Tegen transparantie

‘Why do I feel there is a secret I carry in my body like an embryo, speechless and unformed, beyond knowing?’

Siri Hustvedt, The Blazing World

Stel dat je iemand, gewoon zomaar iemand, een camera om de nek hangt. Ze leeft haar leven, beweegt zich door de wereld, ontmoet vrienden en vreemden. De camera legt alles vast. Zal zij op den duur geen geheimen meer hebben? Er is bewijs van waar ze is en met wie, van wat ze zegt en hoort. Haar gedrag wordt transparant. Ze zal niet meer kunnen liegen over wat ze doet en heeft gedaan (al kan ze nog wel bedriegen). De video-opname van al haar bewegingen en gesprekken zal, mits lang genoeg gecontinueerd, een onbetwistbaar beeld geven van wie zij is. Of niet?

“Tegen transparantie” verder lezen

Een berg van data

         1.

9 februari 1998 was een maandag. Ik herinner me die dag nog goed; hoe ik ’s middags in mijn lichtsuède jas de straat uit liep – de Lange Nieuwstraat in Utrecht, sinds kort míjn straat – om boodschappen te doen. Bij de Albert Heijn op de Twijnstraat werd ik opgewacht door een medewerker achter een statafel. Of ik niet iets nieuws wilde proberen, een makkelijke manier om korting te krijgen op boodschappen. Dat wilde ik wel. Ik woonde net een paar maanden op mezelf en probeerde zo goed en zo kwaad als het ging met 850 gulden per maand een huishouden te voeren. Ik kocht alleen het hoognodige plus snoep. Met mijn mandje liep ik dagelijks door de winkel te hoofdrekenen om bij de kassa niet voor verrassingen te staan.

“Een berg van data” verder lezen

Over privacy, proctoring en bezwaar

Nieuw stuk op Follow the Money:

Wil je niet gevolgd worden, dan ligt de verantwoordelijkheid daarvoor tegenwoordig bij jezelf. Momenteel speelt een praktijk die deze logica een niveau hoger tilt: studenten moeten hun huis en zichzelf verplicht laten inspecteren terwijl ze tentamen doen. Miriam Rasch ontrafelt de valse aannames achter dit digitale toezicht.

Lees hier verder: Privacyschending als standaard: thuistoezicht bij tentamens

Five Years of Tech Critique & de Kunst van de Kritiek

To mark my transition from the Institute of Network Cultures to the Willem de Kooning Academy this fall, I wrote an extensive though informal overview of the Art of Criticism project. Find it here (in Dutch): De Kunst van de Kritiek: hybride, dialogisch en urgent

About half a year ago I wrote what seems to be a prescient overview regarding the five years of longform publishing that led to the publication of Let’s Get Physical: A Sample of INC Longforms, 2015 – 2020. Read the introduction to that volume here: INC Longform Reader – Introduction: Celebrating Five Years of Online Tech Critique and make sure to order a free copy!

Podcasts over Frictie

Ben je een podcast-liefhebber? Ik ben de afgelopen tijd in verschillende podcasts te gast geweest om te vertellen over Frictie. Je vindt ze in je podcast-app of hieronder:

Met Lex Bohlmeijer van De Correspondent had ik een bijzonder gesprek over data en frictie, en poëzie, vertaling, kunst…

Naar aanleiding van de voorstelling ANTIBODIES sprak ik met Boogaerdt/VanderSchoot, zie en luister hier.

Met Sander Pleij had ik een leuk gesprek voor zijn podcast MENS.

Ik was ook te gast in de interessante podcast van Tegenlicht, Future Shock.

Kijken kan ook, bijvoorbeeld hier bij Pakhuis De Zwijger.

And in English: a conversation with Réka Kinga Papp from Eurozine about my essay on data and de-automation, dataism and ethics in their podcast Gagarin.

‘Counter speed with a blossoming of un-immediacy’: interview on Urgent Publishing

For their upcoming podcast series where researchers in the ARIAS network talk about their projects, Morgane Billuart and Katie Clarke asked me to introduce Making Public and the urgent publishing concept and to explain why publishing research is needed. The transcript is shared below, stay tuned for the audio recording!

“‘Counter speed with a blossoming of un-immediacy’: interview on Urgent Publishing” verder lezen

Bespreking van Het internet is stuk, maar we kunnen het repareren van Marleen Stikker

Voor De lage landen schreef ik over Het internet is stuk, maar we kunnen het repareren van Marleen Stikker.

Marleen Stikkers alternatieve geschiedenis van het internet biedt inspiratie voor een digitale toekomst die wel rekening houdt met sociale en publieke waarden.

Het internet is inmiddels zo oud dat het jubilea viert. In 2019 was het vijftig jaar geleden dat ARPANET het licht zag, het eerste netwerk dat computers over een afstand met elkaar verbond. Het wereldwijde web, dat het internet toegankelijk maakte voor het brede publiek, is inmiddels zo’n 25 jaar oud. Het lijkt zowel kort als heel erg lang. Kort, omdat het ongelooflijk is hoe een technologie in de loop van een halve eeuw de hele wereld heeft getransformeerd. Lang, omdat de tijd van voor het internet daarmee tot de “midtwintigste eeuw” behoort, een tijd die het merendeel van de internetgebruikers niet bewust heeft meegemaakt.

Lees verder bij De lage landen: Het is tijd om onze digitale soevereiniteit op te eisen

Frictie: Ethiek in tijden van dataïsme – online presentatie 6 mei 2020

Wees welkom bij de feestelijke online launch van Frictie: Ethiek in tijden van dataïsme op 6 mei 2020 om 17.00 uur. Ik ga in gesprek met Nikki Dekker en Dirk Vis over de vraag wat niet in data te vertalen is, onder de bezielende begeleiding van DIGIDOPAMINE (Harm Hofmans en Nadine Roestenburg). Luister, denk, chat en proost mee!

Bestel alvast een exemplaar bij de lokale boekhandel, bijvoorbeeld Athenaeum. Rotterdammers kunnen een gesigneerd exemplaar reserveren bij Van Gennep en dat ophalen of per fiets laten bezorgen. In de tussentijd luister je hier naar de bijbehorende Spotify-playlist en lees je hier een fragment 🙂

(Wees gerust, het boek is niet zo dik als het plaatje doet vermoeden.)

My body, my traitor: essay in 10tal

Last year Swedish magazine 10TAL published an essay of mine about data mining, the body, and self-knowledge (see here). Now, the English translation has been published too! Read the opening below or click through to the whole text: My body, my traitor

We’ve come a long way, baby. From »On the internet nobody knows you’re a dog«, to »On the internet everybody knows I’m a top dog«, to »On the internet we’re all Pavlov’s dogs«. Or: from the homepage, to the social media identity, to the algorithmic profile. From the nerd, to the networked self, to the passive data goldmine (via the influencer).

This evolution can be read as a story of increasing corporality, as counterintuitive as that may seem. Usually, the story is told as if the world and its inhabitants are on their way to shedding all bodily weight, with the end-point on the horizon being a purely computerized humankind, all Mind and no Matter. But the inextricable entanglement of »online« and »offline«, »virtual« and »real«, primarily means that technology is all the time effecting the body (and thus, via the body, the soul). Like Pavlov’s dog, the post-digital condition is no »cloud« in which everything evaporates (and, as we know, what is called the cloud is a very material infrastructure that is using up as much energy as a small country, relying on cables that land on contested shores, demanding ever more precious metals to be mined from unstable regions). Rather, our bodies and the data that can be mined from them, function as the pathways to understanding, predicting and thus controlling or manipulating the world, which in the same gesture means understanding, predicting and thus controlling or manipulating the body, the very body that was mined in the first place.

In a catch-22 situation, you’re always made an accomplice to your own submission.

Continue reading over at 10TAL: My body, my traitor