G8 van de filosofie? Of een full on publieksevenement?

fotoVerschenen bij Institute of Network Cultures weblog

‘Waarom laten we het nadenken over onze toekomstige samenleving over aan politici? Waarom bestaat er geen serieuze internationale top voor intellectuelen?’ Met die inzet vond 18 april de ‘G8 van de filosofie’ plaats in de Beurs van Berlage in Amsterdam. Zygmund Bauman, Peter Sloterdijk, Aziz Al-Azmeh, Benjamin Barber, Damon Young, John Gray, Markus Gabriel en Sophie Oluwole (Chantal Mouffe was er helaas niet) kwamen samen met tal van Nederlandse filosofen en zo’n duizend man publiek. Maar is dat ook meteen een ‘serieuze internationale top voor intellectuelen’? Nee, het was een full on publieksevenement.

Filosofen zijn er natuurlijk niet om wereldproblemen op te lossen, maar kunnen wel een rol spelen in het verhelderen van belangrijke vragen. Wat zijn de filosofische implicaties van het armoedeprobleem, van klimaatverandering, culturele conflicten en privacy, om maar een paar van de thema’s te noemen die aan de orde kwamen. Filosofen kunnen daarnaast bepaalde zaken agenderen: de ethiek van (toekomstige) robots, autonomie die in het democratisch bestel onder druk staat, et cetera. In de aanloop naar de G8 gebeurde dit dan ook uitvoerig in diverse media – hoewel eerder journalisten daarvoor verantwoordelijk zijn en niet de filosofen zelf, die lieten zich interviewen of zagen hun boeken besproken worden.

Interessant materiaal, en goed dat de actuele filosofie zo in de spotlight komt te staan. Op de avond zelf werd het echter al gauw duidelijk dat dit een filosofisch event voor het algemene publiek was. Net als de media coverage bestond de avond uit een aaneenschakeling van interviews met of lezingen van de filosofen over zijn of haar werk en discussies onder leiding van een moderator die ‘de stem van de leek’ vertegenwoordigt. Waar waren de filosofische gesprekken waarin stappen worden gezet voorbij het eigen denken? Waarin de basis die er is (boeken, interviews en artikelen) de inzet vormt voor nieuwe inzichten? Dat is toch wat een ‘top’ zou moeten betekenen? Pittige discussies waarin deze intellectuelen het vuur na aan de schenen wordt gelegd – door elkaar of door gesprekleiders die niet in de eerste plaats het publiek voor ogen hebben maar de agenda van de ‘toekomstige samenleving’.

Het leek alsof meer nog dan anders het niveau van de gesprekken voortdurend naar beneden werd getrokken door de vraag ‘maar wat kan ik dan zelf doen in mijn dagelijks leven?’ Terecht merkten zowel Peter Sloterdijk als Marli Huijer (los van elkaar) op dat het niet gaat om jouw individuele ongemakjes, maar om de filosofische vraag – het wereldprobleem om het maar zo te noemen. Het is al tijden de grote discussie binnen de filosofie: hoe ver mag je gaan met populariseren? Ik juich het toe dat de filosofie de laatste jaren uit de academie is getreden en dat zoveel mensen lezen, schrijven en discussiëren over filosofische vragen op een toegankelijk niveau. Dat hoeft ook niet ten koste te gaan van inhoud, diepgang, of hoe je het maar wil noemen. Op tv is het misschien van belang om te vragen wat al die abstracte woorden nu in een zin of twee betekenen voor ‘de kijker thuis’. Een talkshow is dan ook een vluchtig medium – er is geen tijd om op de zaken door te vragen en er is ook geen tijd voor een diepgravende voorbereiding.

Terzijde – daar ligt denk ik een groot probleem: toegankelijke, ‘gepopulariseerde’ filosofie lijkt zo vaak haastwerk. Terwijl complexe vraagstukken best zinvol en begrijpelijk gebracht kunnen worden, als er maar tijd en aandacht aan wordt besteed. Dat verdient de filosofie, waarin het toch gaat om steeds weer bevragen wat er staat, wat er gezegd wordt. Academische en populaire filosofie vormen in het beste geval helemaal geen tegenstelling. De voor de Socrates-beker genomineerde boeken voor beste filosofiewerk van het jaar laten dat zien, zij weten als het goed is die tegenstelling achter zich te laten. Inhoudelijke kracht en een aantrekkelijke vorm kunnen hand in hand gaan, als beide maar evenveel aandacht krijgen. Nee, als beide maar veel aandacht krijgen.

Op een bijeenkomst zoals deze Filosofienacht, waar zoveel voorbereiding en denkwerk in zit, dat is duidelijk, mag de bezoeker wel iets meer uitgedaagd worden. Duizend bezoekers, dat is veel, maar nog steeds een zeer selecte club die je niet hoeft te onderschatten. Het was mooi om te zien dat er zoveel jonge mensen waren, die – zoals iemand op Twitter opmerkte – zonder probleem drie kwartier aandachtig luisterden naar een discussie in het Engels over, bijvoorbeeld, ‘distraction‘. De ambitieuze doelstelling die de ‘Filosofen-G8’ zich stelt als ‘serieuze internationale top voor intellectuelen’, zou ook moeten betekenen dat de filosofen zelf uitgedaagd worden, meer nog: elkaar uitdagen. Het was internationaal, er waren intellectuelen, het ging over de toekomstige samenleving. Nu nog iets serieuzer graag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *