Beste boeken van 2009
30/12/09 11:31 Denk aan: Literatuur
Toen ik zag dat ik 52 boeken heb afgetikt in Bookpedia, ben ik gestopt met lezen voor de rest van dit jaar. Zo'n mooi afgerond weekgemiddelde, daar moet je verder niet aankomen. Nadere beschouwing bracht dat aantal echter op 53 (probleem van zulke programma's is dat je ze heel nauwkeurig moet bijhouden, anders heb je er niets aan). De elf niet uitgelezen of deels gelezen boeken zijn daar niet bij opgeteld.
28 boeken uit 2009 las ik (Nederlandse uitgave). Gemiddeld kregen deze boeken uit 2009 3,46 sterren. Drie boeken kregen 5 sterren, geen een boek kreeg 1 ster.
De 53 gelezen boeken ín 2009 kregen gemiddeld 3,26 sterren. Dat valt me tegen. Vijf boeken kregen 5 sterren en één boek 1 ster (deze).
Voor 8WEEKLY las ik 14 boeken, ruim één per maand dus.
Genoeg geouwehoerd, tijd voor de lijst.
Allereerst de beste boeken van 2009: Lees verder
28 boeken uit 2009 las ik (Nederlandse uitgave). Gemiddeld kregen deze boeken uit 2009 3,46 sterren. Drie boeken kregen 5 sterren, geen een boek kreeg 1 ster.
De 53 gelezen boeken ín 2009 kregen gemiddeld 3,26 sterren. Dat valt me tegen. Vijf boeken kregen 5 sterren en één boek 1 ster (deze).
Voor 8WEEKLY las ik 14 boeken, ruim één per maand dus.
Genoeg geouwehoerd, tijd voor de lijst.
Allereerst de beste boeken van 2009: Lees verder
Comments
Klinkende ikken
28/12/09 14:54 Denk aan: Literatuur

De inhoud van dit Privédomein wekt dezelfde indruk als de omslag: als de afmetingen van het boek niet beperkt waren geweest, had de schrijver vast tot in het oneindige door kunnen gaan met zijn bekentenissen, die in essentie de bekentenissen van een verzamelaar zijn. Voor het verzamelende ik staat de hele wereld open en ligt de oneindigheid op de loer. Lees verder
Een oneindig dunne draad
25/12/09 13:25 Denk aan: Filosofie

Herman Finkers was als kind ernstig ziek, vertelt hij in Hollands Diep. Dit angstvisioen stamt uit die tijd. Een herkenbaar visioen, dat gevoel dat je almaar groter wordt, uitdijt als het heelal, tot je opeens weer heel klein en nietig bent, als een wiskundige punt, omringd door oneindig veel andere punten. Loodzwaar inderdaad, zo zwaar dat het net zo goed licht kan zijn.
Dit zo treffend verwoorde visioen verwijst naar een gedeelde menselijke ervaring (mocht Finkers dat nog niet weten, dan verzeker ik het hem hierbij). Een vriend bekende eens schoorvoetend dat hij soms, tijdens een koortsaanval of in een heel zwaarmoedige bui, alle gevoel voor proporties verloor en daar het gevoel voor terugkreeg een lange, uitgerekte draad te zijn. Alsof je in een zwart gat gezogen wordt, dat eindeloos, aan alle kanten aan je trekt, je verplettert onder een enorm gewicht. De deegroller van het niets. Zwarte materie. Er hoorde ook een marcherende stoet bij, van talloze andere draden, die tegelijk reusachtig veel groter en microscopisch veel kleiner waren. Ook dat herken ik. Eenmaal had ik dit visioen als klein kind en vertaalde de hoeveelheid draden of punten of zwarte gaten in Chinezen, omdat ik kort tevoren had geleerd hoeveel er daarvan leven. Meer dan een miljard.
'De angst dat een klein wollen draadje, dat uit de rand van de deken steekt, hard zal zijn, hard en scherp als een naald; de angst, dat dit kleine knoopje van mijn nachthemd groter is dan mijn hoofd, groot en zwaar; de angst, dat dit broodkruimeltje, dat nu van mijn bed valt, van glas is en in duizend splinters zal stukspringen op de grond, en de beklemmende vrees, dat daarmee eigenlijk alles gebroken zal zijn, alles en voorgoed; de angst, dat het strookje papier van een opengescheurde envelop iets verbodens is, dat niemand zien mag, iets onbeschrijflijk kostbaars, waarvoor geen enkel plekje in de kamer veilig genoeg is; de angst, dat ik, als ik in slaap val, het stuk steenkool zal inslikken dat voor de kachel ligt; de angst, dat er een of ander getal in mijn hersens zal beginnen te groeien, tot het geen ruimte meer in mij heeft; de angst, dat het graniet is, grijs graniet, waarop ik lig; de angst, dat ik zou kunnen schreeuwen en dat men dan voor mijn deur zou gaan samenscholen en haar ten slotte openbreken; de angst, dat ik mij zou kunnen verraden en alles zeggen, waarvoor ik bang ben; en de angst, dat ik niets zou kunnen zeggen, omdat niets is uit te spreken, - en de andere angsten... de angsten.'
Rilke voegt met deze beschrijving van het visioen, uit Het dagboek van Malte Laurids Brigge, nog iets toe: wol. Voor mij hebben wollen pluisjes evengoed met het visioen te maken. Daarom is die eerste zin ook zo treffend. Maar wat wol ermee te maken heeft? Misschien is het de structuur: wol vormt eenheid, maar vol lucht (lege materie) en die piepkleine pluisdraadjes die eruit steken zijn nu eenmaal onverdraaglijk. Op de kleuterschool hadden mijn vriendinnetjes en ik eens voor de grap een vel papier versnipperd en in de lucht gegooid. Het sneeuwt! De juf was boos. We moesten alle snippertjes een voor een oprapen van de vloer. Nog steeds voel ik het kippenvel dat de pluizige vloerbedekking mij gaf, toen ik met duim en wijsvinger die snippertjes probeerde te pakken. Een vormende ervaring.
Hoe het visioen te verklaren, deze gedeelde menselijke ervaring (vier casussen, uit drie landen, drie generaties en twee sekses)? Het uitdijende heelal, de zwarte gaten en de microscoop wijzen een mogelijke weg om het visioen te duiden. Het gaat om afstand. De allergrootste afstand - die tussen sterrenstelsels en tot aan het einde van de ruimte; en de allerkleinste afstand - van deeltjes die ontsnappen aan alle natuurwetten en op verschillende plekken tegelijk kunnen bestaan. De mens, wij, staan daar precies tussen. Het allergrootste verhoudt zich zo tot het allerkleinste, met de mens als gemene deler. Maar soms dringt de afstand zich aan ons op, hij trekt aan ons van beide kanten, duwt ons weer samen, maakt ons plat, verplettert ons. Niet alleen tegenover het immense staan we nietig; ook tegenover het piepkleine. Niet eens pluisjes, maar draadjes die uit het pluisje steken. (Niet voor niets beschrijft de astronomie de ruimte als 'schuim'.) Als we bestaan uit deeltjes die op meerdere plekken tegelijk bestaan, wie zijn we dan? De singulariteit trekt aan ons. Het is de ervaring van de onmogelijke mogelijkheid van oneindigheid.
Het laatste woord is aan Rilke: 'De werkelijkheid is langzaam en onbeschrijflijk uitvoerig.'
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
- Cosmic fear Misschien is cosmic fear de juiste naam?
- Monade Misschien komt deze angst voort uit de ervaring een monade te zijn
- Sensatie van tijdloosheid Losgezongen worden van de tijd is een vergelijkbaar visioen
- Epifanie en epilepsie Twee andere vormen van het visioen
Pessimisten zijn niet intelligent, maar ongelukkig
22/12/09 17:32 Denk aan: Filosofie

Favoriete platen van 2009
20/12/09 13:48 Denk aan: Muziek
1. Ghinzu - Mirror Mirror
2. Sonic Youth - The Eternal
3. Portugal. The Man - The Satanic Satanist
4. Arctic Monkeys - Humbug
5. Kasabian - The West Ryder Pauper Lunatic Asylum
6. Port O'Brien - Threadbare
7. The xx - xx
8. Who Made Who - The Plot
9. Peter Doherty - Grace / Wastelands
10. Jack Peñate - Everything Is New
11. Alberta Cross - Broken Side of Time
12. Grizzly Bear - Veckatimest
Ik vond 2009 niet echt een spectaculair muziekjaar. Daarom zijn dit ook niet de 'beste' platen, maar 'favoriete' platen. De eerste zeven vooral. Maar zeven is zo gek. Tien lukte weer niet. Zoals wanneer je een feestje geeft en weet dat als je Pietje uinodigt, je Jantje ook moet vragen. Maar met Jantje komt Keesje en voor je het weet zit je huis vol.
Enjoy! Lees verder
2. Sonic Youth - The Eternal
3. Portugal. The Man - The Satanic Satanist
4. Arctic Monkeys - Humbug
5. Kasabian - The West Ryder Pauper Lunatic Asylum
6. Port O'Brien - Threadbare
7. The xx - xx
8. Who Made Who - The Plot
9. Peter Doherty - Grace / Wastelands
10. Jack Peñate - Everything Is New
11. Alberta Cross - Broken Side of Time
12. Grizzly Bear - Veckatimest
Ik vond 2009 niet echt een spectaculair muziekjaar. Daarom zijn dit ook niet de 'beste' platen, maar 'favoriete' platen. De eerste zeven vooral. Maar zeven is zo gek. Tien lukte weer niet. Zoals wanneer je een feestje geeft en weet dat als je Pietje uinodigt, je Jantje ook moet vragen. Maar met Jantje komt Keesje en voor je het weet zit je huis vol.
Enjoy! Lees verder
Verliefd op een grizzly beer
17/12/09 18:57 Denk aan: Film

Metadromen
14/12/09 21:08 Denk aan: Leven

Iedereen heeft wel eens gedroomd dat ie bijna dood ging. Ik lag eens in mijn droom op treinrails, hing aan de perronrand en probeerde met alle macht mezelf omhoog te hijsen. In de verte zag ik een trein met een onthutsende snelheid op me afkomen. Ik was zo dichtbij het veilige perron, maar het lukte niet me te bewegen. Eerder ontglipte de perronrand me, nog even en ik moest hem laten gaan. Het is maar een droom, het is maar een droom, riep ik in mezelf, maar toch was ik bang. Ik riep het zo lang en hard tot ik wakker werd - net voor de trein over me heen zou denderen. Lees verder
Viermaal Marcel Proust
12/12/09 10:56 Denk aan: Literatuur

Het is altijd een vreemde gewaarwording om gevleugelde uitspraken en wereldberoemde scènes tegen te komen in hun oorspronkelijke omgeving. Als je Hamlet leest struikel je bijna over het 'To be or not to be’. Het staat er echt, denk je verbaasd. Ook Marcel Proust heeft zo’n scène aan de literatuur toegevoegd: die waarin een madeleine gedoopt in lindebloesemthee herinneringen wakker maakt en een romanuniversum geboren laat worden.'
Mijn poging nieuwe zieltjes te winnen voor de grootmeester: Viermaal Marcel Proust op 8WEEKLY.
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
- Marcel Proust, Tegen Sainte-Beuve Kijk mee hoe de meester te werk gaat
- Het leven lezen: het innerlijk boek De poëtica van Proust
- Marcel Proust en zijn iPhone Wat kan ik nog toevoegen aan content over de iPhone?
- Chemische reacties Een van de fabelachtig mooie ideeën uit Op zoek nader bekeken
- Word wie je bent! Marcel Proust als opvoeder
Vaste dienst
11/12/09 16:52 Denk aan: Leven

Fjodor Dostojevski. Mensen zijn dom en slecht
09/12/09 17:56 Denk aan: Literatuur

Misdaad en straf
Raskolnikov is de hoofdpersoon van het meesterwerk Misdaad en straf. Hij pleegt een moord op basis van het onderscheid tussen gewone en buitengewone mensen. De laatste zijn zeldzaam: genieën als Pasteur, profeten als Mohammed of staatslieden als Napoleon. Raskolnikov stelt de vraag of een buitengewoon mens het recht heeft om een ander uit de weg te ruimen bij het verwezenlijken van zijn grote idee. Had Napoleon het recht om duizenden soldaten op te offeren? En: is Raskolnikov zelf een buitengewoon mens? Natuurlijk denkt hij van wel. Hij wil het bewijzen, en wel door middel van een moord.
In de roman staan twee typen moraal tegenover elkaar: de Übermenschtheorie en de gemeenschapszin. De eerste wil dat de mens boven zijn medemensen uitstijgt en zich ontwikkelt tot een uniek individu. De gemeenschapstheorie vraagt juist van de mens op te gaan tussen de anderen. Dostojevski laat de twee theorieën botsen door de idee van de Übermensch te criminaliseren. Hij associeert die de hele tijd met moord, duisternis en straf. Toch geeft hij geen eenduidig oordeel en de uitslag van de botsing blijft onzeker. Het is aan de lezer om te beslissen waar het gelijk ligt.
De gebroeders Karamazov Ook in De gebroeders Karamazov schrijft Dostojevski over een moord, gepleegd op grond van een theorie. In dit geval: ‘Als God niet bestaat is alles geoorloofd.’ Er volgt uiteindelijk een veroordeling – of dat van de echte moordenaar is of niet laat ik in het midden. Voor de gemeenschap is de moord vergolden.
Weerlegt Dostojevski met zijn roman dan de theorie ‘Als God niet bestaat is alles geoorloofd’? Zo eenvoudig is het niet. Net als bij de Übermenschtheorie criminaliseert Dostojevski de gedachte dat God niet bestaat. Hij associeert die steeds met moord en doodslag. Maar wat betekent die theorie, los van bloedvergieten? Als God niet bestaat is de mens volstrekt vrij. Een gedachte die niet alleen vooruitloopt op de filosofie van Nietzsche, maar ook op het existentialisme van Sartre.
Het verhaal van de Grootinquisiteur Via het verhaal van de Grootinquisiteur legt Dostojevski de vraag neer of wij de vrijheid wel willen. De last van de vrijheid is zo zwaar dat we hem niet kunnen tillen. Om waarlijk vrij te zijn moet je afstand doen van eten, geloof en autoriteit. Alleen als we alle houvast kunnen loslaten, zijn we vrij. Maar dat leidt tot angst, onzekerheid en schuldgevoel. En het zal je niet geliefd maken. Vrijheid heeft een hoge prijs. Stel jezelf de vraag: willen we die vrijheid wel? Kunnen we de vrijheid aan? Ben je in staat afstand te doen? Willen we dat ook wel? Waarom zouden we niet kiezen voor autoriteit en geloof? Dostojevski geeft geen antwoord. Hij laat de beslissing aan de lezer over. Een belangrijke denker, ook in deze tijden waarin vrijheid het brandpunt van veel discussie vormt.
Kijk de lezing van Maarten van Buuren over Dostojevski terug.
Dostojevski en data
08/12/09 08:15 Denk aan: Leven
8 december. Vorig jaar schreef ik over de verjaardag van mijn vader, die sinds zes jaar steeds verwijst naar de laatste verjaardag Data I. Vanavond presenteer ik de allerlaatste lezing van het najaarsseizoen bij SG, over Fjodor Dostojevski. Toen mijn vader ziek was, in de maanden tussen 8 december en 10 maart (Data II) las ik De gebroeders Karamazov. Dostojevski is daarom op de een of andere manier verbonden met die tijd. Hoe Dostojevski appeleert aan het morel gevoel - het thema van vanavond - heb ik meerdere malen proberen te beschrijven (Epifanie en epilepsie, Laatste ogenblikken van een terdoodveroordeelde, De biecht van Ippolit). Deze dag is een combinatie van al deze stukken. Lees verder
Szymborska, De ontdekking
06/12/09 14:42 Denk aan: Literatuur

Pavement en/of Beyonce
03/12/09 21:30 Denk aan: Muziek

Stilte
01/12/09 18:35 Denk aan: Filosofie
Het is vaak een rommeltje in mijn hoofd, een rommeltje van geluid. In het achterhoofd klinkt een liedje, de frontaalkwab huist futiele gedachtes die gaan over koffiezetten en oversteken, en rond de stam draait een langzame, donkere kolk van levensvragen, zonder veel woorden, maar met een aanhoudende ruis.
Juist daarom houd ik van een heel speciale uitvinding: stilte. De stilte die ontstaat als je je mond houdt. Dat is best moeilijk. Luister naar de mensen om je heen en je merkt meteen dat bijna niemand het vak beheerst van stil te zijn.
Als je stil bent, is het alsof woorden en beelden rustig neerdalen, als afgevallen bladeren die door elkaar wervelen tot de wind gaat liggen. Pas als ze stil liggen, kun je ze echt bekijken en tot je door laten dringen. Stil zijn is tijd geven.
Nu is af en toe je mond houden iets anders dan uren achtereen de stilte toe te laten, dat geef ik toe. Toch hangen ze samen; het ene kan niet zonder het andere bestaan, het ene is een voorbode van het andere.
Zelf ben ik ook geen volleerd stiltekunstenaar. Mijn eerste lessen leerde ik tijdens sollicitatiegesprekken. Dat klinkt prozaïsch en misschien ook merkwaardig, maar juist op een sollicitatiegesprek is het essentieel om jezelf tijd gunnen stil te zijn. Hoe makkelijk is het niet om direct nadat een vraag is gesteld te beginnen met praten, zodat je geen antwoord geeft op de vraag, maar alleen de stilte opvult met geluid.
Als je het eenmaal een beetje onder de knie hebt, dwingt het ook respect af, heb ik gemerkt. Stil zijn getuigt van lef. Er is een kleine zelfoverwinning voor nodig om je mond te houden, al is het maar vijf seconden. Misschien zijn de meeste mensen bang om tijd verspillen. Of om niet gehoord te worden. Toch word je een stuk beter gehoord na vijf seconden stilte. Het kost niet veel, tijd is een gecondenseerd product en respect in die zin goedkoop. Stil zijn is tijd geven, aan jezelf.
Eén keer voerde ik het te ver door, toen was ik zo lang stil dat men dacht dat ik een black-out kreeg. Het is een kunst, die je lang moet oefenen voor je hem beheerst. Zes seconden kan al te veel zijn en een ongemakkelijke situatie veroorzaken. De stiltekunstenaar is noodgedwongen een autodidact.
Laatst kwam ik erachter dat stil zijn niet het hoogste is dat je kunt bereiken. Voorbij de stilte ligt een nog veel moeilijker kunst om te leren: spreken. Spreken? Ja, spreken, zonder stopwoordjes en zinloos gebabbel, het spreken dat volgt op de stilte. De grootste stiltekunstenaars zijn redenaars. Zij hebben hun gedachten zo op orde dat ze zonder stil te vallen en zonder prietpraat spreken. Hun rommeltje is opgeruimd.
Zover ben ik nog niet. Voorlopig geniet ik van de stilte, van het kijken naar de neergedwarrelde bladeren in mijn hoofd.
[verschenen als column in Radboud info 82, december 2009] Lees verder
Juist daarom houd ik van een heel speciale uitvinding: stilte. De stilte die ontstaat als je je mond houdt. Dat is best moeilijk. Luister naar de mensen om je heen en je merkt meteen dat bijna niemand het vak beheerst van stil te zijn.
Als je stil bent, is het alsof woorden en beelden rustig neerdalen, als afgevallen bladeren die door elkaar wervelen tot de wind gaat liggen. Pas als ze stil liggen, kun je ze echt bekijken en tot je door laten dringen. Stil zijn is tijd geven.
Nu is af en toe je mond houden iets anders dan uren achtereen de stilte toe te laten, dat geef ik toe. Toch hangen ze samen; het ene kan niet zonder het andere bestaan, het ene is een voorbode van het andere.
Zelf ben ik ook geen volleerd stiltekunstenaar. Mijn eerste lessen leerde ik tijdens sollicitatiegesprekken. Dat klinkt prozaïsch en misschien ook merkwaardig, maar juist op een sollicitatiegesprek is het essentieel om jezelf tijd gunnen stil te zijn. Hoe makkelijk is het niet om direct nadat een vraag is gesteld te beginnen met praten, zodat je geen antwoord geeft op de vraag, maar alleen de stilte opvult met geluid.
Als je het eenmaal een beetje onder de knie hebt, dwingt het ook respect af, heb ik gemerkt. Stil zijn getuigt van lef. Er is een kleine zelfoverwinning voor nodig om je mond te houden, al is het maar vijf seconden. Misschien zijn de meeste mensen bang om tijd verspillen. Of om niet gehoord te worden. Toch word je een stuk beter gehoord na vijf seconden stilte. Het kost niet veel, tijd is een gecondenseerd product en respect in die zin goedkoop. Stil zijn is tijd geven, aan jezelf.
Eén keer voerde ik het te ver door, toen was ik zo lang stil dat men dacht dat ik een black-out kreeg. Het is een kunst, die je lang moet oefenen voor je hem beheerst. Zes seconden kan al te veel zijn en een ongemakkelijke situatie veroorzaken. De stiltekunstenaar is noodgedwongen een autodidact.
Laatst kwam ik erachter dat stil zijn niet het hoogste is dat je kunt bereiken. Voorbij de stilte ligt een nog veel moeilijker kunst om te leren: spreken. Spreken? Ja, spreken, zonder stopwoordjes en zinloos gebabbel, het spreken dat volgt op de stilte. De grootste stiltekunstenaars zijn redenaars. Zij hebben hun gedachten zo op orde dat ze zonder stil te vallen en zonder prietpraat spreken. Hun rommeltje is opgeruimd.
Zover ben ik nog niet. Voorlopig geniet ik van de stilte, van het kijken naar de neergedwarrelde bladeren in mijn hoofd.
[verschenen als column in Radboud info 82, december 2009] Lees verder
Abandoned images
27/11/09 15:42 Denk aan: Literatuur | Film

Ik legde mijn koffer op een van de tafeltjes. Ze waren allemaal leeg. Ik klapte in mijn handen. Geen antwoord. Ik keek in de aangrenzende zaal, die groter en lichter was. Deze was naar buiten toe open, een groot venster of een loggia bood uitzicht op het mij reeds bekende landschap dat met al zijn diepe droefenis en berusting in de omranding van het kozijn een treurmemento werd. Op de tafelkleden zag ik de restjes van een pas genoten maaltijd, ontkurkte fessen en half leeggedronken glaasjes. Hier en daar lagen zelfs nog fooitjes die het personeel niet had opgepakt. Ik liep terug naar het buffet en bekeek de taartjes en pasteitjes. Ze zagen er uitermate appetijtelijk uit. Ik vroeg me af of het betaamde jezelf te bedienen. Ik voelde een enorme gulzigheid opkomen. Vooral een bepaald soort zandgebakje met appelmarmelade deed me watertanden. Ik wilde al een van die gebakjes met het zilveren schepje oplichten, toen ik iemands aanwezigheid achter me voelde. Het kamermeisje was op stille pantoffels binnengekomen en beroerde met haar vingers mijn schouders. 'De dokter kan u ontvangen,' zei ze terwijl ze haar nagels bekeek.
Uit: Bruno Schulz, 'Sanatorium Clepsydra' (Verzameld werk)

Uit The Shining Lees verder
Gedachtekunst: de bosrand
25/11/09 18:05 Denk aan: Kunst

Marcel Proust en zijn iPhone
20/11/09 20:47 Denk aan: Literatuur

Notities van een synestheet
18/11/09 22:18 Denk aan: Leven

Driemaal ik
17/11/09 15:36 Denk aan: Schrijven
Voor de cursus Wetenschapsjournalistiek die ik sinds kort volg, moeten we elke week een 'ikje' schrijven. Het ikje is een rubriek in NRC, gevuld met korte anekdotes van lezers. Maximaal 120 woorden en een leuke pointe: het lijkt makkelijker dan het is. Oordeel zelf: Lees verder
De filosofie van de heuvel
16/11/09 09:27 Denk aan: Literatuur

Lees verder op 8WEEKLY... Lees verder
Gesprek in het rookhok
15/11/09 11:46 Denk aan: Leven

Het fluïdum van de roem
13/11/09 12:31 Denk aan: Leven

Lummelen of tijdverspilling II
08/11/09 12:53 Denk aan: Filosofie

Verstrooidheid, schrijft Kuijer, is niet afwezig zijn maar juist 'inwezig'. Iemand die er schijnbaar met zijn gedachten niet bij is, verstrooid is, is juist heel erg gericht op iets. Iets uit het (nabije) verleden dat in zijn gedachten blijft hangen en dat hij niet van zich kan afzetten. Verstrooidheid is daarom goed: het is een teken van concentratie. Alleen het woord is niet goed, omdat verstrooiing niet alleen lijkt te verwijzen naar een versnipperde aandacht, maar ook naar hersenloos amusement (in de zin van 'verstrooiing bieden').
Kuijer zegt het zelf niet met zoveel woorden, maar hij toont zich in zijn boek een duidelijk voorstander van de deliberate practice. Mensen, kinderen vooral, moeten een interesse ontwikkelen, een gerichtheid op één punt en alles in het werk stellen om zich op dat punt te verdiepen. In het geval van kinderen is het de taak van de school en van onderwijzers om de omstandigheden te creëren waarin het kind zijn interesse kan ontdekken en verder kan ontwikkelen, liefst tot het een passie is. Zo'n kind zal als alles goed gaat een verstrooide volwassene worden.
Hoe valt dat te rijmen met de lofzang van Hermsen op de verveling en het zalig niets doen? De overeenkomst zit 'm in het resultaat, niet in de weg ernaartoe. Want ook bij Hermsen lijkt het toelaten van verveling niet geheel belangeloos: je laten overspoelen door de tijd is een voorwaarde voor creativiteit en inspiratie. Uit de verveling komen ideeën voort. Zomaar lamlendig op de bank hangen is dus niet de bedoeling. Ook daar is een gerichtheid gewenst, een concentratie die zich precies concentreert op de verveling zelf. Zonder concentratie vloeien de inzichten en goede ideeën ook maar langs je heen - dan kun je je net zo goed laten verstrooien door een amusementsprogramma op tv.
Beiden zijn het er dus over eens dat je je niet moet laten meeslepen door de waan van de dag, maar je eigen weg moet volgen. Bij Hermsen is dat vooral 'je eigen tijd volgen', bij Kuijer gaat het om je eigen interesse. Dat is het antwoord op de vraag hoe je gelukkig wordt. Je eigen tijd volgen betekent je overgeven aan het niets, aan reflectie en intuïtie, waaruit ideeën, kunst en herinneringen ontstaan. Kuijer benadrukt juist de werklust, die gericht is op íets. Maar ook die is gefundeerd in reflectie, kunst en herinneringen. Overgave en concentratie is waar het beiden om te doen is: aan iets of aan niets, aan werk of aan ledigheid - dat maakt gek genoeg niet zo heel veel uit.
Lees ook Lummelen of tijdverspilling I
Goed genoeg gemoed
05/11/09 17:53 Denk aan: Leven

Over plannen en vrolijke chaos
03/11/09 17:28 Denk aan: Leven

Nietzsches ‘dood van God’ maakt de weg vrij voor een authentieke levenskunst
01/11/09 17:50 Denk aan: Filosofie

Nietzsche onderscheidt twee soorten moraal: aan de ene kant de antieke levenskunst die bestaat uit zelfstilering, aan de andere kant de christelijke moraal die gebaseerd is op het gehoorzamen aan de wet. De christelijke moraal is in de loop van de eeuwen dominant geworden. Nietzsche noemt de twee de ‘slavenmoraal’ en de ‘herenmoraal’. Voor hem zijn ze niet neutraal; de herenmoraal schrijft hij hoger aan. Mensen, heren en slaven, zijn ongelijkwaardig aan elkaar. (Zie ook Twee soorten moraal: Voorbij goed en kwaad, Boek IX, 260.)
Nietzsches filosofie is een analyse van de moderniteit, die zich kenmerkt door emancipatie en gepaard gaat met onzekerheid en twijfel. Autoriteiten hebben afgedaan en gemeenschappelijke doelen bestaan niet meer. Ondertussen blijft de moraal traditioneel, door en door christelijk – een slavenmoraal. Niet echt een moraal die de mens helpt emanciperen. Mensen zoeken altijd veiligheid en garanties, die ze helpen bij hun onzekerheden. Maar dat werkt je eigenlijk alleen maar tegen. Het gaat erom jezelf te ontwikkelen tot een persoonlijkheid, die ‘ja’ zegt tegen het leven en je niet als een slaaf te conformeren aan de groep.
Nihilisme is het meest extreme gevolg van het verval van tradities. Er is geen enkel leidend, absoluut principe. De uiterste consequentie van het nihilisme is de dood van God. (Zie ook De dolle mens, De vrolijke wetenschap, 125.) Toch betekent Nietzsches nihilisme niet dat hij een cultuurpessimist is. De dood van God biedt de mogelijkheid van een nieuw begin en maakt de weg vrij voor een authentieke levensstijl, oftewel een terugkeer naar de antieke herenmoraal.
Waaruit bestaat die levenskunst van zelfstilering? Er is geen set van gegeven waarden waar je je aan moet conformeren. Het gaat om het zoeken en scheppen van je eigen waarden. Op basis daarvan kom je dan tot een gestileerd karakter. Zelfkennis, oefening, het bezit van smaak om goed en slecht te beoordelen, het hebben van een doel zijn onderdelen daarvan.
Nietzsche past hiermee in de reeks filosofen die authenticiteit voorop stellen. De hedendaagse filosoof Charles Taylor heeft het streven naar authenticiteit in onze postmoderne tijd tot thema gemaakt. Kijk hier de hele lezing over Nietzsche terug.
Lummelen of tijdverspilling I
29/10/09 20:02 Denk aan: Filosofie

Nu ben ik helemaal vóór nadenken, herinneren en zelfreflectie. Maar ik ben allergisch voor lummelen. Wekelijks heb ik discussies over het 'op de bank liggen' wat in mijn ogen nooit efficiënt is. Zelf probeer ik wel eens overdag op de bank niets te doen, maar het lukt me nooit. Hoe kan dat?
Volgens mij is lummelen ook niet hetzelfde als 'efficiënt op de bank liggen'. Want dat laatste behelst nog steeds een zekere activiteit: lezen (of tenminste bladeren in een boek), muziek luisteren of herinneringen ophalen. Ook dat laatste is een heel actieve gebeurtenis - lees Proust er maar op na. Het vereist misschien ontspanning om een herinnering tot je te laten komen - de sluisdeuren open te zetten zogezegd - aan de andere kant is er weer een grote inspanning voor nodig om de herinnering vast te houden. Dan mag het lijken op lummelen, er wordt hard gewerkt.
En toch: ik heb soms de wonderlijkste tijdervaringen, alsof ik buiten de tijd kom te staan of een sprong maak naar het verleden. Maar dan lig ik niet op de bank, dan zit ik op de fiets of ik sta voor het podium naar een band te kijken. Ook Proust, die weliswaar heel vaak in bed ligt (of op de bank hangt, maar dat klinkt zo ordinair), wordt toch juist door zijn spontane herinneringen overvallen op de ongemakkelijkste momenten: aan het ontbijt, aan de wandel, wachtend tot hij in de salon mag binnengaan.
Zou het niet juist nodig zijn om wel actief te zijn, maar zonder dat je erbij na hoeft te denken? Want dat is wat al deze gevallen gemeen lijken te hebben: fietsen over de weg die je elke dag fietst. Wachten. Naar een bandje kijken. Bladeren. Dan wordt de geest niet afgeleid door de vraag wat het lichaam moet gaan doen en kan het zich richten op zichzelf.
Blijft de vraag waarom ik zo allergisch ben voor 'op de bank hangen'. Dat heeft te maken met een heel diepe eigenschap die ik onlangs bij mezelf heb ontdekt: mijn afkeer van verspilling. Maar daar moet ik het een andere keer over hebben.
Publieke vijanden corresponderen
25/10/09 13:08 Denk aan: Literatuur

Impressionistische kritiek
22/10/09 21:40 Denk aan: Literatuur

Lelystad van Joris van Casteren
21/10/09 21:05 Denk aan: Literatuur

Lees waarom ik dit vind op 8WEEKLY in mijn recensie Stad zonder verleden. Lees verder
Massagestoel wordt schietstoel
19/10/09 19:01 Denk aan: Leven

Gedachtekunst: bootjes, armbandje, chaos
14/10/09 21:15 Denk aan: Leven

Uitgesloten van deelname
12/10/09 19:23 Denk aan: Literatuur

Voor mannen zijn alle vrouwen onder de dertig hetzelfde: vrijgezel, studente of caissière. Boven de dertig krijgen vrouwen voor mannen wel een eigen gezicht, zij het een lelijk gezicht.
Oh god, hoor ik mompelen, een feministenmaxime! Ach wat, dat vind ik leuk. Ook Jeroen deed mee - maar was eveneens uitgesloten van deelname want romantisch geëngageerd met een lid van de organiserende organisatie - of dan, hij bedacht de inhoud en ik de formulering.
Hoe komt het dat mensen die je op het eerste gezicht niet mag - omdat ze over anderen roddelen, omdat ze te veel over zichzelf praten en te hard lachen om hun eigen grappen - uiteindelijk de mensen worden met wie je het liefst omgaat - omdat ze altijd nieuwtjes hebben over anderen, eerlijk zijn over hun eigen onhebbelijkheden en graag lachen om mijn grappen? Misschien omdat ze meer op mezelf lijken dan ik op het eerste gezicht wil toegeven.
We hebben de winnaars uitgezocht en daaruit heb ik begrepen dat onze beider maximen waarschijnlijk toch niet tot de winnaars zou behoren, zelfs al waren we niet van deelname uitgesloten. Een maxime hoort namelijk veel korter te zijn dan de halve novelles hierboven. Neem bijvoorbeeld (geen winnaar maar de meester zelf): 'Je moet heel slim zijn om je slimheid te kunnen verbergen.' Een zinnetje waar een roman uit zou kunnen groeien. In de beperking enzovoorts dus.
Nu moet ik broeden op een korte maxime, een die mij de eer zou doen winnen, ware ik niet bij voorbaat van deelname uitgesloten. Ik weet er een: Van deelname uitgesloten rest zelfs de eer niet meer.
Gek, slecht en droevig
11/10/09 11:57 Denk aan: Literatuur

Lees verder
Turba in m'n hoofd
07/10/09 19:31 Denk aan: Woorden en citaten
Eindelijk weer een nieuw woord geleerd: turba. Turba is een geweldig woord. Zodra je weet wat het betekent, zie je het voor je. Talloze toepassingen zijn mogelijk, ook in het dagelijks leven. Het is zowel grappig als ernstig. Wat is turba dan? Hans Achterhuis beschreef het in zijn lezing gisteren als een kluwen van strijdende mensen, een massaal gesteggel dat uiteindelijk in één klap oplost. Zie je het voor je? (Start animatie) Een grote stofwolk met hier een arm, daar een been, klaboem, pow, een vuist die aan haren trekt - iemand steekt zijn nek uit en wordt weer terug de stofwolk in getrokken. En opeens: poef! Iedereen ligt uitgeteld op de grond, slaakt een diepe zucht en ziet toe hoe het stof neerdaalt.
Dat is grappig, toch. Minder grappig is de manier waarop een turba ten einde komt. Daarvoor is een offer nodig, een zondebok. Iedereen vecht met iedereen. Totale ongerichtheid. Pas als de strijd gericht wordt, komt er een einde aan. Alle neuzen één kant op, liefst op die rare outcast die lelijker of knapper, dommer of slimmer is dan de rest. Poef!
Dagelijkse toepassing is op dit moment mijn hoofd. Een grote stofwolk met een kluwen van armen, benen, haren trekken en bim bam boem. Helaas is de zondebok, het offer dat nodig is om het gesteggel ten einde te brengen het stukkie alhier. Gelukkig is de turba tijdelijk; iedereen kan nu eenmaal niet tot in de eeuwigheid tegen iedereen vechten, wat Hobbes ook mag zeggen (the state of nature is war of every man against every man). Er zijn dus twee mogelijkheden: een diepe zucht slaken en rustig afwachten tot het stof gaat liggen - of een andere zondebok zoeken. In de tussentijd vermaak ik me met de wereld van de turba.

Dat is grappig, toch. Minder grappig is de manier waarop een turba ten einde komt. Daarvoor is een offer nodig, een zondebok. Iedereen vecht met iedereen. Totale ongerichtheid. Pas als de strijd gericht wordt, komt er een einde aan. Alle neuzen één kant op, liefst op die rare outcast die lelijker of knapper, dommer of slimmer is dan de rest. Poef!
Dagelijkse toepassing is op dit moment mijn hoofd. Een grote stofwolk met een kluwen van armen, benen, haren trekken en bim bam boem. Helaas is de zondebok, het offer dat nodig is om het gesteggel ten einde te brengen het stukkie alhier. Gelukkig is de turba tijdelijk; iedereen kan nu eenmaal niet tot in de eeuwigheid tegen iedereen vechten, wat Hobbes ook mag zeggen (the state of nature is war of every man against every man). Er zijn dus twee mogelijkheden: een diepe zucht slaken en rustig afwachten tot het stof gaat liggen - of een andere zondebok zoeken. In de tussentijd vermaak ik me met de wereld van de turba.
Cosmic fear
02/10/09 18:27 Denk aan: Filosofie

Authenticiteit en eigenbelang: het lastige evenwicht van de honnête homme
01/10/09 17:44 Denk aan: Filosofie

La Rochefoucauld leidde een turbulent leven in zeventiende-eeuws Frankrijk. Met zijn vrienden had hij een bijzonder tijdverdrijf: het schrijven van maximen, die ze onder elkaar lieten circuleren. In 1664 liet La Rochefoucauld zijn eigen maximen drukken.
In de maximes ontmaskert La Rochefoucauld de oude moraal, die hij huichelachtig vindt. Zowel de christelijke moraal van bescheidenheid, waarachter eigenlijk eigenliefde schuilgaat, als de oude adellijke moraal die teruggaat op de ridderlijke waarden breekt La Rochefoucauld af tot op de grond. Hij formuleert een eigen moraal – of misschien anti-moraal – die niet gebaseerd is op goed en kwaad, maar op sterk en zwak. Hiermee bereidt hij de weg voor Nietzsche, die ook zijn oeuvre zal bouwen rond kracht en zwakte als centrale waarden.
Die nieuwe moraal moet op de puinhopen van de oude opgebouwd worden. Daarbij is het begrip ‘honnête homme’ belangrijk. Je moet je passend gedragen, in gezelschap en als individu. De honnête homme kan zich sociaal aanpassen aan de kringen waarin hij verkeert en valt ook samen met zichzelf en zijn eigen waarheid. Het gaat er niet om de waarden van anderen of van de maatschappij te imiteren. De notie van authenticiteit, die in de levenskunst centraal staat, krijgt hier al vorm. Niettemin benadrukt La Rochefoucauld telkens weer dat de mens in alles gedreven wordt door eigenbelang. Authenticiteit en eigenbelang: hoe verhouden die twee zich tot elkaar?
Kijk de hele lezing La Rochefoucauld. De mens ontmaskerd terug
Katten: altijd prijs
28/09/09 20:18 Denk aan: Leven

Oscar Wilde at boeken
24/09/09 23:05 Denk aan: Literatuur

Tussen haakjes
21/09/09 18:59 Denk aan: Woorden en citaten
(Twee persoonlijkheden bezitten is de definitie van een jammerlijk lot.)
De essays van Susan Sontag stonden al een tijdje op mijn leeslijstje. Ook al staat er al jaren een bundeling van in mijn kast - Waar de nadruk ligt - ik kwam er niet toe ze er ook uit te pakken.
Hoe stom dat was, ontdekte ik toen ik dan eindelijk het boek opensloeg en gewoon in het eerste essay begon te lezen. Al meteen stuitte ik op bovenstaand citaat, dat me het vermogen verder te lezen voor een kwartier ontnam.
Sensatie van tijdloosheid
17/09/09 20:46 Denk aan: Filosofie

Wat voor sensatie dan? De sensatie dat je ergens anders bent: een andere plaats, een andere zaal in een ander land. Meestal voelt het als Amerika - misschien omdat de bands daar dan vandaan komen. Of omdat het ook iets te maken heeft met film, alsof je in een film bent beland waarin een concertscène zit. Je bent niet de hoofdrolspeler, maar een figurant. Nee, dat klopt niet, want de sensatie is echt en niet die van een acteur. Eerder houdt de sensatie verband met het theater: je ziet de band op het podium alsof je in het theater zit. Daarom is ook dat uitzoomen belangrijk; het gaat juist ook om de podiumrand, de zwarte velours gordijnen, de lampen aan het plafond. Je bent zozeer toeschouwer dat je bijna het gevoel krijgt dat je er zelf niet meer bent.
Alleen heel goede muzikanten kunnen dit bereiken, kunnen hun publiek zichzelf laten vergeten. Nou vooruit, laat ik maar toegeven dat drank er misschien ook iets mee te maken heeft. Helemaal nuchter is de sensatie van elders-zijn gecombineerd met zelfvergetelheid me nog nooit ten deel gevallen. Zou drank zelfs belangrijker zijn dan de muziek? Het overkomt me namelijk ook wel eens gewoon op straat, zonder muziek, zonder aanleiding zelfs. Ik zit op de fiets naar huis, na een leuke avond met biertjes en vrienden, en als ik een hoek om zweef of even mijn hoofd in de nek leg, kan daar ook opeens die sensatie opkomen, als een mist die van het ene moment op het andere in de lucht hangt. De huizen zien er anders uit, alsof je ze herkent met een ander geheugen - anders kan ik het niet beschrijven. Ze zijn losgezongen van je eigen leven en je eigen herinneringen en onderdeel geworden van een andere wereld. De echte wereld misschien wel, de echte wereld zoals je hem in de film ziet.
Zelfs binnen gebeurt het. Ik zat een keer in een lage stoel in de kamer van een huisgenoot en ook daar trok de mist naar binnen. Inmiddels heb ik er zo vaak en goed op gelet hoe de sensatie voelt, wanneer hij komt en ook weer verdwijnt, dat ik hem zelfs kan oproepen. Mits de omstandigheden juist zijn natuurlijk. Eigenlijk kan ik maar één ding met zekerheid zeggen: kunstlicht is essentieel voor de sensatie. Maar kunstlicht, wat kun je daar nou verder over zeggen, wat heeft dat te betekenen? Dat het theater met zijn spotlights en zwarte velours gordijnen nog geen gekke vergelijking is. All the world's a stage, nietwaar.
Als het me lukt om de sensatie op te roepen probeer ik hem ze hard mogelijk vast te houden, zo lang mogelijk te prolongeren. Het is namelijk een verrukkelijke sensatie. Verrukkelijk, zoet en melancholisch tegelijk. Terugdenkend aan het theater: het is een soort catharsis. Aristoteles omschreef catharsis als het doel van de tragedie: het purgeren van je emoties bij het zien van een aangrijpend toneelstuk (aangrijpend is dan nog een understatement als je denkt aan de vader- en moedermoordenaars, incestueuze broers en zussen, krankzinnige goden en pesterige demonen die de tragedies bevolken). Je moet dat allemaal niet nadoen, maar doormaken en er vervolgens gezuiverd weer uitkomen.
Zonder zelfvergetelheid geen catharsis, pas als je na afloop weer terug op aarde komt - die wereld van je eigen geheugen en je eigen zelf, niet de echte wereld zogezegd - is de catharsis voltooid, maar daarvóór moet je eerst jezelf vergeten zijn. Bij kunstlicht.
Ik schrijf er nu al een paar alinea's omheen: de tijd. De tijd is allesbepalend. Niet dat je opeens in het oude Griekenland zit, maar wel dat de tijd wegebt, uit de scène vervloeit. Toen ik bij de huisgenoot op bezoek was dacht ik alleen maar: 'De jaren tachtig, ik ben in de jaren tachtig beland.' Sindsdien weet ik dat het niet de jaren tachtig waren, maar een tijdloosheid die de dingen het aanschijn van een theater geeft. Dat is wat de zelfvergetelheid vooral betekent: je eigen tijd loslaten - want zijn geheugen en herinneringen eigenlijk ook geen tijd, zij het gestolde tijd?
Deze week weet ik weer een beetje beter hoe ik de sensatie moet begrijpen. Henk Barendregt - hoogleraar Grondslagen van de wiskunde en Informatica én beëdigd leraar vipassana meditatie - gaf een lezing over meditatie als manier om met de chaos van de existentiële leegte om te gaan. Klinkt zweverig en dat was het ook wel een beetje, maar tegelijk wist hij enkele inzichten zeer helder over te brengen en bovendien te inspireren tot een bewuster leven, dus een beetje zweef is dan niet erg.
Die leegte waar Barendregt het over had en die de mens zeer grote angsten inboezemt, uit zich in dissociatie. Dat heeft twee kanten: dissociatie kan je overvallen waardoor je als in een psychose opeens de leegte ingetrokken wordt: het zwarte niets, van alle betekenis ontdaan, waar alles schokkerig en koud is. Maar je kunt de dissociatie ook inzetten om de leegte te leren accepteren. Dat doe je door alle indrukken en gevoelens die je hebt te 'ontvlechten'. Als je bijvoorbeeld pijn hebt, kan die nog het meest als last ervaren worden omdat je boos bent dat je pijn hebt. Na het ontvlechten van pijn en woede, zal de pijn onder controle komen. Uiteindelijk is verrukking je deel.
Wat heeft dit alles te maken met de 'all the world's a stage'-sensatie? Het zit 'm in de dissociatie. Tijdens zo'n sensatie wordt de situatie losgevlochten van de tijd en misschien ook van de plaats. Of de plaats - de straat waarop ik fiets, de kamer waarin ik zit - zingt zich los van de tijd. Het resultaat is inderdaad een soort verrukking. Jammer genoeg vertelde Barendregt dat je als je écht verder wilt komen, ook de verrukking moet ontvlechten en naast je neerleggen.
Na de lezing bedacht ik me dat ik nog veel te leren heb, zoals ik mijn inleidinkje en aankondiging bijna buiten adem had gegeven, en bij het rondlopen met de microfoon voor de discussie steeds rusteloos van de ene voet op de andere wiebelde. Nu denk ik: misschien heb ik een begin te pakken met mijn sensatie, mijn zelfvergetelheid en tijdloosheid. Door de tijd te ontvlechten ben ik misschien wel heel af en toe voor even onsterfelijk. Zoals Dionyssos, dan wel, want de drank moet blijven vloeien.
Gedachtekunst: The Dodos
14/09/09 20:21 Denk aan: Muziek

Sprekende werken
12/09/09 00:57 Denk aan: Filosofie

Schrijf je eigen maxime
09/09/09 20:21 Denk aan: Literatuur

Over een maand volgt de tweede lezing in deze reeks, over François de La Rochefoucauld, door Maarten van Buuren die ook de Maximen van deze Fransman vertaalde. Van Buuren kwam zelf met het toffe idee om een wedstrijd uit te schrijven onder de noemer "Schrijf je eigen maxime". Lees hier de oproep en doe mee!
Schrijf je eigen maxime
Tussen 1664 en 1678 verschenen een aantal opeenvolgende edities van de Maximen van François de La Rochefoucauld (1613-1680). Hij voegde steeds nieuwe maximen toe en verbeterde de oude. Een maxime is een zeer bondig geformuleerde algemene waarheid over menselijk gedrag die (in het geval van La Rochefoucauld althans) een kritische inslag heeft. La Rochefoucauld ontmaskert algemeen geaccepteerde meningen over vriendschap, liefde, deugd, trouw als vormen van huichelarij waarachter ijdelheid en eigenbelang schuil gaan.
Hier volgt een recept voor het schrijven van je eigen maxime: 1. Kies een universeel probleem, bij voorkeur uit de sfeer van het menselijk handelen: liefde, dood, vriendschap, goede manieren. 2. Noteer je persoonlijke observatie. 3. Schrap tachtig procent van wat je hebt opgeschreven. 4. Monteer de overblijvende drie zinnen zodanig dat: 5. Ze de lezer treffen door hun juistheid, 6. En hem confronteren met een raadsel.
Laat je maxime voor 9 oktober achter op het forum van SG of mail de maxime naar info@sg.uu.nl o.v.v. ‘Levenskunst - Maxime’. Een jury bestaande uit Maarten van Buuren, Joep Dohmen en Miriam Rasch (ja ja) kiest de vijf meest geslaagde maximen uit de inzendingen. De vijf winnaars ontvangen op 13 oktober a.s. een exemplaar van de vertaling (door Maarten van Buuren) van de Maximen van La Rochefoucauld (indien gewenst met handtekening van Joep Dohmen en Maarten van Buuren) en een cassette met audio-cd’s van Home Academy.
Lees op het forum ook een paar voorbeelden van La Rochefoucaulds maximen.
Succes!
Oordeel
05/09/09 11:22 Denk aan: Filosofie
Er zijn mensen die niet van muziek houden. Ja echt. ‘Daar heb ik niks mee,’ zeggen ze, alsof het over oude auto’s gaat. Je mag niet oordelen over de voorkeuren van een ander, dus ik zeg er verder niets over.
Nog vreemder zijn mensen die niet van dieren houden. Vooral omdat er voor iedereen wel een geschikt dier te vinden is. Ik heb zelf drie katten, die ruiken zo lekker in hun nek en zijn lui en ongenaakbaar. Anderen kiezen misschien voor een paard (edel) of een papegaai (spraakzaam) of diepzeevissen (koel en mysterieus).
Nu ga ik te ver. Dieren mag je geen menselijke eigenschappen toedichten, heb ik geleerd. Een papegaai kan nog zo spraakzaam lijken omdat hij geluiden uitstoot, dat betekent niet dat hij praat, laat staan dat hij iets te zeggen heeft. Mijn kat lijkt misschien wel tot over haar oren verliefd op de rode kater van de buren, liefde is een concept dat ik daarop plak. Eigenlijk is dat het meest respectloze wat je kan doen, omdat het voorbij gaat aan de aard van het dier, die dierlijk is en niet menselijk. Het dier is ook een ander, over wie je niet mag oordelen.
Aan de andere kant: is het niet juist het mooiste wat je kan doen? Is dat niet waarom mensen van dieren houden? Ze nodigen je uit tot een verstandhouding. Maar omdat je niet weet wat er in het beestje omgaat, zal het altijd een zoekende verstandhouding zijn. Uiteindelijk moet je accepteren dat je elkaar nooit echt zult kennen.
Dag in dag uit leef je samen, zie je de poes nuffig en zogenaamd ongeïnteresseerd bij het kattenluikje zitten tot de buurkat opduikt, en elke dag moet je constateren dat je met een wildvreemde je huis deelt. En dat je juist daarom met haar je huis deelt.
Het verschil met muziek is misschien niet zo groot. Keer op keer luister ik naar een liedje en moet ik erkennen dat ik het niet begrijp. Ik loop over straat met mijn oordopjes in en voel hoe mijn tred lichter wordt. Maar ik kan niet uitleggen waarom.
Dier en muziekstuk – beide leren ze je dat je niet op het eerste gezicht of eerste gehoor kunt oordelen. Ze bestaan en jij mag daarbij aanwezig zijn. Al zou je een oordeel uitspreken, dat horen ze toch niet, het verandert niets aan wie of wat ze zijn. Een positie die noopt tot bescheidenheid.
Wat zegt dat dan over die anderen, die niets met muziek hebben of niet van dieren houden? Daar oordeel ik niet over.
[verschenen als column in Radboud info 81, september 2009] Lees verder
Nog vreemder zijn mensen die niet van dieren houden. Vooral omdat er voor iedereen wel een geschikt dier te vinden is. Ik heb zelf drie katten, die ruiken zo lekker in hun nek en zijn lui en ongenaakbaar. Anderen kiezen misschien voor een paard (edel) of een papegaai (spraakzaam) of diepzeevissen (koel en mysterieus).
Nu ga ik te ver. Dieren mag je geen menselijke eigenschappen toedichten, heb ik geleerd. Een papegaai kan nog zo spraakzaam lijken omdat hij geluiden uitstoot, dat betekent niet dat hij praat, laat staan dat hij iets te zeggen heeft. Mijn kat lijkt misschien wel tot over haar oren verliefd op de rode kater van de buren, liefde is een concept dat ik daarop plak. Eigenlijk is dat het meest respectloze wat je kan doen, omdat het voorbij gaat aan de aard van het dier, die dierlijk is en niet menselijk. Het dier is ook een ander, over wie je niet mag oordelen.
Aan de andere kant: is het niet juist het mooiste wat je kan doen? Is dat niet waarom mensen van dieren houden? Ze nodigen je uit tot een verstandhouding. Maar omdat je niet weet wat er in het beestje omgaat, zal het altijd een zoekende verstandhouding zijn. Uiteindelijk moet je accepteren dat je elkaar nooit echt zult kennen.
Dag in dag uit leef je samen, zie je de poes nuffig en zogenaamd ongeïnteresseerd bij het kattenluikje zitten tot de buurkat opduikt, en elke dag moet je constateren dat je met een wildvreemde je huis deelt. En dat je juist daarom met haar je huis deelt.
Het verschil met muziek is misschien niet zo groot. Keer op keer luister ik naar een liedje en moet ik erkennen dat ik het niet begrijp. Ik loop over straat met mijn oordopjes in en voel hoe mijn tred lichter wordt. Maar ik kan niet uitleggen waarom.
Dier en muziekstuk – beide leren ze je dat je niet op het eerste gezicht of eerste gehoor kunt oordelen. Ze bestaan en jij mag daarbij aanwezig zijn. Al zou je een oordeel uitspreken, dat horen ze toch niet, het verandert niets aan wie of wat ze zijn. Een positie die noopt tot bescheidenheid.
Wat zegt dat dan over die anderen, die niets met muziek hebben of niet van dieren houden? Daar oordeel ik niet over.
[verschenen als column in Radboud info 81, september 2009] Lees verder
Interview
03/09/09 20:23 Denk aan: Leven
Vorig jaar om deze tijd werkte ik als webredacteur bij Atrivé. Een groot deel van het werk bestond uit het afnemen en uitwerken van telefonische interviews, voor op de website. Nu, een jaar later, werk ik als programmamaker bij Studium Generale en heeft de webredacteur van het Humanistisch Verbond mij gebeld voor een telefonisch interview over de Levenskunstreeks die dinsdag begint. Het kan gek lopen!
Lees de aankondiging met een aantal vragen aan 'Rasch, zelf ook filosoof' hier: Levenskunst tussen maakbaarheid en misantropie.

Lees de aankondiging met een aantal vragen aan 'Rasch, zelf ook filosoof' hier: Levenskunst tussen maakbaarheid en misantropie.
Gedachtekunst: handen en voeten
01/09/09 18:33 Denk aan: Kunst

Michel de Montaigne: De melancholie van de wijsheid
01/09/09 17:38 Denk aan: Filosofie

Het is een intrigerend beeld dat Joep Dohmen van een virtuele Montaigne schept. In zijn lezing in de serie Levenskunst gaat hij nader in op de morele houding die uit de Essays te destilleren is. Het begin is beroemd: Montaigne verklaart dat hij een leven zonder opsmuk wil beschrijven, ‘naakt’. Niet zomaar een leven, zijn eigen leven. Waarom schetst Montaigne zijn zelfportret zo ‘gewoontjes’? En is het geen valse bescheidenheid, is Montaigne eigenlijk niet verblind door ijdelheid als hij zichzelf zo op de voorgrond plaatst, zoals Pascal beweerde?
Een van de belangrijkste dingen van de Essays is de activiteit van het schrijven zelf. Het schrijven is een vorm van zelfonderzoek. En zelfkennis, zo stel Montaigne, is een opdracht van elke mens. Alleen door heel nauwkeurig en eerlijk jezelf te bestuderen, kun je je oordeelsvermogen scherpen. Dat is nodig om met de veranderlijkheid om te kunnen gaan, die de mens en het leven kenmerkt. Veranderlijkheid ook een kenmerk van het essay, dat een zoekende vorm is. Vorm en inhoud vallen hier samen.
Zelfkennis is dus te vinden bij het schrijfproces. Montaigne trekt zich terug en probeert zichzelf via zijn teksten te begrijpen. Dit gaat eerst aan de hand van citaten van illustere voorbeelden, later gebruikt Montaigne steeds meer zijn eigen stem en vindt hij een persoonlijke uitdrukkingsvorm. Het zoeken en verwijzen betekent geenszins dat de diepte wordt geschuwd. Hoewel Montaigne erg grappig is, treffen zijn inzichten in de mens door hun nauwkeurigheid, die tegelijk algemeen is. Montaigne is een voorloper én een voorbeeld voor de moderne bloggers, stelt Dohmen. Laten we hopen dat onder hen iemand zit die evenveel vreugde en wijsheid brengt.
Promotie tot jasje-dasje
30/08/09 14:38 Denk aan: Leven

Het leven lezen: het innerlijk boek
28/08/09 18:40 Denk aan: Literatuur

De eerste metafoor heeft niet in eerste instantie te maken met de werking of het belang van literatuur in het leven, maar beschrijft Prousts zicht op het innerlijk van de mens. Hij geeft daarmee een antwoord op de vraag hoe het zelf eruit ziet dat verkend moet worden. In de benaming van dat zelf als boek wordt ook meteen een aanwijzing gegeven hoe de verkenning eruit moet zien: een boek moet men immers lezen. Het is belangrijk eerst te begrijpen welke gestalte dit innerlijke boek heeft, voordat de werking erop van ‘echte’ boeken verder bestudeerd kan worden.
Wat het innerlijk boek met onbekende tekens betreft (tekens in reliëf, leek het, waar mijn aandacht, mijn onbewuste verkennend, naar ging speuren, op stuitte, omheen cirkelde als een duiker die diepte peilt), waarvoor om mij te helpen lezen niemand mij een richtsnoer kon geven, bestond dat lezen uit een scheppingsdaad waar geen mens ons bij vervangen of zelfs maar met ons aan meewerken kan. Hoevelen zien er dan ook van af! Hoeveel taken neemt men niet op zich om die ene uit de weg te gaan! Ieder evenement, of het nu de Dreyfus-affaire was, of het de oorlog was, had de schrijvers weer andere excuses verschaft om dat boek niet te ontcijferen, zij wilden zorgen voor de overwinning van het recht, de morele eenheid van de natie herstellen, hadden geen tijd om aan de letteren te denken. Maar het waren maar excuses, omdat ze er niet of niet meer het genie toe hadden, dat wil zeggen het instinct. Want het instinct schrijft de plichten voor en het verstand verschaft de voorwendselen om ze te omzeilen. Alleen, in de kunst doen excuses niet mee, tellen bedoelingen niet, ieder ogenblik moet de kunstenaar naar zijn instinct luisteren, en vandaar dat kunst het meest werkelijke is dat er bestaat, de meest strikte levensschool, en het ware Laatste Oordeel. Dat boek, het moeilijkst te ontcijferen van allemaal, is ook het enige dat de werkelijkheid ons heeft gedicteerd, het enige waarvan de ‘indruk’ in ons door de werkelijkheid zelf is gemaakt. Om welk door het leven in ons nagelaten idee het ook gaat, de materiële figuur ervan, het merk van de indruk die het op ons gemaakt heeft, is weer de waarborg voor zijn absolute waarheid. De door de zuivere rede gevormde ideeën zijn maar logische waarheid, denkbare waarheid, ze zijn arbitrair verkozen. Het boek met de figuratieve, niet door ons gemaakte lettertekens is ons enige boek.
Wat komt hieruit naar voren? Om te beginnen is het innerlijk boek iets onbekends en duisters, dat weggeborgen is in de diepten van het menselijk onbewuste. Iedereen bezit zo’n boek, maar slechts weinigen lezen het – het is mogelijk je hele leven uit te zitten zonder ooit een letter van de tekst te hebben gelezen, laat staan geïnterpreteerd. Degenen die zo hun dood bereiken hebben een leven geleid in ledigheid, verstoken van inzicht in de werkelijkheid. Dat is een makkelijk bestaan, gekenmerkt door luiheid, waartoe de mens snel vervalt. Wil je echter tot een zekere waarheid komen, dan moet je hard werk verrichten, waarbij je bovendien geen enkele hulp mag verwachten. Je zult over je aversie heen moeten stappen om af te dalen in de krochten van de eigen ziel en in afzondering en volharding je weg vervolgen. De implicatie hiervan is dat er twee ‘zelven’ bestaan: een oppervlakkig, veranderlijk zelf dat correspondeert met de verschijningswereld van de buitenwereld, en het ‘ware zelf’ dat de verschijning overstijgt en een onveranderlijke kern heeft. Zelfkennis is kennis van dit laatste zelf, dat zich openbaart in patronen die onder de oppervlakte liggen.
De leidraad bij het lezen van je innerlijk noemt Proust hier het instinct. Later blijkt dat daaronder ook valt: de emotie en de impressie. Het verstand is een valse vriend die misleidt door logische redeneringen te presenteren als waarheid. De logica die zetelt in de rede blijft aan de oppervlakte van de buitenwereld en raakt niet aan de essentie van de dingen. Logica is zogezegd het equivalent van de fenomenale wereld, die veranderlijk is en geen toegang biedt tot een transcendente waarheid – over de dingen én over het zelf. Het instinct kan daarentegen doordringen tot die werkelijke essentie. Het ware zelf is daarom gelokaliseerd in het instinct of de emotie en niet in de rede, hoewel deze laatste onontbeerlijk is bij het leren kennen van de eerste.
Wat houdt voor Proust de werkelijkheid of de waarheid in? Hij erkent het bestaan van een wereld die losstaat van de mens. De mens neemt die wereld in zich op, waarbij de twee versmelten. De versmelting is niet op voorhand gegeven – ze kan zich ook níet voordoen. De buitenwereld draagt het vermogen in zich tekens te griffen in ons innerlijk. Deze buitenwereld is echter niet hetzelfde als de werkelijkheid. De wereld verdient die naam pas op het moment dat de tekens ontcijferd worden en de platte, redelijke aanschijn van de fenomenen wordt weggetrokken. De buitenwereld moet eerst door ons innerlijk heen gaan om betekenis te krijgen – niet op een algemeen geldend woordniveau, maar op een activerende manier die persoonlijke associaties aan het object verbindt. ‘Realiteit’ is dan een product zowel van de ons omringende wereld als van ons onbewuste, ze komt tot stand doordat de wereld wordt ondergedompeld in het innerlijk. In het innerlijk ligt een verzameling indrukken opgeslagen van de verschijningswereld, aan de hand waarvan de persoonlijke betekenis van die wereld ‘geactiveerd’ kan worden.
De lezer van het innerlijk boek leest in zichzelf de waarheid. In zijn werk van decodering trekt de sluier op, wordt het duister verhelderd, krijgen de letters een zin. Maar het lezen gaat verder dan slechts het ont-dekken van een bestaande waarheid die achter de oppervlakte verscholen ligt. Proust schrijft, bijna tussen neus en lippen door, dat het ontcijferen een scheppingsdaad is. Elders noemt hij de waarheid die aldus naar boven wordt gebracht een ‘nieuwe waarheid’. De mens creëert de werkelijkheid door het ontcijferen van zijn innerlijk boek (waarin de verschijningen tekens hebben gegrift). In het ontcijferen – dat vooral, zoals later zal blijken, bestaat uit het leggen van verbanden – ontstaat een betekenis van wat tot dan toe een platte, zinloze omgeving is. De betekenis is weliswaar persoonlijk, maar dat maakt hem juist veelzeggend, associatief en dynamisch, omdat hij de logische, algemeen geldende buitenkant penetreert. Hij creëert reliëf. Tegelijk is het innerlijke boek gegraveerd door de omgeving en kan de inhoud ervan veranderen in het proces van interpretatie. Het innerlijk en de buitenwereld onderhouden zo een dynamische relatie met elkaar.
Overdenkingen op Lowlands: eerste album, beste album?
26/08/09 17:36 Denk aan: Muziek

Inspiratie: Antal Szerb
19/08/09 17:41 Denk aan: Woorden en citaten

Lees verder
Pragmaticus vs. spervuur
16/08/09 18:46 Denk aan: Filosofie

Ik ontdekte die avond twee dingen over mezelf. Onvermijdelijk dat je iets over jezelf leert in een filosofisch spervuur (en een spervuur was het, omdat we het over enkele fundamentele kwesties nooit eens zullen worden). Vergelijk het met het bekende associatiespelletje: waar denk je aan bij blauw, bij zomer, bij een paard. Maar dan op een net iets ander niveau.
Het eerste waar ik achter kwam is dat ik relativist ben. Dat klinkt vies. Ik bedoel dat ik steeds weer uitkwam op fundamentele onzekerheid, twijfel. 'Maar ik heb niet de pretentie te weten dat...' is een zinswending die ik die avond wel tien keer heb gebezigd. 'Je moet je toch ergens op baseren,' was dan de terechte repliek, 'je hebt toch wel enige principes.' 'Ja,' zei ik. 'Mezelf.' Best schrikken als je jezelf dat hoort zeggen. Het is niet egoïstisch bedoeld, waar het me om ging én gaat is dat ik alleen mijn eigen ervaring als uitgangspunt durf te nemen en niet voor anderen wil spreken. Of juist wel: advocaat van de duivel spelen is een favoriete bezigheid van mij, want ik probeer me altijd in te leven in de situatie van de ander. Wat me het meest tegen de borst stuit - in filosofisch, moreel, maar ook wetenschappelijk opzicht - is inderdaad de pretentie van sommige mensen dat ze iets zeker weten. Zelfs van mezelf weet ik meer niet zeker dan wel.
Maar sommige dingen, zo dachten we hardop verder, moeten toch zeker zijn. Ook, juist in filosofisch en moreel opzicht. Ik kreeg een gedachte-experiment voor mijn kiezen. Je zit in een luchtballon die te pletter dreigt te slaan. Medepassagiers zijn een stuk of tien kinderen. Er moet ballast overboord en de enige opties zijn jij zelf of twee van de kinderen. Wie is de lul?
'Die kinderen,' zei ik meteen. Dat was het enige moment van de avond dat er een stilte viel. Ik probeerde het nog te verzachten door erop te wijzen dat dit ook zo'n situatie is waarin je nooit weet of het wel zo zeker is wat er staat te gebeuren. Voor hetzelfde geld spring je er zelf uit en slaat de ballon alsnog tegen de rotsen. Of blijkt dat het mandje blijft hangen aan een tak. Stel, je springt eruit en al die kinderen moeten in the middle of nowhere, op een Lost-achtig eiland overleven. Wat moeten ze dan zonder volwassene?
Twee zelfinzichten dus. Moet ik die ontdekkingen met elkaar in verband zien? Als mijn enige principe mezelf is, is het dan gek dat ik mezelf red en niet de kinderen? Maar is dat principe dan niet toch gewoon egoïstisch? Toch vind ik dat mensen die zo overtuigd kunnen zeggen dat ze natúúrlijk de kinderen redden, precies weer een voorbeeld geven van die vreselijke pretentie dat je het allemaal zeker weet. Ik weet niet zeker of ik niet zelf uit het mandje zou springen. Maar ik weet ook niet zeker dat ik het niet zou doen. Ik heb het immers niet meegemaakt.
Misschien is mijn principe niet mezelf, maar de situatie. Elke situatie is anders, dus ook van jezelf kun je niet uitgaan. Je kunt alleen proberen consistent te zijn, want dat is wel een van mijn principes, waarmee ik het relativisme in bedwang probeer te houden. Consistent zijn betekent iets anders dan in herhaling vallen of onvermurwbaar zijn. Als je zoals ik gelooft in fundamentele onzekerheid, is het consistent om elke situatie opnieuw in te schatten en te proberen daar, volgens wat je weet uit eigen ervaring, het beste van te maken. Dat verklaart meteen mijn plezier in het advocaat-van-de-duivel-zijn.
In de trein naar huis besloot ik dat ik geen relativist ben, maar een pragmaticus. Mooi, want dat klinkt een stuk minder vies. Toch nog zekerheid.
Onverstuurde brief aan Hugo Raes
11/08/09 20:47 Denk aan: Literatuur

Rotstukje
06/08/09 21:03 Denk aan: Leven

Marcel Proust, Tegen Sainte-Beuve
02/08/09 14:45 Denk aan: Literatuur

Lees verder
Vorm of vent: taal of mens
31/07/09 17:35 Denk aan: Literatuur

Het ultieme rock-'n-rollcliché
28/07/09 22:40 Denk aan: Muziek

De tweede dag gaat het al een stuk beter dan de eerste en voor je het weet is de vakantie weggezakt in een ver en zonnig verleden. Toch blijf ik er nog even in hangen. Het lot is mij goedgezind geweest en heeft me twee kaartjes voor Lowlands toebedeeld, twee van de 164 die weer voor een minuut of vijf op de markt kwamen. Het voelt alsof ik ze heb gewonnen, hoewel ze gewoon 150 euro kostten. Geen geld voor een verlenging van het vakantiegevoel, dat niet alleen met drie dagen is vermeerderd, maar met de hele tussentijd erbij, die gevuld wordt met luisteren naar bandjes uit de Lowlands-playlist, het weerbericht checken, nieuwtjes op weblogs lezen en andere mensen jaloers maken. En natuurlijk wegdromen bij de zonnige herinnering aan Werchter. Lees verder
Hoe ga je om met Slimey de Naaktslak?
24/07/09 19:36 Denk aan: Leven

Digitaliseren is eindeloos II
22/07/09 14:01 Denk aan: Internet
Zou het een noodzakelijk verband zijn in mijn leven - vrij zijn en projecten zonder eind starten? Ik schreef al over het invoeren van al mijn boeken in het programma Bookpedia (inmiddels hoef ik het alleen nog bij te houden) en het digitaliseren van mijn notitieboekjes in Notebook (op de lange baan geschoven). Nu heb ik weer een nieuwe bezigheidstherapie, wat geheel te danken is aan een artikel dat ik las, Cleaning Up Old Posts, The Gateway to Your Blog. Ik lees vaak genoeg stukjes van mezelf terug, haal er hier en daar wat typfouten uit en voeg links toe. Maar ik ging opeens nadenken over wat de schrijfster zegt over het opnemen van een lijstje met 'Gerelateerde artikelen’. Zo’n lijst neemt de lezer mee op een tocht langs je hele blog, laat zien hoe de stukken samenhangen, welke onderwerpen terugkeren, en legt zo een web van knooppunten over het blog. Tegelijk verwijst het steeds verder en bindt het de verschillende stukken samen. Ik voelde me totaal aangesproken.
Vol goede moed ben ik begonnen. Zie hieronder of het stuk over de vakantie, In z’n achteruit het paradijs verlaten. Wat een karwei. Ruim honderddertig stukjes te gaan. Ik meld het hier maar even, mocht iemand zich afvragen wat die lijstjes hier en daar te betekenen hebben. Lees verder
Vol goede moed ben ik begonnen. Zie hieronder of het stuk over de vakantie, In z’n achteruit het paradijs verlaten. Wat een karwei. Ruim honderddertig stukjes te gaan. Ik meld het hier maar even, mocht iemand zich afvragen wat die lijstjes hier en daar te betekenen hebben. Lees verder
Of Mere Being
21/07/09 22:20 Denk aan: Literatuur

Of Mere Being
The palm at the end of the mind,
Beyond the last thought, rises
In the bronze distance.
A gold-feathered bird
Sings in the palm, without human meaning,
Without human feeling, a foreign song.
You know then that it is not the reason
That makes us happy or unhappy.
The bird sings. Its feathers shine.
The palm stands on the edge of space.
The wind moves slowly in the branches.
The bird’s fire-fangled feathers dangle down.
--- Wallace Stevens, 1954
Zojuist stuitte ik op dit gedicht. Het geeft me kippenvel. Voorbij de laatste gedachten zit een dier. En dat dier weet door niet te weten. Kippenvel, omdat ik het prachtig vind, ontroerend, maar ook heel griezelig. Een verstild beeld, niet omdat het leven eruit is weggeslopen, maar omdat het erin samengebald zit, dreigend op de rand van uitbarsting. Zoals de zwarte monoliet uit 2001: A Space Odyssey. Het begin van het menselijk bewustzijn, maar ook het eindpunt, meer nog: ’the end of the mind’ standing ’on the edge of space.’ Lees verder
In z'n achteruit het paradijs verlaten
20/07/09 15:30 Denk aan: Leven

Inmiddels ben ik zelf al jarenlang onderdeel van het werkende gilde (sinds kort bovendien van het belachelijkste aller gilden, namelijk dat van de ambtenarij) en betrap ik mezelf op deze verzuchtingen. Maar nooit te lang, nooit tot na de vakantie. Die verzuchting, het verlangen naar de vrijheid waar je even aan mag proeven maar die al bitter smaakt omdat hij tijdelijk is, ontstaat en verdwijnt bij mij door de aard van het vrij zijn zelf. Wat ik bedoel is het volgende. Op vakantie heb je opeens zoveel tijd om handen dat je vanzelf gaan peinzen. Over de wereld (zeker als je je in een nieuwe omgeving bevindt), over de mensen, over jezelf. Natuurlijk lijkt vanaf de camping het dagelijkse kantoorbestaan het tegengestelde van het paradijs. En wat voelt het heerlijk eens alle gedachten dóór te kunnen denken, zonder al die afleiding van het gejaagde leven. Nooit meer werken! Altijd filosoferen!
Na een dag of twee peinzen kom je erachter dat je de gedachten nooit tot het eind kunt doordenken, omdat er geen eind is aan een gedachte. Wat een hopeloosheid. Stel je voor dat je werkelijk altijd vrij zou zijn: een eindeloze tijd vol eindeloze gedachten. Een idee om depressief van te worden. En je weet: uiteindelijk zul je terugkeren naar huis, het kantoor weer binnenstappen en een jaar niet meer peinzen, omdat je meteen slaapt als je hoofd het kussen raakt. Dus al die verzuchtingen en verlangens zijn ook nog eens zinloos.
Dit is het omslagpunt van de vakantie - wat mij betreft het punt waar de vakantie pas echt begint. Alle eindeloze gedachten die zich aandienen worden direct een verdwijnpunt ingezogen, waarvan niet eens duidelijk is waar het zich bevindt. Het grote mijmeren begint. Je houdt je onledig met het observeren van de andere campinggasten, schudt eens wat druppels van de tent of maakt een uitje naar de stad. Je loopt naar de tram, zit in de tram, kijkt op de kaart, stapt uit, zal ik een foto maken, gaan we wandelen of een museum, of eerst een biertje drinken, ja eerst maar een biertje. En wat eten we vanavond? Eerst maar wandelen, maar waarheen? Ach, kijk hem nou!
Mensen die thuiskomen van vakantie en nog steeds in de fase zitten waarin je de slavernij van het werken vervloekt en verlangt naar het onmogelijke (want denk maar niet dat die mensen er gelukkig van zouden worden als ze van de ene dag op de andere niets meer om handen zouden hebben, onnut zouden zijn, geen aanspraak meer hadden), die hebben de ware vakantiefase nooit bereikt. Als ze terugkomen op kantoor zeggen ze tegen elkaar: 'Het was paradijselijk.' Niemand blijkt zich vergist te hebben. Een enkeling is in z'n achteruit terug komen rijden. Maar dat lijkt nu te onnozel om over op te scheppen. Hij schaamt zich. 'Wij vonden het paradijs,' zegt hij, de plek waar schaamte niet bestaat.
Ik heb ze gezien, vanuit mijn campingstoel, de mensen die zo verlangen naar een eindeloze vrijheid, dat ze vergeten te genieten van de vrijheid onder hun neus, in de voortent van het gemijmer.
Rock Werchter 2009 hoogtepunten
08/07/09 22:24 Denk aan: Muziek

1. Master! Master! Twee jaar geleden zat ik aan een picknicktafel een vette hap naar binnen te schuiven en zag ik in de verte het vuurwerk van Metallica, dat me de wenkbrauw nog niet deed fronsen. Dit jaar? Master! Master!
2. Enkele uren daarvoor: Ghinzu, de vetste band van dit moment. Zelfs een onderbreking van een kwartier omdat het geluid uitvalt weerhoudt ze er niet van om nóg beter terug te komen. Volgend jaar hoofdpodium?
3. Zondagmiddag, ideale tijd voor De Jeugd van Tegenwoordig. Gooi een fles water over je hoofd heen, sla je zoveelste biertje achterover, laat je hersenen koken. Waar zijn die sletten? Hier!
4. Weer enkele uren daarvoor sloot 2 Many DJs de zaterdag af. In Tivoli waren ze beter, maar met z'n tienduizenden is het feest groter.
5. De prijs voor de lekkerste frontman gaat zonder twijfel naar de zanger van de White Lies. De jongens riepen: 'als ik een meisje was zou ik verliefd op hem worden.' Na afloop noemden ze hem een geniale muzikant. Ja ja.
6. Ook Placebo wist zich te revancheren voor een matig optreden de vorige keer. Het nieuwe album vind ik (nog) niet zo sterk, maar ze hebben me ervan overtuigd dat dat aan mij ligt.
Dit zijn heel kort mijn hoogtepunten. Het allerheetste hoogtepunt was natuurlijk de zon. En het allerbeste mijn lieve vrienden.
Feel free to add!
Lees verder
Tijd om te oefenen in levenskunst
01/07/09 20:57 Denk aan: Filosofie

Een voorgesprek met een filosoof over levenskunst is wel wat anders dan een kroeggesprek over het leven. Ik mag dan zelf filosofie hebben gestudeerd, als je tegenover iemand zit die al decennia nadenkt met een grote N, kom je niet weg met gemeenplaatsen of bijdehante ironie. Filosofie, zo is me wel weer duidelijk geworden, is hardop nadenken. Prachtig om dat aan te mogen horen, redelijk confronterend als je vervolgens zelf weer aan het woord bent.
Twee dingen heb ik uit de voorgesprekken al begrepen. Levenskunst is hard werken. Probleem is natuurlijk dat het nooit ophoudt tot het echt ophoudt. Je kunt nooit eens op je lauweren rusten, altijd is er weer een nieuwe situatie, nieuwe personen, nieuwe inzichten om mee te dealen, al was het maar omdat je zelf steeds ouder wordt en verandert. Mocht je eens dezelfde situatie twee keer meemaken, wat op zich al onmogelijk is, dan ben je nog niet dezelfde die het meemaakt. Je hebt dat immers al eens meegemaakt.
Toch is het mogelijk om je te oefenen. Hoe, daar zullen de lezingen meer duidelijkheid over geven. Een ander thema dat steeds terugkomt is tijd. Niet gek, want zodra je het hebt over het leven, heb je het over tijd. Zoals bij het oefenen: oefenen is tijdgebonden. De levenskunst is een kunst die zich ontvouwt in de tijd. Maar ook inhoudelijk komt de filosofie steeds terug op tijd: een van de dingen die een ware levenskunstenaar kenmerken is zijn verhouding tot de tijd. Meest bekend is de verhouding tot de dood. Het hele leven is een Sein zum Tode, zei Heidegger al en dat bedoelde hij niet eens zo morbide als het klinkt. Pas als je je verhoudt tot de dood (en de meeste mensen doen dat niet eens), ben je werkelijk vrij en vrijheid is toch wel een van de hoofdvoorwaarden voor een levenskunstig leven.
Maar ook de verhouding tot het nu is essentieel. Zodra je het daarover gaat hebben, verzeil je gauw in de terminologie van de zelfhulplectuur. Leef in het nu! Wees bewust van het heden! Pluk de dag! Hoe die clichés te vermijden? Misschien door te beseffen dat die clichés uiteindelijk weinig met het nu te maken hebben. Altijd gaat het bij zulke goeroes om de toekomst: als je leert leven in het nu, zal je in de toekomst gelukkig zijn en je doelen bereiken.
Toch denk ik dat een leven in het heden ook niet alles is. Ik heb het zo druk gehad de afgelopen tijd, dat ik nauwelijks aan iets anders kon denken dan 'nu, nu. nu!' Voor je het weet raak je gestrest omdat je te weinig tijd hebt.
Nú heb ik vakantie. Ik ben blij dat ik een paar uur de tijd heb om me te verheugen op de komende weken. 'Wachten is oude tijd die te lang heeft gestaan’ schreef Tonnus Oosterhof. Maar soms is wachten jonge tijd, waarin de dag die je gaat plukken tot bloei komt.
10 keer over een jarig weblog
26/06/09 21:21 Denk aan: Internet

1. Ik begon dagelijks, ik had dan ook alle tijd van de wereld als Koosje werkloosje. Maar dat dagelijks bloggen niet aan mij is besteed, ligt in de aard van dit blog besloten. Af en toe bezondig ik me aan een heel kort stukje, of alleen een verwijzing, maar het gaat me toch om meer. Iets met een kop en een staart, iets wat van mij is. En dat kost tijd.
2. Het 'stukkie' moet niet over één concreet ding gaan, ik wil verbanden leggen. In die zin is het een plattegrond van mijn gedachten, die ook nooit over één ding gaan. Heel vervelend, omdat ik daardoor snel dingen vergeet. Uit het ene verband volgt een ander verband en die lijntjes probeer ik te onthouden door ze op te schrijven. In het onder woorden brengen ligt het meeste denkwerk besloten.
3. Het ’stukkie’ mag niet over niets gaan en moet ergens over gáán.
4. Actualiteit is niet belangrijk. Vaak genoeg schrijf ik in gedachten stukjes over de PVV of over Maurice de Hond, maar die leg ik in de la achter mijn hersenstam. Alleen als het iets 'van mij' is, zoals bij de Sire-campagne, wil ik me eraan branden.
5. Actualiteit is wel belangrijk. Ik wil gelezen worden en ik wil niet dat mensen die klaar zijn met lezen het gevoel hebben dat ze beter iets anders hadden kunnen doen. Als het niet zo'n vies woord was, zou ik het urgentie noemen. Nu houd ik het maar bij 'filosofische actualiteit' of zoiets. Klinkt ook behoorlijk vies overigens.
6. Dit kan allemaal ook van toepassing zijn op andere schrijfsels. Waarin verschilt een blog dan van een column, een reportage of een recensie? Allereerst het 'van mij'. Dat is precies wat veel mensen zo verafschuwen aan blogs, maar als je niet denkt dat je gedachten interessant genoeg zijn voor het internet, moet je inderdaad geen blog beginnen. Hier spreek ik, maar wie dat is, weet ik zelf ook niet. Een blog is een beetje schizofreen.
7. Bloggen is schrijven, maar schrijven is geen bloggen. Ik overtreed vaak en graag mijn eigen stijlregels. Op een blog gelden andere regels. Dit is ook een excuus voor luiheid. Oftewel: geef tijdgebrek de schuld.
8. Het belangrijkste is natuurlijk dat de blog op internet staat. Het bestaat uit stukkies en bij elkaar vormen die stukkies een groeiend, uitdijend, vriendelijk monster in wiens hersenen steeds meer verbindingen worden gelegd. Mijn blog geen aardigheidje, geen vingeroefening, maar de weerslag van verbindingen die in mijn eigen hersenen worden gelegd.
9. Iedereen kan reageren. Ook al gebeurt het minder dan ik zou wensen, ik verwelkom elke reactie met open armen en ongezonde gulzigheid. Anders had ik wel een dagboekje gekocht.
10. Bad van Michael Jackson was het eerste album (toen nog lp) dat ik per se wilde hebben. Ik droomde dat hij naar Culemborg kwam om het me persoonlijk te geven. Hoe leven als mythe totaal uit de hand kan lopen. De eenzaamste mens ter wereld. What a price to pay.
Lees verder
Het ontroerende van kippen
23/06/09 22:25 Denk aan: Woorden en citaten
Na al die zwaarmoedigheid van Dostojevski, de Lebenslüge en het verraad, moest ik opeens denken aan kippen. Misschien door de kaart die ik vandaag moest schrijven, waarop een konijn stond. Waarom een konijn? Niemand die het wist. Waarom doet een konijn me aan een kip denken? Niet alleen omdat ze hun initiaal delen. Het zijn vrolijke dieren, die je zomaar tegen kunt komen, op straat of op een grasveldje voor het Bestuursgebouw op de Uithof na een werkdag van tien uur, of verscholen in een rotonde, zoals in dat ene gedicht dat hier te vinden is (Zomer). Half gedomesticeerd en juist daardoor zo geestig en ontroerend.
En toen kwam ik ook nog zomaar dit citaat tegen, waar ik blij en ook wat melancholisch van word, en dat daarom helemaal klopt.
Op een gegeven moment vielen me midden in een groen veld een paar kippen op die zich, hoewel de regen nog helemaal niet zo lang geleden was opgehouden, een naar mijn idee voor die kleine witte beestjes enorm stuk hadden verwijderd van de boerderij waar ze thuishoorden. Om een reden die ik nog steeds niet helemaal kan begrijpen heeft de aanblik van dat groepje kippen dat zich zo ver het vrije veld in had gewaagd, mij zeer geraakt. Ik weet hoe dan ook niet wat het aan bepaalde dingen of wezens is dat mij soms zo ontroert.
W.G. Sebald, Duizelingen
Lees verder
En toen kwam ik ook nog zomaar dit citaat tegen, waar ik blij en ook wat melancholisch van word, en dat daarom helemaal klopt.
Op een gegeven moment vielen me midden in een groen veld een paar kippen op die zich, hoewel de regen nog helemaal niet zo lang geleden was opgehouden, een naar mijn idee voor die kleine witte beestjes enorm stuk hadden verwijderd van de boerderij waar ze thuishoorden. Om een reden die ik nog steeds niet helemaal kan begrijpen heeft de aanblik van dat groepje kippen dat zich zo ver het vrije veld in had gewaagd, mij zeer geraakt. Ik weet hoe dan ook niet wat het aan bepaalde dingen of wezens is dat mij soms zo ontroert.
W.G. Sebald, Duizelingen
Lees verder
De biecht van Ippolit
21/06/09 13:32 Denk aan: Literatuur

Al heel lang wilde ik iets schrijven over de biecht van Ippolit, uit Dostojevski’s De Idioot. Tot nu toe heb ik alleen maar omtrekkende bewegingen gemaakt. De epilepsie van prins Mysjkin kwam ter sprake, evenals de waanzin van de doodstraf die Mysjkin van dichtbij heeft meegemaakt, wat hem met Dostojevski doet samenvallen. En ik schreef over verraad, het ergste wat er is - juist omdat je eraan bent overgeleverd. Al deze dingen komen samen in de biecht van Ippolit, een lang, bizar, verschrikkelijk, ontroerend, razernij opwekkend ’hoofdstuk’ uit De Idioot. Lees verder
Het festivalgevoel scoren
18/06/09 09:03 Denk aan: Muziek
Waarin zit 'm 't verschil tussen het ene festival en het andere? Tussen dance en rock, drugs en drank, modebewust en alternatief, makkelijk en moeilijk. Dat laatste neigt al langzaam naar een oordeel. Afgelopen zaterdag was ik op het Soenda festival en hoewel ik een doorgewinterde festivalganger ben, voelde ik me daar toch niet helemaal op mijn plek. Het ene festival is het andere niet.Een paar dagen eerder had ik nog een jubelende recensie geschreven van Het festivalgevoel, een boek dat wonderwel de totaalervaring van een festival heeft weten te vangen op papier. Maar dan wel een bepaald soort festivals, namelijk de rockgeoriënteerde, of liever: enigszins alternatieve festivals. Het is moeilijk te omschrijven, want op Lowlands staat ook veel dance geprogrammeerd en op Werchter komen stadionbands als Coldplay, die toch niet echt alternatief meer te noemen zijn.
Misschien ligt het grootste verschil dan toch in het publiek en de genotsmiddelen? Dat verklaart niet alleen de verschillen tussen een dancefestijn als Soenda en een rockgebeuren als Werchter, maar ook tussen het bierfestival Werchter en de drank en drugs cocktail die Lowlands is. Wat komt eerst, het publiek of de middelen? Daar heb ik nog nooit bij stilgestaan, toch een interessante vraag.
Het grootste verschil voor mij is dat je die vraag op Werchter zou kunnen stellen en dan in een urenlange discussie belanden die heen en weer beweegt tussen geouwehoer en diepzinnige gedachten. Terwijl op dancefestijn Soenda die vraag bij niemand opkomt. Of je krijgt als enige antwoord: scoren?
Lees verder
Caesarion loopt een beetje mank
17/06/09 13:33 Denk aan: Literatuur

Hidde Maas, das duik
14/06/09 13:44 Denk aan: Literatuur

Leuk aan het boekje is dat het je ook aan het denken zet over je eigen taalgebruik en welke idiosyncratische neigingen je bij jezelf hoort. Daarom hier een kleine greep uit de taalschat van het Miriams.
Lees verder
De stress van een privacy-gevoelige kat
10/06/09 13:08 Denk aan: Leven

Een van de mooiste lezingen die ik ooit bijwoonde was van Marjolijn Februari, op het symposium ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de Radboudstichting. In tegenwoordigheid van koningin Beatrix vertelde zij daar over haar kat. Het was haar opgevallen dat op de zak met kattengrit van de Albert Heijn een waarschuwing staat: 'Uw kat houdt van privacy. Zet daarom de bak op een rustige plaats.' Aanleiding voor een beschouwing vol humor en wijsheid over wat privacy en waardigheid betekent. (En waarin zij ook de aloude truc aanhaalde om zenuwen die opkomen bij het spreken voor een groot gezelschap, te bestrijden door je dat gezelschap naakt voor te stellen. Ik herhaal: de koningin zat in de zaal, evenals kardinaal Simonis.) Lees verder
Lebenslüge: even kennismaken
07/06/09 12:50 Denk aan: Filosofie

Help, wie ben ik!
02/06/09 20:57 Denk aan: Filosofie

VERjaardagSLAG
30/05/09 19:25 Denk aan: Leven

Twee zieken
27/05/09 21:51 Denk aan: Leven

Muis leek al maanden niet echt een poes maar eerder een hond. Als ze aan kwam lopen hoorde je haar nageltjes printelen op de houten vloer, om met Hafid Bouazza te spreken. Dat komt omdat Muis te lui is om haar nagels te krabben. Ollie gebruikt de boekenkast, Bamse de krabpaal (ja, het is mogelijk) en zij beiden gebruiken de bank. Muis denkt er niet aan zich tot zulke lichaamsbeweging te verlagen. Die maakt alleen de gang naar het etensbakje. Met printelende nagels als gevolg. Minder literair gezegd: met ingegroeide klauwtjes en een ontstoken voetbed als gevolg.
Dus gingen we met Muis op manicure. Geknipte nageltjes, een doosje antibiotica en de opdracht twee maal per dag te pootje baden maken Muis stil en sloom. Gelukkig houdt Muis altijd van eten, wat voor eten dan ook, dus het levert niet echt problemen op om de pilletjes erin te krijgen. En ook het pootje baden - rechterpoot zo lang mogelijk in een glas sodawater laten weken - krijgen we onder de knie (the air was thick with cat calls, no fun intended).
De grote vraag is nu natuurlijk of Muis hiervan geleerd heeft. Of blijft ze voor altijd een lui prinsesje dat anderen het vuile nagelknipwerk voor zich laat opknappen?
Tussen het pillen voeren en pootje weken door typ ik een stukje op mijn leenlaptop. Hoe zou het met de MacBook gaan? Spreekt de Appledokter hem even lief toe als de dierenarts Muis? Wordt hij even hardhandig aangepakt, met een even gemeen knippertje? Ik vind het behoorlijk beangstigend hoezeer twee zieken me bezig kunnen houden. Met als resultaat: een weinig verheffend kattenblogje.
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
- Tussen bank en boot Een gezin met drie kinderen, eh, katten
- De stress van een privacy-gevoelige kat Ook een kat heeft recht op privacy
- Poeslief op de MacBook Pro De liefde van Bamse voor een warme, spinnende laptop
- Spinnen op de wc Poes op schoot is leuk, maar niet altijd handig
- Katten: altijd prijs Waarom schreef ik nooit meer een kattenblogje?
Leesvoer
23/05/09 14:10 Denk aan: Filosofie
Omdat de klus der klussen - het buitenschilderwerk - alle energie opvreet, een makkelijk blogje met verwijzingen naar leesvoer elders van mijn hand.
Twee exclusieve voorpublicaties:
Mijn column voor de Radboud info, nieuwsbrief van de Radboudstichting
De ziel gevangen, Recensie Edith Brugmans (red.) De ziel in de literatuur, ook voor Radboud info
Op 8WEEKLY staat alweer even Alles is interpretatie, Recensie van Rob Wijnberg, Nietzsche en Kant lezen de krant Lees verder
Twee exclusieve voorpublicaties:
Mijn column voor de Radboud info, nieuwsbrief van de Radboudstichting
De ziel gevangen, Recensie Edith Brugmans (red.) De ziel in de literatuur, ook voor Radboud info
Op 8WEEKLY staat alweer even Alles is interpretatie, Recensie van Rob Wijnberg, Nietzsche en Kant lezen de krant Lees verder
Menselijk al te menselijk: de uncanny valley
20/05/09 11:13 Denk aan: Filosofie

Chemische reacties
16/05/09 11:52 Denk aan: Filosofie

Lees verder
I'm Not There: Dylan de ontsnappingskunstenaar
13/05/09 12:20 Denk aan: Film

Laatste ogenblikken van een terdoodveroordeelde
08/05/09 21:27 Denk aan: Literatuur

Voor iedereen die straf verdient
05/05/09 12:51 Denk aan: Leven

'Sorry, wat zeg je?' Ik boog voorover. We stonden in een festivaltent op Dour, het was midden in de nacht en eigenlijk niet het moment om te praten.
'De wereld gaat ten onder aan mensen zoals jij.'
Ik had het dus toch goed gehoord!
'Pardon?' De jongen was een vriend van vrienden van mij, we stonden met een hele groep op de camping. Ik kende hem niet, maar hij kende mij blijkbaar heel goed.
'Ja, vreselijk, zoals jij bent. Daar gaat de wereld nou kapot aan.'
Ik glimlachte beleefd, want opeens wist ik toch niet meer zeker of ik het wel goed verstaan had of misschien een hele goede grap miste.
De jongen zag dit als een aanmoediging om door te gaan met zijn vakkundige analyse van mensen zoals ik, waar de wereld aan kapot gaat. 'Ik heb wel het idee dat ik dit tegen jou kan zeggen. Dat waardeer ik dan toch wel. Ik denk dan ook dat je wel weet waar ik het over heb.'
Ik schudde van nee. Hij probeerde het nog eens uit te leggen, want ik was dan wel even abject als, zeg, de atoombom of een pandemische griep, maar tegelijk een redelijk figuur tegen wie je in alle redelijkheid kon zeggen wat je van haar vond.
Afgelopen Koninginnedag vertelde iemand me dat hij binnenkort rechter wordt. Voor een rechter is redelijkheid natuurlijk een belangrijke eigenschap. Lees verder
Verdrietig: godverdomse dagen van Verhulst
04/05/09 17:13 Denk aan: Literatuur

Een andere deelnemer, Marja Pruis, vertelde dat ze toen ze begon met recenseren, ervan hield om dingen negatief te bespreken. Dat was wel stoer. (Geinig om in het achterhoofd te houden als je vervolgens leest hoe zij publiekelijk in een column reageert als ze zelf negatief besproken wordt.) Ik ben erachter gekomen dat ik zelf een hekel heb aan het schrijven van een negatieve recensie. Maar natuurlijk wil ik niets liever dan dat mensen daardoor het boek níet gaan kopen. Of juist wel.
De eerste versie van mijn bespreking van Dimitri Verhulsts Godverdomse dagen op een godverdomse bol was nog negatiever dan de uiteindelijke versie. Misschien moet ik het niet toegeven, maar ik heb na lang dubben een paar zinnen toegevoegd aan het eind met een positieve noot. En het adjectief ’prachtig’ voor De helaasheid der dingen, in de inleiding. Dat boek was dan ook prachtig. Misschien dat ik juist omdat De helaasheid der dingen prachtig vond (hoewel ook niet briljant) het niet over mijn hart kan verkrijgen Godverdomse dagen totaal de grond in te boren.
Stel dat Verhulst een Engelsman was geweest, en Godverdomse dagen de vertaling van Goddamn Days On A Goddamn Ball. Had ik dan ook zo’n moeite mee gehad? Vast minder. Ik ben een watje: het idee dat Verhulst mijn recensie leest en daar misschien verdrietig van wordt, is genoeg om mezelf verdrietig te maken. Aan de andere kant: laat hem dan maar een column schrijven zoals die van Marja Pruis. Dan kan iedereen weer lachen. Heel hard lachen.
Lees hier de recensie van Godverdomse dagen op een godverdomse bol van Dimitri Verhulst. Lees verder
De Grote Onrust II
01/05/09 21:08 Denk aan: Leven

Roel Bentz van den Berg: Montaigne voor de 21e eeuw
29/04/09 17:42 Denk aan: Literatuur

Egotripperij of een getoupeerde pony?
27/04/09 18:13 Denk aan: Literatuur

Het enige positieve aan het item is dat het boze reacties oproept (ik ben niet de enige die weigert te kiezen tussen twee 'nietsnutten'). Zo stond in de NRC een stuk van Paul Brandt. Ook bij hem is deze doorgedraaide wereld in het verkeerde keelgat geschoten. Vooral van Palmen had hij meer verwacht (best merkwaardig, gezien het feit dat Connie Palmen nu eenmaal Connie Palmen is):
Hoe mooi was het geweest als zij voorbeelden had gegeven als: lees nu in plaats van Saskia Noort eens Bert Natter of Marja Pruis. Laat Heleen van Royen eens liggen en pak eens een boek van Robert Vuijsje. Moet je eens zien hoe sterk die nieuwe generatie literatoren voor de dag komt. Dat deed Connie Palmen niet. Haar literaire pronkbeelden, behalve zichzelf (sic), waren Gerrit Komrij, Cees Nooteboom en Harry Mulisch. En dat is nota bene haar eigen vriendengroepje, haar eigen literaire borreltafel!
Scroll nu gauw naar het einde van het artikel, om erachter te komen wie Paul Brandt eigenlijk is:
Paul Brandt is hoofdredacteur van Nijgh & Van Ditmar, dat o.a. werk van Robert Vuijsje, Marja Pruis, Arnon Grunberg en Simon Vestdijk uitgeeft.
Zijn literaire pronkbeelden, behalve zichzelf (sic), zijn Marja Pruis en Robert Vuijsje. En dat is nota bene zijn eigen vriendengroepje, zijn eigen literaire fondslijst!
Zo wordt het natuurlijk nooit wat.
Lees in het kader van literaire inteelt ook een verslagje van een miserabele avond over recensenten bij Spui25.
De Grote Onrust I
26/04/09 13:11 Denk aan: Leven

Liever verraad dan verzoening?
24/04/09 15:04 Denk aan: Filosofie

Het warme hart van Tariq Ramadan
20/04/09 21:47 Denk aan: Filosofie

De Volkskrant begrijpt er niets van
18/04/09 23:45 Denk aan: Literatuur

Drie dj's, een monster en een dode paus
15/04/09 17:20 Denk aan: Muziek

De waanzin van 2 Many DJ's
11/04/09 21:18 Denk aan: Muziek

Als opwarmertje voor 2 Many DJ’s gisteren in Tivoli, besloot ik de documentaire Part of the Weekend Never Dies te kijken, een registratie van de bizarre wereldtour die de De Waele-broertjes deden. Elke avond traden ze op als de liveband Soulwax Nite Versions, om vervolgens nog eens als 2 Many DJ’s met een dj-set de avond af te sluiten. Tussendoor traden bevriende bands en dj’s op, die in de documentaire ook aan het woord komen, maar eigenlijk niet zoveel boeiends te zeggen hebben. Lees verder
Schrijven en lezen met alle geweld
08/04/09 15:02 Denk aan: Literatuur

Buurten in Lunetten
06/04/09 18:14 Denk aan: Leven

Op weg naar een Theorie van Alles
03/04/09 16:48 Denk aan: Wetenschap

Van de aarde via zon en maan naar andere planeten tot aan een Theorie van Alles: de reeks bracht het publiek steeds verder van huis in steeds uitzinniger sferen. Bij de laatste lezing zat ik met mijn oren te klapperen, totaal meegesleept langs de grenzen van het denken. De afsluiting is wat mij betreft geen einde, maar eerder een begin van verdere studie in de wondere wereld van het uitdijende heelal.
Wist je dat de neutrino’s je nooit meer met rust zullen laten?
De reis door de kosmologie begon gewoon hier op aarde. Professor Frank Verbunt laat zien dat de invloed van zon en maan op het wel en wee van de aarde groot is, en veelvormiger dan gedacht.

Waar komen die neutrino’s vandaan? De energie van de zon vindt haar oorsprong in kernfusie, die je in modellen en formules kan vatten. Maar de formule vertoont een afwijking, er verdwijnt namelijk massa. Die wordt omgezet in energie, ofwel licht. Kort gezegd: er lijkt bij kernfusie meer aan massa in te gaan dan eruit komt. Líjkt, want in werkelijkheid komen twee bijna onmeetbare deeltjes mee, de neutrino’s. Die alle kanten op vliegen – ongehinderd door jou en mij. Wist je dat...?
Nog zo een. Wist je dat de dag steeds langer wordt en de maand ook? Al in de zeventiende hield Edmond Halley (naamgever van de bekende komeet) zich hiermee bezig. Halley deed onderzoek naar zonsverduisteringen. Het is exact te berekenen hoeveel tijd er tussen twee verduisteringen moet zitten. Halley rekende uit dat eerder een verduistering in Alexandrië moest zijn geweest. Bronnen wezen iets anders uit: niet Alexandrië, maar Bagdad was getuige geweest. Daar zit een uur verschil tussen! Er was maar één conclusie mogelijk: de dagen en de maanden worden langer. De gemiddelde verandering is langzamer dan 2,3 milliseconde per eeuw. Toch is dat al gauw een paar seconden sinds het begin van de jaartelling.
De Russische (fictieve) schrijver Kuzma Prutkow vroeg zijn lezer: ‘Wie is er nuttiger, de zon of de maan?’ Zonder de zon geen energie en leven, zonder de maan geen klimaat dat de energie in bedwang houdt en het leven pas echt tot leven wekt. Prutkow zelf wist nog beter het antwoord: ‘De maan is de nuttigste, want hij geeft 's nachts licht, dus als het donker is; de zon schijnt echter alleen overdag, als er toch al licht is.’
‘We zijn niet alleen, maar wel eenzaam en onvindbaar’
In de volgende lezing gaat dr. Daphne Stam voorbij de maan en de zon, de Melkweg uit. Ze doet onderzoek naar exoplaneten en leven in andere sterrenstelsels. Het is met enige schroom dat je een wetenschapper vraagt naar buitenaards leven en de kans op technologisch vergevorderde samenlevingen in outer space. De wetenschap onderzoekt deze vragen echter zeer serieus en diepgravend en hoopt net als het grote publiek op een wereldschokkende ontdekking.
Hoewel onbekend is hoe het leven ooit is begonnen, is inmiddels wel duidelijk wat essentieel is om te overleven. Hoe strikt deze voorwaarden zijn is maar de vraag. Tegenwoordig zijn ook organismen bekend die onder zeer extreme omstandigheden leven en die daarom toepasselijk extremofielen heten. Op de meest onherbergzame plekken, zoals in zwavelbronnen en op Antarctica, is blijkbaar wel leven mogelijk. Dus misschien ook wel op onherbergzame planeten.
Christiaan Huygens was een van de eersten die nadacht over leven op planeten bij een andere zon of ster. Als de zon een ster is, zo redeneerde hij, en de hemel is bezaaid met sterren, waarom zouden die dan geen planeten hebben? Inmiddels is de techniek zo geavanceerd dat er daadwerkelijk planeten bij andere sterren aan te wijzen zijn. Zo leren we ook meer over ons eigen Melkwegstelsel, dat een heel normaal, gemiddeld stelsel blijkt te zijn, onopvallend en eigenlijk totaal niet interessant – mocht je een alien zijn. De Melkweg mag dan onopvallend en gemiddeld zijn, de getallen liegen er niet om. Een sterrenstelsel als het onze kent zo’n 200 miljard sterren, waarvan er 40 miljard als onze zon zijn. Er moeten dus heel veel planeten zijn. Waarom is de Melkweg dan onopvallend? Omdat hij slechts een van de honderd miljard sterrenstelsels is...
‘Wat zullen we uiteindelijk aan leven vinden?’ Stam haalt Drake aan, die in 1961 een formule opstelde om de kans op ander leven in de kosmos te beschrijven. Daarin zijn allerlei variabelen opgenomen, zoals de gemiddelde snelheid waarmee sterren geboren worden, het percentage van die sterren met planeten, het deel van die planeten waar intelligent leven zich ontwikkelt en de levensduur van technologische beschavingen. Afhankelijk van de input is de uitkomst van de vergelijking dat er toch minstens zeshonderd technologische, communicerende beschavingen moeten zijn. ‘We zijn dus niet alleen, maar wel eenzaam en onvindbaar.’
Op zoek naar die ene, robuuste, unieke theorie
Professor Renate Loll is als theoretisch natuurkundige bezig met de zoektocht naar een Theorie van Alles, waarin Einsteins algemene relativiteit verzoend wordt met ideeën uit de kwantumzwaartekracht. Hoe ziet zo’n theorie eruit en wat heeft zij te zeggen over wormgaten en tijdreizen? Waar ligt de grens tussen science en fiction?
Allereerst geeft Loll een idee van de schaal waarop kwantumonderzoek zich afspeelt. We zien een foto van een vijver met waterlelies. Elke volgende foto zoomt in op een deel van het plaatje, steeds met dezelfde verkleining van factor tien. De eerste foto’s zijn duidelijk: de vijver, een lelie met een bij erop, het hoofd van de bij, zijn oog. Het zoomen gaat verder: een stukje pollen, een bacterie, daarop een virus. Nog verder: strengen DNA, DNA-structuur. Dat is 1 nanometer, 10 tot de min negende. Dan het koolstofatoom, elektronen, de nucleus, tot je bij het ‘bijna niets’ komt: protonen, quarks en gluons, elementaire deeltjes. Dan het kleinste niveau, waarop de Geneefse deeltjesversneller opereert: 10-18. Let wel: de verhouding tussen de lelie met een bij en het hoofd van de bij is dezelfde als tussen de nucleus van een elektron en elementaire deeltjes. Uiteindelijk kan de natuurkunde nog zestien ordes van grootte teruggaan tot de Planckschaal (10-35), de allerkleinste schaal die bekend is, nog voorbij de elementaire deeltjes. Hier spelen vragen over de lege ruimtetijd tússen die elementaire deeltjes.
De lege ruimtetijd tussen elementaire deeltjes: een leuk denkspelletje, maar verder niet echt boeiend, toch? Waarom zou je je bezighouden met – niets? Voor de twintigste eeuw was het volkomen gerechtvaardigd om ruimte en tijd te beschouwen als achtergrond voor interessante processen en niet als interessant op zich. Dat is het wereldbeeld van Newton: het universum bestaat uit ruimte plus tijd plus zwaartekracht. Daarbij zijn ruimte en tijd onveranderlijk en eeuwig, als een schouwtoneel waarop de zwaartekracht zijn dynamiek uitoefent.
Einstein zou het wereldbeeld totaal veranderen. Ruimte en tijd zijn innig verstrengeld, er is geen scherpe grens tussen te trekken, zo toonde hij in 1905 aan. Ruimte en tijd koppelde hij tot ruimtetijd; maar die bleef statisch en niet erg boeiend. Met de tweede revolutie van Einstein in 1915 veranderde ook dat. In dat jaar ontvouwde Einstein zijn theorie van de gekromde ruimtetijd, waarmee ook het verschil tussen ruimtetijd en zwaartekracht is opgeheven. Zwaartekracht, zo laat dit model zien, is integraal onderdeel van de structuur van de ruimtetijd zelf. Die wordt daarmee dynamisch op zich, gekromd. Geen enkele vorm van massa of energie kan ontsnappen aan die dynamiek. Zelfs lege ruimte oefent dus krachten uit op dingen die in haar worden geplaatst. De ruimte is gezegend met eigenschappen die het bestuderen meer dan waard zijn.
Einsteins theorie markeert niet het einde van de natuurkunde. Wat blijkt namelijk: op zeer kleine schaal is de klassieke theorie niet toepasbaar. Tot op millimeters gaat het goed, maar op moleculair, atomair en nucleair niveau is de zwaartekracht zo zwak dat hij niet belangrijk meer is, hij wordt helemaal tenietgedaan door andere interacties tussen deze deeltjes. De microstructuur van ruimtetijd zal er anders uit zien dan de ruimtetijd op grote schaal. Op welke manier? De ruimtetijd is op grote schaal weliswaar gekromd, maar toch vlak en glad te noemen. Op kleine schaal is hij juist verre van glad, eerder gekreukeld. Vandaar de vergelijking met schuim.
Na deze theoretische verkenning van kwantumonderzoek naar ruimtetijd komt de grote vraag: wat zegt die theorie over wormgaten? Het belangrijkste is natuurlijk dat wormgaten de mogelijkheid tot tijdreizen inhouden. Stel je een tweedimensionale ruimte voor. Door de ruimte te vouwen als een vel papier, ontstaat een shortcut. In plaats van tientallen lichtjaren, is de andere kant van het heelal nog maar een paar jaar weg.

Professor Loll vertelt over een experiment dat ze heeft opgezet om het bestaan van wormgaten te testen. Met behulp van de computer heeft ze een model gebouwd op de Planckschaal. Als voorwaarden koos ze bepaalde ingrediënten en stelde ze vast hoe die mogen bewegen. Vervolgens liet ze de ingrediënten uitdijen tot een ruimtetijd op grote schaal. Het experiment is twee keer uitgevoerd. De ene keer mogen de atomen wormgaten vormen, de andere keer niet. En wat blijkt? Als wormgaten zijn toegestaan, komen ze ook in groten getale voor. Maar alle energie gaat zitten in het maken van wormgaten, de rest van de ruimte groeit gewoon niet. Dat is niet consistent met wat we om ons heen zien. In het andere experiment, waarin wormgaten niet voorkomen, is het resultaat een universum op grote schaal dat bovendien overeenstemt met de Einstein-theorie.
Uit dit experiment komt ook de totaal bizarre, wilde aard van het kwantumschuim op de Planckschaal naar voren. De ruimtetijd is op dit niveau zozeer gekromd, dat die lijkt op gekreukeld papier, dat bovendien niet vierdimensionaal is, maar tweedimensionaal. ‘Einstein would never have believed it!’ De verzuchting van Loll klinkt even verheugd als verbaasd.
Ik moet nog even bijkomen van een maan die van de aarde af beweegt, van de nietigheid van ons sterrenstelsel en de schuimachtige vorm van materie... Gelukkig hoef ik me over één ding geen zorgen te maken: de snaartheorie met haar twaalf dimensies is alweer achterhaald.
Berlijn: van hip naar hot
30/03/09 18:43 Denk aan: Literatuur

Reactie Sire
28/03/09 15:45 Denk aan: Leven

(...) 'Zo maakt u bezwaar tegen het gebruik van het woord kankeren. Dit woord is met opzet gekozen om beter te laten voelen dat onbewust asociaal gedrag ook verbaal kan zijn. Kankeren heeft hierbij de gewone betekenis zoals vermeld in de Dikke van Dale: voortdurend mopperen. De associatie met kanker willen wij in het geheel niet maken en is volgens ons in dit geval ook niet terecht.’ (...)
Lees verder
Sire is onbewust asociaal
25/03/09 14:58 Denk aan: Leven

Kornel Esti, de enige held in dit verhaal
22/03/09 14:04 Denk aan: Literatuur

Techniek in de literatuur VII
22/03/09 12:50 Denk aan: Literatuur

Uitblinkers spelen niet buiten
20/03/09 15:58 Denk aan: Literatuur

Het succes van dit soort boeken is dat je alles op jezelf kunt betrekken. In dit geval spoken grote vragen door je hoofd. Heb ik talent? Succes? En als talent inderdaad niet bestaat, maar afhankelijk is van toeval en omgeving, zoals Gladwell betoogt, heb ik dan de kansen gekregen om talentvol te worden? Ben ik in de juiste maand geboren om alle voordelen van scholing mee te pakken? Die laatste vraag is makkelijk te beantwoorden: nee, want mei is een van de slechtste maanden om in geboren te worden, als je in elk geval op school een uitblinker wilt worden.
De interessantste notie uit het boek vind ik de 10.000 uren regel. Alle uitblinkers hebben tienduizend uur geoefend op hun vak, voor ze het zodanig beheersten dat ze erin uitblinken. Vandaar dat zoveel mensen zo goed zijn in slapen! Of ouwehoeren in de kroeg. Je gaat rekenen: heb ik iets 10.000 uur lang gedaan? Jazeker: lezen.
De 10.000 uren - oftewel tien jaren - regel werkt echter niet zo gemakkelijk. Jaar in, jaar uit flutromannetjes verslinden is niet genoeg. Anderen spreken in dit verband van deliberate practice: je moet gericht te werk gaan met het doel beter te worden. Nu durf ik wel te beweren dat ik dat in mijn geschiedenis als lezer heb gedaan. Niet om beter te worden in de techniek van het lezen (ik lees steeds langzamer bijvoorbeeld, maar ik noem dat liever aandachtiger), maar wel als het gaat om het verbreden van kennis. Door klassiekers te lezen (van die boeken waarvan altijd gezegd wordt dat niemand ze echt heeft gelezen) en hedendaagse literatuur, binnenlands en buitenlands, kortom door bewust, deliberate, mijn boeken uit te kiezen.
Grote vraag is natuurlijk: wat heb je aan 10.000 uur lezen en daar dan goed in te zijn? Geen idee, maar het voelt al heel leuk om ergens misschien wel in uit te blinken.
Eigenlijk vind ik de nadruk die Gladwell legt op succes strontvervelend, hij stoot me tegen het hoofd. Hoe hij een school beschrijft in een arme buurt in New York bijvoorbeeld, waar uitblinkers worden gekweekt (ik kan het niet anders noemen). Vergeleken bij de straatbendes, tienermoeders en drugsoorlogen zal het schoollokaal een paradijs zijn, maar op mij komt die wiskunde drill van 9 tot 5 over als een regelrechte hel. En dat terwijl ik school altijd heel leuk vond.
Dan het dedain waarmee hij spreekt over buiten spelen. Gladwell beschrijft buiten spelen als iets wat vooral kansarme of hoe dan ook arme kinderen doen, alsof je pas de deur uit gaat als je niet van 9 tot 5 op school hoeft te zitten - als je geen toneelclub, muziekles, ijshockeytraining of familieberaad hebt. Alsof buiten spelen de enige optie is voor losers. Behalve als je samen met je vriendjes in een team een technisch hoogstaande boomhut bouwt. Daar krijg ik kriebels van. Het geluk is met de dommen, zeggen ze wel eens. Maar in geluk is Gladwell dan ook niet geïnteresseerd.
Uitblinkers zet je aan het denken, over je eigen talenten, kansen en omgeving, over wat je maatschappelijk belangrijk vindt en over de bizarre rol van toeval in het leven. Daarom volgt hier niet de voor de hand liggende uitsmijter dat ik misschien maar minder boeken moet lezen. Een boek dat je aan het denken zet is altijd goed genoeg, maar een uitblinker zou ik Uitblinkers niet noemen.
Lees hier mijn recensie op 8WEEKLY, Goed genoeg.
De filles fatales van J.W. Waterhouse
16/03/09 20:21 Denk aan: Kunst

Lees verder
Treinkaartje lezen
15/03/09 20:17 Denk aan: Literatuur

Data II
10/03/09 20:30 Denk aan: Leven

10 maart was het sluitstuk van wat op Gerards verjaardag duidelijk was geworden en wat weer een half jaar eerder echt was begonnen.
In vijf jaar kan heel veel gebeuren. Niets in mijn leven is nog zoals het toen was. Dat is vreemd. Toen Gerard overleed had hij eigenlijk een andere dochter dan hij nu zou hebben gehad als hij nog leefde. Zo blijft een vijfentwintigjarige versie van mezelf op een merkwaardige manier bestaan - niet echt bestaan, maar behouden, stilgezet. Alsof er een oude versie van mij is ingekapseld in barnsteen, met zo'n vervormende gloed en golving eroverheen.
Het enige wat niet bewaard blijft is natuurlijk het geheugen. Ik weet nog dat ik heel erg mijn best heb gedaan om allerlei details van die dag (en de dagen die eraan voorafgingen) te onthouden, maar ik moet bekennen dat het niet is gelukt. Nu al niet. Wat de dokter zei en wat ik zei. Zelfs van wat ik aan had ben ik niet honderd procent zeker meer.
Gek genoeg vind ik dat niet alleen maar erg. Wat overblijft zijn namelijk een soort kernachtige herinneringen, waar je ook wel genoeg aan hebt. Hoe we op een rijtje onderaan de trap stonden. Welk weer het was (iets minder slecht dan vandaag, maar gelukkig niet heel zonnig). En dat ik een sigaret opstak om drie uur 's middags.
Toch had ik wel graag precies geweten wat er ook al weer gezegd werd door iedereen. Die stemmen komen het barnsteen niet meer uit. En als je ze toch hoort, versta je niet wat ze zeggen.
Verwassen, nooit bezeten identiteiten
09/03/09 17:57 Denk aan: Leven

Het is officieel: een boekenrubriek in L'Officiel
07/03/09 09:54 Denk aan: Schrijven

Nu in de winkel! L’Officiel! Het high end fashion magazine met een boekenrubriek verzorgd door Miriam Rasch! Op pagina 53! Nu voor maar 1 euro! Lees verder
Darwin als teaser
03/03/09 20:49 Denk aan: Wetenschap

Rasch is tevreden
28/02/09 17:36 Denk aan: Schrijven

Boksen met Arnon en Henk
24/02/09 17:54 Denk aan: Schrijven

Linksvoor, tussen bar en boxen
22/02/09 21:14 Denk aan: Muziek

Neutrino's in een twaaldimensionale kosmos
19/02/09 19:16 Denk aan: Wetenschap

Verlate, vage Valentijn
16/02/09 18:21 Denk aan: Leven

'Met Miriam.'
'Hé Miriam!'
Op de achtergrond hoorde ik hem vragen welke Miriam ze aan de lijn had.
Zij, van de hoorn afgewend, maar nog steeds duidelijk hoorbaar: 'Vage Miriam.' Lees verder
Gekostumeerd bal
13/02/09 20:56 Denk aan: Filosofie

Het voorkomen van een gespiegeld ik
10/02/09 19:15 Denk aan: Filosofie

Techniek in de literatuur VI
08/02/09 13:13 Denk aan: Literatuur

Freudiaanse verlezing
06/02/09 20:50 Denk aan: Filosofie

Jeroen zei een keer in een werkoverleg op de Denksportburelen: ‟Ja, het is een leuk broekje.” In plaats van boekje dus. Dit speelde zich af in de tijd dat wij tweeën elke minuut langs ons beeldschermen naar elkaar lachten en na werktijd stiekem gingen borrelen in Het Vervolg (geen Freudian slip, deze naam) en onszelf voorhielden dat geen van onze collega’s dit door had. Iedereen schateren natuurlijk - hihihi broekjes hahaha - ik een rooie kop en Jeroen... geen idee want ik durfde hem niet over de vergadertafel heen aan te kijken.
Maar hoe heet het wanneer je iets anders leest dan dat er staat? Een verlezing zal ik het noemen, bij deze gemunt door mij, Miriam Rasch. Je mag me ook Miami Beach noemen. Ik las op internet het volgende zinnetje in een column van Aaf: Ik ben al vaak in Miami Beach geweest. Wat las mijn megalomane oog? Juist: Ik ben al vaak in Miriam Rasch geweest. De analyse verklaar ik hierbij voor geopend. Lees verder
Een beetje calvinistisch maar vooral heel wijs
03/02/09 18:18 Denk aan: Leven

Lees verder
Even stilstaan op het web
30/01/09 21:02 Denk aan: Internet

Waarom? Bloggers bevelen dit soort sites (er bestaan er meerdere, waaronder een van Google die me minder aanspreekt) aan door te beweren dat je er tijd mee bespaart. Door Netvibes zou de internetter die per dag drie uur online zit dezelfde informatie vinden in slechts één uur. Je logt in op Netvibes, zet alle sites die je vaak bezoekt bij elkaar en kunt dus in één oogopslag zien waar er iets nieuws gepubliceerd is.
Het tijdargument klinkt altijd en overal goed, maar vaak doet het me niet zoveel. Vaak is er ook niets van waar. (Meestal bespaart een apparaat of programma tijd tot je eraan gewend raakt dat je tijd bespaart en de bespaarde tijd weer terug in het apparaat of programma stopt. Sinds de wasmachine wassen we veel vaker onze kleren, sinds de e-mail verbruiken we drie keer zoveel papier en moeten we zaken dubbel archiveren.) Zo ook in dit geval. Nu maakt dat wat mij betreft niet uit. Als de voordelen opwegen tegen de tijdbesparing, net als bij de wasmachine en de e-mail, is er niets aan de hand.
Umberto Eco schreef ergens dat hij baalt van moderne bibliotheken waar de bezoeker niet meer tussen de kasten mag snuffelen, maar het boek dat hij wil lezen moet aanvragen, waarop een medewerker het voor hem uit een depot haalt. Juist tijdens het snuffelen tussen de kasten deed hij de beste ontdekkingen, door iets te vinden waarvan hij niet wist dat hij het zocht. Is Netvibes niet een soort moderne bibliotheek die al het spannende surfgedrag om zeep helpt? Een doodlopende weg, of liever, want internet is geen weg, een streng bewaakte poort met maar een paar schietgaten?
Nee, want binnen de Netvibespagina laden de websites van je keuze in hun geheel. Daarbinnen ben je vrij om te gaan en staan waar je wil. Voor je het weet zit je weer met tien tabbladen open.
Je begrijpt: ík bespaar hier geen tijd mee. Integendeel, sinds mijn gepersonaliseerde startpagina zit ik eerder drie keer zo lang dan kort op het web. Hoe kan dat? Stel, je komt een leuke site tegen op internet. Normaal gesproken dacht ik: goh, leuke site, moet ik onthouden. Waarop ik hem vergat zodra ik op het rode kruisje klikte en de site weer verdween in de nullen en enen van de digitale doolhof. Tegenwoordig voeg ik de pagina toe aan mijn Netvibes en zie ik elke dag wat daar gebeurt. Zo krijg je elke dag meer te lezen en klikken. Dat geeft niet, want het zijn interessante sites. Zo niet, dan worden ze er weer vanaf geknikkerd. Je moet wat in huis hebben om op mijn Netvibes te mogen, ja!
Kortom: je blijft via één kanaal van alle kanalen op de hoogte. Het biedt een goed overzicht (ook in het bieden van een overzicht is overzichtelijkheid gewenst), en het is makkelijk te zien wat je al hebt gelezen of niet.
Dit klinkt allemaal heel saai. Gelukkig zijn er ook leuke extra's. Daar heb ik dan weer niet zo veel mee. Behalve met de rijkswidget. Een widget is een kleine desktopapplicatie, een programmaatje dat een onderdeel vormt van een website en waar dan bijvoorbeeld steeds het actuele weerbericht in staat of waar je muziek mee kan luisteren. De rijkswidget is een applicatie van het Rijksmuseum en het is anders dan je misschien op het eerste gehoor zou denken, een zeer coole widget.
Elke dag verschijnt er in de widget een kunstwerk uit de collectie van het Rijksmuseum, dat je kunt vergroten. Op de achterkant van het werk - en dat verhoogt het schatgraversgevoel, dat er op de achterkant van een schilderij een geheime boodschap alleen voor jou staat - staat een korte toelichting. Door op een pijltje te klikken draait het kunstwerk zich om, zodat je kunt ontdekken wat er letterlijk en figuurlijk achter schuilgaat.
Wat doe je dus? Eerst bekijk je vluchtig het doek, leest de naam en tralala. Dan draai je hem om en lees je de toelichting. Laat hem terug draaien en bekijkt hem nog eens aandachtig. Voor je het weet kijk je gemiddeld één keer per week aandachtig naar een kunstwerk - van schilderijen en bronzen beelden tot brokaten jurken en Venetiaans kristal.
In een museum schijnen mensen gemiddeld negen seconden aan een werk te besteden. Met de rijkswidget is dat al gauw een minuut. Dat klinkt weinig, maar het is een stijging van ruim 600 procent. (Heel kort naar een kunstwerk kijken geldt over het algemeen niet als iets goeds.) Een ander voordeel is dat je het niet voor het kiezen hebt. Ik had nooit gedacht dat ik Venetiaans glas interessant zou vinden. Maar jawel! Wanneer je nieuwsgierig bent geworden (en dat kan haast niet anders) en naar de website van het Rijks gaat, kom bovendien je op een prachtig vormgegeven, duidelijk geheel, waar heel wat zogenaamd moderne instellingen een puntje aan kunnen zuigen.
Zo kan het dus gebeuren dat het zogenaamd vluchtige en oppervlakkige medium dat mensen berooft van hun concentratievermogen, waar alles wordt weggeklikt als het niet snel genoeg boeit, de aandacht voor een kunstwerk zes keer langer vast weet te houden dan de ouderwetse analoge manier. En dat weer allemaal dankzij een 'gepersonaliseerde startpagina' als Netvibes, want je moet die widget toch ergens kwijt. Die pagina geeft je de mogelijkheid stil te staan op het web - paradoxaal genoeg een grote stap vooruit in de digitale revolutie.
De rijkswidget was de eerste museumwidget ter wereld en is een grandioze uitvinding. Daarmee ontdoet het museum zich ook meteen van zijn stoffige imago om rechtstreeks aan te kloppen bij een jongere generatie. Alleen een beetje jammer dat die klungelende ambtenaren er steeds voor zorgen dat we nog jaren moeten wachten voor we de kunstschatten weer in het echt kunnen aanschouwen. Het moderne, hippe en toch diepgaande en niet-door-de-knieën imago dat het Rijks met de widget opbouwt, verdwijnt zo meteen weer in het aardedonker van de bodemloze bouwput aan het Museumplein. Een gemiste kans.
Een sensatie die het leven verandert
28/01/09 15:48 Denk aan: Literatuur
Vandaag verwijs ik naar mijn artikel Een sensatie die het leven verandert, een stuk 'uit de oude doos’, enigszins geactualiseerd en herschreven. Commentaar is zoals altijd welkom.
Enjoy! Lees verder
Enjoy! Lees verder
Reflecties over een foto II
24/01/09 12:13 Denk aan: Filosofie

Reflecties over een foto I
23/01/09 18:42 Denk aan: Schrijven

Poeslief op de MacBook Pro
18/01/09 15:45 Denk aan: Leven

De toekomst van de roman volgens A.F.Th.
16/01/09 18:18 Denk aan: Schrijven

Ik ben niet onverdeeld positief. Van der Heijden is een typische babyboomer, voor wie café De Zwart aan het Spui fungeert als tweede huiskamer. Daarom is het niet verwonderlijk dat zijn beeld van de toekomst van de roman niet erg modern aandoet. Ja, deze paradoxen (verleden beschrijven om iets te zeggen over de toekomst, toekomstbeeld dat niet modern is) bedenk ik niet, en A.F.Th. ook niet. Dat laatste is natuurlijk onvergeeflijk; ze sluipen zijn tekst in zonder dat hij zich daar geheel bewust van lijkt.
Misschien zal ik later eens mijn eigen visie op de toekomst van de roman onder woorden proberen te brengen. Kruis en kraai biedt zeker aanknopingspunten, stelt interessante vragen en geeft dus antwoorden die aanzetten tot discussie. Aangezien bekend is dat de grote schrijver snel op zijn teentjes getrapt is, hoop ik niet dat hij me nu gaat beschuldigen van karaktermoord.
Lees de recensie! Lees verder
Techniek in de literatuur V
13/01/09 20:44 Denk aan: Literatuur

Meneer Cogito en het vergeten (stukje)
09/01/09 21:23 Denk aan: Schrijven

De doodstraf voor een hond
05/01/09 21:56 Denk aan: Televisie

