Lang, wollig feestpakkie

crocs_nicholson_bush

Mijn nieuwe lange, wollige en charmante jurk leek me ideaal om te dragen naar een sollicitatiegesprek. Ook zonder kralenketting en met een donkere spijkerbroek eronder voelde ik me zo netjes als maar zijn kon. Nog even mijn haar kammen en klaar!

’s Avonds was er een feestje in de Flitz, een donker hol waar je eigenlijk niet in lange, wollige jurken aan kunt komen. Maar ik was te lui om me te verkleden. Zoals ik die ochtend nog mezelf had proberen te verkopen aan vijf mensen aan de andere kant van een tafel, zo stond ik diezelfde avond met bier in de ene hand en, tja, bier in de andere (sinds het rookverbod is het er niet makkelijker op geworden).

Daar kwam de eerste al.
‘Leuk feestpakkie heb je aan!’
‘Sorry, sorry, ik had een sollicitatiegesprek.’
‘Sollicitatiegesprek? Ik maak geen grapje, ik dacht dat dit je feestoutfit was.’
‘Maar… dit ben ik op mijn netst.’
Gelach alom. Ik heb iets niet begrepen, zoveel is duidelijk. Had ik toch voor de kralenketting en de laarzen moeten gaan?
‘Dit ben jij op je netst?’ vond iemand anders het nog nodig te herhalen. Langzamerhand begon ik te vrezen voor het oordeel van de sollicitatiecommissie. Als ik hier al niet serieus werd genomen, als wat voor boer was ik daar dan wel niet overgekomen?

Ik heb hier vaker last van. Mijn moeder vindt mijn kleren altijd ‘sjiek’, een studiegenoot zei eens tegen me dat ik vast heel sportief was (voor de goede orde: dat ben ik niet), anderen vinden me een tutje, een student of een dom blondje. Laatst riep een collega tegen me: ‘Hey, fly girl!’ Dat komt misschien nog het dichtst in de buurt van de waarheid, hoop ik.

Als je jong bent lijkt het makkelijker. Op de middelbare school hing ik de theorie aan dat je mensen kon inschatten door de schoenen die ze dragen. Ik legde mijn theorie voor aan mijn vrienden. Je had alto’s, die droegen kisten. Alto-meisjes liepen ook wel op gekleurde Dr. Martens. Gabbers hadden elke maand nieuwe Air Max, kakkers gingen voor Timberland en die schoenen met opstaande naad en dikke rubberzolen, Mags. Verder had je de ‘gewones’ die natuurlijk gewone, onopvallende schoenen droegen. Ik was zelf het bewijs, want Ik, Alto droeg indertijd zwarte Dr. Martens met stalen neuzen. (Tegenwoordig lopen zowel peuters als hippe vogels als zwangere zakenvrouwen op dingen als Crocs, ik word er niet wijs uit.)

Oei, wat schoten mijn opmerkingen – toegegeven, er zat een kiem van fascisme in – mijn vrienden in het verkeerde keelgat. Terecht wees mijn vriendin op haar witte Nikes die ze droeg onder (van beneden naar boven) een spijkerbroek, Slayer-T-shirt, legerjas en Sepulturapet. Eerste weerlegging. En een andere vriend stond al klaar met zijn Dr. Martens in de lucht, waarop een ribbroek, een waxjas en een gezicht dat verscholen ging achter lange, ongekamde haren. Goed, die theorie sloeg duidelijk nergens op.

Pas vijftien jaar later (au!) begrijp ik waarom mijn theorie als los zand aan elkaar hing: ik dacht helemaal niet vanuit de schoenen, maar vanuit groepen mensen. Ik beweerde dat ik aan de schoenen kon zien wie erin stond, wat ik eigenlijk deed was aan elk type mens een schoen toewijzen. Dat bestond natuurlijk allemaal alleen maar in mijn hoofd, de werkelijkheid kwam er niet bij kijken. Die twee vrienden van mij waren duidelijk betere wetenschappers dan ik!

Toch, ook al zeggen kleren niets over de mensen die ze dragen, je ontkomt er bijna niet aan de kleren te lezen alsof ze iets zeggen over de inhoud. Dat merkte ik nooit zo goed als toen ik met leren jas en al op motorvakantie ging. Van mijn zus leende ik grote, zware boots. Als ik ’s nachts op de camping naar de wc ging, leek het alsof een reus zijn gram kwam halen. Andere motorrijders kwamen een praatje maken, terwijl moeders angstig hun kinderen de voortent van de caravan in trokken. Jonge vaders keken vol ontzag naar de helm aan mijn arm, terwijl bejaarde echtparen elkaar hoofdschuddend aanstootten. En ik was nog maar de bijrijder, ik droeg niet eens een leren broek.

Wat zeggen kleren dan over de mensen die ze dragen? Net als bij alle interpretatie, is er geen eenduidig model waaruit je kunt opmaken wat er bedoeld wordt. Mijn “Air Max equals gabber” hield geen rekening met mijn eigen vooroordelen, met de motieven van de drager of de meerduidigheid van een mode-item. Ik weet zeker dat mijn moeder de lange, wollige jurk ‘sjiek’ zou vinden, ook al noemden m’n vrienden ’m een feestpakkie en droeg ik hem om er netjes uit te zien.

Die baan heb ik trouwens gekregen. Dus wie heeft er nou gelijk?!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *