Waarheidsvinding als morele daad en deugd. De Nacht van Descartes III

Een rechter die een uitspraak doet (‘Schuldig’) verricht daarmee een handeling. Door te zeggen dat een verdachte schuldig is, is de verdachte dat ook. De taalhandeling van de rechter, bepaalt daarmee de werkelijkheid, het verloop van de gebeurtenissen in de wereld. Wat een macht! En wat een mogelijkheden die macht te misbruiken!

Naar aanleiding van de Nacht van Descartes, over de rechterlijke macht (derde en laatste deel). Lees ook deel I, Naar wat voor orde leef je? Sociale, culturele en fysieke invloeden en deel II, Schakelbewijs: stof in de hoeken van de kamer

Er zijn wel meer van dat soort uitspraken te bedenken (ben even de officiële term kwijt). De gemeenteambtenaar die man en vrouw, of liever mens en mens, tot echtgenoten verklaart. Maar ook degene die roept ‘ik maak het uit!’ of juist liefjes antwoord geeft op de vraag ‘wil je verkering met me?’ Grensgevallen zijn er ook. De arts die de dood vaststelt, hoe zit het daarmee? Of, lastiger, de arts die een diagnose stelt van een ziekte die zich niet in uiterlijke verschijnselen openbaart en daarmee een circus van behandelingen in gang zet?

(Of op een welhaast metafysisch niveau: een dichter die de werkelijkheid beschrijft in metaforen. Of niet eens de werkelijkheid, maar een mogelijke werkelijkheid… De verhalen van Borges die parallelle universa tot leven roepen.)

Terug naar de rechter. Als de rechter zijn oordeel uitspreekt, is het gebaseerd op een zoektocht naar de ware gang van zaken. Oftewel, gewoon de waarheid. Dat, zo bleek op de Nacht van Descartes, maakt van de waarheidsvinding van de rechter een morele daad. En bij die morele daad horen ook morele deugden. De morele deugden van waarheidsvinding, volgens filosoof Bernard Williams, zijn ‘accuracy and sincerety’, oftewel accuratesse en oprechtheid.

Bij de waarheidsvinding moet ‘het wettelijk bewijs aan de overtuiging voorafgaan’. Het is niet moeilijk in te zien waarom accuratesse en oprechtheid hierbij van belang zijn. Accuratesse moet ervoor zorgen dat alle informatie verzameld wordt – nauwkeurig maar ook compleet. Gemakzuchtig alleen die feiten gebruiken die bij je overtuiging passen is er niet bij. Oprechtheid zorgt ervoor dat je je niet door anderen laat verleiden, door chantage of simpelweg door een mooi verhaal. Maar oprechtheid past niet alleen tegenover de feiten (of neutraler gesteld, de informatie), maar ook tegenover jezelf. Om te oordelen over een ander, is zelfkennis onmisbaar, zo weet de filosofie al sinds duizenden jaren.

Die vriend die de hoekjes niet stofzuigt (vooruit, misschien een gebrek aan accuratesse), heeft meer ook aan het laatste dan aan het eerste. De feiten liggen in de hoeken van de kamer voor het opzuigen. Oprechtheid tegenover jezelf en via jezelf tegenover de ander aanwenden, vraagt net iets meer moeite.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *