Over herinneringen

1. In Kopenhagen ging ik naar het allereerste adres waar ik ooit woonde: Finsensvej 10C. Ik ben er niet geboren, dat gebeurde in het ziekenhuis om de hoek, en heb er maar twee jaar gewoond. Ik herinnerde me dan ook helemaal niets van de straat of de omgeving. Jaren geleden ging ik met mijn moeder naar het tweede adres, daar vlakbij. Ook daar woonden we maar twee jaar. Daar wist ik nog heel veel van. Ik liep rond op het appartementencomplex en wees: hier om de hoek is een speeltuin met een dichte glijbaan, daar verderop de kleuterschool. Dat kan ik nu niet meer. Ik herinner me niet meer wat ik als vierjarige meemaakte, maar ik herinner mijn herinnering van toen ik er later terugkwam.

2. Iedereen zal zich wel eens hebben afgevraagd: herinner ik me wat er gebeurd is of de foto’s die ervan bestaan? (Een heel andere vraag is: herinner ik me een echte gebeurtenis, of was het een droom?) Was ik wel eens over de brug tussen Funen en Seeland gereden? vroeg iemand me. Ik wist het niet meer. Ik zag de brug voor me, maar dat kon net zo goed een tv-beeld zijn. Google leert dat de brug in 1998 voltooid is, dus ik moet er zeker overheen zijn gereden, voor het laatst in 2001. Misschien herinner ik het me, misschien ook niet. Voor sommige reizigers is het reden genoeg om geen foto’s meer te maken. Ik deed in Kopenhagen het omgekeerde: mijn foto’s zijn snapshots van gedachten die ik me wil herinneren. Zoals het bejaarde stel dat in de trein van 12.39 naar Humlebaek flessen Tuborg dronk. Dat is in Denemarken niet een uitzonderlijk plaatje, maar een alledaags moment.

3. In haar dagboek (Reborn) noteert Susan Sontag een paginalange lijst van details uit haar herinnering. Details uit haar kindertijd, uitspraken van familieleden, gelezen boeken, namen van klasgenoten, etenswaren, ‘Deciding about God’. Er is geen samenhang, geen chronologie, geen uitleg. De naakte feiten.

4. Siri Hustvedt vertelt in The Shaking Woman over een methode die ze gebruikt om het geheugen op gang te brengen bij geestelijk gestoorden die ze schrijfles geeft. Begin gewoon met een vel papier en schrijf op: I remember… De rest volgt vanzelf, in een ‘ketting van associaties’. Door het opschrijven (met de hand), gebeurt het ook: ‘Ik herinner me…’ zet de herinnering in gang. Het is een memory machine. Hustvedt beschrijft een patiënt met geheugenverlies, die door te schrijven zijn herinneringen terugkreeg. ‘The talking Neil had amnesia. Neil’s writing hand did not.’

5. Hoe weet je of wat je opschrijft, ook niet een tweedehands herinnering is? Doet die vraag er wel toe? Is niet alle herinnering een constructie, een verhaal? Susan Sontag doet alsof ze een boekhoudkundig rapport van haar jeugd geeft, geheel objectief en waarheidsgetrouw. Eigenlijk had ze overal ‘I remember’ voor moeten zetten. Die contextuering maakt wat volgt tot een verhaal. David Shields schrijft in Reality Hunger dat zich herinneren eigenlijk hetzelfde is als fictie schrijven. Of beter gezegd: de grens tussen feit en fictie is blurry tot non-existent. Feiten zijn altijd een constructie of interpretatie, en fictie is altijd gebaseerd op de werkelijkheid. ‘Did this happen? Yes. Did this happen in this way? The answer to that, if you’re a grown-up, is “Not necessarily.”‘

6. Als je je iets herinnert van vroeger, toen je klein was, zie je jezelf dan van buiten of van binnen? Ik zie mezelf altijd van buiten, van een paar meter afstand (hoewel ik mezelf natuurlijk in werkelijkheid natuurlijk nog nooit van buiten heb gezien). Herinnering is nooit een directe herbeleving van het herinnerde moment. Je gaat als het ware op reis terug in de tijd, en je tegenwoordige oudere zelf is aanwezig bij het kind dat je was. De herinnering deelt je in tweeën. (Behalve de mémoire involontaire van Marcel Proust. Maar ook die onvrijwillige herinnering moet door het bewustzijn en de reflectie gaan, wil ze betekenis krijgen.)

7. In Kopenhagen las ik wat in Stadia op de levensweg, van een van de beroemdste Kopenhagenaars aller tijden: Søren Kierkegaard. Het boek begint met een mijmering over het verschil tussen geheugen en herinnering. Reflectie, waarbij je je opdeelt in tweeën om van een afstand naar jezelf te kijken, is het kenmerk van herinnering (en een van de hoogste waarden waar Kierkegaard altijd op uit komt). Feitenlijstjes representeren het geheugen, ze worden neergepend zonder reflectie. Door jezelf tot subject te maken – ‘I remember’ – stap je van het geheugen over op de herinnering.

finsensvej

8. Een ander kenmerk van herinnering volgens Kierkegaard, is dat ze het beste gedijt bij contrastwerking. (Wie heeft niet een keer een gelukkig ogenblik verstoord zien worden door de herinnering aan ongeluk.) ‘Wanneer het geheugen steeds weer wordt opgefrist, verrijkt het de ziel met een massa details, die de herinnering verstrooien.’ (Het gaat dus eerder om een verarming dan een verrijking.) Stom idee dus om naar mijn geboortestad af te reizen? Ach, van de Finsensvej herinnerde ik me toch al niets meer. En nu kan ik af en toe terugdenken aan het saluut dat die twee bejaarden in de trein leken te geven aan het leven, of aan hun beroemde stadsgenoot.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *