Beste boeken van 2008

Ik ben dol op alle eindejaarslijstjes die her en der opduiken. Vooral natuurlijk om te zien of je eigen smaak een beetje overeenstemt met die van de zogenaamde kenners.





Lees verder
Comments

Verdediging van het recensentendom

Na het redigeren en invoeren van zo’n vijftig artikelen voor 8WEEKLY, heb ik het aangedurfd zelf een recensie te schrijven, die inmiddels online te lezen is. Het boek in kwestie is Mikado van de Duitse schrijver Botho Strauss, een verzameling miniatuurverhalen die samen een even hecht als onontwarbaar geheel vormen als een worp met mikadostokjes. Niet het makkelijkste boek om een carrière als recensent mee te beginnen. Gelukkig maar, want makkelijk is stom en moeilijk is leuk, in my book. Lees verder
Comments

Kop, kop of munt?

Harvey_Dent_Dark_Knight
Ik had het al eerder over de ultieme filmengerd Anton Chigurh, die gewapend met een bizar luchtdrukapparaat en een muntje om te tossen (kop of munt? leven of opgeblazen worden?) dood en verderf zaait en vervolgens in het niets verdwijnt.

Het muntje is populair bij filmpersonages, blijkt nu. Harvey Dent, de ideale schoonzoon (dat zijn eigenlijk ook engerds) die in The Dark Knight zijn ondergang tegemoet gaat, maakt er ook gebruik van. Lees verder
Comments

Beste platen van 2008

Ik kan natuurlijk niet achterblijven...

De beste platen van 2008 naar mijn bescheiden mening. Volgorde niet geheel willekeurig, ook niet geheel onwillekeurig.

1 Stephen Malkmus & The Jicks - Real Emotional Trash
2 Dodos - Visiter
3 The Raconteurs - Consolers of the Lonely
4 Vampire Weekend - Vampire Weekend
5 MGMT - Oracular Spectacular
6 Port O'Brien - All We Could Do Was Sing
7 The Kooks - Konk
8 The Last Shadow Puppets - The Age of the Understatement
9 The Black Keys - Attack & Release
10 Hot Chip - Made in the Dark

Het beste optreden was zonder twijfel van The Raconteurs.

Alle statistieken op boekengebied worden tegenwoordig bijgehouden met Bookpedia, dus daar zal ik binnenkort meerdere lijstjes uit destilleren. Lees verder
Comments

Britpop meets Biafra: gitaargenen en Hongerwintergenen

genen_muziek
Wat is er eigenlijk zo goed aan Britpop meets Biafra, surf meets Hellraiser, of drie akkoorden en een baard? Over smaak valt te twisten, over kwaliteit niet. Waarom hou ik zo van muziek die men over het algemeen 'rock' of 'indierock' noemt? Lees verder
Comments

Wat te doen met 25 miljoen? (en een kredietcrisis)

staatsloterij
Morgen win ik de staatsloterij.

Iedereen belt me op.
Vrienden, collega’s, speelkameraden
klasgenoten, ooms, oude liefdes.
We spreken af in De Klok.
Het feest duurt tot de morgen.

Ik betaal alle schulden.
Ik geef een geheim aantal blanco cheques weg.

Ik koop een theater voor Karin
een planetarium voor Niek
en een tuin voor Ivo.
Mijn moeder krijgt een serie kleinkinderen
mijn vader een tropische republiek.

Dan ga ik een hectare in de bergen kopen
en een hotel in Coïmbra.
Daar schrijf ik met Arjen AapNoot Vuur.

Ik schenk de staat mijn geboorteplaats
het stedelijk museum mijn zegen.
Ik steun de bescherming van de Yeti
en het instituut voor schaamte-bestrijding.

Dag en nacht rijden auto’s door de straten
met luidsprekers op het dak.
'Sparen is zonde!’
'Laat de rijken de crisis betalen!’

Dus: Winkeliers, dichters en werklozen.
Wanhoopt niet! Wanhoopt niet!

De Maecenas komt!


K. Michel

Uit:
Ja! Naakt als de stenen.
Meulenhoff, 1989.
Lees verder
Comments

Data I

heide
8 december. Vandaag zou mijn vader 62 jaar zijn geworden. Jim Morrison 65, mijn ex-schoonmoeder zou ook haar verjaardag hebben gevierd, John Lennon is vandaag 28 jaar dood, 26 jaar geleden vonden de Decembermoorden plaats en ik, ik had al twee jaar mijn rijbewijs kunnen hebben als ik de eerste keer was geslaagd. 8 december.

62 jaar. Dat klinkt heel oud, veel ouder dan 57. Volgend jaar maart is het vijf jaar geleden dat mijn vader is overleden, dus vandaag is het vijf jaar geleden dat hij voor het laatst jarig was.

Hij lag in het ziekenhuis want hij moest op zijn verjaardag een kijkoperatie ondergaan. De chirurgen zouden stukjes weefsel uit de keel nemen om te onderzoeken of de chemo had gewerkt. Maar deze keer was kijken eigenlijk al genoeg, ze konden zo ook wel zien dat het niet had gewerkt, dat het eerder erger was geworden. Het weefsel moest natuurlijk nog onderzocht worden, niets was zeker, niets gezegd, vergeet het maar weer, pas als de officiële uitslag er is weten we meer. Die uitslag zouden we op Kerstavond, 24 december 17:00 uur te horen krijgen. Wat een feest.

Eerst de verjaardag. Ik ging met mijn toenmalige vriend 's avonds naar het UMC. Ik droeg een grote bos heide. Een boeket leek me ongepast, bloemenloos komen ook. Heide, dat was eenvoudig, oersterk, melancholisch getint en zoet.

De kamer lag in een rustige hoek van het ziekenhuis, een grote ruimte met warm licht. In het bed naast Gerard lag een man met een dop op de plek van zijn adamsappel naar een handradiootje te luisteren waar alleen maar ruis uit kwam. We hadden ook een cryptogrammenboekje meegenomen. We lazen een paar omschrijvingen en dachten gedrieën na. Dat werd niks.

Toen spraken we over de pasgeboren kroonprinses. Aan tafel gold de regel dat er niet gesproken werd over politiek, religie of het koningshuis (vanwege radicale denkbeelden en rijkelijk vloeiende wijn), hier was de geboorte van een prinsesje zeer welkom. We hadden het vooral over haar naam. Amalia. Er zouden vast al snel Amalia-scholen en pleinen komen. In Utrecht bestond al een Amaliastraat. Mooie straat. Voluit heette ze Catherina-Amalia. Een regenteske naam, nu al historisch. Deed denken aan de machtige koninginnen uit de vroege Renaissance. Het had iets Oostenrijks.

Over de officieuze uitslag hielden we alledrie onze mond.

De heide stond in een vaas, het cryptogrammenboekje lag op het nachttafeltje, en over Amalia konden we niets meer bedenken. Gerard liep mee naar de lift. Het ging heel langzaam. Alsof hij niet wilde dat we weggingen. Alsof hij 75 was geworden in plaats van 57. Alsof hij de tijd tot Kerstavond zo langzaam mogelijk wilde laten gaan door zo langzaam mogelijk te lopen. Maar hij kon gewoon niet sneller. Uiteindelijk kwamen we bij de lift en moest hij het hele eind weer terug, alleen. Terug naar de man met de transistorruis en de dop op zijn strottenhoofd.

Dat was dus 8 december, vandaag vijf jaar geleden. Meer kan ik er ook niet over zeggen. Het wachten was op Kerstavond. Lees verder
Comments

The Rascals: Britpop meets Biafra

rascals
Van tevoren dacht ik nog: wordt het niet een beetje te veel? Sinds eind september zijn The Wombats, Blood Red Shoes, Elbow en The Black Keys al in Tivoli langs geweest, volgende week volgt Public Enemy en afgelopen woensdag was het de beurt aan The Rascals. Maar nee, te veel wordt het niet.

Lees verder
Comments

Tussen bank en boot

katten
We zijn acht maanden verder en eindelijk is het dan zover: Bamse ligt dagenlang op de bank te pitten alsof ze nooit anders heeft gedaan. Het was een lange weg – letterlijk. Bamse speelde de rol van outcast met verve, bracht de eerste weken na de verhuizing door onder het bed, zat toen dagelijks in de badkuip, koos toen een hoekje op de overloop, liet zich soms op de trap zien. Lees verder
Comments

Tweede literaire stad van het land?

manifest_letteren_Utrecht
Omdat ik weer een nieuw speeltje heb ontdenkt (die laat ik staan, je zou immers kunnen zeggen dat nieuwe speeltjes er vooral zijn om je gedachten af te leiden, je te laten ontdenken)... omdat ik weer een nieuw speeltje heb ontdekt, namelijk de gepersonaliseerde startpagina (waarover later meer), ben ik aan het inventariseren welke websites ik vaak bezoek en of ze een rss-feed* hebben. Lees verder
Comments

Op een vrieskoud, aardedonker perron

In de categorie dingen waar een mens blij van wordt: geweldige citaten. Ontzettend vaak kom ik ze niet tegen, maar soms zit ik te lezen en opeens is daar een zin die je vier, vijf keer achter elkaar leest. Dan weet ik dat ik mijn opschrijfboekje moet pakken. Lees verder
Comments

Burn After Reading

burn_after_reading_poster
Een vrouw die alles doet voor plastische chirurgie, een man die op zijn zeilboot bivakkeert nadat zijn vrouw hem het huis uit heeft gezet, een inbreker die zich verstopt in een kast in de slaapkamer, Russen met een accent en een snor, George Clooney als onverbeterlijke vrouwenverslinder. Wat hebben deze dingen gemeen? Het zijn enorme clichés en ze zitten allemaal in de nieuwe film van de Coen Brothers, Burn After Reading. Lees verder
Comments

De Week van de Komijnekaasjes

komijnekaas
Los van de Dag van de Vrouw, Kinderboekenweek (die tien dagen duurt), Maand van Spiritualiteit, het Jaar van Mensenrechten enzovoorts, heb je zelf ook wel eens een persoonlijk 'Weekje van'. Een Mazzelweek waarin alles meezit en je aan het eind een kraslot koopt. Of een Dag van Toevallige Ontmoetingen, als mensen je bellen terwijl jij net... Of je vijf mailtjes krijgt die beginnen met Geachte mevrouw Rasch in plaats van Beste Miriam. Lees verder
Comments

A fierce personality, mijn betere ik

Saleisha_ANTM
Saleisha is America's Next Top Model! Mijn heimelijke genoegen is allang geen echt geheim meer, hoewel er soms nog een onwetende mee te shockeren is. Komt ie: het enige tv-programma dat ik volg is America's Next Top Model. En als dat niet draait, Hollands Next Top Model. En ik schaam me helemaal nergens voor. Lees verder
Comments

Lang, wollig feestpakkie

crocs_nicholson_bush
Mijn nieuwe lange, wollige en charmante jurk leek me ideaal om te dragen naar een sollicitatiegesprek. Ook zonder kralenketting en met een donkere spijkerbroek eronder voelde ik me zo netjes als maar zijn kon. Nog even mijn haar kammen en klaar!


Lees verder
Comments

Over druipende hersenen en dode huidcellen

Goya_droom_rede
Ik heb Louis van Gaal ontmoet. Ik zag hem langs lopen en riep in zijn oor: 'Drie nul! Ja!' Vooruit, het was in een droom. Dat maakt deze ontmoeting voor Van Gaal misschien minder belangrijk, voor mij niet. Dingen die me in mijn slaap overkomen hebben soms meer impact dan het wakende leven. Net zoals kleine, onbeduidende voorvallen soms meer betekenis hebben dan die waar je niet omheen kunt, wier relevantie zo overduidelijk is dat ze saai worden.

Lees verder
Comments

Content, content, content - time, time, time

spin_robot
Omdat het hele CMS eruit lag en je dan als webredacteur niet echt veel meer kan doen, heb ik me laatst ingelezen in de wondere wereld van SEO. Met andere woorden: het systeem lag plat en ik weet nu van alles over gevonden worden door Google. Lees verder
Comments

Glasvezelkabelinblaastechniek

Samengestelde woorden zijn vaak saai, lelijk en flauw. Tafelpootonderleggerfabrieksopslag, dat werk. Vandaag maakte ik kennis met een samengesteld woord dat op het eerste gezicht saai en lelijk is, maar me toch erg wist te charmeren. Lees verder
Comments

Drie keer over bepaalde liefde

doeschka_meijsing
Doeschka Meijsing heeft de AKO Literatuurprijs gewonnen. Over de liefde is de eenvoudige maar veelzeggende titel van haar winnende roman. Hoewel het vooral ook over géén liefde gaat, wat er gebeurt met een mens die verlaten is voor een ander. De bekroning is volkomen terecht, want dit boek heeft eigenlijk alles wat je van een boek verlangt.

Wat is dat dan?

Ten eerste, een lekker herkenbaar verhaal. Wie heeft er nou geen liefdesverdriet gehad? 'Pas langzaamaan bedaarde ik. In een van de huizen aan de overkant wilde een man zijn vrouw met een hakmes de hersens inslaan, terwijl zij een bord spaghetti boven zijn hoofd omkieperde. Het moest gezichtsbedrog zijn, even later zaten ze rustig tegenover elkaar aan tafel. Ik bleef bij de open ramen staan, alsof ik de vluchtweg moest bewaken. Ik miste het leven met Jula plotseling heel hevig, het leven dat dan wel niet uit zo’n gloeiend beschaamde verliefdheid was voortgekomen, maar dat zo prettig was geweest, zo door en door op elkaar ingespeeld, zonder al te hevige ruzies, vanzelfsprekend, nooit verveeld.’

Daarbij is het verhaal semi-autobiografisch en daar doet niemand moeilijk over. Iedereen weet wie de inspiratiebronnen vormden voor de hoofdpersonen. Het is (ook) een wraakboek, een afrekening met de voormalige geliefde. Niet verbitterd of met een blinde furie die alle kwaliteit uitvlakt; dit boek is een overwinning op de voormalige geliefde. Dit boek is namelijk beter. Beter dan de relatie, beter dan wat 'de ander' die snol te bieden heeft. Doeschka Meijsing is hier de berijder van de praalwagen.

Dat komt omdat het boek gewoon ontzettend goed geschreven is. Eerst hardop lachen en op de volgende bladzijde je tranen (van woede) wegslikken: wie doet dat Meijsing na?

Een mooi boek om te lezen na Noem me bij jouw naam van André Aciman. Waar Aciman voortdurend de nuance van het ontluikende gevoel zoekt, en de voorbije liefde een onderstroom in het dagelijks leven wordt, nauwelijks merkbaar maar richtingbepalend, gaat Meijsing kopje onder. Zo kan het ook gaan: dat je liefje op een dag een ander heeft en beste vrienden wil blijven. De hoer!

(Ik las de boeken in de omgekeerde volgorde: eerst het verhaal van de razende, vervloekte, vervloekende en tegelijk lamgeslagen Pip en daarna over de zoete verliefd-op-de-liefde Elio van Aciman. Is ook wat voor te zeggen: om na de hel die de volwassen liefde kan zijn terug te keren naar de paradijselijke weemoed van de puberliefde, net als wanneer je het lekkerste hapje op je bord voor het laatst bewaart. Er zijn mensen die het lekkerste eerst opeten. Die zullen teleurgesteld door het leven gaan en eindigen in de ring van hebzuchtigen.)

Beide boeken gaan over homoliefde. In Noem me bij jouw naam zijn het twee mannen, van wie er uiteindelijk een trouwt en kinderen krijgt met een vrouw (het lot van de ander is onduidelijker, hij bemint er velen maar hoe die er tussen de benen uitzien, staat niet vermeld). Meijsing schrijft over twee vrouwen, de een verlaat de ander voor een man - die haar een kind kan schenken.

Toeval? Misschien. Net als de keuze voor Mulisch' Twee vrouwen (waarin, jawel, de ene vrouw een kind laat verwekken door een man die eerst de geliefde was van de andere vrouw om vervolgens de man te verlaten en terug te keren naar de vrouw, als ik het goed begrijp), dat in een recordoplage van 1.000.000 (één miljoen) exemplaren door heel Nederland wordt verspreid in het kader van Nederland Leest.

Doet er niet toe. Hier zijn andere machten aan het werk: de macht van de schrijver die de pen weet te hanteren. Hier zie je de liefde. Over de liefde.



Bookmark and Share
Comments

Lang, wollig en charmant

Object_collectors_item
Erg trendgevoelig zou ik mezelf niet noemen. Ik hou wel van winkelen, maar vind nieuwe modehypes vaak 'Belachelijk!'. Twee jaar later, als de driekwartmouwen of strakke pijpen al volkomen ingeburgerd zijn, loop ik er alsnog mee.





Lees verder
Comments

Werk aan de winkel IV

StrengthsFinder
Ik moet mezelf tot de orde roepen. Al die tijd heb ik het over zelfkennis alsof we allemaal als eenzame monades over de aardkloot dwalen, gedoemd tot een vrije wil en met relaties die alleen maar bestaan uit beperking en gebondenheid, alsof de anderen op deze wereld zijn om jouw dromen te saboteren.

Zo'n somber wereldbeeld heb ik niet, sterker nog, ik ben optimist tegen beter weten in. Ik geloof zelfs, uche uche, in vooruitgang. Persoonlijke vooruitgang en, mompel mompel, vooruitgang van de Mensheid. Dat anderen alleen maar op de wereld zijn gezet om jou dwars te liggen, is niet slechts een zeer egocentrisch idee, maar ook te pessimistisch voor dit lachebekje.

Anderen zijn er nu eenmaal dus dan moet je er wat mee, je kunt ze niet negeren. Elk mens is anders, elke ontmoeting ook, je bent zelf voor iedereen anders en iedereen ontmoet jou verschillend. Daarin valt dus veel over jezelf te ontdekken. Denk aan de hond van Mulder in De Wandelaar van Adriaan van Dis, die Mulder kanten van zichzelf laat zien waarvan hij het bestaan nooit kon vermoeden. (Die zee van mensen, dieren en ontmoetingen vraagt wel de teruggetrokken, periodieke eenzaamheid van de monade om hem te destilleren tot zelfkennis, om het brakke water helder te krijgen.)

Soms neemt een ontmoeting extreme vormen aan; dan is het zaak extra goed op te letten. Bij een sollicitatiegesprek bijvoorbeeld. Moet je nagaan: je zit met een klein aantal wildvreemden in een ruimte en bent misschien wel een uur lang volledig op elkaar gefocust. Je wil zo snel mogelijk zo veel mogelijk van elkaar weten, je hebt elkaar nodig, en je bedriegt elkaar in wederzijds vertrouwen, want beide partijen proberen zichzelf te verkopen.

De laatste maanden heb ik redelijk veel van die extreme ontmoetingen gehad. Eigenlijk waren ze allemaal best gemoedelijk. Ik heb ook een aantal vreselijke tests moeten doen: competentie zus, vaardigheden zo. Dat is dus precies hoe het niet moet: heb je het ideale instrument om even lekker de diepte in te gaan (gewoon een gesprek van mens tot mens), gooien ze alles op gestandaardiseerde tests met gestandaardiseerde vragen en gestandaardiseerde uitkomsten. Hoe dan ook: genoeg brakke poelen tot mijn beschikking.

Het extreemst, hoewel ook heel gemoedelijk, was een gesprek waarin na drie kwartier werd gezegd: 'Ik ga nu het boek voor je halen.' Dat verstond in verkeerd, hij zei: 'Ik ga nu Het Boek voor je halen.' De ander die erbij zat legde half knipogend uit: 'Dat betekent dat je door bent naar de volgende ronde.'

Thuis moest ik het boek lezen (Now, discover your strengths), waarin een Amerikaanse managementgoeroe uitlegt dat mensen talenten hebben, vijf zelfs voor iedereen, en dat die talenten gestimuleerd moeten worden. Goh. Er hoorde ook een online test bij, die je talenten voor je zou opsporen. 'Je kan het niet fout doen,' verzekerde mijn potentiële baas me. 'Het gaat om talenten, die zijn altijd goed.' Onzin natuurlijk, want het ging erom of mijn vijf talenten wel zouden passen bij de talenten van de baas. Die van mij bleken toch fout. Ik vond het niet heel erg dat mijn sterke punten niet liggen op het vlak van wannabe Amerikaanse managementgoeroes.

Een andere keer had ik een gesprek bij een uitzendbureau. Wederom een gemoedelijke bedoening. Toen het gesprek afgelopen was, wilde de intercedente me haar kaartje aanbieden. Verkeerd verstaan. Ze zei: 'Mag ik je mijn kaartje laten uitkiezen?' Toch nog extreem. Op haar bureau spreidde ze vier verschillende visitekaartjes uit, in primaire kleuren en met gepaintbrushte afbeeldingen. 'Je kunt het niet fout doen,' zei ze er nog bij, 'kies er maar één uit.' De uitzendtarot wees uit wat zij al dacht: ik was creatief. Of was het nou harmonieus? Een doorzetter? Strategisch, verantwoordelijk, eigenwijs, intelligent, dom, blond?

Mis poes.



Bookmark and Share
Comments

Grafherrie in de herfstzon

grafherrie
Bleef mijn beschrijving van de herfstzon bij een mislukte poging een paar zinnen op te diepen uit mijn geheugen, Martin Bril wist zijn lezers wel te trakteren op een citaat. Ook hij zocht al tijden naar een adequate beschrijving van dat bijzondere herfstlicht, en moest zijn meerdere erkennen toen hij de beschrijving niet zelf op papier zette, maar vond in een boek. Lees verder
Comments

Ik heb eb

plint
Bloed. Prikken. Bloedprikken. Talloze mensen krijgen rillingen bij deze woorden. Ik niet. Ik kijk de andere kant op en onderga de aderlating... tja, gelaten.

In de bloedprikruimte van het ziekenhuis hangen postergedichten. Goed idee: je hebt iets om naar te kijken en concentreert je op het lezen. Voor je het weet zijn de tubes weer gevuld en krijg je een watje om te stelpen. Gelukkig zijn de gedichten op de posters vaak makkelijk, meer versjes dan poëzie, anders is de verpleegster klaar voor je bij de laatste regel bent. Ze worden ook regelmatig vervangen.

Bloedprikken krijgt daarmee iets stemmigs. Dat komt ook door de sfeer in de wachtruimte. Ik bedoel niet de sfeer die iedereen benauwt zodra hij witte jassen ziet en die specifieke ziekenhuisgeur ruikt. Nee, in de wachtruimte voor de bloedpoli (lekker woord) wordt nog ouderwets gewacht.

Vroeger was dat heel normaal, tegenwoordig wachten mensen eigenlijk nooit meer. Ze bellen, mailen, lezen een gratis krant of roken bij de rookpaal (een heel andere actie dan gewoon een peuk opsteken). Allemaal dingen die in het ziekenhuis niet mogen. Toegegeven: de Metro ligt hier ook in de gangen, maar niemand leest hem.

Zo zit je dan heel rustig met tien, vijftien mensen te wachten. Geen mobiel, geen sigaret, geen krant. Sommige mensen maken een praatje. Op mompeltoon. Af en toe klinkt de zoemer en verdwijnt iemand in een bloedprikcabine. Als ze eruit komen hoor je ze zachtjes fluisteren: 'ik heb eb, doet dat zeer? nee zegt de zee, een zee heeft geen zeer.’

(gedicht Frank Eerhart, beeld Milja Praagman)



Bookmark and Share
Comments

Trefzeker herfstzonnetje

noem_me_bij_jouw_naam
Daags na mijn besef dat de NoteBook en Bookpedia-projecten eindeloos zijn, is er weer een nieuw project begonnen: het bij elkaar verzamelen van alle nummers uit de Kink 1300. Dat is een soort Top 2000 van alternatieve muziek, die KinkFM onlangs uitzond. Al die nummertjes waarvan je niet weet van wie ze ook alweer zijn, of hoe ze ook alweer heten, staan erin. Dus dat moesten wij hebben. Lees verder
Comments

Maand van de spiritualiteit

maand_spiritualiteit
Elke dag, week of maand is tegenwoordig wel aan iets gewijd. Hebben we op dit moment Geschiedenis en Borstkanker, november is de Maand van de Spiritualiteit. Als aanloop tot de feestmaand, die in plaats van spiritueel vooral consumenteel is geworden. Het thema van de Maand is 'Mijn betere ik', oftewel Word wie je bent!

Maanden Van worden over het algemeen feestelijk geopend en afgesloten, daartussenin merk je er weinig van. Een van de happenings op de openingsmanifestatie van de Maand van de Spiritualiteit is de workshop De zin van het leven van godsdienstfilosoof Annewieke Vroom. Lef heeft ze in elk geval, met zo'n titel.

In de krant Trouw, een van de initiatiefnemers van de Maand, vertelt ze alvast waar we zo ongeveer die zin van het leven moeten zoeken. De kop zegt alles: 'Aanvaarden van het ik is belangrijker dan het ik verbeteren.' Alsof het wetenschappelijke bewijs onomstotelijk vastligt, zo staat het daar: aanvaarden is belangrijker, omdat het het diepste verlangen van de mens is. Voel je het ook al in je onderbuik?

Ik voel me dan natuurlijk aangesproken, met mijn Word wie je bent en Nietzsche, Proust en Sartre. (Op de site staat dat Sartre in de workshop aan bod zal komen, in de krant verklapt Annewieke hoe: als een 'kunstmatig streven'.) Is aanvaarden belangrijker dan verbeteren? Aanvaarding is hoe dan ook een voorwaarde voor verbetering, zegt de godsdienstfilosofe. Maar wat moet je dan aanvaarden?

Ook Sartre heeft het over het aanvaarden van de dingen die gegeven zijn. In zijn kenmerkende prachtige bewoordingen (ahum): de geworpenheid. De mens wordt pats boem het leven in geworpen, temidden van allerlei zaken waar hij niets aan kan doen. Hij krijgt bepaalde ouders, die wel of niet een geloof aanhangen, hij moet het doen met een fysieke gesteldheid, is lelijk, mooi of onopvallend, woont in een zeker land, in een zekere tijd, onder een dictator of onder Balkenende. In feite begint het menselijk leven zoals zoveel verhalen in medias res - je valt er middenin en loopt altijd achter de feiten aan.

Die geworpenheid, daar hebben we allemaal last van, de een wat meer dan de ander. Als je de dingen die nu eenmaal gegeven zijn niet kan aanvaarden, kom je nooit verder. Dan blijf je steken in een apathisch wachten op het noodlot, in plaats van je leven eigen te maken. Eigen maken in dubbele zin: je leven van jezelf maken door het actief te leiden en verantwoordelijkheid te nemen voor je keuzes, maar ook je het leven eigenmaken, verinnerlijken - dat wat gegeven is door en door kennen en verpersoonlijken.

De mens zal dus ondanks zijn geworpenheid iets van het leven moeten maken. Of, zo zie ik het liever, dankzij. Wat zou je kunnen maken zonder bouwstenen? Hoe meer bouwstenen, hoe inspannender het levenswerk – maar ook: hoe meer mogelijkheden er iets bijzonders van te maken. Ze zeggen niet voor niets 'an unhappy childhood is a writer's goldmine'. Met aanvaarding alleen kom je nergens, laat de vooruitgang dan maar zitten. Moesten vrouwen vroeger dan ook maar aanvaarden dan ze minder waren dan de man? Of de zwarte dan de blanke?

Waar je Sartre niet (of minder) over hoort, is het feit dat de geworpenheid niet exclusief bij de geboorte hoort, maar het hele leven doorgaat. Steeds weer gebeuren er dingen die van grote invloed zijn op jou, maar waar je zelf geen invloed op kunt uitoefenen. Vooral natuurlijk zolang je nog afhankelijk bent van anderen, zoals je ouders. Ze kunnen gaan scheiden, besluiten te emigreren, doodgaan. Je bent nooit klaar (gelukkig). Hoe ouder je wordt, hoe meer je zelf ook de geworpenheid van anderen bepaalt. In dit idee ligt de basis voor een moraal besloten, die je bij een simpel aanvaarden nooit zult vinden.

Aanvaarden is geen doel, maar een voorwaarde. Belangrijk, maar van ondergeschikt belang. En het diepste verlangen van de mens? Als de diepte van een verlangen de maatstaf wordt van wat de zin van het leven is, zijn we denk ik ver van huis. De mens is de mens een wolf. Spiritualiteit is geen gegeven, daar moet je iets voor doen. Kiezen voor je betere ik, daar ga je heus niet dood aan.



Bookmark and Share
Comments

Digitaliseren is eindeloos I

bookpedia
Al je digitale foto’s uitzoeken en de mooiste in een album laten afdrukken, de 38 toneelstukken van Shakespeare lezen, de stoel van Gerrit Rietveld nabouwen, je leven grandioos laten mislukken: iedereen bedenkt wel eens zo’n project dat op voorhand al gedoemd is te stranden. Ik ben daar ook heel goed in. Lees verder
Comments

Boetekleed is verdwijnmantel

Atonement
Filmpersonages zijn vaak goed of slecht, en als ze slecht zijn en toch de hoofdrol spelen, beschikken ze wel over een verleden of een goed gevoel voor humor, waardoor ze alsnog sympathiek overkomen. Ik heb nu kennisgemaakt met een personage dat zo naar is dat ze eigenlijk niet de hoofdrol in een film zou mogen krijgen. Lees verder
Comments

Mensen met een verhaal

Allerhande
'Mensen met een verhaal': deze kop komt niet uit de Viva, is geen rubriek van 1Vandaag, en ook geen benaming voor Icesave-slachtoffers. Het is een onderdeel van de AllerHande, het blad waar half Nederland - ikzelf incluis - uit kookt. Lees verder
Comments

Verloren tijd

Ryszard_Kapuscinski
'Ziekbed van rugpijn. De pijn maakt ons bewust van onze lichamelijkheid, maakt ons ervan bewust dat die lichamelijkheid ons bedreigt, een tegenstander is die ons in een ijzeren greep heeft gevangen. Pijn is degradatie, berooft ons van onze krachten, dooft de energie, beperkte het denken en doodt het ten slotte, pijn maakt ons vleugellam, verandert onze ziel in een lege zak en het lichaam in een afstotelijke open wond. Gottfried Benn schreef zo over het lijden, als een walgelijk, stinkend iets (ook de bijbel, Job). Lees verder
Comments

All bad / good things come in three

lekkend_dak
Zo herfstig als ik het de laatste dagen had, krijg je het zelden. Ik waande mij in een roman van Dickens. Of nou ja hoewel, zijn personages voelen zich natuurlijk niet ontheemd in een leven offline. Maar vangen wel druppels uit een lekkend dak op in pannetjes op de vloer, onderwijl slijm uit het diepst van hun holtes gorgelend. Lees verder
Comments

Spin zonder web

Alsof een overijverige rat een kabel heeft doorgeknaagd: van het ene op het andere moment hebben we geen internet meer. Online heet onze provider, moderne ironie van het type hihaho. Zij probeerde ons nog in de categorie storing te stoppen, maar dit is geen storing, dit is een geheel geslaagde verdwijntruc. Lees verder
Comments

Werk aan de winkel III

Lunetten
Elke dag zaterdag: de mensen die de overstap hebben gewaagd naar - bij wijze van spreken - zielige zwerfkatjes redden, benoemen zo hun nieuw gevonden geluk. In de Volkskrant Banen van vorige week las ik over de bedrijfseconoom die bakker werd en de maatschappelijk werkster die op de bus zat.

Het zijn altijd hoger opgeleide mensen die een 'ambacht’ gaan uitoefenen, met hun handen gaan werken. En dan op weerstand stuiten van hun omgeving, want als je een goede opleiding hebt genoten is het toch zonde om daar niet iets mee te doen. Andersom zal je het niet gauw horen: als een handwerker besluit de overstap te maken naar management of advies (aangenomen dat hij de kans krijgt), wordt hij waarschijnlijk vooral toegejuicht. Meer geld, meer status, meer kenniseconomie. Hoewel loodgieters inmiddels hetzelfde uurloon schijnen te bedingen als, pak 'm beet, een in de filosofie afgestudeerde webredacteur.

De econoom die bakker wordt: het is de omgekeerde Amerikaanse droom (hoewel deze specifieke bakker exclusieve broden levert aan sterrenrestaurants) en daarom zagen veel mensen zijn carrière als een mislukking. Een paar herfsten geleden, toen er geen kredietcrisis was, maar wel een hoge werkloosheid, had ik uit redelijke wanhoop het plan opgevat om mijn leven te laten mislukken. Ongeveer zoals die bakker maar dan zonder de exclusieve broden. Wat ik zou gaan doen wist ik niet, want als ik dat wist en het vervolgens uitvoerde, zou er al iets niet mislukt zijn.

Ik verloor mezelf in visioenen van mijn mislukte leven. Ik woonde in Lunetten, daar wonen veel leuke mensen, maar ook veel mislukte mensen. Ik had een knipperlichtrelatie en een kat. Geen werk en niet eens recht op een uitkering. Aan alle randvoorwaarden was voldaan.

Zoals dat bij mij dan gaat, schreef ik in mijn hoofd een roman over een mislukkeling. Voor ik het wist vormden zich om mij heen wilde ideeën van de mislukking als Gesammtkunstwerk, waarin mijn hele leven de inzet zou zijn in een project met foto’s, filmpjes, een boek, een dagboek, een website met een forum en nog veel meer. De antiheld was ik zelf, tegelijk mislukt en in mijn mislukte staat volkomen gelukt, tot kunst verheven, en weldra met prijzen overladen.

Net als Grunberg, die exemplarische mislukkelingen tot leven heeft gewekt in zo voortreffelijk gelukte romans (als De Asielzoeker bijvoorbeeld). Waar hij als gelukt literator in elk geval enigszins los staat van zijn opgevoerde misbaksels, moest ik beide in mij verenigen.

Je begrijpt: dit plan was bij voorbaat mislukt, ten onder gegaan aan interne tegenstrijdigheden. Misschien dat het in zijn onuitgevoerde staat de hoogste graad van niet-lukken heeft bereikt die mogelijk was. Misschien dat ik deze kerst een nieuwe poging kan wagen.



Bookmark and Share
Comments

Werk aan de winkel II

Te veel keuzemogelijkheden en toch niet kunnen kiezen - het is een makke van onze tijd. Hoe kies je tussen een Bed & Breakfast beginnen, met dolfijnen zwemmen en zielige zwerfkatten redden? Voor je het weet twijfel je zo lang dat je helemaal niets meer doet.

Verdrinken in keuzes is een overblijfsel van de jaren negentig, toen alles kon en alles mocht. Dave Eggers schreef dé roman over hoe het was om toen op te groeien, in een tijd zonder oorlog, zonder grenzen aan de vrijheid en met veel geld voor iedereen: A Heartbreaking Work of Staggering Genius. Gelukkig voor hem is het ook echt een geniaal boek, hartverscheurend ook (huilen bij de laatste bladzij) en tegelijk volstrekt buitensporig, overvloedig, sentimenteel en getuigend van grote verwaandheid.

Onze ouders hadden de Koude Oorlog nog, schrijft hij, wij hebben alleen vrede. Saai! We hebben niets om tegen te zijn, zelfs je vader en moeder zijn je beste vrienden. Zij hebben al alles gedaan wat god verboden heeft, wat zet je daar tegenover? Alles kan en alles mag. Niets moet dus niets gebeurt. Als allebei je ouders vlak na elkaar overlijden, zoals de hoofdpersoon overkomt, is de wereld zelfs haar allerlaatste grenzen kwijtgeraakt. Dave geeft zich uit pure ellende maar op voor The Real World van MTV, begint een tijdschrift, reist van hot naar her.

In een volgend, beduidend minder geniaal boek, You Shall Know Our Velocity, promoveert Eggers dat laatste tot hoofdthema. Een jongen verdient met iets onbeduidends zeer veel geld: zijn silhouet staat op elke gloeilamp die in Amerika over de toonbank gaat. Wat te doen met al dat geld? En met alle tijd? Hij gaat op reis om zijn geld uit te delen aan mensen die het harder nodig hebben dan hij. Overal waar hij komt denkt hij: dit had ook mijn leven kunnen zijn, sterker nog, het kan mijn leven worden. Ik kan in Afrika een surfschool beginnen, ik kan in Letland Rus worden, met dolfijnen zwemmen, een Bed & Breakfast, zwerfkatten... And in the end nothing happens.

Tijden veranderen, en zoals de jaren negentig is het allang niet meer. Rookverbod, identificatieplicht. Oorlogen genoeg, met bijbehorende slechteriken van Bin Laden tot Bush om fel tegen te zijn, en soms lekkere werkloosheidscijfers (zoals in 2002 toen ik afstudeerde) of een kredietcrisis. Crisis is een woord dat elk journaal wel valt. Dat noopt tot keuzes. En toch... in de literatuur blijven er genoeg twijfelaars rondlopen. Indecision was de titel van het debuut van Benjamin Kunkel uit 2005. Goed besproken, maar naar mijn mening even vervelend als de titel doet vermoeden. Reizen, drugs gebruiken, rondhangen, af en toe een date en zeuren over het systeem, inmiddels weten we het wel.

Ik hoor in mijn hoofd weer die mantra die overal op van toepassing lijkt: aanstotelijk echter is al het waarlijk productieve... Niet verdrinken, maar in het diepe springen, je in de afgrond storten, in plaats van erin te vallen. Misschien ga ik toch zielige zwerfkatjes redden. Het meest aanstootgevende dat ik deze week gezien heb, was namelijk kleine Jip.

Steun de Dierenbescherming voor Jip en andere zielige dieren.



Bookmark and Share
Comments

Van jongens en meisjes en buideldieren

Was met De Beschaving het festivalseizoen afgesloten (dat voor mij helaas uit maar één festival bestond dit jaar) - gisteren is het bandjesseizoen officieel voor geopend verklaard. Het optreden van The Wombats in Tivoli was het eerste van een reeks concerten die op stapel staan. Lees verder
Comments

Werk aan de winkel I

24 % van de ambtenaren schijnt na de vakantie op zoek te gaan naar een nieuwe baan. En de rest heeft aan het zwembad wel een keer een dagdroom: ah, een Bed & Breakfast beginnen, zwemmen met dolfijnen of zielige zwerfkatten opvangen. Of op z'n minst: zou ik niet voor mezelf moeten beginnen - vrijheid ah, de vrijheid!

Ik denk zulke dingen ook op vakantie (vooral van die zielige zwerfkatjes). Ik heb alleen net iets meer reden voor zulke gedachten, want ik zit op een tijdelijk contractje. Bij mij dus geen dagdromen maar bittere noodzaak. Met de kerst moet ik een nieuwe baan, anders wacht de onvrijheid van de - getsie - werkzoekende.

Een goedbedoeld advies dat mensen mij vaak en graag geven: nu kan je wel fîjn erachter komen wat je écht wil. Los van het feit dat zij ervan uitgaan dat ik dat niet weet, vind ik dit een zeer nutteloos advies als het gaat om het vinden van werk. Het doet me denken aan een gesprek dat ik een keer had met een studiegenoot. We stonden met zo'n honderd man in de bus van de campus in Nijmegen naar het station. 'Keuzevrijheid is de grootste leugen van de westerse maatschappij!' riep ik, met rollende r’en en grommende g's. 'Weet je eindelijk wat je wil, zit er nog niemand op je te wachten!' Ha, het werkte, mensen voelden zich aangesproken.

Toen schrok ik. Mijn studiegenoot had in Afrika gewoond en iets met ontwikkelingssamenwerking gedaan. Hij ging me vast wijzen op de penibele situatie van vele Afrikanen die niet eens hun avondeten kunnen kiezen. Ik begon me al te schamen toen hij lachend zei: 'Ja in Afrika is er hoe dan ook geen werk, dus als je besluit dat je onder een boom wil zitten en het fruit verkopen dat eruit valt, dan doe je dat gewoon. Geen regeltjes of belastingformulieren.' Een verfrissend inzicht.

Als mensen me aankijken alsof ze zelf een hartverzakking krijgen van het idee dat ik misschien met de kerst geen werk heb zeg ik gewoon: 'Je gaat er niet dood aan.' Soms herhaal ik met nadruk: 'Ik ga er niet dood aan.’ In Afrika ga je er dood aan, in Nederland niet. Daar schrikken mensen van. Toegegeven, mijn motto is niet fijnzinnig of genuanceerd. Maar ik bedoel precies dát: je gaat er niet dood aan als je even geen werk hebt, of als iemand je verlaat of als of als. Je kunt wel zo in de put komen dat je denkt dat je beter dood kon zijn, maar dat is iets anders.

Toch gaat 'je gaat er niet dood aan' niet altijd op. Als mensen doodgaan, bijvoorbeeld. Dan zul je een genuanceerder motto moeten hanteren, dat niet uitgaat van het negatieve, maar van het positieve. Voor mij is dat: je hebt altijd een keus. Maar dan ook altijd. Natuurlijk kun je er niet voor kiezen dat iemand niet doodgaat, net zo min als dat je contract toch niet afloopt. Je hebt misschien wel niets te kiezen, behalve dat je toch elke dag om half acht opstaat. Nou, dat is dan een keus. Zodra je iets kiest, heb je weer controle over een deel van je leven, hoe klein het ook is. Zodra je kiest, word je wie je bent. Bij mij werkt dat.

Motto 2 heb ik geleend van Sartre, en vervolgens naar eigen inzicht aangepast. Hij is bespuugd (in elk geval figuurlijk) vanwege zijn uitspraak dat zelfs mensen in concentratiekampen een keus hadden. Hoe ga je eraan? Met opgeheven hoofd of niet? Hoe eng zo'n uitspraak ook is, er zit een waarheid in. Hij is eng omdat het eerste motto niet meer van toepassing is, en de meeste mensen vinden dat al luguber genoeg.

Laat de morbiditeit je niet misleiden. Ik ben een optimist. Als ik zeg dat ik er niet dood aan ga, dan is dat vrolijk bedoeld. En mijn keuze is altijd eerst en voor al: het leven.

Nu heb ik nog niets gezegd van wat ik wilde zeggen. Wordt vervolgd...



Bookmark and Share
Comments

Spinnen op de wc

Het kan verkeren... Vriendlief ligt te slapen op de bank. Dan ga ik maar naar bed. Echt moe ben ik nog niet, dus boek mee. Wel hebben we aan de wijn gezeten, te ingewikkeld mag het niet worden. Op de badkamer sla ik alvast het minst ingewikkelde boek uit de stapel 'ongelezen’ open: Het jaar dat ik dertig werd van Aaf Brandt Corstius. Lees verder
Comments

Mijn voorkeur gaat uit naar revolutie

Vrijdag is voor literatuurliefhebbers een leuke dag, want dan komen de belangrijkste boekenbijlages uit: Cicero van de Volkskrant en Boeken van het NRC.

Sinds een paar weken kijk ik met nog meer nieuwsgierigheid dan normaal uit naar de eerstgenoemde. Ik schreef al over de nieuwe rubriek 'Het kwintet', waarin schrijvers vijf boeken noemen. Tot nu toe kwamen P.F. Thomése, Tom Lanoye en L.H. Wiener aan de beurt, deze week is het de beurt aan Frank Westerman (tijd voor vrouw, misschien?).

'Boeken die een revolutie in het hoofd bewerkstelligden': dat criterium vond ik zo raak geformuleerd, dat ik in een revolutionaire uitbarsting zelf een septet samenstelde. Maar helaas, de eindredactie van Cicero verving in de volgende aflevering die revoluties door het stijve, schoolse 'bepalen van een wereldbeeld'. Een week later zakt het nog verder in naar 'vijf boeken van hun voorkeur'.

Zonde. Voorkeuren zijn hoogstpersoonlijk en hebben de omlooptijd van een krantenartikel. Voorkeuren smaken naar verontschuldiging: 'ik geef de voorkeur aan Proust, maar als jij liever Giphart leest...' Revoluties vragen het offer van de massa aan het vooruitstrevende gelijk van de minderheid en scheuren de geschiedenis doormidden. Met andere woorden: slappe hap, dat kwintet.

Interessanter is het om te lezen wat de schrijvers daar zelf van vinden. Allemaal beginnen ze met een inleiding op de betekenis van hun lijstje in het algemeen, voor ze de boeken stuk voor stuk toelichten. Ik heb het vermoeden dat de eindredactie van Cicero de schrijvers het oude criterium van de revolutie heeft opgestuurd met het verzoek om een stukje, later heeft gekozen voor die democratische voorkeur, dat alvast boven het revolutionaire stukje heeft gezet, om ten slotte de lezer in verwarring achter te laten.

'Boeken die je vol weten te raken, kunnen je vleugels geven,' begint Westerman (om dan een vreemde sportmetafoor uit te werken die mijlenver van van mijn leesbeleveing af staat). Boeken die je vol raken verdienen niet je voorkeur, die eisen je toewijding op.

De enige die de voorkeur geeft aan voorkeur, is L.H. Wiener, die zich nogal zuur uitlaat: 'Het beste boek bestaat niet. [...] Op verzoek van de Cicero-redactie beperk ik me vandaag tot de volgende vijf.' Zo'n inleiding heeft terecht de omlooptijd van een krantenartikel. Merkwaardig dat de voorkeuren van een leraar Engels zich niet voorbij een dag uitstrekken. Volgende keer mag je ook mij vragen, Cicero, heb je gelijk een vrouw gehad.

Nee, dan Lanoye (waar ik verder nooit iets mee heb gehad): 'Want juist door dit boek ben je reddeloos veranderd, als lezer, als auteur, als mens, als zoogdier. Om alsnog te delen in zijn glorie staat je maar één ding te doen. Het eindeloos zingen van zijn lof. Daar is niets verkeerds mee. Wie niet kan bewonderen, zal nooit scheppen.' Zo iemand heeft iets doorgemaakt met boeken, zijn ziel is eens doormidden gescheurd en vertoont nog steeds de breuklijnen. (Ik zie hierin een parallel met Nietzsches aanstotelijke dat waarlijk productief is.)

Het kan ook andersom, zo bewijst een groepje schrijvers en kunstenaars in Engeland. Literatuur als genezing, niet zozeer om de breuklijnen te helen, maar om ze te onderzoeken en door onderzoek er de schoonheid van in te zien. Net als bij breuklijnen in het landschap, die we allemaal fervent vanaf het diepste of hoogste punt fotograferen.

In de School of Life (beetje een stomme naam, net als Het Kwintet) leer je met behulp van kunst omgaan met de Grote Vragen van het Dagelijks Leven. De 33-jarige Sophie Howarth zette de 'literaire apotheek' op uit onvrede met de heersende opvatting dat je kunst niet mag lastig vallen met je eigen beslommeringen. Kunst is er niet om jou antwoorden te geven op vragen die je dwars zitten of je te vertellen hoe je moet omgaan met andere mensen (of dieren).

Onzin! Ik ben het volkomen eens met Howarth. Dit is exact de reden waarom ik na Literatuurwetenschap (die geobsedeerd is door de wetenschap en niet door de literatuur) hunkerde naar Ethiek. Als je bij de eerste de vraag stelde waarom mensen überhaupt lezen, moest je een empirisch onderzoek gaan doen, bij de laatste ging je al denkend op zoek naar een zinvol antwoord. Bij deze solliciteer ik naar de functie van oprichter, leider en meesterbrein van de Nederlandse School of Life. De Revolutie noem ik haar.

Het meesterbrein denkt...: mensen komen met hun breuklijnen naar de literaire apotheek, en vertrekken met een volgende revolutie in het hoofd. Zij zullen voor altijd verslingerd zijn aan de pillen die ik ze geef. Dat is niet alleen mooi van de kunst: dat ze nooit ophoudt je te verbijsteren en je wereld op te schudden. Dat is ook een heel goed businessplan.

Met dank aan Wouter voor het artikel over de School of Life.



Bookmark and Share
Comments

Ik ga op vakantie en ik neem mee...

Een vliegticket naar Nice, de sleutel van een huis in de Provence, een medicijntasje mét medicijnpaspoort voor het geval de douane me aanhoudt, een huurauto voor acht personen voorzien van gps (de zogenaamde 'twentyeight', huh? oh, Citroën C8) en Nietzsche.

Wat klopt hier niet? Het feit dat ik dertig ben en geen kinderen heb.

Voeg toe de iPhone en herhaaldelijke oproepen van het schoonthuisfront - de laatste twee overigens niet bijeen, want de iPhone bleek niet te werken in het buitenland. Even maakte ik een stiekem vreugdedansje, want ik was toch wel bang voor alomtegenwoordig internet op vakantie. Jammer dat daarvoor in de plaats herhaaldelijke oproepen naar het T-Mobilethuisfront de Provençaalse ochtenden opluisterden.

Ik heb ooit twee weken niet gedoucht op vakantie - misschien wordt het nu duidelijk dat ik mij soms Gordon voelde. Ik bedoel de Gordon uit het programma waarin hij Nederlanders vergezelt op vakanties waar hij overduidelijk niet thuishoort. Ik wilde me er met een Gordonlach vanaf maken, maar dat joeg Jeroen bijna gillend naar huis.

Bij de afwas met teil en sop probeerde ik erachter te komen wat er aan de hand was. Sinds een half jaar doet de afwasmachine mijn afwas en dat geeft me altijd een ongemakkelijk gevoel. Net als de droger die mijn was droogt. Als de afwas al schoon wordt, krijgt hij ook een buitenwereldlijke glimmering mee en de was wordt wel droog, maar ook een maat kleiner.

Vlak voor de vakantie zag ik de film Into the Wild van Sean Penn, over een jongen (Christopher McCandless) die al zijn spaargeld weggeeft en Alaska in trekt. Hij kayakt het volkomen uitgestorven onbekende tegemoet, da’s toch iets anders dan met z’n allen. Hij doucht nooit en heeft zeker geen gps. Het loopt dan ook niet goed met hem af. Ik geef mijn spaargeld niet weg en hoop niet slecht af te lopen, maar ik miste wel iets van Into the Wild bij mijn Dans la Provence.

Waar gaat dit heen? Ik vroeg het aan de vrouw van de gps en kreeg een onbevredigend antwoord (roew kwaatrewengdeu). Daar zat ik met mijn onscheurbare wegenkaart nog strak in de vouw: geen idee waar we ons bevonden en hoe we daaruit zouden komen. Opeens zag ik dat de buitenwereldlijke glimmering die over al die toeristen in de Provence en de Côte d'Azur ligt, dezelfde is als die de Sun achterlaat op mijn glazen.

Op het strand sloeg ik Nietzsches Oneigentijdse beschouwingen op (de kaft in het zand gedrukt, want niemand hoeft dat te zien). Aha! Er bestaat een woord voor de hang naar samen kayakken, naar afwasmachines en gps-dames: filistercultuur. En een diagnose: 'Wat valt hier nu eigenlijk zo algemeen in de smaak? Vooral een negatieve eigenschap: het ontbreken van alles wat aanstoot zou kunnen geven - aanstotelijk echter is al het waarlijk productieve.'

Dat is waar het aan ontbrak: aanstoot geven (altijd leuk om te vertellen dat je wel eens twee weken niet hebt gedoucht op vakantie) en productief zijn: de afwas doen, de weg uitvogelen, een internetcafé zoeken, de glimmering van je lijf spoelen.

Ik vouwde mijn kaart uit, riep 'tout droit!' en alsnog gingen we een avontuurtje tegemoet. Volgend jaar ga ik op vakantie en neem ik mee: een auto zonder gps, een onscheurbare wegenkaart, afwasmiddel en Nietzsche. Gordon mag gewoon thuis blijven, hij zou Alaska maar koud vinden.



Bookmark and Share
Comments

Love Story op het Boekenfestijn

Al elf jaar ben ik bezoeker van het Boekenfestijn in de Jaarbeurs. Nee, dat is niet waar: tien jaar ben ik bezoeker, want elf jaar geleden werkte ik er. Ik mocht drie dagen lang boeken op lange tafels leggen, in oplopende stapels. Vervolgens mocht ik ze weer recht leggen als iemand ze scheef had achtergelaten. Lees verder
Comments

De iPhone doet kattig

Het gonsde al maanden door ons huis: de iPhone kwam eraan. Eerst was hij (het is een hij) gesignaleerd in Amerika, waar Maxima en Willem-Alexander hem stiekem maar niet ongezien op de kop tikten. Toen arriveerde hij in Europa en op Marktplaats. Ten slotte werd bekend wanneer hij de Nederlandse markt zou gaan veroveren, want dat het een hype was die ging veroveren, stond vast. Vervolgens liep het abonnement van Jeroen bijna af (of dan toch over drie maanden), kwam het schip met geld en op 26 augustus 2008 stond de postbode voor de deur met een pakketje.
Lees verder
Comments

Kwintet of sextet... septet

Cicero, de boekenbijlage van de Volkskrant, is na de zomerstop begonnen met een nieuwe reeks, getiteld 'Het Kwintet'. Bekende schrijvers maken een lijstje van vijf boeken, plus toelichting. Het criterium: 'Welke vijf boeken maakten een onuitwisbare indruk, bewerkstelligden revoluties in het hoofd of verdienen het domweg om te worden aanbevolen?' Beetje flauw, dat laatste, want het doet af aan die mooie revolutie in het hoofd. Een revolutie in het hoofd: daar had Bieri het ook over voor hij zo onwrikbaar bleek als een absolute monarch.

Voorlopig zal de Volkskrant het mij niet vragen, dus dan zet ik mijn kwintet hier maar neer. Al moet erbij vermeld worden dat lijstjes niet vaker dan zeer zelden op een weblog moeten verschijnen. Een ieder is natuurlijk uitgenodigd om niet op een journalist van de Volkskrant te blijven wachten, maar hieronder ook schaamteloos zijn bijdrage te leveren.

Oké, daar gaan we, in chronologische volgorde:

0. De dolle tweeling-reeks van Enid Blyton.
Kijk, hier beginnen de problemen. Zou ik De dolle tweeling aan iemand anders aanraden dan mijn overbuurmeisje? Nee. Maar die boeken bewerkstelligden een revolutie in mijn hoofd. Nachtelijke feestjes, poetsen bakken bij mam'selle, uitzieken op de zaal bij matrone, lacrosse spelen en elk jaar een langere rok dragen: ik kan die boekjes nog woordelijk uitspellen. Ik wás Pat en Ann, en ondeugende Janet, lieve Hillary en norse Prudence. Een veilig bad vanwaaruit het avontuur op je lag te wachten.

Oké, ik begin opnieuw:

1. De verhalen van Edgar Allan Poe.
Op een zeker moment blijkt dat veilige bad zo lek als een mandje. Eigenlijk is het onbegrijpelijke, halfdode, op het punt van instorten verkerende veel mooier! Denk maar aan ruïnes.

2. Essays van Montaigne.
Nog steeds een torenhoog voorbeeld van hoe je al schrijvende je eigen leventje kunt inzetten in een filosofische onderzoeking. En wie verwacht nou dat een Franse burgemeester uit de zestiende eeuw zo grappig kan zijn, zonder iets aan eruditie en zeggingskracht in te leveren?

3. Iets van Derrida.
Ik geef meteen toe: ik heb nog nooit een heel boek van Derrida gelezen. Die paar korte stukken waren echter voldoende om een jaar lang in louter tekst te leven, in een platte werkelijkheid waar alles naar alles verwijst, zonder beperking, zonder dogma. Nog een voorgoed gestanst streven: hoe hij een tekst fileert tot op de milimeter en die tegelijk in een associatieve context zet die mijlen breed is, dat wil ik ook.

4. Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust.
Dit boek heeft letterlijk mijn leven veranderd. Ik las het, de dingen vielen op zijn plek en ik ben nooit meer dezelfde geweest. Zou dat ook een tweede keer kunnen gebeuren? Proust heeft een blauwdruk geschreven, zoniet van de menselijke emoties, dan toch van de mijne. Daarbij verwoordt hij waarom de mens leest en schrijft, en de absolute noodzaak daarvan. Hoe hij de schaamte overwint om een schrijvende staat van oprechtheid te bereiken: zo moet dat dus. Verbloem ik de zaken omdat ik me schaam voor mezelf? Gebruik ik ingesleten woorden om te verhullen wat ik eigenlijk wil zeggen? Het antwoord is altijd 'ja', Proust dwingt je zo ver te gaan dat het in de buurt van een 'nee' komt.

5. De Asielzoeker van Arnon Grunberg.
Deze roman las ik drie maanden na de dood van mijn vader en vier maanden na het verbreken van een lange relatie en heeft me als een soort Baron von Münchhausen aan mijn haren uit het moeras getrokken. Dat is pijnlijk. Maar het kan dus. Vreemd dat anderen bij dit boek alleen maar smakelijk hebben moeten lachen terwijl ik heb gehuild als een wolf bij volle maan.

Sorry... 6. Het zijn en het niet van Jean-Paul Sartre moet er ook echt bij... Je hebt altijd een keus, ik kies ervoor om van mijn kwintet een sextet te maken... of is het al een septet...

Overigens voerde Boeken van NRC Handelsblad ooit de reeks 'Het beslissende boek van...' Als ik er uit mijn sextet / septet één moet kiezen als beslissendste boek, dan is het Proust. P.F. Thomèse, de eerste die zijn kwintet mag toelichten in de Volkskrant van vorige week, noemt ook Proust - Contre Sainte-Beuve. Binnenkort meen ik in vertaling beschikbaar.

Lees hier over 'Het beslissende boek van...' mijn vader Gerard Rasch.

En lees hier een mooi interview met Atte Jongstra, die naast Augustinus de Privé heeft liggen. Over Bildung gesproken.

Wie volgt?



Bookmark and Share
Comments

Dromen van de Dodos

The_Dodos
Soms kan bewondering de vorm aannemen van een kleine verliefdheid. Het is de kracht die uitgaat van het podium. Als ik een zwaar getalenteerde jongeman muziek zie maken, ben ik voor de duur van het concert verliefd op hem.



Lees verder
Comments

Bericht van het intellectuelenfront

Wat is er zo leuk aan lezen? Een vraag die me vaak gesteld is en waar ik dan altijd een beetje stuntelend op antwoord. Stuntelend, omdat ik niet zo goed durf uit te spreken wat ik eigenlijk denk (namelijk dat lezers betere - ja u leest het goed - mensen zijn). Heb ik het toch gezegd, al is het dan tussen haakjes.

Ik raakte dan ook helemaal opgetogen van een artikel van Peter Bieri, waarin hij net iets eloquenter uitlegt waar het om draait. Sowieso is het fijn om jezelf te herkennen in de beschrijving van een ideaalbeeld. Al essayerend (zoekend) probeert hij een definitie van Bildung te vinden. Lezen blijkt voor deze vorm van zelfontwikkeling onontbeerlijk, maar wel een speciaal soort lezen. Nog zo'n vervelende vraag: waarom lees je van die hoogdravende boeken, zijn thrillers soms niet goed genoeg? (Eh, nee?!)

Peter Bieri is in Nederland trouwens bekender onder zijn schrijverspseudoniem Pascal Mercier. Zijn roman Nachttrein naar Lissabon is een terechte bestseller, hoewel het in veel opzichten een hopeloos ouderwets boek is, over een hopeloos ouderwetse leraar klassieke talen. Tot in de kleinste details ademt de roman dat ouderwetse gevoel uit. Als de hoofdpersoon een taalcursus Portugees koopt, blijkt hij thuis te komen met platen - van die grote zwarte lp's bedoel ik. Even dacht ik alles verkeerd te hebben begrepen, maar het verhaal speelt toch echt rond de eeuwwisseling. Twintigste naar eenentwintigste dan. Aan dit omgekeerde anachronisme wordt geen woord vuil gemaakt, het is gewoon een fout, een vergissing van de schrijver. Maar een heel tekenende, die Peter Bieri ongewild in zijn artikel zal verduidelijken.

De ontwikkelde mens - nee: de zich ontwikkelende mens, want Bildung houdt nooit op - is iemand die zich door boeken laat veranderen, betoogt Bieri. Dát is het antwoord! Dáárom zijn lezers beter! Dáárom zijn thrillers slechter! (De bescherming van de haakjes heb ik niet meer nodig.) Hij leest niet voor het vermaak of alleen om kennis te vergaren, maar ook om zichzelf te toetsen. In het volle bewustzijn van de kans dat het boek dat zelf overhoop zal halen.

Ik hoor het al: dat kunnen Hollywoodfilms toch ook, of cafédiscussies, of drugs. Misschien. Maar je moet als 'ontvanger' stevig in je schoenen staan om er iets wezenlijks uit te halen waar je jaren later nog aan terugdenkt als een vormend moment. Bildung krijg je door alles in dienst te stellen van de mogelijkheid tot geestelijke transformatie. Drugs en B-films kunnen die geven, een paar keer, maar raken dan uitgeput. Boeken raken nooit uitgeput. Elk boek geeft weer een volledig nieuwe en unieke opening. In die zin zijn ze een makkelijk handvat om je te ontwikkelen.

Dit is een van mijn overtuigingen. Een andere overtuiging is dat de mens niet ontwikkeld is als hij geen kennis neemt van wat de wereld hem nog meer te bieden heeft. Hoe kun je je een beeld vormen van 'de mens' en 'de maatschappij' als je nooit wegzwijmelt bij RTL Boulevard of (als vrouw) de FHM inkijkt? Hoe kun je op een rationele manier over genot en het lichaam praten als je nooit uit je dak bent gegaan op scheurende beukmuziek, al dan niet met een pil in je mik? Feit blijft dat al die ervaringen elk voor zich niet iets wezenlijks veranderen, maar zich eerder opstapelen en hoogstens met z'n allen iets betekenen. Terwijl boeken... nou ja, vul zelf maar in. Lijkt mij dat Bieri, die voor de definitie van Bildung ook schrijft over tolerantie, openheid, nieuwsgierigheid, inlevingsvermogen, het hiermee eens is.

Helaas. Bieri trapt in de intellectuelenval. Hij is een typisch voorbeeld van een ivorentorenbewoner die naar beneden kijkt en meent dat alles daar vuig en voos is, terwijl hij gewoon een nieuwe bril nodig heeft (mensen die Nachttrein naar Lissabon hebben gelezen, begrijpen wat ik bedoel). Dit is de eenentwintigste eeuw! Opeens staan die lp's van de taalcursus in een heel ander licht. Zou zelfs de cd tot de verderfelijke buitenwereld behoren, omdat de Grote Denkers die niet hebben kunnen aanschouwen? En wat dan met, genade genade, de empeedrie?

Bieri eindigt zijn stuk met de meest conservatieve, zielige, onontwikkelde alinea die ik dit jaar heb gelezen. 'Überhaupt is de ontwikkelde mens iemand die zich ergert aan bepaalde dingen: aan de leugenachtigheid van de reclame en de verkiezingstaal; aan platitudes, clichés en alle vormen van onoprechtheid; aan de eufemismen en cynische informatiepolitiek van het leger; aan alle vormen van dikdoenerij en meeloperij, zoals je ze ook tegenkomt in de kranten van de burgerij die zichzelf beschouwen als plaatsen van beschaving. De gebildete mens ziet elke kleinigheid als voorbeeld van een groot kwaad.’

Gatsiedakkie. Bieri transformeert binnen het bestek van zijn artikel van ontwikkeld tot onontwikkeld. Ik proef kleinzieligheid die doet denken aan de LPF. Mijn grootste ergernis zijn wel mensen die zich aan alles ergeren wat niet in hun straatje past. Mensen die van een mug een olifant maken, die bij elke platvoerse uiting van de massa meteen het kwaad, oeps 'Een Groot Kwaad' erbij moeten halen. Die denken dat je ergeren een teken van intelligentie is. 'Er bestaat, hoe paradoxaal het ook klinkt, een onontwikkelde geleerde,' schrijft Bieri. Een ieder die zijn artikel uit heeft, zal hem op zijn woord geloven. Ik ben blij dat RTL Boulevard weer begonnen is. Lekker herkenbaar. Laat Bieri maar in zijn ivoren toren met lp's spelen.

PS: Nachttrein naar Lissabon blijft een geweldig boek.



Bookmark and Share
Comments

De ruïne in de stad

De sloop van Muziekcentrum Vredenburg is nu echt begonnen. Elke keer als ik naar de stad ga is een ander fietspad afgesloten en dat blijft de komende vijf jaar nog wel zo. Vandaag fietste ik aan de overkant langs de lange wand die de sloopwerkzaamheden aan het oog moet onttrekken. Toch zie je het half afgebroken gebouw erboven uitsteken. Op de voorgrond staat iets wat lijkt op een oude stadsmuur. Lees verder
Comments

Techniek in de literatuur IV


"De telefoon" van Osip Mandelstam (1891-1938)

Lees verder
Comments

Idols voor schrijvers

Op het hoogtepunt van de eerste editie van Idols, vijf jaar geleden, dacht ik na over wat Idols zou zijn als er geen aspirant-zangers maar -schrijvers op de stip zouden staan.


Lees verder
Comments

Synesthesie en de kleur van je pincode


Kom je er na dertig jaar achter dat je synesthesie hebt. Ofwel: synestheet bent.

Ik heb wel eens geprobeerd aan iemand uit te leggen hoe in mijn hoofd een jaar, of beter een jaargang, eruitziet, maar dat strandde al op het idee dat een jaar er op een bepaalde manier uit zou zien. Ik dacht dat het aan hem lag. Nu blijkt dat het aan mij ligt.

Lees verder
Comments

Techniek in de literatuur III

Tsjechovs Witte Villa is geopend van wo t/m zo tussen 10 en 17 uur.

Lees verder
Comments

De agonale fernet van Sebald

sebald_duizelingen
Ik heb ooit iemand gekend die Ronald Giphart een waardeloze schrijver vond omdat hij nooit een woord uit zijn boeken hoefde op te zoeken. Het gebruik van bijzondere, weinig gebruikte woorden was blijkbaar zijn criterium voor goede literatuur. Onzin vind ik: ten eerste lees ik genoeg goede boeken waaruit ik geen woord hoef op te zoeken (De Wandelaar van Adriaan van Dis bijvoorbeeld), ten tweede zou het betekenen dat hoe groter je woordenschat wordt, hoe slechter de literatuur. Lees verder
Comments

't Is om te lachen / huilen

Op woensdag heb ik vrij. Hoewel, vrij. Naast de boodschappen, het schrobben van de wc, en het werk voor 8WEEKLY, moet ik ook nog een meesterwerk produceren. En een stukkie schrijven. Lees verder
Comments

Epifanie en epilepsie

epifanie
Epifanie, wie heeft er geen last van? Oorspronkelijk een religieuze openbaring, tegenwoordig de algemene benaming voor een intense geestelijke indruk. Ik heb daar veel last van, hoewel ik liever van geluk dan last zou spreken. Lees verder
Comments

CCTV

In de Groene Amsterdammer staat deze week een interessant hoofdcommentaar, dat natuurlijk over China en de Olympische Spelen gaat. Alles gaat over de Olympische Spelen deze dagen. Maar in dit artikel staat Koen Kleijn op een heel interessante, originele en bovenal intelligente manier stil bij die heikele kwestie: mag je een land steunen dat een zeer slechte reputatie heeft op het gebied van mensenrechten? Lees verder
Comments

Een handdruk, of op?

Een hippe gozer, type Ibizaganger, loopt met hond over straat.
Hij is aan het bellen.

Waar gaat dit gesprek over, als dit het enige is wat je hoort?

'Maar wie gaf het dan? Een imam?'

Lees verder
Comments

Techniek in de literatuur II

Een roman waarin heel veel nieuwe apparaten (gadgets had je toen nog niet) een rol spelen, is De Toverberg van Thomas Mann. Lees verder
Comments

'Het plafond doen'

Mijn zus vertelde jaren geleden over vrienden die een huis hadden gekocht en 'het plafond moesten doen'. Ik schrok ervan, want een plafond doen, wie doet dat nou? Alleen het idee al joeg me enorme schrik aan (nu was ik in die tijd toch al iets schrikachtiger dan tegenwoordig). Terwijl ik er in feite helemaal niets mee te maken had. Lees verder
Comments

Domotica en zelfredzaamheid

Wel eens gehoord van domotica? Nee? En als ik zeg dat 'domo' komt van domus en 'tica' afgeleid is van elektronica? Juist, technologie voor in huis, zeg maar, thuistechnologie. Heb ik geleerd op mijn nieuwe werk.


Lees verder
Comments

Waar is de Myspace voor schrijvers?


Gartner hype cycle

Iedereen kent de verhalen van bandjes die via internet groot zijn geworden. De Arctic Monkeys, Vampire Weekend en, vooruit, ook zangeresjes als Esmee Denters. Het leek me altijd geweldig als dat met literatuur ook zou gebeuren. En dat ik dan geniale jonge schrijvers ontdek en aan een contract help. Lees verder
Comments

Zomer

Zomer

Hoogopschietende bomen langs gemene greppel
En dat midden in de stad. Een kruising van twee, drie wegen,
Druk genoemd, maar in slepende schaduwen verlaten.

Dan: een kip, drie, vier kuikens,
Ontwaakt door de stilte van geen verkeer,
Spelen een slalom tussen de bomen, langs het water.

Ik draai links en weer links, mijn hoofd links
Maar zij tokkelen in tegengestelde richting een hoekje om.
Tot in de late uren delen wij de opgewektheid.
Lees verder
Comments

Mondriaan, Compositie met rood, geel en blauw (1927)

De eerste keer dat ik Mondriaan zag, was in het Kröller-Müller museum. Natuurlijk kende ik Mondriaan van de mokken en muismatten, de poster van mijn moeder en het eeuwige 'dat kan mijn zoontje van drie ook'. Maar de eerste keer dat ik een schilderij van Mondriaan echt zág, begreep en doorvoelde, was bij ‟Compositie met rood, geel en blauw‟ uit 1927. Lees verder
Comments

Goochelen in categorieën


De vijf categorieën van het goochelen: Lees verder
Comments

Techniek in de literatuur I

Vandaag deel 1 in een serie (een beetje ambitie kan nooit kwaad) over 'techniek, nieuwe uitvindingen en hun weergave in de literatuur'. Prachtig vind ik dat: je leest een honderd jaar oud boek en opeens staat er een opmerking over zo’n merkwaardig ding als de telefoon, die het leven op zijn kop zet. Het gaat me niet om boeken waarin techniek een hoofdrol speelt, of waarin technici rondlopen. Ook interesseert de sciencefiction me niet, waarin wordt onderzocht hoe de techniek zich zou kunnen ontwikkelen. Het zijn de kleine passages (soms slechts zinnen) waarin normale mensen voor het eerst in aanraking komen met een nieuwe uitvinding, die ik wil uitlichten. Zaken die in de eenentwintigste eeuw volkomen vanzelfsprekend zijn, maar ooit een revolutie betekenden. Hoe ervaarden de mensen die noviteiten? Welke betekenis gaven ze eraan?

Die telefoon noemde ik niet voor niets. In De stille kracht van Louis Couperus staat precies zo’n passage die ik bedoel. Deze roman uit 1900 staat niet direct bekend als boek over moderne uitvindingen, de stille kracht uit de titel die de personages beheerst, is een eeuwenoud, mysterieus, bovennatuurlijk noodlot dat mens en natuur verbindt. Maar misschien is de botsing tussen die oeroude (Indische) kracht en de moderne (Westerse) mens wel het kernthema van Couperus’ meesterwerk. En kan de telefoon daar iets meer over laten horen.

En Eva vond niet in Batavia de ideale stad van Europeesch-oriëntalische beschaving, die zij zich Batavia gedacht had in den Oosthoek. In dit groote centrum van zorg om geld, van verlangen naar geld, was alle spontaneiteit verdwenen en versufte het leven tot een zich eeuwig opsluiten in kantoor of in huis. Men zag elkaâr alleen op de receptie's, en verder besprak men elkaâr door de telefoon. Het misbruik van de telefoon voor huiselijk gebruik doodde alle gezelligheid tusschen kennissen. Men zag elkaâr niet meer, men hoefde zich niet meer te kleeden en het rijtuig - de wagen - te laten inspannen, want men cauzeerde door de telefoon, in sarong en kabaai, in nachtbroek en kabaai, en zonder zich bijna te bewegen. De telefoon was vlak bij de hand en door de achtergalerij tjingelde telkens het belletje. Men belde elkaâr op om niets, alleen om het pleizier te bellen. De jonge mevrouw De Harteman had een intieme vriendin, die zij nooit zag en iederen dag, gedurende een half uur lang, besprak door de telefoon. Zij ging er bij zitten, zoo vermoeide het haar niet. En zij lachte en schertste met haar vriendin, zonder zich behoeven te kleeden en zonder zich te bewegen. Zoo deed zij met andere kennissen ook: zij maakte hare visite's door de telefoon. Zij bestelde hare boodschappen door de telefoon. Eva, in Laboewangi niet gewend aan dat eeuwig getjingel en telefoongebel, dat alle conversatie doodde, dat in de achtergalerij - luid op - de helft van een gesprek - het antwoord onhoorbaar voor wie er verder zaten - klinken liet, als een onophoudelijk eenzijdig gerammel, werd er zenuwachtig om en ging naar hare kamer.

Wanneer hebben we dit nog meer gehoord? Bij de opmars van de mobiel en het internet natuurlijk, die hoogstpersoonlijk elke persoonlijke communicatie de nek om zouden hebben gedraaid. Blijkbaar zijn zulke bezwaren al meer dan een eeuw oud.

Het opvallendste aan dit citaat is dat gezelligheid en intimiteit voor Eva samenhangen met jezelf mooi maken voor de ander. Telefoneren in je kamerjas is ordinair, een failliet van de beschaving. Bovendien hoeft men geen moeite meer te doen om elkaar te zien, men hoeft zich zelfs niet te bewegen.

Wat ook opvalt is een tegenstrijdigheid in deze aanklacht tegen de telefoon. Alle spontaniteit in de menselijke omgang is verdwenen, juist omdat je de deur niet meer uit hoeft voor een sociaal leven. Aan de andere kant bellen mensen elkaar op zonder daar een aanleiding voor te hebben, 'alleen om het plezier te bellen'. Is dit niet veel spontaner dan je te moeten opdoffen, een rijtuig te moeten bestellen en een gespreksonderwerp te hebben, voordat je eens langsgaat bij je vrienden en kennissen?

Eva hoopt in Batavia de 'ideale stad van beschaving' te vinden, maar wat ze aantreft is een gemeenschap die gecorrumpeerd is door een teveel aan beschaving. De techniek, die een hoogtepunt is van de Westerse civilisatie, zorgt ervoor dat de mensen hun eigen, innerlijke beschaving kwijtraken (die voor haar uitgedrukt wordt in uiterlijk vertoon, dat wel). De stille kracht is vergeten.

Uiteindelijk heeft Eva ongelijk gekregen en is de telefoon juist een middel geworden om meer spontaan contact tussen mensen te bewerkstelligen. Zeker de mobiele telefoon. 'Zeg, ik ben in de buurt, zal ik even langskomen,' enzovoorts. En met de komst van de mobiel hoeven we ons ook geen zorgen te maken over de kamerjas: thuiszijn is geen voorwaarde meer voor bellen. Sterker nog, de telefoon is een accessoire om op straat mee te pronken. Maar of dat nou beschaafd is? Ik vraag me af hoe Eva het had uitgehouden tussen het aanhoudende getjingel en de halve gesprekken die je tegenwoordig overal en op elk moment hoort. Ik heb zo’n vermoeden dat ze zich versuft thuis zou opsluiten, voor eeuwig.

Lees De stille kracht van Louis Couperus helemaal online, bij de DBNL!



Bookmark and Share
_________________________________________________________________________________

Gerelateerde artikelen:

Weet je ook een roman, verhaal of gedicht waarin een nieuwe uitvinding voorkomt, laat het me weten.
Comments

Het dier Hugo Claus

Vandaag als aanvulling op mijn stukje over De Wandelaar van Adriaan van Dis een gedicht van Hugo Claus, waarin hij zeer wijs over dieren dicht. Lees verder
Comments

Bob @ Blijburg

Waar gaat dat heen? Daags na mijn eerste rigoureuze kennismaking met de rookvrije horeca (Raconteurs in de Melkweg op dinsdag, Doe Maar in de HMH op woensdag), sta ik alcoholvrij te doen op een dancefestival. We gingen naar Blijburg en ik was de Bob. Lees verder
Comments

De Wandelaar

Je hebt dus honden- en kattenmensen, zegt men. Ik, met drie katten, hoor bij de laatste categorie. Ik geloof niet dat ze elkaar uitsluiten, die categorieën, er bestaan immers ook biseksuelen. Over konijnenmensen of koeienmensen hoor je nooit iemand. Wel over paardenmeisjes. Lees verder
Comments

Oké, doe maar

Gisteren naar Doe Maar geweest. VISA-card organiseerde het concert in de Heineken Music Hall. Mijn schoonouders hadden kaartjes geregeld. Het begon al om 20.15 uur. Lees verder
Comments

Praatverbod

Gisteren ging het langverwachte rookverbod in de horeca in. Prima dag om naar een concert te gaan, want waarom niet aan de toekomst ruiken zodra die aanvangt? En vooral als het de Raconteurs zijn die optreden, want als er één band is die je de gedachte aan een sigaret moet kunnen doen vergeten, is het de Raconteurs. Lees verder
Comments

Flirt met het concrete


Vandaag herlas ik de inleiding die ik schreef bij Memento. Nagelaten vertalingen van Gerard Rasch. Elders op deze site is er een deel uit te vinden. Lees verder
Comments

Boy in Venice

Gisteren was ik een avondje alleen thuis. Een beetje moe en vastbesloten het rustig aan te doen, maakte ik van de gelegenheid gebruik een film te kijken waarvan ik vermoedde dat mijn vriend hem niet erg boeiend zou vinden: Death in Venice, de klassieker uit 1971 van Luchino Visconti, naar het boek van Thomas Mann uit 1912.
Lees verder
Comments

DE bereibaar

De koffieknoop in Utrecht is waarlijk een knooppunt. Er gebeurt van alles. Links, op de Laan van Nieuw Guinea, liggen enorme rioolbuizen langs de opengebroken straat. Rechts bij de Majellakerk komt een zwevende busbaan die alle Leidsche Rijners van en naar de stad moet leiden. Lees verder
Comments

Voeterosie door luxeren

Vandaag heb ik eindelijk weer eens een nieuw woord geleerd, en wat voor één: een woord dat niet in de Dikke Van Dale staat. Luxeren. Klinkt als luxe laxeren: Paris Hilton die te veel Crystal gezopen heeft en boven haar gouden toilet over d’r nekje gaat. Of (ideetje van Google): een luxe ren, bedoeld voor konijnen met stamboom. Lees verder
Comments

Word wie je bent!

psychologie_magazine
‘Word wie je bent’ is de oproep van Psychologie Magazine. Opvallend, want eigenlijk is het meer een slogan voor hun zusje Filosofie M. Ik moest in elk geval meteen aan Nietzsche denken, die meer dan een eeuw geleden al opriep om, inderdaad, te worden wie je bent.

Toevallig kocht ik onlangs Oneigentijdse beschouwingen (1873-1876) van Nietzsche, waarin het stuk ‘Schopenhauer als opvoeder’ staat. Schopenhauer als opvoeder, ik hoor het sissen al beginnen: die vrouwonvriendelijke, zwartgallige en machtsbeluste negentiende-eeuwer als opvoeder? Dacht het niet! Gelukkig gaat het niet over Schopenhauer als opvoeder voor iedereen, maar voor Nietzsche zelf.

Of moet ik zeggen Nietzsches zelf? Het gaat hem erom dat de mens moet toewerken naar zijn betere zelf, dat ergens al bestaat (in het hoofd, in de lucht, in de toekomst, het onderbewuste bestond toen nog niet echt). Maar hoe kom je erachter wat dat is, dat betere zelf? In de Bijbel zal je het Nietzsche niet zien vinden (hij verklaarde God immers dood), bij het proletariaat of de christen-democraten evenmin. Hij vond het bij Schopenhauer.

Het mooie van het stuk is dat het een vlijmscherp zelfhulpboek avant-la-lettre is. Zonder al die open deuren, stijlfouten en tenenkrommende bekentenissen van de populair-psychologische esoterie die vandaag de dag de wereld overstelpt. Maar mét opdrachten, tips en aforismen die je gedachten doen rillen van zelfbewustzijn.

Nietzsche vond in Schopenhauer zijn opvoeder, wie de onze is ligt geheel aan onszelf. Om je betere ik te realiseren (uiteraard een proces dat je nooit kunt voltooien), moet je weten wat dat betere ik is, en om daar achter te komen, heb je een opvoeder nodig.

Ik zal meteen met de deur in huis vallen: de mijne is Marcel Proust. Nog zo iemand die niet vies is van bruikbare handvatten voor het leven en uitspraken over dood, liefde, seks, alcohol, feest, herinnering, tijd, vliegtuigen, koetsen, kerken, stenen, strand, meisjes en jongens waar je weken zoet mee bent, en dat alles verpakt in de mooiste zinnen die bestaan.

Je opvoeder vertelt je wie je eigenlijk bent, en wie je dus moet worden. (In mijn geval: geniaal schrijver met ongelofelijk veel mensenkennis, en die ook van een borrel houdt). Gekkenwerk om daar in je eentje achter te moeten komen. Iemand die dat betere zelf al heeft gerealiseerd moet het je laten zien, al is het decennia later via de omweg van een boek. (Overigens niet vergeten dat het voorbeeld weliswaar kan doen lijken dat hij zijn betere zelf heeft gerealiseerd, maar dat natuurlijk net zo min voor elkaar heeft gekregen als dat jij dat ooit zou kunnen.)

Bizar idee dat je beter zou kunnen worden van leipe artikelen in een maandblad. Ik wil niet voorgeschreven krijgen wat ik moet doen, in een simpel vierstappenplan. Ik wil aan het denken gezet worden en mezelf op volledig doordachte gronden iets voorschrijven. Daar heb je de filosofie voor nodig, of de literatuur. Maar het liefst allebei.



Bookmark and Share
Comments