Zomertips uit de Keldercast!

Deze zomer hoor je bij de Keldercast korte podcasts. Snelle boekentips tussen het zonnen, zwemmen en reizen door om je vakantie nog mooier te maken.

Emy tipt haar laatste liefde – wie? wie? wie? luisteren! – wiens prachtige essaybundel in vertaling een teleurstellend slechte Nederlandse titel kreeg. Nikki’s boek, The fault in our stars, was hetzelfde lot beschoren. Maar Miriam redt het imago van de Nederlandse vertalers met een oude Hongaarse schrijver over jongens die voor het eerst mogen roken. Vrijheid! Zomer!

Keldercast #6: Yasmina Reza – Gelukkig de gelukkigen

Deze maand praten we over de Franse mozaïekvertelling Gelukkig de gelukkigen. Alle personages hebben op de een of andere manier met elkaar te maken. Lekker Frans, vol affaires, onbeantwoorde liefdes en verloren minnaressen. Deze schetsen uit het hedendaagse leven brengen Miriam, Emy en Nikki tot gesprekken over De Liefde.

Daarnaast weer wat vrouwelijke kunstenaars: na The Flamethrowers heeft Miriam zich namelijk op Siri Hustvedts The Blazing World gestort, en Nikki praat over Niña Weijers’ De Consequenties. Emy brengt het terug naar de basis, met een tip van Susan Sontag. Altijd goed.

Keldercast #5: Edward St. Aubyn – Met stomheid geslagen

Deze maand bespreken we een parodie op het literatuurwereldje. Een grappig boek dat lekker doorleest – hoewel, grappig? Daar is Miriam het direct al niet mee eens. Vooral die platte grappen over India staan haar niet aan – en bij nader inzien is Nikki ook niet zo gecharmeerd van de vrouwelijke stereotypen.

Gelukkig ziet Emy nog oprechtheid tussen alle ironie, en laat zich raken door Vanessa, die altijd maar wilde werken, en ging ten rade bij Bertrand Russel, die in 1930 een werk schreef over het (on)gelukkig worden; Miriam tipt de meeslepende Franse walsscènes van Roger Martin du Gard en ook Nikki heeft een leestip, soort van.

Keldercast #4: Valeria Luiselli, De gewichtlozen. Briljant of aanstellerij?

Keldercast #4 gaat over spoken, vreemde vertalingen en het (on)geluk van een gezin. Valeria Luiselli’s boek De gewichtlozen wordt geprezen door Wim Brands en Cees Nooteboom, maar Emy en Nikki zien het vooralsnog niet (helemaal). Ik mag het wel, een roman die de lezer uitdaagt en zich niet meteen laat vangen – net zoals die spoken zich niet laten vangen.

Gelukkig heeft Emy het mooiste koffietafelboek ooit meegenomen, kent Nikki twee dichters met een steekje los, en reflecteert ‘filosofische detective’ Rasch nog lekker door op tweelingen, dubbelingen en spiegelingen.

Keldercast #3: Judith Schalansky – Atlas van afgelegen eilanden

Ingeleid door Frau Schalansky zelf (!), praten we deze maand over haar Atlas van afgelegen eilanden. Met op elke pagina een nieuw verhaal, kun je een lange podcast verwachten: alles over kaarten, gebieden en het onuitroeibare menselijke kwaad (of het mannelijke kwaad, als we Charlotte Perkins Gilman mogen geloven).

Daarnaast natuurlijk onze boekentips. Emy las het boekenweekgeschenk, en het deed haar denken aan Coetzee’s Disgrace, Nikki is voor het eerst verslingerd aan een reisboek (De grootsheid van het al) en Miriam leest Valeria Luiselli, ‘een van de grootste beloftes van de Mexicaanse literatuur’.

(Meer over Houellebecqs De kaart en het gebied hier; meer over de uitdrukking ‘De kaart is niet het gebied’ hier.)

Keldercast #2: The Flamethrowers van Rachel Kushner

In deze tweede boekenpodcast (vanaf nu: de keldercast!) bespreken we Rachel Kushners The Flamethrowers. Een hit in Amerika, maar Nikki, Miriam en Emy hebben gemengde gevoelens bij deze coming-of-age/fascisme/kunst/motor-roman. Het gesprek gaat van paaldragende kunstenaars naar ‘clitoridian women’ en onvangbare vriendjes. Verder vertelt Miriam over ouderwetse media-angst (Franzens Kraus-project), Nikki over het Meest Beangstigende Boek Ooit, en Emy over Paul Austers angst geen toilet in de buurt te hebben.

Op zoek naar het verscholen kwaad – Over Mijn strijd van Karl Ove Knausgård

knaus-gidsMijn artikel over Mijn strijd van Karl Ove Knausgård, dat ik schreef voor De Gids is online te lezen of hieronder: Op zoek naar het verscholen kwaad

Seks en schrijven, daar draait het om in het leven van de achttienjarige Karl Ove Knausgård. In Nacht, het vierde deel van de Noorse romancyclus Mijn strijd, droomt de jonge Knausgård van een groots en meeslepend leven – een schrijversbestaan vol drank en vrouwen en meesterwerken. Het ‘tussenjaar’ uit het leven van de schrijver is een scharnierpunt: wat hij aan het begin niet heeft – ervaring met seks en met schrijven – heeft hij aan het eind bereikt. Maar dat betekent niet het einde van zijn innerlijke strijd met het verleden, het geheugen en misschien zelfs met het kwaad. “Op zoek naar het verscholen kwaad – Over Mijn strijd van Karl Ove Knausgård” verder lezen

Mijn jaar in boeken 2013

Las ik in 2013 werkelijk 54 boeken? Nee, want ik las dit jaar meer boeken dan ooit niet helemaal uit. Ofwel omdat ze het niet waard waren (ik behoor tot dat deel van de lezers dat geen tijd verspilt aan een slecht boek – maar ik lees van elk boek in elk geval een kwart), ofwel omdat ik ze gedeeltelijk las, zoals een aantal interviews uit een bundel. Misschien is die opdeling niet uitgelezen / deels gelezen ook niet eerlijk, want als de interviews in dat boek bijvoorbeeld briljant waren, had ik de rest ook gelezen. Een beter voorbeeld: de biografie van Derrida door Benoit Peeters, een pil van 672 pagina’s, te lang om in de vakantie uit te krijgen, te ingewikkeld voor tijdens drukke werkweken, maar uitermate boeiend.

Goed, de uitgelezen boeken tellen tot de 42. Toch een stuk meer dan vorig jaar.

De statistieken uit Bookpedia (over de 54 titels):
Bijna de helft verscheen in 2013 (soms gaat het dan om de vertaling).
Gemiddeld aantal sterren voor deze 26 titels: 3,19
Gemiddeld aantal sterren voor alle titels: 3,18

Dat is niet veel. Het komt omdat ik maar liefst drie boeken één ster heb gegeven en elf boeken twee. Laten we die boeken maar vergeten. Voornemen voor 2014: kieskeuriger worden.

Aan de andere kant van het spectrum kregen 21 boeken vier of vijf sterren. Tegelijk een ijzersterk jaar dus, 2013.
knausgard-gids
Wie mij kent of volgt weet dat dat jaar voor mij het jaar van Karl Ove Knausgård is. Het begon in de laatste dagen van vorig jaar, en eindigde halverwege deze decembermaand met mijn stuk in De Gids, waarin ik heb geprobeerd een inhoudelijke analyse te geven van het verslavende Knausgård-lezen. Gedreven door de talloze stukjes vermomd als recensie waarin de ‘experts’ niet verder kwamen dan de constatering dat er zoiets bestaat als verslavend Knausgård-lezen, iets mystieks dat niet uit te leggen valt. Over luie literaire kritiek gesproken… Zie De Gids (ook voor Groene-abonnees), kijk hier mijn VPRO-boeken videoblog of lees hier een eerste aanzet tot meer.

Een oude bekende van wie – oh joy – weer een roman in vertaling uitkwam was Dezso Kosztolanyi. Over De gouden vlieger schreef ik: ‘Laat je niet misleiden door de titel die associaties oproept met waargebeurde-verhalen-van-ver-weg. De gouden vlieger is misschien wel de beste roman van de Hongaarse interbellum-schrijver Dezső Kosztolányi. Wat is een mens, anders dan sterfelijk? Nou, ontroerend bijvoorbeeld.’ Zie Hij was minder dan een mens en meer.

Ik las (toch nog) acht Nederlandse romans, waarvan De republiek van Joost de Vries op de eerste plaats komt. Met de matties van Bier met Boeken schreven we erover op de site van Vrij Nederland – een wat onduidelijk allegaartje, maar goed, dat past misschien ook wel bij de roman over eikels, liefde, Tarantino, Hitler (en nog veel meer).

Tip aan iedereen: verzamel een boekenclub om je heen, al was het maar om bij de tiende editie Guy de Maupassant in Parijs te bespreken.
BmB10
Voornemen voor 2014: met diezelfde boekenclub wél het hele oeuvre van W.G. Sebald bespreken in de kerstvakantie.

Door naar de filosofie.

Paul van Tongeren ontving terecht de Socrates wisselbeker voor zijn Leven is een kunstDiepgravend zelfonderzoek vereist!

‘Filosoof Ad Verbrugge koos voor zijn nieuwe boek Staat van verwarring. Het offer van liefde een verrassend uitgangspunt: de Vijftig tinten grijs-trilogie van E.L. James. Dat levert een bijzondere analyse op van erotische liefde en wat erotiek bijdraagt aan gemeenschapsvorming. Een boek propvol zijwegen, discussie, literatuur en stellingen waar ik het lang niet altijd mee eens ben maar dat je uitdaagt om Verbrugge te volgen – op hoog niveau en in hoog tempo. Een filosofie van de liefde met nadruk op filosofie.’ Zie mijn recensie in De Groene Amsterdammer, Lessen uit de rode martelkamer.

Marja Pruis schreef over Patricia de Martelaere Als je weg bent, een kleine, persoonlijke biografie die het genre en passant vernieuwt. Zie Sexy vrouw en intellectueel zwaargewicht.

Ik heb ook genoten van de wel vuistdikke, maar ook merkwaardige biografie van Ryszard Kapuscinksi, Non-fictie (Artur Domoslawski). Omdat de beste literatuur precies naar voren komt in de scheuren tussen fictie en non-fictie. Zie ook De legende van een journalist. Het gezemel over ‘makkelijke’ autobiografie vs. ‘literaire’ verbeelding zoals dat nu weer in de kranten opduikt getuigt van… tja, een ouderwetse angst om bekende categorieën los te laten.

Want wat deed Marcel Proust in het 100 jaar geleden verschenen eerste deel van Op zoek naar de verloren tijd? 1913 jubileumMarcel Proust, een impressie in metaforen.

Mag ik ook twee boeken noemen waar mijn naam aan verbonden is? Heel terloops dan:
Anti-Media door Florian Cramer & Unlike Us Reader: Social Media Monopolies and Their Alternatives.

Hier stop ik. Nee, ik eindig met een wens voor 2014: een meeslepend, goed geschreven boek dat alle genres overstijgt, over deze van internet doordrenkte tijd – want die eindigen vooralsnog onderaan de lijst. Proost!

Inleiding Memento (december 2004)

Zie ook: Memento. Nagelaten vertalingen van Gerard Rasch.

Enkele weken nadat we in het Universitair Medisch Centrum te horen hadden gekregen dat Gerard Rasch, mijn vader, niet meer van zijn kanker zou genezen, stuurde hij me een e-mail met Het Plan. Het Plan: dat was nog één laatste boek te maken. Het moest een ode zijn aan de Poolse dichters van wie hij het meest hield, met gedichten die hij zelf nog absoluut vertaald wilde zien om de simpele reden dat ze hem dierbaar waren. Behalve een ode zou het daarom ook een literair testament zijn, een persoonlijke geschiedenis van de Poolse poëzie.

Mij vroeg Gerard zorg te dragen voor de selectie, de redactie en de inleiding van de bundel. Hij wist niet zeker hoever hij zelf zou kunnen komen met het werk en het was mogelijk dat hij computerbestanden en in de marge volgekrabbelde manuscripten zou achterlaten die je niet zomaar aan een willekeurig persoon toevertrouwt. Bovendien was de opzet van de bundel heel persoonlijk en moesten keuzes worden gemaakt ‘in zijn geest’, wat niet iedereen kan. En ik denk dat mijn vader mij graag de kans wilde geven een boek te maken waarop naast zijn naam ook mijn naam zou komen te staan. “Inleiding Memento (december 2004)” verder lezen