Spin zonder web

Alsof een overijverige rat een kabel heeft doorgeknaagd: van het ene op het andere moment hebben we geen internet meer. Online heet onze provider, moderne ironie van het type hihaho. Zij probeerde ons nog in de categorie storing te stoppen, maar dit is geen storing, dit is een geheel geslaagde verdwijntruc.

Ik ben totaal ontheemd, ja, zeg maar gerust dat ik me offline voel. Om grip op de zaak te krijgen, en omdat ik opeens heel veel tijd over heb, probeerde ik te doorgronden waaruit die ontheemdheid eigenlijk bestaat. Natuurlijk, er zijn praktische bezwaren: mijn mail kan ik wel op mijn werk lezen, en ’s avonds op de iPhone, maar uitgebreid antwoorden wordt al lastig. De vacaturejacht is gestaakt. Mocht ik toch een vacature vinden, moet ik dan mijn sollicitatiebrief per post gaan versturen? Het idee alleen al! KinkFM luisteren? Helaas! Nieuwe muziek ontdekken? In de platenzaak kom ik al jaren niet meer. Rekeningen worden niet meer betaald. De lunchpauze wordt opgeofferd aan recensies uploaden voor 8WEEKLY. En al mijn weblogstukjes blijven in mijn hoofd zitten, overgeleverd aan het risico van vergetelheid. Ik hou me staande met de gedachte dat als iemand dit leest, dat betekent dat het leed geleden is en het leven weer zijn normale loop hervonden heeft.

Toch vind ik het ook een beetje onzin dat offline zijn me meteen een offlinene wezensgesteldheid geeft. Waar slaat dat op? Tien jaar geleden, dacht ik, was alles anders. Ja, en voor de uitvinding van de tv speelden de mensen elke avond Mens-erger-je-niet.

Tien jaar geleden had ik exact hetzelfde gevoel, alleen met een compleet andere aanleiding. Het gevoel deed zich voor op donderdag-, vrijdag- of zaterdagavond, als ik thuis voor de tv zat, zonder iemand om Mens-erger-je-niet mee te spelen. Het is het gevoel dat je er niet bij bent en dus van alles mist. Iedereen heeft de nacht van zijn leven en jij bent daarvan uitgesloten. Elk feest was in potentie de nacht van je leven. Als je thuisbleef, liep je misschien ook de liefde van je leven mis, met wie je die nacht van je leven ging beleven. Die ene keer dat jij thuisblijft, is net de keer waarop er iets gebeurt waarover nog jaren wordt nagepraat. Zal je altijd zien.

Zo is je offline voelen ook: er gebeurt van alles zonder jou. En blijkbaar gebeurt er inderdaad van alles zonder dat jij daarvoor nodig bent. Voor je het weet denk je: zonder dat jij daarbij wenselijk bent. Je hebt niets meer in de hand. Moderne tragiek van het type control-alt-delete.

Er bestaan twee uitgesleten formuleringen die me een vacature direct terzijde doen leggen. De eerste zegt dat je ‘geen 9-tot-5-mentaliteit’ mag hebben. Kop dicht en overwerken, betekent dat. De tweede is ‘spin in het web’ (vaak gevolgd door ‘creatieve duizendpoot’). Dat betekent dat je de hele dag aan het bellen bent en mensen moet vertellen dat ze hun deadline niet halen. Doe mij maar een ‘stoffige studeerkamermot’ maar dat wordt nooit gevraagd.

Nu weet ik dat ik wel een spin in me heb. Hij moest zijn web kwijtraken om dat in te zien. Op feesten vertakt het web en als je daar niet aan bijdraagt, eindig je misschien ergens bungelend aan een versleten ragje. En op internet zit iedereen altijd in het stralende middelpunt, als in een almaar uitdijend heelal zonder begin of einde. Behalve als je offline bent, dan zit je helemaal nergens. Je eindigt niet aan een ragje, je bestaat gewoon niet. Wat moet een spin zonder web? Hij zal niet meer kunnen eten.

De drang om er altijd bij te zijn en elk feest tot na sluitingstijd mee te maken, ben ik al een tijdje kwijt. Tien jaar later en ouder vertakt het web niet meer hoofdzakelijk op feesten, maar overal. Gelukkig. Het scheelt enorm in tijd die katerig in bed wordt doorgebracht. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit de drang kwijtraak om online te zijn. Dan kan ik net zo goed alsnog katerig onder de dekens kruipen. Wie dit leest, weet hoe het is afgelopen.

Waar is de Myspace voor schrijvers?

Gartner hype cycle

Iedereen kent de verhalen van bandjes die via internet groot zijn geworden. De Arctic Monkeys, Vampire Weekend en, vooruit, ook zangeresjes als Esmee Denters. Het leek me altijd geweldig als dat met literatuur ook zou gebeuren. En dat ik dan geniale jonge schrijvers ontdek en aan een contract help. Want hoewel gewoon bekend worden met je cd sooo twintigste-eeuws is, komt het er toch nog steeds op aan om je kunstwerk uiteindelijk via de reguliere kanalen aan het klootjesvolk te verkopen.

Probleem is dat ik niet snap hoe dat werkt. Als het gaat om muziek zijn er twee voorwaarden: mp3’tjes op Myspace en bloggers die daarover schrijven. Maar hoe ontdekken die bloggers de leuke mp3’tjes die de moeite waard zijn om over te schrijven? Ze kunnen moeilijk al die miljoenen nummers gaan beluisteren. Komt het dan toch op connecties aan, en hebben die bandjes die ‘uit het niets’ doorbreken via internet stiekem toch gewoon al de juiste vriendjes? Want ook bij Myspace gaat het om vriendjes immers.

Het zal wel een wisselwerking zijn, waarbij de muzikanten zelf hun muziek de hele wereld over mailen en bloggers ook zelf op zoek gaan naar interessante nummers. Hoe dan ook een tijdrovende bezigheid lijkt me, hoewel je natuurlijk binnen een minuut wel hoort of je de volgende hype te pakken hebt, of gewoon de zoveelste wannabe-Alex Turner.

Goed, een paar bloggers zijn erachter dat de demo van een bandje wel héél lekker klinkt, ze pleuren de bestandjes of een link ernaar in hun weblog, stellen anderen op de hoogte en het balletje gaat rollen. Paradiso uitverkocht nog voor er een album in de schappen ligt, Justin Timberlake die aan de lijn hangt om te vragen of je alsjeblieft zijn voorprogramma wil doen.

In de literaire wereld moet dit toch ook kunnen? Niet dat iedereen zijn romans-die-in-de-la-liggen-te-verstoffen meteen in z’n geheel op het web moet zetten, want ook bij de letteren heb je aan een minuutje lezen vaak wel genoeg. (Komrij beweert dat hij aan de achterkant van het vel papier kan zien of er aan de voorkant een goed gedicht op staat, ik ben benieuwd hoe hij dat op internet zou aanpakken). Korte verhalen zijn wel uitermate geschikt voor internet, of een hoofdstuk uit een roman. Gretige lezers downloaden het hoofdstuk, willen meer, bestellen het boek bij een Printing on Demand-service, tot de grachtengordel het oppikt en het alsnog op de reguliere markt brengt. De buzz is gecreëerd, iedereen wil dat boek hebben, terwijl de bloggers alweer verder snuffelen naar een andere hype.

Vol goede moed ben ik begonnen aan mijn virtuele zoektocht naar literair talent dat klaar is om door mij ontdekt te worden. Maar ik heb de moed alweer opgegeven. Ik weet niet waar ik het zoeken moet. En als ik al een site vind die een soort Myspace van het woord is, moet ik ervoor betalen, terwijl de vormgeving zo schandalig achterhaald is dat ik bij voorbaat alles wat erop staat slecht vind. Op Schrijven Online is een rubriek waar mensen stukjes kunnen laten lezen aan de andere forumleden. Dat is zo fragmentarisch dat je er ook weinig mee kan. Bovendien staan er vooral gedichten en (kleine stukjes uit) jeugdboeken op. Trouw Schrijf! komt nog het dichtste in de buurt van een Myspace voor schrijvers. Niet heel hip, maar beter dan niets.

Echte verhalen zetten mensen vaak op hun eigen website. Maar hoe vind je die? Ik klik in het wilde weg naar sites van zolderkamerschrijvers en lunchpauzekunstenaars en kom op de gekste plekken terecht. Nooit lees ik iets waar ik echt van onder de indruk ben. Al snel haak ik weer af. Hm, misschien snap ik wél hoe het werkt. Ben ik gewoon te lui.