederlands oudste literaire tijdschrift – is het experimentele e-boekje 40 verschenen. Een fictief essay, speciaal geschreven om gelezen te worden op de smartphone.

Het is de derde editie in de reeks DIG Cahiers, die bestaat uit nieuwe, literaire publicaties van Nederlandse bodem. Ieder werk is rond de 40 pagina’s lang en te lezen gedurende een enkele treinreis of in de rij op het vliegveld. De mogelijkheden van dit nieuwe (digitale) publicatieplatform worden zowel literair als visueel en auditief onderzocht.

Ook met het verdienmodel wordt geëxperimenteerd: de e-boeken worden aangeboden met ‘pay what you want’. Van iedere binnenkomende euro gaat 50 cent naar de auteur. Van de andere 50 cent worden de coverontwerper, typograaf, webbouwer, webhost, corrector en redacteur betaald. De richtprijs is €3,99 maar de publicatie is ook voor €0,00 te downloaden.

40: Een fictief smartphone-essay over vriendschap leidt je binnen in het hoofd en in de telefoon – is er eigenlijk een verschil? – van iemand die probeert te begrijpen hoe vriendschappen ontstaan en schrikbarend genoeg ook weer verdwijnen. Vrienden maken lijkt iets vanzelfsprekends, zeker in tijden van sociale media. Het vanzelfsprekende is echter altijd in potentie hartverscheurend. ‘Dit is niet het verhaal van die vriendschap. Het is het verhaal van alle anderen.’

Lees ook De Grote Internetvragen, waarin ik antwoord geef op drie vragen uit de proustiaanse questionnaire van De Gids: Welke mythe houdt u graag in stand? Wat is de mooiste vorm en/of de lelijkste vorm die u kent of zelf hebt gebruikt? En waarom? Wat verstaat u onder geheim?

Over het essay en de toekomst ervan

Op 30 maart organiseerde Spui25 in samenwerking met De Groene Amsterdammer een avond over de toekomst van het essay. Jan Postma en Marja Pruis werden geïnterviewd door Roel Bentz van den Berg.

Ik had de eer een inleiding te mogen verzorgen, die je hieronder of op de website van De Nieuwe Garde terug kunt lezen: Het paradijs voor de schrijver, Miriam Rasch over de toekomst van het essay

“Over het essay en de toekomst ervan” verder lezen