Beste boeken van 2009

Toen ik zag dat ik 52 boeken heb afgetikt in Bookpedia, ben ik gestopt met lezen voor de rest van dit jaar. Zo'n mooi afgerond weekgemiddelde, daar moet je verder niet aankomen. Nadere beschouwing bracht dat aantal echter op 53 (probleem van zulke programma's is dat je ze heel nauwkeurig moet bijhouden, anders heb je er niets aan). De elf niet uitgelezen of deels gelezen boeken zijn daar niet bij opgeteld.

28 boeken uit 2009 las ik (Nederlandse uitgave). Gemiddeld kregen deze boeken uit 2009 3,46 sterren. Drie boeken kregen 5 sterren, geen een boek kreeg 1 ster.

De 53 gelezen boeken ín 2009 kregen gemiddeld 3,26 sterren. Dat valt me tegen. Vijf boeken kregen 5 sterren en één boek 1 ster (deze).

Voor 8WEEKLY las ik 14 boeken, ruim één per maand dus.

Genoeg geouwehoerd, tijd voor de lijst.
Allereerst de beste boeken van 2009: Lees verder
Comments

Klinkende ikken

Bekentenissen van een zelfontwijker, luidt de ondertitel van Atte Jongstra's Klinkende ikken. Op de omslag zit Jongstra voor een dubbele spiegel die hem tot in het oneindige zou kunnen weerspiegelen, ware het niet dat de afmetingen van het boek nu eenmaal beperkt zijn. Titel en omslag doen me deugd; ze doen me denken aan mijn eigen bespiegelingen over spiegelende ikken en foto's, lenzen en aan te trekken en af te leggen identiteiten.

De inhoud van dit Privédomein wekt dezelfde indruk als de omslag: als de afmetingen van het boek niet beperkt waren geweest, had de schrijver vast tot in het oneindige door kunnen gaan met zijn bekentenissen, die in essentie de bekentenissen van een verzamelaar zijn. Voor het verzamelende ik staat de hele wereld open en ligt de oneindigheid op de loer. Lees verder
Comments

Een oneindig dunne draad

wiskundige_punt
'Mijn ritme veranderde: overdag sliep ik, 's nachts lag ik wakker. Ik begon ook last te krijgen van een soort angstvisioenen, waarbij ik het gevoel had dat alles zich samenbalde tot een compacte massa, kleiner en kleiner, tot er uiteindelijk één loodzwaar punt overbleef. Niet te harden zo zwaar. Daarna raakte de boel weer los en ontstond er een draad, die almaar dunner werd, oneindig lang en dun, en dan weer dikker en weer dunner, heen en weer...'

Herman Finkers was als kind ernstig ziek, vertelt hij in Hollands Diep. Dit angstvisioen stamt uit die tijd. Een herkenbaar visioen, dat gevoel dat je almaar groter wordt, uitdijt als het heelal, tot je opeens weer heel klein en nietig bent, als een wiskundige punt, omringd door oneindig veel andere punten. Loodzwaar inderdaad, zo zwaar dat het net zo goed licht kan zijn.

Dit zo treffend verwoorde visioen verwijst naar een gedeelde menselijke ervaring (mocht Finkers dat nog niet weten, dan verzeker ik het hem hierbij). Een vriend bekende eens schoorvoetend dat hij soms, tijdens een koortsaanval of in een heel zwaarmoedige bui, alle gevoel voor proporties verloor en daar het gevoel voor terugkreeg een lange, uitgerekte draad te zijn. Alsof je in een zwart gat gezogen wordt, dat eindeloos, aan alle kanten aan je trekt, je verplettert onder een enorm gewicht. De deegroller van het niets. Zwarte materie. Er hoorde ook een marcherende stoet bij, van talloze andere draden, die tegelijk reusachtig veel groter en microscopisch veel kleiner waren. Ook dat herken ik. Eenmaal had ik dit visioen als klein kind en vertaalde de hoeveelheid draden of punten of zwarte gaten in Chinezen, omdat ik kort tevoren had geleerd hoeveel er daarvan leven. Meer dan een miljard.

'De angst dat een klein wollen draadje, dat uit de rand van de deken steekt, hard zal zijn, hard en scherp als een naald; de angst, dat dit kleine knoopje van mijn nachthemd groter is dan mijn hoofd, groot en zwaar; de angst, dat dit broodkruimeltje, dat nu van mijn bed valt, van glas is en in duizend splinters zal stukspringen op de grond, en de beklemmende vrees, dat daarmee eigenlijk alles gebroken zal zijn, alles en voorgoed; de angst, dat het strookje papier van een opengescheurde envelop iets verbodens is, dat niemand zien mag, iets onbeschrijflijk kostbaars, waarvoor geen enkel plekje in de kamer veilig genoeg is; de angst, dat ik, als ik in slaap val, het stuk steenkool zal inslikken dat voor de kachel ligt; de angst, dat er een of ander getal in mijn hersens zal beginnen te groeien, tot het geen ruimte meer in mij heeft; de angst, dat het graniet is, grijs graniet, waarop ik lig; de angst, dat ik zou kunnen schreeuwen en dat men dan voor mijn deur zou gaan samenscholen en haar ten slotte openbreken; de angst, dat ik mij zou kunnen verraden en alles zeggen, waarvoor ik bang ben; en de angst, dat ik niets zou kunnen zeggen, omdat niets is uit te spreken, - en de andere angsten... de angsten.'

Rilke voegt met deze beschrijving van het visioen, uit Het dagboek van Malte Laurids Brigge, nog iets toe: wol. Voor mij hebben wollen pluisjes evengoed met het visioen te maken. Daarom is die eerste zin ook zo treffend. Maar wat wol ermee te maken heeft? Misschien is het de structuur: wol vormt eenheid, maar vol lucht (lege materie) en die piepkleine pluisdraadjes die eruit steken zijn nu eenmaal onverdraaglijk. Op de kleuterschool hadden mijn vriendinnetjes en ik eens voor de grap een vel papier versnipperd en in de lucht gegooid. Het sneeuwt! De juf was boos. We moesten alle snippertjes een voor een oprapen van de vloer. Nog steeds voel ik het kippenvel dat de pluizige vloerbedekking mij gaf, toen ik met duim en wijsvinger die snippertjes probeerde te pakken. Een vormende ervaring.

Hoe het visioen te verklaren, deze gedeelde menselijke ervaring (vier casussen, uit drie landen, drie generaties en twee sekses)? Het uitdijende heelal, de zwarte gaten en de microscoop wijzen een mogelijke weg om het visioen te duiden. Het gaat om afstand. De allergrootste afstand - die tussen sterrenstelsels en tot aan het einde van de ruimte; en de allerkleinste afstand - van deeltjes die ontsnappen aan alle natuurwetten en op verschillende plekken tegelijk kunnen bestaan. De mens, wij, staan daar precies tussen. Het allergrootste verhoudt zich zo tot het allerkleinste, met de mens als gemene deler. Maar soms dringt de afstand zich aan ons op, hij trekt aan ons van beide kanten, duwt ons weer samen, maakt ons plat, verplettert ons. Niet alleen tegenover het immense staan we nietig; ook tegenover het piepkleine. Niet eens pluisjes, maar draadjes die uit het pluisje steken. (Niet voor niets beschrijft de astronomie de ruimte als 'schuim'.) Als we bestaan uit deeltjes die op meerdere plekken tegelijk bestaan, wie zijn we dan? De singulariteit trekt aan ons. Het is de ervaring van de onmogelijke mogelijkheid van oneindigheid.

Het laatste woord is aan Rilke: 'De werkelijkheid is langzaam en onbeschrijflijk uitvoerig.'



Bookmark and Share
_________________________________________________________________________________

Gerelateerde artikelen:
Comments

Pessimisten zijn niet intelligent, maar ongelukkig

Om pessimisme hangt vaak een aura van intelligentie en ervarenheid - reden genoeg om jarenlang mijzelf een pessimist te noemen. Tot ik erachter kwam dat het gewoonweg niet waar was en ik tot mijn schaamte moest bekennen een optimist te zijn. Nu ben ik er trots op. Was ik niet zo optimistisch dan zou ik bijna een hekel krijgen aan al die zwartkijkers die nog steeds denken intelligenter en ervarener te zijn. Het enige wat ze zijn is ongelukkiger. Lees verder
Comments

Favoriete platen van 2009

1. Ghinzu - Mirror Mirror
2. Sonic Youth - The Eternal
3. Portugal. The Man - The Satanic Satanist
4. Arctic Monkeys - Humbug
5. Kasabian - The West Ryder Pauper Lunatic Asylum
6. Port O'Brien - Threadbare
7. The xx - xx
8. Who Made Who - The Plot
9. Peter Doherty - Grace / Wastelands
10. Jack Peñate - Everything Is New
11. Alberta Cross - Broken Side of Time
12. Grizzly Bear - Veckatimest

Ik vond 2009 niet echt een spectaculair muziekjaar. Daarom zijn dit ook niet de 'beste' platen, maar 'favoriete' platen. De eerste zeven vooral. Maar zeven is zo gek. Tien lukte weer niet. Zoals wanneer je een feestje geeft en weet dat als je Pietje uinodigt, je Jantje ook moet vragen. Maar met Jantje komt Keesje en voor je het weet zit je huis vol.

Enjoy! Lees verder
Comments

Verliefd op een grizzly beer

grizzly_man
Naaktslakken die gezellig een dutje doen welterusten wensen: het bleek op vakantie een handige manier om met beesten om te gaan die eigenlijk je walging oproepen. Aan de andere kant van het spectrum vinden we Bamse, de poes met een crush op de laptop: hoe schattig! Maar hoe zit dat met beren? Niet teddyberen, maar levensechte grizzly beren? Kun je die ook welterusten wensen als ze een dutje gaan doen? Als je zegt dat zij een oogje op elkaar hebben, werkt dat dan? Of is dat domweg gevaarlijk? Lees verder
Comments

Metadromen

treinrails
Iemand hield me in een houdgreep in mijn bed. Met een kreet schoot ik los en werd wakker. Het was een droom. Nee wacht: het was een metadroom, want ik lag in een ander bed in een andere kamer en eigenlijk hield niemand me in een houdgreep, maar die niemand was er toch. Ik werd weer wakker, nu echt.

Iedereen heeft wel eens gedroomd dat ie bijna dood ging. Ik lag eens in mijn droom op treinrails, hing aan de perronrand en probeerde met alle macht mezelf omhoog te hijsen. In de verte zag ik een trein met een onthutsende snelheid op me afkomen. Ik was zo dichtbij het veilige perron, maar het lukte niet me te bewegen. Eerder ontglipte de perronrand me, nog even en ik moest hem laten gaan. Het is maar een droom, het is maar een droom, riep ik in mezelf, maar toch was ik bang. Ik riep het zo lang en hard tot ik wakker werd - net voor de trein over me heen zou denderen. Lees verder
Comments

Viermaal Marcel Proust

'De nieuwe vertaling van Marcel Prousts "De kant van Swann" biedt een mooie (hernieuwde) kennismaking met deze klassieker. Twee boeken over Proust vergezellen de uitgave. Samen met de eerder verschenen vertaling van "Tegen Sainte-Beuve", maakt dat van 2009 een echt Proustjaar.

Het is altijd een vreemde gewaarwording om gevleugelde uitspraken en wereldberoemde scènes tegen te komen in hun oorspronkelijke omgeving. Als je Hamlet leest struikel je bijna over het 'To be or not to be’. Het staat er echt, denk je verbaasd. Ook Marcel Proust heeft zo’n scène aan de literatuur toegevoegd: die waarin een madeleine gedoopt in lindebloesemthee herinneringen wakker maakt en een romanuniversum geboren laat worden.'

Mijn poging nieuwe zieltjes te winnen voor de grootmeester: Viermaal Marcel Proust op 8WEEKLY.

Bookmark and Share
_________________________________________________________________________________

Gerelateerde artikelen:
Comments

Vaste dienst

Vandaag werk ik een jaar bij Studium Generale. Dat betekent dat ik sinds vandaag in vaste dienst ben. Daar ben ik blij mee. En het geeft me de creeps. Lees verder
Comments

Fjodor Dostojevski. Mensen zijn dom en slecht

levenskunst
Wat kunnen we leren over ons eigen leven van een negentiende-eeuwse, Russische schrijver, die ter dood veroordeeld werd, op het laatste moment genade kreeg en naar Siberië werd verbannen, die vuistdikke romans schreef over moorden, gepleegd vanuit theorieën die de Nietzscheaanse Übermensch voorafschaduwen? Dostojevski laat ons door zijn schrijven ervaren wat het betekent om te leven in een wereld waarin God niet bestaat. Hij geeft geen antwoorden, maar dwingt de lezer een standpunt in te nemen. Een filosofische houding die steeds opnieuw aandacht verdient.

Misdaad en straf
Raskolnikov is de hoofdpersoon van het meesterwerk Misdaad en straf. Hij pleegt een moord op basis van het onderscheid tussen gewone en buitengewone mensen. De laatste zijn zeldzaam: genieën als Pasteur, profeten als Mohammed of staatslieden als Napoleon. Raskolnikov stelt de vraag of een buitengewoon mens het recht heeft om een ander uit de weg te ruimen bij het verwezenlijken van zijn grote idee. Had Napoleon het recht om duizenden soldaten op te offeren? En: is Raskolnikov zelf een buitengewoon mens? Natuurlijk denkt hij van wel. Hij wil het bewijzen, en wel door middel van een moord.

In de roman staan twee typen moraal tegenover elkaar: de Übermenschtheorie en de gemeenschapszin. De eerste wil dat de mens boven zijn medemensen uitstijgt en zich ontwikkelt tot een uniek individu. De gemeenschapstheorie vraagt juist van de mens op te gaan tussen de anderen. Dostojevski laat de twee theorieën botsen door de idee van de Übermensch te criminaliseren. Hij associeert die de hele tijd met moord, duisternis en straf. Toch geeft hij geen eenduidig oordeel en de uitslag van de botsing blijft onzeker. Het is aan de lezer om te beslissen waar het gelijk ligt.

De gebroeders Karamazov Ook in De gebroeders Karamazov schrijft Dostojevski over een moord, gepleegd op grond van een theorie. In dit geval: ‘Als God niet bestaat is alles geoorloofd.’ Er volgt uiteindelijk een veroordeling – of dat van de echte moordenaar is of niet laat ik in het midden. Voor de gemeenschap is de moord vergolden.

Weerlegt Dostojevski met zijn roman dan de theorie ‘Als God niet bestaat is alles geoorloofd’? Zo eenvoudig is het niet. Net als bij de Übermenschtheorie criminaliseert Dostojevski de gedachte dat God niet bestaat. Hij associeert die steeds met moord en doodslag. Maar wat betekent die theorie, los van bloedvergieten? Als God niet bestaat is de mens volstrekt vrij. Een gedachte die niet alleen vooruitloopt op de filosofie van Nietzsche, maar ook op het existentialisme van Sartre.

Het verhaal van de Grootinquisiteur Via het verhaal van de Grootinquisiteur legt Dostojevski de vraag neer of wij de vrijheid wel willen. De last van de vrijheid is zo zwaar dat we hem niet kunnen tillen. Om waarlijk vrij te zijn moet je afstand doen van eten, geloof en autoriteit. Alleen als we alle houvast kunnen loslaten, zijn we vrij. Maar dat leidt tot angst, onzekerheid en schuldgevoel. En het zal je niet geliefd maken. Vrijheid heeft een hoge prijs. Stel jezelf de vraag: willen we die vrijheid wel? Kunnen we de vrijheid aan? Ben je in staat afstand te doen? Willen we dat ook wel? Waarom zouden we niet kiezen voor autoriteit en geloof? Dostojevski geeft geen antwoord. Hij laat de beslissing aan de lezer over. Een belangrijke denker, ook in deze tijden waarin vrijheid het brandpunt van veel discussie vormt.

Kijk de lezing van Maarten van Buuren over Dostojevski terug.



Bookmark and Share
Comments

Dostojevski en data

8 december. Vorig jaar schreef ik over de verjaardag van mijn vader, die sinds zes jaar steeds verwijst naar de laatste verjaardag Data I. Vanavond presenteer ik de allerlaatste lezing van het najaarsseizoen bij SG, over Fjodor Dostojevski. Toen mijn vader ziek was, in de maanden tussen 8 december en 10 maart (Data II) las ik De gebroeders Karamazov. Dostojevski is daarom op de een of andere manier verbonden met die tijd. Hoe Dostojevski appeleert aan het morel gevoel - het thema van vanavond - heb ik meerdere malen proberen te beschrijven (Epifanie en epilepsie, Laatste ogenblikken van een terdoodveroordeelde, De biecht van Ippolit). Deze dag is een combinatie van al deze stukken. Lees verder
Comments

Szymborska, De ontdekking

szymborska
Vorige week zondag rond deze tijd zat ik met mijn moeder in Theater Bellevue te Amsterdam, klaar voor de voorstelling Szymborska! Twee actrices en een muzikant brachten gedichten van Wisława Szymborska ten gehore, in de vertaling van mijn vader (Gerard Rasch). Het was een leuke middag, veel boeiender dan een standaard saaie poëzievoordracht. Dat is natuurlijk ook niet zo heel moeilijk. Lees verder
Comments

Pavement en/of Beyonce

pavement
Pavement komt naar Nederland! Toen ik dit hoorde was ik zo blij dat ik achter mijn computer riep: 'Joehoe!' Ik rende de gang op om mijn blijdschap met iemand te delen. Maar op de Universiteitsgang waar ik zit, kent niemand Pavement. Nu is dat ook niet zo gek, want ze zijn tien jaar uit elkaar geweest en - aldus Wikipedia - ze hebben nooit commercieel succes gekend. Maar ze hadden wel een 'significant cult following', voor wie de aangekondigde tournee dus jubelnieuws is. Lees verder
Comments

Stilte

Het is vaak een rommeltje in mijn hoofd, een rommeltje van geluid. In het achterhoofd klinkt een liedje, de frontaalkwab huist futiele gedachtes die gaan over koffiezetten en oversteken, en rond de stam draait een langzame, donkere kolk van levensvragen, zonder veel woorden, maar met een aanhoudende ruis.

Juist daarom houd ik van een heel speciale uitvinding: stilte. De stilte die ontstaat als je je mond houdt. Dat is best moeilijk. Luister naar de mensen om je heen en je merkt meteen dat bijna niemand het vak beheerst van stil te zijn.

Als je stil bent, is het alsof woorden en beelden rustig neerdalen, als afgevallen bladeren die door elkaar wervelen tot de wind gaat liggen. Pas als ze stil liggen, kun je ze echt bekijken en tot je door laten dringen. Stil zijn is tijd geven.

Nu is af en toe je mond houden iets anders dan uren achtereen de stilte toe te laten, dat geef ik toe. Toch hangen ze samen; het ene kan niet zonder het andere bestaan, het ene is een voorbode van het andere.

Zelf ben ik ook geen volleerd stiltekunstenaar. Mijn eerste lessen leerde ik tijdens sollicitatiegesprekken. Dat klinkt prozaïsch en misschien ook merkwaardig, maar juist op een sollicitatiegesprek is het essentieel om jezelf tijd gunnen stil te zijn. Hoe makkelijk is het niet om direct nadat een vraag is gesteld te beginnen met praten, zodat je geen antwoord geeft op de vraag, maar alleen de stilte opvult met geluid.

Als je het eenmaal een beetje onder de knie hebt, dwingt het ook respect af, heb ik gemerkt. Stil zijn getuigt van lef. Er is een kleine zelfoverwinning voor nodig om je mond te houden, al is het maar vijf seconden. Misschien zijn de meeste mensen bang om tijd verspillen. Of om niet gehoord te worden. Toch word je een stuk beter gehoord na vijf seconden stilte. Het kost niet veel, tijd is een gecondenseerd product en respect in die zin goedkoop. Stil zijn is tijd geven, aan jezelf.

Eén keer voerde ik het te ver door, toen was ik zo lang stil dat men dacht dat ik een black-out kreeg. Het is een kunst, die je lang moet oefenen voor je hem beheerst. Zes seconden kan al te veel zijn en een ongemakkelijke situatie veroorzaken. De stiltekunstenaar is noodgedwongen een autodidact.

Laatst kwam ik erachter dat stil zijn niet het hoogste is dat je kunt bereiken. Voorbij de stilte ligt een nog veel moeilijker kunst om te leren: spreken. Spreken? Ja, spreken, zonder stopwoordjes en zinloos gebabbel, het spreken dat volgt op de stilte. De grootste stiltekunstenaars zijn redenaars. Zij hebben hun gedachten zo op orde dat ze zonder stil te vallen en zonder prietpraat spreken. Hun rommeltje is opgeruimd.

Zover ben ik nog niet. Voorlopig geniet ik van de stilte, van het kijken naar de neergedwarrelde bladeren in mijn hoofd.

[verschenen als column in Radboud info 82, december 2009] Lees verder
Comments

Abandoned images



Ik legde mijn koffer op een van de tafeltjes. Ze waren allemaal leeg. Ik klapte in mijn handen. Geen antwoord. Ik keek in de aangrenzende zaal, die groter en lichter was. Deze was naar buiten toe open, een groot venster of een loggia bood uitzicht op het mij reeds bekende landschap dat met al zijn diepe droefenis en berusting in de omranding van het kozijn een treurmemento werd. Op de tafelkleden zag ik de restjes van een pas genoten maaltijd, ontkurkte fessen en half leeggedronken glaasjes. Hier en daar lagen zelfs nog fooitjes die het personeel niet had opgepakt. Ik liep terug naar het buffet en bekeek de taartjes en pasteitjes. Ze zagen er uitermate appetijtelijk uit. Ik vroeg me af of het betaamde jezelf te bedienen. Ik voelde een enorme gulzigheid opkomen. Vooral een bepaald soort zandgebakje met appelmarmelade deed me watertanden. Ik wilde al een van die gebakjes met het zilveren schepje oplichten, toen ik iemands aanwezigheid achter me voelde. Het kamermeisje was op stille pantoffels binnengekomen en beroerde met haar vingers mijn schouders. 'De dokter kan u ontvangen,' zei ze terwijl ze haar nagels bekeek.

Uit: Bruno Schulz, 'Sanatorium Clepsydra' (Verzameld werk)



Uit
The Shining Lees verder
Comments

Gedachtekunst: de bosrand

bosrand
Het mooie van gedachtekunst is dat het onmogelijk is. Een herinneringsbeeld dat toch nooit te realiseren is, noch op het doek, noch op film, noch op papier. In het beeld dat ik achter mijn hersenpan zie verrijzen, zitten zoveel associaties en indrukken verborgen dat die nooit een enkelvoudige uitdrukking zouden kunnen vinden. Van boeken, ervaringen, geuren en ook van dingen waar ik zelf geen weet van heb. Waarom dan toch gedachtekunst bedrijven? Omdat het soms leuk is om je met iets zinloos bezig te houden, dat puur particulier is, maar misschien in iemand anders een eigen puur particulier gedachtekunstje doet ontstaan. Vandaag: de bosrand. Lees verder
Comments

Marcel Proust en zijn iPhone

theatrofoon
En eindelijk hoor ik er ook bij: de iPhone-club. Ik heb er al ruim een jaar aan mogen ruiken via Jeroen, maar nu heb ik mijn eigen. Toentertijd vroeg ik me wanhopig wanneer mijn abonnement zou aflopen, maar ik heb besloten dat niet af te wachten en er gewoon een aan te schaffen. Tweedehands, dus met een bijgeleverde startpagina waarop bepaalde dames met weinig tot geen kleding in bepaalde weinig tot niets verhullende standjes te zien zijn en met een paar foto's van iemand met een gasmasker op. Lees verder
Comments

Notities van een synestheet

Druilerig weer, een week vrij en gedachten over een gigantisch bouwwerk dat nog geen fundering heeft: de ideale ingrediënten om eindelijk eens het project Notities digitaliseren tot een einde te brengen. Langer dan een jaar geleden schreef ik er voor het eerst over, maar nu kan ik zeggen dat mijn Notebook up-to-date is met mijn notitieboekje. 226 digitale blaadjes met geniale citaten, gedachten en invallen - en met hier en daar een confidentie, een wanhopige uithaal of liefdesverklaring. Een fundament, mag ik wel zeggen, is gelegd. Lees verder
Comments

Driemaal ik

Voor de cursus Wetenschapsjournalistiek die ik sinds kort volg, moeten we elke week een 'ikje' schrijven. Het ikje is een rubriek in NRC, gevuld met korte anekdotes van lezers. Maximaal 120 woorden en een leuke pointe: het lijkt makkelijker dan het is. Oordeel zelf: Lees verder
Comments

De filosofie van de heuvel

De filosofie van de heuvel lijdt onder een bekend probleem in de literatuur: mooie landschappen en een gelukkige liefde gaan op den duur vervelen. Het zijn de diepe dalen waar je als lezer in vast wilt komen te zitten. Beklimming en afdaling zijn in dit boek in balans, zoals de finale filosofie van de heuvel dicteert. Dat is fijn voor Pfeijffer en zijn lief, maar een beetje saai voor de lezer.

Lees verder op 8WEEKLY... Lees verder
Comments

Gesprek in het rookhok

rookhok
De enige plek in Tivoli waar je kunt zitten is het rookhok, dus na een concert lang schudden met de billen, ging ik in het rookhok zitten roken. Nauwelijks geïnstalleerd in een hoekje van de lange bank, boog mijn buurman zich naar me toe. Of ik helemaal alleen ging zitten roken. Nou, ja. Overigens, benadrukte ik nog maar eens, ging ik vooral zitten en was het roken een noodzakelijke, ongevraagde bijkomstigheid. We rookten. Of hij ook bij De Jeugd was geweest? Nee, alleen Pop-o-matic. O god, ja, het was immers donderdagavond, studentenavond, Pop-o-maticavond. Ik ben op de allereerste Pop-o-matic geweest, tien of elf jaar geleden, en heb daarna jarenlang elke donderdagavond in Tivoli rondgehangen. 'Ik ben al een hele tijd niet op Pop-o-matic geweest,' vatte ik hardop mijn mijmeringen samen. 'Ik moet meestal op vrijdag werken.' Lees verder
Comments

Het fluïdum van de roem

'Op de vraag wat ik later wilde worden, antwoordde ik altijd: de kleine zeemeermin.' We lachen om deze schattige bekentenis van mijn collega. 'Ik antwoordde altijd: beroemd' voeg ik toe. En dat is zo, ik wilde beroemd worden. Liefst als actrice. Toen ik eenmaal door kreeg dat beroemde actrices dag en nacht achtervolgd worden door viezeriken met een telelens, dat ze altijd hun make-up tip top in orde moeten hebben, en dat de beroemde acteurs met wie ze omgaan eigenlijk heel dom zijn, wilde ik geen actrice meer worden. Beroemd, dat nog wel. Lees verder
Comments

Lummelen of tijdverspilling II

kuijer_hoe_word_ik_gelukkig
Ligt het aan de milde tot zware herfstdepressie waar iedereen last van lijkt te hebben dat het lummelen, vervelen en op de bank liggen steeds van zich doen horen? Joke J. Hermsen pleitte voor een herwaardering van het nietsdoen. Je onderdompelen in de verveling met de voeten omhoog. Daar is Guus Kuijer niet van gediend. Ongerichte lamlendigheid leidt nergens toe, zo stelt hij in zijn 'zelfhulpboek' Hoe word ik gelukkig? Een opvallend meningsverschil dat zij met elkaar voeren - niet echt met elkaar, maar in mijn hoofd omdat ik toevallig hun boeken tegelijk aan het lezen ben. Toch denk ik dat ze het meer met elkaar eens zijn dan ze zelf misschien weten.

Verstrooidheid, schrijft Kuijer, is niet afwezig zijn maar juist 'inwezig'. Iemand die er schijnbaar met zijn gedachten niet bij is, verstrooid is, is juist heel erg gericht op iets. Iets uit het (nabije) verleden dat in zijn gedachten blijft hangen en dat hij niet van zich kan afzetten. Verstrooidheid is daarom goed: het is een teken van concentratie. Alleen het woord is niet goed, omdat verstrooiing niet alleen lijkt te verwijzen naar een versnipperde aandacht, maar ook naar hersenloos amusement (in de zin van 'verstrooiing bieden').

Kuijer zegt het zelf niet met zoveel woorden, maar hij toont zich in zijn boek een duidelijk voorstander van de deliberate practice. Mensen, kinderen vooral, moeten een interesse ontwikkelen, een gerichtheid op één punt en alles in het werk stellen om zich op dat punt te verdiepen. In het geval van kinderen is het de taak van de school en van onderwijzers om de omstandigheden te creëren waarin het kind zijn interesse kan ontdekken en verder kan ontwikkelen, liefst tot het een passie is. Zo'n kind zal als alles goed gaat een verstrooide volwassene worden.

Hoe valt dat te rijmen met de lofzang van Hermsen op de verveling en het zalig niets doen? De overeenkomst zit 'm in het resultaat, niet in de weg ernaartoe. Want ook bij Hermsen lijkt het toelaten van verveling niet geheel belangeloos: je laten overspoelen door de tijd is een voorwaarde voor creativiteit en inspiratie. Uit de verveling komen ideeën voort. Zomaar lamlendig op de bank hangen is dus niet de bedoeling. Ook daar is een gerichtheid gewenst, een concentratie die zich precies concentreert op de verveling zelf. Zonder concentratie vloeien de inzichten en goede ideeën ook maar langs je heen - dan kun je je net zo goed laten verstrooien door een amusementsprogramma op tv.

Beiden zijn het er dus over eens dat je je niet moet laten meeslepen door de waan van de dag, maar je eigen weg moet volgen. Bij Hermsen is dat vooral 'je eigen tijd volgen', bij Kuijer gaat het om je eigen interesse. Dat is het antwoord op de vraag hoe je gelukkig wordt. Je eigen tijd volgen betekent je overgeven aan het niets, aan reflectie en intuïtie, waaruit ideeën, kunst en herinneringen ontstaan. Kuijer benadrukt juist de werklust, die gericht is op íets. Maar ook die is gefundeerd in reflectie, kunst en herinneringen. Overgave en concentratie is waar het beiden om te doen is: aan iets of aan niets, aan werk of aan ledigheid - dat maakt gek genoeg niet zo heel veel uit.

Lees ook Lummelen of tijdverspilling I



Bookmark and Share
Comments

Goed genoeg gemoed

geraamte_huis
Zat ik eergisteren nog existentieel te walgen achter mijn bureau, twee dagen later zijn de klusjes geklaard. Zoals dat wel vaker gaat, is een diep dal nodig om hoge pieken te bereiken (excuus voor deze tegelwijsheid). Vandaag heb ik de subsidieaanvraag mét zelf in elkaar gedraaide begroting en plenning persoonlijk overhandigd op het bureau van het Universiteitsfonds. Toch ruim een dag voor verstrijken van de deadline. Sindsdien loop ik met knikkende knieën rond, dus ik hoop dat ze snel uitsluitsel geven. Als ik mijn retorische, begrotende en plennende krachten goed genoeg heb ingezet, als ik met andere woorden het geld binnensleep, mag ik een groots en meeslepend project gaan leiden. Oioioi. Lees verder
Comments

Over plannen en vrolijke chaos

rubik_cube
Ik heb een hekel aan plannen maken. Ik bedoel: ik ben dol op plannetjes maken, dromen over allerlei grootse ideeën, onmogelijke projecten opstarten zonder einde in zicht, hele levens ontwerpen voor mezelf en anderen, reisgidsen lezen van A tot Z en denken dat ik alle interessante plaatsen ook ga aandoen. Maar dat is iets anders dan plannen maken, realistische schema's om je aan te houden. Ik kan het, heus, maar heb er gewoon een grondige afkeer van. Ik merk een soort existentiële walging in mijn borstkas zodra ik moet plannen (als in plennen) en dat is niet eens heel erg overdreven. Plannen is het obstakel op de weg voor de vrolijke chaos van het begin. Lees verder
Comments

Nietzsches ‘dood van God’ maakt de weg vrij voor een authentieke levenskunst

levenskunst
Friedrich Nietzsche staat wel bekend als ‘de filosoof met de hamer’. Zijn uitspraak ‘God is dood’ is zelfs op T-shirts terug te vinden. Nietzsche is ook te lezen als filosoof van de levenskunst, waarbij het gaat om zelfstilering en bevestiging van het leven. Hoe zijn deze twee interpretaties met elkaar te rijmen? Joep Dohmen gaf in zijn lezing voor de serie Levenskunst vorig najaar een grondige inleiding op Nietzsches moraal en op de oproep tot zelfverwerkelijking die daar nog steeds van uitgaat.

Nietzsche onderscheidt twee soorten moraal: aan de ene kant de antieke levenskunst die bestaat uit zelfstilering, aan de andere kant de christelijke moraal die gebaseerd is op het gehoorzamen aan de wet. De christelijke moraal is in de loop van de eeuwen dominant geworden. Nietzsche noemt de twee de ‘slavenmoraal’ en de ‘herenmoraal’. Voor hem zijn ze niet neutraal; de herenmoraal schrijft hij hoger aan. Mensen, heren en slaven, zijn ongelijkwaardig aan elkaar. (Zie ook Twee soorten moraal: Voorbij goed en kwaad, Boek IX, 260.)

Nietzsches filosofie is een analyse van de moderniteit, die zich kenmerkt door emancipatie en gepaard gaat met onzekerheid en twijfel. Autoriteiten hebben afgedaan en gemeenschappelijke doelen bestaan niet meer. Ondertussen blijft de moraal traditioneel, door en door christelijk – een slavenmoraal. Niet echt een moraal die de mens helpt emanciperen. Mensen zoeken altijd veiligheid en garanties, die ze helpen bij hun onzekerheden. Maar dat werkt je eigenlijk alleen maar tegen. Het gaat erom jezelf te ontwikkelen tot een persoonlijkheid, die ‘ja’ zegt tegen het leven en je niet als een slaaf te conformeren aan de groep.

Nihilisme is het meest extreme gevolg van het verval van tradities. Er is geen enkel leidend, absoluut principe. De uiterste consequentie van het nihilisme is de dood van God. (Zie ook De dolle mens, De vrolijke wetenschap, 125.) Toch betekent Nietzsches nihilisme niet dat hij een cultuurpessimist is. De dood van God biedt de mogelijkheid van een nieuw begin en maakt de weg vrij voor een authentieke levensstijl, oftewel een terugkeer naar de antieke herenmoraal.

Waaruit bestaat die levenskunst van zelfstilering? Er is geen set van gegeven waarden waar je je aan moet conformeren. Het gaat om het zoeken en scheppen van je eigen waarden. Op basis daarvan kom je dan tot een gestileerd karakter. Zelfkennis, oefening, het bezit van smaak om goed en slecht te beoordelen, het hebben van een doel zijn onderdelen daarvan.

Nietzsche past hiermee in de reeks filosofen die authenticiteit voorop stellen. De hedendaagse filosoof Charles Taylor heeft het streven naar authenticiteit in onze postmoderne tijd tot thema gemaakt. Kijk hier de hele lezing over Nietzsche terug.



Bookmark and Share
Comments

Lummelen of tijdverspilling I

'Efficiënt op de bank liggen,' wordt het in een artikel in Vrij Nederland genoemd. Oftewel: dagdromen, reflecteren, mijmeren, rust nemen, tijd geven. Je kunt ook zeggen: lummelen. Dinsdag hield Joke J. Hermsen bij Studium Generale een pleidooi voor een langzame toekomst, naar aanleiding van haar boek Stil de tijd. We moeten weer meer in verbinding komen met onze innerlijke tijd en losbreken uit de ketenen van de kloktijd. Juist omdat er in het regime van de klok geen tijd is (gek genoeg is er van kloktijd altijd te weinig) om na te denken, te herinneren, zelfkennis op te doen.

Nu ben ik helemaal vóór nadenken, herinneren en zelfreflectie. Maar ik ben allergisch voor lummelen. Wekelijks heb ik discussies over het 'op de bank liggen' wat in mijn ogen nooit efficiënt is. Zelf probeer ik wel eens overdag op de bank niets te doen, maar het lukt me nooit. Hoe kan dat?

Volgens mij is lummelen ook niet hetzelfde als 'efficiënt op de bank liggen'. Want dat laatste behelst nog steeds een zekere activiteit: lezen (of tenminste bladeren in een boek), muziek luisteren of herinneringen ophalen. Ook dat laatste is een heel actieve gebeurtenis - lees Proust er maar op na. Het vereist misschien ontspanning om een herinnering tot je te laten komen - de sluisdeuren open te zetten zogezegd - aan de andere kant is er weer een grote inspanning voor nodig om de herinnering vast te houden. Dan mag het lijken op lummelen, er wordt hard gewerkt.

En toch: ik heb soms de wonderlijkste tijdervaringen, alsof ik buiten de tijd kom te staan of een sprong maak naar het verleden. Maar dan lig ik niet op de bank, dan zit ik op de fiets of ik sta voor het podium naar een band te kijken. Ook Proust, die weliswaar heel vaak in bed ligt (of op de bank hangt, maar dat klinkt zo ordinair), wordt toch juist door zijn spontane herinneringen overvallen op de ongemakkelijkste momenten: aan het ontbijt, aan de wandel, wachtend tot hij in de salon mag binnengaan.

Zou het niet juist nodig zijn om wel actief te zijn, maar zonder dat je erbij na hoeft te denken? Want dat is wat al deze gevallen gemeen lijken te hebben: fietsen over de weg die je elke dag fietst. Wachten. Naar een bandje kijken. Bladeren. Dan wordt de geest niet afgeleid door de vraag wat het lichaam moet gaan doen en kan het zich richten op zichzelf.

Blijft de vraag waarom ik zo allergisch ben voor 'op de bank hangen'. Dat heeft te maken met een heel diepe eigenschap die ik onlangs bij mezelf heb ontdekt: mijn afkeer van verspilling. Maar daar moet ik het een andere keer over hebben.



Bookmark and Share
Comments

Publieke vijanden corresponderen

houellebecq_levy
Bestaan ze nog, mensen die elkaar brieven schrijven, met andere woorden corresponderen? Het zal een kunst zijn die steeds minder mensen beoefenen (misschien ook niet, veel meer mensen communiceren tegenwoordig veel meer, het kan heel goed zijn dat het aantal dat correspondeert absoluut gezien hetzelfde blijft). Dat het een kunst is, bewijzen Michel Houellebecq en Bernard-Henry Lévy in hun gebundelde brieven Publieke vijanden. Zelden krijg je een inkijk in twee hoofden die zo erudiet zijn, zo open, zo onbescheiden en onzeker tegelijk, zo verschillend en identiek op hetzelfde moment. Met aanhoudende bewondering (u kent het wel, dat de adem oppervlakkig wordt omdat je je leesritme niet wilt storen en in je hoofd een langgerekte 'shiiiiiiiiiiit') las ik de brieven die bol staan van namen die me niets zeggen, affaires die ik niet ken, Franse gebruiken die voor mij een lege huls zijn. Maakt niet uit en omdat het niet uitmaakt is het kunst. Lees verder
Comments

Impressionistische kritiek

Er is een nieuwe recensiesite in de lucht: de Reactor. Op internet zag ik een interview met een lid van de redactie en een recensent: Patrick Bassant en Johan Sonnenschein. Een leuk interview, vooral omdat ik hen ken van vroeger. Sterker, met Johan Sonnenschein had ik ooit een discussie over proza en poëzie waar ik al eens over schreef: "Uiteindelijk kom je bij de poëzie uit, zei hij, omdat daar de taal het meest op het spel staat. Daar draait het om. Ik moest even nadenken. Uiteindelijk kom ík bij de roman uit, antwoordde ik toen, omdat daar de mens op het spel staat. Dat is waar het voor mij om draait." Lees verder
Comments

Lelystad van Joris van Casteren

'Lelystad was een serum tegen de verbeelding', schrijft Joris van Casteren in Lelystad. Dat neemt niet weg dat zijn reportages een beeld van de stad oproepen dat haarscherp en gruizig, deprimerend en komisch tegelijk is. Lelystad is als enige non-fictietitel genomineerd voor de AKO Literatuurprijs, die op 10 november wordt uitgereikt. Een volkomen terechte nominatie.

Lees waarom ik dit vind op 8WEEKLY in mijn recensie Stad zonder verleden. Lees verder
Comments

Massagestoel wordt schietstoel

straf
'Miriam, heb je zin in een massage? Twaalfeneenhalve minuut?' Natuurlijk! Onze secretaresse wees me de weg naar boven, waar in een klein kamertje twee witgeklede masseurs klaarstonden om hardwerkende ambtenaren onder handen te nemen. Na vijf minuten was ik aan de beurt. Met mijn voorhoofd op een papieren doekje, leunde ik voorover op de stoel, de masseur schoof mijn bh-bandjes opzij en begon de olie in te wrijven. Kan ik mijn ogen sluiten? dacht ik en toen: Ja, ik doe mijn ogen dicht, dit moeten twaalf minuten ultieme ontspanning worden, ik lever mij over. Twaalfeneenhalve minuut. Ik sloot mijn ogen. Lees verder
Comments

Gedachtekunst: bootjes, armbandje, chaos

blauw_bootje
Blauwe bootjes, een terracotta dorp. 'Dit zou ik schilderen, als ik kon schilderen,' zei ik. Die kleuren! In plaats daarvan nam ik een foto. Twee donkere jongens in versleten hemden boden sieraden aan, gemaakt van schelpjes die ze in het fijne zand vonden. We zagen een van hen bezig met het knopen en rijgen van de kralen en kleine schelpjes. 'Wil je een armbandje?' Ik koos een armbandje in rood en blauw, dezelfde kleuren als de bootjes en het dorp. Ik was stil, stil van blijdschap, want ik had nog nooit een armbandje gekregen en zag het als een teken, een goed teken. Maar ik wist dat je dat niet hardop moet zeggen, daar houdt het lot niet van. Het lijkt alsof ik in een film ben beland, dacht ik nog. Die jongens, de bootjes en een armbandje met schelpjes. Ik wist nog niet dat het een film was a la The Sheltering Sky, naar het boek van Paul Bowles dat ik net had gelezen. Lees verder
Comments

Uitgesloten van deelname

prijswinnaar
De maximenwedstrijd is gesloten. Morgen worden de vijf winnaars bekend gemaakt voorafgaand aan de lezing van Maarten van Buuren over La Rochefoucauld en zijn Maximen. Als jurylid ben ik natuurlijk uitgesloten ben van deelname, maar als stimulans voor alle anderen heb ik ook mijn eigen maxime heb gemaakt. Je kunt niet met recht op het podium elke week een oproep doen zonder zelf te laten zien wat je in huis hebt. Hieronder mijn baksel.

Voor mannen zijn alle vrouwen onder de dertig hetzelfde: vrijgezel, studente of caissière. Boven de dertig krijgen vrouwen voor mannen wel een eigen gezicht, zij het een lelijk gezicht.

Oh god, hoor ik mompelen, een feministenmaxime! Ach wat, dat vind ik leuk. Ook Jeroen deed mee - maar was eveneens uitgesloten van deelname want romantisch geëngageerd met een lid van de organiserende organisatie - of dan, hij bedacht de inhoud en ik de formulering.

Hoe komt het dat mensen die je op het eerste gezicht niet mag - omdat ze over anderen roddelen, omdat ze te veel over zichzelf praten en te hard lachen om hun eigen grappen - uiteindelijk de mensen worden met wie je het liefst omgaat - omdat ze altijd nieuwtjes hebben over anderen, eerlijk zijn over hun eigen onhebbelijkheden en graag lachen om mijn grappen? Misschien omdat ze meer op mezelf lijken dan ik op het eerste gezicht wil toegeven.

We hebben de winnaars uitgezocht en daaruit heb ik begrepen dat onze beider maximen waarschijnlijk toch niet tot de winnaars zou behoren, zelfs al waren we niet van deelname uitgesloten. Een maxime hoort namelijk veel korter te zijn dan de halve novelles hierboven. Neem bijvoorbeeld (geen winnaar maar de meester zelf): 'Je moet heel slim zijn om je slimheid te kunnen verbergen.' Een zinnetje waar een roman uit zou kunnen groeien. In de beperking enzovoorts dus.

Nu moet ik broeden op een korte maxime, een die mij de eer zou doen winnen, ware ik niet bij voorbaat van deelname uitgesloten. Ik weet er een: Van deelname uitgesloten rest zelfs de eer niet meer.



Bookmark and Share
Comments

Gek, slecht en droevig

In plaats van een stukkie (de turba is nog niet gaan liggen): een verwijzing naar mijn recensie op 8WEEKLY van Lisa Appignanesi's Gek, slecht en droevig. Een geschiedenis van vrouwen en psychiatrie van 1800 tot heden.






Lees verder
Comments

Turba in m'n hoofd

Eindelijk weer een nieuw woord geleerd: turba. Turba is een geweldig woord. Zodra je weet wat het betekent, zie je het voor je. Talloze toepassingen zijn mogelijk, ook in het dagelijks leven. Het is zowel grappig als ernstig. Wat is turba dan? Hans Achterhuis beschreef het in zijn lezing gisteren als een kluwen van strijdende mensen, een massaal gesteggel dat uiteindelijk in één klap oplost. Zie je het voor je? (Start animatie) Een grote stofwolk met hier een arm, daar een been, klaboem, pow, een vuist die aan haren trekt - iemand steekt zijn nek uit en wordt weer terug de stofwolk in getrokken. En opeens: poef! Iedereen ligt uitgeteld op de grond, slaakt een diepe zucht en ziet toe hoe het stof neerdaalt.

Dat is grappig, toch. Minder grappig is de manier waarop een turba ten einde komt. Daarvoor is een offer nodig, een zondebok. Iedereen vecht met iedereen. Totale ongerichtheid. Pas als de strijd gericht wordt, komt er een einde aan. Alle neuzen één kant op, liefst op die rare outcast die lelijker of knapper, dommer of slimmer is dan de rest. Poef!

Dagelijkse toepassing is op dit moment mijn hoofd. Een grote stofwolk met een kluwen van armen, benen, haren trekken en bim bam boem. Helaas is de zondebok, het offer dat nodig is om het gesteggel ten einde te brengen het stukkie alhier. Gelukkig is de turba tijdelijk; iedereen kan nu eenmaal niet tot in de eeuwigheid tegen iedereen vechten, wat Hobbes ook mag zeggen (the state of nature is war of every man against every man). Er zijn dus twee mogelijkheden: een diepe zucht slaken en rustig afwachten tot het stof gaat liggen - of een andere zondebok zoeken. In de tussentijd vermaak ik me met de wereld van de turba.



Bookmark and Share
Comments

Cosmic fear

Wie de woorden het eerst liet vallen, weet ik niet meer. Maar opeens zong het rond op de vergadering: cosmic fear. En het klonk als iets wat we al jaren kenden, waar bibliotheken over vol geschreven zijn: cosmic fear, u kent het wel. Ik gokte erop dat het begrip ergens eind achttiende eeuw zou zijn ontstaan, in die verwarrende jaren die tegelijk het eind van de Verlichting en het begin van de Romantiek worden genoemd. De jaren tussen Burkes traktaat over het sublieme (1757) en Goya's ets De slaap van de rede brengt monsters voort (1797). Daar moesten we iets mee doen, ik zag het al voor me: een magere jongeman, gekleed in een katoenen hemdrok die half door zijn knieën gaat, de armen ten hemel richt alsof hij die op zich neer voelt drukken en omhoog probeert te duwen - en dan die hemel: vol melkwegstelsels en nova's en duizenden jaren geleden ontplofte sterren. Lees verder
Comments

Authenticiteit en eigenbelang: het lastige evenwicht van de honnête homme

levenskunst
François de La Rochefoucauld is bekend van zijn maximes: puntige uitspraken over de mens. Ze verschenen in een vertaling van Maarten van Buuren bij de Historische Uitgeverij. In de serie Levenkunst hield Van Buuren dit najaar een lezing over La Rochefoucauld. Hij vertelde hoe hij in de maximes een heel nieuwe laag ontdekte, toen hij er ter voorbereiding van de lezing met een ethische bril naar keek. De maximes achtervolgen de lezer met vragen die hem in zijn waarden confronteren. Houdt de auteur mij een spiegel op of herken ik me totaal niet?

La Rochefoucauld leidde een turbulent leven in zeventiende-eeuws Frankrijk. Met zijn vrienden had hij een bijzonder tijdverdrijf: het schrijven van maximen, die ze onder elkaar lieten circuleren. In 1664 liet La Rochefoucauld zijn eigen maximen drukken.

In de maximes ontmaskert La Rochefoucauld de oude moraal, die hij huichelachtig vindt. Zowel de christelijke moraal van bescheidenheid, waarachter eigenlijk eigenliefde schuilgaat, als de oude adellijke moraal die teruggaat op de ridderlijke waarden breekt La Rochefoucauld af tot op de grond. Hij formuleert een eigen moraal – of misschien anti-moraal – die niet gebaseerd is op goed en kwaad, maar op sterk en zwak. Hiermee bereidt hij de weg voor Nietzsche, die ook zijn oeuvre zal bouwen rond kracht en zwakte als centrale waarden.

Die nieuwe moraal moet op de puinhopen van de oude opgebouwd worden. Daarbij is het begrip ‘honnête homme’ belangrijk. Je moet je passend gedragen, in gezelschap en als individu. De honnête homme kan zich sociaal aanpassen aan de kringen waarin hij verkeert en valt ook samen met zichzelf en zijn eigen waarheid. Het gaat er niet om de waarden van anderen of van de maatschappij te imiteren. De notie van authenticiteit, die in de levenskunst centraal staat, krijgt hier al vorm. Niettemin benadrukt La Rochefoucauld telkens weer dat de mens in alles gedreven wordt door eigenbelang. Authenticiteit en eigenbelang: hoe verhouden die twee zich tot elkaar?

Kijk de hele lezing La Rochefoucauld. De mens ontmaskerd terug



Bookmark and Share
Comments

Katten: altijd prijs

muis
Waarom ik al zo lang niet een leuk, gezellig stukje had geschreven. Over de poezen bijvoorbeeld, of over het huis. Prompt een writer's block te pakken. Mijn hersenen gepijnigd. De poezen achtervolgd, in de hoop dat ze iets geinigs zouden uitvreten. Maar ik heb het allemaal al honderden keren gezien: het traantje van Bamse, de ingroeiende nagel van Muis, Ollie die in het donker langs vliegt als iemand zich omdraait in bed. Het huis dan... nee hoor, het buitenschilderwerk is klaar, de lekkage lekt niet meer, de buren zijn met stille trom vertrokken. Lees verder
Comments

Oscar Wilde at boeken

Oscar Wilde at boeken. Nee, ik bedoel niet oscarwilde@boeken (punt com), Oscar Wilde verteerde, at boeken letterlijk. Dus niet alleen geestelijk, maar ook lichamelijk. Hij scheurde hoekjes af die hij in zijn mond stak en (ik stel me voor: gedachteloos, of liever: geabsorbeerd) vermaalde. Dat staat te lezen in Oscar's Books van Thomas Wright, waarin alles wat Wilde ooit met boeken deed, aan boeken las, kocht of verloor, aan boeken schreef, opdroeg, verzond, is nageplozen en opgeschreven in - natuurlijk - een boek. A book of ones own. Lees verder
Comments

Tussen haakjes


(Twee persoonlijkheden bezitten is de definitie van een jammerlijk lot.)


De essays van Susan Sontag stonden al een tijdje op mijn leeslijstje. Ook al staat er al jaren een bundeling van in mijn kast - Waar de nadruk ligt - ik kwam er niet toe ze er ook uit te pakken.

Hoe stom dat was, ontdekte ik toen ik dan eindelijk het boek opensloeg en gewoon in het eerste essay begon te lezen. Al meteen stuitte ik op bovenstaand citaat, dat me het vermogen verder te lezen voor een kwartier ontnam.

Lees verder
Comments

Sensatie van tijdloosheid

dionysos_masker
Het is waar dat vooral de handen en voeten van de drie Dodos mij tijdens het concert in beslag namen, zoals ik schreef. Je zou er gedachtekunst door gaan bedrijven. Dat neemt niet weg dat mijn aandacht zich soms verruimde tot aan de band als een driekoppig wezen, het podium en de zaal, de lichten en gordijnen die podium en zaal van elkaar scheiden en tegelijk verbinden. In de gedachtefilm zoomde ik uit en prompt overviel me een sensatie die je eigenlijk net zo goed gedachtekunst kan noemen - of gedachtecatharsis.

Wat voor sensatie dan? De sensatie dat je ergens anders bent: een andere plaats, een andere zaal in een ander land. Meestal voelt het als Amerika - misschien omdat de bands daar dan vandaan komen. Of omdat het ook iets te maken heeft met film, alsof je in een film bent beland waarin een concertscène zit. Je bent niet de hoofdrolspeler, maar een figurant. Nee, dat klopt niet, want de sensatie is echt en niet die van een acteur. Eerder houdt de sensatie verband met het theater: je ziet de band op het podium alsof je in het theater zit. Daarom is ook dat uitzoomen belangrijk; het gaat juist ook om de podiumrand, de zwarte velours gordijnen, de lampen aan het plafond. Je bent zozeer toeschouwer dat je bijna het gevoel krijgt dat je er zelf niet meer bent.

Alleen heel goede muzikanten kunnen dit bereiken, kunnen hun publiek zichzelf laten vergeten. Nou vooruit, laat ik maar toegeven dat drank er misschien ook iets mee te maken heeft. Helemaal nuchter is de sensatie van elders-zijn gecombineerd met zelfvergetelheid me nog nooit ten deel gevallen. Zou drank zelfs belangrijker zijn dan de muziek? Het overkomt me namelijk ook wel eens gewoon op straat, zonder muziek, zonder aanleiding zelfs. Ik zit op de fiets naar huis, na een leuke avond met biertjes en vrienden, en als ik een hoek om zweef of even mijn hoofd in de nek leg, kan daar ook opeens die sensatie opkomen, als een mist die van het ene moment op het andere in de lucht hangt. De huizen zien er anders uit, alsof je ze herkent met een ander geheugen - anders kan ik het niet beschrijven. Ze zijn losgezongen van je eigen leven en je eigen herinneringen en onderdeel geworden van een andere wereld. De echte wereld misschien wel, de echte wereld zoals je hem in de film ziet.

Zelfs binnen gebeurt het. Ik zat een keer in een lage stoel in de kamer van een huisgenoot en ook daar trok de mist naar binnen. Inmiddels heb ik er zo vaak en goed op gelet hoe de sensatie voelt, wanneer hij komt en ook weer verdwijnt, dat ik hem zelfs kan oproepen. Mits de omstandigheden juist zijn natuurlijk. Eigenlijk kan ik maar één ding met zekerheid zeggen: kunstlicht is essentieel voor de sensatie. Maar kunstlicht, wat kun je daar nou verder over zeggen, wat heeft dat te betekenen? Dat het theater met zijn spotlights en zwarte velours gordijnen nog geen gekke vergelijking is. All the world's a stage, nietwaar.

Als het me lukt om de sensatie op te roepen probeer ik hem ze hard mogelijk vast te houden, zo lang mogelijk te prolongeren. Het is namelijk een verrukkelijke sensatie. Verrukkelijk, zoet en melancholisch tegelijk. Terugdenkend aan het theater: het is een soort catharsis. Aristoteles omschreef catharsis als het doel van de tragedie: het purgeren van je emoties bij het zien van een aangrijpend toneelstuk (aangrijpend is dan nog een understatement als je denkt aan de vader- en moedermoordenaars, incestueuze broers en zussen, krankzinnige goden en pesterige demonen die de tragedies bevolken). Je moet dat allemaal niet nadoen, maar doormaken en er vervolgens gezuiverd weer uitkomen.

Zonder zelfvergetelheid geen catharsis, pas als je na afloop weer terug op aarde komt - die wereld van je eigen geheugen en je eigen zelf, niet de echte wereld zogezegd - is de catharsis voltooid, maar daarvóór moet je eerst jezelf vergeten zijn. Bij kunstlicht.

Ik schrijf er nu al een paar alinea's omheen: de tijd. De tijd is allesbepalend. Niet dat je opeens in het oude Griekenland zit, maar wel dat de tijd wegebt, uit de scène vervloeit. Toen ik bij de huisgenoot op bezoek was dacht ik alleen maar: 'De jaren tachtig, ik ben in de jaren tachtig beland.' Sindsdien weet ik dat het niet de jaren tachtig waren, maar een tijdloosheid die de dingen het aanschijn van een theater geeft. Dat is wat de zelfvergetelheid vooral betekent: je eigen tijd loslaten - want zijn geheugen en herinneringen eigenlijk ook geen tijd, zij het gestolde tijd?

Deze week weet ik weer een beetje beter hoe ik de sensatie moet begrijpen. Henk Barendregt - hoogleraar Grondslagen van de wiskunde en Informatica én beëdigd leraar vipassana meditatie - gaf een lezing over meditatie als manier om met de chaos van de existentiële leegte om te gaan. Klinkt zweverig en dat was het ook wel een beetje, maar tegelijk wist hij enkele inzichten zeer helder over te brengen en bovendien te inspireren tot een bewuster leven, dus een beetje zweef is dan niet erg.

Die leegte waar Barendregt het over had en die de mens zeer grote angsten inboezemt, uit zich in dissociatie. Dat heeft twee kanten: dissociatie kan je overvallen waardoor je als in een psychose opeens de leegte ingetrokken wordt: het zwarte niets, van alle betekenis ontdaan, waar alles schokkerig en koud is. Maar je kunt de dissociatie ook inzetten om de leegte te leren accepteren. Dat doe je door alle indrukken en gevoelens die je hebt te 'ontvlechten'. Als je bijvoorbeeld pijn hebt, kan die nog het meest als last ervaren worden omdat je boos bent dat je pijn hebt. Na het ontvlechten van pijn en woede, zal de pijn onder controle komen. Uiteindelijk is verrukking je deel.

Wat heeft dit alles te maken met de 'all the world's a stage'-sensatie? Het zit 'm in de dissociatie. Tijdens zo'n sensatie wordt de situatie losgevlochten van de tijd en misschien ook van de plaats. Of de plaats - de straat waarop ik fiets, de kamer waarin ik zit - zingt zich los van de tijd. Het resultaat is inderdaad een soort verrukking. Jammer genoeg vertelde Barendregt dat je als je écht verder wilt komen, ook de verrukking moet ontvlechten en naast je neerleggen.

Na de lezing bedacht ik me dat ik nog veel te leren heb, zoals ik mijn inleidinkje en aankondiging bijna buiten adem had gegeven, en bij het rondlopen met de microfoon voor de discussie steeds rusteloos van de ene voet op de andere wiebelde. Nu denk ik: misschien heb ik een begin te pakken met mijn sensatie, mijn zelfvergetelheid en tijdloosheid. Door de tijd te ontvlechten ben ik misschien wel heel af en toe voor even onsterfelijk. Zoals Dionyssos, dan wel, want de drank moet blijven vloeien.



Bookmark and Share
Comments

Gedachtekunst: The Dodos

Over de Dodos schreef ik al eens een bakvissenstukkie. Afgelopen zaterdag stonden ze in de Melkweg en daar moest ik natuurlijk bij zijn. Deze keer verzonk ik niet in bakvissengedroom over de onbereikbare rock-'n-rollheld, maar heb ik de hele avond met een glimlach van oor tot oor staan genieten van een steengoed optreden. Ik had niet eens de tijd om een crush te ontwikkelen. Alleen een klein stukje gedachtekunst. Lees verder
Comments

Sprekende werken

macbeth_dolk
Op bezoek bij de faculteit Wijsbegeerte in Nijmegen kreeg ik een boek cadeau - Sprekende werken: over de ethische zeggingskracht van literatuur. Een perfect cadeau voor mij, want het thema ethiek en literatuur was het raadsel dat ik probeerde (en probeer) op te lossen, mijn eigen spook om te achtervolgen en door achtervolgd te worden. Het boek is een bundeling essays geschreven ter gelegenheid van het afscheid van Jacques de Visscher. Ik herinner me professor De Visscher als het archetype filosoof: wapperende panden, wapperende grijze haren, een grote bril en baard. Hij had geen e-mail en studenten moesten als tentamen hun werkstuk live komen schrijven in een collegezaal. Twee jaar volgde ik het vak Filosofie en Literatuur bij hem; de ene keer ging het over de tragedie en lazen we als kerntekst Shakespeares Macbeth, de andere keer over mythische aspecten van literatuur. Maar het ging eigenlijk niet over mythen of tragedies. Eigenlijk ging het gewoon over Filosofie en Literatuur. Lees verder
Comments

Schrijf je eigen maxime

rochefoucauld
Gisteren was de aftrap van de Studium Generale-reeks over Levenskunst. Een bomvolle Aula luisterde naar een boeiende uiteenzetting over Montaigne door Joep Dohmen en de daarop volgende meeslepende discussie met Maarten van Buuren (in zijn geheel hier terug te zien). Luisterde ademloos zou ik bijna willen zeggen, maar vooral ikzelf was ademloos. Tien minuten voor aanvang verdrongen zich nog eens vijftig mensen bij de ingang van de zaal die toen al helemaal gevuld was en waarin de temperatuur tot hoogzomerse waarden was gestegen. In allerijl plaatsten we met z'n allen nog de ene stoel na de andere op het podium en toen iedereen zat, had het al acht uur geslagen en konden wij beginnen. Ademloos.

Over een maand volgt de tweede lezing in deze reeks, over François de La Rochefoucauld, door Maarten van Buuren die ook de Maximen van deze Fransman vertaalde. Van Buuren kwam zelf met het toffe idee om een wedstrijd uit te schrijven onder de noemer "Schrijf je eigen maxime". Lees hier de oproep en doe mee!


Schrijf je eigen maxime

Tussen 1664 en 1678 verschenen een aantal opeenvolgende edities van de Maximen van François de La Rochefoucauld (1613-1680). Hij voegde steeds nieuwe maximen toe en verbeterde de oude. Een maxime is een zeer bondig geformuleerde algemene waarheid over menselijk gedrag die (in het geval van La Rochefoucauld althans) een kritische inslag heeft. La Rochefoucauld ontmaskert algemeen geaccepteerde meningen over vriendschap, liefde, deugd, trouw als vormen van huichelarij waarachter ijdelheid en eigenbelang schuil gaan.

Hier volgt een recept voor het schrijven van je eigen maxime: 1. Kies een universeel probleem, bij voorkeur uit de sfeer van het menselijk handelen: liefde, dood, vriendschap, goede manieren. 2. Noteer je persoonlijke observatie. 3. Schrap tachtig procent van wat je hebt opgeschreven. 4. Monteer de overblijvende drie zinnen zodanig dat: 5. Ze de lezer treffen door hun juistheid, 6. En hem confronteren met een raadsel.

Laat je maxime voor 9 oktober achter op het forum van SG of mail de maxime naar info@sg.uu.nl o.v.v. ‘Levenskunst - Maxime’. Een jury bestaande uit Maarten van Buuren, Joep Dohmen en Miriam Rasch (ja ja) kiest de vijf meest geslaagde maximen uit de inzendingen. De vijf winnaars ontvangen op 13 oktober a.s. een exemplaar van de vertaling (door Maarten van Buuren) van de Maximen van La Rochefoucauld (indien gewenst met handtekening van Joep Dohmen en Maarten van Buuren) en een cassette met audio-cd’s van Home Academy.

Lees op het forum ook een paar voorbeelden van La Rochefoucaulds maximen.

Succes!



Bookmark and Share
Comments

Oordeel

Er zijn mensen die niet van muziek houden. Ja echt. ‘Daar heb ik niks mee,’ zeggen ze, alsof het over oude auto’s gaat. Je mag niet oordelen over de voorkeuren van een ander, dus ik zeg er verder niets over.

Nog vreemder zijn mensen die niet van dieren houden. Vooral omdat er voor iedereen wel een geschikt dier te vinden is. Ik heb zelf drie katten, die ruiken zo lekker in hun nek en zijn lui en ongenaakbaar. Anderen kiezen misschien voor een paard (edel) of een papegaai (spraakzaam) of diepzeevissen (koel en mysterieus).

Nu ga ik te ver. Dieren mag je geen menselijke eigenschappen toedichten, heb ik geleerd. Een papegaai kan nog zo spraakzaam lijken omdat hij geluiden uitstoot, dat betekent niet dat hij praat, laat staan dat hij iets te zeggen heeft. Mijn kat lijkt misschien wel tot over haar oren verliefd op de rode kater van de buren, liefde is een concept dat ik daarop plak. Eigenlijk is dat het meest respectloze wat je kan doen, omdat het voorbij gaat aan de aard van het dier, die dierlijk is en niet menselijk. Het dier is ook een ander, over wie je niet mag oordelen.

Aan de andere kant: is het niet juist het mooiste wat je kan doen? Is dat niet waarom mensen van dieren houden? Ze nodigen je uit tot een verstandhouding. Maar omdat je niet weet wat er in het beestje omgaat, zal het altijd een zoekende verstandhouding zijn. Uiteindelijk moet je accepteren dat je elkaar nooit echt zult kennen.

Dag in dag uit leef je samen, zie je de poes nuffig en zogenaamd ongeïnteresseerd bij het kattenluikje zitten tot de buurkat opduikt, en elke dag moet je constateren dat je met een wildvreemde je huis deelt. En dat je juist daarom met haar je huis deelt.

Het verschil met muziek is misschien niet zo groot. Keer op keer luister ik naar een liedje en moet ik erkennen dat ik het niet begrijp. Ik loop over straat met mijn oordopjes in en voel hoe mijn tred lichter wordt. Maar ik kan niet uitleggen waarom.

Dier en muziekstuk – beide leren ze je dat je niet op het eerste gezicht of eerste gehoor kunt oordelen. Ze bestaan en jij mag daarbij aanwezig zijn. Al zou je een oordeel uitspreken, dat horen ze toch niet, het verandert niets aan wie of wat ze zijn. Een positie die noopt tot bescheidenheid.

Wat zegt dat dan over die anderen, die niets met muziek hebben of niet van dieren houden? Daar oordeel ik niet over.

[verschenen als column in Radboud info 81, september 2009] Lees verder
Comments

Interview

Vorig jaar om deze tijd werkte ik als webredacteur bij Atrivé. Een groot deel van het werk bestond uit het afnemen en uitwerken van telefonische interviews, voor op de website. Nu, een jaar later, werk ik als programmamaker bij Studium Generale en heeft de webredacteur van het Humanistisch Verbond mij gebeld voor een telefonisch interview over de Levenskunstreeks die dinsdag begint. Het kan gek lopen!

Lees de aankondiging met een aantal vragen aan 'Rasch, zelf ook filosoof' hier: Levenskunst tussen maakbaarheid en misantropie.



Bookmark and Share
Comments

Gedachtekunst: handen en voeten

david_michelangelo_hand
Fascinerend: een schilderij getiteld Vrouw van de schilder of Zoon van de schilder. In de verschillende Berlijnse musea zag ik er wel vijf. Niet de schilderijen zijn fascinerend, maar de titels. Dan gaat het me niet om die eenzijdige manier waarop de afgebeelde vrouw of zoon wordt weggezet als niets meer dan een object. Nee, ik verplaats me niet in die vrouw of die zoon die voor hun man en vader alleen nog maar bestaan uit lichtvlakken en lijnen, die urenlang een stramme houding moeten aannemen alsof ze van hout zijn en onder geen beding mogen praten. Ik verplaats me in de schilder, die ervoor kiest van alle dingen die in zijn 'bezit' zijn, zijn vrouw of zoon te schilderen. Waar zou ik voor gaan? Daar hoef ik niet lang over na te denken. Ik maak een tweeluik getiteld De duim van de schilder en De voet van de schilder. Lees verder
Comments

Michel de Montaigne: De melancholie van de wijsheid

levenskunst
Had Michel de Montaigne in deze tijden geleefd in plaats van in de zestiende eeuw, dan had hij misschien wel een weblog bijgehouden. Want het zelfonderzoek van Montaigne, samengebracht in zijn Essays, had goed gepast bij de open en onderzoekende vorm van een weblog (het was dan het weblog op zijn best geweest). Ook daarin hangt alles met elkaar samen. De schrijver verwijst naar hoge en lage, de hedendaagse en voorbije cultuur – in Montaignes tijd vaak Latijnse citaten, in deze tijd filmpjes van Youtube. En het weblog is nooit af, net als de Essays. Steeds keerde Montaigne terug naar zijn tekst, verwerkte reacties van anderen, schrapte en herschreef.

Het is een intrigerend beeld dat Joep Dohmen van een virtuele Montaigne schept. In zijn lezing in de serie Levenskunst gaat hij nader in op de morele houding die uit de Essays te destilleren is. Het begin is beroemd: Montaigne verklaart dat hij een leven zonder opsmuk wil beschrijven, ‘naakt’. Niet zomaar een leven, zijn eigen leven. Waarom schetst Montaigne zijn zelfportret zo ‘gewoontjes’? En is het geen valse bescheidenheid, is Montaigne eigenlijk niet verblind door ijdelheid als hij zichzelf zo op de voorgrond plaatst, zoals Pascal beweerde?

Een van de belangrijkste dingen van de Essays is de activiteit van het schrijven zelf. Het schrijven is een vorm van zelfonderzoek. En zelfkennis, zo stel Montaigne, is een opdracht van elke mens. Alleen door heel nauwkeurig en eerlijk jezelf te bestuderen, kun je je oordeelsvermogen scherpen. Dat is nodig om met de veranderlijkheid om te kunnen gaan, die de mens en het leven kenmerkt. Veranderlijkheid ook een kenmerk van het essay, dat een zoekende vorm is. Vorm en inhoud vallen hier samen.

Zelfkennis is dus te vinden bij het schrijfproces. Montaigne trekt zich terug en probeert zichzelf via zijn teksten te begrijpen. Dit gaat eerst aan de hand van citaten van illustere voorbeelden, later gebruikt Montaigne steeds meer zijn eigen stem en vindt hij een persoonlijke uitdrukkingsvorm. Het zoeken en verwijzen betekent geenszins dat de diepte wordt geschuwd. Hoewel Montaigne erg grappig is, treffen zijn inzichten in de mens door hun nauwkeurigheid, die tegelijk algemeen is. Montaigne is een voorloper én een voorbeeld voor de moderne bloggers, stelt Dohmen. Laten we hopen dat onder hen iemand zit die evenveel vreugde en wijsheid brengt.



Bookmark and Share
Comments

Promotie tot jasje-dasje

jasje_dasje
'Ik heb nog nooit zo snel promotie gemaakt,' zei ik. 'Sterker nog: ik heb nog nooit promotie gemaakt.' We zaten in het café en zojuist was besloten dat ik de nieuwe chef non-fictie van 8WEEKLY zou worden. Nu ben ik dus chef. Ik moet er nog een beetje aan wennen, want wat betekent het? 'Macht! Eindelijk macht!' riep ik toen ik thuis kwam. Maar ook verantwoordelijkheid, visie, daadkracht en meer van dat soort enge woorden. Leidinggeven. Mijn eerste reactie bij dit soort taal is gewoonlijk: blèh. Lees verder
Comments

Het leven lezen: het innerlijk boek

In de aanloop naar de Studium Generale-reeks Levenskunst die ik vanaf september ga presenteren, wilde ik een stukje schrijven over de manier waarop literatuur je zelfkennis kan geven. Er zijn zat mensen die niet begrijpen waarom je zoveel boeken zou lezen; wat mij betreft word je een beter mens door te lezen, omdat lezen zelfkennis brengt. Opeens bedacht ik me dat ik hier allang over heb geschreven. Het is een vraagstuk dat me nu misschien al tien jaar bezighoudt. Ik ging zoeken in mijn digitale bureaula en ja, daar was mijn eindessay voor het Radboudjaar, 'Het leven lezen', over Marcel Proust (ja, daar is-ie weer). Omdat ik het toch niet beter kan formuleren dan toen (wat heb ik dan geleerd in de afgelopen vijf jaar?), neem hier een klein stuk eruit over. Met gevaar voor lezersverlies, dat wel.

De eerste metafoor heeft niet in eerste instantie te maken met de werking of het belang van literatuur in het leven, maar beschrijft Prousts zicht op het innerlijk van de mens. Hij geeft daarmee een antwoord op de vraag hoe het zelf eruit ziet dat verkend moet worden. In de benaming van dat zelf als boek wordt ook meteen een aanwijzing gegeven hoe de verkenning eruit moet zien: een boek moet men immers lezen. Het is belangrijk eerst te begrijpen welke gestalte dit innerlijke boek heeft, voordat de werking erop van ‘echte’ boeken verder bestudeerd kan worden.

Wat het innerlijk boek met onbekende tekens betreft (tekens in reliëf, leek het, waar mijn aandacht, mijn onbewuste verkennend, naar ging speuren, op stuitte, omheen cirkelde als een duiker die diepte peilt), waarvoor om mij te helpen lezen niemand mij een richtsnoer kon geven, bestond dat lezen uit een scheppingsdaad waar geen mens ons bij vervangen of zelfs maar met ons aan meewerken kan. Hoevelen zien er dan ook van af! Hoeveel taken neemt men niet op zich om die ene uit de weg te gaan! Ieder evenement, of het nu de Dreyfus-affaire was, of het de oorlog was, had de schrijvers weer andere excuses verschaft om dat boek niet te ontcijferen, zij wilden zorgen voor de overwinning van het recht, de morele eenheid van de natie herstellen, hadden geen tijd om aan de letteren te denken. Maar het waren maar excuses, omdat ze er niet of niet meer het genie toe hadden, dat wil zeggen het instinct. Want het instinct schrijft de plichten voor en het verstand verschaft de voorwendselen om ze te omzeilen. Alleen, in de kunst doen excuses niet mee, tellen bedoelingen niet, ieder ogenblik moet de kunstenaar naar zijn instinct luisteren, en vandaar dat kunst het meest werkelijke is dat er bestaat, de meest strikte levensschool, en het ware Laatste Oordeel. Dat boek, het moeilijkst te ontcijferen van allemaal, is ook het enige dat de werkelijkheid ons heeft gedicteerd, het enige waarvan de ‘indruk’ in ons door de werkelijkheid zelf is gemaakt. Om welk door het leven in ons nagelaten idee het ook gaat, de materiële figuur ervan, het merk van de indruk die het op ons gemaakt heeft, is weer de waarborg voor zijn absolute waarheid. De door de zuivere rede gevormde ideeën zijn maar logische waarheid, denkbare waarheid, ze zijn arbitrair verkozen. Het boek met de figuratieve, niet door ons gemaakte lettertekens is ons enige boek.

Wat komt hieruit naar voren? Om te beginnen is het innerlijk boek iets onbekends en duisters, dat weggeborgen is in de diepten van het menselijk onbewuste. Iedereen bezit zo’n boek, maar slechts weinigen lezen het – het is mogelijk je hele leven uit te zitten zonder ooit een letter van de tekst te hebben gelezen, laat staan geïnterpreteerd. Degenen die zo hun dood bereiken hebben een leven geleid in ledigheid, verstoken van inzicht in de werkelijkheid. Dat is een makkelijk bestaan, gekenmerkt door luiheid, waartoe de mens snel vervalt. Wil je echter tot een zekere waarheid komen, dan moet je hard werk verrichten, waarbij je bovendien geen enkele hulp mag verwachten. Je zult over je aversie heen moeten stappen om af te dalen in de krochten van de eigen ziel en in afzondering en volharding je weg vervolgen. De implicatie hiervan is dat er twee ‘zelven’ bestaan: een oppervlakkig, veranderlijk zelf dat correspondeert met de verschijningswereld van de buitenwereld, en het ‘ware zelf’ dat de verschijning overstijgt en een onveranderlijke kern heeft. Zelfkennis is kennis van dit laatste zelf, dat zich openbaart in patronen die onder de oppervlakte liggen.

De leidraad bij het lezen van je innerlijk noemt Proust hier het instinct. Later blijkt dat daaronder ook valt: de emotie en de impressie. Het verstand is een valse vriend die misleidt door logische redeneringen te presenteren als waarheid. De logica die zetelt in de rede blijft aan de oppervlakte van de buitenwereld en raakt niet aan de essentie van de dingen. Logica is zogezegd het equivalent van de fenomenale wereld, die veranderlijk is en geen toegang biedt tot een transcendente waarheid – over de dingen én over het zelf. Het instinct kan daarentegen doordringen tot die werkelijke essentie. Het ware zelf is daarom gelokaliseerd in het instinct of de emotie en niet in de rede, hoewel deze laatste onontbeerlijk is bij het leren kennen van de eerste.

Wat houdt voor Proust de werkelijkheid of de waarheid in? Hij erkent het bestaan van een wereld die losstaat van de mens. De mens neemt die wereld in zich op, waarbij de twee versmelten. De versmelting is niet op voorhand gegeven – ze kan zich ook níet voordoen. De buitenwereld draagt het vermogen in zich tekens te griffen in ons innerlijk. Deze buitenwereld is echter niet hetzelfde als de werkelijkheid. De wereld verdient die naam pas op het moment dat de tekens ontcijferd worden en de platte, redelijke aanschijn van de fenomenen wordt weggetrokken. De buitenwereld moet eerst door ons innerlijk heen gaan om betekenis te krijgen – niet op een algemeen geldend woordniveau, maar op een activerende manier die persoonlijke associaties aan het object verbindt. ‘Realiteit’ is dan een product zowel van de ons omringende wereld als van ons onbewuste, ze komt tot stand doordat de wereld wordt ondergedompeld in het innerlijk. In het innerlijk ligt een verzameling indrukken opgeslagen van de verschijningswereld, aan de hand waarvan de persoonlijke betekenis van die wereld ‘geactiveerd’ kan worden.

De lezer van het innerlijk boek leest in zichzelf de waarheid. In zijn werk van decodering trekt de sluier op, wordt het duister verhelderd, krijgen de letters een zin. Maar het lezen gaat verder dan slechts het ont-dekken van een bestaande waarheid die achter de oppervlakte verscholen ligt. Proust schrijft, bijna tussen neus en lippen door, dat het ontcijferen een scheppingsdaad is. Elders noemt hij de waarheid die aldus naar boven wordt gebracht een ‘nieuwe waarheid’. De mens creëert de werkelijkheid door het ontcijferen van zijn innerlijk boek (waarin de verschijningen tekens hebben gegrift). In het ontcijferen – dat vooral, zoals later zal blijken, bestaat uit het leggen van verbanden – ontstaat een betekenis van wat tot dan toe een platte, zinloze omgeving is. De betekenis is weliswaar persoonlijk, maar dat maakt hem juist veelzeggend, associatief en dynamisch, omdat hij de logische, algemeen geldende buitenkant penetreert. Hij creëert reliëf. Tegelijk is het innerlijke boek gegraveerd door de omgeving en kan de inhoud ervan veranderen in het proces van interpretatie. Het innerlijk en de buitenwereld onderhouden zo een dynamische relatie met elkaar.



Bookmark and Share
Comments

Overdenkingen op Lowlands: eerste album, beste album?

muse_origin_of_symmetry
Lowlands is weer voorbij, zo voorbij dat het te laat is om nog met een rijtje hoogtepunten te komen. Enkele andere overwegingen dan maar. Ik stond naar een of ander bandje te kijken toen ik me afvroeg of je altijd het eerste album dat je van iemand leert kennen, ook het beste vindt. Typisch zo'n gedachte waar je het zelf niet mee eens bent, maar die niettemin leuk denkvoer oplevert. (Zoals de gedachte dat het helemaal niet erg is dat we steeds meer privacy inleveren, omdat we vroeger ook geen privacy hadden.) Lees verder
Comments

Inspiratie: Antal Szerb

Soms lees je een boek, ben je er compleet weg van, schrijf je het ene na het andere citaat over, om er een jaar later achter te komen dat je simpelweg niet meer ziet wat je er ooit zo mooi aan vond. Soms overkomt je het tegenovergestelde.


Lees verder
Comments

Pragmaticus vs. spervuur

Ik ging eten bij een vriend, een oud-studiegenoot van het Radboudjaar. Een van de weinigen (misschien wel de enige) uit die tijd met wie ik nog contact heb, hoewel sporadisch. Het leuke van zo'n gedeeld verleden op de Wijsgerige Faculteit, in combinatie met sporadisch contact, is dat een avondje eten vrijwel direct uitloopt op een filosofisch spervuur: geen ditjes en datjes, want daar zie je elkaar te weinig voor. Ik had de eerste hap nog niet genomen of ziekte, dood, liefde, een gebroken hart, kinderen, echtelijke trouw, geloof, literatuur, filosofie en God waren al langsgekomen.

Ik ontdekte die avond twee dingen over mezelf. Onvermijdelijk dat je iets over jezelf leert in een filosofisch spervuur (en een spervuur was het, omdat we het over enkele fundamentele kwesties nooit eens zullen worden). Vergelijk het met het bekende associatiespelletje: waar denk je aan bij blauw, bij zomer, bij een paard. Maar dan op een net iets ander niveau.

Het eerste waar ik achter kwam is dat ik relativist ben. Dat klinkt vies. Ik bedoel dat ik steeds weer uitkwam op fundamentele onzekerheid, twijfel. 'Maar ik heb niet de pretentie te weten dat...' is een zinswending die ik die avond wel tien keer heb gebezigd. 'Je moet je toch ergens op baseren,' was dan de terechte repliek, 'je hebt toch wel enige principes.' 'Ja,' zei ik. 'Mezelf.' Best schrikken als je jezelf dat hoort zeggen. Het is niet egoïstisch bedoeld, waar het me om ging én gaat is dat ik alleen mijn eigen ervaring als uitgangspunt durf te nemen en niet voor anderen wil spreken. Of juist wel: advocaat van de duivel spelen is een favoriete bezigheid van mij, want ik probeer me altijd in te leven in de situatie van de ander. Wat me het meest tegen de borst stuit - in filosofisch, moreel, maar ook wetenschappelijk opzicht - is inderdaad de pretentie van sommige mensen dat ze iets zeker weten. Zelfs van mezelf weet ik meer niet zeker dan wel.

Maar sommige dingen, zo dachten we hardop verder, moeten toch zeker zijn. Ook, juist in filosofisch en moreel opzicht. Ik kreeg een gedachte-experiment voor mijn kiezen. Je zit in een luchtballon die te pletter dreigt te slaan. Medepassagiers zijn een stuk of tien kinderen. Er moet ballast overboord en de enige opties zijn jij zelf of twee van de kinderen. Wie is de lul?

'Die kinderen,' zei ik meteen. Dat was het enige moment van de avond dat er een stilte viel. Ik probeerde het nog te verzachten door erop te wijzen dat dit ook zo'n situatie is waarin je nooit weet of het wel zo zeker is wat er staat te gebeuren. Voor hetzelfde geld spring je er zelf uit en slaat de ballon alsnog tegen de rotsen. Of blijkt dat het mandje blijft hangen aan een tak. Stel, je springt eruit en al die kinderen moeten in the middle of nowhere, op een Lost-achtig eiland overleven. Wat moeten ze dan zonder volwassene?

Twee zelfinzichten dus. Moet ik die ontdekkingen met elkaar in verband zien? Als mijn enige principe mezelf is, is het dan gek dat ik mezelf red en niet de kinderen? Maar is dat principe dan niet toch gewoon egoïstisch? Toch vind ik dat mensen die zo overtuigd kunnen zeggen dat ze natúúrlijk de kinderen redden, precies weer een voorbeeld geven van die vreselijke pretentie dat je het allemaal zeker weet. Ik weet niet zeker of ik niet zelf uit het mandje zou springen. Maar ik weet ook niet zeker dat ik het niet zou doen. Ik heb het immers niet meegemaakt.

Misschien is mijn principe niet mezelf, maar de situatie. Elke situatie is anders, dus ook van jezelf kun je niet uitgaan. Je kunt alleen proberen consistent te zijn, want dat is wel een van mijn principes, waarmee ik het relativisme in bedwang probeer te houden. Consistent zijn betekent iets anders dan in herhaling vallen of onvermurwbaar zijn. Als je zoals ik gelooft in fundamentele onzekerheid, is het consistent om elke situatie opnieuw in te schatten en te proberen daar, volgens wat je weet uit eigen ervaring, het beste van te maken. Dat verklaart meteen mijn plezier in het advocaat-van-de-duivel-zijn.

In de trein naar huis besloot ik dat ik geen relativist ben, maar een pragmaticus. Mooi, want dat klinkt een stuk minder vies. Toch nog zekerheid.



Bookmark and Share
Comments

Onverstuurde brief aan Hugo Raes

hugo_raes
Holden Caulfield uit The Catcher in the Rye vertelt hoe hij na het lezen van een geweldig boek de telefoon wil pakken om de auteur op te bellen, of een personage dat als een boezemvriend is geworden. Herkenbaar, zeker als de auteur naar jouw inzicht te weinig waardering krijgt. Nu ben ik zelf niet zo'n beller - ik schrijf liever een brief. Of een blogje. Lees verder
Comments

Rotstukje

dolkstootlegende
Tweemaal sinds ik met dit blog begonnen ben, heb ik gedacht: 'Oeh, hij heeft geluk dat ik zo'n beleefd en aardig meisje ben, anders had ik hem genadeloos door het slijk gehaald, voor altijd en eeuwig, met dank aan Google.' Het is dat ik mezelf voor geen goud wil vergelijken met Heleen van Royen, maar de parallellen met haar column over de vrij foute uitspattingen van Rob Oudkerk drongen zich bij die gelegenheden aan me op. Maar ja, lief en aardig hè. Ik ben nu eenmaal niet zo goed in ruziemaken - in elk geval niet van het soort waarbij je elkaar uitmaakt voor rotte vis. Lees verder
Comments

Marcel Proust, Tegen Sainte-Beuve

tegen_sainte-beuve
Inhoud gaat boven stijl, schreef ik. Ik ben meer vent dan vorm. Toch voelt dat niet lekker, want voor je het weet begrijpen mensen je verkeerd en gaan ze je literaire thrillers voor je verjaardag geven. Terwijl één blik op mijn boekenkast genoeg is om te weten dat het mij in de literatuur allemaal niet elitair en hoogstaand genoeg kan zijn. Hoewel het slap is, niet erg 'vent', moet ik dus toch benadrukken dat zowel vorm als inhoud onontbeerlijk zijn voor een goed boek. In welke verhouding ze tot elkaar staan - dat is waar de discussie over moet gaan. Is het verhaal slechts een vehikel om een kunstwerk in taal te scheppen? Of staat de taal in dienst van wat de schrijver wil zeggen? Ik denk het laatste. Maar dat betekent dat de gebruikte taal een des te belangrijkere functie krijgt.

Bookmark and Share


Lees verder
Comments

Vorm of vent: taal of mens

du_perron_vorm_vent
Meer dan een halve eeuw geleden woedde in de Nederlandse letteren de zogeheten 'vorm-of-vent'-discussie. Er vielen rake klappen (letterlijk). En toch is die discussie nooit helemaal uitgevochten. Of misschien toch wel. Er zijn recensenten die al hun geld op stijl zetten (de vorm) maar er zijn er eigenlijk geen die een goed verhaal (de vent) boven alles stellen. Waar natuurlijk het grote verschil met de 'gewone lezer' ligt, die altijd een goed verhaal zal verkiezen boven literair geneuzel. Het lijkt wel politiek. Lees verder
Comments

Het ultieme rock-'n-rollcliché

james_hetfield
De eerste werkdagen op kantoor zitten er weer op. En dat valt niet mee, zoals iedereen wel weet, ondanks dat je je werk leuk vindt en al lang over de infantiele 'ik wil nooit meer werken'-vakantiefase heen bent. Misschien valt het vooral niet mee omdat je alleen door het fenomeen kantoor al snel al op zo'n Jiskefettoon gaat roepen dat het niet mee valt.

De tweede dag gaat het al een stuk beter dan de eerste en voor je het weet is de vakantie weggezakt in een ver en zonnig verleden. Toch blijf ik er nog even in hangen. Het lot is mij goedgezind geweest en heeft me twee kaartjes voor Lowlands toebedeeld, twee van de 164 die weer voor een minuut of vijf op de markt kwamen. Het voelt alsof ik ze heb gewonnen, hoewel ze gewoon 150 euro kostten. Geen geld voor een verlenging van het vakantiegevoel, dat niet alleen met drie dagen is vermeerderd, maar met de hele tussentijd erbij, die gevuld wordt met luisteren naar bandjes uit de Lowlands-playlist, het weerbericht checken, nieuwtjes op weblogs lezen en andere mensen jaloers maken. En natuurlijk wegdromen bij de zonnige herinnering aan Werchter. Lees verder
Comments

Hoe ga je om met Slimey de Naaktslak?

naaktslak
Kamperen is niet altijd leuk. Beschimmelde douches, wc's die te ver weg liggen, regen, beesten. Vooral beesten. De spin die al na een dag huist in de nok van de binnentent, die hoort er een beetje bij. Maar dan heb je nog oorwurmen, muggen en naaktslakken. Honderden naaktslakken. Lees verder
Comments

Digitaliseren is eindeloos II

Zou het een noodzakelijk verband zijn in mijn leven - vrij zijn en projecten zonder eind starten? Ik schreef al over het invoeren van al mijn boeken in het programma Bookpedia (inmiddels hoef ik het alleen nog bij te houden) en het digitaliseren van mijn notitieboekjes in Notebook (op de lange baan geschoven). Nu heb ik weer een nieuwe bezigheidstherapie, wat geheel te danken is aan een artikel dat ik las, Cleaning Up Old Posts, The Gateway to Your Blog. Ik lees vaak genoeg stukjes van mezelf terug, haal er hier en daar wat typfouten uit en voeg links toe. Maar ik ging opeens nadenken over wat de schrijfster zegt over het opnemen van een lijstje met 'Gerelateerde artikelen’. Zo’n lijst neemt de lezer mee op een tocht langs je hele blog, laat zien hoe de stukken samenhangen, welke onderwerpen terugkeren, en legt zo een web van knooppunten over het blog. Tegelijk verwijst het steeds verder en bindt het de verschillende stukken samen. Ik voelde me totaal aangesproken.

Vol goede moed ben ik begonnen. Zie hieronder of het stuk over de vakantie, In z’n achteruit het paradijs verlaten. Wat een karwei. Ruim honderddertig stukjes te gaan. Ik meld het hier maar even, mocht iemand zich afvragen wat die lijstjes hier en daar te betekenen hebben. Lees verder
Comments

Of Mere Being

monolith_2001

Of Mere Being

The palm at the end of the mind,
Beyond the last thought, rises
In the bronze distance.

A gold-feathered bird
Sings in the palm, without human meaning,
Without human feeling, a foreign song.

You know then that it is not the reason
That makes us happy or unhappy.
The bird sings. Its feathers shine.

The palm stands on the edge of space.
The wind moves slowly in the branches.
The bird’s fire-fangled feathers dangle down.

--- Wallace Stevens, 1954


Zojuist stuitte ik op dit gedicht. Het geeft me kippenvel. Voorbij de laatste gedachten zit een dier. En dat dier weet door niet te weten. Kippenvel, omdat ik het prachtig vind, ontroerend, maar ook heel griezelig. Een verstild beeld, niet omdat het leven eruit is weggeslopen, maar omdat het erin samengebald zit, dreigend op de rand van uitbarsting. Zoals de zwarte monoliet uit 2001: A Space Odyssey. Het begin van het menselijk bewustzijn, maar ook het eindpunt, meer nog: ’the end of the mind’ standing ’on the edge of space.’ Lees verder
Comments

In z'n achteruit het paradijs verlaten

tent_vakantie
Ooit ergerde ik me kapot aan mensen die terugkwamen van hun zomervakantie en dan met veel gezucht en gesteun verklaarden liever nooit meer te zullen gaan werken, want de vrijheid, ja de Vrijheid van de Vakantie, dat is je ware. Ik dacht dan aan Hugo Raes' geniale uitspraak 'Niemand blijkt zich in vakantieoord vergist te hebben: iedereen trof het paradijs.' (Uit Een faun met kille horentjes). Of zijn beschrijving in De vadsige koningen van de ultieme burgerlijke vakantie van een leraar die met een bevriend stel naar een camping in Frankrijk gaat. Op de een of andere manier sluit hij een bizarre weddenschap met zijn kompaan: wie is het snelste met de auto weer thuis? Let wel: in z'n achteruit. Daar gaan ze, wat begint als een leuke gimmick is natuurlijk na een minuut of tien al een hel, maar geen van twee zal het in zijn hoofd halen als eerste op te geven. De gezichten van de vrouwen in de bijrijdersstoel - het is alsof Raes een foto aan zijn roman heeft toegevoegd, zo duidelijk zie ik ze voor me.

Inmiddels ben ik zelf al jarenlang onderdeel van het werkende gilde (sinds kort bovendien van het belachelijkste aller gilden, namelijk dat van de ambtenarij) en betrap ik mezelf op deze verzuchtingen. Maar nooit te lang, nooit tot na de vakantie. Die verzuchting, het verlangen naar de vrijheid waar je even aan mag proeven maar die al bitter smaakt omdat hij tijdelijk is, ontstaat en verdwijnt bij mij door de aard van het vrij zijn zelf. Wat ik bedoel is het volgende. Op vakantie heb je opeens zoveel tijd om handen dat je vanzelf gaan peinzen. Over de wereld (zeker als je je in een nieuwe omgeving bevindt), over de mensen, over jezelf. Natuurlijk lijkt vanaf de camping het dagelijkse kantoorbestaan het tegengestelde van het paradijs. En wat voelt het heerlijk eens alle gedachten dóór te kunnen denken, zonder al die afleiding van het gejaagde leven. Nooit meer werken! Altijd filosoferen!

Na een dag of twee peinzen kom je erachter dat je de gedachten nooit tot het eind kunt doordenken, omdat er geen eind is aan een gedachte. Wat een hopeloosheid. Stel je voor dat je werkelijk altijd vrij zou zijn: een eindeloze tijd vol eindeloze gedachten. Een idee om depressief van te worden. En je weet: uiteindelijk zul je terugkeren naar huis, het kantoor weer binnenstappen en een jaar niet meer peinzen, omdat je meteen slaapt als je hoofd het kussen raakt. Dus al die verzuchtingen en verlangens zijn ook nog eens zinloos.

Dit is het omslagpunt van de vakantie - wat mij betreft het punt waar de vakantie pas echt begint. Alle eindeloze gedachten die zich aandienen worden direct een verdwijnpunt ingezogen, waarvan niet eens duidelijk is waar het zich bevindt. Het grote mijmeren begint. Je houdt je onledig met het observeren van de andere campinggasten, schudt eens wat druppels van de tent of maakt een uitje naar de stad. Je loopt naar de tram, zit in de tram, kijkt op de kaart, stapt uit, zal ik een foto maken, gaan we wandelen of een museum, of eerst een biertje drinken, ja eerst maar een biertje. En wat eten we vanavond? Eerst maar wandelen, maar waarheen? Ach, kijk hem nou!

Mensen die thuiskomen van vakantie en nog steeds in de fase zitten waarin je de slavernij van het werken vervloekt en verlangt naar het onmogelijke (want denk maar niet dat die mensen er gelukkig van zouden worden als ze van de ene dag op de andere niets meer om handen zouden hebben, onnut zouden zijn, geen aanspraak meer hadden), die hebben de ware vakantiefase nooit bereikt. Als ze terugkomen op kantoor zeggen ze tegen elkaar: 'Het was paradijselijk.' Niemand blijkt zich vergist te hebben. Een enkeling is in z'n achteruit terug komen rijden. Maar dat lijkt nu te onnozel om over op te scheppen. Hij schaamt zich. 'Wij vonden het paradijs,' zegt hij, de plek waar schaamte niet bestaat.

Ik heb ze gezien, vanuit mijn campingstoel, de mensen die zo verlangen naar een eindeloze vrijheid, dat ze vergeten te genieten van de vrijheid onder hun neus, in de voortent van het gemijmer.



Bookmark and Share
Comments

Rock Werchter 2009 hoogtepunten

In omgekeerd chronologische volgorde, omdat zondag de topdag was:

1. Master! Master! Twee jaar geleden zat ik aan een picknicktafel een vette hap naar binnen te schuiven en zag ik in de verte het vuurwerk van Metallica, dat me de wenkbrauw nog niet deed fronsen. Dit jaar? Master! Master!

2. Enkele uren daarvoor: Ghinzu, de vetste band van dit moment. Zelfs een onderbreking van een kwartier omdat het geluid uitvalt weerhoudt ze er niet van om nóg beter terug te komen. Volgend jaar hoofdpodium?

3. Zondagmiddag, ideale tijd voor De Jeugd van Tegenwoordig. Gooi een fles water over je hoofd heen, sla je zoveelste biertje achterover, laat je hersenen koken. Waar zijn die sletten? Hier!

4. Weer enkele uren daarvoor sloot 2 Many DJs de zaterdag af. In Tivoli waren ze beter, maar met z'n tienduizenden is het feest groter.

5. De prijs voor de lekkerste frontman gaat zonder twijfel naar de zanger van de White Lies. De jongens riepen: 'als ik een meisje was zou ik verliefd op hem worden.' Na afloop noemden ze hem een geniale muzikant. Ja ja.

6. Ook Placebo wist zich te revancheren voor een matig optreden de vorige keer. Het nieuwe album vind ik (nog) niet zo sterk, maar ze hebben me ervan overtuigd dat dat aan mij ligt.

Dit zijn heel kort mijn hoogtepunten. Het allerheetste hoogtepunt was natuurlijk de zon. En het allerbeste mijn lieve vrienden.

Feel free to add!
Lees verder
Comments

Tijd om te oefenen in levenskunst

kill_bill
Ik mag nu wel zeggen dat het najaarsprogramma bij Studium Generale helemaal rond is. Ik heb namelijk vakantie. De afgelopen weken zijn we druk, nee heel druk bezig geweest met het programmaboekje, plaatjes zoeken en titels kortsluiten. Tussendoor had ik ook nog voorbesprekingen voor het programma dat ik onder mijn hoede heb, over levenskunst. Geen zweverig gedoe en geen Sonja Bakker-achtige diëten voor de geest, maar filosofen die weten dat de kunst van het leven ingewikkeld is, even ingewikkeld als kunst met een grote K.

Een voorgesprek met een filosoof over levenskunst is wel wat anders dan een kroeggesprek over het leven. Ik mag dan zelf filosofie hebben gestudeerd, als je tegenover iemand zit die al decennia nadenkt met een grote N, kom je niet weg met gemeenplaatsen of bijdehante ironie. Filosofie, zo is me wel weer duidelijk geworden, is hardop nadenken. Prachtig om dat aan te mogen horen, redelijk confronterend als je vervolgens zelf weer aan het woord bent.

Twee dingen heb ik uit de voorgesprekken al begrepen. Levenskunst is hard werken. Probleem is natuurlijk dat het nooit ophoudt tot het echt ophoudt. Je kunt nooit eens op je lauweren rusten, altijd is er weer een nieuwe situatie, nieuwe personen, nieuwe inzichten om mee te dealen, al was het maar omdat je zelf steeds ouder wordt en verandert. Mocht je eens dezelfde situatie twee keer meemaken, wat op zich al onmogelijk is, dan ben je nog niet dezelfde die het meemaakt. Je hebt dat immers al eens meegemaakt.

Toch is het mogelijk om je te oefenen. Hoe, daar zullen de lezingen meer duidelijkheid over geven. Een ander thema dat steeds terugkomt is tijd. Niet gek, want zodra je het hebt over het leven, heb je het over tijd. Zoals bij het oefenen: oefenen is tijdgebonden. De levenskunst is een kunst die zich ontvouwt in de tijd. Maar ook inhoudelijk komt de filosofie steeds terug op tijd: een van de dingen die een ware levenskunstenaar kenmerken is zijn verhouding tot de tijd. Meest bekend is de verhouding tot de dood. Het hele leven is een Sein zum Tode, zei Heidegger al en dat bedoelde hij niet eens zo morbide als het klinkt. Pas als je je verhoudt tot de dood (en de meeste mensen doen dat niet eens), ben je werkelijk vrij en vrijheid is toch wel een van de hoofdvoorwaarden voor een levenskunstig leven.

Maar ook de verhouding tot het nu is essentieel. Zodra je het daarover gaat hebben, verzeil je gauw in de terminologie van de zelfhulplectuur. Leef in het nu! Wees bewust van het heden! Pluk de dag! Hoe die clichés te vermijden? Misschien door te beseffen dat die clichés uiteindelijk weinig met het nu te maken hebben. Altijd gaat het bij zulke goeroes om de toekomst: als je leert leven in het nu, zal je in de toekomst gelukkig zijn en je doelen bereiken.

Toch denk ik dat een leven in het heden ook niet alles is. Ik heb het zo druk gehad de afgelopen tijd, dat ik nauwelijks aan iets anders kon denken dan 'nu, nu. nu!' Voor je het weet raak je gestrest omdat je te weinig tijd hebt.

Nú heb ik vakantie. Ik ben blij dat ik een paar uur de tijd heb om me te verheugen op de komende weken. 'Wachten is oude tijd die te lang heeft gestaan’ schreef Tonnus Oosterhof. Maar soms is wachten jonge tijd, waarin de dag die je gaat plukken tot bloei komt.



Bookmark and Share
Comments

10 keer over een jarig weblog

Mijn blog is jarig. Eigenlijk was, want op 25 juni verscheen hier het eerste stukje. Vandaag ga ik dan mijn tweede jaar als blogger in. Wat valt er over te zeggen?

1. Ik begon dagelijks, ik had dan ook alle tijd van de wereld als Koosje werkloosje. Maar dat dagelijks bloggen niet aan mij is besteed, ligt in de aard van dit blog besloten. Af en toe bezondig ik me aan een heel kort stukje, of alleen een verwijzing, maar het gaat me toch om meer. Iets met een kop en een staart, iets wat van mij is. En dat kost tijd.

2. Het 'stukkie' moet niet over één concreet ding gaan, ik wil verbanden leggen. In die zin is het een plattegrond van mijn gedachten, die ook nooit over één ding gaan. Heel vervelend, omdat ik daardoor snel dingen vergeet. Uit het ene verband volgt een ander verband en die lijntjes probeer ik te onthouden door ze op te schrijven. In het onder woorden brengen ligt het meeste denkwerk besloten.

3. Het ’stukkie’ mag niet over niets gaan en moet ergens over gáán.

4. Actualiteit is niet belangrijk. Vaak genoeg schrijf ik in gedachten stukjes over de PVV of over Maurice de Hond, maar die leg ik in de la achter mijn hersenstam. Alleen als het iets 'van mij' is, zoals bij de Sire-campagne, wil ik me eraan branden.

5. Actualiteit is wel belangrijk. Ik wil gelezen worden en ik wil niet dat mensen die klaar zijn met lezen het gevoel hebben dat ze beter iets anders hadden kunnen doen. Als het niet zo'n vies woord was, zou ik het urgentie noemen. Nu houd ik het maar bij 'filosofische actualiteit' of zoiets. Klinkt ook behoorlijk vies overigens.

6. Dit kan allemaal ook van toepassing zijn op andere schrijfsels. Waarin verschilt een blog dan van een column, een reportage of een recensie? Allereerst het 'van mij'. Dat is precies wat veel mensen zo verafschuwen aan blogs, maar als je niet denkt dat je gedachten interessant genoeg zijn voor het internet, moet je inderdaad geen blog beginnen. Hier spreek ik, maar wie dat is, weet ik zelf ook niet. Een blog is een beetje schizofreen.

7. Bloggen is schrijven, maar schrijven is geen bloggen. Ik overtreed vaak en graag mijn eigen stijlregels. Op een blog gelden andere regels. Dit is ook een excuus voor luiheid. Oftewel: geef tijdgebrek de schuld.

8. Het belangrijkste is natuurlijk dat de blog op internet staat. Het bestaat uit stukkies en bij elkaar vormen die stukkies een groeiend, uitdijend, vriendelijk monster in wiens hersenen steeds meer verbindingen worden gelegd. Mijn blog geen aardigheidje, geen vingeroefening, maar de weerslag van verbindingen die in mijn eigen hersenen worden gelegd.

9. Iedereen kan reageren. Ook al gebeurt het minder dan ik zou wensen, ik verwelkom elke reactie met open armen en ongezonde gulzigheid. Anders had ik wel een dagboekje gekocht.

10. Bad van Michael Jackson was het eerste album (toen nog lp) dat ik per se wilde hebben. Ik droomde dat hij naar Culemborg kwam om het me persoonlijk te geven. Hoe leven als mythe totaal uit de hand kan lopen. De eenzaamste mens ter wereld. What a price to pay.
Lees verder
Comments

Het ontroerende van kippen

Na al die zwaarmoedigheid van Dostojevski, de Lebenslüge en het verraad, moest ik opeens denken aan kippen. Misschien door de kaart die ik vandaag moest schrijven, waarop een konijn stond. Waarom een konijn? Niemand die het wist. Waarom doet een konijn me aan een kip denken? Niet alleen omdat ze hun initiaal delen. Het zijn vrolijke dieren, die je zomaar tegen kunt komen, op straat of op een grasveldje voor het Bestuursgebouw op de Uithof na een werkdag van tien uur, of verscholen in een rotonde, zoals in dat ene gedicht dat hier te vinden is (Zomer). Half gedomesticeerd en juist daardoor zo geestig en ontroerend.

En toen kwam ik ook nog zomaar dit citaat tegen, waar ik blij en ook wat melancholisch van word, en dat daarom helemaal klopt.

Op een gegeven moment vielen me midden in een groen veld een paar kippen op die zich, hoewel de regen nog helemaal niet zo lang geleden was opgehouden, een naar mijn idee voor die kleine witte beestjes enorm stuk hadden verwijderd van de boerderij waar ze thuishoorden. Om een reden die ik nog steeds niet helemaal kan begrijpen heeft de aanblik van dat groepje kippen dat zich zo ver het vrije veld in had gewaagd, mij zeer geraakt. Ik weet hoe dan ook niet wat het aan bepaalde dingen of wezens is dat mij soms zo ontroert.

W.G. Sebald, Duizelingen
Lees verder
Comments

De biecht van Ippolit

holbein_christus
Al heel lang wilde ik iets schrijven over de biecht van Ippolit, uit Dostojevski’s De Idioot. Tot nu toe heb ik alleen maar omtrekkende bewegingen gemaakt. De epilepsie van prins Mysjkin kwam ter sprake, evenals de waanzin van de doodstraf die Mysjkin van dichtbij heeft meegemaakt, wat hem met Dostojevski doet samenvallen. En ik schreef over verraad, het ergste wat er is - juist omdat je eraan bent overgeleverd. Al deze dingen komen samen in de biecht van Ippolit, een lang, bizar, verschrikkelijk, ontroerend, razernij opwekkend ’hoofdstuk’ uit De Idioot. Lees verder
Comments

Het festivalgevoel scoren

soenda_festivalWaarin zit 'm 't verschil tussen het ene festival en het andere? Tussen dance en rock, drugs en drank, modebewust en alternatief, makkelijk en moeilijk. Dat laatste neigt al langzaam naar een oordeel. Afgelopen zaterdag was ik op het Soenda festival en hoewel ik een doorgewinterde festivalganger ben, voelde ik me daar toch niet helemaal op mijn plek. Het ene festival is het andere niet.

Een paar dagen eerder had ik nog een jubelende recensie geschreven van Het festivalgevoel, een boek dat wonderwel de totaalervaring van een festival heeft weten te vangen op papier. Maar dan wel een bepaald soort festivals, namelijk de rockgeoriënteerde, of liever: enigszins alternatieve festivals. Het is moeilijk te omschrijven, want op Lowlands staat ook veel dance geprogrammeerd en op Werchter komen stadionbands als Coldplay, die toch niet echt alternatief meer te noemen zijn.

Misschien ligt het grootste verschil dan toch in het publiek en de genotsmiddelen? Dat verklaart niet alleen de verschillen tussen een dancefestijn als Soenda en een rockgebeuren als Werchter, maar ook tussen het bierfestival Werchter en de drank en drugs cocktail die Lowlands is. Wat komt eerst, het publiek of de middelen? Daar heb ik nog nooit bij stilgestaan, toch een interessante vraag.

Het grootste verschil voor mij is dat je die vraag op Werchter zou kunnen stellen en dan in een urenlange discussie belanden die heen en weer beweegt tussen geouwehoer en diepzinnige gedachten. Terwijl op dancefestijn Soenda die vraag bij niemand opkomt. Of je krijgt als enige antwoord: scoren?
Lees verder
Comments

Caesarion loopt een beetje mank

ceasarion_wieringa
Werkelijk iedereen liep een paar jaar geleden weg met Joe Speedboot van Tommy Wieringa. Ik las het ook met plezier uit, maar vond het toch vooral een jongensboek. En er was iets met zijn stijl, die dan weer helemaal niet goed paste bij het jongensboekgevoel. Na lezing van zijn nieuwste roman Caesarion weet ik wat het is, want ook al is dit geen jongensboek (ook geen meisjesboek, misschien een homoboek, hoewel er geen homo in voorkomt), die stijl is gebleven en nog duidelijker aan de oppervlakte gekomen. Je kunt ervan houden, ik krijg er rillingen van. Ik noem het: gewild literaire, maar niet doordachte, en daardoor manklopende mooischrijverij. Lees verder
Comments

Hidde Maas, das duik

paulien_cornelisse
Ik kan niet goed tegen zeurpieten en pietleuten. Mensen die pietleuterig doen over taalkwesties zijn nog erger. Als ze er dan ook nog stukjes over in de krant schrijven, behoren ze tot de ergste categorie. Er zijn echter ook mensen die ontzettend grappige stukjes over pietleuterige taal schrijven. Paulien Cornelisse is er daar een van. Taal is zeg maar echt mijn ding, heet haar verzameling columns. En hoewel ik eerst bang was dat het hier om een boekje uit de allerergste categorie zou gaan (stukjes van zeurpieten die pietleuten over taal en dat ook nog voor de eeuwigheid willen bundelen), ben ik hardop lachend door dit boekje heen geraasd.

Leuk aan het boekje is dat het je ook aan het denken zet over je eigen taalgebruik en welke idiosyncratische neigingen je bij jezelf hoort. Daarom hier een kleine greep uit de taalschat van het Miriams.
Lees verder
Comments

De stress van een privacy-gevoelige kat

Twee zieken zijn één geworden, maar wel één andere. Muis loopt weer vrolijk van bank naar etensbakje en de Macbook Pro staat heel stilletjes te wezen op tafel. Maar er zijn meer hondjes die fikkie heten en meer poesjes die ziek kunnen worden. Deze keer is het Olllie. Ollie is gestrest.

Een van de mooiste lezingen die ik ooit bijwoonde was van Marjolijn Februari, op het symposium ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de Radboudstichting. In tegenwoordigheid van koningin Beatrix vertelde zij daar over haar kat. Het was haar opgevallen dat op de zak met kattengrit van de Albert Heijn een waarschuwing staat: 'Uw kat houdt van privacy. Zet daarom de bak op een rustige plaats.' Aanleiding voor een beschouwing vol humor en wijsheid over wat privacy en waardigheid betekent. (En waarin zij ook de aloude truc aanhaalde om zenuwen die opkomen bij het spreken voor een groot gezelschap, te bestrijden door je dat gezelschap naakt voor te stellen. Ik herhaal: de koningin zat in de zaal, evenals kardinaal Simonis.) Lees verder
Comments

Lebenslüge: even kennismaken

munch_karl_johan
Ik heb een nieuw woord geleerd dat heel goed dienst kan doen bij een kennismakingsrondje. Meteen de diepte in, onschuldige antwoorden zijn niet mogelijk. Zo'n heerlijk Duits woord waar een hele existentiële crisis aan kleeft, dat klinkt als het licht van een druipende kaars, bruine schaduwen op oude schilderijen, als kromgebogen onder de last van het leven peinzen, als dolende zielen in een vochtig-kil historisch stadshart, als weltschmerz. Lebenslüge: en nu allemaal rillen van unheimlich genot. Lees verder
Comments

Help, wie ben ik!

kierkegaard_corsair
Mijn zus geeft college aan de universiteit. Ze vertelde dat ze, om te ontsnappen aan het oersaaie kennismakingsrondje aan het begin van een nieuwe collegereeks, alle studenten in de groep iets over zichzelf laat vertellen aan de hand van een paar vragen. Welke vragen dan, vroeg ik natuurlijk. Had ik beter niet kunnen doen, want sindsdien verkeer ik in een identiteitscrisis. Lees verder
Comments

VERjaardagSLAG

schoen_cadeau
Ik ben altijd groot fan geweest van jarig zijn. Toen ik klein was maakte ik hele boekwerken over de Grote Dag, met verlanglijstjes, feestplanningen, aftelkalender (dat lijkt op aftakelen) enzovoorts. Dit jaar was eigenlijk de eerste keer dat ik er geen zin in had. Het is de leeftijd natuurlijk: in tegenstelling tot wat iedereen denkt, vond ik 'the big three o' niet zo erg, want daar kun je goed grappen over maken. Maar de drie één is niet big, niet small, maar eigenlijk drie keer niks. En zelfs dat niet, want drie keer niks is natuurlijk een grap die hoort bij de drie nul. Lees verder
Comments

Twee zieken

Er zijn twee zieken in huis. De ene is Muis, de andere is de MacBook Pro. Muis is bij de dierenarts geweest en is herstellende, MacBook verblijft op dit moment bij de Appledokter en hoop ik binnen een week weer terug te hebben, hersteld en wel. Misschien heeft Bamse hem te hard geknuffeld, dat weet ik niet.

Muis leek al maanden niet echt een poes maar eerder een hond. Als ze aan kwam lopen hoorde je haar nageltjes printelen op de houten vloer, om met Hafid Bouazza te spreken. Dat komt omdat Muis te lui is om haar nagels te krabben. Ollie gebruikt de boekenkast, Bamse de krabpaal (ja, het is mogelijk) en zij beiden gebruiken de bank. Muis denkt er niet aan zich tot zulke lichaamsbeweging te verlagen. Die maakt alleen de gang naar het etensbakje. Met printelende nagels als gevolg. Minder literair gezegd: met ingegroeide klauwtjes en een ontstoken voetbed als gevolg.

Dus gingen we met Muis op manicure. Geknipte nageltjes, een doosje antibiotica en de opdracht twee maal per dag te pootje baden maken Muis stil en sloom. Gelukkig houdt Muis altijd van eten, wat voor eten dan ook, dus het levert niet echt problemen op om de pilletjes erin te krijgen. En ook het pootje baden - rechterpoot zo lang mogelijk in een glas sodawater laten weken - krijgen we onder de knie (the air was thick with cat calls, no fun intended).

De grote vraag is nu natuurlijk of Muis hiervan geleerd heeft. Of blijft ze voor altijd een lui prinsesje dat anderen het vuile nagelknipwerk voor zich laat opknappen?

Tussen het pillen voeren en pootje weken door typ ik een stukje op mijn leenlaptop. Hoe zou het met de MacBook gaan? Spreekt de Appledokter hem even lief toe als de dierenarts Muis? Wordt hij even hardhandig aangepakt, met een even gemeen knippertje? Ik vind het behoorlijk beangstigend hoezeer twee zieken me bezig kunnen houden. Met als resultaat: een weinig verheffend kattenblogje.

Bookmark and Share

_________________________________________________________________________________

Gerelateerde artikelen:
Comments

Leesvoer

Omdat de klus der klussen - het buitenschilderwerk - alle energie opvreet, een makkelijk blogje met verwijzingen naar leesvoer elders van mijn hand.

Twee exclusieve voorpublicaties:
Mijn column voor de Radboud info, nieuwsbrief van de Radboudstichting
De ziel gevangen, Recensie Edith Brugmans (red.) De ziel in de literatuur, ook voor Radboud info

Op 8WEEKLY staat alweer even Alles is interpretatie, Recensie van Rob Wijnberg, Nietzsche en Kant lezen de krant Lees verder
Comments

Menselijk al te menselijk: de uncanny valley

Mooi begrip: uncanny valley. Opeens hoorde ik van twee kanten over dit fenomeen. Het geeft aan dat robots die te sterk op een mens lijken, enger zijn dan een robot die niets menselijks heeft. 'Valley' slaat op een dip in de gevoelsmatige waardering van de te menselijke robot - die is er een van afkeer, walging en angst. De uncanny valley is makkelijk voor te stellen: een zombie is griezeliger dan een lijk. Volgens dit artikel komt dat omdat de robot ons aan de dood doet denken, maar dat is te kort door de bocht. Zombies zijn zo eng omdat ze grenzen van categorieën overschrijden: ze zijn tegelijk dood en levend, tegelijk zoals wij zelf en totaal anders. Een lijk is een lijk - ooit worden wij dat ook, maar dan zijn we niet meer wie we nu zijn. Het gaat er dus niet om dat een zombie ons herinnert aan de dood, dat doet een lijk ook. Sterker nog: een lijk herinnert ons nog wel meer aan de dood dan een zombie. Lees verder
Comments

Chemische reacties

chemische_reacties
De doodstraf kan je achtervolgen, of lieve pasgeboren poesjes, maar ook heel wat abstractere zaken. Hoe je persoonlijke, dagelijkse leven verregaand beïnvloed wordt door fictieve, onbestaande dingen. Dit is geen thema, maar een blik op de wereld. Vaak is zo’n achtervolging te herleiden tot iets wat je gelezen hebt, een filosofie die opeens je wereld op zijn kop zet. Hoe taal alles beïnvloedt wat je ziet of wat de consequentie is van absolute vrijheid, bijvoorbeeld. Als dat eenmaal tegen je gezegd is, kom je er niet meer vanaf, je kunt de wereld niet meer zien zoals ervóór. Maar soms is zo'n 'turn' niet terug te voeren tot een enkel boek of een bepaald college filosofie, maar is die een optelsom van meer of minder toevallige ontmoetingen, artikelen, programma's et cetera. Opeens zie ik het overal: het fictieve dat zo geïncorporeerd wordt door een mens dat het reële gevolgen krijgt. Naar believen uit te breiden naar het virtuele, het immateriële, dat soort shit weetjewel.

Bookmark and Share


Lees verder
Comments

I'm Not There: Dylan de ontsnappingskunstenaar

Hij is overal: Bob Dylan. Tijd om eindelijk eens I'm Not There te kijken, een film 'geïnspireerd op' het leven en de muziek van de ontsnappingskunstenaar. Zelf heb ik eigenlijk niet veel met Dylan. Ik kan wel een beetje jaloers zijn op al die aanbidders (van Dylan mag je je hele leven fan zijn, alsof je elf of twaalf blijft) die zoveel schoonheid, wijdheid, mystiek, genot en geluk krijgen, alleen al van het feit dat hij bestaat. Niet veel is ook weer niet niets: boven mijn bureau hangt de fantastische foto van Richard Avedon. En ik ben gefascineerd door de mythische proporties, die hij zélf heeft opgeworpen, vanaf zijn vroegste jeugd. Niemand weet wie Dylan is, daarom houden mensen zo van hem. I'm Not There, inderdaad. Lees verder
Comments

Laatste ogenblikken van een terdoodveroordeelde

vuurpeloton
De doodstraf achtervolgt me. Niet dat Magere Hein dagelijks met een strop achter me aan rent als een cowboy die een buffel wil vangen. Soms heb je gewoon van die thema's die steeds weer opduiken - als je geluk hebt zijn het lieve, pasgeboren poesjes, soms de doodstraf. Ik probeerde het te negeren en dat ging een tijdlang goed. Tot ik weer moest denken aan de doodstraf voor een hond en ik die poster tegenkwam: 'Voortaan voor iedereen die straf verdient: straf.' Straf voor mensen aan wie de wereld ten onder gaat, mensen als Saddam Hoessein, die de doodstraf krijgen. Lees verder
Comments

Voor iedereen die straf verdient

vvd_poster.jpg
'De wereld gaat ten onder aan mensen zoals jij.'
'Sorry, wat zeg je?' Ik boog voorover. We stonden in een festivaltent op Dour, het was midden in de nacht en eigenlijk niet het moment om te praten.
'De wereld gaat ten onder aan mensen zoals jij.'
Ik had het dus toch goed gehoord!
'Pardon?' De jongen was een vriend van vrienden van mij, we stonden met een hele groep op de camping. Ik kende hem niet, maar hij kende mij blijkbaar heel goed.
'Ja, vreselijk, zoals jij bent. Daar gaat de wereld nou kapot aan.'
Ik glimlachte beleefd, want opeens wist ik toch niet meer zeker of ik het wel goed verstaan had of misschien een hele goede grap miste.
De jongen zag dit als een aanmoediging om door te gaan met zijn vakkundige analyse van mensen zoals ik, waar de wereld aan kapot gaat. 'Ik heb wel het idee dat ik dit tegen jou kan zeggen. Dat waardeer ik dan toch wel. Ik denk dan ook dat je wel weet waar ik het over heb.'
Ik schudde van nee. Hij probeerde het nog eens uit te leggen, want ik was dan wel even abject als, zeg, de atoombom of een pandemische griep, maar tegelijk een redelijk figuur tegen wie je in alle redelijkheid kon zeggen wat je van haar vond.
Afgelopen Koninginnedag vertelde iemand me dat hij binnenkort rechter wordt. Voor een rechter is redelijkheid natuurlijk een belangrijke eigenschap. Lees verder
Comments

Verdrietig: godverdomse dagen van Verhulst

godverdomse_dagen
Op het debat over recensenten in Spui25, dat verbijsterend was in zijn tentoonspreiding van literaire inteelt, egotripperij en kortzichtigheid (zoals ook mooi is beschreven door Gaston Franssen), werden niettemin boeiende dingen gezegd. Boeiend omdat ze getuigden van precies die literaire inteelt, egotripperij en kortzichtigheid en dan zonder dat degene die het zei het doorhad. De allerergste observatie kwam van Elsbeth Etty, die zonder blikken of blozen toegaf dat het haar geen moer interesseerde of de lezer door haar recensies nu wel of niet een boek ging kopen. Hou dan een dagboek bij en publiceer je stukjes niet in de krant! wilde ik roepen, maar ik was met stomheid geslagen.

Een andere deelnemer, Marja Pruis, vertelde dat ze toen ze begon met recenseren, ervan hield om dingen negatief te bespreken. Dat was wel stoer. (Geinig om in het achterhoofd te houden als je vervolgens leest hoe zij publiekelijk in een column reageert als ze zelf negatief besproken wordt.) Ik ben erachter gekomen dat ik zelf een hekel heb aan het schrijven van een negatieve recensie. Maar natuurlijk wil ik niets liever dan dat mensen daardoor het boek níet gaan kopen. Of juist wel.

De eerste versie van mijn bespreking van Dimitri Verhulsts Godverdomse dagen op een godverdomse bol was nog negatiever dan de uiteindelijke versie. Misschien moet ik het niet toegeven, maar ik heb na lang dubben een paar zinnen toegevoegd aan het eind met een positieve noot. En het adjectief ’prachtig’ voor De helaasheid der dingen, in de inleiding. Dat boek was dan ook prachtig. Misschien dat ik juist omdat De helaasheid der dingen prachtig vond (hoewel ook niet briljant) het niet over mijn hart kan verkrijgen Godverdomse dagen totaal de grond in te boren.

Stel dat Verhulst een Engelsman was geweest, en Godverdomse dagen de vertaling van Goddamn Days On A Goddamn Ball. Had ik dan ook zo’n moeite mee gehad? Vast minder. Ik ben een watje: het idee dat Verhulst mijn recensie leest en daar misschien verdrietig van wordt, is genoeg om mezelf verdrietig te maken. Aan de andere kant: laat hem dan maar een column schrijven zoals die van Marja Pruis. Dan kan iedereen weer lachen. Heel hard lachen.

Lees hier de recensie van Godverdomse dagen op een godverdomse bol van Dimitri Verhulst. Lees verder
Comments

De Grote Onrust II

doors_film
In de lente woedt De Grote Onrust het hevigst. Er woedt dan al van alles, dus dat kan er ook nog wel bij. Niet alleen mensen die altijd wel een beetje last ervan hebben, maar alles en iedereen, van boom tot bloem, van poes tot puber, voelt in zijn binnenste iets gisten en heeft de drang om tot Grote Daden over te gaan. De natuur heeft maar geluk dat het haar allemaal automatisch afgaat - elk jaar weer die verwondering over bladeren die binnen een dag de koude takken verzwaren, alsof het niets is, alsof iedereen dat zomaar zou moeten kunnen. Lees verder
Comments

Roel Bentz van den Berg: Montaigne voor de 21e eeuw

Roel Bentz van den Berg heeft een nieuw boek uit, getiteld Engelen in regenjas. Ik heb het nog niet gelezen, ik verwacht binnenkort een boekenbon in de bus en moet dus nog heel even geduld oefenen. Hier volgt geen recensie, maar een soort pre-recensie, zodat voor de hele wereld duidelijk is met wat voor verwachtingen ik straks Engelen in regenjas ga lezen. Lees verder
Comments

Egotripperij of een getoupeerde pony?

Wie onlangs Connie Palmen en Saskia Noort bij De Wereld Draait Door zag, moet wel hebben gedacht dat literatuur toe is aan zelfmoord. Ofwel, mocht je een literatuurliefhebber zijn, zelf er een eind aan hebben willen maken. Want noch met Noort, noch met Palmen en zeker niet met tafelheer Hugo Borst wil je geassocieerd worden (een associatie met Matthijs is nooit weg). En meer keus was er niet: het is de egotripperij van Palmen, die zichzelf de beste schrijfster van Nederland vindt en moet leven in een permanente verstandsverbijstering als ze echt gelooft dat ze nog nooit slecht besproken is. Of de getoupeerde pony van Saskia 'ik geef de mensen waar ze om vragen' Noort.

Het enige positieve aan het item is dat het boze reacties oproept (ik ben niet de enige die weigert te kiezen tussen twee 'nietsnutten'). Zo stond in de NRC een stuk van Paul Brandt. Ook bij hem is deze doorgedraaide wereld in het verkeerde keelgat geschoten. Vooral van Palmen had hij meer verwacht (best merkwaardig, gezien het feit dat Connie Palmen nu eenmaal Connie Palmen is):

Hoe mooi was het geweest als zij voorbeelden had gegeven als: lees nu in plaats van Saskia Noort eens Bert Natter of Marja Pruis. Laat Heleen van Royen eens liggen en pak eens een boek van Robert Vuijsje. Moet je eens zien hoe sterk die nieuwe generatie literatoren voor de dag komt. Dat deed Connie Palmen niet. Haar literaire pronkbeelden, behalve zichzelf (sic), waren Gerrit Komrij, Cees Nooteboom en Harry Mulisch. En dat is nota bene haar eigen vriendengroepje, haar eigen literaire borreltafel!

Scroll nu gauw naar het einde van het artikel, om erachter te komen wie Paul Brandt eigenlijk is:

Paul Brandt is hoofdredacteur van Nijgh & Van Ditmar, dat o.a. werk van Robert Vuijsje, Marja Pruis, Arnon Grunberg en Simon Vestdijk uitgeeft.

Zijn literaire pronkbeelden, behalve zichzelf (sic), zijn Marja Pruis en Robert Vuijsje. En dat is nota bene zijn eigen vriendengroepje, zijn eigen literaire fondslijst!

Zo wordt het natuurlijk nooit wat.

Lees in het kader van literaire inteelt ook een verslagje van een miserabele avond over recensenten bij Spui25.

Bookmark and Share
Comments

De Grote Onrust I

kolibrie
Hoe ongemerkt een grote mijlpaal aan je voorbij kan gaan: inmiddels heb ik meer dan honderd blogjes geplaatst. Ik heb ze allemaal genummerd in een mapje op de harde schijf staan en zag dus al van verre de honderdste aankomen. Maar toen ik het ging natellen, bleek dat ik sommige stukjes was vergeten te kopiëren naar de map. De honderdste was eigenlijk de honderdzesde, of -zevende, ik kwam er niet meer uit. Nou ja, wat maakt het uit? Heel wat. Lees verder
Comments

Liever verraad dan verzoening?

verzoening
Verzoening. Het thema van de Maand van de Filosofie klinkt op het eerste gehoor mooi. Na de Nacht van de Filosofie, waar elke deelnemende filosoof toegaf niets met het thema op te hebben, is het woord in mijn hoofd gaan rondzingen. En eerlijk gezegd: ik vind het ook maar een saai deuntje. Neem dan verraad. Vergeving. Of iets waar nog geen woord voor is. Lees verder
Comments

Het warme hart van Tariq Ramadan

tariq_ramadan
Tariq Ramadan werd, onder andere, gevormd door Belle et Sebastien, zo vertelde hij in Wintergasten. Ik zag in het fragment over de arme hond die moet vluchten omdat hij anders wordt afgemaakt iets heel anders dan de idylle die Ramadan beschreef. Afgelopen vrijdag hoorde ik Ramadan op de Nacht van de Filosofie en opeens begrijp ik dat kindje en die hond, die het paradijs vertegenwoordigen. Sommige mensen denken aan het paradijs als het paradijs, anderen zien altijd de schaduw van de zondeval. Lees verder
Comments

De Volkskrant begrijpt er niets van

de-volkskrant
Ik heb ze een tweede kans gegeven. De mensen van de Volkskrant. Het zong al een tijdje rond: de boekenbijlage Cicero zou verdwijnen, opgaan in de rook van de algehele restyling die de Volkskrant onlangs heeft ondergaan. De losse katernen zijn daarbij samengevoegd in één katern op tabloidformaat, genaamd VK 2. Hopeloos. Lees verder
Comments

Drie dj's, een monster en een dode paus

Mag je pretenties verwachten van iets wat vooral uitblinkt door pretentieloosheid? Ik zat toch nog een beetje in mijn maag met mijn stukje over 2 Many DJ’s en Justice. Pretentie is niet het goede woord, besef ik. Diepte ook niet. Ze spelen immers juist met de oppervlakte, met het uiterlijke en lichamelijke. Een andere Rauw-avond die in mijn geheugen gegrift staat (het geheugen van de oppervlakte) was er een met Vitalic. Het was de avond van de begrafenisdag van paus Johannes Paulus II. Die twee zijn in mijn gedachten onlosmakelijk met elkaar verbonden en die verbinding kan wellicht ophelderen waar het mij om gaat. Lees verder
Comments

De waanzin van 2 Many DJ's

Ik ben wel wat gewend als het gaat om dansen, dat via springen, vasthouden, duwen richting boksen gaat. Soms beland je echter op een dansvloer die je volkomen opvreet om vervolgens uit te spugen zonder dat je begrijpt wat er eigenlijk is gebeurd. Beter!

Als opwarmertje voor 2 Many DJ’s gisteren in Tivoli, besloot ik de documentaire Part of the Weekend Never Dies te kijken, een registratie van de bizarre wereldtour die de De Waele-broertjes deden. Elke avond traden ze op als de liveband Soulwax Nite Versions, om vervolgens nog eens als 2 Many DJ’s met een dj-set de avond af te sluiten. Tussendoor traden bevriende bands en dj’s op, die in de documentaire ook aan het woord komen, maar eigenlijk niet zoveel boeiends te zeggen hebben. Lees verder
Comments

Schrijven en lezen met alle geweld

schietspel
Kan het schrijven over geweld leiden tot geweld? Is er een grens aan de krochten van het kwaad waarin de schrijver afdwaalt - een grens waarachter zijn gewelddadige ik ligt te wachten tot hij wakker wordt geschopt? En de lezer over geweld, loopt die niet hetzelfde gevaar? Het zijn intrigerende vragen die Hans Achterhuis stelt in zijn ijzersterke studie Met alle geweld. Lees verder
Comments

Buurten in Lunetten

lunetten_paddestoel
Afgelopen 1 april was het een jaar geleden dat we zijn verhuisd naar onze mooie 'jaren dertig tussenwoning' in Utrecht-West. Gisteren was ik weer terug in mijn huisje in mijn oude buurt, helemaal aan de andere kant van de stad, in Lunetten. Mijn oude huisgenoot en longtime friend was jarig. In een jaar kan veel veranderen, maar vooral ook heel weinig. Met een variatie op Kierkegaard: 'Weer ging er een jaar voorbij, en daarin was alles precies hetzelfde gebleven.' Lees verder
Comments

Op weg naar een Theorie van Alles

quantum-foam
De Sterrenkunde-reeks bij Studium Generale is alweer afgelopen. Ik heb de lezingen alle vier gevolgd en over alle vier een reportage geschreven. Een verslag van Govert Schillings lezing over de fascinatie van de mens voor de kosmos is elders te vinden. Hieronder een samenvatting van de overige drie lezingen, waarin Utrechtse sterrenkundigen vertelden over de stand van zaken in het onderzoek. Meer sterrenkunde? Kijk op het Internationale Jaar voor de Sterrenkunde. De volledige verslagen van alle lezingen zijn te downloaden op de website van SG.

Van de aarde via zon en maan naar andere planeten tot aan een Theorie van Alles: de reeks bracht het publiek steeds verder van huis in steeds uitzinniger sferen. Bij de laatste lezing zat ik met mijn oren te klapperen, totaal meegesleept langs de grenzen van het denken. De afsluiting is wat mij betreft geen einde, maar eerder een begin van verdere studie in de wondere wereld van het uitdijende heelal.

Wist je dat de neutrino’s je nooit meer met rust zullen laten?
De reis door de kosmologie begon gewoon hier op aarde. Professor Frank Verbunt laat zien dat de invloed van zon en maan op het wel en wee van de aarde groot is, en veelvormiger dan gedacht.

neutrino
De interessantste wetenschappelijke feiten zijn zo opmerkelijk en simpel dat je ze nooit vergeet en vaak wilt herhalen. De geëigende vorm daarvoor is ‘Wist je dat...’; waarna iets volgt wat ondenkbaar lijkt, wat met jezelf te maken heeft en wat ondersteund wordt met keihard, na te rekenen bewijs. Wist je dat elke seconde zestig miljard neutrino’s door elke vierkante centimeter op aarde razen? Dus ook door je eigen lichaam heen?

Waar komen die neutrino’s vandaan? De energie van de zon vindt haar oorsprong in kernfusie, die je in modellen en formules kan vatten. Maar de formule vertoont een afwijking, er verdwijnt namelijk massa. Die wordt omgezet in energie, ofwel licht. Kort gezegd: er lijkt bij kernfusie meer aan massa in te gaan dan eruit komt. Líjkt, want in werkelijkheid komen twee bijna onmeetbare deeltjes mee, de neutrino’s. Die alle kanten op vliegen – ongehinderd door jou en mij. Wist je dat...?

Nog zo een. Wist je dat de dag steeds langer wordt en de maand ook? Al in de zeventiende hield Edmond Halley (naamgever van de bekende komeet) zich hiermee bezig. Halley deed onderzoek naar zonsverduisteringen. Het is exact te berekenen hoeveel tijd er tussen twee verduisteringen moet zitten. Halley rekende uit dat eerder een verduistering in Alexandrië moest zijn geweest. Bronnen wezen iets anders uit: niet Alexandrië, maar Bagdad was getuige geweest. Daar zit een uur verschil tussen! Er was maar één conclusie mogelijk: de dagen en de maanden worden langer. De gemiddelde verandering is langzamer dan 2,3 milliseconde per eeuw. Toch is dat al gauw een paar seconden sinds het begin van de jaartelling.

De Russische (fictieve) schrijver Kuzma Prutkow vroeg zijn lezer: ‘Wie is er nuttiger, de zon of de maan?’ Zonder de zon geen energie en leven, zonder de maan geen klimaat dat de energie in bedwang houdt en het leven pas echt tot leven wekt. Prutkow zelf wist nog beter het antwoord: ‘De maan is de nuttigste, want hij geeft 's nachts licht, dus als het donker is; de zon schijnt echter alleen overdag, als er toch al licht is.’

‘We zijn niet alleen, maar wel eenzaam en onvindbaar’
In de volgende lezing gaat dr. Daphne Stam voorbij de maan en de zon, de Melkweg uit. Ze doet onderzoek naar exoplaneten en leven in andere sterrenstelsels. Het is met enige schroom dat je een wetenschapper vraagt naar buitenaards leven en de kans op technologisch vergevorderde samenlevingen in outer space. De wetenschap onderzoekt deze vragen echter zeer serieus en diepgravend en hoopt net als het grote publiek op een wereldschokkende ontdekking.

Hoewel onbekend is hoe het leven ooit is begonnen, is inmiddels wel duidelijk wat essentieel is om te overleven. Hoe strikt deze voorwaarden zijn is maar de vraag. Tegenwoordig zijn ook organismen bekend die onder zeer extreme omstandigheden leven en die daarom toepasselijk extremofielen heten. Op de meest onherbergzame plekken, zoals in zwavelbronnen en op Antarctica, is blijkbaar wel leven mogelijk. Dus misschien ook wel op onherbergzame planeten.

Christiaan Huygens was een van de eersten die nadacht over leven op planeten bij een andere zon of ster. Als de zon een ster is, zo redeneerde hij, en de hemel is bezaaid met sterren, waarom zouden die dan geen planeten hebben? Inmiddels is de techniek zo geavanceerd dat er daadwerkelijk planeten bij andere sterren aan te wijzen zijn. Zo leren we ook meer over ons eigen Melkwegstelsel, dat een heel normaal, gemiddeld stelsel blijkt te zijn, onopvallend en eigenlijk totaal niet interessant – mocht je een alien zijn. De Melkweg mag dan onopvallend en gemiddeld zijn, de getallen liegen er niet om. Een sterrenstelsel als het onze kent zo’n 200 miljard sterren, waarvan er 40 miljard als onze zon zijn. Er moeten dus heel veel planeten zijn. Waarom is de Melkweg dan onopvallend? Omdat hij slechts een van de honderd miljard sterrenstelsels is...

‘Wat zullen we uiteindelijk aan leven vinden?’ Stam haalt Drake aan, die in 1961 een formule opstelde om de kans op ander leven in de kosmos te beschrijven. Daarin zijn allerlei variabelen opgenomen, zoals de gemiddelde snelheid waarmee sterren geboren worden, het percentage van die sterren met planeten, het deel van die planeten waar intelligent leven zich ontwikkelt en de levensduur van technologische beschavingen. Afhankelijk van de input is de uitkomst van de vergelijking dat er toch minstens zeshonderd technologische, communicerende beschavingen moeten zijn. ‘We zijn dus niet alleen, maar wel eenzaam en onvindbaar.’

Op zoek naar die ene, robuuste, unieke theorie
Professor Renate Loll is als theoretisch natuurkundige bezig met de zoektocht naar een Theorie van Alles, waarin Einsteins algemene relativiteit verzoend wordt met ideeën uit de kwantumzwaartekracht. Hoe ziet zo’n theorie eruit en wat heeft zij te zeggen over wormgaten en tijdreizen? Waar ligt de grens tussen science en fiction?

Allereerst geeft Loll een idee van de schaal waarop kwantumonderzoek zich afspeelt. We zien een foto van een vijver met waterlelies. Elke volgende foto zoomt in op een deel van het plaatje, steeds met dezelfde verkleining van factor tien. De eerste foto’s zijn duidelijk: de vijver, een lelie met een bij erop, het hoofd van de bij, zijn oog. Het zoomen gaat verder: een stukje pollen, een bacterie, daarop een virus. Nog verder: strengen DNA, DNA-structuur. Dat is 1 nanometer, 10 tot de min negende. Dan het koolstofatoom, elektronen, de nucleus, tot je bij het ‘bijna niets’ komt: protonen, quarks en gluons, elementaire deeltjes. Dan het kleinste niveau, waarop de Geneefse deeltjesversneller opereert: 10-18. Let wel: de verhouding tussen de lelie met een bij en het hoofd van de bij is dezelfde als tussen de nucleus van een elektron en elementaire deeltjes. Uiteindelijk kan de natuurkunde nog zestien ordes van grootte teruggaan tot de Planckschaal (10-35), de allerkleinste schaal die bekend is, nog voorbij de elementaire deeltjes. Hier spelen vragen over de lege ruimtetijd tússen die elementaire deeltjes.

De lege ruimtetijd tussen elementaire deeltjes: een leuk denkspelletje, maar verder niet echt boeiend, toch? Waarom zou je je bezighouden met – niets? Voor de twintigste eeuw was het volkomen gerechtvaardigd om ruimte en tijd te beschouwen als achtergrond voor interessante processen en niet als interessant op zich. Dat is het wereldbeeld van Newton: het universum bestaat uit ruimte plus tijd plus zwaartekracht. Daarbij zijn ruimte en tijd onveranderlijk en eeuwig, als een schouwtoneel waarop de zwaartekracht zijn dynamiek uitoefent.

Einstein zou het wereldbeeld totaal veranderen. Ruimte en tijd zijn innig verstrengeld, er is geen scherpe grens tussen te trekken, zo toonde hij in 1905 aan. Ruimte en tijd koppelde hij tot ruimtetijd; maar die bleef statisch en niet erg boeiend. Met de tweede revolutie van Einstein in 1915 veranderde ook dat. In dat jaar ontvouwde Einstein zijn theorie van de gekromde ruimtetijd, waarmee ook het verschil tussen ruimtetijd en zwaartekracht is opgeheven. Zwaartekracht, zo laat dit model zien, is integraal onderdeel van de structuur van de ruimtetijd zelf. Die wordt daarmee dynamisch op zich, gekromd. Geen enkele vorm van massa of energie kan ontsnappen aan die dynamiek. Zelfs lege ruimte oefent dus krachten uit op dingen die in haar worden geplaatst. De ruimte is gezegend met eigenschappen die het bestuderen meer dan waard zijn.

Einsteins theorie markeert niet het einde van de natuurkunde. Wat blijkt namelijk: op zeer kleine schaal is de klassieke theorie niet toepasbaar. Tot op millimeters gaat het goed, maar op moleculair, atomair en nucleair niveau is de zwaartekracht zo zwak dat hij niet belangrijk meer is, hij wordt helemaal tenietgedaan door andere interacties tussen deze deeltjes. De microstructuur van ruimtetijd zal er anders uit zien dan de ruimtetijd op grote schaal. Op welke manier? De ruimtetijd is op grote schaal weliswaar gekromd, maar toch vlak en glad te noemen. Op kleine schaal is hij juist verre van glad, eerder gekreukeld. Vandaar de vergelijking met schuim.

Na deze theoretische verkenning van kwantumonderzoek naar ruimtetijd komt de grote vraag: wat zegt die theorie over wormgaten? Het belangrijkste is natuurlijk dat wormgaten de mogelijkheid tot tijdreizen inhouden. Stel je een tweedimensionale ruimte voor. Door de ruimte te vouwen als een vel papier, ontstaat een shortcut. In plaats van tientallen lichtjaren, is de andere kant van het heelal nog maar een paar jaar weg.

wormhole_graphic
Wat is hier feit en wat fictie? De algemene relativiteitstheorie staat niet toe dat wormgaten geboren worden, dat kan simpelweg niet. Maar misschien zijn ze wel in de chaos van de oerknal ontstaan. Een ander punt weegt zwaarder: om het wormgat open te houden en niet te laten inklappen, is het bestaan van zogenaamde exotische materie vereist. Exotische materie heet nu juist zo omdat ze onbekend is, nooit gezien of gemeten, en met eigenschappen die vrijwel ondenkbaar zijn: negatieve energie en een onmogelijke dichtheid. Met andere woorden: die theorie is niet echt natuurkundig. Dat gezegd hebbende, zou een bestaand wormgat inderdaad een vervoermiddel naar een andere tijd kunnen zijn. Het idee van tijdreizen is op zich echter voor de wetenschap een ramp, omdat het zou indruisen tegen de basis van alle natuurkundige wetten: causaliteit. ‘Dan kun je alleen nog maar wanhopen.’

Professor Loll vertelt over een experiment dat ze heeft opgezet om het bestaan van wormgaten te testen. Met behulp van de computer heeft ze een model gebouwd op de Planckschaal. Als voorwaarden koos ze bepaalde ingrediënten en stelde ze vast hoe die mogen bewegen. Vervolgens liet ze de ingrediënten uitdijen tot een ruimtetijd op grote schaal. Het experiment is twee keer uitgevoerd. De ene keer mogen de atomen wormgaten vormen, de andere keer niet. En wat blijkt? Als wormgaten zijn toegestaan, komen ze ook in groten getale voor. Maar alle energie gaat zitten in het maken van wormgaten, de rest van de ruimte groeit gewoon niet. Dat is niet consistent met wat we om ons heen zien. In het andere experiment, waarin wormgaten niet voorkomen, is het resultaat een universum op grote schaal dat bovendien overeenstemt met de Einstein-theorie.

Uit dit experiment komt ook de totaal bizarre, wilde aard van het kwantumschuim op de Planckschaal naar voren. De ruimtetijd is op dit niveau zozeer gekromd, dat die lijkt op gekreukeld papier, dat bovendien niet vierdimensionaal is, maar tweedimensionaal. ‘Einstein would never have believed it!’ De verzuchting van Loll klinkt even verheugd als verbaasd.

Ik moet nog even bijkomen van een maan die van de aarde af beweegt, van de nietigheid van ons sterrenstelsel en de schuimachtige vorm van materie... Gelukkig hoef ik me over één ding geen zorgen te maken: de snaartheorie met haar twaalf dimensies is alweer achterhaald.



Bookmark and Share
Comments

Berlijn: van hip naar hot

berlin_wall
Berlijn was al jarenlang hip, maar nu wordt Berlijn hot. Opeens is het Berlijn wat de klok slaat. Daar is een duidelijke reden voor aan te wijzen: dit jaar, op 9 november, is het twintig jaar geleden dat de Muur Viel. Hoewel dat dus pas op 9 november echt aan de orde is, wordt het publiek nu alvast warm gemaakt. Lees verder
Comments

Reactie Sire

gmail_envelope
Sire heeft gereageerd! Ik citeer:

(...) 'Zo maakt u bezwaar tegen het gebruik van het woord kankeren. Dit woord is met opzet gekozen om beter te laten voelen dat onbewust asociaal gedrag ook verbaal kan zijn. Kankeren heeft hierbij de gewone betekenis zoals vermeld in de Dikke van Dale: voortdurend mopperen. De associatie met kanker willen wij in het geheel niet maken en is volgens ons in dit geval ook niet terecht.’ (...)
Lees verder
Comments

Sire is onbewust asociaal

sire
Zoals iedereen erger ik me wel eens aan reclames, en soms zelfs graag. Dat gaat van slechte smaak - die reclame met allemaal wapperende handjes die samen een droge huid voorstellen bijvoorbeeld, daar word ik nou onpasselijk van - tot de deeltijdfeministe in mij die zich afvraagt waarom moeders altijd de was doen. Niet belangrijk genoeg om je echt over op te winden, ik kan m’n tijd wel beter besteden. Maar soms, heel soms, wordt er grens bereikt en spring ik op de barricaden. Lees verder
Comments

Kornel Esti, de enige held in dit verhaal

kornel_esti
De bekentenissen van Kornél Esti is een van de beste boeken die ik de laatste tijd heb gelezen. De volstrekt originele en aangename toon die dit citaat ook bezit, houdt Dezsö Kosztolányi het hele boek vol. Zoals Esti zijn telefoon koestert, zou je als lezer Esti willen koesteren - een personage dat even origineel en aangenaam is als het boek waarin hij een glansrol speelt. En even eigenzinnig en onberekenbaar. De bekentenissen van Esti zijn opgetekend door een oude jeugdvriend van hem, de ikfiguur. Maar hoe zit dat met die twee vrienden? Het eerste hoofdstuk, ’waarin Kornél Esti, de enige held van dit verhaal, door de schrijver wordt voorgesteld en ontmaskerd’, zet de lezer meteen aan het puzzelen. De enige held ontmaskerd... zijn de ik en Esti niet één en dezelfde? Vertelt een gedistingeerde man hier misschien over zijn andere ik, over zijn lichtzinnige zelf, dat gehuld is in de nevels van herinneringen? Lees verder
Comments

Techniek in de literatuur VII

dezso_kosztolanyi
’In de late ochtend, als hij wakker werd, liet Esti graag de telefoon naar zijn bed brengen. Hij liet het apparaat naast zijn kussen zetten, onder het warme dekbed, als een kat. Hij hield van dit elektrische dier. Lees verder
Comments

Uitblinkers spelen niet buiten

Het is al weer even geleden dat ik Uitblinkers. Waarom sommige mensen succes hebben en andere niet las, Malcolm Gladwells boek over talent. Ik had erover gelezen in verschillende kranten en het leek me interessant genoeg voor een recensie. Nu kun je in een recensie natuurlijk niet lekker over jezelf gaan zitten ouwehoeren. Daarom op deze plek nog wat persoonlijke gedachten over het hoe en waarom van de uitblinker. Gladwell schreef namelijk een soort zelfhulpboek, weliswaar voor de maatschappij, maar maken wij daar niet allemaal deel van uit? Uitblinkers is dus ook een soort zelfhulpboek voor jezelf.

Het succes van dit soort boeken is dat je alles op jezelf kunt betrekken. In dit geval spoken grote vragen door je hoofd. Heb ik talent? Succes? En als talent inderdaad niet bestaat, maar afhankelijk is van toeval en omgeving, zoals Gladwell betoogt, heb ik dan de kansen gekregen om talentvol te worden? Ben ik in de juiste maand geboren om alle voordelen van scholing mee te pakken? Die laatste vraag is makkelijk te beantwoorden: nee, want mei is een van de slechtste maanden om in geboren te worden, als je in elk geval op school een uitblinker wilt worden.

De interessantste notie uit het boek vind ik de 10.000 uren regel. Alle uitblinkers hebben tienduizend uur geoefend op hun vak, voor ze het zodanig beheersten dat ze erin uitblinken. Vandaar dat zoveel mensen zo goed zijn in slapen! Of ouwehoeren in de kroeg. Je gaat rekenen: heb ik iets 10.000 uur lang gedaan? Jazeker: lezen.

De 10.000 uren - oftewel tien jaren - regel werkt echter niet zo gemakkelijk. Jaar in, jaar uit flutromannetjes verslinden is niet genoeg. Anderen spreken in dit verband van deliberate practice: je moet gericht te werk gaan met het doel beter te worden. Nu durf ik wel te beweren dat ik dat in mijn geschiedenis als lezer heb gedaan. Niet om beter te worden in de techniek van het lezen (ik lees steeds langzamer bijvoorbeeld, maar ik noem dat liever aandachtiger), maar wel als het gaat om het verbreden van kennis. Door klassiekers te lezen (van die boeken waarvan altijd gezegd wordt dat niemand ze echt heeft gelezen) en hedendaagse literatuur, binnenlands en buitenlands, kortom door bewust, deliberate, mijn boeken uit te kiezen.

Grote vraag is natuurlijk: wat heb je aan 10.000 uur lezen en daar dan goed in te zijn? Geen idee, maar het voelt al heel leuk om ergens misschien wel in uit te blinken.

Eigenlijk vind ik de nadruk die Gladwell legt op succes strontvervelend, hij stoot me tegen het hoofd. Hoe hij een school beschrijft in een arme buurt in New York bijvoorbeeld, waar uitblinkers worden gekweekt (ik kan het niet anders noemen). Vergeleken bij de straatbendes, tienermoeders en drugsoorlogen zal het schoollokaal een paradijs zijn, maar op mij komt die wiskunde drill van 9 tot 5 over als een regelrechte hel. En dat terwijl ik school altijd heel leuk vond.

Dan het dedain waarmee hij spreekt over buiten spelen. Gladwell beschrijft buiten spelen als iets wat vooral kansarme of hoe dan ook arme kinderen doen, alsof je pas de deur uit gaat als je niet van 9 tot 5 op school hoeft te zitten - als je geen toneelclub, muziekles, ijshockeytraining of familieberaad hebt. Alsof buiten spelen de enige optie is voor losers. Behalve als je samen met je vriendjes in een team een technisch hoogstaande boomhut bouwt. Daar krijg ik kriebels van. Het geluk is met de dommen, zeggen ze wel eens. Maar in geluk is Gladwell dan ook niet geïnteresseerd.

Uitblinkers zet je aan het denken, over je eigen talenten, kansen en omgeving, over wat je maatschappelijk belangrijk vindt en over de bizarre rol van toeval in het leven. Daarom volgt hier niet de voor de hand liggende uitsmijter dat ik misschien maar minder boeken moet lezen. Een boek dat je aan het denken zet is altijd goed genoeg, maar een uitblinker zou ik Uitblinkers niet noemen.

Lees hier mijn recensie op 8WEEKLY, Goed genoeg.



Bookmark and Share
Comments

De filles fatales van J.W. Waterhouse

the_lady_of_shallot_looking_at_lancelot
Betoverd door vrouwen heet de tentoonstelling in het Groninger Museum, die ik gisteren bezocht. Ik was niet de enige die met het Boekenweekgeschenk op zak zo ver mogelijk gratis wilde reizen en dus voor Groningen had gekozen. Na een half uur stevige wind pakken in de rij, kon ik me met honderden anderen vergapen aan de prachtige schilderijen van J.W. Waterhouse (1849-1917).


Lees verder
Comments

Treinkaartje lezen

piep_midas_dekkers
NS is hoofdsponsor van de Boekenweek, dus vandaag reisde ik met 179.999 andere mensen gratis met de trein, het Boekenweekgeschenk, Een tafel vol vlinders van Tim Krabbé, als alternatief treinkaartje in de tas. Opvallend veel mensen zaten ook echt te lezen in de trein. En opvallend veel mensen lazen daadwerkelijk hun treinkaartje. Ik had het al gelezen dus had nog een ander boek mee (toevallig met een pauw op de voorkant, dus ik paste wel in het dierenthema Tjielp Tjielp). Omdat ik voor 8WEEKLY een recensie mocht schrijven van dat andere Boekenweekboekje, het boekenweekessay (zonder hoofdletter), Piep, had ik al twee, drie weken geleden een lijvig promotiepakket met beide boekjes in huis. Ik zag niemand in de trein Piep lezen, het nochtans zeer vermakelijke pamfletje van Midas Dekkers. Lees verder
Comments

Data II

praying-mantis-fossil-insect-in-amber
Op 8 december schreef ik over 8 december. Vandaag is het 10 maart en schrijf ik over 10 maart. Kierkegaard noteerde: 'Weer ging er een jaar voorbij, en daarin was ik precies een jaar ouder geworden.' Vandaag zijn er vijf jaren voorbij sinds mijn vader overleed en daarin ben ik precies vijf jaar ouder geworden.

10 maart was het sluitstuk van wat op Gerards verjaardag duidelijk was geworden en wat weer een half jaar eerder echt was begonnen.

In vijf jaar kan heel veel gebeuren. Niets in mijn leven is nog zoals het toen was. Dat is vreemd. Toen Gerard overleed had hij eigenlijk een andere dochter dan hij nu zou hebben gehad als hij nog leefde. Zo blijft een vijfentwintigjarige versie van mezelf op een merkwaardige manier bestaan - niet echt bestaan, maar behouden, stilgezet. Alsof er een oude versie van mij is ingekapseld in barnsteen, met zo'n vervormende gloed en golving eroverheen.

Het enige wat niet bewaard blijft is natuurlijk het geheugen. Ik weet nog dat ik heel erg mijn best heb gedaan om allerlei details van die dag (en de dagen die eraan voorafgingen) te onthouden, maar ik moet bekennen dat het niet is gelukt. Nu al niet. Wat de dokter zei en wat ik zei. Zelfs van wat ik aan had ben ik niet honderd procent zeker meer.

Gek genoeg vind ik dat niet alleen maar erg. Wat overblijft zijn namelijk een soort kernachtige herinneringen, waar je ook wel genoeg aan hebt. Hoe we op een rijtje onderaan de trap stonden. Welk weer het was (iets minder slecht dan vandaag, maar gelukkig niet heel zonnig). En dat ik een sigaret opstak om drie uur 's middags.

Toch had ik wel graag precies geweten wat er ook al weer gezegd werd door iedereen. Die stemmen komen het barnsteen niet meer uit. En als je ze toch hoort, versta je niet wat ze zeggen.



Bookmark and Share
Comments

Verwassen, nooit bezeten identiteiten

red het chili peppers
Je kleren zijn een kostuum waarmee je je voorkomen kunt benadrukken. Hoewel, als het een kostuum is, doe je iets niet goed. Het zijn hulpmiddelen, zoals de lamp die je richt op een bepaalde kant van je gezicht, om je sexy of juist intelligente oogopslag goed uit te lichten. Waarom is het zo erg dat mensen hun identiteit benadrukken met hun kleding? Zolang je die er niet helemaal aan ophangt, als een kostuum aan een haakje, kun je er maar beter aandacht aan besteden. Mensen zien het namelijk ook zo, of dat nu bewust of onbewust gebeurt. Dus dan kun je er maar beter op inspelen, zodat ze de goede informatie over jou binnenkrijgen. Noem het manipulatie, noem het zelfmarketing of noem het gewoon een goede reden om te winkelen. Lees verder
Comments

Het is officieel: een boekenrubriek in L'Officiel

l'officiel
Het spijt me dat de blogs van de laatste tijd allemaal tweedehands zijn, verwijzingen naar andere stukjes, om niet te zeggen reclame voor eigen spul. Dit is voorlopig de laatste, ik beloof het. Komt-ie:

Nu in de winkel! L’Officiel! Het high end fashion magazine met een boekenrubriek verzorgd door Miriam Rasch! Op pagina 53! Nu voor maar 1 euro! Lees verder
Comments

Darwin als teaser

Niemand ontkomt aan het Darwinjaar zo lijkt het: of je nu naar de VPRO of naar de EO kijkt, of je nu van de schepping of evolutie bent, allemaal moeten we geloven aan de Darwinhype. Ik moest er niet aan geloven, ik was een integraal onderdeel ervan. Was ja, want inmiddels is de hype alweer over zijn hoogtepunt heen en ben ik er van af. Mijn recensie van Brownes Over het ontstaan van soorten van Darwin staat op 8WEEKLY, en stukken over de lezingenreeks Na Darwin zijn hier te vinden. Lees verder
Comments

Rasch is tevreden

Het is zover: mijn eerste column in de Radboud info is verschenen! Mét foto. Merkwaardig om jezelf aan te kijken op de achterkant van een nieuwsbrief. Ik las mijn naam vijf keer: goed gespeld? goed gespeld! Pas na een paar uur durfde ik de column zelf te lezen, bang dat er een gigantische fout in zat of een onbegrijpelijke wending. Niets van dien aard, sterker nog, ik vind hem voorlopig geniaal. Binnenin een klein biografietje van ondergetekende, dat nog het meest vervreemdend is. Daar staat mijn leven dan samengevat in een kadertje: van geboorte via studie naar dit weblog. In de derde persoon natuurlijk. Maar ook hier is Rasch tevreden mee. Lees verder
Comments

Boksen met Arnon en Henk

Beuken is leuk, bleek weer eens bij de Kings of Leon. Daar heb ik al eens eerder iets over geschreven. Bij de literaire masterclass van Querido kregen we les van Arnon Grunberg. De man die bij de soldaten in Afghanistan verbleef en wiens stopwoord lijden is, liet ons zijn motto aan den lijve ondervinden: om te schrijven moet je pijn voelen. En klappen krijgen. We gingen een ochtend boksen met Henk. Hierbij mijn verslag van die dag, 2 maart 2007. Lees verder
Comments

Linksvoor, tussen bar en boxen

kings_of_leon
Mocht je mij ooit kwijtraken bij een concert, dan zijn er een paar manieren om me heel makkelijk terug te vinden. Ten eerste: ga naar linksvoor, tussen de bar en de boxen. Volg eventueel je neus: in de rookvrije horeca is het makkelijk de stiekeme peuken van mijn vrienden te traceren. Zoek vervolgens naar gekken, raddraaiers, biergooiers, hossers en mensen die op hun kop op de rug van een ander hangen. Die laatste, dat ben ik. Gevonden! Lees verder
Comments

Neutrino's in een twaaldimensionale kosmos

supernova
Supersnaren, exoplaneten, wormgaten: ik ben me voor mijn volgende programma bij Studium Generale aan het inlezen in de moderne astronomie. 2009 is internationaal Jaar van de Sterrenkunde (juist, weer een jaar van...). Sterrenkunde: dat vindt iedereen wel fascinerend. Maar is het ook te begrijpen? Lees verder
Comments

Verlate, vage Valentijn

miriam_rasch
Ik belde een stel vrienden. Zij nam op.
'Met Miriam.'
'Hé Miriam!'
Op de achtergrond hoorde ik hem vragen welke Miriam ze aan de lijn had.
Zij, van de hoorn afgewend, maar nog steeds duidelijk hoorbaar: 'Vage Miriam.' Lees verder
Comments

Gekostumeerd bal

powersuit
Het voorkomen van de mens blijft me bezighouden. Gisteren op een workshop zat ik me te profileren als het - onaardig gezegd, maar het gaat toch over mezelf - 'nieuwe media-typje'. Gelukkig had ik een hippe outfit aan en mijn haar in een nonchalante paardenstaart. Ook al is het voorkomen een kant van jezelf die je naar het licht draait en niet een rol die je speelt zonder het te zijn, er horen blijkbaar toch kostuums bij. En kostuumontwerp is weer een vak apart, denk maar aan de powerdress voor de sollicitatie die in andere ogen een feestpakkie bleek te zijn. Lees verder
Comments

Het voorkomen van een gespiegeld ik

spiegel_lamp
Op mijn werk schrijf ik tegenwoordig ook af en toe een ‘stukkie’. Het zijn verslagen van lezingen die bij Studium Generale zijn gehouden (van Jelle Reumer en op het Huis van de Poëzie). Dat lijkt wel journalistiek! Hield ik laatst niet nog een tirade tegen journalistiek? Gaat het verloochenen van principes zo snel? Ik noteerde toen ook dat het zaak was om scherp te blijven. Bij deze. Lees verder
Comments

Techniek in de literatuur VI

Het begint erop te lijken dat techniek in de literatuur het vooral moet hebben van de telefoon. Hij werd al gesignaleerd bij Couperus, Thomas Mann en Mandelstam. Mulisch liet de mobiel een rol spelen in De procedure. En hoe graag ik ook iets zou lezen over auto’s, vliegtuigen of internet, het is opnieuw de telefoon waar ik op stuit. Niet verwonderlijk, want de telefoon is een communicatiemiddel en literatuur gaat nu eenmaal vaak over mensen die al dan niet communiceren. Deze keer is de telefoon zelfs een soort personage, als ik Raymond van den Boogaard mag geloven, in zijn artikel over het toneelstuk La voix humaine van Jean Cocteau (Cultureel Supplement NRC 6 februari 2009). Lees verder
Comments

Freudiaanse verlezing

freud_illusie
De Freudian slip is een bekend gegeven. Nee, dat is geen onderbroek met een baard eraan, maar een verspreking die iets blootlegt van de verborgen verlangens of frustraties van de verspreker. Soms kan die met wel met onderbroeken te maken hebben.

Jeroen zei een keer in een werkoverleg op de Denksportburelen: ‟Ja, het is een leuk broekje.” In plaats van boekje dus. Dit speelde zich af in de tijd dat wij tweeën elke minuut langs ons beeldschermen naar elkaar lachten en na werktijd stiekem gingen borrelen in Het Vervolg (geen Freudian slip, deze naam) en onszelf voorhielden dat geen van onze collega’s dit door had. Iedereen schateren natuurlijk - hihihi broekjes hahaha - ik een rooie kop en Jeroen... geen idee want ik durfde hem niet over de vergadertafel heen aan te kijken.

Maar hoe heet het wanneer je iets anders leest dan dat er staat? Een verlezing zal ik het noemen, bij deze gemunt door mij, Miriam Rasch. Je mag me ook Miami Beach noemen. Ik las op internet het volgende zinnetje in een column van Aaf: Ik ben al vaak in Miami Beach geweest. Wat las mijn megalomane oog? Juist: Ik ben al vaak in Miriam Rasch geweest. De analyse verklaar ik hierbij voor geopend. Lees verder
Comments

Een beetje calvinistisch maar vooral heel wijs

calvijn
Ben jij romantisch of juist een flirt? Hirsuut of babyface - waar val jij op?! Ze is jouw beste vriendin... maar wat denkt zij eigenlijk van jou? Vroeger vond ik het heerlijk om van die testjes in te vullen in de meidenbladen. Elk meisje is daar dol op, jongens volgens mij iets minder. Maar daar komt verandering in, want de test doet opeens alsof hij volwassen is geworden.

Lees verder
Comments

Even stilstaan op het web

Iedereen met een gepersonaliseerde startpagina say yeah! Ik had het er al eerder over, maar nu zal ik er wat meer over vertellen. Zoals je een restaurant nooit op de openingsavond mag beoordelen, heeft ook een nieuwe startpagina tijd nodig om goed tot zijn recht te komen (of juist niet natuurlijk). Inmiddels ben ik twee maanden Netvibes-er, tijd voor evaluatie. De conclusie geeft ik alvast weg: Netvibes is een aanrader!

Waarom? Bloggers bevelen dit soort sites (er bestaan er meerdere, waaronder een van Google die me minder aanspreekt) aan door te beweren dat je er tijd mee bespaart. Door Netvibes zou de internetter die per dag drie uur online zit dezelfde informatie vinden in slechts één uur. Je logt in op Netvibes, zet alle sites die je vaak bezoekt bij elkaar en kunt dus in één oogopslag zien waar er iets nieuws gepubliceerd is.

Het tijdargument klinkt altijd en overal goed, maar vaak doet het me niet zoveel. Vaak is er ook niets van waar. (Meestal bespaart een apparaat of programma tijd tot je eraan gewend raakt dat je tijd bespaart en de bespaarde tijd weer terug in het apparaat of programma stopt. Sinds de wasmachine wassen we veel vaker onze kleren, sinds de e-mail verbruiken we drie keer zoveel papier en moeten we zaken dubbel archiveren.) Zo ook in dit geval. Nu maakt dat wat mij betreft niet uit. Als de voordelen opwegen tegen de tijdbesparing, net als bij de wasmachine en de e-mail, is er niets aan de hand.

Umberto Eco schreef ergens dat hij baalt van moderne bibliotheken waar de bezoeker niet meer tussen de kasten mag snuffelen, maar het boek dat hij wil lezen moet aanvragen, waarop een medewerker het voor hem uit een depot haalt. Juist tijdens het snuffelen tussen de kasten deed hij de beste ontdekkingen, door iets te vinden waarvan hij niet wist dat hij het zocht. Is Netvibes niet een soort moderne bibliotheek die al het spannende surfgedrag om zeep helpt? Een doodlopende weg, of liever, want internet is geen weg, een streng bewaakte poort met maar een paar schietgaten?

Nee, want binnen de Netvibespagina laden de websites van je keuze in hun geheel. Daarbinnen ben je vrij om te gaan en staan waar je wil. Voor je het weet zit je weer met tien tabbladen open.

Je begrijpt: ík bespaar hier geen tijd mee. Integendeel, sinds mijn gepersonaliseerde startpagina zit ik eerder drie keer zo lang dan kort op het web. Hoe kan dat? Stel, je komt een leuke site tegen op internet. Normaal gesproken dacht ik: goh, leuke site, moet ik onthouden. Waarop ik hem vergat zodra ik op het rode kruisje klikte en de site weer verdween in de nullen en enen van de digitale doolhof. Tegenwoordig voeg ik de pagina toe aan mijn Netvibes en zie ik elke dag wat daar gebeurt. Zo krijg je elke dag meer te lezen en klikken. Dat geeft niet, want het zijn interessante sites. Zo niet, dan worden ze er weer vanaf geknikkerd. Je moet wat in huis hebben om op mijn Netvibes te mogen, ja!

Kortom: je blijft via één kanaal van alle kanalen op de hoogte. Het biedt een goed overzicht (ook in het bieden van een overzicht is overzichtelijkheid gewenst), en het is makkelijk te zien wat je al hebt gelezen of niet.

Dit klinkt allemaal heel saai. Gelukkig zijn er ook leuke extra's. Daar heb ik dan weer niet zo veel mee. Behalve met de rijkswidget. Een widget is een kleine desktopapplicatie, een programmaatje dat een onderdeel vormt van een website en waar dan bijvoorbeeld steeds het actuele weerbericht in staat of waar je muziek mee kan luisteren. De rijkswidget is een applicatie van het Rijksmuseum en het is anders dan je misschien op het eerste gehoor zou denken, een zeer coole widget.

Elke dag verschijnt er in de widget een kunstwerk uit de collectie van het Rijksmuseum, dat je kunt vergroten. Op de achterkant van het werk - en dat verhoogt het schatgraversgevoel, dat er op de achterkant van een schilderij een geheime boodschap alleen voor jou staat - staat een korte toelichting. Door op een pijltje te klikken draait het kunstwerk zich om, zodat je kunt ontdekken wat er letterlijk en figuurlijk achter schuilgaat.

Wat doe je dus? Eerst bekijk je vluchtig het doek, leest de naam en tralala. Dan draai je hem om en lees je de toelichting. Laat hem terug draaien en bekijkt hem nog eens aandachtig. Voor je het weet kijk je gemiddeld één keer per week aandachtig naar een kunstwerk - van schilderijen en bronzen beelden tot brokaten jurken en Venetiaans kristal.

In een museum schijnen mensen gemiddeld negen seconden aan een werk te besteden. Met de rijkswidget is dat al gauw een minuut. Dat klinkt weinig, maar het is een stijging van ruim 600 procent. (Heel kort naar een kunstwerk kijken geldt over het algemeen niet als iets goeds.) Een ander voordeel is dat je het niet voor het kiezen hebt. Ik had nooit gedacht dat ik Venetiaans glas interessant zou vinden. Maar jawel! Wanneer je nieuwsgierig bent geworden (en dat kan haast niet anders) en naar de website van het Rijks gaat, kom bovendien je op een prachtig vormgegeven, duidelijk geheel, waar heel wat zogenaamd moderne instellingen een puntje aan kunnen zuigen.

Zo kan het dus gebeuren dat het zogenaamd vluchtige en oppervlakkige medium dat mensen berooft van hun concentratievermogen, waar alles wordt weggeklikt als het niet snel genoeg boeit, de aandacht voor een kunstwerk zes keer langer vast weet te houden dan de ouderwetse analoge manier. En dat weer allemaal dankzij een 'gepersonaliseerde startpagina' als Netvibes, want je moet die widget toch ergens kwijt. Die pagina geeft je de mogelijkheid stil te staan op het web - paradoxaal genoeg een grote stap vooruit in de digitale revolutie.

De rijkswidget was de eerste museumwidget ter wereld en is een grandioze uitvinding. Daarmee ontdoet het museum zich ook meteen van zijn stoffige imago om rechtstreeks aan te kloppen bij een jongere generatie. Alleen een beetje jammer dat die klungelende ambtenaren er steeds voor zorgen dat we nog jaren moeten wachten voor we de kunstschatten weer in het echt kunnen aanschouwen. Het moderne, hippe en toch diepgaande en niet-door-de-knieën imago dat het Rijks met de widget opbouwt, verdwijnt zo meteen weer in het aardedonker van de bodemloze bouwput aan het Museumplein. Een gemiste kans.



Bookmark and Share
Comments

Een sensatie die het leven verandert

Vandaag verwijs ik naar mijn artikel Een sensatie die het leven verandert, een stuk 'uit de oude doos’, enigszins geactualiseerd en herschreven. Commentaar is zoals altijd welkom.

Enjoy! Lees verder
Comments

Reflecties over een foto II

michelangelo_narcissus
Die foto, daar had ik het over. Het is dus echt zo: als iemand met een lens van dertig centimeter een armlengte verwijderd van je gezicht gaat zitten klikken, dan voel je je ongemakkelijk. Dat heeft te maken met twee dingen. Ten eerste is het een 'violation of personal space'. Je weet wel, die denkbeeldige ring die je om je heen draagt en waar mensen niet in mogen komen, behalve als het niet anders kan, bijvoorbeeld in de spits. Met de fotograaf was ik alleen en de bank is groot genoeg voor tien. Lees verder
Comments

Reflecties over een foto I

miriam_ogen
Zou er een moeilijker beroep zijn dan portretfotograaf? De meeste mensen houden er niet van om op de foto te gaan, ze voelen zich letterlijk bekeken en daardoor ongemakkelijk. Zou er een dankbaarder beroep zijn dan portretfotograaf? Als je goed bent, geef je mensen iets unieks waar ze de rest van hun leven plezier aan kunnen beleven: een mooi portret. Lees verder
Comments

Poeslief op de MacBook Pro

bamse_op_macbook
Bamse is verliefd. Niet op Ollie of Muis - hoewel ik uiteraard zou instemmen met zo’n moderne liefdesrelatie - maar op de MacBook Pro. Is dat ook acceptabel? Is liefde voor een apparaat liefde? Hoe dan ook is de liefde tragisch, want onbeantwoord. Lees verder
Comments

De toekomst van de roman volgens A.F.Th.

Kruis en kraai heet het boekje waarin A.F.Th. van der Heijden zijn persoonlijke geschiedenis als schrijver uiteenzet teneinde iets te zeggen over de toekomst van de roman in het algemeen. Door het verleden te bestuderen kun je iets zinnigs zeggen over de toekomst, dat is het idee. Op 8WEEKLY staat mijn recensie van dit eerste deel in de serie Over de roman.

Ik ben niet onverdeeld positief. Van der Heijden is een typische babyboomer, voor wie café De Zwart aan het Spui fungeert als tweede huiskamer. Daarom is het niet verwonderlijk dat zijn beeld van de toekomst van de roman niet erg modern aandoet. Ja, deze paradoxen (verleden beschrijven om iets te zeggen over de toekomst, toekomstbeeld dat niet modern is) bedenk ik niet, en A.F.Th. ook niet. Dat laatste is natuurlijk onvergeeflijk; ze sluipen zijn tekst in zonder dat hij zich daar geheel bewust van lijkt.

Misschien zal ik later eens mijn eigen visie op de toekomst van de roman onder woorden proberen te brengen. Kruis en kraai biedt zeker aanknopingspunten, stelt interessante vragen en geeft dus antwoorden die aanzetten tot discussie. Aangezien bekend is dat de grote schrijver snel op zijn teentjes getrapt is, hoop ik niet dat hij me nu gaat beschuldigen van karaktermoord.

Lees de recensie! Lees verder
Comments

Techniek in de literatuur V

word_perfect_5.1
Nu ben ik nog eens twee keer vergeten het stukje dat ik vrijdag in mijn pauze schreef naar mezelf te mailen. Inmiddels is het niet actueel meer, het is in de dooi verwaterd. Laat dan maar, er zijn genoeg andere dingen om over te schrijven. Mijn mijmeringen over het Word Perfect 5.1-debacle brachten me op het spoor van een volgend hoofdstuk in het verhaal over Techniek in de literatuur. Een moderne techniek bovendien, in een moderne roman: De Procedure van Harry Mulisch. Lees verder
Comments

Meneer Cogito en het vergeten (stukje)

zbigniew_herbert_meneer_cogito
Omdat ik vanmiddag alleen overbleef op mijn werk, leek het me een goed idee de lunchpauze te benutten om een opzetje voor een blog te schrijven. Zo gezegd zo gedaan. Daarna verder met brieven printen, etiketten stickeren, boekjes in enveloppen doen, enveloppen dichtplakken met een plakbandje, etc etc. Het nieuwe programmaboekje van Studium Generale is namelijk verschenen! Je kunt een boekje aanvragen en op de website is het programma natuurlijk ook te vinden. (Tot zover de reclame.) Lees verder
Comments

De doodstraf voor een hond

belle_et_sebastien
Naast Zomergasten heb je tegenwoordig ook Wintergasten. Leuk, van die programma’s die je aan het denken zetten over wat jij zou aanvragen als je uitgenodigd zou worden. Natuurlijk moet er iets bij zitten uit je vroegste jeugd. Een film of programma waar je niet alleen maar speciale herinneringen aan hebt, dat je niet alleen maar leuk vond of grappig, maar dat je wereldbeeld gevormd heeft en daarmee ook een beetje wie je bent. Lees verder
Comments