10 filosofische vragen om over het verhaal van je leven na te denken

lifestory

Wat is het echte leven? Een verhaal dat je jezelf vertelt? Is het niet een illusie dat het leven zich keurig als een verhaal ontvouwt? Of je nu vindt dat de notie ‘levensverhaal’ leugenachtig of achterhaald is, of juist graag jezelf beschouwt als hoofdpersoon in je eigen one-woman-show, het verhaal biedt een goede vorm voor zelfonderzoek. Al was het maar om erachter te komen waar het verhaal ontspoort. Hieronder tien vragen die je jezelf kunt stellen bij het nadenken over het verhaal van je leven.
Lees ook 10 filosofische vragen op weg naar zelfkennis

1. Welk mythische verhaal vertelt jouw leven? Wat is het scharnierpunt?
Je kunt zeggen dat een mythe een beschreven verhaal is waarvan de kern een uitvergroting is. Die uitvergroting vertelt over de oorsprong van iets – de mens, het leven, of een deel daarvan; liefde, oorlog, broederschap. Wat gebeurt er als je van je eigen leven een verhaal maakt en streeft naar mythische proporties? Wat is het oorspronkelijke verhaal van je leven? Wat ga je uitvergroten? (Creatief zelfonderzoek: streven naar mythe en verhaal)

2. Waar in je levensverhaal ben je een onbetrouwbare verteller?
Julian Barnes schrijft: ‘what is useful to us generally conflicts with what is true’. True. Daarin ligt het vervelende van die narratieve levensopvatting: je kunt alles wel zo draaien dat het past in een lopend verhaal. Je maakt je ervaringen bruikbaar, maar of het ook recht doet aan de werkelijkheid? We zijn allemaal onbetrouwbare vertellers als het gaat om ons levensverhaal. Waar zit een conflict tussen wat mooi past in het verhaal en dat wat in werkelijkheid gebeurde? (We zijn allemaal onbetrouwbare vertellers)

3. Als je het hebt over het echte leven, waar heb je het dan over? En als spel?
‘Dit is pas het echte leven!’ Of; ‘Na je afstuderen begint het echte leven.’ Wat is dan het niet-echte leven? Je kunt het leven, echt of niet, ook omschrijven als een spel: het is doelgericht, interactief, conflictueus et cetera. (Het echte leven? Een spelletje)

4. Welke voorbeeldfiguren heb je? En welke waarden hangen aan hem/haar vast?
Een goed voorbeeld doet navolgen. Ik heb het vaker gehad over de methode van zelfonderzoek, die uitgaat van de vraag op wie je zou willen lijken. Naar aanleiding van de lezing van Joachim Duyndam over voorbeeldfiguren ging ik nadenken over wie voor mij als voorbeeldfiguur geldt. En belangrijker nog: waarom. Want de waarde die zo’n figuur representeert is een waarde die leidend voor je is. (Persoonlijke waarden: wat heb je eraan?)

5. Waardoor word je beperkt in je autonomie?
Laten we voor het gemak even ervan uitgaan dat elk individu autonoom is en beschikt over een vrije wil. Dan nog wordt die onafhankelijk door allerlei invloeden beperkt. Afkomst, sekse, ideologie, opvoeding… je kan het zo gek niet bedenken. Dit zijn de heteronome invloeden in je leven. Zonder die in kaart te brengen, zul je nooit ook maar een schijn van kans hebben als autonoom individu, of je nu gelooft in de vrije wil of niet. (Hoe onzichtbare factoren je leven sturen: zenuwen, kleding, taal)

6. Wat voor attributen, zoals kleding, gebruik je om je identiteit uit te drukken?
Het is misschien niet goed om je te profileren alleen door je kleding, zonder dat er iets achter schuil gaat. Maar via kleding en andere attributen kun je je identiteit benadrukken. Liever dan de mode te volgen, kun je in je eigen stijl tonen wie je bent. Je kunt daar maar beter over nadenken, want de omgeving zal via je kleding altijd een oordeel proberen te vormen over de naakte mens die eronder zit. (Mode, kleding, stijl en identiteit: over het kiezen van een winterjas)

7. Ga je voor kennis of voor macht? Schoonheid of waarheid?
Er zijn twee soorten schrijvers beweerde ik: zij die verlangen naar controle en daarom een romanwereld optrekken die zij als een God kunnen beheersen. En zij die schrijven om de wereld zoals die is te begrijpen. Dat is een fundamenteel verschil. Je kunt dit ook vertalen naar een meer algemene levenshouding. Ga je voor macht of voor kennis? Voor schoonheid of waarheid? En wat betekenen die begrippen dan? (Waarom schrijf je? Ga je voor kennis of macht?)

8. Wat is een mens?
Je kunt jezelf beschouwen als brein, als aap of als ziel: rationeel, emotioneel, spiritueel. Uitgaande van je genen, van je geschiedenis of van je ideeën. Nature of nurture, gegevenheden en mogelijkheden. Wat is het belangrijkst? (Brein, aap, ziel: wat is de mens? Drie boeken)

9. Hoe is je houding tegenover tijd?
Alle filosofie is leren sterven… of: leren omgaan tijd. Je verhouding met de tijd bepaalt in hoge mate je houding tegenover jezelf. Tijd is natuurlijk ook een belangrijk verhaalelement. Wanneer is de tijd snel gegaan, waar ligt een breuk in de tijd? Ben je een laatbloeier, vroegwijs, vroegrijp. Is je levensverhaal een rechte lijn of misschien cyclisch? (Triptiek van de verleden tijd in je persoonlijk leven)

10. Het verhaal van het lichaam
Ik heb het hier niet vaak over de fysieke kant van het leven. Maar je bent natuurlijk een lichaam. Dat is ook een verhaal om te vertellen. (Naar wat voor orde leef je? Sociale, culturele en fysieke invloeden)

8 gedachten over “10 filosofische vragen om over het verhaal van je leven na te denken”

  1. Heb je ooit nagedacht over wat angst is en waar het vandaan komt of waarom mensen liegen want zou het niet heerlijk zijn dat als je een vraag stelde je gewoon een eerlijk antwoord kreeg zodat je niet opzoek hoefde naar de waarheid.

    1. Angst is evolutionair en is onderdeel van ons beschermingsmechanisme. Door angst vluchten we voor een Leeuw zodat deze ons niet kan opeten. Liegen is complexer. Als iedereen de “waarheid” (bestaat deze wel?) zou zeggen, zou dit tot meer conflicten leiden. De “waarheid” is vaak hard en niet iedereen kan deze accepteren.

  2. Waarom is de mens op zoek naar deze kennis d.m.v het vragen aan andere mensen wat het antwoord hierop is. We zijn immers mensen en zouden hier zelf antwoord op kunnen geven toch?

  3. Het verhaal van mijn leven is verleden tijd en mijn herinneringen zijn slechts een reconstructie en interpretatie die telkens anders uitpakt. Zelf vind ik de vraag “Hoe wil ik me gedragen?” interessanter dan “Hoe heb ik me gedragen?”. Zeg maar de “Vanafnu-aanpak”.

  4. Flut teksten, begrijpelijk maar erg slapjes. Denk eens na over het bestaan in plaats van; hoe moet ik mij in hemelsnaam kleden als ik in een donkere of lichte bui ben. Filosoisch na denken is fantafantaseren, dat is dit niet.

    1. Ik denk vaak genoeg na over het bestaan, en ook over spelling trouwens. Wat ‘fantafantaseren’ precies is, weet ik dan weer niet. Het klinkt echter niet als een woord waarmee ik de filosofie zou willen karakteriseren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *