Antoine de Kom - Het misdadige brein. Over het kwaad in onszelf
06/02/12 07:39 Denk aan: Literatuur

H. is Hamlet, een van de tien ‘wereldberoemde misdadigers’ die Antoine de Kom, tevens dichter, onderzoekt in zijn intrigerende boek Het misdadige brein. Over het kwaad in onszelf. De onderzochte subjecten – negen mannen en een vrouw – zijn niet allemaal literaire personages, wel zijn ze allemaal dood. Bin L., De S.(ade) en E.(ichmann) zijn enkelen van de beoefenaars van het kwaad, die De Kom ontmoet.
Lees verder op Athenaeum.nl: Moordverdachte als een luipaard
Comments
Julian Baggini over het 'ware zelf' als netwerk
01/02/12 11:17 Denk aan: Filosofie
'Is there a real you?' is de oeroude vraag die Julian Baggini stelt in zijn TED-talk. En de vraag is niet retorisch, maar echt open. Er is misschien wel een 'real you' of anders gezegd een 'true self', maar alleen als je wilt accepteren dat iets 'waar' kan zijn en tegelijk dynamisch en veranderlijk.
We zien het zelf graag als een kern, een pit die onveranderlijk blijft. Die pit heeft een aantal dingen, als handtasjes waar ze vrolijk mee heen en weer zwaait of als een backpack met zich meesleept: herinneringen, overtuigingen, eigenschappen. Julian Baggini stelt een andere weergave van het zelf voor. Door de pit gaat een kruis en wat blijft zijn de handtasjes, die aan elkaar verknoopt zijn in een netwerk als een rattenkoning. Het zelf is het netwerk. Je ik is decentraal, hoe gek dat ook klinkt.
Baggini gebruikt een inzichtelijke vergelijking. Van water zeggen we ook niet dat het een kern heeft die twee tasjes vasthoudt met een H erop en één met een O; het water is H2O. Net zo kun je het zelf beschouwen. En net zoals niemand het in zijn hoofd zal halen water daarom een illusie te noemen, is deze vorm van het zelf geen reden om het dan maar af te doen als illusoir.
Op TED-waardige wijze sluit Baggini zijn lezing vrij hysterisch, met een lofzang op de mogelijkheden die dit 'decentrale zelf' biedt. Want als het zelf bestaat uit de connecties tussen overtuigingen, herinneringen et cetera, dan bestaat daarin ook de mogelijkheid het te veranderen. Of (zou ik zeggen) de ontwikkeling ervan te beïnvloeden.
De conclusie is kan op een tegeltje: je ware zelf moet je niet zoeken, maar maken. Mooi.

We zien het zelf graag als een kern, een pit die onveranderlijk blijft. Die pit heeft een aantal dingen, als handtasjes waar ze vrolijk mee heen en weer zwaait of als een backpack met zich meesleept: herinneringen, overtuigingen, eigenschappen. Julian Baggini stelt een andere weergave van het zelf voor. Door de pit gaat een kruis en wat blijft zijn de handtasjes, die aan elkaar verknoopt zijn in een netwerk als een rattenkoning. Het zelf is het netwerk. Je ik is decentraal, hoe gek dat ook klinkt.
Baggini gebruikt een inzichtelijke vergelijking. Van water zeggen we ook niet dat het een kern heeft die twee tasjes vasthoudt met een H erop en één met een O; het water is H2O. Net zo kun je het zelf beschouwen. En net zoals niemand het in zijn hoofd zal halen water daarom een illusie te noemen, is deze vorm van het zelf geen reden om het dan maar af te doen als illusoir.
Op TED-waardige wijze sluit Baggini zijn lezing vrij hysterisch, met een lofzang op de mogelijkheden die dit 'decentrale zelf' biedt. Want als het zelf bestaat uit de connecties tussen overtuigingen, herinneringen et cetera, dan bestaat daarin ook de mogelijkheid het te veranderen. Of (zou ik zeggen) de ontwikkeling ervan te beïnvloeden.
De conclusie is kan op een tegeltje: je ware zelf moet je niet zoeken, maar maken. Mooi.
Alicja Gescinska - De verovering van de vrijheid. Van luie mensen, de dingen die voorbijgaan
31/01/12 07:24 Denk aan: Filosofie

Een interessant, maar helaas weinig overtuigend uitgewerkt standpunt. Dat komt vooral omdat Gescinska (1981) zichzelf volkomen overschreeuwt. De verovering van de vrijheid. Van luie mensen, de dingen die voorbijgaan begint als een veelbelovend filosofisch exposé vanuit een persoonlijk gevoed vraagstuk. Dat helaas eindigt in een kakofonie van boude politiek-maatschappelijke stellingen en uitroeptekens.
Lees verder op 8WEEKLY: Dan liever Oblomov
Daniel Kahneman over het conflict tussen ervaring en herinnering
29/01/12 22:11 Denk aan: Wetenschap
'We don't choose between experiences, we choose between the memory of experiences.'
In de TED-talk The riddle of experience vs memory bespreekt Daniel Kahneman een 'cognitieve valkuil' waar onderzoekers van geluk maar al te vaak in vallen. De ervaring van het geluk is iets anders dan de herinnering aan die ervaring. Of met andere woorden: de onmiddellijkheid van het moment moet je niet verwarren met de reflectie achteraf.
Herken je dit? Je ontmoet een leuke jongen (of meisje) en je gaat een paar keer samen uit. Na een paar afspraakjes loopt het spaak. Met een knal spat het prille geluk uiteen. Al die tijd bleek hij een stuk of zes 'projectjes' te hebben lopen waar jij er toevallig één van was. Wat een vreselijke ervaring, denk je. Maar de ervaring, die paar mooie avonden en wilde nachten, is helemaal niet veranderd. Die momenten zijn immers allang vervlogen en blijven onveranderlijk gelukkig. Het is de herinnering die is veranderd en die het geluk transformeert tot iets vreselijks.
We hebben twee zelven, aldus Kahneman: het ervarende zelf en het herinnerende zelf. De eerste is degene die in het heden leeft, in de onmiddellijkheid van het moment. De tweede kijkt terug op het verleden en vertelt daar verhalen over, gebaseerd op de herinnering. Bij het denken over geluk zijn we geneigd de twee zelven te verwarren. Ze raken met elkaar in conflict. Enter ellende.
Is het niet zonde om de gelukkige ervaring weg te gooien, alleen omdat de herinnering er achteraf een grauwsluier overheen trekt? Vind ik wel. Ik probeer altijd het geluk voor ogen te houden dat een moment bezat, los van wat er verder op volgde. Dat is niet makkelijk, want wat de boel verder compliceert is het belang dat nu net het einde van een ervaring heeft bij het construeren van de herinnering eraan. Kahneman vertelt over patiënten die een pijnlijke medische ingreep ondergaan. Bij de een eindigt de ingreep na een korte tijd (zeg, vijf minuten) op het hoogtepunt van de pijn. De ander moet tien minuten lijden, maar van die tien minuten zijn de laatste vier niet zo heel erg. Zijn herinnering aan de ingreep zal daarom minder negatief zijn dan van zijn lotgenoot, ook al duurde de ingreep dubbel zo lang.
Zo werkt het ook in de liefde. Als het prille geluk inderdaad met een knal uiteenspat, zal het moeilijker zijn om de herinnering aan de gelukkige momenten ook gelukkig te houden. Hoe lang of hoe kort ze ook duurden. Een cognitieve valkuil, in de woorden van Kahneman 'the tiranny of the remembering self'. Dat is er eentje om met een lange aanloop sierlijk overheen te springen.
(Overigens is tussen de regels door in Kahnemans praatje ook een pleidooi te horen voor een levenskunst van de ervaring, voor actie is altijd beter dan geen actie. Mooi.)

In de TED-talk The riddle of experience vs memory bespreekt Daniel Kahneman een 'cognitieve valkuil' waar onderzoekers van geluk maar al te vaak in vallen. De ervaring van het geluk is iets anders dan de herinnering aan die ervaring. Of met andere woorden: de onmiddellijkheid van het moment moet je niet verwarren met de reflectie achteraf.
Herken je dit? Je ontmoet een leuke jongen (of meisje) en je gaat een paar keer samen uit. Na een paar afspraakjes loopt het spaak. Met een knal spat het prille geluk uiteen. Al die tijd bleek hij een stuk of zes 'projectjes' te hebben lopen waar jij er toevallig één van was. Wat een vreselijke ervaring, denk je. Maar de ervaring, die paar mooie avonden en wilde nachten, is helemaal niet veranderd. Die momenten zijn immers allang vervlogen en blijven onveranderlijk gelukkig. Het is de herinnering die is veranderd en die het geluk transformeert tot iets vreselijks.
We hebben twee zelven, aldus Kahneman: het ervarende zelf en het herinnerende zelf. De eerste is degene die in het heden leeft, in de onmiddellijkheid van het moment. De tweede kijkt terug op het verleden en vertelt daar verhalen over, gebaseerd op de herinnering. Bij het denken over geluk zijn we geneigd de twee zelven te verwarren. Ze raken met elkaar in conflict. Enter ellende.
Is het niet zonde om de gelukkige ervaring weg te gooien, alleen omdat de herinnering er achteraf een grauwsluier overheen trekt? Vind ik wel. Ik probeer altijd het geluk voor ogen te houden dat een moment bezat, los van wat er verder op volgde. Dat is niet makkelijk, want wat de boel verder compliceert is het belang dat nu net het einde van een ervaring heeft bij het construeren van de herinnering eraan. Kahneman vertelt over patiënten die een pijnlijke medische ingreep ondergaan. Bij de een eindigt de ingreep na een korte tijd (zeg, vijf minuten) op het hoogtepunt van de pijn. De ander moet tien minuten lijden, maar van die tien minuten zijn de laatste vier niet zo heel erg. Zijn herinnering aan de ingreep zal daarom minder negatief zijn dan van zijn lotgenoot, ook al duurde de ingreep dubbel zo lang.
Zo werkt het ook in de liefde. Als het prille geluk inderdaad met een knal uiteenspat, zal het moeilijker zijn om de herinnering aan de gelukkige momenten ook gelukkig te houden. Hoe lang of hoe kort ze ook duurden. Een cognitieve valkuil, in de woorden van Kahneman 'the tiranny of the remembering self'. Dat is er eentje om met een lange aanloop sierlijk overheen te springen.
(Overigens is tussen de regels door in Kahnemans praatje ook een pleidooi te horen voor een levenskunst van de ervaring, voor actie is altijd beter dan geen actie. Mooi.)
Zelfportret via datavisualisatie
21/01/12 16:39 Denk aan: Internet

Het is interessant om te zien hoeveel informatie er met een paar simpele tooltjes uit een online profiel te halen is. Niet alleen van jezelf, maar ook van je vrienden. Als je dat op je scherm ziet verschijnen, in honderden regels onder elkaar, word je je daar wel bewust van. Daarnaast krijg je door het (al dan niet creatief) bewerken van die data ook inzicht in jezelf. En het levert mooie plaatjes op, zoals het mozaïek van al mijn Facebook-foto's.
Als inleiding vertelt schrijver David Mulder over zijn kunstproject 'Turf'. Een jaar lang turfde hij werkelijk alles in zijn dagelijks leven, van kopjes koffie via wc-bezoek naar uren slaap. Turven is op zich geen moderne hobby, er zijn altijd mensen geweest die dag in dag uit hun gewicht, drankgebruik, sigaretten of calorieën hebben bijgehouden. Denk maar aan Bridget Jones. Het beschrijven van je 'quantified self' is een natuurlijk, menselijk verlangen. Maar die beschrijving is nu veel makkelijker geworden, zeker waar het gaat om het verwerken van de gegevens.
Het gaat ook verder dan alleen cijfertjes en statistieken: via de cijfertjes, die automatisch in grafieken en kaarten inzichtelijk worden gemaakt, maak je je levensverhaal zichtbaar. En dat kan anders uitpakken dan je had verwacht. Zoals het mozaïek van foto's: bij elkaar geplaatst in een grid vertonen de foto's één groot portret. Wat spreekt daaruit? Het zijn mijn herinneringen, maar samen vormen die een beeld dat andere mensen weer op hun eigen manier interpreteren.
Het turven, merkte Mulder, beïnvloedt je daadwerkelijke gedrag omdat je nu eenmaal van tevoren een ideaalbeeld van jezelf hebt – zelfs in de meest alledaagse, betekenisloze handelingen. Dat geldt ook voor het 'online turven', als je het bijhouden van je online profielen zo kunt noemen. Een voorbeeld dat ik wel herken is Last.fm, dat automatisch bijhoudt welke muziek je afspeelt. Heb ik bezoek met een belabberde muzieksmaak, dat mijn iTunes overneemt, dan krimp ik ineen van schaamte bij de gedachte aan mijn online voor iedereen te raadplegen Last.fm-lijst.
Al van oudsher geldt dat we graag verhalen vertellen over onszelf. Iets bestaat misschien pas in de reflectie erop. Als iets niet past in ons overkoepelende verhaal, ook al is het maar als afwijkend zijlijntje, dan schrappen we het uit onze realiteit. En die reflectie, dat vertellen, loopt nu veelal via sociale media. Anders dan vroeger zijn we zijn daar nu voortdurend, in real time mee bezig. Op vakantie wacht je niet meer tot je thuis bent om je definitieve verhaal te vertellen aan de thuisblijvers, maar ben je dag in dag uit dat verhaal aan het updaten. Haast als een echte roadnovel of zelfs een ouderwets feuilleton.
Daar stonden ze aan het eind van de middag dan allemaal bij elkaar: eindeloze rijen met al mijn statusupdates van Facebook en Twitter. Normaal gesproken kijken we niet vaak terug naar wat we allemaal ooit hebben geantwoord op de vraag 'what's happening'. Al was het maar omdat je moet weten hoe je al die data bij elkaar schraapt. Dat brengt wel reflectie op gang. Is dit wie ik ben? Wie ik wil zijn?
Bovenaan las ik: 'Iemand probeerde me net aan het schrikken te maken door heel hard in mijn gezicht te roepen: EY, IK BEN SCHIZOFREEN! Maar ik schrok niet. Hij had eerst namelijk heel lief hallo gezegd.' Ik herinner me dat ik dit op Facebook zette, maar niet de gebeurtenis zelf. Hetzelfde kun je met foto's hebben, vooral uit je kindertijd. Herinner je je echt dat moment, of alleen de foto die je al talloze malen hebt gezien? Maar er is een groot verschil wanneer je alles in real time boekstaaft (natuurlijk niet alles, alleen zij die nog nooit daadwerkelijk op Twitter hebben gekeken, denken dat mensen alle kopjes koffie noemen die ze op een dag drinken). Je wordt een personage in een verhaal dat niet eens op waargebeurde feiten gebaseerd hoeft te zijn. Een verhaal dat je zelf schrijft en dat tegelijkertijd jou schrijft. Want je mag een personage zijn in een half fictief verhaal, zodra het verloop van dat verhaal je gedrag gaat beïnvloeden, is het maar al te reëel.
Dat kun je allemaal heel erg vinden. Ik denk dat het alleen maar erg is als je je van die half-fictieve status niet bewust bent. Daarom is het goed om eens een middag aan een datavisualisatiezelfportret te knutselen. Bovendien kun je het ten goede aanwenden: je wordt voortdurend geconfronteerd met jezelf en daardoor aangezet tot gedragsveranderingen. Meestal nog ten goede ook, omdat je wilt overeenstemmen met een bepaald ideaalbeeld. Dat is de andere kant van het doemdenken dat de nadruk legt op de prestatiedruk en competitiedrang die met sociale media gepaard zouden gaan. Ook niet onbelangrijk: het prikkelt de creativiteit. En dat vind ik eh, leuk.
Workshop Data-is-me bij SETUP, 14 januari 2012
Geluk, ambivalentie en tragiek: Martha Nussbaum en levenskunst
18/01/12 12:53 Denk aan: Filosofie

Ethiek
Wat is dan het goede? Dat blijft nogal impliciet. Een belangrijk onderdeel van Nussbaums beschrijving van het goede is dan ook dat het niet singulier of eenduidig is. Voor Plato was het goede weliswaar moeilijk te bereiken, maar in zijn aard wel helder. Nussbaum volgt Aristoteles in zijn kritiek op deze enkelvoudige opvatting van het goede. Zoals de titel van haar boek over dit onderwerp zegt, is zij geïnteresseerd in The Fragility Of Goodness, de broosheid van het goede.
Die broosheid is te beschrijven aan de hand van het tragische. Aristoteles heeft uitgebreid de tragedies bestudeerd en geeft die een plaats in zijn ethiek. Van de tragici leren we dat waardevolle zaken in het leven niet altijd commensurabel zijn. Een beroemd voorbeeld is Antigone. Zij staat voor de beslissing of zij haar overleden broer de laatste eer zal bewijzen, of de koning gehoorzamen die haar dat verboden heeft. Hier bestaat geen juiste keuze, beide opties zijn even ‘waarden-vol’ en door te kiezen voor het ene, moet zij het andere laten. Het is een tragische situatie bij uitstek, waarin de kwetsbaarheid van Antigone wordt getoond, maar ook de kwetsbaarheid van het goede zelf.
Hiermee is nog niet bepaald wat het goede dan precies inhoudt. Bestaat het alleen in ‘vervuilde’ vorm, vermengd met het noodlot en het tragische? Hoe moeten we ons daar dan toe verhouden? Nussbaum legt de nadruk op het individuele, concrete mensenleven, en op vorming die gericht is op zowel het praktisch denkvermogen als de emoties. Via de literatuur en kunst, zoals het verhaal van Antigone, kunnen we meer leren over de vele verschillende verschijningsvormen die het goede kan hebben. Het goede krijgt gestalte in een individueel, uniek leven zoals van Antigone. Bovendien leren we over de worstelingen met het noodlot die ieder mens zal moeten leveren.
Bildung
Ook de filosofie van het onderwijs gaat tegenwoordig hoofdzakelijk uit van ‘nut’ als leidend principe. In haar veelbesproken pamflet Not For Profit (Niet voor de winst), pleit Nussbaum voor een andere vorm van onderwijs, waarin de studenten allereerst een werk- en levenshouding ontwikkelen waarin plaats is voor zelfstandigheid, betrokkenheid en sensibiliteit.
In die vorming komt het pluralisme van ‘het goede’ weer terug. Onderwijs moet uitgaan van het bestaan van verschillende waarden en tradities en zich niet beroepen op ‘heilige boeken’. Dit onderwijs geënt op ‘liberal arts’ is er juist voor iedereen. Daar is wel een kanttekening bij te maken, want de invulling lijkt wat elitair. Niet iedereen heeft het in zich om Sophokles en zijn Antigone te doorgronden.
Politieke filosofie en capabilities
Nussbaum lijkt in haar politieke filosofie wel uit te gaan van mogelijkheden (capabilities) die alle mensen gemeenschappelijk hebben. Niet in gelijke mate, en ook niet terug te brengen tot één goed – want het goede is ook hier meervoudig van aard. Maar wat het precies inhoudt, raakt steeds verder op de achtergrond. In haar politieke denken is de vraag niet meer ‘Wat is een goed leven?’ maar ‘Wat is een slecht leven?’ Met andere woorden, het draait om het definiëren van de minimale voorwaarden voor sociale rechtvaardigheid. Positieve vorming en zelfverwerkelijking raken daarmee enigszins uit zicht. Bovendien, stelt Maarten van Buuren in de discussie na de lezing, is het tragische besef hier ook verdwenen. Er zijn talloze mensen die wel capabilities bezitten, maar die op een of andere manier niet tot ontwikkeling weten te brengen.
De verbinding tussen het vroege werk van Martha Nussbaum, dat meer op de individuele ontwikkeling via literatuur en kunst gericht is – en het latere, politiek-filosofische oeuvre, is daardoor niet makkelijk te expliciteren. Misschien moeten we weer terug naar de duizenden jaren oude tragedies. Treedt bij die Griekse personages immers niet steeds de onontkoombare verknooptheid van het persoonlijke en politieke naar voren?
Het persoonlijke en politieke zullen zeker ook in de volgende lezing voor de serie Levenskunst aan bod komen. Op 7 februari spreekt Maarten van Buuren over Machiavelli. De lezing over Martha Nussbaum is hier terug te zien.
[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]
Hoe een zin te schrijven: Stanley Fish en Dostojevski's Duivels
11/01/12 17:59 Denk aan: Literatuur


Deze zin komt uit Duivels van Dostojevski en is in al zijn eenvoud fantastisch. Sinds ik het boekje How To Write A Sentence And How To Read One van Stanley Fish las, valt mijn oog vaker op dit soort juweeltjes. Fish is een zinnen-aficionado, en dit boekje zijn evangelie. Eerste zinnen, laatste zinnen, gewoon mooie zinnen: hij probeert ze te begrijpen én te schrijven. Hoewel het verre van volledig is, staan er een aantal mooie overdenkingen in. Wat maakt een zin tot een goede zin? Ik las het boekje naast Duivels, dus hierbij mijn eigen overdenkingen, aan de hand van de roman van de meester.
1. Onvergetelijk goede zinnen zijn als een steen, gegooid uit onverwachte hoek. (Ik zou zeggen: als een katapult afgeschoten vanuit het struikgewas.) Een goede zin maakt steeds meer tempo om uiteindelijk hard aan te komen, bam! in je hoofd. De zin is een wereld op zichzelf, hard en af. De zin hierboven ('Zichzelf blijven is het slimst - dat gelooft immers niemand.') is een goed voorbeeld. Hij begint met een haast clichématige constatering, gekeuvel, om na de gedachtestreep een eigenzinnig wereldbeeld je hoofd binnen te katapulteren. Een wereldbeeld dat het keuvelende cliché op z'n kop zet. In vier woorden.
Of neem deze:
'Als ik op dat moment gedroomd had, zou ik het nog niet hebben geloofd.'
Dit lijkt een paradox. Meestal geloof je iets juist als je zeker weet dat je het met je eigen, wakkere ogen hebt gezien. Wat de spreker ziet is zó ongeloofwaardig dat het uit een droom lijkt te komen. Het is echter nog ongeloofwaardiger dan alle waanbeelden die een droom kan fabriceren. Of vertolkt dit misschien een diepere waarheid? Moet je alleen geloven in dat wat je droomt? De persoon die deze zin uitspreekt is alleen al door deze zin een individu, omringd door zijn eigen werkelijkheid. Duizelingwekkend, zoals de werkelijkheid bij Dostojevski zich wel vaker voordoet.
2. Zinnen kunnen 'naar voren leunen', lean forward. Dan zijn ze geen in zichzelf besloten, harde en affe wereld, maar dragen ze eerder de belofte van die wereld, die zich zal ontvouwen na de punt. Fish bespreekt zulke naar voren leunende zinnen in een hoofdstuk over eerste zinnen van romans. Wat mij betreft kunnen dat soort 'eerste zinnen' zich in het hele verloop van een boek kunnen voordoen, bij elke nieuwe plotontwikkeling.
Bijvoorbeeld, opnieuw in alle eenvoud:
'Toch gebeurde er in dit geval iets anders, iets raadselachtigs.'
Een heerlijk Dostojevskiaanse, negentiende-eeuwse zin. Er gebeurt iets. Wat gebeurt er? Niet dat ene wat je zou verwachten. Nee, iets anders. De zin roteert om het woord 'anders'. Dat slaat op 'de andere van een aantal mogelijkheden'. Maar wat er gebeurt is ook anders, buiten het gewone vallend. Iets raadselachtigs, iets wat zich opent, iets wat vragen oproept, iets complex, iets anders. Er voltrekt zich een intrige.
3. Fish heeft ook een eenvoudige tip om zelf zulke zinnen te leren schrijven. Analyseer de zin - allereerst op de schoolse manier van grammaticale zinsontleding, vervolgens inhoudelijk (vormen de woorden een paradox? een tegenstelling? hoe volgt de informatie van de ene bijzin op de andere?). En imiteer. Hij geeft vele voorbeelden van eigen imitaties, in het volle besef dat hij met zijn imitaties de meesters niet overtreft. Vooral bij aforistische zinnen werkt het imiteren. Durf ik dat aan?
Men neme een Dostojevskiaans aforisme:
'Mijn uitgangspunt is onbeperkte vrijheid, mijn conclusie onbeperkte dictatuur.'
De structuur is duidelijk:
Mijn uitgangspunt is [bijvoeglijk naamwoord A] [zelfstandig naamwoord B], mijn conclusie [bijvoeglijk naamwoord A] [zelfstandig naamwoord -B].
Bedenk dan waar je iets over wilt zeggen. Bijvoorbeeld over liefde. Welke haast filosofische concepten staan in het denken over liefde als B en -B tegenover elkaar? Laten we zeggen: de Ene, romantische liefde, en de toevallige aantrekkingskracht van velen. Welk bijvoeglijk naamwoord is op beide van toepassing? Laten we zeggen: eeuwig. Of hartverscheurend. Of voorbestemd. Voeg ten slotte alles bij elkaar.
'Mijn uitgangspunt is eeuwige liefde, mijn conclusie eeuwige aantrekkingskracht.'
Of:
'Mijn uitgangspunt is hartverscheurende romantiek, mijn conclusie hartverscheurende seks.'
Of:
'Mijn uitgangspunt is de voorbestemde Ene, mijn conclusie het voorbestemde toeval.'
Stanley Fish, How To Write A Sentence And How To Read One. HarperCollins Publishers, 2011
Meer over Duivels dat eerder Boze geesten heette: Waarom ik zo van Dostojevski houd
Meer over liefde hier.
Beste boeken 2011
31/12/11 12:16 Denk aan: Literatuur
Tijd voor mijn jaarlijkse boekenoverzicht.
Ik las 46 boeken in 2011, waarvan ongeveer de helft ook in 2011 verscheen (25 stuks). Zes boeken zijn niet uitgelezen terug de kast in gegaan. En ik ben op dit moment nog met drie boeken bezig, alledrie zeer de moeite waard. Over twaalf boeken schreef ik een recensie voor 8WEEKLY.
Gemiddeld aantal sterren voor alle gelezen boeken: 3,33.
Gemiddeld aantal sterren voor de boeken uit 2011: 3,12.
Dat is flink lager dan vorig jaar.
Vier boeken kregen van mij de hoogste waardering van vijf sterren, één daarvan komt uit 2011 (de vertaling, niet het origineel). Dat is wat mij betreft dan ook het beste boek van 2011. De rest volgt...
Beste boeken uit 2011
1. Michel Houellebecq - De kaart en het gebied
'De eenzaamheid sijpelt door het boek heen, en zelfs die roept op den duur bij de personages geen weerstand meer op. Sterker, de eenzaamheid wordt een gekozen bestemming.' Lees verder: Michel Houellebecq - De kaart en het gebied
2. Jennifer Egan - A visit from the goon squad
'How did I get from A to B?' Lees verder: Jennifer Egan - A Visit from the Goon Squad
3. Jeffrey Eugenides - The Marriage Plot
Over de liefde en reddende engelen: Jeffrey Eugenides - The Marriage Plot
4. Justine Le Clercq - De roemlozen
Filmpje!
5. Stine Jensen - Echte vrienden en Bas Heijne - Echt zien
Twee essays delen de vijfde plek. 'There is no going back to reality just as there is no going back to virginity.' (Filosofen en social media: een oppervlakkige relatie); Smaak is 'smaak' geworden: Bas Heijne - Echt zien. Literatuur in het mediatijdperk
6. Julian Barnes - Polsslag
'De verhalen in Polsslag van Julian Barnes spelen zich af tussen het explosieve moment dat twee mensen verliefd worden en de implosie van de dood.'
Beste boeken gelezen in 2011
7. Alain Finkielkraut - Een intelligent hart (2010, vertaling)
'Het kunstwerk behoort niet tot de categorie van het nuttige. Als we de waarde ervan willen beoordelen, moeten we ons dus niet afvragen waartoe het voor ons van nut kan zijn, maar van welk denkautomatisme het ons bevrijdt.' Op het tweede gezicht: Alain Finkielkraut - Een intelligent hart
8. Remco Campert - Het leven is vurrukkulluk (1961)
'Iedereen die in geluk gelooft, is ongelukkig.' Iedereen die Het leven is vurrukkulluk van Remco Campert leest, is in elk geval voor een paar uur gelukkig. En moet wel gaan geloven in literatuur. Remco Campert - Het leven is vurrukkulluk
9. Yves Petry - De maagd Marino (2010)
Won dit jaar de Libris Literatuurprijs, en terecht. Prachtig citaat hier: Herfst, tweemaal.
10. Laurent Binet - HhhH (2010)
Een goed boek waar ik helemaal niets over heb geschreven. Schande.

Ik las 46 boeken in 2011, waarvan ongeveer de helft ook in 2011 verscheen (25 stuks). Zes boeken zijn niet uitgelezen terug de kast in gegaan. En ik ben op dit moment nog met drie boeken bezig, alledrie zeer de moeite waard. Over twaalf boeken schreef ik een recensie voor 8WEEKLY.
Gemiddeld aantal sterren voor alle gelezen boeken: 3,33.
Gemiddeld aantal sterren voor de boeken uit 2011: 3,12.
Dat is flink lager dan vorig jaar.
Vier boeken kregen van mij de hoogste waardering van vijf sterren, één daarvan komt uit 2011 (de vertaling, niet het origineel). Dat is wat mij betreft dan ook het beste boek van 2011. De rest volgt...
Beste boeken uit 2011

'De eenzaamheid sijpelt door het boek heen, en zelfs die roept op den duur bij de personages geen weerstand meer op. Sterker, de eenzaamheid wordt een gekozen bestemming.' Lees verder: Michel Houellebecq - De kaart en het gebied
2. Jennifer Egan - A visit from the goon squad
'How did I get from A to B?' Lees verder: Jennifer Egan - A Visit from the Goon Squad
3. Jeffrey Eugenides - The Marriage Plot
Over de liefde en reddende engelen: Jeffrey Eugenides - The Marriage Plot
4. Justine Le Clercq - De roemlozen
Filmpje!
5. Stine Jensen - Echte vrienden en Bas Heijne - Echt zien
Twee essays delen de vijfde plek. 'There is no going back to reality just as there is no going back to virginity.' (Filosofen en social media: een oppervlakkige relatie); Smaak is 'smaak' geworden: Bas Heijne - Echt zien. Literatuur in het mediatijdperk
6. Julian Barnes - Polsslag
'De verhalen in Polsslag van Julian Barnes spelen zich af tussen het explosieve moment dat twee mensen verliefd worden en de implosie van de dood.'
Beste boeken gelezen in 2011
7. Alain Finkielkraut - Een intelligent hart (2010, vertaling)
'Het kunstwerk behoort niet tot de categorie van het nuttige. Als we de waarde ervan willen beoordelen, moeten we ons dus niet afvragen waartoe het voor ons van nut kan zijn, maar van welk denkautomatisme het ons bevrijdt.' Op het tweede gezicht: Alain Finkielkraut - Een intelligent hart
8. Remco Campert - Het leven is vurrukkulluk (1961)
'Iedereen die in geluk gelooft, is ongelukkig.' Iedereen die Het leven is vurrukkulluk van Remco Campert leest, is in elk geval voor een paar uur gelukkig. En moet wel gaan geloven in literatuur. Remco Campert - Het leven is vurrukkulluk
9. Yves Petry - De maagd Marino (2010)
Won dit jaar de Libris Literatuurprijs, en terecht. Prachtig citaat hier: Herfst, tweemaal.
10. Laurent Binet - HhhH (2010)
Een goed boek waar ik helemaal niets over heb geschreven. Schande.
Over de liefde en reddende engelen: Jeffrey Eugenides - The Marriage Plot
29/12/11 21:54 Denk aan: Literatuur

Natuurlijk wil zij ook zichzelf redden door de man van haar dromen, de niet bijster knappe maar wel geniale Leonard, te redden. Hij is stug en extravert tegelijk, briljant, geleerd en grappig, maar ook ongenaakbaar en ontoegankelijk. Hij is, kortom, een woest aantrekkelijk raadsel. Een beetje zoals de perfecte huwelijkskandidaten uit de Victoriaanse romans die Madeleine zo graag bestudeert? Misschien, maar het raadsel wordt al snel opgelost en ontdaan van negentiende-eeuwse romantiek. Het is 'gewoon' manische depressiviteit, te herleiden tot genetische en opvoedkundige oorzaken. Het raadsel Leonard is gemedicaliseerd en tot op zekere hoogte behandelbaar. The Marriage Plot speelt niet voor niets in de jaren tachtig van de twintigste eeuw.
Het 'huwelijksplot' is de plot van die negentiende-eeuwse romans waarin alles leidt in de richting van het huwelijk. Toen moest de vrouw gered worden van haar eigen irrationaliteit, door een verbintenis aan te gaan met een man. In de jaren tachtig is het omgedraaid. Vrouw redt man. En het lukt. Voor even.
Madeleine studeert letteren en in de jaren tachtig betekende dat meegaan in de hype van het poststructuralisme, waarin alles in het teken staat van deconstructie. Alles is tekst en alles verwijst naar iets anders. Deconstructie is in feite de destructie van betekenis. Ook de liefde werd gedeconstrueerd; Madeleine raakt verslingerd aan het boek van Barthes over liefde, waarin hij de woorden 'Ik hou van je' ontdoet van alle vaststaande betekenis. Vooruit. Maar hoe deconstrueer je manisch-depressiviteit? Niet. De ziekte van Leonard is niet te deconstrueren, niet te ironiseren, niet te relativeren door het af te doen als 'text'.
Redding is evenmin te deconstrueren. Redding, 'salvation', is misschien wat de andere liefdespool van Madeleine, haar vriend Mitchell, ook zoekt. Als hij Madeleine verliest aan Leonard zoekt hij zijn redding in de religieuze traditie, hij gaat zelfs in het Indiase hospitaal van moeder Teresa werken. Opnieuw een poging om zichzelf te redden via de ander. Maar hij trekt het niet, de viezigheid en treurnis die met ziekte en dood gepaard gaan. Hij is te zinnelijk, zowel om onbewogen smerig lichaamsvocht uit groezelige lakens te wassen, als om zich te laten wijden tot priester - wat voor priester dan ook. Nooit meer seks? No way.
Seks is sowieso erg belangrijk in de onderlinge relaties. Meer nog: via hun seksleven is niet alleen de stand van Madeleine en Leonards liefde af te meten, maar ook van zijn psychische gesteldheid. Daarmee is meteen de ontzettend lichamelijke kant van zijn ziekte gethematiseerd, waar seks maar één bestanddeel van vormt. Talloos zijn de verwijzingen naar wat de depressie, en vooral ook de medicijnen ertegen, bij Leonard fysiek gezien aanrichten: droge mond, zweten, algehele uitputting.
De twee - lichaam en geest - zijn niet te scheiden, zoveel wordt snel duidelijk, op alle niveaus. Mitchell scheert zijn hoofd kaal om zijn innerlijke, religieuze gesteldheid uit te drukken. Leonard wordt een onaantrekkelijk wrak, ontdaan van al zijn raadselachtigheid. Alleen Madeleine blijft het hele boek door zichzelf, zou je kunnen zeggen. De enorme kater die ze in de eerste scène van de roman heeft is exemplarisch: die is en blijft onzichtbaar in de frisse schoonheid van haar uiterlijk. Haar ongeluk zit binnenin en toont zich niet aan de buitenkant. Haar ongeluk is dan ook geen existentieel ongeluk, maar eerder pech. De pech om op de verkeerde man te vallen en niet aangenomen te worden op de prestigieuze vervolgopleiding waar ze zich voor inschrijft. De worstelingen van het soort dat Leonard en Mitchell kennen, lijken aan haar voorbij te gaan. Uiteindelijk hoeft zij niet gered te worden. Behalve misschien van haar romantische verlangen om anderen te redden.
Met Madeleine komt het wel goed, denk je op het eind. Maar die mannen? Die kunnen nog wel een paar reddende engelen gebruiken.
Geluk als productiviteit
27/12/11 13:28 Denk aan: Leven

Timothy Wilson geeft - jazeker - de drie ingrediënten van geluk (dit is geluk in sociaal-psychologische zin, dus zoals dat uit statistisch onderzoek is gerold). Zin, doel en hoop. Dat zegt nog niet zoveel. Zin: een gelukkig mens heeft een stelsel van overtuigingen die een coherent antwoord bieden op grote vragen in het leven. Een geloofsovertuiging, het humanisme, of misschien wel 'uiteindelijk is alles zinloos'. Doel: een gelukkig mens is doelgericht, werkt ergens naartoe. Hoop: een gelukkig mens richt zich op wat hij kan veranderen in plaats van op het noodlot. Een gelukkig mens is een 'effectief en autonoom persoon'.
Ik noem dit alles bij elkaar de deugd van de productiviteit.
(Erg mooi klinkt het allemaal niet. Effectief, autonoom, productief. Hebben we het nog wel over geluk?)
Wil productiviteit een deugd zijn, dan moet ze wortelen in een overtuiging, doelgericht zijn en gericht op verandering. Wil een overtuiging zich uiten, op een doelgerichte manier die verandering teweegbrengt, dan heb je productiviteit.
Dat is allemaal nogal abstract. Rousseau beschrijft in zijn overigens hysterisch conservatieve 'Brief over het theater' hoe een productieve omgang met tijd leidt tot geluk. Uren gespendeerd in 'ledigheid' maken dat de tijd zelf niet veel waarde meer voor je heeft. Nog een uur gespendeerd met niets doen maakt niet uit, wanneer je al te veel tijd hebt verloren is tijd niet meer iets wat je kunt verliezen. Wie herkent dit niet? Hoe meer tijd je verlummelt, hoe moeilijker het is om weer iets te gaan doen. Alsof het kleinste klusje al onevenredig veel beslag legt op je tijd. Maar als je veel werk verzet in korte tijd, kan er altijd nog wel wat meer bij. Door de tijd te vullen groeit hij, door nietsdoen loopt hij leeg als een ballon. Zo voel je je dan ook: als een leeggelopen ballon, een herinnering aan een nooit gehouden feest.
Een andere vorm van productiviteit is samen te vatten in de (mijn) maxime: Actie is altijd beter dan geen actie. Dat heeft vooral betrekking op de omgang met andere mensen. Handelen is altijd beter dan niet handelen. Je uitspreken is altijd beter dan je niet uitspreken. Daar ben ik van overtuigd, hoewel het heel veel jaren heeft geduurd voor ik hierachter ben gekomen. Actie is altijd beter dan geen actie omdat daarin de hoop tot uiting komt, zou je met Wilson in het achterhoofd kunnen zeggen. Een maxime die uitgaat van de mogelijkheid van verandering, optimistisch, maar zonder te oordelen. Ze zegt immers niet wat je moet doen, alleen dat je moet doen.
Om weer met Nietzsche aan te komen, die als een rode draad door deze zoektocht loopt: 'aanstotelijk is al het waarlijk productieve'. Ik denk dat aanstotelijk begrepen moet worden als iets uitzonderlijks, dat niet vaak voorkomt, niet vaak voor kán komen. Iets wat veel inspanning kost, maar met weinig middelen. Iets wat in de breedte niet veel voorstelt, maar grondvesten doet schudden. De meeste mensen lijken het tegenwoordig te streven naar 'zo weinig doen met zo veel middelen als mogelijk'. Mij gaat het om zo veel mogelijk doen met zo weinig mogelijk middelen (zie ook Revolutie in het hoofd II). Dat vraagt om doelgerichtheid.
Het gaat me heus niet alleen om het ontmaskeren van trucjes die de wereld mooier doen lijken dat ze is. Ik hou van verhalen en ook van het nadenken over het narratief in je leven. Optimisme betekent voor mij niet dat de wereld schoon en goed is, maar dat je de wereld kunt veranderen, hoe ellendig die soms ook mag zijn. Het beest in de bek kijken en niet terugdeinzen, maar een tandenstoker tevoorschijn halen. In de kantlijn van De verhalen van ons leven schreef ik: actie+realisme=geluk. Dat is wel hoe je deze stukjes kunt samenvatten. Mooie eindejaarsgedachte, niet?
De verhalen van ons leven - Het beest in de bek kijken
27/12/11 13:19 Denk aan: Leven

Al eerder schreef ik dat ik optimistisch van aard ben en productiviteit als deugd beschouw. Daarin zit dan ook de positieve wending aan wat ik tot nu toe steeds - ik geef het toe - enigszins negatief heb beoordeeld. Timothy Wilson zette me op het spoor, door zijn boek De verhalen van ons leven, met de nogal omineuze ondertitel 'Verander je zelfbeeld en verbeter je bestaan'. Die titel belooft meer dan het boek waarmaakt, want in feite presenteert Wilson enkele resultaten uit zijn sociaal-psychologische onderzoek naar groepsvorming, identiteit en processen van uitsluiting. Het meer theoretische gedeelte over de zogenaamde 'verhaalbewerkingsmethode' levert echter interessant materiaal om verder over te peinzen.
De methode van verhaalbewerking is op zich niet heel nieuw: bij psychische nood gaat het erom je perceptie van een gebeurtenis te veranderen, eerder dan de gebeurtenis zelf. Wilson beschrijft de specifieke methode die te maken heeft met het verhaal dat iemand zichzelf vertelt. Door schrijfoefeningen is dat verhaal heel letterlijk te 'bewerken' (hierbij denk ik meteen aan Susan Sontag en Siri Hustvedt, zie Over herinneringen). Via het beschrijven van een gebeurtenis in een narratief, kun je je gevoelens over die gebeurtenis loskoppelen van de gebeurtenis zelf. Je neemt er afstand van en die afstand geeft je een zekere macht. Hoe je de gebeurtenis interpreteert, welke gevoelens en oordelen daarbij horen, is geen vaststaand gegeven meer, maar iets wat je zelf ten dele bepaalt.
Maar leidt dat niet tot - bijvoorbeeld - van de nood een deugd maken? Nee, want de gebeurtenis zelf blijft juist onaangeroerd, die verandert niet. In Vrij Nederland staat een prachtig interview met filosoof René Gude, die een been verloor aan kanker en nog steeds niet is genezen. Hij lijkt in de (ronduit miserabele) praktijk te brengen wat ik hier beschrijf: '"Shit is shit," onderkent Gude volgens de bevriende socioloog Herman Vuijsje, en toch blijft hij bij zijn intellectuele credo: geen negativisme a.u.b.' Zijn methode is 'tafelen', dat wil zeggen, het benoemen van de feiten en mogelijkheden, zonder daarover te oordelen. Als je oordelen toelaat, komen ook de emoties en dan slaat de verwarring toe. Een heel rationele manier om met ellende om te gaan. En een keiharde. 'Shit is shit' immers. Gude zegt zelf: 'Ik heb het compliment gekregen dat ik heel positief ben, maar als je keek naar wat wij aan het doen waren, dan waren wij het beest voortdurend in de bek aan het kijken.'
Dat is mooi uitgedrukt: het beest in de bek kijken. En het beest heeft een verrotte, stinkende, walmende muil, daar mag je van uitgaan. Waar zit het positieve dan in? In het niet oordelen. 'Negatief' is op zichzelf al een beoordeling. Misschien is het daarom ook eerder een houding van neutraliteit (ik kan natuurlijk niet over de situatie van Gude spreken, dus dit bedoel ik meer in het algemeen), van openheid. En dan kom ik weer uit bij dat waar ik eerder ook mee eindigde: vrijheid. Hoe beperkt ook, hoe verrot en stinkend die muil ook is die op het punt staat dicht te klappen en je op te vreten; door erin te kijken, je hoofd er helemaal in te steken, uit nieuwsgierigheid of beter weetgierigheid, ben je vrij. Ik geloof daar heilig in. Wie durft mij dan nog pessimist te noemen?
Dan is er nog de deugd van de productiviteit. Lees verder...
Whatever doesn't kill me makes me stronger
23/12/11 12:55 Denk aan: Filosofie

De analyse komt hard aan, in de beschrijving van de martelende pijnen waaraan hij lijdt. Het is een ontmaskering van de optimistische uitspraak als een trucje en een pertinente onwaarheid. Het deed me denken aan 'van de nood een deugd maken', waar ik eerder schreef. Ook een trucje, een mechanisme dat je inzet om van ellende iets moois te maken, maar dat die ellende daarmee niet wegneemt. 'Omliegen' is het woord dat erbij hoort.
Op de site van Filosofie Magazine onderzoekt Leon Heuts in een blog de betekenis van pijn in onze maatschappij. Ook lezenswaardig, zeker in het licht van Hitchens' ervaringen. 'Pijn is in de moderne samenleving bij uitstek het morele ijkpunt. Wie pijn als troefkaart uitspeelt, heeft het debat in handen. Een dier dat pijn lijdt, moet bijvoorbeeld haast wel wijzen op barbaarse handelingen.' Terwijl pijn ook als betekenisgevend gezien kan worden, zoals in de christelijke traditie bijvoorbeeld het geval is.
Is de uitspraak 'whatever doesn't kill me makes me stronger' dan niet een manier om betekenis te geven aan pijn? Ik denk het niet. Net als 'van de nood een deugd maken' wijst het juist op het willen wegnemen van de betekenis, door de pijn te ontkennen. De betekenis van de pijn wordt 'omgelogen' tot iets positiefs, tot een kracht. De essentie van de pijn, van de pure ellende zoals Hitchens die heeft ervaren, gaat daarmee verloren.
Toch denk ik wel dat ook dit een heel nuttig mechanisme is. Een van mijn zelfverklaarde motto's is 'je gaat er niet dood aan'. Eerder schreef ik:
Als mensen me aankijken alsof ze zelf een hartverzakking krijgen van het idee dat ik misschien met de kerst geen werk heb zeg ik gewoon: 'Je gaat er niet dood aan.' Soms herhaal ik met nadruk: 'Ik ga er niet dood aan.’ In Afrika ga je er dood aan, in Nederland niet. Daar schrikken mensen van. Toegegeven, mijn motto is niet fijnzinnig of genuanceerd. Maar ik bedoel precies dát: je gaat er niet dood aan als je even geen werk hebt, of als iemand je verlaat of als of als. Je kunt wel zo in de put komen dat je denkt dat je beter dood kon zijn, maar dat is iets anders. (Werk aan de winkel I)
Beetje morbide misschien, maar het is juist vrolijk bedoeld. Want:
In het gemiddelde leven komt het gemiddeld juist wel goed. We gaan allemaal dood, maar in de tussentijd komt het goed. (Dit is zelfs een motto van mijn optimistische zelf: 'ik ga er niet dood aan'. Een veilig motto, dat slechts één maal niet opgaat.) Denk aan al die bijna-ongelukken, toevallige gelukjes, vergeten verdriet, geheelde breuken, ziektes die overgaan of waar je mee leert leven. (Op zee van Toine Heijmans: over goede en slechte eindes)
'Je gaat er niet dood aan': dat is wat er overblijft als je het omliegen weghaalt en de ruimte voor betekenis openlaat. Dat is vrijheid.
Favoriete albums en liedjes van 2011
21/12/11 11:11 Denk aan: Muziek
Mijn favoriete albums van 2011:
Bill Callahan - Apocalypse
Ty Segall - Goodbye Bread
Stephen Malkmus & The Jicks - Mirror Traffic
Thee Oh Sees - Carrion Crawler / The Dream
St. Vincent - Strange Mercy
Timber Timbre - Creep On Creepin' On
Forest Fire - Staring At The X
The Black Keys - El Camino
Ik wilde ook Harlem - Hippies erin zetten, maar die is helaas al van 2010.
Liedjes:
Pete & Pirates - United
The Black Keys - Lonely Boy
The Drums - Money
Suuns - Bambi
Das Racist - Michael Jackson
Ill Street Blues - Hverdagsflirt
James Blake - I Never Learnt To Share
My Morning Jacket - Holdin On To Black Metal
Rioux - Place to Start
Hudson Mohawke - Thunder Bay
Tapes 'n Tapes - Freak Out
Alles bij elkaar in een Spotifylijst hier.

Bill Callahan - Apocalypse
Ty Segall - Goodbye Bread
Stephen Malkmus & The Jicks - Mirror Traffic
Thee Oh Sees - Carrion Crawler / The Dream
St. Vincent - Strange Mercy
Timber Timbre - Creep On Creepin' On
Forest Fire - Staring At The X
The Black Keys - El Camino
Ik wilde ook Harlem - Hippies erin zetten, maar die is helaas al van 2010.
Liedjes:
Pete & Pirates - United
The Black Keys - Lonely Boy
The Drums - Money
Suuns - Bambi
Das Racist - Michael Jackson
Ill Street Blues - Hverdagsflirt
James Blake - I Never Learnt To Share
My Morning Jacket - Holdin On To Black Metal
Rioux - Place to Start
Hudson Mohawke - Thunder Bay
Tapes 'n Tapes - Freak Out
Alles bij elkaar in een Spotifylijst hier.
Eindejaarslijstje: favoriete Studium Generale-lezingen in 2011
14/12/11 10:36 Denk aan: Wetenschap
Het klinkt als een open deur of 'wij van wc-eens adviseren wc-eend', maar het was lastig een top 3 samen te stellen uit de vele lezingen die ik dit jaar bij Studium Generale heb begeleid. Maar vooruit.
1. Was there a 'Time' before the Big Bang? - Prof. dr. Renate Loll
Wat is tijd? Een van de meest raadselachtige vragen, die alle disciplines bezighoudt vanaf het begin van filosofisch en natuurkundig onderzoek. Renate Loll weet op een heldere en meeslepende manier uit te leggen wat de laatste wetenschappelijke ontwikkelingen in de kwantummechanica betekenen als het gaat om tijd.
- Terugzien doe je hier.
- En/of lees: Was er tijd voor de oerknal? Ja! Ja?
2. Levenskunst: Wu Wei. Doen door niet te doen door prof. Maarten van Buuren
Eigenlijk kon ik niet goed kiezen tussen deze lezing en die van Joep Dohmen over Aristoteles. Omdat 'wu wei' verder van mij af staat dan de ethiek van Aristoteles heb ik uiteindelijk voor deze lezing gekozen. Maar kijk ze vooral allebei.
- Terugzien doe je hier.
- En/of lees: Taoïsme en levenskunst: harmonie met de natuurlijke orde
3. Sigmund Freud door Paul Schnabel in de reeks Kennis voor de toekomst
Prof. Paul Schnabel houdt een historisch en persoonlijk verhaal over Sigmund Freud. Een voorbeeld van hoe de wetenschap om kan gaan met haar verleden, juist in de vorm van een toch wel controversieel figuur. Hoe verhoud je je als mens tot die geschiedenis, en als wetenschapper tegenover jezelf als persoon?
- Terugzien doe je hier.
- En/of lees: Freud - Luisteren naar de patiënt: taboedoorbrekend
Voor mij persoonlijk was het interview 'live on stage' met prof. Frans de Waal op festival deBeschaving het meest bijzondere om te doen dit jaar. Hij vertelde voor een volle festivaltent over apen en mensen, over macht en seks, over gedrag en moraal. Daar is helaas geen opname van. (Behalve als degene die op de eerste rij zat met een videocamera zich alsnog meldt!)


Wat is tijd? Een van de meest raadselachtige vragen, die alle disciplines bezighoudt vanaf het begin van filosofisch en natuurkundig onderzoek. Renate Loll weet op een heldere en meeslepende manier uit te leggen wat de laatste wetenschappelijke ontwikkelingen in de kwantummechanica betekenen als het gaat om tijd.
- Terugzien doe je hier.
- En/of lees: Was er tijd voor de oerknal? Ja! Ja?

Eigenlijk kon ik niet goed kiezen tussen deze lezing en die van Joep Dohmen over Aristoteles. Omdat 'wu wei' verder van mij af staat dan de ethiek van Aristoteles heb ik uiteindelijk voor deze lezing gekozen. Maar kijk ze vooral allebei.
- Terugzien doe je hier.
- En/of lees: Taoïsme en levenskunst: harmonie met de natuurlijke orde

Prof. Paul Schnabel houdt een historisch en persoonlijk verhaal over Sigmund Freud. Een voorbeeld van hoe de wetenschap om kan gaan met haar verleden, juist in de vorm van een toch wel controversieel figuur. Hoe verhoud je je als mens tot die geschiedenis, en als wetenschapper tegenover jezelf als persoon?
- Terugzien doe je hier.
- En/of lees: Freud - Luisteren naar de patiënt: taboedoorbrekend

Blijf bij ons van Florence Tonk: Twee soorten vrijheid
09/12/11 12:25 Denk aan: Literatuur

Wie wil je worden? Wat wil je doen? De vrijheid om je eigen leven vorm te geven en uit alle mogelijke levenspaden zelf een pad te kiezen en te volgen lijkt vanzelfsprekend. Maar die vrijheid is niet alleen een verworvenheid, ze is ook een opgave. Door de jonge, Nederlandse vrouw Emma in het afgelegen Oekraïense dorp Zagoeblene neer te zetten, laat Florence Tonk in haar roman Blijf bij ons zien dat vrijheid alles behalve vanzelfsprekend is.
De filosofie onderscheidt twee soorten vrijheid. Negatieve vrijheid betekent dat je niet beperkt wordt door externe omstandigheden zoals armoede, gevangenschap of onderdrukking. Is die vrijheid eenmaal bereikt, dan pas komt er ruimte voor positieve vrijheid; de vrijheid om keuzes te maken en je te ontwikkelen vanuit een interne motivatie. Emma beschikt over beide soorten vrijheid, maar wat doet ze ermee? Weinig. Haar vriend krijgt een baan aangeboden in de Oekraïne en zij gaat mee. Uit interne overtuiging? Nou nee: 'Ze is hier aangespoeld dankzij Rogier.'
In het appartement in Kiev verveelt ze zich en ze trekt zich terug in een vervallen datsja op het platteland. Daar leert ze mensen kennen die niet eens aan de eerste vorm van vrijheid toekomen. De dorpsbewoners maken weliswaar het beste van hun armetierige bestaan, maar blijven gevangenen van hun bestaan. De kernramp bij Tsjernobyl die hun geliefden heeft ontnomen, slecht onderwijs en algeheel gebrek bepalen hun levensloop. Weggaan is haast onmogelijk.
Emma droomt over een leven met haar minnaar Fedja. Ze weet dat het bij dromen moet blijven. Niet alleen is hij getrouwd, hij zal ook nooit met haar een leven op kunnen bouwen in Nederland. 'Eerst zat zijn land van binnen op slot, en nu van buiten.' Ze ziet hem voor zich, op de bank van haar gedroomde Nederlandse thuis. Een gevangene, die van zijn cel in Zagoeblene overgeplaatst is naar een andere cel een paar duizend kilometer verderop.
Het opent haar de ogen voor haar eigen bevoorrechte positie. En voor het feit dat ze daar bar weinig gebruik van maakt. Waarom heeft ze zich eigenlijk laten aanspoelen in Zagoeblene? Misschien juist om weg te lopen voor de opgave van de vrijheid. 'Misschien is dat het, misschien vormt Zagoeblene de ultieme ontsnapping aan die vraag waar ze al haar hele leven voor wegloopt. Wegkruipen tussen de mensen die niets te willen hebben in een dorp waar niets is, niets valt te willen. Waar je het moet doen met aarde, lucht, groen, een mottige dorpswinkel, een bushalte en een school.'
Tonk laat de landerige onbepaaldheid van Emma's leven in het dorp met een knal uit elkaar spatten. Of zij nu wél een eigenhandige keuze zal maken en haar leven op een positieve manier richting zal geven, kom je niet echt te weten. Dat maakt niet zoveel uit. Het is de worsteling die aan een keuze vooraf gaat die interessante literatuur oplevert. Emma vertrekt in het ongewisse. De arme dorpelingen blijven achter met hun eigen worstelingen. Net als de lezer.
En 'het is alsof er een barst in de wereld wordt gedrukt, waar allerlei nieuwe, opwindende, afschrikwekkende mogelijkheden doorheen sijpelen.'
Dit stuk maakt deel uit van de Blogtournee over Blijf bij ons.
'Buffo' van Szymborska (of: serendipiteit)
08/12/11 07:39 Denk aan: Literatuur
Ter herinnering aan mijn vader Gerard Rasch, die vandaag 65 jaar zou zijn geworden. Ik geloof niet dat hij met pensioen was gegaan.
Vorige week werd ik gebeld over het gedicht 'Buffo' van Wisława Szymborska, dat in Gerards vertaling in een toneelstuk zal figureren - waarvoor dank @luukimhann. Vandaag figureert Szymborska bovendien in de Klassiekerreeks op 8WEEKLY.
Lees ook wat ik schreef op 8 december 2008, 8 december 2009 en 8 december 2010. En lees dit gedicht. Ik noem het zelf stiekem: Serendipiteit.
Buffo
Eerst zal onze liefde vergaan.
daarop volgen een-, tweehonderd jaar,
dan pas komen we weer bij elkaar:
als een stel komedianten,
lievelingen van het publiek,
komen we terug op de planken.
Een korte klucht waarin men zingt,
een beetje danst en heel veel lacht.
En na die rake zedenschets
volgt het applaus.
Onweerstaanbaar komisch ben je
op toneel, met je jaloezie
en die rare strik.
En mijn hoofd slaat op hol,
met hart en kroon en al,
een dom hart dat barst
en een kroon die valt.
Die dag zien we elkaar terug,
scheiden weer, in de zaal gelach,
zeven bergen en rivieren
hebben we tussen ons bedacht.
En alsof de echte rampen
in het leven niet genoeg zijn
- maken wij elkaar met woorden af.
Dat is het einde van de pret,
daarna buigen we heel diep.
De spectator gaat naar bed,
tranen in de ogen van plezier.
Zij zullen keurig leven,
de liefdestijger temmen,
laten eten uit hun hand.
Maar wij blijven rare snuiters
met belletjes aan hun muts,
we luisteren naar het gerinkel,
aandachtig als barbaren.
Wisława Szymborska, Einde en begin

Vorige week werd ik gebeld over het gedicht 'Buffo' van Wisława Szymborska, dat in Gerards vertaling in een toneelstuk zal figureren - waarvoor dank @luukimhann. Vandaag figureert Szymborska bovendien in de Klassiekerreeks op 8WEEKLY.
Lees ook wat ik schreef op 8 december 2008, 8 december 2009 en 8 december 2010. En lees dit gedicht. Ik noem het zelf stiekem: Serendipiteit.
Buffo
Eerst zal onze liefde vergaan.
daarop volgen een-, tweehonderd jaar,
dan pas komen we weer bij elkaar:
als een stel komedianten,
lievelingen van het publiek,
komen we terug op de planken.
Een korte klucht waarin men zingt,
een beetje danst en heel veel lacht.
En na die rake zedenschets
volgt het applaus.
Onweerstaanbaar komisch ben je
op toneel, met je jaloezie
en die rare strik.
En mijn hoofd slaat op hol,
met hart en kroon en al,
een dom hart dat barst
en een kroon die valt.
Die dag zien we elkaar terug,
scheiden weer, in de zaal gelach,
zeven bergen en rivieren
hebben we tussen ons bedacht.
En alsof de echte rampen
in het leven niet genoeg zijn
- maken wij elkaar met woorden af.
Dat is het einde van de pret,
daarna buigen we heel diep.
De spectator gaat naar bed,
tranen in de ogen van plezier.
Zij zullen keurig leven,
de liefdestijger temmen,
laten eten uit hun hand.
Maar wij blijven rare snuiters
met belletjes aan hun muts,
we luisteren naar het gerinkel,
aandachtig als barbaren.
Wisława Szymborska, Einde en begin
Epicurus: natuurlijke verlangens als leidraad voor levenskunst
07/12/11 14:34 Denk aan: Filosofie

Atomisme
Epicurus' natuurkunde en kenleer vormen de basis voor zijn ethiek. Hij is een atomist; de werkelijkheid bestaat volgens hem uit atomen en leegte. We kennen die werkelijkheid alleen via de waarneming, via de zintuigen dus. Ook de waarneming is atomair. De beelden die bij ons binnenkomen zijn 'dunne vliesjes' die van de atomen onze zintuigen binnendringen. Dat geldt zelfs voor onze voorstelling van goden en mythes en voor onze dromen. Waarneming is bovendien altijd waar, omdat ze rechtstreeks uit de werkelijkheid afkomstig is. Het zijn onze meningen over en interpretaties van wat we zien die eventueel een onwaarheid zijn.
Ook de geest en ziel zijn atomen. Atomen die als je dood gaat vervliegen. Een onsterfelijke ziel bestaat volgens Epicurus niet en er is geen leven na de dood. Goden zijn er wel, maar ook zij zijn gemaakt van stof. Ze huizen ergens ver weg tussen de planeten en bemoeien zich niet met de mensen. Epicurus is met andere woorden een empiricus in hart en nieren. Er is geen enkele reden om bang te zijn voor de goden dan wel voor de dood.
Genot of welzijn?
Uit deze empirische leer volgt haast vanzelf dat ook Epicurus' ethiek natuurlijk is. Het doel van ons leven is door de natuur bij de geboorte meegegeven en het is aan ons om dat doel te verwerkelijken. Wat is dat dan? Epicurus staat bekend als de filosoof van het genot, de aartsvader van het hedonisme, maar eigenlijk is dat een verkeerde voorstelling van zaken. Zoals veel filosofen noemt ook Epicurus 'geluk' als het doel. Bij hem bestaat geluk uit iets als 'welzijn', zegt Maarten van Buuren.
Hedonisme associëren we met ongebreideld genot, met veel eten, veel drinken en veel seks. Maar het epicurisme is juist een levenskunst van matigheid. Welzijn bestaat uit het volgen van de natuurlijke verlangens en het uit de weg gaan van de onnatuurlijke verlangens. Eten hebben we nodig om te overleven, dat zit in de natuur. Copieus dineren hebben we echter niet nodig. De beperking van de verlangens gaat best ver. Epicurus beweert zelfs dat seks geen natuurlijk verlangen is, omdat we ook zonder wel in leven blijven. Het zegt iets over de individualistische inslag van Epicurus' ethiek. En het is een duidelijk pre-darwinistisch standpunt, zou je daaraan toe kunnen voegen.
Vriendeschap om het nut
Aan de andere kant doet de utilitaristische houding van Epicurus juist weer denken aan een evolutionair gegronde moraal. Als het gaat om deugden, komt de focus op het nut sterk naar voren. Deugden zijn voor Epicurus middelen om het doel - geluk - te bereiken. Dit in tegenstelling tot de deugdethiek van Plato en Aristoteles, die de deugden juist definieerden als eigenschappen die (ook) doel op zichzelf zijn. Zelfs een deugd als vriendschap is volgens Epicurus in de kern gebaseerd op nut. Dat levert nogal wat discussie op. Joep Dohmen haalt Montaigne aan, die over zijn boezemvriend zei: 'Omdat hij het was, omdat ik het was.' Dat is vriendschap ontdaan van elke nutsgedachte. Maarten van Buuren gelooft echter wel in Epicurus' opvatting dat elke vriendschap, hoe diep en waardevol die uiteindelijk ook wordt, altijd haar oorsprong vindt in het nut. Vriendschap als een natuurlijk verlangen, gebaseerd op de noodzaak tot overleven: dat klinkt toch haast als evolutionaire psychologie avant la lettre.
Gaat een natuurlijke moraal dan altijd gepaard met zo'n utilitaristische opvatting van deugden? De winst van Epicurus is dat hij laat zien dat geluk binnen ieders bereik ligt en dat angst onnodig is. Noch de dood, noch de goden hoeven we te vrezen. Het is ook mooi dat Epicurus er niet van uitgaat dat de afwezigheid van de goden leidt tot decadentie en degeneratie. Het afschaffen van angst hoeft niet per se mateloosheid met zich mee te brengen, omdat we juist worden teruggebracht naar wat de natuurlijke verlangens zijn. Maar als de relativering van waarden als vriendschap en rechtvaardigheid de prijs is die we daarvoor moeten betalen, hebben we dat er dan voor over?
[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]
Van de nood een deugd maken: Nietzsche, Finkielkraut, Voltaire, Gilbert
03/12/11 12:25 Denk aan: Filosofie

2. Dat veranderde voorgoed mijn blik op de wereld. Nog steeds maak ik vaak genoeg van de nood een deugd, maar het blijft steeds een verhaaltje dat ik mezelf vertel. De nood blijft nood, al zijn glorieuze naaktheid slechts ten dele verborgen onder de afgedragen kleren van de deugd. Dat klinkt niet heel prettig misschien, maar ik hou wel van een beetje ellende. Bovendien kan ik meer genieten van het 'omliegen' zoals Nietzsche het noemt, als het duidelijk is dat het een trucje is. Dan wordt omliegen kunst. En de ellende de waarheid.
3. Als je erop let hoor je voortdurend mensen deze truc toepassen en hoe vaker je het hoort, hoe ergerlijker het wordt. Wat je ook overkomt - ontslag, liefdesverdriet, een lekke band - je kunt het omliegen tot iets moois dat je niet had willen missen. (Het leven heeft geen clou, begrijp dat dan)
4. Dat doet denken aan wat Alain Finkielkraut schrijft over literatuur met een hoofdletter L. De echt grote schrijvers zijn degene die de afgedragen kleren wegrissen en laten zien wat voor vodden het eigenlijk zijn waar de waarheid zich in kleedt. (Op het tweede gezicht: Alain Finkielkraut - Een intelligent hart)
[De woede van Voltaire over de gigantische aardbeving in Lissabon in 1755 waarbij tienduizenden mensen om het leven kwamen. Dat was ook een revelatie voor me: waarom zou je in zo'n geval niet woedend mogen zijn op de natuur? Maar dan echt woedend.]
5. Maar. Moet je niet blij zijn met deze vaardigheid? Is het niet een bruikbaar overlevingsmechanisme dat we niet kunnen en willen missen, aangezien de mensheid anders meteen in een collectieve depressie ten onder zou gaan? Psycholoog Daniel Gilbert noemt het mechanisme 'cooking the facts'. Dat klinkt alvast heel anders dan slavenmoraal of 'van de nood een deugd maken'. Lekker aan de slag om van de feitjes een smakelijk geheel te maken. En we kunnen ook niet anders, want het koken vindt plaats in de keuken van het onbewuste. Volgens Gilbert maar goed ook, want zodra je doorhebt wat je aan het doen bent werkt het niet meer. Misschien omdat je dan ziet dat je aan het omliegen bent? Dat de nood nooit echt kan transformeren in een deugd? (Daniel Gilbert: over tegenslag en geluk)
6. Ik geniet juist meer van de goed uitgevoerde truc als ik weet dat het een truc is. Inderdaad, hij werkt niet meer. Whatever. In dat geval ligt geluk in schoonheid en kennis, niet in gemoedsrust.
Tot tien tellen: tijd voor vergeving
27/11/11 01:20 Denk aan: Filosofie

Op de tweede avond naar aanleiding van De andere wang, over vergeving en vergelding, ligt het accent op de maatschappelijke aspecten. De samenleving krijgt steeds meer de trekken van een schuld- en afrekencultuur. ‘Je recht halen’ is het antwoord op alles wat je overkomt, of dat nu toe te schrijven is aan een bedrijf, een persoon, de natuur of gewoon het lot. En dat terwijl een meer vergevingsgezinde instelling veel rust en evenwicht kan brengen – zowel voor jezelf als in de wereld.
Nieuwe en Oude Testament
Cultuurtheoloog Frank Bosman vertelt over vergeving in de christelijke traditie. In het Nieuwe Testament verbindt Jezus vergeving aan het universele principe van de wederkerigheid. ‘Ik doe iets voor jou, opdat jij iets voor mij doet.’ Dit betekent niet dat ik iemand vergeef om vervolgens zelf door diezelfde persoon ook vergeven te worden. Het is algemener: als ik jou vergeef, zal ooit ook iemand mij vergeven. Een geruststellende gedachte, die eerder lijkt te berusten op vertrouwen dan het wantrouwen van de boze burger die altijd in zijn recht meent te staan.
Op de eerste avond van het tweeluik georganiseerd in samenwerking met SLAU, kwam al naar voren dat vergeving tijd vergt. Maar ook op deze wederkerige manier is vergeving dus iets wat zich uitstrekt in de tijd. Het (her)vinden van evenwicht gaat nu eenmaal niet van het ene moment op het andere. Evenwicht en balans, dat zijn ook woorden die rechtsfilosoof Andreas Kinneging benadrukt als hij ingaat op de vraag wat vergeving nu eigenlijk is. Hij haalt een andere grondregel aan, die eerder lijkt te wortelen in het Oude Testament: ‘Op schuld moet boete volgen.’ Dus toch vergelding? Ja, maar die vergelding bestaat uit boete doen en dat kan ook betekenen: berouw tonen. Als de dader berouw voelt voor wat hij gedaan heeft, is de straf en dus de vergelding uitgevoerd en vergeving op zijn plaats.
Berouw en evenwicht
Vergelding en vergeving staan in deze zin niet haaks op elkaar. Beide hebben te maken met een evenwicht dat hersteld wordt. Dat gaat niet zonder dat er al een balans aanwezig is: tussen de daad en het berouw van de dader, en het lijden van het slachtoffer. Pas dan kan via vergeving het evenwicht hersteld worden, ten eerste tussen dader en slachtoffer als individuen en ten tweede in de maatschappij. Dat berouw daarbij echt een eerste vereiste is, werd wel duidelijk uit het indrukwekkende verhaal van Jack Keijzer, wiens zoon Pascal op zestienjarige leeftijd werd vermoord. Omdat de dader mijlenver verwijderd lijkt van enige vorm van spijt of berouw, zal vergeving wel nooit een optie zijn. Die gruwelijke moord was ook nog maar kort geleden – in 2007. En tijd is een cruciaal onderdeel van vergeving, misschien ook wel van berouw. Je zou het kunnen zien als de weegschaal die uit evenwicht is geraakt en die tijd nodig heeft om weer in balans te komen. De bewegingen bedaren en ten slotte is er weer evenwicht.
Tot tien tellen
Het is lastig om een discussie te voeren over tegelijkertijd zo’n onvoorstelbare menselijke tragedie en dat wat ‘het korte lontje’ wordt genoemd, een dagelijkse ergernis op straat. Kun je die twee wel echt met elkaar in verband brengen? Vanuit het perspectief van de oplossing wel. Het is misschien niet vergevingsgezindheid, maar eerder tijd waar het ons aan ontbreekt. ‘Eerst tot tien tellen’ is een grondregel die maar beter aan de andere twee kan worden toegevoegd.
Lees hier het nieuwsblog over het eerste deel van het tweeluik over vergeving en vergelding: Vergeven, vergelden, verraden.
[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]
Jennifer Egan - A Visit from the Goon Squad
19/11/11 11:14 Denk aan: Literatuur

Op een brakke zaterdagmiddag, languit liggend op de bank, sloeg ik A Visit from the Goon Squad open. Pas toen het uit was, 350 pagina's verder (met, vooruit, een kleine bladspiegel), kwam ik van de bank af. Dat was me lang niet overkomen, zo'n leeservaring waarbij het boek jou lijkt op te vreten en je niet anders kunt dan je overgeven en hopen dat je het einde haalt. Maar er was meer.
Ergens op de helft, het was al avond en donker, leek het alsof ik werd opgetild en neergezet op een andere plek, in een andere tijd. Amsterdam, begin jaren negentig, op de bank bij mijn vader thuis. Ook zaterdagavond, en ook met een boek. Ik was over in de hoofdstad voor een van die tweewekelijkse weekendjes waar zoveel kinderen van gescheiden ouders herinneringen aan zullen hebben. Saai was het toen, maar nu ik er zomaar terugkom, twee decennia later, probeer ik het gevoel zo lang mogelijk vast te houden.
Een echte Proustiaanse 'mémoire involontaire', die je buiten de tijd plaatst en je daardoor voor even onsterfelijk maakt. Net als Proust probeer ik te doen alsof ik niks doorheb, ik lees gewoon verder en spied ondertussen om me heen. Boven me kan ik in de reflectie van het kantelraam mezelf zien zitten op de bank, Jennifer Egan in de hand, een glas wijn op tafel. Door dat glas wijn lijk ik op mijn vader, deze zaterdagavond. En ook nog steeds op mezelf zoals ik twintig jaar geleden was. Toch is dat niet genoeg reden waarom het kantelraam tegelijkertijd het Amsterdamse appartement lijkt te reflecteren. Het heeft natuurlijk ook te maken met het boek dat ik aan het lezen ben.
Jennifer Egan is net als ik een fan van Proust. Vast niet toevallig dat juist haar boek zo'n sterke Proustiaanse ervaring oproept. Twee motto's uit Op zoek naar de verloren tijd gaan aan het verhaal vooraf, waarvan er één direct verwijst naar de onvrijwillige herinnering die de tijd weet te overstijgen en op te heffen. En de goon squad uit de titel (knokploeg in de Nederlandse vertaling), dat is de tijd. De tijd die ons allemaal een keer op de bek komt slaan. Maar dat is het niet wat me op een Utrechtse bank naar boven doet kijken in een Amsterdamse reflectie. 'How did I get from A to B?' Dáár gaat het om.
Het is alleen de grote kunst die zo'n simpele vraag vol kan laden met betekenis en gewicht kan geven. Zo zwaar kan maken omdat je hele leven daar opeens in vervat blijkt te liggen. Alle personages stellen zichzelf die vraag, de een explicieter dan de ander: hoe ben ik hier gekomen, na al die tijd? What the fuck happened? Egans personages, die zich bewegen in de wereld van de muziek - met de bijbehorende verdovende middelen - lijken een stuk tijd te hebben verloren en moeten daar weer naar op zoek. Ondertussen zijn ze ergens aangekomen, door diezelfde tijd in de rug geduwd, zonder te kunnen stoppen, struikelend over hun eigen voeten. Ouder (en niet veel wijzer) kijken ze terug en zien ze dat het onherroepelijk is, de weg die ze in zijn geslagen, het punt B waar ze zijn aangekomen.
De personen in Egans roman hebben iets fatalistisch over zich. Het zullen die verdovende middelen misschien zijn, waardoor ze keuzes hebben gemaakt zonder door te hebben dat het keuzes waren (niet kiezen is ook kiezen, immers). Een prachtig citaat - dat betrekking heeft op een reliëf van Orpheus en Euridice - vat het fatalistische gevoel samen: 'He sensed between them an understanding too deep to articulate: the unspeakable knowledge that everything is lost.' Dan zul je terugblikkend op de verstreken tijd een reconstructie moeten maken die enigszins hout snijdt. Maar doen we dat niet allemaal? We schrijven een verhaal over ons leven, in ons hoofd of in gesprekken met vrienden en proberen dat zoveel mogelijk samenhang te geven.
'How did I get from A to B?' Nou, laat me je eens een verhaal vertellen…
Er zit een hoofdstuk in A Visit from the Goon Squad dat bestaat uit een powerpointpresentatie, iets wat iedere recensent wel even opmerkt. Maar waar gaat die presentatie over? Dat is natuurlijk veel interessanter. Het gaat over stiltes in muziek. Liedjes waarin secondelange stiltes zitten, als deel van het nummer. Stiltes die de muzikanten, managers en groupies van Egan in hun leven node missen. Het is de stilte waarin je jezelf de vraag kunt stellen hoe je hier, op dit punt bent aanbeland. De stilte waarin de knokploeg van de tijd je op je bek komt slaan. En ook de stilte waarin de tijd wordt opgeheven, je heel even onsterfelijk bent, terug in een Amsterdams appartement in het begin van de jaren negentig. De stilte van een brakke zaterdagmiddag, die overgaat in een avond en een nacht, waarin het boek jou opvreet, in plaats van andersom.