10 keer antwoord op de vraag ‘Waarom bloggen?’ (en hoe het vol te houden)

Bloggen wordt al lang niet meer geassocieerd met schrijven over je vrijgezellenbestaan of je kat. Bloggen is volwassen geworden en heet curatie, bloggers zijn de curatoren.
1. What is curation?


2. 7 regels voor het nieuwe curatorschap: Doe wat je zegt van Theo Ploeg

Zelf een blog beginnen?
3. Bloggen is voor mij schrijven en het allerbeste boek over schrijven is On writing van Stephen King. Voor praktische tips en een schop onder je kont.
4. Lees hier online Gij zult bloggen van Ernst-Jan Pfauth of een kort overzicht van de inhoud. Het blog van Ernst-Jan Pfauth is sowieso een must-follow voor alle bloggers: pfauth.com
5. Handboek communities van Erwin Blom was voor mij een grote stimulans en heeft uiteindelijk geleid tot het nieuwsblog van Studium Generale
6. Van dit soort lijstjes zijn er talloze te vinden, je hoeft er in feite maar een te lezen als je begint met bloggen om ze vervolgens te laten voor wat ze zijn: 12 Things That Will Kill Your Blog Post Every Time. Hoewel… neem deze er ook bij, vanwege de andere insteek die vooral goed is voor de productiviteit (zoals Lesson #4: Don’t watch TV or go to meetings): 10 Lessons Seth Godin Can Teach You About Blogging

De curator/blogger is niet een onzichtbare archivaris in de kelder van het internet, maar treedt als persoon op de voorgrond. Iets over mijn eigen beweegredenen dus:
7. Verslaafd aan filosofie: waarom een weblog?
8. Na twee jaar bloggen schreef ik Jarig weblog: op naar de volgende twee jaar! Met daarin onder andere de volgende links:
a. ‘Zoek uit hoe je de onderwerpen waarin je de meeste expertise hebt te gelde kunt maken en schrijf er een ‘asset’-verhaal over.’ Uit: Schrijf artikelen die over jaren nog worden gelezen!
b. ‘Concrete tips met een optimistische toon (Zo kan het ook!).’ Uit:
Bepaal het speelveld, win de wedstrijd
c. Mik op het hoogste, er zijn al genoeg mensen die gaan voor doorsnee. Zie:
Een onrealistisch doel is de sleutel tot blogsucces

Plaatje!
9. Toffe infographic voor inspiratieloze dagen: 22 manieren om boeiende content te creëren

Ten slotte een kijktip (en de eigenlijke aanleiding om dit lijstje samen te stellen):
10. de TED-talk van Joris Luyendijk, over het delen van je ‘learning curve’. Hoe? Op een blog natuurlijk:

Tips meer dan welkom.

Van kraken en hacken tot ontwerp en bestuur: praktisch idealisme

underground

‘Het persoonlijke is politiek’: die leus vat zowel de maatschappelijke tendensen als de persoonlijke instelling in de jaren zeventig en vroege jaren tachtig samen. Na de val van de Muur in 1989 lijkt dat te zijn veranderd. Het persoonlijke is na twee decennia durfkapitalisme vooral handelswaar geworden. Hoog tijd om het heft weer in eigen hand te nemen. De praktische idealen van de kraakbeweging, waarin do-it-yourself, het creatieve experiment, vrijheid en transparantie centraal stonden, zijn een heroverweging waard. Caroline Nevejan levert met haar lezing in de serie Underground over kraken en hacken, bestuur en ontwerp voldoende stof daarvoor.

De politiek analyseren en daar je persoonlijke handelen op afstemmen: dat was de dagelijkse consequentie van het persoonlijke dat politiek werd. Dat geeft al aan dat de groep of beweging voorop stond, en niet zoals we nu gewend zijn het individu, zoals Hans Achterhuis in zijn lezing ook stelde. De emancipatie van bepaalde groepen in de bevolking – vrouwen, homoseksuelen – heeft pas later de weg vrijgemaakt voor het hyperindividualisme dat we nu kennen. In het geval van de krakers ging het concreet natuurlijk om woonruimte, leegstand en het behoud van oude stadspanden. Om de kraakbeweging in stand te houden was het nodig om die als groep voorop te zetten en als persoon zo anoniem mogelijk te blijven.

Die anonimiteit binnen een hechte groep lijkt een bijzondere voedingsbodem voor creativiteit en experimenteerdrift te zijn geweest. Belangrijker nog is het behoud van zelfstandigheid. Een voorbeeld zijn de ‘eigen media’. Nevejan vertelt hoe het internet ontstond als een netwerk om elkaar op de hoogte te houden, en later ook om contact te houden met bijvoorbeeld oppositiegroepen in het buitenland. Tegenwoordig zijn de media haast standaard níet ‘eigen media’. Ook al hebben we het idee dat onze profielpagina’s op Facebook en LinkedIn persoonlijk zijn en van onszelf, alle gegevens zijn in handen van commerciële bedrijven. Bovendien is ons ‘persoonlijke’ profiel volkomen gestandaardiseerd naar een eenduidig format.

Het persoonlijke is om die reden nog steeds behoorlijk politiek, aldus Nevejan. We vinden het persoonlijke nu belangrijker dan wat dan ook, terwijl we dus tegelijk steeds meer conformering toestaan. In de jaren tachtig, met haar groepsgevoel en solidariteit, bleef je weliswaar anoniem (krakers kenden elkaar alleen bij de voornaam) en werd het individu dat uit de groep trad niet beschermd. Maar in de ‘vrije ruimte’ die letterlijk en figuurlijk beschikbaar was – in de gekraakte schoolgebouwen met hun grote klaslokalen, en in de vrijheid om niet gehinderd door al te veel regels te experimenteren met kunst en nieuwe samenlevingsvormen – ontstond misschien wel meer ‘eigens’ dan nu mogelijk is.

Gelijkheid was belangrijk en hiërarchie werd zoveel mogelijk vermeden. Uiteindelijk ontstaan overal machtsverhoudingen en structuren. Het is zaak om die zo transparant mogelijk te houden, iets wat in deze tijd juist niet gebeurt. Zeker in onze gemedialiseerde maatschappij, die ook door en door commercieel is, lopen belangen voortdurend door elkaar. De jongeren die in opstand kwamen tijdens de Arabische Lente, hebben enorm veel te danken aan Facebook en Twitter, maar verzuchten ook dat ze de media niet alleen hadden moeten gebruiken, maar ook hadden moeten proberen over te nemen. Of dat mogelijk is? Dat is de verkeerde vraag, begrijp je uit het verhaal van Nevejan. Het gaat erom hier en nu actie te ondernemen en het mogelijk te maken.

Kijk de lezing van Caoline Nevejan hier terug. Volgende week is het tijd om de jaren zeventig en tachtig te laten herleven in beeld en geluid. Niet alleen punk, maar ook de commercie deed zijn intrede. Thomas van Aalten, Martijn Haas en Leonor Jonker leiden je rond.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]

Nieuwe antwoorden op oude vragen: Welkom in Youtopia – Menno van der Veen

youtopia

‘Youtopia’ is de naam die Menno van der Veen heeft gemunt voor zijn beschrijving van ‘de eenentwintigste-eeuwse way of life‘. Dat wil zeggen: van de hoogopgeleide, zelfbewuste en semi-geëngageerde mens die leeft in een door en door gemedialiseerde wereld. Welkom in Youtopia is een merkwaardig boek, dat volkomen uit de bocht vliegt wanneer Van der Veen zijn Youtopia daadwerkelijk als een Utopia gaat beschouwen. Het stamt uit 2010 en lijkt op punten alweer verouderd. Bijvoorbeeld: waar is Facebook? Die alomtegenwoordige grootheid waarover filosofen sinds 2011 niet kunnen stoppen te praten, tot gapens aan toe? Merkwaardig en boeiend om te zien hoe snel het landschap in die gemedialiseerde wereld verandert.

De vragen die filosofen stellen veranderen daarentegen niet. Bij het in kaart brengen van Youtopia draait het om waarden als identiteit, (re)presentatie, narrativiteit, reflectie. Wie ben ik, waar sta ik, hoe geef ik betekenis, wat moet ik doen? Dat laat wel zien wat het middelpunt is van het Youtopische universum: ik, ik, ik en ik.

Wie ben ik? In elk geval niet een persoon die in bezit is van een zelf, ‘het ware zelf’ dat ergens diep vanbinnen weggestopt zit. Nee, identiteit wordt steeds meer opgevat als een netwerk, zoals bijvoorbeeld ook Julian Baggini in zijn TED-talk doet. Wie je bent is een combinatie van verschillende rollen of persona, die onder invloed van de omstandigheden sterker of juist zwakker naar voren treden. Wie je ‘echte ik’ of ‘ware zelf’ is doet er niet toe, die vraag is gewoonweg irrelevant (behalve als je het antwoord beschrijft in termen van meerduidigheid).

De buitenwereld krijgt al gauw een dienende functie in deze opstelling: ze levert het decor voor het rollenspel dat je speelt. Waar sta ik? Nou, in het middelpunt van je eigen belangstelling, als hoofdpersoon van je eigen verhaal. Nu is deze narratieve opvatting van wie je bent en hoe je je verhoudt tot de wereld niet nieuw. Nieuw is het gebruik van media daarbij. De Youtopisten gebruiken de (online) media om hun persoonlijke verhaal te vertellen. Het onderscheid tussen verhaal en wereld is daarbij volkomen verdwenen: het verhaal maakt de wereld en de wereld is stof voor het verhaal.

Hoe geef ik betekenis? Via gemedialiseerde verhalen dus, en meer nog: dat doe je direct. We toetsen onze ervaringen en indrukken in realtime aan beeld- en geluidsopnames die we daarvan maken. Van der Veen noemt dit mediareflectie, een verhelderend begrip. Opnames worden ‘onderdeel van ons individuele geheugen en geven onze individuele ervaring vorm. Daarmee bepalen de media steeds meer ons zelfbeeld.’ De technologie stelt ons daartoe in staat: ‘De digitale camera maakt het mogelijk gevoelens en ervaringen vrijwel meteen te toetsen.’ De camera op je telefoon al helemaal, en – daar komt ie – Facebook nog meer. ‘Op een ervaring volgt direct het verslag, en als we ons later afvragen hoe we ons voelden ten tijde van die ervaring, lezen we het verslag terug omdat het eerlijker zou zijn dan ons geheugen. Of beter gezegd: het verslag is ons “geheugen”. Omdat het zo dicht volgt op onze directe ervaring valt het onderscheid tussen wat we schreven, voelden of dachten meestal nauwelijks meer te reconstrueren.’

‘Het probleem begint waar we geen onderscheid meer maken tussen een situatie en het verhaal dat we onszelf erover vertellen. Zodra we onze eigen verhalen gaan geloven als de letterlijke waarheid verliezen we onze verbinding met de wereld.’ (Philipp Blomm in De Groene Amsterdammer, 7 december 2011)

Met dien verstande dat de Youtopist allang niet meer gelooft in het bestaan van een ‘letterlijke waarheid’ (hij is immers ruimschoots door de mangel van het postmodernisme gegaan en gelooft alleen nog maar in een persoonlijke waarheid) – ook Menno van der Veen signaleert een verloren verbinding met de wereld. Wat moet ik doen? Nou, zal iedereen meteen zeggen, ik moet sowieso niks. Ik luister alleen naar mijn persoonlijke waarheid. Ondanks globalisering is de wereld van de Youtopist juist heel klein geworden, in de zin dat hij zich niet bezighoudt met grote maatschappelijke problemen, zeker niet aan de andere kant van de wereld. Hooguit ondersteunt hij een individueel weeskind. Alles draait om de eigen omgeving; voor ethische problemen dan wel collectieve sociale bewegingen is daarin geen plaats, voor een individueel ondersteund project wel.

Ik herken veel in deze post-/hyper-/metamoderne antwoorden op oude filosofische vragen. Helaas vliegt Van der Veen als gezegd uit de bocht. Het tweede en derde deel van Welkom in Youtopia kun je maar liever voor gezien houden. Bovendien denk ik dat hij een miniem deel van de bevolking beschrijft, waartoe ik misschien wel behoor, maar de meeste van mijn vrienden niet. Ik laat maar wijselijk in het midden wie er beter af is.

Zelfportret via datavisualisatie

FB-fotomozaiek_klein

Zelfs als je niet een heel fanatieke internetter bent, laat je voortdurend een online spoor van data achter. Als je achter je computer zit, maar ook elke keer als je incheckt met je OV-chipkaart. Heb je ook nog een zakelijk profiel, een Facebookaccount en een twittermanie – zoals ik – dan groeit de berg informatie die er over je te vinden is op internet uit tot een Mount Everest, in kiezelsteentjes uiteengeslagen (maar ik reis wel anoniem). Onoverzichtelijk, gevaarlijk, privacygevoelig, dat weten we inmiddels wel. Maar met wat hulp is al die data ook op een andere manier te interpreteren. Op een workshop datavisualisatie bij SETUP in Utrecht leerde ik een digitaal zelfportret te maken. Een blik in de spiegel die misschien zelfs een stapje in de richting van zelfverwerkelijking kan betekenen.

Het is interessant om te zien hoeveel informatie er met een paar simpele tooltjes uit een online profiel te halen is. Niet alleen van jezelf, maar ook van je vrienden. Als je dat op je scherm ziet verschijnen, in honderden regels onder elkaar, word je je daar wel bewust van. Daarnaast krijg je door het (al dan niet creatief) bewerken van die data ook inzicht in jezelf. En het levert mooie plaatjes op, zoals het mozaïek van al mijn Facebook-foto’s.

Als inleiding vertelt schrijver David Mulder over zijn kunstproject ‘Turf’. Een jaar lang turfde hij werkelijk alles in zijn dagelijks leven, van kopjes koffie via wc-bezoek naar uren slaap. Turven is op zich geen moderne hobby, er zijn altijd mensen geweest die dag in dag uit hun gewicht, drankgebruik, sigaretten of calorieën hebben bijgehouden. Denk maar aan Bridget Jones. Het beschrijven van je ‘quantified self’ is een natuurlijk, menselijk verlangen. Maar die beschrijving is nu veel makkelijker geworden, zeker waar het gaat om het verwerken van de gegevens.

Het gaat ook verder dan alleen cijfertjes en statistieken: via de cijfertjes, die automatisch in grafieken en kaarten inzichtelijk worden gemaakt, maak je je levensverhaal zichtbaar. En dat kan anders uitpakken dan je had verwacht. Zoals het mozaïek van foto’s: bij elkaar geplaatst in een grid vertonen de foto’s één groot portret. Wat spreekt daaruit? Het zijn mijn herinneringen, maar samen vormen die een beeld dat andere mensen weer op hun eigen manier interpreteren.

Het turven, merkte Mulder, beïnvloedt je daadwerkelijke gedrag omdat je nu eenmaal van tevoren een ideaalbeeld van jezelf hebt – zelfs in de meest alledaagse, betekenisloze handelingen. Dat geldt ook voor het ‘online turven’, als je het bijhouden van je online profielen zo kunt noemen. Een voorbeeld dat ik wel herken is Last.fm, dat automatisch bijhoudt welke muziek je afspeelt. Heb ik bezoek met een belabberde muzieksmaak, dat mijn iTunes overneemt, dan krimp ik ineen van schaamte bij de gedachte aan mijn online voor iedereen te raadplegen Last.fm-lijst.

Al van oudsher geldt dat we graag verhalen vertellen over onszelf. Iets bestaat misschien pas in de reflectie erop. Als iets niet past in ons overkoepelende verhaal, ook al is het maar als afwijkend zijlijntje, dan schrappen we het uit onze realiteit. En die reflectie, dat vertellen, loopt nu veelal via sociale media. Anders dan vroeger zijn we zijn daar nu voortdurend, in real time mee bezig. Op vakantie wacht je niet meer tot je thuis bent om je definitieve verhaal te vertellen aan de thuisblijvers, maar ben je dag in dag uit dat verhaal aan het updaten. Haast als een echte roadnovel of zelfs een ouderwets feuilleton.

Daar stonden ze aan het eind van de middag dan allemaal bij elkaar: eindeloze rijen met al mijn statusupdates van Facebook en Twitter. Normaal gesproken kijken we niet vaak terug naar wat we allemaal ooit hebben geantwoord op de vraag ‘what’s happening’. Al was het maar omdat je moet weten hoe je al die data bij elkaar schraapt. Dat brengt wel reflectie op gang. Is dit wie ik ben? Wie ik wil zijn?

Bovenaan las ik: ‘Iemand probeerde me net aan het schrikken te maken door heel hard in mijn gezicht te roepen: EY, IK BEN SCHIZOFREEN! Maar ik schrok niet. Hij had eerst namelijk heel lief hallo gezegd.’ Ik herinner me dat ik dit op Facebook zette, maar niet de gebeurtenis zelf. Hetzelfde kun je met foto’s hebben, vooral uit je kindertijd. Herinner je je echt dat moment, of alleen de foto die je al talloze malen hebt gezien? Maar er is een groot verschil wanneer je alles in real time boekstaaft (natuurlijk niet alles, alleen zij die nog nooit daadwerkelijk op Twitter hebben gekeken, denken dat mensen alle kopjes koffie noemen die ze op een dag drinken). Je wordt een personage in een verhaal dat niet eens op waargebeurde feiten gebaseerd hoeft te zijn. Een verhaal dat je zelf schrijft en dat tegelijkertijd jou schrijft. Want je mag een personage zijn in een half fictief verhaal, zodra het verloop van dat verhaal je gedrag gaat beïnvloeden, is het maar al te reëel.

Dat kun je allemaal heel erg vinden. Ik denk dat het alleen maar erg is als je je van die half-fictieve status niet bewust bent. Daarom is het goed om eens een middag aan een datavisualisatiezelfportret te knutselen. Bovendien kun je het ten goede aanwenden: je wordt voortdurend geconfronteerd met jezelf en daardoor aangezet tot gedragsveranderingen. Meestal nog ten goede ook, omdat je wilt overeenstemmen met een bepaald ideaalbeeld. Dat is de andere kant van het doemdenken dat de nadruk legt op de prestatiedruk en competitiedrang die met sociale media gepaard zouden gaan. Ook niet onbelangrijk: het prikkelt de creativiteit. En dat vind ik eh, leuk.

Workshop Data-is-me bij SETUP, 14 januari 2012

Filosofen en social media: een oppervlakkige relatie

echte_vrienden

‘There is no going back to reality just as there is no going back to virginity.’ Thomas de Zengotita (geciteerd in Stine Jensen, Echte vrienden)

Als ik zo langzamerhand ergens genoeg van heb, is het wel het aanhoudende geschrijf over social media, en dan in het bijzonder door filosofen. Je weet van tevoren al waar het op uit gaat lopen als iemand als Ad Verbrugge zijn licht laat schijnen over die oppervlakkige, vluchtige platformen, want door ze oppervlakkig en vluchtig te noemen zijn ze al verdoemd. Je zou denken dat juist filosofen door de vooroordelen héén willen denken en dus ermee beginnen om die veronderstelde oppervlakkigheid of luchtigheid te onderzoeken. Waar komt die kwalificatie vandaan? Is die terecht? Bestaat er überhaupt een causaal verband tussen oppervlakkigheid en verderfelijkheid?

Het startpunt van zo’n onderzoek kan – ik zeg maar wat – het aanmaken van een Twitter- of Facebookaccount zijn. Ik krijg altijd sterk de indruk het daar al mis gaat. Ad Verbrugge is niet actief op Twitter en heeft op Facebook alleen maar een fanpagina (waar niet veel meer op staat dan een link naar zijn lemma op Wikipedia). Niettemin zegt hij in een interview met Filosofie Magazine dingen als:

‘Toch wek je met dergelijke foto’s [van een feest] altijd een partiële indruk van je leven, dat soms zelfs op gespannen voet staat met het leven dat je echt leidt. Dat wordt in de hand gewerkt door het feit dat je Facebook-vrienden hetzelfde doen. Daardoor komt een eigenaardige druk op je leven te liggen, zo van: wat doe ík eigenlijk? Wat heb ik een saai leven. Dus zelf ga je je ook op een andere manier gedragen. O ja, ik ben nu bij dit concert, even een foto maken voor op Facebook. Indruk en lijfwereld gaan interfereren. Je bent in de lijfwereld al bezig met de indruk die je gaat wekken op Facebook.’

Enzovoort, enzovoort. Let op: het gaat hier om feiten, die zich altijd voordoen. Dus. Het kan natuurlijk zo zijn dat Verbrugge na een gedegen onderzoek deze ervaringen heeft opgedaan en toen besloot om zijn persoonlijke account om te zetten in een neutrale fanpagina. Ik denk het eerlijk gezegd niet. Het bange vermoeden rijst dat het filosofische onderzoek dat aan de basis van dit soort uitspraken ligt, behoorlijk oppervlakkig en vluchtig genoemd mag worden.

Het was dan ook met enige tegenzin dat ik begon aan het essay van de Maand van de Filosofie, geschreven door Stine Jensen. Echte vrienden gaat ook weer over Facebook en de aankondiging ervan belooft al dat het wederom geen lofzang zal zijn. Jensen heeft in elk geval de nodige ervaringskennis opgedaan en weet dus waar ze het over heeft. Dat is verfrissend, want haar kritische blik geldt daarom niet alleen Facebook, maar in de eerste plaats haarzelf. Bovendien valt er veel te lachen (of in elk geval te grinniken). Uiteindelijk is het dus zeker wel een leuk boekje waar en passant ook interessante ideeën in staan, die niet al op voorhand gekleurd zijn.

Het thema van de Maand van de Filosofie is ‘het echte leven’. Waar het altijd weer op neer komt in dat filosofische geneuzel over social media is dat wat Verbrugge ook noemt: de indruk die je van jezelf online achterlaat, staat ‘op gespannen voet met het leven dat je echt leidt’. Het is met andere woorden een nep-wereld, die tegenover de echte wereld staat. Natuurlijk staat die nep-wereld lager in rang. Bij die veronderstelde opdeling in nep en echt moeten toch alle alarmbellen afgaan, zou je denken, zelfs bij de groenste eerstejaars filosofiestudent.

Dat is ook wat Jensen duidelijk maakt. Er zijn mensen, schrijft ze, die op een gegeven moment besluiten hun virtuele leven op te geven, in de hoop daarmee meer van het echte leven terug te krijgen. Dat laatste zou dan waarachtiger en waardevoller zijn. Een illusie. Ze haalt Andrew Potter aan:

‘Volgens Potter zitten we hiermee op een vals spoor. De suggestie wordt namelijk gewekt dat er ooit een “echt” leven was, met echte intimiteit, echte gemeenschappen, echte vrienden, echte muziek, echte landschappen en echt eten, en dat dit alles nu weg zou zijn. Volgens hem is “authenticiteit” echter een project dat ons al tweehonderdvijftig jaar bezighoudt en is het een manier geworden om over de wereld te praten, en bovenal een manier om te oordelen.
“Echt” en “onecht” zijn geen feiten, maar waardeoordelen. … We moeten het vooral beschouwen als een ideologisch concept dat tegenwoordig wordt ingezet tegen het “inauthentieke” leven van de moderne wereld waarin individualisme en zelfontplooiing hoogtij vieren.’

Daar kun je wat mij betreft aan toevoegen: alsof iedereen in dat zogenaamde ‘echte’ leven ook voortdurend echte gesprekken voert, geconcentreerd werkt en diepe gedachten denkt. Om vervolgens online te vervallen in gekakel en ten slotte te degenereren tot een kip zonder kop. Onzin. Enerzijds omdat de meeste gesprekken in de ‘lijfwereld’ (brrr) van Verbrugge ook kop noch staart hebben, anderzijds omdat online ook inhoudelijke gesprekken worden gevoerd (even goed als er gekakeld wordt).

Ik moet ook denken aan een hoogleraar die me enigszins verward toevertrouwde dat hij onlangs een Twitteraccount had aangemaakt met de bedoeling zijn nieuwe boek te promoten. Groot was zijn verbijstering toen hij begreep dat je begint met nul volgers. Wie zou dan die reclame voor zijn boek lezen? Ik legde uit dat – als je niet al een BN’er bent – het wel een tijdje kan duren voor je een schare volgers hebt opgebouwd. Het vraagt om een investering in tijd en aandacht. Vervolgens kun je oppervlakkige tweets de wereld insturen en luchtigjes je boek aan de man brengen. Het doet me deugd dat hij mijn woorden ter harte heeft genomen. Hij is geen filosoof, maar wel een gedegen onderzoeker.

Over Julian Assange. De man die de wereld verandert

assange

Over Julian Assange. De man die de wereld verandert, van Carsten Görig en Kathrin Nord (Lebowski). Lees verder op Humanistisch Verbond: De hype als boemerang

Hij is weer even weggezakt uit de headlines, Julian Assange. Eind vorig jaar werd hij in Groot-Brittannië gearresteerd en in februari oordeelde de rechter dat hij mag worden uitgeleverd naar Zweden. Assange gaat in beroep tegen de uitlevering en in de tussentijd blijft het stil. Tijd om een blik te werpen op de stapel boeken die de laatste weken verschenen over Assange en Wikileaks. Boeken die in een razend tempo moeten zijn geschreven – wat er soms ook aan af te lezen is – en die inspelen op de behoefte om terwijl de gebeurtenissen zich nog afspelen, al over die gebeurtenissen te lezen. (En de behoefte aan de andere kant van de keten om geld te verdienen aan wat er in de spotlights gebeurt.)

Hoe belangrijk en interessant die gebeurtenissen ook zijn, je ontsnapt door alle ophef en emoties eromheen toch ook niet aan het gevoel van een hype. De berichten op Twitter waren al oud nieuws of zelfs achterhaalde feiten als je een paar uur niet online was geweest. Zodra er geen instantnieuws over het onderwerp meer voorhanden is, nemen andere belangwekkende gebeurtenissen het over. Egypte en Libië natuurlijk, of de Provinciale Statenverkiezingen. Ook belangrijke en interessante onderwerpen die opeens iedereen bezighouden, van minuut tot minuut, tot diep in de nacht en op allerlei verschillende platforms. Dit wordt wel eens afgedaan als oppervlakkig, maar ik heb het gevoel dat mensen zich juist veel méér bezighouden met het nieuws dan ooit. Als het thema weer uit de lucht is, volgt een ander gesprek van de dag. Uit het oog, uit het hart. Dat is in de liefde ook zowel een pijnlijke waarheid als een handig psychologisch mechanisme.

Al die boeken over Wikileaks zijn natuurlijk bedoeld om afstand te nemen van de real-time berichten en een overzicht te bieden, of verdieping en geschiedenis (los van het feit dat het boek zelf een deel van de hype kan zijn). Ik las de korte biografie van voorman – volgens sommigen opperhoofd – Assange: Julian Assange. De man die de wereld verandert, geschreven in een razend tempo door Carsten Görig en Kathrin Nord. Let op die ondertitel, die aangeeft dat het nieuws zich inderdaad nog steeds aan het voltrekken is. Julian Assange is iemand die tot de verbeelding spreekt: door zijn zwijgzaamheid en door de verhalen over zijn jeugd die hij deels doorbracht in een sekte, deels in een reizend theatergezelschap, deels op de vlucht voor een gestoorde stiefvader. Toegegeven, ook zijn uiterlijk helpt mee.

De schrijvers vertellen het verhaal over die jeugd en de opkomst van Assange als meesterhacker, die hippie-idealen paart aan vechtlust (wat een merkwaardige combinatie is, als je erover nadenkt). David en Goliath, Tom Sawyer en Robin Hood, noemen ze. Een hoogst intelligente man die bovendien weet hoe je je publiek bespeelt. Tenminste, hij komt daar gaandeweg achter; het mooie aan het verhaal is dat je hem volgt op die leerweg. Ondertussen leer je zelf een heleboel over hypes. Bijvoorbeeld dat een hype gestuurd moet worden, richting moet krijgen. Een berg informatie (a.k.a. Wikileaks) zegt niemand iets, een filmpje van met scherp schietende Amerikaanse militairen des te meer.

De hype heeft echter twee gezichten. Assange gebruikt hem in zijn strijd tegen machthebbers, die in zijn ogen haast per definitie corrupt zijn. Maar in de handen van diezelfde machthebbers wordt de hype een wapen tegen Assange zelf. Sterker: hij is zelf de hype geworden, met als voorlopige uitbarsting de arrestatie en voorgenomen uitlevering. Niet op grond van Wikileaks, maar vanwege aanklachten van seksuele aard.

Deze omkering deed mij denken aan de theorie over mimetische begeerte van René Girard, een filosoof die de laatste tijd weer meer in de belangstelling staat. Begeerte werkt met een omweg: ik begeer niet wat ik zelf wil, maar dat wat een ander begeert. Een driehoeksverhouding, die potentieel kan uitgroeien tot hype, als iedereen wil wat de ander wil. Het conflict dat zo ontstaat, vindt zijn uitweg in een (gewelddadig) offer van een zondebok. In het geval Wikileaks en Assange werkt dit inzicht verhelderend. Zowel Assange als de machthebbers begeren de geheime informatie die op straat ligt, informatie die er al lang was. Wie macht over de informatie heeft, heeft macht, period. Een klein beetje van die macht ligt nu binnen het handbereik van iedereen met een internetaansluiting. Een versnippering van macht waar noch de overheden, noch Assange zelf mee om kan gaan. Wie de zondebok is? Dat mag duidelijk zijn. ‘De man die de wereld verandert.’

Een van de kleine berichten in de enorme berg Wikileaksnieuws was dat Julian Assange de rechten op zijn autobiografie voor 1 miljoen euro zou hebben verkocht. Uit puur financiële redenen, om proceskosten en dergelijke te dekken, niet omdat hij zijn levensverhaal graag wil delen. In Julian Assange staan twee zinsneden, die samen alvast een intrigerend beeld geven van de man die alle documenten openbaar maakt, en zichzelf alleen tegen wil en dank. Hij houdt van computers, want ‘toeval speelt geen rol’ daarbij; en hij richt Wikileaks op omdat ‘vrijheid het hoogste goed’ is. Maar je kunt nu eenmaal niet het toeval uitschakelen en de consequenties overzien van publicaties. Dat heeft hij inmiddels in de praktijk geleerd, net als al die diplomaten die hun geheime cables in de kranten zagen opduiken, en zich nu bezinnen op hun vrijheid. Toeval uitbannen ten behoeve van vrijheid: ik zal erover blijven peinzen tot eindelijk die autobiografie verschijnt. En de hype opnieuw aanzwelt.

The Social Network: 6 keer (geen) tragedie

the_social_network

Is The Social Network een moderne tragedie? De film handelt over de uitvinding van Facebook en de weg naar het grote geld voor Mark Zuckerberg, een weg die geplaveid is met een aantal (mensen)offers, vooral dat van zijn beste vriend Eduardo Saverin. In een aantal recensies (opvallend: vooral in de Vlaamse) wordt de film getypeerd als 21e-eeuwse / Amerikaanse / moderne tragedie. Dat is natuurlijk een uitgesleten uitdrukking die niet zoveel zegt, een cliché dat critici wel vaker van stal halen zonder daar verder echt iets mee te bedoelen. Maar als je de film iets serieuzer benadert als tragedie, vallen toch een aantal interessante zaken op. Vijf redenen waarom The Social Network een tragedie lijkt, en één reden waarom hij dat toch niet is.

1. De fatale vrouw
Hoewel er geen grote vrouwenrollen zijn, draait alles in The Social Network om meisjes. Wat drijft de mannen in hun streven naar de top? Vrouwen. In de eerste scène wordt Zuckerberg gedumpt – de directe aanleiding voor het ontstaan van een website waar tegenwoordig 500 miljoen mensen wereldwijd een profiel hebben. Vrouwen en seks, dat is waar de wereld op draait, aldus Zuckerberg. Hij heeft de pijnlijke les van zijn ex-vriendin heel goed geleerd en omgezet in een gigasucces.

2. De eer
Iets minder geprononceerd in The Social Network is ander klassiek tragisch motief: de eer. De film wordt verteld via twee rechtszaken die tegen Mark Zuckerberg zijn aangespannen. Uiteraard gaat het daarin om geld, een stukje van de taart. De achterliggende drijfveer, dat wat alles in beweging zet, is echter eer. De gebroeders Winklevoss klagen Zuckerberg aan omdat hij hun idee zou hebben gestolen. Wanneer besluiten ze om naar de rechter te stappen om hun gelijk te halen? Nadat ze een belangrijke roeiwedstrijd verliezen, van – kan het meer onterend – ‘the Dutchies’. (Terwijl het eerder onterend werd gevonden om als Harvard man je gelijk bij de rechter te bevechten.) En dan die rare vriendschap tussen Zuckerberg en Saverin die gedoemd is kapot te gaan. ‘Is het omdat ik werd toegelaten tot de Phoenix-club en jij niet?’ vraagt Saverin aan zijn voormalige boezemvriend. Hoe kinderachtig het ook is, hoe onbelangrijk zo’n clubje ook klinkt, de wereld draait op dit soort trivialiteiten. De sociale vorm van het butterfly-effect is de rode draad in deze film. Excellent.

3. De dunne scheidslijn tussen mannenvriendschap en rivaliteit
Zie 2. De eer.

4. Toeval
Alle bovenstaande redenen zijn samen te vatten onder de noemer ‘toeval’, beter: ‘onvermijdelijk toeval’. Dat is weer een andere, seculiere manier om te zeggen: noodlot. Klinkt paradoxaal, onvermijdelijk toeval. Iets wat onvermijdelijk is, is geen toeval toch? Misschien niet. Het onvermijdelijke kiest een toevallige vorm om zich te manifesteren. Neem het meisje bij wie Sean Parker, latere zakenpartner van Zuckerberg, voor het eerst hoort over Facebook. (Overigens: weer een meisje dat richting geeft aan het streven van een man.) Dat meisje is totaal onbelangrijk, wie zij is, is toevallig. Maar dat Parker in contact moest komen met Facebook, is onvermijdelijk. Het hele verhaal van The Social Network is op deze manier te ontleden.

5. De held
Dat Zuckerberg uit die berg toevalligheden de juiste kansen weet te pikken, maakt van hem een held. Een van de interessantste dingen van de film vond ik de manier waarop de geest van Zuckerberg wordt verbeeld. Je leert niets over zijn gevoelsleven of zijn innerlijke gedachten, je zult het moeten doen met wat hij hardop zegt. (Wat een opluchting om eens niet lastig te worden gevallen door een voice-over.) Uit wat hij zegt en ook hóe hij het zegt blijkt de werking van een bijzondere geest. Merkwaardige associaties en gedachtensprongen, afgevuurd in een razendsnel tempo. Hij heeft een scherp oog voor kansen, hij herkent in het toevallige het onvermijdelijke. Voortdurend vertaalt hij individuele hang-ups naar algemene concepten. Briljant. De hele film vertrekt uit de juridische vraag of hij nu wel of niet het Facebook zelf bedacht heeft. Maar uiteindelijk gaat het erom dat hij Facebook herkend heeft als the next big thing.

6. Geen ondergang
Toch is The Social Network geen tragedie en Zuckerberg geen tragische held. Een tragische held creëert met zijn scherpe geest, gedreven door vrouwen of eer geen miljardenbedrijf, maar zijn eigen ondergang. Hij maakt met de beste bedoelingen krachten los die hij niet kan beheersen en die hem zullen doden of krankzinnig maken. Denk maar aan Oedipus, of Romeo en Julia. Goed, Zuckerberg verliest zijn beste vriend, maar hij krijgt er een nieuwe voor terug. Hij verlangt nog steeds naar het meisje dat hem (terecht) aan de kant heeft gezet, zonder hoop dat zij het verlangen ooit zal beantwoorden. Maar dat is nou niet echt genoeg om van een tragisch einde te spreken. Het verhaal ís natuurlijk ook nog lang niet geëindigd. Zuckerberg heeft naar het schijnt gezegd dat hij het jammer vindt dat er een film over hem is gemaakt terwijl hij nog leeft. Dat kan ik me van hem voorstellen. Voor de kijker is juist het feit dat deze film een verhaal vertelt dat in werkelijkheid zich nog aan het ontvouwen is, fascinerend en buitengewoon post-post-postmodern.

Ernst-Jan Pfauth – Sex, blogs & rock-’n-roll

pfauth

Binnenkort op 8WEEKLY, nu al hier te lezen. Over Sex, blogs & rock-’n-roll van Ernst-Jan Pfauth – de levenskunst van een blogger.

Waar wacht je nog op?

Het zou jammer zijn als alleen (wannabe) bloggers het boekje Sex, blogs & rock-’n-roll van Ernst-Jan Pfauth lezen. Hij vertelt over zijn weg naar succes, spannende verhalen waar iedereen wat aan heeft – of je nu aan het begin staat van die weg en niet weet hoe te beginnen, of ergens halverwege je afvraagt waar de lol gebleven is.

De meeste mensen zullen Ernst-Jan Pfauth kennen als blogger bij nrcnext.nl, het nieuwsblog waar hij vanaf de start bij betrokken is. Als dit boek, een autobiografisch verhaal van een blogadept, iets duidelijk maakt, is het echter wel dat hij die ‘droombaan’ heeft gekregen door hard werken en veel lef. En een beetje geluk.

Scoop
Toeval zorgt ervoor dat Pfauth op de juiste tijd en juiste plaats is om een scoop te kunnen plaatsen op zijn pas opgezette eigen weblog. Met zijn mobiel filmt hij een akkefietje tussen Paul Witteman en Jan-Peter Balkenende, achter de schermen bij Pauw & Witteman. Het gaat erom wat hij met zijn gelukje doet. Midden in de nacht zet hij het filmpje online, voor luiheid is geen tijd. En hij durft bobo’s uit het vak te benaderen en op zichzelf te attenderen. Het toeval heb je niet in de hand, hard werken en moed wel.

Pfauth is verliefd op bloggen en spreekt erover alsof het ’t mooiste is wat hij kent. (Gelukkig komt zijn vriendin soms ook even langs, hoewel hij ook een grote blogger uit de Verenigde Staten aanhaalt, die het offer heeft gemaakt van een bestendige relatie.) Hij is verliefd op de mogelijkheden ervan, vooral voor jonge journalisten en mediaprofessionals. Dat is natuurlijk terecht, maar het leuke van Sex, blogs & rock-’n-roll is dat je het woord ‘bloggen’ kunt vervangen door elk ander woord of – godbetert – passie, en je nog steeds een verhaal leest over het waarmaken van dromen en het najagen van idealen.

Avonturen
Het is zonde om hier de spannende avonturen (ja echt, avonturen) na te vertellen die Ernst-Jan Pfauth meemaakt en die hij dankt aan het bloggen, zoals hij zegt – alsof hij dat bloggen niet aan zichzelf te danken heeft. Hij belandt als ‘Europeaan’ op een posh internetconferentie in China, begint als stagiair bij de Verenigde Naties in New York en blogt vanuit een internetcafé in Kathmandu. ‘Ik zat aan de andere kant van de wereld, in een ontwikkelingsland, in een heel kleine kamer met twee Nepalezen. Maar we lazen wel dezelfde blogs. Sterker nog, we hadden elkaar gevonden via mijn blog.’

Wat er ook gebeurt, hij beschrijft het allemaal even aanstekelijk en benadrukt steeds het positieve. Het is een verhaal over zijn weg naar succes, maar nergens vervalt Pfauth in zelfbevlekking en hij deelt oprechte schouderklopjes uit aan anderen. Dat is knap en werkt motiverend. ‘Waar wacht je nog op?’ lijkt hij te willen zeggen. Want geluk moet je ook een beetje afdwingen. Door een blog te beginnen bijvoorbeeld. Of gewoon door als klapvee bij Pauw & Witteman te gaan zitten.

Jarig weblog: op naar de volgende twee jaar!

jarig

Bloggen is een manier om de rode draad van je gedachten te ontdekken. ‘Hoe kom je erachter wat belangrijk voor je is? Misschien wel door opmerkzaam te zijn op herhaling.’ Zo schreef ik een week geleden. Inmiddels blog ik alweer meer dan twee jaar en staan er meer dan 250 stukjes online.

De laatste maanden ben ik aan het nadenken welke kant ik met mijn blog op wil. Na twee jaar stukkies typen, is het tijd om er meer richting aan te geven. Wat voor richting? Dat is te zien in de titel die in je internetbrowser staat: Miriam… blogt – Filosofie en literatuur voor het leven.

In alle stukken die ik lees over bloggen, staat het opnieuw: je moet je specialiseren, één onderwerp kiezen, de niche vinden waar je expert in bent of kunt worden. Voor mij is dat: een persoonlijke omgang met literatuur en filosofie. De zoektocht naar zelfkennis en levenskunst, via het boek. Dat is geen hobby, maar noodzaak.

Betekent dat dat er minder kattenblogjes en feeststukkies zullen komen? Ja. De toekomst van het bloggen ligt bij kennisoverdracht. Weliswaar in een persoonlijke, individuele stijl – het is ‘kennis uit de eerste persoon’, opgeschreven van mij naar jou en soms weer van jou naar mij terug – maar met een algemene waarde die boven het particuliere uitstijgt.

Schrijven is een manier om sluimerende ideeën onder woorden te brengen en vorm te geven. Ook herken je patronen die in de loop van de tijd ontstaan – patronen die zonder het schrijven zouden wegzinken in de vergetelheid. Of zelfs niet zouden bestaan.

Susan Sontag schrijft in Reborn, de uitgave van haar vroege dagboeken: ‘Superficial to understand the journal as just a receptacle for one’s private, secret thoughts – like a confidante who is deaf, dumb, and illiterate. In the journal I do not just express myself more openly than I could to any person; I create myself.
The journal is a vehicle for my sense of selfhood. It represents me as emotionally and spiritually independent. Therefore (alas) it does not simply record my actual, daily life but rather – in many cases – offers an alternative to it.’ (31 december 1957)

Dat vind ik mooi (en ik zou dus niet zeggen: ‘alas’!). Schrijven is niet registreren, maar creëren. Soms lijkt het alsof je gewoon onder woorden brengt wat er al is, in je gedachten, in de wereld, in boeken. Maar dat is niet hoe het werkt: tijdens het schrijven ontdek je dingen, belangrijke dingen. Dingen die je gedachten en de wereld vormgeven. Met een variatie op Sartre (‘de existentie gaat vooraf aan de essentie’) zou ik willen zeggen: ‘Het schrijven gaat vooraf aan het beschrevene.’

Er zijn online natuurlijk enorm veel nuttige blogtips te vinden. Mijn drie blogvoornemens voor de komende twee jaar, geïnspireerd op recente artikelen:

1. ‘Zoek uit hoe je de onderwerpen waarin je de meeste expertise hebt te gelde kunt maken en schrijf er een ‘asset’-verhaal over.’ Uit: Schrijf artikelen die over jaren nog worden gelezen!
2. ‘Concrete tips met een optimistische toon (Zo kan het ook!).’ Uit: Bepaal het speelveld, win de wedstrijd
3. Mik op het hoogste, er zijn al genoeg mensen die gaan voor doorsnee. Zie: Een onrealistisch doel is de sleutel tot blogsucces

Mijn onrealistische doel: Verbeter de wereld, begin bij je blog.

Bij mijn eerste verjaardag stelde ik een ‘declaration of bloggyness’ op: 10 keer over een jarig weblog. Met de tien punten ben ik het grotendeels nog eens. Alleen weet ik niet wat ik van de commentfunctie moet denken. Ik heb het gevoel dat het einde van de comments op blogs in zicht is. De reacties zijn te versnipperd: mensen reageren via allerlei kanalen (twitter, facebook, e-mail). Ik ben natuurlijk blij met elke reactie die er komt, laat dat gezegd zijn.

PS: lees ook nog even mijn recensie van Bloghelden: Petite histoire van de Nederlandse blogosfeer