Pessimisten zijn niet intelligent, maar ongelukkig

Om pessimisme hangt vaak een aura van intelligentie en ervarenheid – reden genoeg om jarenlang mijzelf een pessimist te noemen. Tot ik erachter kwam dat het gewoonweg niet waar was en ik tot mijn schaamte moest bekennen een optimist te zijn. Nu ben ik er trots op. Was ik niet zo optimistisch dan zou ik bijna een hekel krijgen aan al die zwartkijkers die nog steeds denken intelligenter en ervarener te zijn. Het enige wat ze zijn is ongelukkiger.

Filosofie Magazine pakt uit met een dubbelnummer over optimisme en pessimisme, die het blad letterlijk in tweeën delen. Ik begon te lezen aan de pessimistische kant, met een zwartgallerig omslag. Meteen uit het lood geslagen door het interview met Désanne van Brederode. Want zo was ik ook, ik ben het in veel met haar eens. Verdriet moet je niet ontkennen maar accepteren en soms zelfs koesteren. Het leven is hard maar daarom niet verschrikkelijk. En meer van dat soort tegelwijsheden. Alleen noemt zij het pessimisme en geen optimisme. Wat was er aan de hand?

Ik draaide het blad om en las voorbij het sneeuwwitte omslag van de optimistenzijde. Welja! Hier stond precies hetzelfde: optimisme betekent niet dat je de werkelijkheid niet onder ogen durft te zien. Je laat je alleen niet uit het veld slaan door tegenslag. Er zit wijsheid in, die moet je koesteren. Het leven is hard maar daarom niet verschrikkelijk. Optimisme.

Lang hoef je er niet bij stil te staan om in te zien dat de geïnterviewde optimisten en pessimisten het in elk geval hierin met elkaar eens zijn: ze zijn eenentwintigste-eeuwse, pragmatische realisten. Omdat ze intelligent en ervaren zijn. Het leven is op een bepaald moment op ze afgestormd en daar zijn ze wijzer en ook wat triester uitgekomen. Het gekke is alleen dat de redactie zelf deze overeenkomst die verdeling tussen half vol en half leeg onderuit haalt, niet heeft gezien.

Gelukkig vond ik in het nummer toch nog een bevestiging dat ik echt een optimist ben. Een soort gespiegeld bewijs. ‘Pessimisten klagen niet,’ stond er in het zwartgallige gedeelte. ‘Ze weten toch dat het er niet beter op wordt.’ Nee, optimisten, zo heet het, dat zijn de klagers van deze wereld, juist omdat ze denken dat ze tekort worden gedaan. Dit moet wel de grootste onzin in het hele blad zijn, en voorwaar niet erg realistisch. In mijn optiek zijn pessimisten nu juist de klagers, want inherent aan klagen is dat het nutteloos is. Optimisten klagen niet, die doen er wat aan of weten te berusten.

Kijk naar de sneeuw. Wie durft nog te beweren dat alle zuurpruimen die spreken van chaos en falen optimisten zijn? Zoals ik al zei: ze zijn simpelweg ongelukkig. En dat is niet iets om trots op te zijn. Het is eerder dom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *