Filosofie op tv: Dus ik ben
31/12/10 14:16 Denk aan: Televisie
Filosofie op tv! En nog leuk gedaan ook. Dus ik ben was al een website en een boek en nu dus ook een serie (lees ook Wat maakt dat je dus bent). En guess what: de televisie is beter dan het boek. Er zijn in totaal vier afleveringen, allemaal terug te zien op uitzendinggemist.nl.
In de derde aflevering (zie ook hieronder) gaat het over gevoel. Gevoel is tegenwoordig een argument geworden, waar je niet over kan twisten. Gevoel geldt als echt en onmiddellijk, authentiek. Een relatief jonge opvatting, die stamt uit de Romantiek. En een opvatting die achterhaald is, in de gemediatiseerde wereld van de 21e eeuw. Interessante kwesties, op een heldere manier gebracht.

In de derde aflevering (zie ook hieronder) gaat het over gevoel. Gevoel is tegenwoordig een argument geworden, waar je niet over kan twisten. Gevoel geldt als echt en onmiddellijk, authentiek. Een relatief jonge opvatting, die stamt uit de Romantiek. En een opvatting die achterhaald is, in de gemediatiseerde wereld van de 21e eeuw. Interessante kwesties, op een heldere manier gebracht.
Comments
Vrijheid en noodzakelijkheid voor iedereen
28/12/10 11:20 Denk aan: Filosofie

Daarin gaat het niet over de meest eenvoudige materie. De ziel is een besmet begrip in de filosofie en dan onderzoekt hij het ook nog aan de hand van moeilijke Duitsers als Wilhelm Dilthey en Heidegger. Wat de ziel is, hangt samen met de vraag naar vrijheid en noodzakelijkheid. Als je uitgaat van het bestaan van de ziel, zit daar meteen een zekere noodzakelijkheid in: je hebt hem en je hebt het er ook maar mee te doen. Maar zonder dat je er in vrijheid ook daadwerkelijk iets mee doet, blijft de ziel… zielloos.
Visser maakt dat in een passage over Kierkegaard en Heidegger invoelbaar en voor iedereen begrijpelijk. Kierkegaard schrijft uiteindelijk steeds naar het religieuze toe. Hij stelt: 'Ik ben een christen.' Om te vervolgen: 'Bén ik een christen?' Heidegger breidt deze gedachtegang uit. Hij zegt: 'Ik ben er.' En vraagt: 'Bén ik er?'
Dat is allemaal nog erg abstract. Visser laat echter zien hoe dit verder door kan werken. Je kunt namelijk van alles invullen in de twee zinnetjes. Zelf schrijft hij: 'Ik ben vader van mijn kinderen.' Duidelijk. Maar: 'Bén ik vader?' Dat kan iedereen zelf uitproberen. 'Ik ben…' 'Bén ik…?' Als het goed is voel je de filosofie knarsend in werking treden.
Visser schrijft: 'Die vraag, die een feitelijke stand van zaken op slag verandert in de mogelijkheid die zij existentieel gezien is, staat voorop. Zij kan zich tot op mijn sterfbed blijven aandienen.'
Wat betekent dat precies? Dat laatste geeft aan dat het in de filosofie van Heidegger steeds uitloopt op je verhouding tot de dood. Het is de dood die maakt dat we onszelf dit soort vragen stellen. De dood is daarmee het punt geworden waarin het leven samenbalt, een soort prisma waarin het leven is gevangen maar ook naar alle kanten uitstraalt. Pas op het sterfbed eindigt de zingeving van het leven, de vraag 'Bén ik' blijft zich tot dat moment steeds weer aandienen. Maar dat betekent natuurlijk niet dat je tussendoor die vraag niet ook over andere dingen mag stellen, als een soort deelonderzoekjes binnen het grote geheel.
'Ik ben blogger.' 'Bén ik een blogger?' De omkering opent een scala aan vragen, waarden, aannames, twijfels, mogelijkheden. Van een 'feitelijke stand van zaken' - inderdaad, ik hou een weblog bij, dus ik ben blogger, klaar over en uit, zaak gesloten - ga ik over naar 'de mogelijkheid die zij existentieel gezien is' - de zaak is heropend. Met andere woorden: noodzakelijkheid verandert in vrijheid.
Van hieruit kun je verder redeneren over wát zich in deze vrijheid openbaart (de ziel?), en of de 'existentiële mogelijkheid' al dan niet een opdracht of verplichting met zich meebrengt. Wat je daar verder ook van maakt, om de vraag 'Bén ik…?' kan niemand heen. Dat is een soort philosophy for the millions. Mooi.
Beste boeken van 2010
26/12/10 11:02 Denk aan: Literatuur
De computer is vervangen, Bookpedia is weer gevuld, tijd voor een blik op het boekenjaar 2010.
Ik las 49 boeken (misschien kan ik er in de rest van de kerstvakantie meer van maken, maar de 53 van vorig jaar haal ik niet meer). Van die 49 stammen er 25 uit 2010. Over zeventien boeken schreef ik een recensie voor 8WEEKLY, een hoge productie al zeg ik het zelf. Verder las ik tien boeken niet uit, of maar deels (zoals Heideggers Zijn en tijd of Bekentenissen van Jean-Jacques Rousseau). Drie boeken staan nog genoteerd als 'Mee bezig'.
Verdere statistiekjes: gemiddeld aantal sterren van alle 49: 3,4. De 2010-boeken: 3,52 gemiddeld. Een ruime voldoende! En een stuk hoger dan de 3,26 van 2009.
Zes boeken kregen de hoogste waardering van 5 *, twee daarvan zijn boeken uit 2010. Die staan dus bovenaan:
Beste boeken 2010:
1. David Shields - Reality Hunger
2. Max Blecher - Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid (binnenkort meer hierover)
3. Arnon Grunberg - Huid en haar
4. Dezso Kosztolanyi - Nero, de bloedige dichter
5. André Aciman - Witte nachten
Beste boeken gelezen in 2010:
6. Machado de Assis - Posthume herinneringen van Bras Cubas
7. Michel Houellebecq - Mogelijkheid van een eiland
8. Julian Barnes - Flaubert's Parrot
Om tot de tien te komen:
9. Hub Zwart - De waarheid op de wand
10. Karin Johannisson - De kamers van de melancholie

Ik las 49 boeken (misschien kan ik er in de rest van de kerstvakantie meer van maken, maar de 53 van vorig jaar haal ik niet meer). Van die 49 stammen er 25 uit 2010. Over zeventien boeken schreef ik een recensie voor 8WEEKLY, een hoge productie al zeg ik het zelf. Verder las ik tien boeken niet uit, of maar deels (zoals Heideggers Zijn en tijd of Bekentenissen van Jean-Jacques Rousseau). Drie boeken staan nog genoteerd als 'Mee bezig'.
Verdere statistiekjes: gemiddeld aantal sterren van alle 49: 3,4. De 2010-boeken: 3,52 gemiddeld. Een ruime voldoende! En een stuk hoger dan de 3,26 van 2009.
Zes boeken kregen de hoogste waardering van 5 *, twee daarvan zijn boeken uit 2010. Die staan dus bovenaan:

1. David Shields - Reality Hunger
2. Max Blecher - Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid (binnenkort meer hierover)
3. Arnon Grunberg - Huid en haar
4. Dezso Kosztolanyi - Nero, de bloedige dichter
5. André Aciman - Witte nachten
Beste boeken gelezen in 2010:
6. Machado de Assis - Posthume herinneringen van Bras Cubas
7. Michel Houellebecq - Mogelijkheid van een eiland
8. Julian Barnes - Flaubert's Parrot
Om tot de tien te komen:
9. Hub Zwart - De waarheid op de wand
10. Karin Johannisson - De kamers van de melancholie
7 boeken om naar uit te zien in 2011
22/12/10 09:21 Denk aan: Literatuur

Twee romandebuten:
Justine Le Clercq - De roemlozen. Podium, februari
In 2006-2007 volgde ik de masterclass Literair schrijven van Uitgeverij Querido. Justine Le Clercq was een van mijn 'klasgenoten'. In februari debuteert zij met haar roman De roemlozen. Leuk! Uit de aanbieding:
'Haar vader is een héél bekende kunstenaar, haar moeder een vrouw met een hysterische inslag. Hoewel Titine niets liever wil dan normaal opgroeien, hangt de roem van haar vader en de eeuwige verongelijktheid van haar moeder als een zware schaduw over haar kinderjaren. Zelfs wanneer ze de afgetrapte villa uit haar jeugd al lang heeft verlaten en in Den Haag, omringd door vrienden, een carrière als scenariste probeert op te bouwen, komt het verleden steeds weer terug. Soms letterlijk, in de vorm van haar moeder die op de meest ongelegen momenten aandacht vraagt voor haar grillen. Of in de vorm van langverdrongen herinneringen, bijvoorbeeld aan Titines verdwenen broertje. Pas wanneer Titine de confrontatie rechtstreeks aangaat, blijkt de werkelijkheid gecompliceerder dan gehoopt.'
Joris van Casteren - Het zusje van de bruid. Prometheus, mei
Nog een romandebuut waar ik benieuwd naar ben, namelijk van Joris van Casteren, die eerder het fenomenale Lelystad afleverde (zie ook hier). Zat er dik in dat hij met een roman bezig was. Hoewel ook Het zusje van de bruid een autobiografisch verhaal is. In het geval van Van Casteren is dat geen reden om bang te worden.
'Het zusje van de bruid is het geanonimiseerde verslag van een krankzinnige periode uit het leven van schrijver Joris van Casteren, waarin hij getuige was van de grondige zelfvernietiging van de jonge vrouw met wie hij samenwoonde. Met een scherp oog voor detail en een plezierige dosis zelfspot reconstrueert hij de huiveringwekkende relatie tussen twee jonge mensen die elkaar nooit zullen weten te bereiken. Het is een fascinerend portret van een gedoemde liefde aan het begin van de eenentwintigste eeuw.'
Vertaalde geheide bestseller:
Michel Houellebecq - De kaart en het gebied. Arbeiderspers, mei
Al lang verschenen, controversieel geworden en gelauwerd in Frankrijk, maar wij moeten nog even wachten. Aan de ene kant is dat zuur, aan de andere kant is het goed dat de vertaler de tijd krijgt en geen broddelwerk aflevert louter om de verkoopcijfers. Ik hou van de zwartgallige en toch sentimentele wereld van Houellebecq (check bijvoorbeeld Houellebecq: Mogelijkheid van een eiland. Gelukkig miserabel). Zou dit zijn beste zijn?
Vertaalde geheide klassieker:
Dezso Kosztolanyi - De nieuwe bekentenissen van Kornel Esti. Van Gennep, februari
Yes! Kornel Esti komt nog een keer tot leven! Check Kornel Esti, de enige held in dit verhaal en Nero, de bloedige dichter. Wat een schrijver.
'We dromen er allemaal van om ooit gelukkig te zijn. Wat stellen we ons daarbij voor? Bijvoorbeeld een kasteel aan zee, een vrouw, kinderen, misschien geld of roem. Dat is flauwekul. (...) Het kasteel heeft geen bouwtekeningen. De vrouw die we ons voorstellen, heeft geen lichaam of ziel. De kinderen in onze dromen krijgen nooit de mazelen en over roem durven we nooit vast te stellen dat die voor het grootste deel bestaat uit onderhandelingen met uitgevers. Gelukkig bestaat natuurlijk wel. Maar dat is iets totaal anders. Wanneer ik het gelukkigst was? Ik kan het je vertellen, als je wilt.'
Drie maal filosofie:
Joep Dohmen en Maarten van Buuren - De prijs van de vrijheid. Ambo, april
Het boek naar aanleiding van de reeks Levenskunst bij Studium Generale, die ik presenteerde (zie ook 10 schrijvers en denkers over Levenskunst). Op 11 april vindt de presentatie plaats, ook bij Studium Generale.
'Literatuurwetenschapper Maarten van Buuren en filosoof Joep Dohmen analyseren de conditie van de moderne mens aan de hand van lichte en donkere schrijvers en filosofen – van Montaigne tot Houellebecq, en van Foucault tot Pascal Mercier. Wat verschijnt is een rijk palet van levenshoudingen: vitale en krachtige, maar ook sombere en sceptische.'
Saul Frampton - Speel ik met mijn kat, of speelt ze met mij? Ambo, april
Een geniale titel en dan gaat dit boek ook nog over Montaigne. Zo'n boek moet wel op mijn lijf geschreven zijn. Niet in de aanbiedingsfolder, maar wel online aangekondigd:
'Volgens Montaigne gaat het er in het leven niet zozeer om zo veel mogelijk kennis te vergaren, maar te proberen de onvatbare ervaring die het leven is, te accepteren. We moeten niet krampachtig proberen de betekenis van het leven te doorgronden - we moeten het zelf zin geven. Met Speel ik met mijn kat of speelt ze met mij? laat Saul Frampton zien dat Montaignes gedachtegoed nog steeds springlevend is en ons kan inspireren om de kunst van het leven te verstaan.'
John Gray - Het onsterfelijkheidscommité. Ambo, maart
'Een historisch palet van spiritisten, mediums, cryonisten en andere zieners - en een diepe reflectie over de grenzen van het menselijk bestaan. John Grays prikkelende nieuwe boek is een briljante analyse van de pogingen van de mensheid om te gaan met haar eenzame plek in de kosmos. Tegelijk vertelt het de vaak obscure geschiedenis van het streven naar onsterfelijkheid. Zo vertelt hij het verhaal van de spiritistische bewegingen onder Engelse intellectuelen en politici die geloofden dat wij kunnen communiceren met de doden. En hij schetst hoe communistische wetenschappers van het 'Onsterfelijkheidscomité' geloofden dat ze de mensheid konden bevrijden van de dood.
Het resultaat is een diepe en verontrustende reflectie op wat het betekent mens te zijn. Sinds Darwin weten we dat de dood het einde is en dat onze soort uiteindelijk zal verdwijnen. Zoekers naar onsterfelijkheid proberen een uitweg te vinden uit deze onwelkome waarheid. Maar hoeveel kennis hij ook vergaart, de mens zal blijven wie hij is - en de implicaties daarvan nopen tot deemoed.'
Boeken 2010: tips en een tegenvaller
21/12/10 10:39 Denk aan: Literatuur

Vandaar een andere aanpak. Eerst kijk ik terug op de Nieuwe boeken in het najaar, die ik afgelopen zomer signaleerde. Maakten ze hun belofte waar? Deel twee (morgen): nieuwe boeken in het voorjaar. Waar kijk ik het meest naar uit? Deel drie, ijs, weder en Apple-chirurgie dienende, de beste boeken van 2010.
Waar verheugde ik me het meest op, die 23e juli 2010, na het doorploegen van de aanbiedingscatalogi van de uitgeverijen?
1. André Aciman - Witte nachten
'Wie op Google Earth zoekt naar Straus Park, op de kruising van West 106th Street en Broadway in New York, ziet een piepklein parkje waar het verkeer langs raast. Een man hangt op een bankje, voetgangers steken gehaast het kruispunt over. Loop in westelijke richting en je belandt op Riverside Drive. Aan het eind van 106th Street leidt een trap naar een park met groene bomen en een standbeeld van Samuel J. Tilden. Draai je om en kijk omhoog naar het flatgebouw op de hoek, zo'n New Yorks appartementencomplex uit het begin van de twintigste eeuw. Daar in het penthouse, denk je, was het feest. Een paar verdiepingen lager: het appartement van Clara. Op Google Earth is het altijd overal dag, dus er zijn geen verlichte ramen waarachter je een vrouwengestalte een sigaret ziet opsteken.
Het overkomt me niet vaak dat ik tijdens het lezen van een roman Google Earth open om te zien waar het verhaal zich afspeelt. Witte nachten, de tweede roman van schrijver en literatuurwetenschapper André Aciman, roept dat verlangen wel op. Aciman beschrijft het gebied rond Straus Park zo nauwkeurig en laadt het zo vol met betekenis dat je daar zelf rond wilt lopen, op dat bankje wilt zitten.'
De tweede roman van André Aciman bracht me niet alleen verrukkelijk leesplezier (verrukkelijk in de melancholische zin van het woord), maar ook een persoonlijk hoogtepunt: een recensie van mijn hand in de Groene Amsterdammer! Helaas nog steeds niet online beschikbaar, maar wie wil kan van mij een digitale kopie krijgen. Overigens het ideale boek voor de kerstvakantie, want het speelt tussen Kerstavond en Oud en Nieuw en er ligt net zo'n dik pak sneeuw als hier en nu.
2. Jaap van Heerden - Fascinaties. Een intellectuele autobiografie
'Hij schreef essays voor het AMC Magazine over psychologie, filosofie en literatuur. Dat moet wel interessant zijn.' Absoluut waar. De korte stukken kunnen zelfs dienen als voorbeeld van hét essay. Met verwondering observeert hij de wereld, stelt daar onbevangen vragen over en via allerlei interessante associaties en zijsporen ontleedt hij vervolgens de mechanismen achter gedrag, cultuur, taal et cetera. Vooral gaat dit boekje over wetenschapsfilosofie, maar dan op een totaal niet hermetische manier. Fascinerend. Binnenkort een recensie op 8WEEKLY.
3. Max Blecher - Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid
'Oorspronkelijk verschenen in 1936, de beste tijd voor een boek om te verschijnen. Ik hoop op een roman even mooi als Kornel Esti of even vreemd als Oliebol.' Maakt zijn belofte meer dan waar. Een korte roman waarin een hele wereld samenkomt, als een heel kleine diamant waaruit lichtstralen naar alle kanten weerkaatsen. Het merkwaardige van dit boek is dat het steeds herinneringen oproept aan andere boeken, films en lang begraven gevoelens. Niet omdat het niet origineel is, maar omdat alles hierin samenkomt. Binnenkort een recensie op 8WEEKLY (ik krijg het druk).
4. Peter Sloterdijk - Filosofische temperamenten
'Ik wil al een tijdje iets van Sloterdijk lezen, maar de dikke pillen schrikken me af. Boom brengt dit najaar een ideaal boekje om mee te beginnen.' Tegenvaller.
5. Bart Slijper - Onder de blauwe oneindigheid. De vriendschap tussen Willem Kloos en Jacques Perk
Niet helemaal gelezen, maar even in gebladerd voor ik het doorstuurde aan de 8WEEKLY-recensent. Die was erg positief, zie Een vriendschap van toen bloeit weer op.
6. Arnon Grunberg - Huid en haar
Check: Het recht op mislukking: Arnon Grunberg, Huid en haar
En: Gesprek voor 8 december
Lees dit boek!
Karin Johannisson - De kamers van de melancholie
17/12/10 08:37 Denk aan: Literatuur

Lees verder op 8WEEKLY: Een huis voor de wolvenman
Het zwarte gat is niet zwart
16/12/10 18:45 Denk aan: Wetenschap

Het is misschien an unlikely couple, natuurkunde en poëzie. Een wetenschapper werkt weliswaar vanuit zijn fascinaties, het persoonlijke mag voor hem begin- noch eindpunt zijn. Voor de dichter is het zintuiglijke het uitgangspunt, zo stelde Jeroen van Dongen in zijn inleiding op het thema. Twee verschillende werelden, maar geen wereld van verschil. De poëzie zal zich ook moeten loszingen uit het zuiver persoonlijke en de waarneming, ook zintuiglijk, staat aan de basis van wetenschappelijke kennis. Beelden en metaforen zijn voor zowel natuurkundigen als dichters onmisbaar, zo bleek.
Zelfs een begrip als een ‘quark’ is eigenlijk een metafoor. Niemand heeft ooit een quark gezien of aangeraakt. Het is deel van een wiskundig model dat op dit moment de beste, meest accurate beschrijving vormt van de wereld op de allerkleinste schaal. Verlinde is een specialist op het gebied van de snaartheorie. Hij begon zijn lezing met de geschiedenis van het zwarte gat. Einsteins relativiteitstheorie veronderstelt het bestaan van zwarte gaten, maar pas veertig jaar geleden muntte John Wheeler de term. Het begrip van zwarte gaten is sindsdien goed op gang gekomen. Daarvoor is de relativiteitstheorie niet toereikend – op het niveau van de allerkleinste deeltjes gaat de voorspellende theorie van Einstein niet meer op. Om te beschrijven wat er op de ‘planckschaal’ gebeurt, is de kwantummechanica nodig. En, aldus Verlinde, daarvoor is de snaartheorie onmisbaar.
‘Is het mogelijk dat we zelf misschien zwarte gaten in ons lichaam meedragen?’ was een van de vragen uit het publiek. Dat lijkt vergezocht, maar in zijn lezing ging Verlinde nog veel verder. Daarmee liet hij zien dat de theoretische natuurkunde evengoed als de poëzie niet zonder verbeelding kan. ‘Stel je voor dat deze ruimte, de Aula, een zwart gat is. Wij zijn er allemaal in opgesloten en zullen er nooit meer uit kunnen. Op de horizon van het zwarte gat staat informatie geschreven over wat zich in het gat bevindt. Dus de muren van de Aula dragen piepkleinste deeltjes met informatie over ons bij zich.’ Het was een verontrustende gedachte om tot in de eeuwigheid in de Aula te zitten opgesloten, maar het gedachte-experiment zette zeker de verbeelding aan het werk. Verlinde ging nog een stap verder, want stel dat de informatie die op de muur is gecodeerd de werkelijkheid is en wij slechts nullen en enen? Leven we misschien in The Matrix?

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]
Filmpje: De biografie
15/12/10 10:22 Denk aan: Literatuur
Pecha kucha in de aanbieding! Vier dubbellezingen; acht sprekers; twee dichters; een prins; een verzetsheld; één bijrol voor Harry Mulisch - in zes minuten en veertig seconden.
De reeks De biografie: een samenwerking tussen Studium Generale en Stichting Literaire Activiteiten Utrecht, in het najaar van 2010. Schrijvers en wetenschappers spraken over de aantrekkingskracht van de biografie, een genre tussen wetenschap en literatuur in, een spiegel voor lezer en schrijver en een bron van inspiratie.
Liever lezen? Klik op Lees verder voor de uitgeschreven tekst.
Check ook de korte stukken die ik over de lezingen schreef:

Toen Harry Mulisch op 30 oktober 2010 overleed, werd meteen druk gespeculeerd over wie zijn biografie zou gaan schrijven en liepen letterkundigen vooruit op de problemen waar die biograaf tegenaan zou lopen. Mulisch was een zelfgebouwde mythe, onsterfelijk tot zijn dood. Het ontrafelen van verhaal en werkelijkheid zal een hele kluif zijn. Of is het verhaal de werkelijkheid? Een vraag die aan de orde kwam in de reeks De Biografie, een samenwerking tussen Studium Generale en Stichting Literaire Activiteiten Utrecht, in het najaar van 2010. Schrijvers en wetenschappers spraken over de aantrekkingskracht van de biografie, een genre tussen wetenschap en literatuur in, een spiegel voor lezer en schrijver en een bron van inspiratie.
Jan Wolkers: nog zo’n kanon uit de naoorlogse Nederlandse literatuur. Op zíjn sterfdag – 19 oktober – opende de reeks met een lezing van Wolkers-biograaf Onno Blom. Blom raakte bevriend met Wolkers en groeide uit tot ‘aangenomen oudste zoon’. Hoe beïnvloedt zo’n vriendschap je werk als biograaf? Hans Renders, directeur van het Biografie Instituut, haalde William Somerset Maugham aan, die stelde: ‘Er zijn slechts drie regels voor het schrijven van een goede biografie en gelukkig weet niemand wat die regels zijn.’
Toch zijn er wel drie handreikingen te noemen voor wie een goede biografie wil schrijven: Een biografie zegt iets over de actualiteit, ook als hij gaat over een historisch persoon. Dat betekent dat een biografie niet voor de eeuwigheid is geschreven. Neem Oorlog en vrede van Tolstoj – die roman uit 1869 wordt nog steeds gelezen. Een biografie van Tolstoj uit de negentiende eeuw is daarentegen verouderd.
Een biograaf moet stelling nemen tegenover zijn onderwerp. Objectiviteit bestaat niet, dus daar kun je maar beter eerlijk over zijn. Blom schreef een boek over het laatste levensjaar van zijn hoofdpersoon, genoemd naar de laatste woorden Zo is het genoeg – wat sloeg op de laatste hap van een boterham met jam. Een foto van de betreffende boterham is daar ook in opgenomen. Is dat relevant? En is het niet te intiem?
Het derde punt: een goede biografie kan niet zonder goed onderzoek en een goede stijl. Het boek moet degelijk zijn als een wetenschappelijk onderzoek en lezen als een roman. De biografie die Jolande Withuis schreef van Pim Boelaard of Bernhard van Annejet van der Zijl, zijn daar goede voorbeelden van. De verhalen over hun onderzoek zijn om van te smullen. Withuis ontdekte een schat aan materiaal, van dagboeken tot foto’s en brieven, achter een velours gordijntje bij verzetheld Boelaard thuis. Van der Zijl reisde naar Duitsland om het leven van de jonge Bernhard te reconstrueren. Bij de Berlijnse universiteit kreeg ze inzicht in documenten die het bestaande beeld van de aankomende prins totaal op z’n kop zetten.
De roerige levens van Boelaard en Bernhard – die elkaar kenden – lenen zich natuurlijk uitermate goed voor een biografie ‘die moet lezen als een roman’. Dat laatste punt is niet zo eenvoudig als het klinkt. Een biografie is altijd een verhaal. Maar wie vertelt het verhaal? Een objectieve, semi-alwetende verteller, die de puzzelstukjes van een leven bij elkaar zoekt. Of jij als persoon, bijna een ik-verteller? Een verhaal is altijd een weergave van de werkelijkheid, waarin gebeurtenissen in een samenhang worden getoond. Het geeft betekenis aan iets wat misschien wel gewoon toevallig is.
Hans Goedkoop haalt filmregisseur Pasolini aan: ‘De camera is uit, de draaitijd is voorbij, nu begint de montage.’ Voor Goedkoop is de kwestie feit/fictie weinig interessant: een biografie is het verhaal van een schrijver over een persoon die echt geleefd heeft. Natuurlijk is dat verhaal niet objectief en dat moet het ook niet willen zijn. Zolang je maar in je verhaal duidelijk maakt wáár je aan het interpreteren bent en welke kaders je daarbij gebruikt, is dat ook niet problematisch.
In een biografie draait het om de grote vragen van het leven. Welke keuzes maak je op moeilijke momenten? Hoe ga je om met tegenslag, met de liefde, met de dood? Goedkoop geeft een mooi voorbeeld van Renate Rubinstein, aan wier biografie hij werkt. Haar relaties liepen steeds weer stuk, naar eigen zeggen omdat ze altijd weer ‘achter elke man haar vader zocht’. Op een gegeven moment wordt die gedachte een selffulfilling prophecy. En juist daar – als mensen gaan leven naar een zelfbedachte waarheid – daar moet de biograaf doorheen prikken.
Vaak gaan biografieën over uitzonderlijke figuren – ze zijn niet voor niets onderwerp van een levensbeschrijving. Dat is ook wat lezers aantrekt. Je kunt je spiegelen aan een ander mens. Joachim Duyndam noemt zulke personen voorbeeldfiguren. En ook voor een lezer op zoek naar een voorbeeld doet het er niet zoveel toe of het verhaal echt gebeurd is of niet.
Een biografie biedt op die manier inspiratie voor het leven. Maar ook voor kunst. Zoals de grote dichters Fernando Pessoa en Federico Garcia Lorca, die hele generaties kunstenaars na hen hebben geïnspireerd. Federico Garcia Lorca werd gefusilleerd in de jaren dertig en geldt nu als nationaal symbool. Michaël Stoker maakt een mooie verwijzing naar Mulisch en zijn ‘Ik ben de Tweede Wereldoorlog’. Lorca zou kunnen zeggen: ‘Ik ben de Spaanse burgeroorlog.’
Soms kan dat uit de hand lopen, als het verhaal een eigen leven gaat leiden en echt uitgroeit tot een mythe. Zoals bij het graf van Lorca dat nooit is ontdekt en waar zelfs rechtszaken over worden gevoerd. Het tegenovergestelde is aan de hand bij Pessoa: over zijn leven is zo weinig spectaculairs te melden, dat elk onbenullig feitje wordt opgeblazen tot enorme proporties. De biografie probeert het gat in een leven – of het gat van de mysterieuze dood – te vullen en, zo concludeert Stoker, ‘uit het gat groeit de mythe’.
Het biografisch onderzoek gaat niet over iets abstracts als een bacterie of iets ongrijpbaars als de economie, maar over een persoon waar je je toe moet verhouden als persoon. Hetzelfde geldt voor de lezer: een biografie is een ontmoeting met een ander mens, en daardoor met jezelf. Want misschien zijn we niet allemaal zo mythisch als Lorca of Harry Mulisch, we zijn allemaal opgebouwd uit verhalen. En dat is de waarheid.
De reeks De biografie: een samenwerking tussen Studium Generale en Stichting Literaire Activiteiten Utrecht, in het najaar van 2010. Schrijvers en wetenschappers spraken over de aantrekkingskracht van de biografie, een genre tussen wetenschap en literatuur in, een spiegel voor lezer en schrijver en een bron van inspiratie.
Liever lezen? Klik op Lees verder voor de uitgeschreven tekst.
Check ook de korte stukken die ik over de lezingen schreef:
- De ideale biografie bestaat niet: prof. Hans Renders en Onno Blom Deel I
- Prins Bernhard, Pim Boellaard: hun verhaal en hun tijd Deel II
- Een leven interpreteren: Hans Goedkoop en Joachim Duyndam Deel III
- Uit het gat groeit de mythe: Pessoa en Lorca Deel IV
Toen Harry Mulisch op 30 oktober 2010 overleed, werd meteen druk gespeculeerd over wie zijn biografie zou gaan schrijven en liepen letterkundigen vooruit op de problemen waar die biograaf tegenaan zou lopen. Mulisch was een zelfgebouwde mythe, onsterfelijk tot zijn dood. Het ontrafelen van verhaal en werkelijkheid zal een hele kluif zijn. Of is het verhaal de werkelijkheid? Een vraag die aan de orde kwam in de reeks De Biografie, een samenwerking tussen Studium Generale en Stichting Literaire Activiteiten Utrecht, in het najaar van 2010. Schrijvers en wetenschappers spraken over de aantrekkingskracht van de biografie, een genre tussen wetenschap en literatuur in, een spiegel voor lezer en schrijver en een bron van inspiratie.
Jan Wolkers: nog zo’n kanon uit de naoorlogse Nederlandse literatuur. Op zíjn sterfdag – 19 oktober – opende de reeks met een lezing van Wolkers-biograaf Onno Blom. Blom raakte bevriend met Wolkers en groeide uit tot ‘aangenomen oudste zoon’. Hoe beïnvloedt zo’n vriendschap je werk als biograaf? Hans Renders, directeur van het Biografie Instituut, haalde William Somerset Maugham aan, die stelde: ‘Er zijn slechts drie regels voor het schrijven van een goede biografie en gelukkig weet niemand wat die regels zijn.’
Toch zijn er wel drie handreikingen te noemen voor wie een goede biografie wil schrijven: Een biografie zegt iets over de actualiteit, ook als hij gaat over een historisch persoon. Dat betekent dat een biografie niet voor de eeuwigheid is geschreven. Neem Oorlog en vrede van Tolstoj – die roman uit 1869 wordt nog steeds gelezen. Een biografie van Tolstoj uit de negentiende eeuw is daarentegen verouderd.
Een biograaf moet stelling nemen tegenover zijn onderwerp. Objectiviteit bestaat niet, dus daar kun je maar beter eerlijk over zijn. Blom schreef een boek over het laatste levensjaar van zijn hoofdpersoon, genoemd naar de laatste woorden Zo is het genoeg – wat sloeg op de laatste hap van een boterham met jam. Een foto van de betreffende boterham is daar ook in opgenomen. Is dat relevant? En is het niet te intiem?
Het derde punt: een goede biografie kan niet zonder goed onderzoek en een goede stijl. Het boek moet degelijk zijn als een wetenschappelijk onderzoek en lezen als een roman. De biografie die Jolande Withuis schreef van Pim Boelaard of Bernhard van Annejet van der Zijl, zijn daar goede voorbeelden van. De verhalen over hun onderzoek zijn om van te smullen. Withuis ontdekte een schat aan materiaal, van dagboeken tot foto’s en brieven, achter een velours gordijntje bij verzetheld Boelaard thuis. Van der Zijl reisde naar Duitsland om het leven van de jonge Bernhard te reconstrueren. Bij de Berlijnse universiteit kreeg ze inzicht in documenten die het bestaande beeld van de aankomende prins totaal op z’n kop zetten.
De roerige levens van Boelaard en Bernhard – die elkaar kenden – lenen zich natuurlijk uitermate goed voor een biografie ‘die moet lezen als een roman’. Dat laatste punt is niet zo eenvoudig als het klinkt. Een biografie is altijd een verhaal. Maar wie vertelt het verhaal? Een objectieve, semi-alwetende verteller, die de puzzelstukjes van een leven bij elkaar zoekt. Of jij als persoon, bijna een ik-verteller? Een verhaal is altijd een weergave van de werkelijkheid, waarin gebeurtenissen in een samenhang worden getoond. Het geeft betekenis aan iets wat misschien wel gewoon toevallig is.
Hans Goedkoop haalt filmregisseur Pasolini aan: ‘De camera is uit, de draaitijd is voorbij, nu begint de montage.’ Voor Goedkoop is de kwestie feit/fictie weinig interessant: een biografie is het verhaal van een schrijver over een persoon die echt geleefd heeft. Natuurlijk is dat verhaal niet objectief en dat moet het ook niet willen zijn. Zolang je maar in je verhaal duidelijk maakt wáár je aan het interpreteren bent en welke kaders je daarbij gebruikt, is dat ook niet problematisch.
In een biografie draait het om de grote vragen van het leven. Welke keuzes maak je op moeilijke momenten? Hoe ga je om met tegenslag, met de liefde, met de dood? Goedkoop geeft een mooi voorbeeld van Renate Rubinstein, aan wier biografie hij werkt. Haar relaties liepen steeds weer stuk, naar eigen zeggen omdat ze altijd weer ‘achter elke man haar vader zocht’. Op een gegeven moment wordt die gedachte een selffulfilling prophecy. En juist daar – als mensen gaan leven naar een zelfbedachte waarheid – daar moet de biograaf doorheen prikken.
Vaak gaan biografieën over uitzonderlijke figuren – ze zijn niet voor niets onderwerp van een levensbeschrijving. Dat is ook wat lezers aantrekt. Je kunt je spiegelen aan een ander mens. Joachim Duyndam noemt zulke personen voorbeeldfiguren. En ook voor een lezer op zoek naar een voorbeeld doet het er niet zoveel toe of het verhaal echt gebeurd is of niet.
Een biografie biedt op die manier inspiratie voor het leven. Maar ook voor kunst. Zoals de grote dichters Fernando Pessoa en Federico Garcia Lorca, die hele generaties kunstenaars na hen hebben geïnspireerd. Federico Garcia Lorca werd gefusilleerd in de jaren dertig en geldt nu als nationaal symbool. Michaël Stoker maakt een mooie verwijzing naar Mulisch en zijn ‘Ik ben de Tweede Wereldoorlog’. Lorca zou kunnen zeggen: ‘Ik ben de Spaanse burgeroorlog.’
Soms kan dat uit de hand lopen, als het verhaal een eigen leven gaat leiden en echt uitgroeit tot een mythe. Zoals bij het graf van Lorca dat nooit is ontdekt en waar zelfs rechtszaken over worden gevoerd. Het tegenovergestelde is aan de hand bij Pessoa: over zijn leven is zo weinig spectaculairs te melden, dat elk onbenullig feitje wordt opgeblazen tot enorme proporties. De biografie probeert het gat in een leven – of het gat van de mysterieuze dood – te vullen en, zo concludeert Stoker, ‘uit het gat groeit de mythe’.
Het biografisch onderzoek gaat niet over iets abstracts als een bacterie of iets ongrijpbaars als de economie, maar over een persoon waar je je toe moet verhouden als persoon. Hetzelfde geldt voor de lezer: een biografie is een ontmoeting met een ander mens, en daardoor met jezelf. Want misschien zijn we niet allemaal zo mythisch als Lorca of Harry Mulisch, we zijn allemaal opgebouwd uit verhalen. En dat is de waarheid.
Peter Sloterdijk - Filosofische temperamenten
13/12/10 22:11 Denk aan: Filosofie

Het begint veelbelovend. In het 'Woord vooraf' beschrijft hij filosofie 'als denkwijze, en in het verlengde daarvan als levenswijze'. Eens. Sloterdijk presenteert daarom 'een galerij van karakterstudies en intellectuele portretten', met als achterliggende gedachte: 'wat voor filosofie je kiest, hangt af van de vraag wat voor mens je bent.' We hebben dus leven, karakter en mens als de zijden van een driehoek waarlangs het licht van de filosofie breekt. Muziek in mijn oren.
De uitwerking valt echter tegen. Ik zit heus niet te wachten op biografische schetsjes of sappige anekdotes. Ik houd van woorden die ik nog niet ken en daarvan staan er in Filosofische temperamenten genoeg. Maar ik word uit deze teksten niet wijs. In sommige stukken krijg je wel een idee van een 'intellectueel portret', zoals in het eerste stuk over Plato waarin de oervader wordt neergezet als een man van de ‚mensendressuur’, die steeds het verband legt tussen persoonlijke en openbare orde. Het is de opgave van elk mens om zich tot zo'n 'innerlijke vrede' te ontwikkelen, zodat de 'uiterlijke vrede' vanzelf kan volgen.
Of deze, over Aristoteles: 'Toen Aristoteles in zijn Metafysica de zin opschreef dat alle mensen van nature naar kennis streven, veralgemeniseerde hij wat voor hem een permanente persoonlijke ervaring was tot een antropologische stelling.' Dat is klare taal, hier toont Sloterdijk aan wat hij in het voorwoord poneert, dat filosofie een levenswijze is. Met dat soort karakteriseringen in de hand kan de lezer nagaan wat het beste past bij zijn eigen intellectuele portret.
Vanaf Leibniz verloor ik echter mijn concentratie. Ik had het hoofdstukje over Leibniz uit en zag noch een mens voor me, noch een denkwijze. Ook na terugbladeren is me niet duidelijk geworden wat de compositie of kleurstelling van dit portret was. Nog steeds denk ik bij Leibniz alleen aan die vreemde kwibus die deze wereld de best mogelijke van alle werelden vond. Dat wat ik in een ver verleden uit de schoolse inleiding heb opgepikt dus.
De portretten van hoogst interessante figuren als Kierkegaard (mijn afstudeerobject) of Wittgenstein (die nog altijd in mijn kast stof staat te vergaren), lijken op die in slechtbezochte musea: verborgen in de schaduwen van de tijd, bloedeloos en grauw.
Het boek is een verzameling inleidingen bij heruitgaven van de belangrijkste teksten van deze grote filosofen. Wat moeten we daarvan denken? Voor welk publiek is dit bedoeld? Een weinig filosofische vraag misschien, maar een die zich toch sterk opdringt. Een geïnteresseerde leek zal waarschijnlijk niet zo snel het verzameld werk van Fichte of Husserl oppakken. En als hij dat al doet, ben ik bang dat na het lezen van de korte inleiding van Sloterdijk - zelfs al beslaat die in sommige gevallen niet meer dan drie pagina's - de moed om aan het echte werk te beginnen hem in de schoenen is gezonken.
Misschien is de echte vraag wel wat voor 'denkwijze, en in het verlengde daarvan levenswijze' van de schrijver hieruit spreekt. Is het mogelijk een portret van Sloterdijk zelf te schilderen? Ik geef hem het voordeel van de twijfel en maak ervan dat hij een filosoof is die niet over andere filosofen moet schrijven, maar die je uit eerste hand moet leren kennen.
Beste muziek 2010: albums en concerten
11/12/10 12:22 Denk aan: Muziek
Kort en goed: ik vond het een fantastisch muziekjaar. Hieronder mijn top 10 van albums (check Spotify). Behalve de nummer 1 is de volgorde enigszins willekeurig.
1. The Black Keys - Brothers
2. De Jeugd van Tegenwoordig - De Lachende Derde
3. LCD Soundsystem - This Is Happening
4. Balthazar - Applause
5. The Walkmen - Lisbon
6. Suuns - Zeroes QC
7. Ty Segall - Melted
8. Caribou - Swim
9. The Soft Pack - The Soft Pack
10. The Strange Boys - Be Brave
Ook noemenswaardig:
Archie Bronson Outfit - Coconut
Vampire Weekend - Contra
Villagers - Becoming a Jackal
Van Beach House (Teen Dream) herinner ik me vooral het prachtige optreden in Paradiso. En One Life Stand van Hot Chip viel een beetje tegen, maar de show op Lowlands was een hoogtepunt van het festival.
Sowieso veel goede concerten gezien, wat de jaarlijst ook weer heeft beïnvloed: LCD Soundsystem staat zo hoog vanwege twee te gekke shows (Paradiso maar vooral Lowlands), Caribou zag ik ook op Lowlands, Balthazar in Ekko, The Walkmen in Tivoli, Ty Segall en The Strange Boys op Le Guess Who. The Soft Pack op Lowlands viel wat tegen, reden waarom ze lager op de lijst terecht zijn gekomen.
Mijn concertwens voor 2011 is de enige band uit de top 10 die ik nog nooit live zag: Suuns.
Op naar 2011!


2. De Jeugd van Tegenwoordig - De Lachende Derde
3. LCD Soundsystem - This Is Happening
4. Balthazar - Applause
5. The Walkmen - Lisbon
6. Suuns - Zeroes QC
7. Ty Segall - Melted
8. Caribou - Swim
9. The Soft Pack - The Soft Pack
10. The Strange Boys - Be Brave
Ook noemenswaardig:
Archie Bronson Outfit - Coconut
Vampire Weekend - Contra
Villagers - Becoming a Jackal
Van Beach House (Teen Dream) herinner ik me vooral het prachtige optreden in Paradiso. En One Life Stand van Hot Chip viel een beetje tegen, maar de show op Lowlands was een hoogtepunt van het festival.
Sowieso veel goede concerten gezien, wat de jaarlijst ook weer heeft beïnvloed: LCD Soundsystem staat zo hoog vanwege twee te gekke shows (Paradiso maar vooral Lowlands), Caribou zag ik ook op Lowlands, Balthazar in Ekko, The Walkmen in Tivoli, Ty Segall en The Strange Boys op Le Guess Who. The Soft Pack op Lowlands viel wat tegen, reden waarom ze lager op de lijst terecht zijn gekomen.
Mijn concertwens voor 2011 is de enige band uit de top 10 die ik nog nooit live zag: Suuns.
Op naar 2011!
Gesprek voor 8 december
08/12/10 09:01 Denk aan: Leven
Na de avond met Bas Heijne en Arnon Grunberg, op 30 november in het Academiegebouw, Utrecht.
Miriam Rasch: Ik wilde mijn exemplaar ook graag laten signeren.
Arnon Grunberg: Natuurlijk.
MR: Ik heb ervan genoten.
AG: Dank je.
[AG signeert Huid en Haar]
MR: We hebben elkaar al eens ontmoet, bij de masterclass van uitgeverij Querido.
AG: Oh, met het boksen?
MR: Ja, precies, ik was dat meisje dat in de ring ging. Tegen Henk.
AG: Wie [onverstaanbaar]
MR: Henk.
AG: Nee, hoe heet jij ook alweer?
MR: Oh [bloost]. Miriam.
AG: Jij bent toch de dochter van die vertaler?
MR: Ja, dat klopt. Gerard Rasch.
AG: Hoe is het met je?
MR: Goed.
[AG geeft boek]
MR: Bedankt.
AG: Geen dank.
Lees ook Data I en Dostojevski en data.
Mijn verhaal over Henk: Boksen met Arnon en Henk

Miriam Rasch: Ik wilde mijn exemplaar ook graag laten signeren.
Arnon Grunberg: Natuurlijk.
MR: Ik heb ervan genoten.
AG: Dank je.
[AG signeert Huid en Haar]
MR: We hebben elkaar al eens ontmoet, bij de masterclass van uitgeverij Querido.
AG: Oh, met het boksen?
MR: Ja, precies, ik was dat meisje dat in de ring ging. Tegen Henk.
AG: Wie [onverstaanbaar]
MR: Henk.
AG: Nee, hoe heet jij ook alweer?
MR: Oh [bloost]. Miriam.
AG: Jij bent toch de dochter van die vertaler?
MR: Ja, dat klopt. Gerard Rasch.
AG: Hoe is het met je?
MR: Goed.
[AG geeft boek]
MR: Bedankt.
AG: Geen dank.
Lees ook Data I en Dostojevski en data.
Mijn verhaal over Henk: Boksen met Arnon en Henk
Waarom ik zo van Dostojevski houd
06/12/10 21:00 Denk aan: Literatuur

De ambtenaar met een nietszeggend baantje op het Russische platteland werkt 'met administratieve wellust'. Het is een gewemel van kleurloze types, 'die op hun veertigste opeens uitgroeien tot personages'. Waarop je alleen nog kunt uitroepen: 'Ik verzeker u, dat ik met mijn neus in een intrige ben gevallen.'
Daar smul ik van. Vooruit, de ietwat oubollige vertaling die al meer dan een halve eeuw meegaat, is daar mede debet aan. Maakt het uit? Het is precies die oubolligheid, de kneuterigheid van de notabelen met hun drankneus, de revolutionaire jongeling met zijn bleke, maar buitengewoon knappe gezicht, het bleue meisje dat oppervlakkig ademt - die de onvermijdelijke ondergang zo hartverscheurend en zelfs beangstigend maakt. Want die ondergang zit natuurlijk besloten in de wellust, al is ze administratief, in het uitgroeien tot personage en het vallen in een intrige.
De wellust wordt een kwelling en de drankneus een delirium.
Maar niet iedereen gaat ten onder. Sommigen, misschien zelfs de meesten, blijven hun kneuterige zelf. Zoals in De idioot, wanneer de notabelen en jongedames zich na de hardop voorgelezen afscheidsbrief van een revolutionaire jongeling met ziekelijk gelaat, eens goed uitrekken en gapend de zonsopgang bekijken. Vreselijk. Ook al is die jongeling op zichzelf een kwelling en een delirium. (Zie De biecht van Ippolit.)
Het heeft ook iets troostrijks. Als ik op kantoor tussen de ambtenaren mijn taken verricht, denk ik graag even aan die administratieve wellust. En als ik de chaos van het leven overzie, bedenk ik dat ik ben uitgegroeid tot personage, en dat lang voor mijn veertigste. Met mijn neus in een intrige gevallen, dat klinkt goed. Onvermijdelijk. Dramatisch, kunstzinnig, romantisch. Een wending, een clou, catharsis aan de einder.
Dostojevski geeft mij misschien wel de stem om een verhaal te vertellen, zoals Sennett schreef. Het is niet mijn eigen stem, maar maakt dat uit? Het is wel mijn verhaal.
Richard Sennett: verhaal zonder ontknoping
04/12/10 18:16 Denk aan: Filosofie
Maar als je een gewone werknemer bent, moet je je stem vinden. Dan moet je, zoals onze voorvaders uit de Renaissance, principes van continuïteit en eenheid vinden in de manier waarop je je concrete ervaring vertelt.
'Stem' is zowel een persoonlijk als een sociaal vraagstuk. Fragmentarische ervaringen in de tijd bijeenhouden vereist het vermogen een stap terug te doen van de verwondende of desoriënterende macht van iedere gebeurtenis. Je stem vinden vereist het nemen van enige distantie ten opzichte van het onmiddellijke. Louter uitlevering aan het ogenblik verzwakt je stem.
(…)
Als ik een kenmerk moest noemen van die dragende, verschillen registrerende stem, dan is dat het afwijzen van het zoeken naar een ontknoping in iemands eigen levensverhaal. Er is continuïteit aangebracht, die de verschillende gebeurtenissen door omvang en context met elkaar verbindt, maar de persoon wiens stem mondig is geworden, verwacht geen catharsis, geen plotselinge, verblindende openbaring van heelheid.
(…)
Op dezelfde manier vereist een humane zienswijze ook nu de omarming van het toeval en de breuk. Humanisme verwijst deels naar het besluit van het zelf om continuïteiten te maken van die slecht passende stukjes ervaring, door er zowel in als buiten te staan.
Richard Sennett in De Groene Amsterdammer, 'De mens als werk in uitvoering' (25 november 2010, 134/47)

'Stem' is zowel een persoonlijk als een sociaal vraagstuk. Fragmentarische ervaringen in de tijd bijeenhouden vereist het vermogen een stap terug te doen van de verwondende of desoriënterende macht van iedere gebeurtenis. Je stem vinden vereist het nemen van enige distantie ten opzichte van het onmiddellijke. Louter uitlevering aan het ogenblik verzwakt je stem.
(…)
Als ik een kenmerk moest noemen van die dragende, verschillen registrerende stem, dan is dat het afwijzen van het zoeken naar een ontknoping in iemands eigen levensverhaal. Er is continuïteit aangebracht, die de verschillende gebeurtenissen door omvang en context met elkaar verbindt, maar de persoon wiens stem mondig is geworden, verwacht geen catharsis, geen plotselinge, verblindende openbaring van heelheid.
(…)
Op dezelfde manier vereist een humane zienswijze ook nu de omarming van het toeval en de breuk. Humanisme verwijst deels naar het besluit van het zelf om continuïteiten te maken van die slecht passende stukjes ervaring, door er zowel in als buiten te staan.
Richard Sennett in De Groene Amsterdammer, 'De mens als werk in uitvoering' (25 november 2010, 134/47)
Tijd
29/11/10 07:44 Denk aan: Filosofie
Ik pas op het huis van iemand die zichzelf wil vinden ergens in diep donker Afrika. Best een mooie flat, maar wel enigszins studentikoos. Al na één dag miste ik allerlei zaken waar je niet bij stil staat dat je ze nodig hebt. Olijfolie. Citroensap uit een flesje. Maar ook: een keukendoek, een puntenslijper, een verlengsnoer. Een diep bord. In het keukenkastje vond ik een bonte stapel borden, geen twee dezelfde, maar allemaal net een maatje te klein.
Ik zat op de leren tweezitsbank die schuilging onder een Mexicaanse geweven doek en voelde me vijf jaar terug de tijd in gekatapulteerd. Het zette me aan het denken over alle spullen die ik om me heen heb verzameld. Als een vogel die een nest bouwt en altijd wel nóg een mooie tak kwijt kan of dat hemelsblauwe stukje plastic niet kan laten liggen. En zoveel spullen heb ik niet eens, mijn achthonderd boeken daargelaten. Olijfolie en een puntenslijper – het is ook maar wat je spullen noemt.
Ik probeerde me voor geest te halen hoe het vroeger was, vóór het nest vol spullen. Wat deed ik ook alweer? Oh ja, ik behaalde mijn masterdiploma in de Wijsbegeerte, bijna op de dag af vijf jaar geleden. Misschien kwam het doordat ik in een vreemd huis op een vreemde bank zat, dat het leek alsof ik terugdacht aan het leven van een vreemde. En vier jaar geleden? vroeg ik die vreemde. Drie? Twee? Een?
Op de allerkleinste natuurkundige schaal kan een deeltje op twee plaatsen tegelijk zijn. Tijd, zoals we die gewoon zijn te meten en te gebruiken, geldt daar niet. Teruggaan naar het verleden of reizen naar de toekomst is vooralsnog niet mogelijk, verzekeren de geleerden. Dat een deeltje tegelijkertijd op twee plaatsen kan zijn is ook al wonderlijk genoeg. Als je erover nadenkt, voel je je hersenen protesteren.
Hoewel, in de kunst is het nooit een punt geweest. Beschreef Proust niet precies de ervaring van op twee plaatsen tegelijkertijd zijn? In het heden van Parijs en in de onsterfelijke herinnering aan Venetië, dat in lichaam en geest tot leven komt? Tijdreizen is in Hollywood al jaren mogelijk. Sciencefiction vormt een genre op zich.
Ik denk aan die vreemde die ik ben over één jaar, twee, drie, vier. Welke spullen heb ik dan? Ben ik dan misschien op zoek naar mezelf in donker Afrika? Kon ik de vijf jaar van het korte verleden nog betrekkelijk makkelijk reconstrueren, met de vijf jaren die voor me liggen is dat een stuk lastiger. Ik troost me met de gedachte dat zelfs Proust de toekomst niet kon evoceren, net zomin als de kwantumtheorie haar kan voorspellen. Komt vanzelf goed, over een jaar of vijf.
[Dit is mijn laatste column voor More (86, november 2010). Kijk ook op www.thomasmore.nl]
Lees hier de andere columns die ik schreef voor More

Ik zat op de leren tweezitsbank die schuilging onder een Mexicaanse geweven doek en voelde me vijf jaar terug de tijd in gekatapulteerd. Het zette me aan het denken over alle spullen die ik om me heen heb verzameld. Als een vogel die een nest bouwt en altijd wel nóg een mooie tak kwijt kan of dat hemelsblauwe stukje plastic niet kan laten liggen. En zoveel spullen heb ik niet eens, mijn achthonderd boeken daargelaten. Olijfolie en een puntenslijper – het is ook maar wat je spullen noemt.
Ik probeerde me voor geest te halen hoe het vroeger was, vóór het nest vol spullen. Wat deed ik ook alweer? Oh ja, ik behaalde mijn masterdiploma in de Wijsbegeerte, bijna op de dag af vijf jaar geleden. Misschien kwam het doordat ik in een vreemd huis op een vreemde bank zat, dat het leek alsof ik terugdacht aan het leven van een vreemde. En vier jaar geleden? vroeg ik die vreemde. Drie? Twee? Een?
Op de allerkleinste natuurkundige schaal kan een deeltje op twee plaatsen tegelijk zijn. Tijd, zoals we die gewoon zijn te meten en te gebruiken, geldt daar niet. Teruggaan naar het verleden of reizen naar de toekomst is vooralsnog niet mogelijk, verzekeren de geleerden. Dat een deeltje tegelijkertijd op twee plaatsen kan zijn is ook al wonderlijk genoeg. Als je erover nadenkt, voel je je hersenen protesteren.
Hoewel, in de kunst is het nooit een punt geweest. Beschreef Proust niet precies de ervaring van op twee plaatsen tegelijkertijd zijn? In het heden van Parijs en in de onsterfelijke herinnering aan Venetië, dat in lichaam en geest tot leven komt? Tijdreizen is in Hollywood al jaren mogelijk. Sciencefiction vormt een genre op zich.
Ik denk aan die vreemde die ik ben over één jaar, twee, drie, vier. Welke spullen heb ik dan? Ben ik dan misschien op zoek naar mezelf in donker Afrika? Kon ik de vijf jaar van het korte verleden nog betrekkelijk makkelijk reconstrueren, met de vijf jaren die voor me liggen is dat een stuk lastiger. Ik troost me met de gedachte dat zelfs Proust de toekomst niet kon evoceren, net zomin als de kwantumtheorie haar kan voorspellen. Komt vanzelf goed, over een jaar of vijf.
[Dit is mijn laatste column voor More (86, november 2010). Kijk ook op www.thomasmore.nl]
Lees hier de andere columns die ik schreef voor More
Hoe onzichtbare factoren je leven sturen: zenuwen, kleding, taal
27/11/10 12:21 Denk aan: Filosofie

Zo ben ik bezig in een boeiende studie naar melancholie, door de Zweedse Karin Johannisson: De kamers van de melancholie. Hoe verandert melancholie - een soort vergaarbak voor allerlei stemmingen - door de tijd heen, vraagt zij. En vooral: waarom? Wat zijn de historische en culturele redenen dat melancholie op een bepaald moment in de tijd op een specifieke manier wordt ingevuld? Neem nu nervositeit. Door het uitvinden van het 'concept' van het zenuwstelsel gingen mensen last krijgen van hun zenuwen en zich ernaar gedragen. Ze werden nerveus, soms tot in het ziekelijke.
Veranderingen in beschrijving van het lichaam veranderen dus ook de ervaring van dat lichaam. Dat hoor je ook wel over ziektes als anorexia en ADHD. Johannisonn argumenteert nog verder. Het gaat haar niet alleen om medische beschrijvingen, maar ook om sociale beeldvorming - die een soort impliciete beschrijving is. Neem opnieuw het zenuwstelsel. Eind achttiende eeuw was het bon ton om last te hebben van je zenuwen. Een verfijnd zenuwstelsel was een kenmerk van de elite en stond in direct verband met een verfijnde smaak. Dat gold zowel voor mannen als vrouwen. Die kwamen samen in de salons om elkaar voor te lezen uit Julie van Rousseau (of onze Nederlandse evenknie Julia van Rhijnvis Feith) en daarbij tranen te plengen. Mocht ook midden op straat, als je een langgemiste vriend tegenkwam, zelfs had dat 'lang' maar een uur geduurd.
Was dat allemaal toneel? Natuurlijk niet en natuurlijk wel. Die dames en heren kenden de conventies door en door, wisten op welke manier je een zakdoek naar je betraande oog moest brengen, hoe hard je mocht snikken zonder over te gaan op snotteren. Maar dat zegt niets over het gevoel erachter, dat evengoed 'echt' was en soms ook een last. Met de overgang naar de negentiende eeuw raakte de sleet in het sentimentalisme en in de loop van de tijd werd een grote gevoeligheid juist een teken van zwakte - behorend tot de lagere klassen of gewoon tot de vrouw. Iets om je voor te schamen in elk geval. Johannisonn beschrijft hoe beheersing in de mode begon te raken, wat weer zijn eigen kwaaltjes met zich meebrengt. Lichamelijke ervaringen, culturele codes, geneeskunde, literatuur en geestelijk welbevinden hangen allemaal samen.
Ook kleding, toch een materieel siersel, heeft invloed op je lichamelijke ervaringen en hoe je daar weer psychisch tegenover staat. Niet zo lang geleden schreef ik daar nog over, en onlangs stond een interessant artikel in De Groene Amsterdammer dat dit idee op een extreme manier bevestigde. Twee Deense filmmakers vertellen over hun documentaire Armadillo, die ze draaiden bij de Deense troepenmacht in Afghanistan.
'Hoe vaker je een uniform aantrekt, hoe meer je dat uniform wordt. Ik ervoer dat ik met een uniform aan ook echt anders ging staan, bewegen, praten, handelen. Hoe langer Lars en ik ons in de oorlogszone ophielden, hoe meer wij ook zelf verwerden tot soldaten.'
Het is dat zij niet net als de 'echte' soldaten ook een geweer in hun handen hadden, anders waren ze wel mee gaan schieten, zo moet je concluderen na lezing van het artikel. Het is een extreem voorbeeld van wat in het dagelijks leven ook voortdurend gebeurt als je 's ochtends je kleren aantrekt.
Taal is dan nog niet genoemd. De manier waarop taal de werkelijkheid niet alleen beschrijft maar ook vormt is een bekend gegeven, ook in meer extreme voorbeelden. Zie bijvoorbeeld het artikel over de taal van Geert Wilders, Taal is niet stom, met de veelzeggende ondertitel 'De grenzen van de grote mond. Woorden kunnen daden zijn.' Maar ook hier geldt dat het mechanisme in het dagelijks leven, zonder grote mond, al van toepassing is. Hoort dus ook in het rijtje thuis. In NRC Handelsblad las ik over het gebruik van metaforen, die een basis hebben in de lichamelijke ervaring. Wat denk je hiervan?
'In het Fins en in sommige Inuïttalen, schrijft IJzerman in zijn proefschrift, ontbreekt bijvoorbeeld de metafoor van warmte voor liefde en vriendschap. Dat komt, denkt hij, doordat temperatuur in extreem koude gebieden zo met overleving samenhangt, dat ze het woord daarvoor exclusief willen houden. "Warmte" is te belangrijk om uit te lenen aan andere domeinen.' (Denken met je lichaam)
Ik denk dat opmerkzaamheid op dit soort invloeden heel belangrijk is als je iets van het leven wilt begrijpen. Zeker omdat dit alles in relatie staat tot de autonomie. Weinig mensen zullen beweren dat ze geheel autonoom in het leven staan, vrij van elke invloed en los van alles en iedereen. Toch denk je bij beperkingen van je autonomie eerder aan grote zaken als religie of de maatschappelijke status van je ouders, die je toevallig bij je geboorte meekrijgt. Maar die speelt ook 's ochtends voor de kledingkast, in de metaforen die je gebruikt, de manier waarop je je geliefde aanspreekt, hoe je huilt, hoe je melancholie ervaart. Zolang je je daar niet van bewust bent, zullen al die invloeden inderdaad je autonomie beperken. Er is echter een wereld te winnen door die invloeden bewust te gebruiken en daarmee je autonomie juist te vergroten.
Kunnen we leren van het verleden? Maarten van Rossem antwoordt
25/11/10 19:08 Denk aan: Wetenschap
Verslaafd aan filosofie: waarom een weblog?
20/11/10 19:55 Denk aan: Leven
Enige tijd geleden vroeg iemand me naar aanleiding van dit blog wat de trigger is geweest om te schrijven over filosofie en zelfkennis, over literatuur als levenskunst. Waar kwam die belangstelling vandaan en vooral ook die behoefte om het allemaal wereldkundig te maken? Een goede vraag en toen ik erover nadacht, begreep ik dat het antwoord op die vraag een nogal persoonlijk verhaal is. Dit is een bewerkte versie van een praatje dat ik hield voor de nieuwe lichting Thomas More-studenten.
'Misschien is filosofie wel iets dat ons op een bepaald moment overkomt of overvalt en waar wij nogal passief tegenover staan, bijvoorbeeld een plotselinge breuk in de vanzelfsprekendheid van ons bestaan tot nu toe.' Het gaat om ‘een moment van radeloosheid, een plotselinge gebeurtenis, een flits, een bekering die niet gevolgd wordt door een geloofsbelijdenis van enige betekenis.’ (Zie ook Leesclubjes die het leven veranderen)
Ik bedacht me dat mijn verslingerd zijn aan filosofie het resultaat was van
1. een samenloop van toevallige omstandigheden waarin ik me bevond,
2. een gebeurtenis die me overkwam en
3. de wil om daar iets mee te doen.
De omstandigheden waren dat ik geen leuk werk kon vinden en graag verder zou studeren. Ik heb theoretische literatuurwetenschap gestudeerd, niet direct iets waar je een goede baan mee vindt. Ik vroeg bij de Stichting Thomas More (toen nog Radboudstichting) een beurs aan en in 2003 kreeg ik hem voor een Aanvullend Studiejaar Ethiek. Ik wilde onderzoeken waarom mensen lezen, wat ze daaruit halen en wat voor rol literatuur in je leven kan spelen. Vragen die bij literatuurwetenschap gek genoeg niet gesteld worden, sterker nog, bijna verboden waren uit angst voor ‘onwetenschappelijk’ te worden versleten. Terwijl dat toch de vraag is die aan de basis zou moeten staan. Concreet gezegd: hoe kan het dat mensen soms moeten huilen door iets wat toch gewoon inkt op papier is?
In dezelfde week in juni dat ik hoorde dat ik de beurs kreeg, kwam ook het bericht dat mijn vader ernstig ziek was. Negen maanden later, op 10 maart 2004, is hij overleden. Ik weet niet hoe het zou zijn geweest als ik op dat moment geen filosofie en ethiek studeerde, maar in elk geval hebben die twee gelijktijdige gebeurtenissen een hele grote invloed gehad op hoe ik verder ben gegaan.
Het aanvullende studiejaar was voor mij een jaar waarin ik mijn eigen leven en wereld moest herdefiniëren en de filosofie heeft me daarbij geholpen, net als de literatuur trouwens. Wat ik leerde in de colleges en gesprekken over zelfkennis, de tragedie, het existentialisme en deugdethiek, kon ik meteen toepassen op mijn eigen leven. Dat jaar heeft mijn visie op het leven totaal veranderd. Echt leuk was het natuurlijk niet, want de aanleiding was vreselijk. Maar het heeft me een verslaving opgeleverd die vooralsnog niet is verdwenen en die mijn leven een stuk interessanter maakt. Niemand heeft ooit beweerd dat het leven leuk moet zijn, toch? Ik zou wel willen beweren dat je het zo interessant mogelijk moet maken.
Uiteindelijk heb ik mijn master Wijsbegeerte gehaald en schrijf ik over literatuur en filosofie, nog steeds met die vraag in het achterhoofd: waarom lezen mensen, hoe kunnen boeken je leven veranderen? Misschien komt het raar over dat ik voor een zaal met wildvreemden zo’n persoonlijk verhaal heb gehouden en dat ik dat nu zelfs online publiceer. Maar dit verhaal moet ook een voorbeeld zijn van zichzelf. Klinkt een beetje raar, maar wat ik bedoel is dat ik wel kan schrijven over dat je voor een heel klein beetje wijsheid diep moet graven, tot op de bodem en dat je wat gevonden hebt open en bloot moet aanbieden, ook al heeft niemand er interesse in… maar ik moet mezelf daar natuurlijk niet achter verstoppen. Daarom dit antwoord aan wildvreemden op de vraag van een wildvreemde.
Toevallige omstandigheden en gebeurtenissen die je overkomen, zei ik. Maar de wil om iets met die dingen te doen is misschien wel het belangrijkste. En dat heb je min of meer zelf in de hand. Die wil en de uitvoering kwam eigenlijk pas veel later, kijk maar naar het eerste blog dat hier verscheen, namelijk in juni 2008. Opnieuw een samenloop van toevallige omstandigheden en (vervelende) gebeurtenissen: ik zat werkloos thuis en het meeste werk was te vinden in de webredactie. Dus besloot ik een site te maken. Maar een site moet gevuld worden. Bij deze.

'Misschien is filosofie wel iets dat ons op een bepaald moment overkomt of overvalt en waar wij nogal passief tegenover staan, bijvoorbeeld een plotselinge breuk in de vanzelfsprekendheid van ons bestaan tot nu toe.' Het gaat om ‘een moment van radeloosheid, een plotselinge gebeurtenis, een flits, een bekering die niet gevolgd wordt door een geloofsbelijdenis van enige betekenis.’ (Zie ook Leesclubjes die het leven veranderen)
Ik bedacht me dat mijn verslingerd zijn aan filosofie het resultaat was van
1. een samenloop van toevallige omstandigheden waarin ik me bevond,
2. een gebeurtenis die me overkwam en
3. de wil om daar iets mee te doen.
De omstandigheden waren dat ik geen leuk werk kon vinden en graag verder zou studeren. Ik heb theoretische literatuurwetenschap gestudeerd, niet direct iets waar je een goede baan mee vindt. Ik vroeg bij de Stichting Thomas More (toen nog Radboudstichting) een beurs aan en in 2003 kreeg ik hem voor een Aanvullend Studiejaar Ethiek. Ik wilde onderzoeken waarom mensen lezen, wat ze daaruit halen en wat voor rol literatuur in je leven kan spelen. Vragen die bij literatuurwetenschap gek genoeg niet gesteld worden, sterker nog, bijna verboden waren uit angst voor ‘onwetenschappelijk’ te worden versleten. Terwijl dat toch de vraag is die aan de basis zou moeten staan. Concreet gezegd: hoe kan het dat mensen soms moeten huilen door iets wat toch gewoon inkt op papier is?
In dezelfde week in juni dat ik hoorde dat ik de beurs kreeg, kwam ook het bericht dat mijn vader ernstig ziek was. Negen maanden later, op 10 maart 2004, is hij overleden. Ik weet niet hoe het zou zijn geweest als ik op dat moment geen filosofie en ethiek studeerde, maar in elk geval hebben die twee gelijktijdige gebeurtenissen een hele grote invloed gehad op hoe ik verder ben gegaan.
Het aanvullende studiejaar was voor mij een jaar waarin ik mijn eigen leven en wereld moest herdefiniëren en de filosofie heeft me daarbij geholpen, net als de literatuur trouwens. Wat ik leerde in de colleges en gesprekken over zelfkennis, de tragedie, het existentialisme en deugdethiek, kon ik meteen toepassen op mijn eigen leven. Dat jaar heeft mijn visie op het leven totaal veranderd. Echt leuk was het natuurlijk niet, want de aanleiding was vreselijk. Maar het heeft me een verslaving opgeleverd die vooralsnog niet is verdwenen en die mijn leven een stuk interessanter maakt. Niemand heeft ooit beweerd dat het leven leuk moet zijn, toch? Ik zou wel willen beweren dat je het zo interessant mogelijk moet maken.
Uiteindelijk heb ik mijn master Wijsbegeerte gehaald en schrijf ik over literatuur en filosofie, nog steeds met die vraag in het achterhoofd: waarom lezen mensen, hoe kunnen boeken je leven veranderen? Misschien komt het raar over dat ik voor een zaal met wildvreemden zo’n persoonlijk verhaal heb gehouden en dat ik dat nu zelfs online publiceer. Maar dit verhaal moet ook een voorbeeld zijn van zichzelf. Klinkt een beetje raar, maar wat ik bedoel is dat ik wel kan schrijven over dat je voor een heel klein beetje wijsheid diep moet graven, tot op de bodem en dat je wat gevonden hebt open en bloot moet aanbieden, ook al heeft niemand er interesse in… maar ik moet mezelf daar natuurlijk niet achter verstoppen. Daarom dit antwoord aan wildvreemden op de vraag van een wildvreemde.
Toevallige omstandigheden en gebeurtenissen die je overkomen, zei ik. Maar de wil om iets met die dingen te doen is misschien wel het belangrijkste. En dat heb je min of meer zelf in de hand. Die wil en de uitvoering kwam eigenlijk pas veel later, kijk maar naar het eerste blog dat hier verscheen, namelijk in juni 2008. Opnieuw een samenloop van toevallige omstandigheden en (vervelende) gebeurtenissen: ik zat werkloos thuis en het meeste werk was te vinden in de webredactie. Dus besloot ik een site te maken. Maar een site moet gevuld worden. Bij deze.
Frank Meester - Zie mij. Filosofie van de ijdelheid
17/11/10 11:50 Denk aan: Filosofie

Dat is onterecht, aldus Meester. IJdelheid doet ons niet alleen streven naar succes en een mooi uiterlijk. Waarom hebben we succes en waarom zien we er mooi uit? Omdat we ijdel zijn. IJdelheid brengt dingen tot stand - positieve dingen - die anders niet zouden gebeuren. Het is daarmee een drijvende kracht bij het realiseren van je dromen, waarmee de wereld steeds een stukje beter wordt.
Lees verder op 8WEEKLY: Egostreling voor de ijdele mens
Of lees verder op dit blog:
- 'Ik ben best ijdel. Hoe ouder ik word, hoe slechter het te ontkennen valt. Gelukkig ben ik ook lui en pragmatisch. Daardoor valt het niet zo op, die ijdelheid van mij.’ Perfectionisme? Doe mij maar ijdelheid
- 'Er bestaat onder welingelichte mensen een voorbehoud als het gaat om kleding als een manier om je identiteit uit te drukken. Ik snap dat nooit zo goed. Doet niet iedereen dat? Waarom zou het verkeerd zijn?' Mode, kleding, stijl en identiteit: over het kiezen van een winterjas
- 'Eigenlijk wil ik nog steeds, deep down inside, niets liever dan beroemd worden.' Het fluïdum van de roem
- 'Zelfkennis is belangrijk, maar de vorm waarin je die kennis giet ook. Aan suffe feiten over jezelf heb je niets en leuk zijn ze ook niet. Zelfonderzoek is pas boeiend als het je op een creatieve manier bezighoudt. Nog mooier: als het ergens toe leidt.' Creatief zelfonderzoek: streven naar mythe en verhaal
Het recht op mislukking: Arnon Grunberg, Huid en haar
14/11/10 15:49 Denk aan: Literatuur

'Ze hadden elkaar ontmoet, ze waren met elkaar naar bed gegaan. Lang zou het niet duren, had ze gedacht, maar het was een mooi verhaal. Was dat niet een van de doelen in het leven, dat het uit mooie verhalen moet bestaan? Die je elkaar kunt vertellen in de winter, 's avonds voor de haard, zittend op een schommelstoel?
Het was anders gegaan, het duurde wel lang en hoe langer het duurde hoe meer de schoonheid van het verhaal verbleekte.'
Gelukkig heb je nog een keus:
'Hier zit ze, gereed om haar leven te vergooien. Met een zekerheid die haar zelf verrast, beseft ze op dat moment dat het daarom gaat, dat is de kern van leven, dat je het kunt vergooien. Dat je het vergooit.'
Grunberg is een van de weinigen die de mislukking op waarde weet te schatten. Moedwillig je leven vergooien: dat is een even legitiem streven als dat naar succes. In de Volkskrant las ik een interview met 'leider' (ex-Shell) Jeroen van der Veer. Mooie uitspraak, onverwachts: 'democratie is het hebben van het recht op je eigen ondergang’.
Gratis tip aan Grunberg: morgen een voetnoot over het recht op de eigen ondergang. Meer over mislukken als hoger doel: Mislukking en het karakter als catastrofe.
Uit het gat groeit de mythe: Pessoa en Lorca
10/11/10 12:54 Denk aan: Literatuur

Un Chien Andalou is een beroemde film van Buñuel, een ijkpunt in het surrealisme. Peter Valkenet gaf in zijn inleiding aanknopingspunten om de film te begrijpen, als een verbeelding van de verhouding tussen Buñuel, Dalí en Lorca. Het is eigenlijk geen verhaal te noemen, eerder een opeenstapeling van raadselachtige associaties. Juist het raadsel kan het startpunt zijn van biografisch onderzoek, zo bleek ook uit de lezing van Michaël Stoker, die onderzoek doet naar de Portugese dichter Fernando Pessoa. Het gevaar bij het zoeken naar de ontknoping van een raadsel is dat de biograaf het verhaal gaat invullen. De biografische honger naar feitjes is bij zulke beroemde kunstenaars heel groot. Elk beeld wordt geduid, elk miniem feitje opblazen. Zo ontstaat een mythe, een mythe die in de plaats kan komen te staan van de werkelijkheid.
Pessoa (1888-1935) is een mythische figuur bij uitstek, hij geeft betekenis aan het heden en is een nationaal symbool geworden. Dat zou je van Lorca (1898-1936) ook kunnen beweren. Stoker maakt een mooie vergelijking met de bekende uitspraak van Harry Mulisch die de afgelopen dagen talloze malen is herhaald – ‘Ik bén de Tweede Wereldoorlog’. Lorca had kunnen zeggen: ‘Ik bén de Spaanse Burgeroorlog.’
Het leven van de twee grote dichters van het interbellum lijkt niet veel op elkaar. Lorca was een gevierd kunstenaar toen hij voor het vuurpeloton moest verschijnen, telg uit een goede familie met een lange geschiedenis, altijd bezig met zijn imago, en bevriend met kunstenaars Dalí en Buñuel. Pessoa daarentegen werkte op een handelskantoor en eigenlijk gebeurde er 27 jaar lang niets bijzonders in zijn leven.
Juist dat gat in het leven van de dichter heeft de mythevorming enorm gevoed. Elk feitje – of het nu klopt of niet – is uitgesponnen en vol betekenis geladen in de vuistdikke biografieën die over Pessoa verschenen. Bij Lorca is het gat dat gevuld moet worden juist zijn mysterieuze dood. De grote Lorca-kenner en biograaf Ian Gibson wees de plek aan waar de executie van Lorca en vier anderen zou hebben plaatsgevonden. 51 dagen werd er gegraven naar de stoffelijke resten. Maar het massagraf werd niet gevonden en het lijk van Lorca blijft vermist. Mythevorming rond een gat in het leven of een gat in de dood: dat is wat de twee dichters verbindt.
Dit soort verhalen, hoe gruwelijk ze ook zijn, nodigen uit tot speculeren en fabuleren. Maar zonder een weergaloos en veelzijdig oeuvre was dat niet gebeurd. Het is het werk, dat steeds weer lezers blijft aanspreken en uitdagen, dat aanleiding geeft tot nieuwsgierigheid naar de schepper. De mythevorming heeft ook te maken met de aard van hun kunst. Pessoa creëerde 81 heteroniemen of alter ego’s, in wiens naam hij schreef, tot in zijn dagboeken aan toe. Een mystificatie die een enorme kluif betekent voor een biograaf. Wie was Pessoa? Kan hij wel los worden gehaald van zijn alter ego’s? Moet je dat willen? Stoker zal om deze reden in elk geval geen biografie van Pessoa schrijven, zo stelde hij.
Lorca schreef poëzie, toneel en essays en liet zich beïnvloeden door folklore, de zigeunercultuur, maar ook door het futuristische New York en de surrealisten. Een film als Un Chien Andalou laat zien hoe raadselachtig de avant-gardistische kunst blijft, ook al ken je de context en het verhaal erachter. Het is een raadsel dat erom vraagt ontrafeld te worden maar tegelijkertijd de ultieme ontrafeling steeds op afstand houdt. Net als het leven van de kunstenaar of historische figuur de biograaf uitdaagt, maar zich nooit volledig laat begrijpen.
---
Alle dubbellezingen van deze serie, met onder anderen Onno Blom, Annejet van der Zijl en Hans Goedkoop, zijn hier terug te zien. Meer weten over Federico García Lorca? Kijk dan op de website van het festival Literaire meesters.
[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]
Voorbeeldfiguren: Arnon Grunberg en Jack White
07/11/10 10:28 Denk aan: Filosofie


Ik bewonder best veel mensen, maar er zijn er maar een paar die ik echt een voorbeeldfiguur zou noemen. Twee daarvan: Arnon Grunberg, schrijver en Jack White, muzikant. Welke betekenis of waarde representeren zij dan voor mij? Eerst maar eens zien of die twee iets gemeenschappelijks hebben. Of beter gezegd: of er een gemene deler is die mij aanspreekt. En stemt die dan overeen met het statische rijtje waarden dat ik eergisteren had achterhaald? (Authenticiteit, humor, intellectuele bevlogenheid, erkenning en ontwikkeling.) Ja en nee.
Als ik denk aan Arnon Grunberg en Jack White, valt me meteen op hoeveel ze op elkaar lijken. Voor míj lijken ze op elkaar, voor iemand anders kunnen ze waarschijnlijk niet meer verschillend zijn. Dat komt omdat ik bepaalde kwaliteiten waardeer, die niet iedereen voorop zet en die misschien niet eens iedereen herkent. (Ik denk dat dit wel een goede methode is om de belangrijke waarden te achterhalen: door twee voorbeeldfiguren te nemen en te zien waar ze overeenstemmen, in jouw interpretatie.)
Goed. Wat mag het dan wel zijn? Eigenzinnigheid is het woord dat in me opkomt. Maar dat klinkt te slap. Schaamteloosheid, dat is beter. En dan niet schaamteloos in de zin van 'zet zichzelf constant voor aap', maar in de zin van 'geen last hebbend van schaamte'. (Of het zo is, weet ik natuurlijk niet, maar ik zie hen zo.) Wat hiermee samenhangt is dat ze niets ontziend zijn, zwart en duister. Niks geen doekje tegen het bloeden, laat die wond maar lekker open zodat de pijn zichtbaar is en voelbaar wordt.
Dit kan misschien nog verbonden worden met de authenticiteit uit mijn eigen rijtje. Maar dat is dan wel een heel specifiek soort authenticiteit, rauw en realistisch. De volgende eigenschap die ik aan beide figuren toeschrijf, is echter niet op te hangen aan een van mijn vijf waarden. Dat is namelijk productiviteit, een sense of urgency. Wat ik bewonder is de gigantische energie en de enorme output die dat oplevert. Het nooit genoeg vinden, altijd door willen, dat herken ik wel. Maar ik zie het eerder als een gegevenheid. Interessant om het ook als een waarde te beschouwen: dan wordt het opeens iets wat je bewust kunt inzetten en gebruiken, zelfs verbeteren.
En hoe zit het met de andere waarden uit mijn rijtje? Intellectuele bevlogenheid: ja, dat hebben ze wel. Humor? Ja hoor, maar gek genoeg is dat het laatste waar ik aan denk als het gaat om voer voor mijn bewondering. Natuurlijk, ik vind Grunberg grappig (het gebeurt niet vaak dat ik hardop zit te grinniken bij een boek, zoals nu met Grunbergs recent verschenen roman Huid en haar), maar het is niet waarom ik hem als voorbeeldfiguur zou zien. Dat is eerder het tegenovergestelde: de volstrekte zwartgalligheid, niets ontziende eerlijkheid, het openleggen van de rauwe wond in het bestaan.
Dan is er nog de waarde van erkenning, tja, die hebben zij al. En ontwikkeling lijkt ook niet echt van toepassing. Opeens daagt het me: het gaat om het verband tussen de waarden, zoals het in een biografie ook gaat om het patroon dat levensfeiten vormen. Authenticiteit is het doel. Productiviteit is de weg. Ontwikkeling is nodig om er te komen. Intellectuele bevlogenheid zorgt voor de inhoud. Erkenning is de bevestiging van de buitenwereld. En humor? Dat is wat ik zelf inbreng. Zo bezien is het niet zo gek dat ik dit laatste het allerbelangrijkste vind.
Mulisch, Chopin en Nieuwegein
06/11/10 11:45 Denk aan: Muziek
Harry Mulisch wordt vandaag begraven. In de Amsterdamse Stadsschouwburg is een herdenkingsdienst, live uitgezonden door de NOS. Ik schakelde iets te laat in, of niet? Is het toeval dat juist toen ik was gaan zitten en het geluid wat harder zette, de Nocturne van Chopin werd gespeeld, dezelfde nocturne als op de crematie van mijn vader?
Toentertijd was het alsof de pianotoetsen op snaren hamerden die tussen mijn keelgat en hart waren gespannen. Zo is het nu weer. Muziek kan net als een madeleinecakeje een onvrijwillige herinnering oproepen, een impressie waarin het verleden letterlijk weer tot leven komt in het heden. De snaren trillen - hoe levendig wil je het hebben?
Ik herinner me ook weer de uitvaartbegeleider, die verdekt stond opgesteld bij de geluidsinstallatie. In een crematorium in Nieuwegein gaat het immers net iets anders dan in de Stadsschouwburg. Ik zag hem op 2 minuut 40 zijn hand omhoog brengen richting de volumeknop, om het geluid weg te draaien zodra het muziekstuk zou eindigen. Wat moest ik doen? Moest ik niets doen? Het liep op de seconde goed af. En zo denk ik bij de herdenking van Harry Mulisch niet eens zozeer aan Harry, aan mijn vader, aan Chopin of Proust, maar aan een uitvaartondernemer die voor altijd een seconde verwijderd blijft van een gênante nederlaag.

Toentertijd was het alsof de pianotoetsen op snaren hamerden die tussen mijn keelgat en hart waren gespannen. Zo is het nu weer. Muziek kan net als een madeleinecakeje een onvrijwillige herinnering oproepen, een impressie waarin het verleden letterlijk weer tot leven komt in het heden. De snaren trillen - hoe levendig wil je het hebben?
Ik herinner me ook weer de uitvaartbegeleider, die verdekt stond opgesteld bij de geluidsinstallatie. In een crematorium in Nieuwegein gaat het immers net iets anders dan in de Stadsschouwburg. Ik zag hem op 2 minuut 40 zijn hand omhoog brengen richting de volumeknop, om het geluid weg te draaien zodra het muziekstuk zou eindigen. Wat moest ik doen? Moest ik niets doen? Het liep op de seconde goed af. En zo denk ik bij de herdenking van Harry Mulisch niet eens zozeer aan Harry, aan mijn vader, aan Chopin of Proust, maar aan een uitvaartondernemer die voor altijd een seconde verwijderd blijft van een gênante nederlaag.
Persoonlijke waarden: wat heb je eraan?
05/11/10 17:34 Denk aan: Filosofie

Door uit te gaan van een situatie waarin je gelukkig was, en ongelukkig, door te kijken naar wat je bewondert in anderen en nog zo wat vragen, ontstaat er in die opdracht een rijtje van vijf waarden. Prima, maar wat moet je ermee? Wat voor situatie kies je en wie zijn in hemelsnaam die anderen? Ieder werkend mens reutelt zonder moeite een paar van die woorden eruit, in mijn geval: authenticiteit, humor, intellectuele bevlogenheid, erkenning en ontwikkeling. Nogmaals: prima, maar wat moet je ermee?
Op de fiets gingen mijn pas ontdekte persoonlijke waarden in mijn hoofd een gesprek aan. Humor en intellect bijvoorbeeld, betekenen die twee samen niet dat ik grappen maak ten koste van de domheid van anderen? Ik hou niet van komedie, kan niet lachen om cabaret. Wil ik niet vooral ad rem en scherp zijn, mensen verbluffen met mijn snelle geest, als beoefenaar van de Aristotelisch deugd eutrapeleia? (Ziet u wel hoe slim ik ben?)
Op de workshop 'Persoonlijke kracht’ die ik vorige week volgde, ging het ook al over waarden. Als afsluiting moest iedere deelnemer een van haar persoonlijke waarden hardop uitspreken. Ik was als een van de laatsten aan de beurt. Iedereen keek me verwachtingsvol aan. 'Ik ben…' ik aarzelde, alsof ik niet durfde. 'Ik heb… best wel een beetje, misschien, humor.' Iedereen lachte. Bewijs geleverd. Maar bewijs waarvan?
En dan die authenticiteit en de behoefte aan erkenning: dat slaat natuurlijk nergens op. Als je authentiek bent, heb je de bevestiging van anderen toch niet nodig. Trouwens, is authenticiteit niet een achterhaald begrip, uitgesleten door overgebruik en besmet door misbruik? Laat staan ontwikkeling. Lekker origineel ook, zich ontwikkelen wil iedereen wel. Ja maar, bracht ik in, het gaat me niet om verticale ontwikkeling, steeds meer en steeds beter, maar horizontaal. Het gaat me er om de fundamentele onzekerheid te omarmen, het toeval af te buigen in mijn richting, nooit iets zeker te weten, zelfs niet wie ik ben. Maar hoe kun je dan authentiek zijn? vroeg de stem in mijn hoofd snedig, en een beetje vals.
Hoewel dit gesprek in mijn hoofd me niet veel verder bracht, ben ik er toch wijzer van geworden, wijzer in elk geval dan het statische rijtje op het coachformulier. Ik dacht aan Hans Goedkoop, die in zijn lezing het verhaal het allerbelangrijkste middel noemde om een leven te begrijpen. Daar kan ik het alleen maar mee eens zijn. De waarden krijgen pas betekenis in een verhaal, als je laat zien hoe ze botsen op de werkelijkheid, of hoe ze als een Lebenslüge fungeren, zonder ooit echt te worden.
Ook de voorbeeldfiguren van Duyndam spreken tot je door verhalen, in romans of in het verhaal van jouw leven en de mensen om je heen en in de wijde wereld. Het statische rijtje waarden leeft niet en is dat niet precies dat de vraag waar het mee begint… hoe moet ik leven?
Over twee van mijn voorbeeldfiguren - Jack White en Arnon Grunberg - en hoe zij waarden belichamen en concreet maken, zal ik het
Een leven interpreteren: Hans Goedkoop en Joachim Duyndam
03/11/10 12:51 Denk aan: Literatuur

Goedkoop schreef de biografie van Herman Heijermans en werkt momenteel aan die van Renate Rubinstein. Een biografie draait evenzeer om een held, een personage, als een roman, zo zegt hij. Het verhaal van een leven draait om vormende ervaringen, waarin de binnenwereld botst met de buitenwereld. Waar streeft het personage naar en wat zijn de obstakels die hij of zij daarbij ontmoet? Het beantwoorden van zulke vragen moet wel voorbij de feiten gaan die voorhanden zijn – het gaat om de interpretatie van de feiten, de ordening in een betekenisvol verband. De meest geëigende vorm daarvoor, stelt Goedkoop, is het verhaal. Vertellen we over ons eigen leven niet voortdurend verhalen? En lopen feit en fictie daarbij niet onherroepelijk door elkaar heen?
Goedkoop gaf een interessant voorbeeld uit het leven van Renate Rubinstein. Op jonge leeftijd verloor zij haar vader in de oorlog. Later had ze steeds weer problemen in haar relaties met mannen. Zelf zei ze daar later over: ‘ik zoek achter elke man mijn vader’. Of dit nu de waarheid is of niet, is niet zo belangrijk. Het gaat erom dat zij naar deze zelf gevonden waarheid ging leven. Dit zal iedereen herkennen uit zijn eigen leven: je geeft voortdurend betekenis aan het verleden, aan je karakter, aan de ervaringen die je opdoet met de mensen om je heen. Die betekenis werkt door in de toekomst, je gaat er letterlijk ‘naar leven’. Wie kan dan nog een grens trekken tussen wat echt zo is of was en wat niet?
Joachim Duyndam gaat nog verder en begint zijn lezing met een fictief verhaal, namelijk dat van Robinson Crusoë. Duyndam is hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek en doet onderzoek naar voorbeeldfiguren. Voorbeeldfiguren zijn mensen – uit het verleden, uit een roman of biografie, familieleden of juist BN’ers – die als inspiratie dienen in je leven. Inspiratie, zo zegt Duyndam, is iets anders dan een klakkeloos navolgen van wat iemand doet. Eerder is inspiratie een actieve houding, die je in beweging zet. De waarde die een voorbeeldfiguur representeert, bijvoorbeeld trouw of standvastigheid, moet je toepassen in je eigen leven en concreet maken.
Ook bij het bestuderen van voorbeeldfiguren draait het om interpretatie, oftewel hermeneutiek. Net als bij het schrijven van een biografie komt de betekenis pas tot stand in een wisselwerking tussen het subject (de auteur) en het object (het onderwerp). In welke context leeft diegene? Hoe verschilt die van mijn eigen situatie? Welke keuzes maakt iemand en hoe verhoud ik mij daartoe? Het verhaal van een ander leven zegt iets over het verhaal van je eigen leven. Het maakt daarbij niet uit dat biografieën meestal over uitzonderlijke personen gaan. Als een spiegel alleen maar jezelf reflecteert zoals je bent, word je er immers niet veel wijzer van.
---
Volgende week is de laatste aflevering in de reeks over biografie. Dan spreken Michaël Stoker en Peter Valkenet over de dichters Pessoa en Lorca, bijna mythische figuren bij wie de biografische verhalen zich haast hebben losgezongen van het leven dat zij ooit leidden.
De lezing van Hans Goedkoop en Joachim Duyndam is hier terug te zien. Geïnteresseerd in de rol van literatuur en filosofie bij het interpreteren van je leven? Kijk dan ook eens bij het programma Levenskunst, dat in het vorige collegejaar draaide en waarvan de opnames via de website zijn terug te zien.
[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]
Werken aan jezelf: krabben en schrappen
30/10/10 12:26 Denk aan: Leven

Werken aan jezelf kost tijd, dat is het grootste probleem. Daarnaast lijdt het aan een imagoprobleem: wie krijgt er geen jeuk bij die openingszin hierboven? Ik wel. Toch heb ik me maar opgegeven, want het was gratis of heel goedkoop en een goed excuus om eens achter de computer vandaan te komen. En wie weet wat je er niet van oppikt? Ik besloot me als een nieuwsgierige onderzoeker op te stellen en alles neutraal te ondergaan. Scepticisme is een gezonde houding, zeker in zaken van de geest, maar neutraliteit is mijns inziens beter.
Het scepticisme wordt natuurlijk ook wel een beetje uitgelokt door die vreselijke termen, zoals 'persoonlijke kracht' waar je dan 'in moet gaan staan'. Als je neutraal luistert en meedoet, kom je erachter dat het gaat om zelfvertrouwen en het ontdekken van dat waar je goed in bent. Klinkt al een stuk minder eng. Of neem mindfulness - heel leuk en aardig, maar als de trainer erbij vertelt dat het in het Nederlands ook wel 'opmerkzaamheid' wordt genoemd, waarom noem je het dan niet… opmerkzaamheid?
Heb ik er wat van opgestoken, los van die taalkwesties? Wel, dat ik dol ben op massages, al dan niet stoel-, wist ik al. (Altijd goed om nog eens bevestigd te krijgen.) Verder ben ik niet veel wijzer geworden. Aan het begin van de week grapte ik dat ik aan het eind een ander mens zou zijn. Zover is het niet gekomen. Geeft niet, want ik heb wel genoeg ideeën opgedaan om over na te denken, neutrale ideeën die je eerst moet ontdoen van hun jeukende terminologie, om vervolgens jezelf mee om de oren te slaan. En wijzer te worden.
Waar het op neer komt is volgens mij schrappen, stroomlijnen, beperken, samenvatten, richting, doel en aandacht. Uiteindelijk komt alles wat die trainers en zelfs de masseur doen, neer op het structureren van een veelheid aan gedachten en wensen, tot de belangrijkste daarvan overblijven. Die moet je voor ogen houden, daar richt je je aandacht op. Waar je goed in bent, daar kun je beter in worden. Heeft u al jeuk?
Om al het geouwehoer eens te stoppen moet ik misschien concreet worden. Dat heb ik al eerder gezegd: na het geschrijf over allerlei ideeën en abstracties, is het misschien tijd om te laten zien hoe het werkt. Zoals de werking van een chemische reactie. Door te schrijven verander je, door te schrijven over jezelf verander je jezelf.
Prins Bernhard, Pim Boellaard: hun verhaal en hun tijd
27/10/10 13:03 Denk aan: Literatuur

Waarom schrijft een vrouw uit de feministische hoek een biografie van zo’n welvarende macho in de oorlog, een ‘held’, zo kreeg Jolande Withuis vaak te horen. De levensloop van Boellaard en vooral de keuzes die hij maakte, fascineren. ‘Wat maakt dat iemand om kan gaan met zoveel tegenslag, en moedig en eervol gruwelijkheden kan doorstaan?’ Dat is op zich al een interessante vraag. Bij Boellaard gaat die nog verder. Hij groeide op in een beschermd, negentiende-eeuws milieu, als in een roman van Louis Couperus. Hoe kan het dat zo iemand in de oorlog zo’n heldhaftige rol gaat spelen en na de bevrijding een briefje krijgt van een communistische medegevangene die hem bedankt voor alle goede zorgen?
In oorlogstijd is het misschien wel gebruikelijk dat vriendschappen over klassen en geloven heen gesloten worden, iedereen is nu eenmaal op elkaar aangewezen. Maar het is niet vanzelfsprekend om een held te zijn en het goede te doen, zoals Boellaard deed. Hoe zit dat? Dat is een drijfveer om biografisch onderzoek te doen en een boek over iemand te schrijven.
Ook Annejet van der Zijl heeft vaak de vraag gekregen ‘Waarom Bernhard?’ Nieuwsgierigheid is ook waar zij op uitkomt. Eigenlijk is ze enigszins erin gerold, net als Withuis met Boellaard. Een vooropgezet plan om biografieën over hen te schrijven, was er in beide gevallen niet. Via het werk aan andere boeken kwamen de schrijfsters op het spoor van een interessante geschiedenis, of zoals de ondertitel van Bernhard luidt: Een verborgen geschiedenis. Er is een raadsel dat erom vraagt opgelost te worden, dat de nieuwsgierigheid prikkelt en uitdaagt tot onderzoek.
Van der Zijl vertelt hoe zij geïnteresseerd raakte in het Duitse verleden van Bernhard, toen ze schreef aan Sonny Boy. Over de vooroorlogse jaren van Bernhard als Duitse jongeman was nog maar weinig bekend. Terwijl die Duitse geschiedenis veel duidelijk zou kunnen maken over de latere opvattingen en vreemde gedragingen van de prins, zo vermoedde Van der Zijl. Bernhard wordt altijd afgeschilderd als een held of als een schurk – dat extreme beeld kan niet kloppen. Het begrijpen van een persoon is belangrijk; het schrijven van een biografie is een manier om grip te krijgen op een mens en via die mens op de geschiedenis.
Van der Zijl zat op een vruchtbaar spoor, zo bleek al snel, onder andere op de Berlijnse universiteit waar Bernhard studeerde. In Duitsland is Bernhard niet zo bijzonder als hier in Nederland en de archieven met zijn studiegegevens kon Van der Zijl zonder problemen gebruiken. Bernhard wás ook niet zo bijzonder als wij misschien denken: de Duitse geschiedenis van de latere prins-gemaal laat zien dat hij een typisch kind van zijn tijd was. Een jongeman uit een gegoede, maar verarmde familie, geboren met een gouden lepel in de mond die hem daarna werd afgenomen, zonder kansen in de toekomst en met een hang naar vertier.
Via de Duitse geschiedenis kon Annejet van der Zijl laten zien hoe prins Bernhard gevormd werd door zijn tijd. Als we begrijpen waar iemand vandaan komt, begrijpen we ook beter zijn latere reacties en handelingen, zeker als het gaat om zijn eigen verhouding tot dat verleden. Jolande Withuis’ held Boellaard lijkt zich juist aan zijn tijd en verleden te ontworstelen en zijn eigen pad uit te stippelen. Verschillen als deze zeggen iets over de mens: hoe je je laat vormen door de tijd en omgeving waarin je toevallig leeft en hoe je je daartegen verzet. In de verhalen over uitzonderlijke levensgeschiedenissen zoals van Boellaard en Bernhard kan de lezer zich spiegelen, aan de hand van dit soort patronen.
Over dit onderwerp – hoe de patronen van een leven je helpen je eigen leven te begrijpen en vormgeven – zullen volgende week in de derde lezing Hans Goedkoop en prof. Joachim Duyndam verder spreken. Graag tot dan! De lezing van gisteren is hier terug te zien.
[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]
Spontane en onderzoekende creativiteit
24/10/10 14:06 Denk aan: Kunst

Uiteindelijk heeft laat dan wel vroeg bloeien te maken met creativiteit. Zoals de goede ideeën, die we ons altijd voorstellen als een peertje dat linksboven je hoofd spontaan begint te branden, zo lijdt ook creativiteit onder een al te versimpelde beeldvorming. Creativiteit is misschien geen peertje, maar dan toch zeker wel iets wat ontbrandt in je binnenste, als goddelijk vuur, een golf van inspiratie. Dat we dat zo zien is vooral de schuld van de romantische dichters. Willem Kloos, die een wandeling ging maken langs de waterkant en vijftien minuten later bevangen door een perfect geconstrueerd sonnet, met kloppend rijmschema, versvoet en volta weer thuiskwam. Onzin natuurlijk.
Het beeld van de geïnspireerde kunstenaar is wel hardnekkig gebleken. Dat is zeker ook het geval in de schilderkunst. Je ziet het meteen voor je, de jonge Picasso die in een artistieke high schilderij na schilderij maakt, tot hij uitgeput op de grond neerzijgt om in ogenschouw te nemen wat hij nu eigenlijk gemaakt heeft. Stuk voor stuk meesterwerken.
Bij Cézanne werkte het anders, zo schrijft Gladwell. Zijn creativiteit is experimenteel van aard. Door heel veel uit te proberen en dus ook af te wijzen, ontdekt hij waar hij zich op moet richten, waar hij goed in is. Met als gevolg dat de echt goede kunstwerken, de echte 'Cézannes’ pas op latere leeftijd ontstaan. 'The Cézannes of the world bloom late not as a result of some defect in character, or distraction, or lack of ambition, but because the kind of creativity that proceeds through trial and error necessarily takes a long time to come to fruition.'
De twee vormen van creativiteit heten in Gladwells artikel 'conceptueel en experimenteel', wat ik niet heel verduidelijkend vind klinken. Misschien is het niet helemaal correct, maar het onderscheid tussen 'spontaan' en 'onderzoekend' lijkt me helderder. En dan blijkt het voor mij ook nog te kloppen: ik noemde mezelf al een laatbloeier - en dan niet alleen op het creatieve vlak - ik herken me erg in het onderzoekende ('experimentele') type.
Het past ook bij de (meer wetenschappelijke) vraag waar goede ideeën vandaan komen, zoals ik onlangs beschreef. Ideeën hebben een incubatietijd, en ontstaan niet in een soort spontane ontbranding, maar doordat verschillende mensen, gebeurtenissen en natuurlijk het toeval allemaal samenklitten en het vuurtje opstoken tot er uit het geheel een Goed Idee geboren wordt.
Interessant hoe dingen die ik eerder heb geschreven in elkaar schuiven en blijken te passen binnen het framework van een ander. Maar ik vertel blijkbaar maar één kant van het verhaal. Picasso zou zich daar nooit in kunnen vinden.
Witte nachten in De Groene Amsterdammer
21/10/10 22:56 Denk aan: Literatuur

Vandaag in De Groene Amsterdammer: mijn recensie van Witte nachten van André Aciman. 'Het leven is altijd ergens anders'. Kopen dus! (Tijdschrift én roman.)
De ideale biografie bestaat niet: prof. Hans Renders en Onno Blom
20/10/10 12:17 Denk aan: Literatuur

Blom vertelde een indrukwekkend verhaal over de laatste jaren, maanden en dagen van Jan Wolkers, waar hij zelf steeds nauwer bij betrokken raakte. Van regelmatige atelierbezoeken op ‘het eiland’ (Texel) tot dagelijkse telefoontjes met de steeds verder verslechterende zieke. Hij noteerde de laatste woorden – ‘Zo is het genoeg’, over een boterham met jam – en stond de pers te woord na het overlijden. Dat levert een vreemde positie op: bij het schrijven van de biografie zal hij zelf in het laatste hoofdstuk rondlopen.
Die lastige positie maakt in elk geval wel meteen duidelijk dat de biografie het verhaal is van een schrijver. In de ideale biografie, aldus Hans Renders, laat de auteur zien dat de beschrijving van het leven van zijn hoofdpersoon niet ‘waar’ is, maar een standpunt vertegenwoordigt. Een biografie is nu eenmaal anders dan een roman nooit ‘af’. Denk aan Oorlog en vrede van Tolstoj – die roman uit 1869 wordt nog steeds gelezen. Een biografie van Tolstoj uit de negentiende eeuw neemt daarentegen niemand meer ter hand, die is inmiddels verouderd.
Dat komt omdat biografieën het resultaat zijn van historisch onderzoek. En onderzoek, of het nu voldoet aan de wetenschappelijke normen of niet, kan altijd beter. Als je dat weet, kun je daar maar beter gebruik van maken. Een goede biografie is dan ook niet alleen een tijdelijk document, maar een actuele interpretatie van een leven. Een interpretatie die bovendien de lezer uitdaagt met de vraag: is dit wel waar?
Het ligt voor de hand dat dat ook gaat gebeuren als Bloms biografie van Wolkers verschijnt. Juist als je er als biograaf ‘zelf bij bent geweest’, zal het een uitdaging zijn om boven die particuliere ervaring uit te stijgen. Blom schreef een boek over het laatste levensjaar van zijn hoofdpersoon, genoemd naar de laatste woorden Zo is het genoeg. Een foto van de betreffende boterham met jam is daar ook in opgenomen. Is dat relevant? En is het niet te intiem? Blom is verweten dat die foto neigt naar heldenverering, de boterham een reliek die verwijst naar een gestorven idool.
Een biografie moet verduidelijken hoe het persoonlijke leven invloed heeft gehad op de publieke wapenfeiten van iemand, aldus Renders. Het persoonlijke op zich is niet interessant als het niet in verband wordt gebracht met het werk; het werk is immers de reden dat een biografie geschreven wordt. Dat kan zeker bij schrijvers moeilijk zijn, want wie verbanden legt tussen een gebeurtenis in het leven en bijvoorbeeld een gedicht, begeeft zich op glad ijs. Hoe dat zit bij een boterham met jam, is een poëtisch gedachte-experiment op zich.
Volgende week: Jolande Withuis, auteur van de bekroonde biografie van verzetsheld Pim Boellaard, en Annejet van der Zijl, die onder meer de biografie over prins Bernhard schreef. Over dagboeken en archieven en het schrijven over historische figuren van wie de publieke beeldvorming sterk gevormd is. De lezing van Hans Renders en Onno Blom is hier terug te zien. Deze reeks kwam tot stand in samenwerking met SLAU.
[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]
Goede ideeën x drie
18/10/10 19:19 Denk aan: Wetenschap

Zo kwam ik via Wetenschap24 op de TED-talk van Steven Johnson, Where do good ideas come from. Koffiehuizen spelen daarin een belangrijke rol. Een van de redenen dat de Verlichting zo'n explosie aan goede ideeën kende, is dat toen de koffiehuizen opkwamen, waar geleerde mannen met elkaar konden keuvelen over alles wat ze bezig hield. Door dat contact konden gedachten, uitroepen en associaties uitgroeien tot volwaardige ideeën. Voor de voortplanting van cultuur en wetenschap is paring nodig, zoals ook Matt Ridley zegt, die een TED-talk over dit onderwerp hield met de titel When ideas have sex.
Johnson vertelt over het gangbare beeld van een idee als eurekamoment, een licht dat boven je hoofd aanspringt. Daardoor lijkt het alsof een idee een ding is. Maar, zo betoogt hij, op meest fundamentele niveau is het idee een netwerk. En de netwerkpatronen van de buitenwereld, zoals geleerden die samenkomen in een achttiende-eeuws koffiehuis, spiegelen de innerlijke netwerkpatronen van de hersenen, waarin neuronen heen en weer vliegen en ook letterlijk nieuwe verbindingen aanleggen. Dat klinkt chaotisch en dat is het ook.
Een recent voorbeeld van een briljant idee dat op zo'n onorthodoxe manier ontstond geeft het onderzoek van Nobelprijswinnaars André Geim en Konstantin Novoselov. NRC schrijft over de ontdekking van grafeen, waarvoor ze de hoogst mogelijk onderscheiding ontvingen: 'Het ultradunne grafeen kwam in 2004 voort uit een van de "gekke" proeven waar Geim beroemd om is, en waaraan Novoselov graag meewerkte. Vrijdagavondproeven, noemden zij die vrolijke experimenten waaraan je, zeiden ze in een interview, "minstens 10 procent van je tijd moet besteden".'
Johnson heeft het ook over tijd. Goede ideeën hebben een lange incubatietijd, door hem heel mooi 'The Slow Hunch' genoemd. Over het algemeen gunnen we ideeën niet meer zoveel tijd om te rijpen. Darwin kostte het decennia, maar wie verkoopt dat tegenwoordig aan zijn baas?
Ook Steven Weinberg, Nobelprijswinnaar in de Natuurkunde, heeft het in zijn essaybundel Lake views over goede ideeën. Spring in het diepe en neem de tijd, zo vat een recensent Weinbergs advies aan jonge onderzoekers samen. Gek, een sprong nemen klinkt immers als iets wat snel gaat.
Toch denk ik dat iedereen zich er wel iets bij kan voorstellen. Gaat het in het 'gewone' leven ook niet zo? Dat je soms de chaos in moet springen, maar absoluut niet hoeft te verwachten dat je meteen weet of dat wel zo'n goed idee was? The Quick Jump naar The Slow Hunch. Stel je voor dat Darwin het verkeerd had. Want naast alle briljante ideeën ligt natuurlijk een schroothoop aan mislukte associaties en misgeboortes uit slechte seks op het toilet van een oud koffiehuis.
Wat is tijd? Renate Loll antwoordt in 12 minuten
14/10/10 08:04 Denk aan: Wetenschap
Was er tijd voor de oerknal? Hoe verloopt de tijd op het allerkleinste niveau? Kun je terug in de tijd gaan? Vragen die iedereen wel eens stelt - ook een hoogleraar in de theoretische fysica. Het ingewikkelde, maar helder uitgelegde antwoord geeft Renate Loll in een fantastische, TED-achtige lezing bij Studium Generale.

Tom Rachman - De onvolmaakten
12/10/10 07:44 Denk aan: Literatuur

Elf tragikomische verhalen vormen samen een roman over de ondergang van een krant. De personages worstelen om de schijn op te houden in een onvolmaakte wereld; een worsteling die zo herkenbaar is dat je je bijna betrapt voelt. The Imperfectionists, de debuutroman van Tom Rachman (1974) is jubelend ontvangen en dat is volkomen terecht.
De onvolmaakten, zoals de Nederlandse vertaling luidt, speelt zich af op ‘de krant’. Een naamloze, internationale krant zonder website. Als in Rome, waar de redactie zetelt, de dag aanbreekt, is het op de ene helft van de wereld al bijna avond en op de andere nog diep in de nacht. Dat moet wel slecht aflopen. In elf verhalen – nee, geen hoofdstukken – volgen we de krantenredactie zo’n half jaar lang, tot het onvermijdelijke einde. Elk verhaal zoomt in op één van de betrokkenen, van de necrologieënschrijver via de eindredacteur tot een trouwe lezeres.
Hoogstaand televisiedrama
Tussen de verhalen door serveert Rachman korte episodes over de geschiedenis van de krant, opgericht in de glorieuze jaren na de Tweede Wereldoorlog als een hobbyproject van een rijke, Amerikaanse zakenman. Uiteindelijk arriveert de geschiedenis in het heden en dat betekent het einde, letterlijk en figuurlijk.
Zo’n droge weergave van structuur en thematiek doet absoluut geen recht aan deze verhalenroman. De onvolmaakten is niet alleen leuk voor journalisten en krantenlezers, of voer voor literatuurwetenschappers. De ingenieuze vorm doet eerder denken aan hoogstaand televisiedrama dan aan postmodernistische verhalenpuzzels – en dat is bedoeld als compliment. De krantenredactie spiegelt met haar computers, een watercooler, morsige collega’s en een betweterige baas hét kantoor.
Scheurtje
Toch is de krant ook op te vatten als een goed gekozen metafoor voor ‘de onvolmaakten’ die de personages zijn. Hoe hard ze er ook aan werken, in de krant staan altijd fouten en hij is altijd onvolledig. Net zo vertoont het leven scheurtjes. Elk personage is afhankelijk van de ander, in het maken van de krant en in het streven naar geluk. Hun privéleven delen ze niet en voor diepgaande analyse is geen tijd. Vandaag is alweer achterhaald en morgen gaat het leven door.
Steeds weer laat Rachman zien hoe ver zakelijk en privé uit elkaar liggen. Zoals bij Herman Cohen, chef eindredactie, die een bijbel bijhoudt van stijlfouten, maar thuis heerlijk eten kookt voor zijn vrouw en in de schaduw leeft van zijn beste vriend. ‘Op zijn werk doet Herman de correcties. Niet hier.’ Door scheurtjes in de oppervlakte licht echter de imperfectie op, die de verhalen voortdrijft. Hoezeer de personages ook proberen een pijnloos en gladgestreken leven te leiden, steeds verschijnt er weer een smetje. Als een krant die nooit foutloos zal zijn.
Slippertje
Niet alleen privé- en kantoorleven liggen mijlenver uiteen. Rachman is een meester in het beschrijven van de innerlijke gemoedsbewegingen van zijn personages, en hoe ze die verborgen proberen te houden voor anderen en zichzelf. Abbey Pinnnola, hoofd financiële administratie, ontmoet een ex-collega in het vliegtuig:
Ze houdt haar buik in en wurmt zich langs hem heen, pakt haar handtas uit het bagagecompartiment en loopt naar de toiletten. Als ze eenmaal veilig binnen zit, bekijkt ze zichzelf in de spiegel in het niet bepaald flatteuze licht. ‘Ik zie er niet uit, godsamme!’ (…) Ze trekt haar knellende beugelbeha omlaag, kijkt even in haar shirt: een versleten zwarte beha. Ze gluurt even in haar broek: een blauwe omaslip. Gezellige combi: boven begrafeniskant en onder parachutestof. Doe niet zo dom – wie ziet het nou? Nog één verfrissingsdoekje. Klaar.
Het tragische van de verhalen is dat het juist mis gaat op het moment dat ze proberen oprecht te zijn en door de buitenkant heen proberen te breken. Pogingen tot eerlijkheid leiden tot misverstanden en de smetjes groeien uit tot levensgrote vlekken. Schrijnend is het verhaal van Craig, nieuwsredacteur, en Annika, zijn mooie, jonge, blonde vriendin. Na een slippertje gooit hij haar het huis uit.
Hij wacht twee tergende uren.
Is zijn bedoeling duidelijk? De bedoeling die hij al zo lang duidelijk wilde maken. Nee, dit was ook weer niet de bedoeling.
Hij pakt zijn mobieltje en ziet dat ze hem een sms’je heeft gestuurd: ‘mis je, mag ik langskomen?’ Het is uren geleden verzonden, toen hij nog in het souterrain zat en zij nog hier was. Hij belt haar, maar ze neemt niet op.
Halsoverkop verliefd
De schijnwereld is nodig om alles in stand te houden. Het leven drijft net als de krant op imperfectie. Daar gaat iets troostends van uit, waar bovendien om te lachen valt (foutje in de krant: ‘Sadism Hoessein’. Nooit vertrouwen op autocorrectie). Heeft dit boek zelf dan geen enkel smetje? Ik vond het laatste verhaal het zwakste – een nogal futloos einde aan een prachtig boek. Maar ook dat futloze eind, als de krant zomaar opeens ten onder dreigt te gaan, past bij de rest. ‘Al die jaren hebben ze de krant vervloekt, maar nu de krant hen in de steek dreigt te laten, worden ze weer halsoverkop verliefd.’ Het is te laat. Vandaag is achterhaald en morgen gaat het leven door. Wie goed terechtkomt en wie minder goed is voorbehouden aan het toeval. Perfect wordt het nooit. Behalve in deze roman.
Over de streep: gedeelde geheimen
10/10/10 13:58 Denk aan: Televisie

Op een wel erg Amerikaans-schreeuwerige wijze, blijkbaar. Leraren doen gekke dansjes, leerlingen roepen naar elkaar 'Get ready!' Onwillekeurig denk je aan van die motivational trainers op bedrijfscongressen - en dan vooral aan de parodie daarop in bijvoorbeeld de film Donnie Darko. Het uitbundige maakt echter de weg vrij voor ingetogen, rustige gesprekken in kleine groepjes. Maak de volgende zin af: 'If you really knew me, you would know this…' Het gebruik van zo'n standaardzin werkt; de heftigste verhalen rollen erachteraan. Dat deed me denken aan Siri Hustvedt, die in The Shaking Woman patiënten de opdracht geeft om over zichzelf te schrijven en te beginnen met 'I remember…' Het korte zinnetje zet het geheugen in werking, als de startknop voor een soort écriture automatique.
Het belangrijkste onderdeel van de Challenge Day is echter dat waar de documentaire naar vernoemd is: door het midden van de gymzaal loopt een streep. Alle kinderen staan aan de ene kant. Een van de trainers beschrijft een situatie en als die van toepassing is op je eigen leven, moet je 'over de streep' gaan. Het fysieke aspect hiervan heeft een grote impact, het bewegen brengt een 'bewogen zijn' met zich mee. Zowel voor degenen die aan de andere kant van de streep gaan staan en dus met heel hun lichaam laten zien wat zij hebben meegemaakt (alcoholmisbruik in de familie, mishandeling, geweld, eenzaamheid, afwijzing, pesten, ga zo maar door) - als voor degenen die blijven staan en getuigen zijn van wat hun klasgenoten met zich meedragen.
Ik beken dat ik hier een traan moest wegpinken. Niemand kan hiernaar kijken en luisteren zonder te bedenken wat je zelf zou doen: blijven staan of over de streep gaan. Feit is dat niemand een ongeschonden jeugd heeft. Wie heeft zich nooit afgewezen of eenzaam gevoeld? Dat is ook de kracht van zo'n dag: verbondenheid creëren door te laten zien dat iedereen 'meer hetzelfde is dan verschillend’, aldus de trainer.
De laatste situatie waar de kinderen op moesten reageren vond ik heel heftig, bijna als een stomp in de maag. 'Loop over de streep als je ooit een kind bent geweest.' Bijna alle kinderen slenteren naar de andere kant van de zaal. Bíjna. Hartverscheurend: kinderen van vijftien die nu al weten dat ze nooit kind zijn geweest, kind hebben kunnen zijn.
Ik moest denken aan een verhaal over Emil Cioran, de Roemeense essayist en filosoof die op zijn vijfde zijn eerste depressieve ervaring zou hebben gehad. Vijf! Kan dat überhaupt? In een tijdschrift las ik onlangs een stuk van een hersenonderzoeker die beweerde dat kinderen tot een jaar of tien nog geen geweten hebben. Dat soort artikelen maken me altijd een beetje boos. Omdat in de hersenen nog geen 'gewetensprikkels' te zien zijn, bestaat het geweten niet. Dat de ervaring iets anders leert, doet er niet meer toe.
Wie herinnert zich niet een moment op de kleuterschool van spijt, schaamte, wanhoop? Ik wel, misschien was ik niet vijf, maar wel jonger dan acht en ik was ten einde raad over twee dingen: zwemles, waar ik een onverklaarbare afkeer van had (en uiteindelijk ook een tijdje mee gestopt ben) en mijn beste vriendinnetje, met wie ik ruzie had. In mijn herinnering was het vooral de gelijktijdigheid van deze twee kwesties, die me tot wanhoop bracht. Ik wist gewoon niet hoe ik het moest bolwerken, kon het niet overzien. Het was een buitenproportioneel verdriet. Maar wel écht.
(Overigens weet ik niet waarom ik bijna gedachteloos depressie en geweten aan elkaar verbind - dat vraagt een nader onderzoek.)
Ik weet natuurlijk niet zeker of iedereen zulke herinneringen heeft. Misschien niet. Niemand komt ongeschonden uit zijn jeugd, schreef ik, maar weet ik veel? Misschien ook wel. Dat is iets wat me bij de documentaire toch een beetje dwarszat. De veronderstelling dat iedereen een ongedeeld en onverwerkt verdriet heeft. En ook: de veronderstelling dat het hebben van een trauma, of het nu groot is of klein, ons hetzelfde maakt. Of toch in elk geval 'meer hetzelfde dan verschillend'.
Dan denk ik terug aan Kierkegaard en het geheim van het individu, dat in de grond onkenbaar en onmededeelbaar is en iedereen juist verschillend maakt. 'Er is misschien niets dat de mens zozeer adelt als het bewaren van een geheim,' schrijf hij. Het geheim heeft bij hem een paradoxale status: het schept een afstand tussen mij en de anderen en daar lijd ik onder, maar als ik mijn geheim deel en de afstand ophef, verlies ik de individuele betekenis van mijn eigen leven. Niet alle geheimen vragen erom verteld te worden. Respect voor elkaar betekent ook: iemand zijn geheim gunnen. En begrijpen dat je zelf een geheim bent dat een ander nooit geheel zal kunnen ontrafelen.
Op uitzendinggemist.nl is de documentaire terug te kijken.
Paradox van de laatbloeier
07/10/10 18:21 Denk aan: Leven

Ik ben dus een laatbloeier. Dat klinkt als iets wat je van jezelf allang weet, maar het is zo'n weetje dat op een gegeven moment bij je binnen moet komen.
De laatste tijd heb ik het erg druk, met werken en met alles wat er nog naast loopt. En dat gaat goed: ik heb gehoord dat ik op een veelgelezen site mag bloggen en er komt hoogstwaarschijnlijk een artikel van me in een van mijn favoriete tijdschriften. (Ik weid verder niet uit tot het ook echt zo ver is, excuus.) Trots op mezelf!
Toen dacht ik aan al die mensen die ik ken die tien jaar jonger zijn dan ik en allang op die sites bloggen en in die tijdschriften staan. Ik kan me met geen mogelijkheid voorstellen dat ik dat op die leeftijd had gedaan. (Hoewel ik van mijn vader eens een groot compliment kreeg. Hij had mijn essay voor de Radboudbeurs gelezen en zei 'dat had ik nooit gekund op mijn vijfentwintigste.' Dat hij Bruno Schulz vertaalde op zijn vijfentwintigste liet hij even buiten beschouwing.) Een laatbloeier dus!
Wat is een laatbloeier? Het begrip komt uit de plantkunde: een laatbloeier is een bloem die later opkomt dan andere. In het algemeen vertoont een laatbloeier als persoon bepaalde eigenschappen op een later moment dan gemiddeld.
Interessanter is de vraag waarom de een een laatbloeier is en de ander gemiddeld. Ik denk dat het - zoals alles - te maken heeft met nature en nurture. Je hebt aanleg om je snel of minder snel te ontwikkelen, lichamelijk en geestelijk. Ook omgekeerd: als ik het heb over vroegrijpe types zie je waarschijnlijk van die tienjarige meisjes met borstjes en een pruillip voor je. Je weet haast zeker dat die meisjes snel van alles met jongens doen, wat de rest van de klas dan ongelooflijk vies vindt. Op de middelbare school hebben ze al een serieuze relatie, terwijl mensen als ik nog maar wat aanklooiden.
En die nurture? Om je gemiddeld te ontwikkelen en dus noch vroegrijp noch laatbloeiend te zijn, is vooral vrijheid nodig, de afwezigheid van remmingen. In de zin van ziekte, mishandeling, pesten. Kinderen die te jong te veel meemaken, kunnen zich niet op zo'n vrije manier ontwikkelen en moeten eerst over hun jeugdtrauma's heen komen voor ze kunnen bloeien. Dat is paradoxaal, want kinderen die door nare ervaringen pas laat kunnen bloeien, zijn vaak juist eerder volwassen. Ze zijn misschien niet vroeg rijp, maar wel vroeg wijs.
Op mezelf zijn beide van toepassing. Als lange dunne slungel (ben ik nog steeds wel een beetje) met alleen een paardenstaart als meisjesachtig kenmerk, had ik wel een enorme belangstelling voor jongens, maar durfde ik er niets mee te doen. Mijn platonische liefdes zijn talloos en eindeloos en begonnen in groep vijf.
Daarnaast heb ik pas de laatste jaren het idee dat ik mezelf ben geworden. Toevallig sprak ik onlangs met een jongen die ik ken van vroeger (geen platonische liefde), die precies hetzelfde zei. Te vaak was ik alleen maar bezig obstakels uit de weg te ruimen en kwam er van bloeien niets.
Nu dan misschien. Voordeel: ik zie er jonger uit dan ik ben - in tegenstelling tot die vroegrijpe types waarvan er eerlijk gezegd toch wel al een paar verlept zijn. Laat bloeien en toch vroeg wijs: sommige paradoxen bevallen me wel.
Mode, kleding, stijl en identiteit: over het kiezen van een winterjas
03/10/10 12:16 Denk aan: Leven

Mijn leren jas past zo goed bij me, ik val er bijna mee samen. Waarom dan? Nou, hij is stoer, een beetje retro, na vijf jaar nog steeds hip, warm genoeg voor de winter, maar kort, strak en nonchalant.
Er bestaat onder welingelichte mensen een voorbehoud als het gaat om kleding als een manier om je identiteit uit te drukken. Ik snap dat nooit zo goed. Doet niet iedereen dat? Waarom zou het verkeerd zijn? Het is misschien niet goed om je te profileren alleen door je kleding, zonder dat er iets achter schuil gaat. Laat ik dan zeggen: via kleding kun je je identiteit benadrukken. Liever dan de mode te volgen, kun je in je eigen stijl tonen wie je bent. Je kunt daar maar beter over nadenken, want de omgeving zal via je kleding altijd een oordeel proberen te vormen over de naakte mens die eronder zit.
In de Groene Amsterdammer stond een aantal weken geleden een interessant artikel over 'depressieve mode'. Nu kon ik die depressieve insteek niet zo goed volgen, maar enkele ideeën over kleding en identiteit zijn de moeite waard om over na te denken bij het kiezen van je winterjas. Zo wordt de filosoof Gilles Lipovetsky aangehaald: 'De massaproductie van modeartikelen maakt het consumenten mogelijk complexe individuen te worden van een democratische, snel veranderende samenleving.'
Mode en massaproductie niet als vereenvoudiging, maar juist als een uitdrukkingsvorm van het complexe. Los van het feit dat de meeste mensen zich hier niets van aantrekken en er bij lopen als het zoveelste H&M-poppetje, is het niet moeilijk in te zien dat juist het enorme aanbod het mogelijk maakt je eigen stijl te vinden. En dat is niet een statisch proces, maar een complexe zoektocht die nooit af is. Met die stijl beantwoord je niet alleen aan een complexe maatschappij, waarin je verschillende rollen hebt en een steeds verschuivende positie inneemt. Een dynamische stijl doet ook recht aan een dynamische, complexe identiteit.
In het artikel wordt ook José Teunissen aangehaald, lector modevormgeving bij ArtEZ in Arnhem. Volgens haar is 'het hebben van smaak – weten hoe je te kleden – een vitaal element van onze moderne visuele cultuur. Hierin zijn klasse en status niet meer per definitie aan afkomst gebonden, maar worden steeds opnieuw gedefinieerd in het almaar wisselende en zich wijzigende tekensysteem van de mode. Dat maakt mode zo interessant. In tegenstelling tot vroeger, waar mode slechts voor weinigen was weggelegd en je klasse bepaalde wat je droeg, kunnen rijk en arm voor de mode kiezen die hun aanspreekt.'
Met vrijheid komt verantwoordelijkheid. Natuurlijk kun je je verre houden van mode en je kleden zonder verder stil te staan bij de betekenis van wat je aantrekt. Dat is een negatieve keuze, maar óók een keuze. Dus welke winterjas draag jij het komende half jaar? 'Misschien is het ook wel uit respect voor jezelf dat je bepaalde kleding draagt die heel goed een deel van jezelf benadrukt.'
Eerder schreef ik ook over kleding en mode. Hieronder een selectie:
Ik kocht een lange, wollen jurk en wist dat er een kralenketting bij paste. Maar dat ging me te ver. 'Waarom heb ik zo'n weerzin tegen het modeplaatje? … Het zal wel komen doordat ik het gevoel verafschuw dat ik iets doe omdat het moet. Noem het een autoriteitsprobleem. Maar… zie ik de modepopjes dan als autoriteit?'
Lang, wollig en charmant
Hebben bepaalde groepen mensen bepaalde schoenen aan? 'Pas vijftien jaar later (au!) begrijp ik waarom mijn theorie als los zand aan elkaar hing: ik dacht helemaal niet vanuit de schoenen, maar vanuit groepen mensen. Ik beweerde dat ik aan de schoenen kon zien wie erin stond, wat ik eigenlijk deed was aan elk type mens een schoen toewijzen.'
Lang, wollig feestpakkie
'Het gaat mis wanneer je je identiteit ontleent aan bepaalde kleren of merken. Dan wordt de trui een kostuum dat je aantrekt om een rol te gaan spelen, een masker om je achter te verbergen. Je wilt lijken op iemand anders, iemand die populair is of knap of succesvol, dus kopieer je uiterlijke kenmerken in de hoop dat je zo vanzelf ook innerlijk op hem gaat lijken. Een denkfout, natuurlijk, maar ook een noodzakelijke stap in het onderzoeken van wat kleding betekent.'
Gekostumeerd bal
''Inderdaad,' zei iemand, 'als ik me jou herinner in die tijd, zie ik zo'n zwart t-shirt van een band voor me.' Daar was ik wel even heel makkelijk neergezet, teruggebracht tot een enkel kledingstuk. Oké, dat mag dan misschien wel een essentie van mijn identiteit hebben uitgedrukt, maar het is nou ook weer niet de bedoeling dat men je reduceert tot een verwassen t-shirt van een band die vast langzaam in marginaliteit en vergetelheid is weggegleden.'
Verwassen, nooit bezeten identiteiten
'Kleine fenomenologie van de mannenketting: die moet er oud uit zien, liefst van leer of een beetje zwart uitgeslagen zilver, de hanger is een klein flesje, een tribal symbool, een schelp of iets anders uit de natuur. Draag er liefst meerdere tegelijk, van verschillende lengte. Over het t-shirt heen, natuurlijk, zodat de meisjes ze kunnen zien. Die ketting drukt zelfvertrouwen uit (ik draag een ketting maar ben geen mietje), geeft blijk van een interessant leven (weet je hoe ik aan die haaientand gekomen ben?) en een nonchalant soort ijdelheid (ik heb wel sieraden, maar draag ze losjes, met drie tegelijk). Allemaal zaken waar meisjes van houden.'
Fenomenologie van de mannenketting
Personages
02/10/10 00:56 Denk aan: Literatuur
Soms zie je een vrouw in de deuropening van een café staan, leunend tegen de deurpost en met een sigaret in de hand. Ze praat met een knappe jongeman en ze zegt: ‘De laatste keer dat ik jou zag was ook hier’, waarbij ze met een nagel, niet een lange gelakte, maar gewoon een net iets te lang geleden geknipte, tegen het gelakte hout van het kozijn tikt. De jongeman knikt, en ondanks alle kroeggeluiden die van achter haar rug op hem toe stromen, hoort hij de tikjes heel duidelijk. Hier was het en hier is het.
Soms zie je iemand een stoep af stappen, de straat op, en lijkt het erop dat zelfs de stap van de stoep op de straat te veel moeite kost. Hij maakt gebruik van de zwaartekracht om de tien centimeter af te dalen. Zonder in te houden loopt hij op de stoeprand af, en laat zich dat kleine stukje naar beneden vallen, met een recht been, klaar om de val op te vangen. Hij kijkt in de verte, naar binnen.
Soms zie je die vrouw of die man en zie je dat ze personages zijn, in hun eigen leven, of in een of ander boek, zonder dat ze het weten. Soms ben jij het zelf die zo staat of zo loopt. Soms lees je erover in een boek en denk je: dat had ik kunnen zijn. Dat boek is De onvolmaakten van Tom Rachman.
Binnenkort een recensie op 8WEEKLY.

Soms zie je iemand een stoep af stappen, de straat op, en lijkt het erop dat zelfs de stap van de stoep op de straat te veel moeite kost. Hij maakt gebruik van de zwaartekracht om de tien centimeter af te dalen. Zonder in te houden loopt hij op de stoeprand af, en laat zich dat kleine stukje naar beneden vallen, met een recht been, klaar om de val op te vangen. Hij kijkt in de verte, naar binnen.
Soms zie je die vrouw of die man en zie je dat ze personages zijn, in hun eigen leven, of in een of ander boek, zonder dat ze het weten. Soms ben jij het zelf die zo staat of zo loopt. Soms lees je erover in een boek en denk je: dat had ik kunnen zijn. Dat boek is De onvolmaakten van Tom Rachman.
Binnenkort een recensie op 8WEEKLY.
Leesclubjes die het leven veranderen
29/09/10 15:55 Denk aan: Filosofie

Wat is het idee? Veroordeelden maken via literatuur kennis met 'gecompliceerde karakters'. 'Ze zien hoe complex het menselijk leven kan zijn, dat mensen niet of goed of slecht zijn. Deelnemers herkennen zich in karakters en beseffen dat hun worstelingen niet uniek zijn.' Een van de deelnemers die was afgekickt kwam in de verleiding weer een shot te nemen, maar werd daarvan afgehouden doordat hij dacht aan Hemingways The Old Man And The Sea.
Ik zit tegenwoordig in ook in een leesclubje. Vrijwillig. We lezen Zijn en tijd van Heidegger. Gelukkig is er een leeswijzer om je te helpen dat notoir onleesbare boek te doorgronden. Waarom zou je onleesbare boeken willen lezen van filosofen die elk woord in een andere dan de gangbare betekenis gebruiken? De leeswijzer opent met een verwijzing naar filosoof Cornelis Verhoeven, die hier een antwoord op heeft geformuleerd:
'Misschien is filosofie wel iets dat ons op een bepaald moment overkomt of overvalt en waar wij nogal passief tegenover staan, bijvoorbeeld een plotselinge breuk in de vanzelfsprekendheid van ons bestaan tot nu toe.'
Dat lijkt me ook van toepassing op de veroordeelden die voor straf Hemingway bestuderen. Een breuk in de vanzelfsprekendheid van hun (criminele) bestaan: ze zijn opgepakt en voor de rechter verschenen. Verhoeven geeft aan dat zo'n moment je vatbaar maakt voor filosofie - wat ik zou willen uitbreiden met literatuur. De cursus laat zien waarom dat zo is: filosofie en literatuur kunnen je leven op zo'n moment veranderen, juist omdat je er vatbaar voor bent.
Ik schreef al eerder over Hans Goedkoop en zijn boek Een verhaal dat het leven moet veranderen. Dat levert weer een ander perspectief, namelijk van de recensent. Goede boeken zijn die boeken, die op een breukmoment (op z'n existentialistisch: grenssituatie) je leven kunnen veranderen. Ethiek en literatuur schurken hier heel dicht tegen elkaar aan. Kan een boek je leven ook ten slechte veranderen? Of activeert het alleen iets wat al aanwezig was? Het leren kennen en waarderen van complexiteit lijkt in zichzelf al een positieve waardering te hebben.
Dat is in elk geval wel wat Martha Nussbaum beweert, een filosofe die ik hogelijk bewonder omdat zij onder woorden brengt waarom mensen lezen, hoe het hun leven verandert - ten goede. Als lezer heb je een persoonlijke verstandhouding met het boek dat je leest. Juist die persoonlijke insteek maakt het moeilijk om er iets zinnigs over te zeggen. Hoe breng je onder woorden wat het boek met je doet, op een manier die ook voor anderen interessant is? Hoe verbind je je persoonlijke ervaring met een werk aan een algemeen geldende waardering? Lastig. Toch ligt in die verbinding van het persoonlijke en het algemene via de literatuur of filosofie mijn grootste belangstelling. En de criminelenleesclub, Heidegger, Verhoeven, Goedkoop en Nussbaum delen die.
Laatst vroeg iemand mij op welk moment ik aan de filosofie was geraakt, als een junk die steeds weer een shot nodig heeft. Ik kende toen nog niet het citaat van Verhoeven, maar mijn antwoord ging al in de richting van een 'breuk in de vanzelfsprekendheid van het bestaan tot nu toe'. Ik denk dat je zelf verhalen moet vertellen om dit soort momenten uit te drukken. Zoals het verhaal over de afgekickte die langs een dealer liep en toen een stem uit The Old Man And The Sea in zijn hoofd hoorde. Maar zulke verhalen moeten niet op zichzelf blijven staan, maar steeds weer teruggevoerd worden naar de bron waar ze uit ontspringen. Alleen dan kunnen anderen deelgenoot worden van de verandering. En wellicht zelf ook een verandering ondergaan.
Waarheidsvinding als morele daad en deugd. De Nacht van Descartes III
26/09/10 12:17 Denk aan: Filosofie

Naar aanleiding van de Nacht van Descartes, over de rechterlijke macht (derde en laatste deel). Lees ook deel I, Naar wat voor orde leef je? Sociale, culturele en fysieke invloeden en deel II, Schakelbewijs: stof in de hoeken van de kamer
Er zijn wel meer van dat soort uitspraken te bedenken (ben even de officiële term kwijt). De gemeenteambtenaar die man en vrouw, of liever mens en mens, tot echtgenoten verklaart. Maar ook degene die roept 'ik maak het uit!' of juist liefjes antwoord geeft op de vraag 'wil je verkering met me?' Grensgevallen zijn er ook. De arts die de dood vaststelt, hoe zit het daarmee? Of, lastiger, de arts die een diagnose stelt van een ziekte die zich niet in uiterlijke verschijnselen openbaart en daarmee een circus van behandelingen in gang zet?
(Of op een welhaast metafysisch niveau: een dichter die de werkelijkheid beschrijft in metaforen. Of niet eens de werkelijkheid, maar een mogelijke werkelijkheid… De verhalen van Borges die parallelle universa tot leven roepen.)
Terug naar de rechter. Als de rechter zijn oordeel uitspreekt, is het gebaseerd op een zoektocht naar de ware gang van zaken. Oftewel, gewoon de waarheid. Dat, zo bleek op de Nacht van Descartes, maakt van de waarheidsvinding van de rechter een morele daad. En bij die morele daad horen ook morele deugden. De morele deugden van waarheidsvinding, volgens filosoof Bernard Williams, zijn 'accuracy and sincerety', oftewel accuratesse en oprechtheid.
Bij de waarheidsvinding moet 'het wettelijk bewijs aan de overtuiging voorafgaan'. Het is niet moeilijk in te zien waarom accuratesse en oprechtheid hierbij van belang zijn. Accuratesse moet ervoor zorgen dat alle informatie verzameld wordt - nauwkeurig maar ook compleet. Gemakzuchtig alleen die feiten gebruiken die bij je overtuiging passen is er niet bij. Oprechtheid zorgt ervoor dat je je niet door anderen laat verleiden, door chantage of simpelweg door een mooi verhaal. Maar oprechtheid past niet alleen tegenover de feiten (of neutraler gesteld, de informatie), maar ook tegenover jezelf. Om te oordelen over een ander, is zelfkennis onmisbaar, zo weet de filosofie al sinds duizenden jaren.
Die vriend die de hoekjes niet stofzuigt (vooruit, misschien een gebrek aan accuratesse), heeft meer ook aan het laatste dan aan het eerste. De feiten liggen in de hoeken van de kamer voor het opzuigen. Oprechtheid tegenover jezelf en via jezelf tegenover de ander aanwenden, vraagt net iets meer moeite.
Schakelbewijs: stof in de hoeken van de kamer. De Nacht van Descartes II
25/09/10 22:50 Denk aan: Wetenschap

Naar aanleiding van de Nacht van Descartes, over de rechterlijke macht (deel II). Lees ook deel I, Naar wat voor orde leef je? Sociale, culturele en fysieke invloeden en deel III, Waarheidsvinding als morele daad en deugd.
Gezagsproblemen van de rechtspraak zijn, in elk geval deels, terug te voeren op een paar gruwelijke missers van de afgelopen jaren. Vers in het geheugen ligt natuurlijk de zaak van Lucia de B. die dit voorjaar na een jarenlange straf alsnog werd vrijgesproken. De rechters hadden zich bij hun veroordeling laten leiden door het zogenaamde 'schakelbewijs': 'Na te hebben vastgesteld dat de verdachte opzettelijk en met voorbedachte raad twee slachtoffers heeft vergiftigd en zich aldus schuldig heeft gemaakt aan een moord en een poging tot moord, heeft het hof die vaststelling een rol laten spelen bij het bewijs van de overige levensdelicten.' (rechtspraak.nl)
Met andere woorden: het hof keek niet meer onbevooroordeeld naar de feiten. In plaats van eerst alle beschikbare informatie te verzamelen, daaruit de bruikbare feiten te selecteren en op basis daarvan een oordeel te vormen, ging de overtuiging aan het wettelijk bewijs vooraf.
Dit is een veelvoorkomend probleem. Een open deur bijna. Open deuren vragen echter om nadere bestudering, om ze weer herkenbaar, tastbaar te maken. De formulering uit de rechtspraak helpt daarbij. 'Het wettelijk bewijs moet aan de overtuiging vooraf gaan.' Vaak zien we alleen dat veel mensen een bevooroordeelde blik hebben. Maar hoe is zo'n gekleurde blik te voorkomen? Door een stap naar achteren te doen en eerst de beschikbare informatie te verzamelen, zonder een vooropgestelde overtuiging. Wat ligt er allemaal voor het oprapen in de kamer waar de open deur op uitkomt?
Je vriend pakt de stofzuiger en gaat aan de slag. Vergeet ie de hoeken! Of: er ligt stof in de kamer. Jij hebt het druk, je vriend heeft het druk. Hij pakt de stofzuiger. Jij zit net een boek te lezen. Hij gaat snel door de kamer heen. In een hoek ligt nog een pluis kattenhaar.
Het is misschien een beetje gek om van Lucia de B. de stap te zetten naar huishoudelijke grieven. Nou ja, dat is nu eenmaal het punt van dit blog. Stel dat je de 'orde' waarnaar je leeft en de invloeden daarop in kaart wilt brengen, zoals ik eerder beschreef. Het is de moeite waard om dan te zoeken naar het schakelbewijs in je eigen levensverhaal. Gebruiken we dat niet voortdurend? Als je probeert betekenis te geven aan een verbroken relatie, een conflict op de werkvloer maar ook iets leuks als een promotie, in hoeverre laat je je dan leiden door vooropgestelde overtuigingen? Bezie je werkelijk alle informatie die voorhanden is of laat je je overtuiging aan de selectie van informatie vooraf gaan? Ik pleit mezelf vooralsnog niet vrij...
Naar wat voor orde leef je? Sociale, culturele en fysieke invloeden. De Nacht van Descartes I
24/09/10 09:32 Denk aan: Filosofie

De orde in het recht kan heteronoom of autonoom van aard zijn. Een heteronome rechtsorde komt van buiten: god bijvoorbeeld, of erfopvolging. Autonomie in het recht wil zeggen dat je zelf wilt bepalen welke normen je volgt, of je überhaupt normen volgt. De orde ligt dan in elk mens zelf. Dit lijkt me ook van toepassing op het persoonlijke leven, los van wetten en gezag. Vroeger werd bepaald hoe je je leven leidde door een orde die van boven over de mens heerste. Tegenwoordig willen we zelf bepalen hoe we ons leven leiden, welke keuzes we maken en welke maatstaven belangrijk zijn.
Als je jezelf wilt leren kennen en begrijpen, is het goed om soms eens 'over jezelf recht te spreken'. Met een blinddoek op en een weegschaal in de hand kijken naar de daden die je hebt gepleegd en een reconstructie maken hoe het zover heeft kunnen komen. Dan is het ook goed om te onderzoeken waar je eigen orde vandaan komt. Is die in hoofdzaak autonoom of heteronoom? Ik denk dat in deze tijd de autonome, 'individuele' orde meer bepaald wordt van buiten dan we misschien willen toegeven.
Eigenlijk weet iedereen dat natuurlijk. Je ouders, je vrienden, de omstandigheden waarin je leeft - dat heeft allemaal invloed op wie je bent en welke keuzes je maakt. Dat is vanzelfsprekend. Klein voorbeeld: zelfs als ik heel boos ben wil ik nooit van huis gaan zonder afscheid te nemen. Dat is echt iets wat ik van huis uit heb meegekregen. Ik kan niet begrijpen dat anderen dat niet hetzelfde voelen - stel dat je onder een auto komt! Het is mijn hoogst individuele normpje, maar die heb ik niet zelf bedacht, hij is me ingeprent door mijn moeder.
Niet alleen ouders en vrienden beïnvloeden je normatieve kader, ook boeken, films, televisieseries, eigenlijk alles wat je maar tot je neemt en tot een interesse uitgroeit (of juist niet). Ik moet bekennen dat ik me lange tijd liet leiden door romantische idealen over dichters en rocksterren. Dat doet elke jongere misschien, maar ik merk dat het gedroomde bestaan van vrijheid, rebellie en gevaarlijke ideeën nog steeds in mijn achterhoofd (of misschien eerder in mijn milt of alvleesklier) als een soort golvende beweging aan me trekt. Dat zou je in kaart moeten brengen, zoals dat ook in Zomergasten gebeurt - dat is eigenlijk een drie uur durend onderzoek naar de herkomst van je autonome innerlijke orde. Die dus, opnieuw, lang niet zo autonoom blijkt te zijn.
Ten slotte heb je ook nog de fysieke omstandigheden die inwerken op je autonomie. Lichamelijke omstandigheden als ziekte en gebrek (om het even ouderwets uit te drukken), en gewoon het feit dat je een mens bent met een menselijk gestel. Denk alleen al aan de onderzoeken die uitwijzen dat knappe mensen meer bereiken in het leven omdat ze knap zijn, of dat nu komt omdat ze meer goodwill van anderen krijgen of dat ze meer zelfvertrouwen hebben. (Overigens was mijn ervaring bij Literatuurwetenschap dat jonge, blonde, slanke meiden harder moesten werken om serieus te worden genomen als academica dan middelmatig uitziende jongemannen. Een frustratie die mijn orde zeker mede gevormd heeft.)
Er zijn wetenschappers die alle autonomie afwijzen en zeggen dat de vrije wil niet bestaat: we doen dingen voor we weten dat we ze doen, laat staan voordat we beslissen om het te doen. Onze hersenen zouden zo in elkaar zitten dat ze je voortdurend een idee voorschotelen van vrije wil en bewustzijn, maar eigenlijk is dat een illusie. In dat laatste geval is de orde noch autonoom, noch heteronoom te noemen. Want ook de vurende neuronen in mijn hersenen zijn nog altijd mijn vurende neuronen, of ik daar nou invloed op heb of niet. (In die onderzoeken staat altijd 'bijna alle beslissingen' of 'vrijwel zeker alle handelingen'. Prima, één procent vrije wil is nog altijd een vrije wil en niet geen vrije wil.) Ik dwaal af.
Wellicht is het een mooi project: alle heteronome zaken in kaart brengen die je autonomie, persoonlijke 'rechtsorde' beïnvloeden. Dat moet dan op een paar niveaus gebeuren:
Sociaal: waar kom je vandaan, wie zijn je vrienden en waarom (in de - impliciete - keuze voor je vrienden vinden heteronomie en autonomie elkaar).
Cultureel: waar hou je van, waar liggen je interesses, welke idealen volg je en waarom.
Fysiek: hoe werken je fysieke eigenschappen mee of tegen? Zijn ze een beperkingen om het leven te leiden dat je wilt? Zijn de beperkingen misschien een aansporing om meer te maken van je leven?
Ik denk dat steeds hetzelfde zal blijken. De orde waarnaar mensen tegenwoordig leven is misschien wel individueel en hoogst particulier, maar niet autonoom. Anders zou er een leeg gat overblijven, gevuld met niets. Als je dat eenmaal beseft, kun je beter verdedigen waarom je precies je eigen keuze maakt en niet een andere. Maar het behoedt je voor de arrogantie die ook een beetje bij deze tijd hoort, waarin iedereen zijn eigen zogenaamd autonome orde boven die van alle anderen stelt. Als je inziet dat die ook berust op zaken buiten jezelf, kun je erover discussiëren, eraan twijfelen, hem beoordelen en resocialiseren. Met een blinddoek op en een weegschaal in de hand.
Schrijven over ongeluk: Pessoa
23/09/10 21:20 Denk aan: Woorden en citaten
Het moeilijkste wat er is, is schrijven over ongeluk zonder pathetisch te worden. Het gaat om eenvoud. Hoe doe je dat? Zo:
'60.
SMARTELIJK INTERVAL
Als u mij zou vragen of ik gelukkig ben, zou ik u antwoorden dat ik dat niet ben.'
'80.
SMARTELIJK INTERVAL
(...) Mijn leven is alsof men mij ermee sloeg.'
Uit Het boek der rusteloosheid van Fernando Pessoa.
Deze week volgt nog een echt stukje, beloofd.

'60.
SMARTELIJK INTERVAL
Als u mij zou vragen of ik gelukkig ben, zou ik u antwoorden dat ik dat niet ben.'
'80.
SMARTELIJK INTERVAL
(...) Mijn leven is alsof men mij ermee sloeg.'
Uit Het boek der rusteloosheid van Fernando Pessoa.
Deze week volgt nog een echt stukje, beloofd.
Bloggen is als yoga
22/09/10 15:43 Denk aan: Woorden en citaten
Arnon Grunberg, op het symposium De wereld als poppenkast:
'Een weblog is als yoga;
dat doe je tien minuten voor je gaat slapen.'
Hoe lenig ben jij?
Dagboeken, memoires, blogs
18/09/10 18:47 Denk aan: Schrijven

Ik heb een koffertje vol dagboeken. De laatste optekening dateert van ergens toen ik negentien was, een stuiptrekking, want al zo'n twee jaar daarvoor stopte ik als serieus dagboekschrijver. De reden was dat ik kotsmisselijk werd van mezelf. Ik mag wel zeggen dat ik een zeer dweperige puber was en de dagboeken één lange, afwisselend hysterische en droevige klaagzang. Ik mag ook wel zeggen dat ik daar heus goede redenen toe had. Soms schreef ik even tussendoor: 'Mocht iemand per ongeluk expres dit dagboek vinden en lezen: ik ga heus geen zelfmoord plegen of zo, ook al komt het misschien zo over.'
Gisteren had ik een gesprek over biografieën. Stel dat iemand een biografie van mij gaat schrijven, dat koffertje op zolder vindt, het openwrikt (ik weet zelf al niet eens meer waar de sleutel is) en die dagboeken leest. Dan ligt het voor de hand dat mijn nonchalante waarschuwing weliswaar serieus wordt genomen in de zin dat ik inderdaad in leven ben gebleven, maar ook geïnterpreteerd zal worden als een onoprecht indekken, als schaamte. 'Opeens zag de jonge Miriam de virtuele ogen van een ander op zich gericht en hoewel het nog enkele jaren duurde voor zij Sartre las, merkte zij nu al hoe de blik van die ander de schaamte in haar opjoeg.' Waarop zij een semi-ironisch regeltje noteerde dat haar van haar schaamte moest ontslaan. Kan allemaal.
Biografen gebruiken vaak genoeg dagboeken als bronnenmateriaal. Dagboeken, zo werd me verteld, zijn echter de weerslag van het slechte in een leven, de neerslachtigheid, onzekerheid, onbeantwoorde liefdes en gebroken harten. Ik zei niets, maar was blij om te horen dat dit blijkbaar algemene kennis is. Tegenover dagboeken staan memoires. Ook geschreven door jezelf, over je eigen leven. Alleen dan niet opgetekend in het hier en nu, met hoogstens enkele dagen incubatietijd, maar aan het eind van een leven, of toch als afsluiting van een periode in het leven.
Memoires zijn eveneens populaire bronnen in een biografie. Daar doet zich een ander probleem voor, zo ging het gesprek verder. Memoires zijn openbaar (dagboeken natuurlijk Geheim) en dienen de zelfpresentatie. In de meeste gevallen: het goede van een leven. Zelfs de slechte episodes zullen meestal ten dienste staan van het beeld dat de schrijver van zichzelf wil geven, een beeld dat altijd gunstig is. Als dat moreel gezien een slecht beeld is, zegt dat iets over de opvattingen van de schrijver. Het slechte vindt zij in zo'n geval waarschijnlijk beter dan het goede. Als er deprimerende fases in voorkomen, zeggen ze iets over diepgang en verbeelding. Al was het maar omdat niemand die memoires anders zou willen lezen.
Hoe zit dan met blogs? Blogartikelen zijn actueel: ik schrijf ze en publiceer ze meteen. Het idee of de gebeurtenissen erin hebben, net als in een dagboek, hooguit enkele dagen op de plank gelegen. Maar het blog is niet geheim. En het is ook niet de weerslag van het leven als tranendal (sommige bloggers doen dat misschien, ik lees ze niet en wie eigenlijk wel). Mijn blog staat, net als memoires, in dienst van een zekere zelfpresentatie. Niet aan het eind van een leven of een periode daaruit, niet om te vertellen over wat ik heb bereikt, wie ik heb ontmoet en hoe ik de wereld heb veranderd. In plaats van een afsluiting is het juist een steeds opnieuw beginnen, zijwegen inslaan, nieuwe dingen proberen en andere kanten laten zien, ook van mezelf.
Als ik hier zou schrijven zoals in een dagboek (Geheim, opgeborgen in een koffertje waarvan de sleutel onvindbaar is), zou ik gauw weer kotsmisselijk van mezelf worden. Lezers zouden al ver daarvoor zijn afgehaakt. Maar om je memoires te schrijven moet je een goede reden hebben, een rechtvaardiging die enigszins breed gedragen wordt door de wereld om je heen. Ik zie het bloggen als een tussenweg. Toch vind ik het interessant om erover na te denken of de ellende van een dweperige puber (die natuurlijk nooit geheel volwassen is geworden) niet ook een plek kan hebben. Of me juist voor te stellen dat ik bezig ben met een voorschot op memoires.
Later zal ik op deze beide nog wel dieper ingaan. Want dat de dweperige puber verstopt zit, als een dagboek in een koffertje, heeft misschien wel met schaamte te maken. Heb ik zelf niet herhaaldelijk geschreven dat de beste schrijvers afdalen tot op de allerhardste rotsbodem van ellende om dat wat ze daar vinden trots als een trofee de hoogte in te steken? En dat datgene wat de beste schrijvers onderscheidt van het gepeupel precies is dat zij die schaamte weten om te zetten in trots? Schaamte omzetten in trots - is dat niet een definitie van memoires?
Met Maarten van Rossem bij De wereld draait door
16/09/10 11:42 Denk aan: Televisie
Blogkermis: persoonlijke groei
15/09/10 11:05 Denk aan: Internet

Ik ga de andere stukken lezen. En wie weet organiseer ik zelf ook eens een blogkermis over zelfkennis of levenskunst.
Jenny Diski - De dochter van Montaigne
14/09/10 16:23 Denk aan: Literatuur

Tussen verachting en bewondering
Ook de grootste schrijvers hebben iemand nodig die zorgt dat hun werk bewaard blijft. Bewaard door de ideeën ervan levend te houden en door herdrukken op de markt te brengen. Dat Montaigne nog steeds beroemd is vanwege zijn Essays (eerste editie 1575) dankt hij aan Marie de Gournay, die zijn pleitbezorger en kwelgeest werd. Jenny Diski schreef over deze ‘dochter van de Renaissance’ de roman De dochter van Montaigne.
Marie de Gournay is een merkwaardig personage: je moet haar wel verachten en bewonderen tegelijkertijd. Steeds kiest ze haar eigen weg, ze laat zich door niemand de les lezen. Die koppigheid is mooi in haar feministische streven naar een onafhankelijk bestaan, en ronduit onverdraaglijk als ze bijvoorbeeld een tekstpassage in de Essays aanpast, omdat zij beter denkt te begrijpen wat Montaigne bedoelde dan hijzelf.
Gevloerd
Voor een vrouw uit een gegoede, maar door oorlogen en machtswisselingen verarmde familie zijn er in de zestiende eeuw niet veel opties: een goede partij aan de haak slaan of het klooster in. Marie ambieert echter het intellectuele, schrijvende leven dat alleen voor mannen is weggelegd en ijvert voor gelijkheid van de seksen (‘Niets lijkt zo op een kater op de vensterbank als een poes’). En ze flikt het hem; ze leert zichzelf lezen, herkent de grootheid van Montaigne en tegen elke verwachting in – ook van de lezer – bouwt ze het leven op waar ze als kind naar verlangde. Een droombestaan is dat leven allerminst.
Als meisje leert ze het werk van Montaigne kennen. Het slaat bij haar in als een bom, dagen, weken, maanden is ze er letterlijk door gevloerd. Eigenlijk komt ze deze schok der herkenning nooit meer te boven. Ontwikkelen doet ze zich daarna niet meer, hoogstens raakt ze verbitterd. Marie verkrampt in het waanidee dat zij en zij alleen de ware hoeder en opvolger van de uitvinder van het essay is.
'Door elk woord dat ze las, door elk essay dat ze uit had, kwam ze dichter bij de schepper ervan, tot ze uiteindelijk het gevoel had dat ze die buitengewoon uitzonderlijke geest werkelijk was binnengegaan, dat hij haar binnen had genood, omdat zij als enige in staat was volledig te begrijpen hoe geweldig het was wat hij had gedaan, en dat hij haar had toegestaan om te ervaren hoe het moest zijn om zo’n ziel te bezitten.'
Alliantie
Het moet gezegd dat Montaigne voor een groot deel zelf verantwoordelijk is voor de hysterische ‘alliantie’ met Marie (een klassiek geval van ‘geef een vinger en ze neemt de hele hand’). Uit ijdelheid zoekt hij zijn jeugdige bewonderaarster op en hij laat zich door haar inpakken, ook al is hij zwaar teleurgesteld in haar uiterlijk. Om van haar af te zijn, noemt hij haar zijn ‘fille d’alliance’ – een soort adoptiedochter van de geest – en daarmee schenkt hij Marie genoeg munitie om de rest van haar leven verschrikkelijke lappen tekst en een onbegrijpelijke ijdeltuiterij op de wereld af te vuren.
Marie leeft tegen de klippen op, mislukking volgt op mislukking. Ze is onuitstaanbaar in haar zelfingenomenheid en de jonge mannen van de Parijse intelligentsia lachen haar uit en halen fratsen met haar uit. Begrijpelijk. Ze wil niet accepteren dat ze zelf niet het talent van een Montaigne bezit, dat haar stijl smakeloos is en haar inzichten saai. Eerst hoop je nog dat ze het kan: een eigen, vrouwelijke stem ontwikkelen. Het had er misschien ook wel ingezeten, als ze zich niet vanaf haar achttiende blind had gestaard op Montaigne.
Paradox
Opgesloten in zichzelf heeft ze geen oog voor de buitenwereld. Ze creëert haar eigen universum, met zichzelf en Montaigne als om elkaar heen cirkelende dubbelsterren. De rest van de wereld heeft ze niet nodig, denkt ze, hoewel haar doel nu juist is om iemand van betekenis in die wereld te worden. Het is tekenend voor het gebrek aan reflectie bij Marie dat ze het paradoxale van haar ideaal niet doorziet.
Hoe kan het dat zij toch de grootheid van Montaigne heeft gezien, die meester van zelfkennis en relativering? Hoe ver had ze het kunnen brengen als haar ontwikkeling niet was gestuit door de ontmoeting met de tweedelige editie van de Essays? En had de wereld dan misschien die Essays moeten missen? Raadsels die onopgelost blijven. Geeft niet. Juist die raadselachtigheid maakt De dochter van Montaigne tot een intrigerende roman.
De kaart is niet het gebied
10/09/10 23:57 Denk aan: Filosofie

De kaart is niet het gebied is een uitspraak van Alfred Korzybski, uit 1931. Dat klinkt als een open deur. Maar zoals vaker: denk er eens echt over na. Wat is een kaart eigenlijk? En een gebied? De kaart is een weergave van een gebied. Wat impliceert dat? Als het woord weergave valt, kun je je geld erop zetten dat de open deur bij het eerste zuchtje tocht met een klap dicht slaat.
Goed, een kaart is een schematische, geschaalde weergave van iets, gemaakt om orde aan te brengen, voor een gebruiker. Het gebied, dat is allereerst het land. Of is het dat waar een kaart van gemaakt is, land of niet? Voorbeeld: kranten staan tegenwoordig vol infographics, een soort kaarten. Van de politiek, van de olieramp in Mexico, van uitstervende dieren. Zijn dat ook gebieden? Waarom niet.
De politiek is echter niet een tastbaar ding, een stuk land dat je kunt doorkruisen en in kaart brengen. De politiek is altijd al in kaart gebracht. Politiek is een vorm van in kaart brengen, die kaart aanpassen, herdefiniëren, aanpassen aan de veranderende omstandigheden of veranderen met als doel de omstandigheden te veranderen. De politiek is een kaart van het grondgebied. Het gebied zelf is dus een kaart van een ander gebied. En misschien geldt dat wel voor alles. Iedereen die boven Nederland heeft gevlogen, weet dat het land lijkt op een kaart ervan.
Gregory Bateson: 'het gebied is altijd al een representatie, door het netvlies, de hersenen, de taal, het schrijven. Het proces van weergeven zal dat er steeds uitfilteren, zodat de psychische wereld slechts gevormd wordt door kaarten van kaarten, tot in het oneindige.' (bron van alle aangehaalde citaten: Wikipedia)
Toch is het in al die gevallen wel mogelijk om een onderscheid te maken tussen de een en het ander. In sommige gevallen, valt zelfs dat onderscheid weg. Die gevallen zijn kunst. Neil Gaiman zegt over sprookjes dat je die niet na kunt vertellen, je kunt ze alleen vertellen. (Dat er nu juist van sprookjes enorm schematische structuren bestaan, doet even niet terzake.) Hetzelfde hoor je wel over poëzie. Als een dichter zijn punt zou kunnen uitleggen in een betoog, had hij wel een betoog geschreven. Het gedicht is het punt, het valt met zichzelf samen. 'De meest nauwkeurig mogelijke kaart zou het gebied zijn, en zou dus volmaakt nauwkeurig en volmaakt zinloos zijn. Het sprookje is de kaart, die het gebied is.'
Nauwkeurigheid is het sleutelwoord. Een kunstenaar maakt iets wat zo nauwkeurig is (wat uiteraard iets totaal anders is dan netjes of ordelijk) dat je het niet op een andere manier kunt uitdrukken. Van het gebied is geen kaart te maken. De enige manier om het gebied van de kunst te verkennen is door de kunst als kaart van zichzelf te gebruiken. Hooguit kunnen verhalen van ervaren reizigers je helpen opmerkzaam te maken van landmarks.
Het begon met een gebied waar een kaart van werd gemaakt. Vervolgens vielen gebied en kaart samen. Jean Baudrillard gaat nog verder: 'Het gebied gaat niet langer vooraf aan de kaart, en overleeft die ook niet. Toch gaat de kaart vooraf aan het gebied – het voorafgaan van simulacra – en daardoor wordt het gebied teweeggebracht.' Met andere woorden: de verhouding is omgekeerd. De kaart brengt het gebied voort. Hiervan is de politiek weer een goed voorbeeld.
Of deze meervoudige verhouding tussen kaart en gebied misschien ook van toepassing is op vertaling en vertaalde, de oorspronkelijke Franse roman van Houellebecq en de Nederlandse vertaling van De Haan, vraag ik me af. En op dit stukje daar weer over? De Nederlandse Wikipedia-pagina is een vertaling van het Engelse lemma, dat weer put uit bronnen op internet en uit de bibliotheek, annotaties bij teksten die al dan niet bestaan en die iets beschrijven dat misschien alleen in de 'psychische wereld' zoals Bateson noemt. Wat is kaart en wat is gebied? Het gebied van de literatuur is natuurlijk ook een kaart van een ander gebied - de werkelijkheid of de literaire traditie of de persoonlijkheid van een auteur, die op zichzelf ook weer een kaart zijn van en verwijzen naar een volgend gebied...
Arnon Grunberg: de onuitroeibare hoop
08/09/10 18:28 Denk aan: Literatuur

'We komen in de romans niet zo dicht bij de meningen van de schrijver Arnon Grunberg als in de non-fictie.'
'Ik vind mijn romans anders heel gemeend.'
In de vier lezingen waarmee de dag opende, gingen letterkundigen in op het werk - de interviewer prof. Johan Goud hield het vooral bij de auteur. Hoewel het erg boeiend was om vanaf de tweede rij Grunberg letterlijk te zíén dénken - zorgvuldig koos hij zijn woorden, herhaaldelijk vroeg hij Goud om de vraag te verduidelijken en een aantal maal verklaarde hij niet tevreden te zijn met zijn eigen antwoord - waren de lezingen het boeiendst om naar te luisteren.
Alle vier de sprekers leken het erover eens te zijn dat in het werk van Grunberg een ontwikkeling zichtbaar is van een jonge, ironische schrijver naar een schrijver van romans die gedocumenteerd zijn en gericht op een waarheid. Een zeer pijnlijke en harde waarheid bovendien. Grunberg toont in zijn laatste romans een wereld die van alle geloof, hoop en liefde is ontdaan, waarin 'het pijnlijke nog pijnlijker wordt gemaakt'. Een schrijver die voorbij de ironie en voorbij het postmodernisme gaat.
Misschien dat ik daarom zo'n liefhebber van Grunbergs werk ben: ik pleitte laatst ook ervoor om voorbij de ironie te reiken en de ernst van de waarheid in ere te herstellen. Hoe vreselijk die waarheid ook mag zijn, ze verdient het recht in de ogen te worden gekeken in plaats van weggelachen.
Maar lukt het Grunberg ook? Hij probeert er voorbij te gaan, maar lijkt daar niet geheel in te slagen. Noch in de vorm - nog steeds speelt Grunberg met verschillende rollen (als hij zich bijvoorbeeld zogenaamd volkomen serieus inschrijft bij een huwelijksbureau voor Russische en Oekraïense dames) en met ironische distantie (als hij zich na zijn embedded reportages in Irak en Afghanistan laat embedden in Leidsche Rijn). Noch inhoudelijk - niemand kan beweren dat in de latere romans van Grunberg geen ironie zit.
Maar, zo kwam naar voren in een van de lezingen (van Erik Borgman), ook lukt het Grunberg niet om de hoop en de liefde (van geloof weet ik het niet zo goed) volkomen van de aardbodem te vegen. Lees het einde van De Asielzoeker, maar ook passages uit De Joodse Messias (een van de meest afschrikwekkende romans die ik ken, maar wel steengoed), en je voelt dat een wortel van de hoop ergens diep onder de grond blijft zitten, onuitroeibaar ondanks alle pesticiden die de mens om zich heen verspreidt.
De onuitroeibare hoop. Wie zou in vredesnaam de hoop uit willen roeien, vraag je je af. Nou, omdat hoop per definitie vals is, in Grunbergs universum. Beter de folterende waarheid dan de hoop die verblindt. Misschien is hoop als ironie: ze schept afstand, legt een mooi floers over de feiten, zoals de ironie daar de lach overheen drapeert. Grunberg wenst de hoop dood, maar de hoop laat zich niet doodwensen. Is dat ondanks de pogingen van de schrijver zo? Of vraag ik dan te veel naar de persoon en zijn mening?
Jaap Goedegebuure ging ook in op de ironie van Grunberg. Hij zag niet alleen een ontwikkeling binnen het oeuvre, maar ook binnen een roman als Tirza. De lezer wordt de roman binnengehaald met een grappig, ironisch verhaal. De schrijver en zijn personages blijven op een veilige afstand. Door het groteske karakter, kan de lezer wel lachen om al die zielenpoten. Als hij eenmaal ver genoeg naar binnen is gesleept, krijgt hij de pijnlijke waarheid keihard om de oren geslagen. De waarheid als foltering.
Grunberg vertelde dat hij wil dat de lezer uiteindelijk alle afstand verliest en volkomen samenvalt met het werk, zonder bewustzijn dat hij aan het lezen is. Daarvoor moet je hem verleiden, om de tuin leiden ook. (Overigens heb ook ik gehuild bij het einde van De Asielzoeker, net als Erik Borgman. Missie geslaagd.)
'Vroeger vond ik het misschien wel leuk om een mythe van mezelf te creëren, nu ben ik wel zo'n beetje klaar met mezelf. Het gaat me om andere mensen, de wereld.'
Je verschuilen achter allerlei rollen, om de ander de naakte waarheid te kunnen tonen, dat hebben we vaker gezien. De ironie is een middel om dat te bereiken. Het probleem is dat tegenwoordig niemand nog iets wil bereiken met ironie, behalve dan een scheve grijns. Over de 'levensbeschouwelijk zin' van Grunbergs werk werd uiteindelijk niet zo heel veel gezegd. Misschien maar beter ook, laat elke lezer er haar eigen zin uit halen. Het is interessanter om te horen hoe een schrijver te werk gaat om iets bij de lezer te bewerkstelligen, dan om te horen welke boodschap hij wil verkondigen. Als hij een duidelijke boodschap te verkondigen heeft, is hij vast en zeker een niet zo interessante schrijver.
Verschillende lezers verbinden een persoonlijke levensbeschouwelijke betekenis aan een roman als De Asielzoeker. Over die betekenissen kun je discussiëren. Het is mooi om te horen hoe een geschoolde en nauwkeurige lezer als Erik Borgman zo'n werk heeft begrepen, wat hij eruit haalt en hoe hij erop reageert. Dat zet je aan het denken over je eigen interpretatie - en dat betekent ook nadenken over je eigen 'beschouwing van het leven'. Daar heb ik na gisteren in elk geval wel zin in gekregen.
Alain de Botton over mislukking (en succes)
07/09/10 09:22 Denk aan: Filosofie
We wouldn't call Hamlet a loser, he is someone who has lost.
(Alain de Botton, TEDTalk A kinder, gentler philosophy of success)
Dit citaat is onvertaalbaar en prachtig. Het duidt precies aan wat tragiek inhoudt: verliezen van het leven, zonder een mislukkeling te zijn. Er gaat ook een grote troost van uit. Ik schreef in Mislukking en het karakter als catastrofe: 'Graven tot op de bodem van je catastrofale karakter, de mislukking recht in de ogen kijken en weer omhoog klimmen om de hele wereld je vondsten te tonen.’
Dat is wat Hamlet (Shakespeare) heeft gedaan. Misschien moet er geen mislukking staan, maar verlies. Het leven is een aanhoudende strijd met de wereld en uiteindelijk verliest iedereen. Door je verlies te tonen aan de wereld van wie je hebt verloren, boek je toch nog een symbolische overwinning. Wel oppassen dat je je niet verliest in de glorie van het verlies en via de omgekeerde weg van slachtoffercultus jezelf als overwinnaar ziet.

(Alain de Botton, TEDTalk A kinder, gentler philosophy of success)
Dit citaat is onvertaalbaar en prachtig. Het duidt precies aan wat tragiek inhoudt: verliezen van het leven, zonder een mislukkeling te zijn. Er gaat ook een grote troost van uit. Ik schreef in Mislukking en het karakter als catastrofe: 'Graven tot op de bodem van je catastrofale karakter, de mislukking recht in de ogen kijken en weer omhoog klimmen om de hele wereld je vondsten te tonen.’
Dat is wat Hamlet (Shakespeare) heeft gedaan. Misschien moet er geen mislukking staan, maar verlies. Het leven is een aanhoudende strijd met de wereld en uiteindelijk verliest iedereen. Door je verlies te tonen aan de wereld van wie je hebt verloren, boek je toch nog een symbolische overwinning. Wel oppassen dat je je niet verliest in de glorie van het verlies en via de omgekeerde weg van slachtoffercultus jezelf als overwinnaar ziet.
Ernst-Jan Pfauth - Sex, blogs & rock-’n-roll
04/09/10 22:43 Denk aan: Schrijven

Waar wacht je nog op?
Het zou jammer zijn als alleen (wannabe) bloggers het boekje Sex, blogs & rock-’n-roll van Ernst-Jan Pfauth lezen. Hij vertelt over zijn weg naar succes, spannende verhalen waar iedereen wat aan heeft – of je nu aan het begin staat van die weg en niet weet hoe te beginnen, of ergens halverwege je afvraagt waar de lol gebleven is.
De meeste mensen zullen Ernst-Jan Pfauth kennen als blogger bij nrcnext.nl, het nieuwsblog waar hij vanaf de start bij betrokken is. Als dit boek, een autobiografisch verhaal van een blogadept, iets duidelijk maakt, is het echter wel dat hij die ‘droombaan’ heeft gekregen door hard werken en veel lef. En een beetje geluk.
Scoop
Toeval zorgt ervoor dat Pfauth op de juiste tijd en juiste plaats is om een scoop te kunnen plaatsen op zijn pas opgezette eigen weblog. Met zijn mobiel filmt hij een akkefietje tussen Paul Witteman en Jan-Peter Balkenende, achter de schermen bij Pauw & Witteman. Het gaat erom wat hij met zijn gelukje doet. Midden in de nacht zet hij het filmpje online, voor luiheid is geen tijd. En hij durft bobo’s uit het vak te benaderen en op zichzelf te attenderen. Het toeval heb je niet in de hand, hard werken en moed wel.
Pfauth is verliefd op bloggen en spreekt erover alsof het ’t mooiste is wat hij kent. (Gelukkig komt zijn vriendin soms ook even langs, hoewel hij ook een grote blogger uit de Verenigde Staten aanhaalt, die het offer heeft gemaakt van een bestendige relatie.) Hij is verliefd op de mogelijkheden ervan, vooral voor jonge journalisten en mediaprofessionals. Dat is natuurlijk terecht, maar het leuke van Sex, blogs & rock-’n-roll is dat je het woord ‘bloggen’ kunt vervangen door elk ander woord of – godbetert – passie, en je nog steeds een verhaal leest over het waarmaken van dromen en het najagen van idealen.
Avonturen
Het is zonde om hier de spannende avonturen (ja echt, avonturen) na te vertellen die Ernst-Jan Pfauth meemaakt en die hij dankt aan het bloggen, zoals hij zegt – alsof hij dat bloggen niet aan zichzelf te danken heeft. Hij belandt als ‘Europeaan’ op een posh internetconferentie in China, begint als stagiair bij de Verenigde Naties in New York en blogt vanuit een internetcafé in Kathmandu. ‘Ik zat aan de andere kant van de wereld, in een ontwikkelingsland, in een heel kleine kamer met twee Nepalezen. Maar we lazen wel dezelfde blogs. Sterker nog, we hadden elkaar gevonden via mijn blog.’
Wat er ook gebeurt, hij beschrijft het allemaal even aanstekelijk en benadrukt steeds het positieve. Het is een verhaal over zijn weg naar succes, maar nergens vervalt Pfauth in zelfbevlekking en hij deelt oprechte schouderklopjes uit aan anderen. Dat is knap en werkt motiverend. ‘Waar wacht je nog op?’ lijkt hij te willen zeggen. Want geluk moet je ook een beetje afdwingen. Door een blog te beginnen bijvoorbeeld. Of gewoon door als klapvee bij Pauw & Witteman te gaan zitten.
Mislukking en het karakter als catastrofe
01/09/10 14:08 Denk aan: Filosofie

Is niet alles in het leven gedoemd te mislukken, al was het maar doordat er onvermijdelijk een eind aan komt? Is het dan niet beter de mislukking te omarmen, om je schouders te slaan als een mantel, er helemaal in te verdwijnen?
Het leven is een aaneenschakeling van mislukkingen, maar juist in die mislukkingen, in de kleinzieligheid en miezerigheid ervan, ligt het grootse drama van de mens besloten.
Zo raakt de mislukking alweer aan het mythische. De catastrofale mislukking, die trekken krijgt van een tragische ondergang. Opnieuw een scharnierpunt waaromheen het leven draait.
Het is moeilijker om creatief zelfonderzoek te doen naar je leven als mislukking dan als mythisch verhaal. 'I know of nothing more difficult than knowing who you are and having the courage to share the reasons for the catastrophe of your character with the world.' (Uit David Shields, Reality Hunger)
De catastrofe van je karakter… dat gaat nog een stap verder. Je leven kan mislukken, misschien heeft het lot niets voor je in petto. Je kunt je leven zelfs moedwillig laten mislukken, er een project van maken en de ondergang zo goed mogelijk orkestreren. (Ooit was ik dat van plan: 'Ik woonde in Lunetten, daar wonen veel leuke mensen, maar ook veel mislukte mensen. Ik had een knipperlichtrelatie en een kat. Geen werk en niet eens recht op een uitkering. Aan alle randvoorwaarden was voldaan.'). In het ene geval kun je er niets aan doen, in het andere geval is er toch nog íets gelukt.
De catastrofe van je karakter: daar kun je zelf niets aan doen, maar je kunt er ook geen eer aan behalen. Het is de bodem van de mislukking. Is elk karakter een catastrofe? Zo klinkt het wel. Als je maar diep genoeg graaft, kom je vanzelf op die bodem terecht, de keiharde, betonnen bodem waar niets meer op kan groeien. Geen project, geen verantwoording, geen troost.
Het stopt niet bij het bereiken van de bodem. Je moet weer naar boven klimmen, om wat je hebt gevonden 'met de wereld te delen'. Zónder er een prachtig, mythisch verhaal van te bakken.
Wat mij betreft is dit een definitie van literatuur (een van vele mogelijke definities). Graven tot op de bodem van je catastrofale karakter, de mislukking recht in de ogen kijken en weer omhoog klimmen om de hele wereld je vondsten te tonen.
Zomergasten: Erwin Olaf, geweld en beeldvorming
30/08/10 19:24 Denk aan: Televisie

'Geweld is ordinair,' zei Erwin Olaf herhaaldelijk. Verhoeven zou daarop antwoorden (denk ik) dat geweld de waarheid is. Olaf was niet geïnteresseerd in de waarheid, het ging hem juist om fantasie. Reden waarom Olaf het verregaand gestileerde geweld van A Clockwork Orange niet erg vond. In die film staan beelden en vormen voorop - én de morele boodschap. Verhoeven gebruikte de fantasie en het beeld om geweld tot in het uiterste te verkennen. Olaf ging voor lieve dingen, het geweld moet eerder zo 'fantastisch' gestileerd zijn dat het uitgeschakeld wordt. Twee uitersten.
Dit klinkt allemaal veel te abstract, makkelijk praten bijna. Esthetisch gebabbel. Maar toen. Een andere vorm van geweld kwam ter sprake: geweld tegen homo's. Nog terwijl Erwin Olaf zijn geëmotioneerde, woedende, maar tot in de tenen beheerste tirade tegen homogeweld uitsprak, ging het op Twitter al over 'historische televisie'.
Ik vond het bijna beangstigend om naar te kijken, omdat we dat niet meer gewend zijn: een uitbarsting - die in toom wordt gehouden. Ingehouden woede, expressie en beheersing tegelijkertijd. Weet je hoe moeilijk dat is? Groot respect voor Olaf dat hij dat voor elkaar kreeg, het gaf zijn boodschap een grotere lading en urgentie mee dan tranen of geschreeuw zouden doen.
Maar hoe zit het dan met dit geweld? Geweld tegen homo's lijkt me heel ordinair. Wegmoffelen of uitschakelen met fantasie kan echter niet. Olaf was precies zo razend omdat gesuggereerd werd dat dat wel zou kunnen. Een politiedame zei dat je je best mag verbergen en anders voordoen als de omstandigheden daar om vragen, beweerde zelfs dat dat geen angst is maar gezond verstand. Daar was hij terecht heel boos over. Toch zegt zij eigenlijk ook: het gaat om het beeld dat je van jezelf vormt, de stilering van jezelf, en daar moet je over nadenken.
Dat echode toch vagelijk wat Olaf zei over Willem-Alexander en Maxima: die konden wel wat meer om hun eigen beeldvorming denken. Jelle Brandt Corstius vroeg: maar als zij nou eens gewoon zichzelf willen zijn? Geen genade. Werk aan je beeld, je beeldvorming. Homo's daarentegen moeten vooral wel zichzelf kunnen zijn. Los van de morele dimensie - is dit niet met elkaar in tegenspraak?
Ik denk (en ik vond het moeilijk deze paradox te ontrafelen) dat je het moet omdraaien: het gaat niet om homo's die het beeld van zichzelf moeten aanpassen en dus niet zichzelf kunnen zijn - zoals de politiedame zei. Het draait om de geweldplegers die niet om kunnen gaan met het beeld van homo's, zeg maar het straatbeeld. Eenieder heeft dat toch gewoon te accepteren, net als dat verstokte republikeinen tegen de monarchie kunnen zijn, maar moeten accepteren dat prinsen en prinsessen nu eenmaal bestaan. Je kunt niet verlangen dat iemand een vals beeld van zichzelf projecteert omdat een ander dat afdwingt met geweld. Het beeld van wie je bent als je jezelf bent.
Willem-Alexander en Maxima moeten ook niet een vals beeld van zichzelf maken, daar prikt iedereen meteen doorheen. Ze moeten het beeld van wie zij zelf zijn op een bepaalde manier versterken. Zoals ik het eerder heb genoemd: je draait een bepaald deel van je gezicht naar het licht, net als wanneer je op de foto gaat.
Dan geef je vorm, aan jezelf.
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
Zomergasten: Paul Verhoeven en leren kijken
29/08/10 11:42 Denk aan: Televisie
Omdat ik op Lowlands was, had ik helaas de aflevering van Zomergasten met Paul Verhoeven gemist. Vooral vanwege mijn blogreeks zocht ik op wanneer de herhaling was. Daar ben ik heel blij mee, want ik vond het alsnog een zeer interessante aflevering waar ik echt iets van heb opgestoken. Vooral als het gaat om leren kijken naar beelden. Verhoeven kan als regisseur goed uitleggen waar je op moet letten.
Wat mij vooral is bijgebleven: het belang van beweging en herhaling. Nadat hij had gewezen op de beweging, zag ik in elk fragment een choreografie (zijn woord) van beweging. Alle beelden kwamen tot leven als kunstwerk. De herhaling heeft twee vormen, horizontaal en verticaal (mijn woorden). Horizontaal in het beeld zelf: de rijen soldaten, de rijen balletdansers, de rijen orkestleden, die met hun geometrische vormen doen denken aan een abstract schilderij. En verticaal door de tijd heen, als intertekstuele verwijzingen. Ik vond het leuk dat Verhoeven ook een kijkje in eigen keuken gaf door stukjes uit zijn eigen films te tonen. Daar kunnen niet veel gasten mee wegkomen.
Tel daarbij op dat het format van Zomergasten erop gericht is fragmenten met veel aandacht te bekijken, waar je anders meteen voorbij was gezapt, en dit was een drie uur durende cursus aandachtig kijken met oog op technische details. Dat het niet saai werd, komt door Paul Verhoeven, die vertelde over zijn angsten en nachtmerries. In hem zou het niet opkomen de vraag van Paulien Cornelisse te stellen - waar mensen bang voor waren vóór de tijd van film en tv (hoe langer je erover nadenkt, hoe dommer die opmerking wordt en hoe vervelender het feit dat zij Zomergast mocht zijn).
Vanavond is alweer de laatste aflevering van Zomergasten, dus ik zal niet langer doorgaan op die van vorige week. Vooral omdat ik iets anders heb dat goed aansluit bij Verhoeven: een filmpje naar aanleiding van een Studium Generale-reeks over visuele geletterdheid, vers van de renderingpers. Tien wetenschappers uit tien vakgebieden gaan in op de vraag wat een beeld is, wat er gebeurt bij het zien van een beeld, hoe het beeld in een context staat en of we kunnen leren kijken. De uitgeschreven tekst vind je eronder (klik lees verder).
Geloof je ogen niet
Elke dag worden we overspoeld door beelden: niet alleen van televisie en reclame, maar ook in de krant en op internet. In de wetenschap speelt beeldmateriaal ook een steeds grotere rol. Studium Generale liet acht Utrechtse wetenschappers aan het woord over ‘visuele geletterdheid’. Visuele geletterdheid betekent dat je weet hoe kijken werkt, hoe afbeeldingen te interpreteren en in een context te zetten, maar ook dat je je bewust bent van manipulaties en de hoogst individuele ‘zienswijze’ die we allemaal met ons meedragen. Elke discipline heeft zijn eigen beeldtaal. Wat gebeurt er als je die met elkaar in contact brengt? Kunnen ze van elkaar leren?
De eerste vraag die beantwoord moet worden is: wat is een beeld? Wat betekent het om een beeld waar te nemen? Inherent aan een beeld, zegt kunsthistoricus Jeroen Stumpel, is precies dat we bij het zien van een beeld weten dat het een presentatie is en niet het echte ding. Het onderscheid van beeld en werkelijkheid is cruciaal. Tegelijk moet de voorstelling van het beeld in één oogopslag duidelijk zijn. Een paar streken geven heel het complexe wezen van een paard weer, zonder dat we daarover hoeven na te denken.
Kijken, reageerde fysicus Jan Koenderink, wordt ook bepaald door fysieke eigenschappen. Sommige dingen zien we op een bepaalde manier omdat ons oog daarop is ingesteld – ook al laat het plaatje eigenlijk iets heel anders zien. Bij Escher weet je dat wat je ziet cognitief onmogelijk is, en toch zie je het.
Niet alleen is de mens fysiek ingesteld op bepaalde waarnemingen, ook zijn gedachten zijn al voorgeprogrammeerd. Psycholoog Frans Verstraten en taalkundige Ted Sanders vertellen over het bestaan van bepaalde mindsets, de a voorprogrammeerde manier waarop je hersenen beeld interpreteren. De b verwachting waarmee je naar iets kijkt bepaalt in hoge mate je waarneming. Het ‘lezen’ van beelden is in die zin vergelijkbaar met het lezen van tekst. c Er is dus niet eerst een waarneming en dan een duiding; duiding kleurt al van tevoren de waarneming. Visuele geletterdheid heeft ermee te maken dat je je bewust bent van deze mindsets.
Een ander kenmerk van een beeld is dat het gemaakt is. Kennis van de totstandkoming van beelden is belangrijk voor een goede interpretatie daarvan. Bijvoorbeeld in de medische wetenschap, zo legt Max Viergever uit. Die is sinds de middeleeuwen nogal veranderd. Toen was het opensnijden van mensen de enige manier om een beeld van het inwendige lichaam te krijgen. In veranderde dat radicaal door de uitvinding van de röntgenstraling. De stralen gaan door het lichaam heen en de mate van absorptie wordt afgebeeld. Hoe minder straling er uit het lichaam komt, hoe witter het beeld. Echter: het wit had evengoed zwart kunnen zijn. De kijker denkt misschien dat de röntgenfoto witte botten laat zien, maar dat is niet zo.
We zijn geneigd te denken dat een beeld dat op een directe manier tot stand is gekomen, zoals een röntgenfoto, op een bepaalde manier ‘objectief’ is. Dat is een misvatting, zoals de zogenaamde ‘witheid’ van de botten laat zien. Een objectief beeld bestaat helemaal niet, er zit altijd een maker tussen, aldus filosoof Paul Ziche. Bovendien is, zeker in de medische wetenschap, veel beeldmanipulatie nodig om tot het beste beeld, het meest bruikbare beeld, te komen.
Leren kijken naar beelden is iets wat niet in een geïsoleerde omgeving gebeurt. Visuele geletterdheid staat in een bredere context. Peter Werkhoven maakt onder andere simulaties die kunnen worden ingezet bij het trainen van piloten en militairen. Hij benadrukt dat bij het kijken alle zintuigen en ook emoties in het spel zijn. Wil je een goede simulatie maken, dan moet je al die affecten aanspreken en emotie losmaken.
Ook bestudering van film leert hoe beeld werkt. De vroegste films werden aangeprezen om hun ‘werkelijkheidsillusie’, zo vertelt filmwetenschapper Frank Kessler. De ‘directheid’ van film, doet de toeschouwer geloven dat wat hij ziet ook echt bestaat. Iedereen weet inmiddels dat vervalsing en manipulatie aan de orde van de dag zijn – zeker sinds Photoshop. Maar élk beeld is een uitsnede van de werkelijkheid. Je kunt niet zeggen dat het beeld liegt, objectieve beelden bestaan immers niet, maar het verhaal dat het beeld vertelt kan wel onwaar zijn.
Beelden kunnen de inzet zijn van cultuur en macht: beelden als wereldbeelden. Literatuurwetenschapper Ann Rigney bestudeert de manier waarop bepaalde iconische beelden steeds terugkeren in de collectieve herinnering. Die beelden bepalen hoe de geschiedenis gememoreerd wordt. Beelden schrijven geschiedenis. De kracht van beelden, zegt Rigney, is tweeledig: er is het plaatje, en de context waarin het plaatje staat. Daarom is visuele geletterdheid weinig zinvol als ze niet gepaard gaat met andere vormen van geletterdheid. Dat geldt zeker als beelden de uitdrukking zijn van een ideologie.
Frank van Oort doet onderzoek naar een letterlijke vorm van wereldbeelden: de cartografie. De weergave van de werkelijkheid in kaarten en atlassen heeft op zijn minst de schijn van objectiviteit. Een bekend voorbeeld van een kaart waarvan de zogenaamde objectiviteit is doorgeprikt, is de alternatieve wereldkaart van Unicef. Die laat zien hoe iets wat heel vanzelfsprekend lijkt, cultureel bepaald is. Het wereldbeeld is hier letterlijk gekoppeld aan de ideologische achtergrond.
Ook in deze brede opvatting van beelden en visuele geletterdheid blijft de opmerking uit het begin staan: een beeld moet in één oogopslag herkenbaar zijn. Het beeld moet voor zichzelf spreken, al zijn het duizend woorden. Tegelijk blijft de scheidslijn tussen beeld en werkelijkheid steeds in stand. De definitie van het beeld die Jeroen Stumpel gaf – dat het een representatie is en ook als zodanig herkend wordt – blijft bestaan. Die scheidslijn moet je steeds voor ogen houden: beeld is gemedieerd, door het oog en het brein, door een maker en zijn instrument, door psyche en persoonlijkheid.
In de zoektocht naar visuele geletterdheid spelen een aantal factoren een rol: cognitie, betekenis en het maakproces. Het beeld is door iemand gemaakt en in de wereld geplaatst, het komt bij ons binnen via het oog, wordt verwerkt door de hersenen, krijgt een betekenis in de wereld en begint aan een nooit eindigend gebruik. In onze door de media gedomineerde en met beelden overspoelde maatschappij is iets als visuele geletterdheid bijna onmisbaar. En een eigenschap die steeds opnieuw om aandacht vraagt, omdat de aard en het gebruik van de beelden steeds verandert. Wil je meer weten en alle lezingen in hun geheel terugzien? Kijk dan op www.sg.uu.nl.

_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
Wat mij vooral is bijgebleven: het belang van beweging en herhaling. Nadat hij had gewezen op de beweging, zag ik in elk fragment een choreografie (zijn woord) van beweging. Alle beelden kwamen tot leven als kunstwerk. De herhaling heeft twee vormen, horizontaal en verticaal (mijn woorden). Horizontaal in het beeld zelf: de rijen soldaten, de rijen balletdansers, de rijen orkestleden, die met hun geometrische vormen doen denken aan een abstract schilderij. En verticaal door de tijd heen, als intertekstuele verwijzingen. Ik vond het leuk dat Verhoeven ook een kijkje in eigen keuken gaf door stukjes uit zijn eigen films te tonen. Daar kunnen niet veel gasten mee wegkomen.
Tel daarbij op dat het format van Zomergasten erop gericht is fragmenten met veel aandacht te bekijken, waar je anders meteen voorbij was gezapt, en dit was een drie uur durende cursus aandachtig kijken met oog op technische details. Dat het niet saai werd, komt door Paul Verhoeven, die vertelde over zijn angsten en nachtmerries. In hem zou het niet opkomen de vraag van Paulien Cornelisse te stellen - waar mensen bang voor waren vóór de tijd van film en tv (hoe langer je erover nadenkt, hoe dommer die opmerking wordt en hoe vervelender het feit dat zij Zomergast mocht zijn).
Vanavond is alweer de laatste aflevering van Zomergasten, dus ik zal niet langer doorgaan op die van vorige week. Vooral omdat ik iets anders heb dat goed aansluit bij Verhoeven: een filmpje naar aanleiding van een Studium Generale-reeks over visuele geletterdheid, vers van de renderingpers. Tien wetenschappers uit tien vakgebieden gaan in op de vraag wat een beeld is, wat er gebeurt bij het zien van een beeld, hoe het beeld in een context staat en of we kunnen leren kijken. De uitgeschreven tekst vind je eronder (klik lees verder).
Geloof je ogen niet
Elke dag worden we overspoeld door beelden: niet alleen van televisie en reclame, maar ook in de krant en op internet. In de wetenschap speelt beeldmateriaal ook een steeds grotere rol. Studium Generale liet acht Utrechtse wetenschappers aan het woord over ‘visuele geletterdheid’. Visuele geletterdheid betekent dat je weet hoe kijken werkt, hoe afbeeldingen te interpreteren en in een context te zetten, maar ook dat je je bewust bent van manipulaties en de hoogst individuele ‘zienswijze’ die we allemaal met ons meedragen. Elke discipline heeft zijn eigen beeldtaal. Wat gebeurt er als je die met elkaar in contact brengt? Kunnen ze van elkaar leren?
De eerste vraag die beantwoord moet worden is: wat is een beeld? Wat betekent het om een beeld waar te nemen? Inherent aan een beeld, zegt kunsthistoricus Jeroen Stumpel, is precies dat we bij het zien van een beeld weten dat het een presentatie is en niet het echte ding. Het onderscheid van beeld en werkelijkheid is cruciaal. Tegelijk moet de voorstelling van het beeld in één oogopslag duidelijk zijn. Een paar streken geven heel het complexe wezen van een paard weer, zonder dat we daarover hoeven na te denken.
Kijken, reageerde fysicus Jan Koenderink, wordt ook bepaald door fysieke eigenschappen. Sommige dingen zien we op een bepaalde manier omdat ons oog daarop is ingesteld – ook al laat het plaatje eigenlijk iets heel anders zien. Bij Escher weet je dat wat je ziet cognitief onmogelijk is, en toch zie je het.
Niet alleen is de mens fysiek ingesteld op bepaalde waarnemingen, ook zijn gedachten zijn al voorgeprogrammeerd. Psycholoog Frans Verstraten en taalkundige Ted Sanders vertellen over het bestaan van bepaalde mindsets, de a voorprogrammeerde manier waarop je hersenen beeld interpreteren. De b verwachting waarmee je naar iets kijkt bepaalt in hoge mate je waarneming. Het ‘lezen’ van beelden is in die zin vergelijkbaar met het lezen van tekst. c Er is dus niet eerst een waarneming en dan een duiding; duiding kleurt al van tevoren de waarneming. Visuele geletterdheid heeft ermee te maken dat je je bewust bent van deze mindsets.
Een ander kenmerk van een beeld is dat het gemaakt is. Kennis van de totstandkoming van beelden is belangrijk voor een goede interpretatie daarvan. Bijvoorbeeld in de medische wetenschap, zo legt Max Viergever uit. Die is sinds de middeleeuwen nogal veranderd. Toen was het opensnijden van mensen de enige manier om een beeld van het inwendige lichaam te krijgen. In veranderde dat radicaal door de uitvinding van de röntgenstraling. De stralen gaan door het lichaam heen en de mate van absorptie wordt afgebeeld. Hoe minder straling er uit het lichaam komt, hoe witter het beeld. Echter: het wit had evengoed zwart kunnen zijn. De kijker denkt misschien dat de röntgenfoto witte botten laat zien, maar dat is niet zo.
We zijn geneigd te denken dat een beeld dat op een directe manier tot stand is gekomen, zoals een röntgenfoto, op een bepaalde manier ‘objectief’ is. Dat is een misvatting, zoals de zogenaamde ‘witheid’ van de botten laat zien. Een objectief beeld bestaat helemaal niet, er zit altijd een maker tussen, aldus filosoof Paul Ziche. Bovendien is, zeker in de medische wetenschap, veel beeldmanipulatie nodig om tot het beste beeld, het meest bruikbare beeld, te komen.
Leren kijken naar beelden is iets wat niet in een geïsoleerde omgeving gebeurt. Visuele geletterdheid staat in een bredere context. Peter Werkhoven maakt onder andere simulaties die kunnen worden ingezet bij het trainen van piloten en militairen. Hij benadrukt dat bij het kijken alle zintuigen en ook emoties in het spel zijn. Wil je een goede simulatie maken, dan moet je al die affecten aanspreken en emotie losmaken.
Ook bestudering van film leert hoe beeld werkt. De vroegste films werden aangeprezen om hun ‘werkelijkheidsillusie’, zo vertelt filmwetenschapper Frank Kessler. De ‘directheid’ van film, doet de toeschouwer geloven dat wat hij ziet ook echt bestaat. Iedereen weet inmiddels dat vervalsing en manipulatie aan de orde van de dag zijn – zeker sinds Photoshop. Maar élk beeld is een uitsnede van de werkelijkheid. Je kunt niet zeggen dat het beeld liegt, objectieve beelden bestaan immers niet, maar het verhaal dat het beeld vertelt kan wel onwaar zijn.
Beelden kunnen de inzet zijn van cultuur en macht: beelden als wereldbeelden. Literatuurwetenschapper Ann Rigney bestudeert de manier waarop bepaalde iconische beelden steeds terugkeren in de collectieve herinnering. Die beelden bepalen hoe de geschiedenis gememoreerd wordt. Beelden schrijven geschiedenis. De kracht van beelden, zegt Rigney, is tweeledig: er is het plaatje, en de context waarin het plaatje staat. Daarom is visuele geletterdheid weinig zinvol als ze niet gepaard gaat met andere vormen van geletterdheid. Dat geldt zeker als beelden de uitdrukking zijn van een ideologie.
Frank van Oort doet onderzoek naar een letterlijke vorm van wereldbeelden: de cartografie. De weergave van de werkelijkheid in kaarten en atlassen heeft op zijn minst de schijn van objectiviteit. Een bekend voorbeeld van een kaart waarvan de zogenaamde objectiviteit is doorgeprikt, is de alternatieve wereldkaart van Unicef. Die laat zien hoe iets wat heel vanzelfsprekend lijkt, cultureel bepaald is. Het wereldbeeld is hier letterlijk gekoppeld aan de ideologische achtergrond.
Ook in deze brede opvatting van beelden en visuele geletterdheid blijft de opmerking uit het begin staan: een beeld moet in één oogopslag herkenbaar zijn. Het beeld moet voor zichzelf spreken, al zijn het duizend woorden. Tegelijk blijft de scheidslijn tussen beeld en werkelijkheid steeds in stand. De definitie van het beeld die Jeroen Stumpel gaf – dat het een representatie is en ook als zodanig herkend wordt – blijft bestaan. Die scheidslijn moet je steeds voor ogen houden: beeld is gemedieerd, door het oog en het brein, door een maker en zijn instrument, door psyche en persoonlijkheid.
In de zoektocht naar visuele geletterdheid spelen een aantal factoren een rol: cognitie, betekenis en het maakproces. Het beeld is door iemand gemaakt en in de wereld geplaatst, het komt bij ons binnen via het oog, wordt verwerkt door de hersenen, krijgt een betekenis in de wereld en begint aan een nooit eindigend gebruik. In onze door de media gedomineerde en met beelden overspoelde maatschappij is iets als visuele geletterdheid bijna onmisbaar. En een eigenschap die steeds opnieuw om aandacht vraagt, omdat de aard en het gebruik van de beelden steeds verandert. Wil je meer weten en alle lezingen in hun geheel terugzien? Kijk dan op www.sg.uu.nl.
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
Ironie en zelfironie: 7 opmerkingen
27/08/10 17:52 Denk aan: Filosofie

1. Ik moet bij ironie altijd denken aan de film Reality Bites, waarin Winona Ryder de kans krijgt zich te presenteren aan een tv-bobo. De dame in powersuit zegt neerbuigend: Define irony. Winona staat met haar bek vol tanden. Haar vriendje Ethan Hawke, aan wie ze even neerbuigend en vol verontwaardiging het voorval vertelt, antwoordt zonder nadenken. 'Het tegenovergestelde zeggen van wat je eigenlijk bedoelt, met de bedoeling dat wel duidelijk te maken.'
2. De ironie van Socrates: jezelf dommer voordoen dan je bent om de onwetendheid van de ander te ontmaskeren.
3. De ironie van Kierkegaard bouwt voort op die van Socrates. Ironie inzetten om reflectie op gang te brengen en vraagtekens te zetten bij alles wat je weet, alle vooroordelen die je hebt. Je hebt eerder te veel kennis dan te weinig. Uiteindelijk is zijn ironie een oneindige, absolute negativiteit die in zichzelf verdwijnt. Eindeloze reflectie, die uiteindelijk resulteert in onbegrijpelijkheid. Toch maakt zijn voortdurende ironie van Kierkegaard een uitzonderlijk humoristisch filosoof. Humoristischer ook dan Socrates. En dat heeft misschien wel te maken met zelfironie.
4. Wat is dan zelfironie? Sowieso is duidelijk dat ironie iets te maken heeft met het zelf. De filosofen zetten het in om de ander iets over zichzelf te leren. Maar dat klinkt ontzettend pedant: ik zal jou eens even wat over jezelf leren, maar doe dat door het omgekeerde te zeggen van wat ik bedoel. Hier heeft Socrates soms wel een handje van, als ik het mag zeggen. Dan doet Kierkegaard het beter. Hij voert allerlei personages op, alter ego's, pseudoniemen en heteroniemen waarachter zijn eigen zelf totaal versnippert. Hoe zelfironisch wil je het hebben? Jezelf laten verdwijnen achter talloze in elkaar spiegelende personages en auteurs, om de ander eens over zichzelf te laten reflecteren.
5. Dat klinkt weer als een veel te ernstig, nobel doel. De ironische distantie, is dat niet gewoon de methode van een slappeling die nooit eens zijn ware gezicht durft te tonen? Dat betoogde ik immers na het zien van Zomergast Annet Malherbe. Al die fascinaties, niets is meer een échte obsessie, alles is wegwuifbaar met een hand waarachter een vergoelijkend lachje klinkt. Ironie, dat is toch lachen? En zelfironie, dat is toch lachen om jezelf?
6. Dan zijn we weer terug bij Kierkegaard, die lachte om zichzelf, maar met een enorme ernst. Sorry, ik ontkom er niet aan. Of denk aan Houellebecq, die de neiging naar het sociale van de mens beschrijft als ironie van de evolutie: je kan er om lachen, maar niet hartelijk, eerder wanhopig. Oscar Wilde, die leefde als een personage (in de negentiende eeuw kon je dit woord makkelijk zo gebruiken), met een zelfironie die volkomen ernstig was. Uiteindelijk ontkomt ironie niet aan ernst, omdat het doel ervan ernstig is, met gebruikmaking van de methodiek van humor: omkering, overdrijving, acteerwerk.
7. Zelfonderzoek als mythe ging precies om die dingen: omkering (je leven als kernachtig verhaal voorstellen terwijl het in werkelijkheid chaotisch is), overdrijving (niemand gelooft werkelijk dat hij een mythische held is) en acteerwerk (je moet desondanks een klein beetje geloven dat je een mythische held bent). Uiteindelijk leert het je precies het omgekeerde van wat je zegt: want het leven is onbegrijpelijk toevallig, begint zonder aanleiding en stopt zonder afsluiting. En hooguit een decennium na je dood is iedereen je alweer vergeten. Hoe ironisch.
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
- Zomergasten: Annet Malherbe, fascinaties en obsessie
- Oscar Wilde at boeken Ironie als leven
- Denis Grozdanovitch - De moeilijke kunst van het bijna-nietsdoen
- Posthume herinneringen van Bras Cubas en Flaubert's Parrot
- Over liefde: Solovjov en Kierkegaard
- Houellebecq: Mogelijkheid van een eiland. Gelukkig miserabel
Creatief zelfonderzoek: streven naar mythe en verhaal
25/08/10 15:51 Denk aan: Filosofie

Niemand schrijft wetten voor over de methoden en resultaten van zelfonderzoek. Sterker nog, de ongelimiteerde vrijheid die je bij dat onderzoek hebt, is precies wat het onderzoek zo leuk maakt. Wie controleert het waarheidsgehalte van jouw kennis? Bestaat er überhaupt een waarheid over het zelf? De vraag stellen is hem beantwoorden. Waarom dan niet helemaal los gaan bij het nadenken over je leven? Als je echt een beetje inzicht hebt in wie je bent, hou je jezelf heus met beide benen op de grond. Hieronder een paar ideeën voor een creatief zelfonderzoek, met jezelf als de held van een zelfgeschreven verhaal. Op weg naar een glorieus einde.
'Self-study of any seriousness aspires to myth. Thus do we endlessly inscribe and magnify ourselves.' (David Shields) Oftewel: Een serieuze zoektocht naar zelfkennis streeft naar mythe, om jezelf steeds verder een verhaal in te schrijven en je persoonlijkheid te vergroten.
Het gaat hier om drie dingen: zelfonderzoek als mythe, schrijven en vergroting. Je kunt zeggen dat een mythe een beschreven verhaal is waarvan de kern een uitvergroting is. Die uitvergroting vertelt over de oorsprong van iets - de mens, het leven, of een deel daarvan; liefde, oorlog, broederschap. Wat gebeurt er als je van je eigen leven een verhaal maakt en streeft naar mythische proporties? Wat is het oorspronkelijke verhaal van je leven? Wat ga je uitvergroten?
De 21e eeuw is de eeuw van het verhaal. Alle media draaien op verhalen, haast nog liever van 'gewone' mensen dan van buitengewone sterren. In de filosofie bestaat de belangstelling voor het verhaal als structuur voor zelfonderzoek al langer. Je leven interpreteren als een verhaal is een manier om je leven zin te geven, maar ook om je herinneringen te structureren en de chaos van het bestaan te temmen.
Dat heeft niet alleen betrekking op het verleden. Juist door je leven op die manier te interpreteren, maak je een richtsnoer voor de toekomst. Wat is de mythische kern van je leven? Als je die vraag hebt beantwoord, kun je ook een visie op de toekomst ontwikkelen. Niet als een noodlottig vooruitzicht, het verhaal als een keten van gebeurtenissen waaraan niet te ontsnappen is, maar als een verhaal waar je zelf tegelijk de schrijver én hoofdpersoon van bent. 'Je moet iets vinden wat bij jouw leven past - een principiële kern die veertig jaar artistieke arbeid kan doorstaan.' (Art: de kunst van het richten)
Het leven ís geen verhaal, mensen vertellen hun verhaal. Uitzondering op deze regel is het mythische leven van Oscar Wilde, die de uitspraak muntte 'Life imitates art'. In zijn geval kun je beter zeggen: 'Life is art'. Waar zou jij voor kiezen? Een leven dat de kunst imiteert en daardoor aan schoonheid wint, of een leven dat een kunstwerk is en daardoor niet ontkomt aan tragiek en ironie?
Ik voel me zelf aangetrokken door de mythe van gedaanteverwisseling. Zoals bij de grootste sterren, die hun gedaanteverwisselingen zo ver uitvergroten dat ze ongrijpbaar worden. Hun verhaal is gefragmenteerd, een collage van hoogtepunten. Als een slang stropen ze hun huid af en komt er een nieuwe gedaante tevoorschijn. Het is de mythe van Bob Dylan in I'm Not There.
'Er zijn sterren die er op hameren dat ze altijd zichzelf zijn gebleven, met andere woorden: miezerig gepeupel. Mythische sterren zul je dat niet horen zeggen. Zij blijven nooit zichzelf, omdat dat zelf niet bestaat; ze blijven nooit dezelfde, omdat ze voor hun sterrendom al anders waren. De voorwaarde voor onsterfelijkheid: je verleden dood verklaren en jezelf opnieuw geboren laten worden. De woestijn in trekken en je ziel aan de duivel verkopen. Keer op keer.'
We zijn niet allemaal een ster van de magnitude van Bob Dylan of Oscar Wilde. Dat velen dat wel aspireren, bewijzen de steeds verder uitgekauwde realityprogramma's echter wel. Wat je verder ook van die shows denkt, ze maken iets duidelijk over het scheppen van je eigen verhaal en je eigen mythe, hoe klein of individueel die ook zijn.
'Er zijn zoveel realityprogramma's dat je kunt zeggen dat inmiddels tientallen mensen per jaar een niet-reëel leven leiden, hoewel ik het toch niet meteen mythisch zou willen noemen. Figuranten in een verhaal, dat ze zelf niet schrijven. Enkelen weten het verhaal naar hun hand te zetten en het fictieve voor zichzelf om te buigen in realiteit.' Succes hebben degenen die streven naar mythe, zichzelf het verhaal in schrijven en (een deel van) zichzelf uitvergroten. 'Het is zaak om het verhaal naar je hand te zetten en het fictieve om te buigen in realiteit.' Dan ontstaat een chemische reactie tussen fictie en realiteit. Doe er je voordeel mee.
Schrijf je een traditioneel verhaal met een enkelvoudige plot of een gefragmenteerd verhaal gebaseerd op gedaanteverwisseling? Er is nog een derde optie. Zowel de enkelvoudige plot als de opeenvolgende gedaanteverwisselingen zijn lineair van aard. Wat gebeurt er als je het nu probeert te beschrijven? Leg het heden onder een vergrootglas, blaas het op tot alle details zichtbaar zijn. Wie zie je? Gokje: je ziet meerdere versies van jezelf.
Ieder mens heeft meerdere rollen: kind, geliefde, professional. Je kunt je afvragen of je dan wel jezelf bent. Maarten Doorman zegt: 'Aan de ene kant is het onverstandig om te proberen jezelf te zijn - want het zal je niet lukken - en is het beter om goed na te denken over de rol die je speelt. Maar tegelijkertijd rijst daarbij de vraag: wie is het die die rol verzint? Ben je dat dan niet toch weer zelf?' Juist door een caleidoscopische blik op het nu, met al die verschillende versies van jezelf die daarin rondlopen, merk je dat die vraag er niet echt toe doet. 'Liever zie ik de rol als een uitvergroting van een bepaalde eigenschap van jezelf. Je draait bij wijze van spreken een kant van je gezicht naar het licht.'
Voelt het een beetje ongemakkelijk om zoveel met jezelf bezig te zijn, jezelf op te blazen tot mythische proporties en de heldenrol te spelen in een zelfgeschreven verhaal? Denk dan aan wat filosoof Frank Meester zegt: 'We fantaseren over ons leven, proberen er een mooi verhaal van te maken waarin we zelf een heldenrol spelen. Dat noemen we dan ijdel. En daar is niets mis mee.'
Sterrenkunde: wetenschap tussen science en fiction
19/08/10 20:15 Denk aan: Wetenschap
Het is alweer meer dan een jaar geleden dat ik de lezingenreeks over sterrenkunde voor Studium Generale presenteerde. Nu is er een filmpje van: vier lezingen in minder dan tien minuten. Ik ben er trots op!
Liever lezen? Hieronder de uitgeschreven tekst.
Het beeld dat bestaat van de sterrenkunde, vindt vaak zijn oorsprong in sciencefiction of bijgeloof: de horoscoop in de krant, ontmoetingen met buitenaardse wezens, reizen door de tijd. Drie vooraanstaande onderzoekers en een wetenschapsjournalist scheiden de 'science' van de 'fiction'. Sterrenkundigen verwachten de komende jaren met hun experimenten en onderzoek antwoorden te vinden op een aantal fundamentele vragen. De publieke belangstelling voor experimenten zoals met de deeltjesversneller in Genève is groot, maar niet onverdeeld positief. Regelmatig steken wilde geruchten de kop op over de gevaarlijke krachten die natuurkundigen ontketenen. Dat de wereld in een zwart gat zou verdwijnen is wetenschappelijke onzin. Maar de wetenschap houdt zich wel bezig met onderwerpen die klinken als een sensationele stuiverroman. In dit filmpje nemen vier vooraanstaande onderzoekers je mee, van de aarde via zon en maan tot aan exoplaneten buiten ons eigen Melkwegstelsel, op weg naar een Theorie van Alles.
Maar laten we beginnen bij het begin. De astronomie was een van de eerste wetenschappen die de mens beoefende, voor navigatie en tijdrekening, maar ook om voorspellingen te doen. Waar komt die oeroude fascinatie vandaan? Welke antwoorden vindt de mens in het onmetelijke heelal? De sterrenkunde raakt ons persoonlijk, zo zegt Govert Schilling, wetenschapsjournalist en autodidact in de astronomie.
Hij stelde een kosmische top drie samen van de meest fascinerende onderwerpen uit de sterrenkunde. Op de derde plaats staan zwarte gaten. Het Zwarte Gat beantwoordt aan wat mensen verwachten van sterrenkunde: het is mysterieus, een beetje eng en totaal onbegrijpelijk. Op de tweede plaats vinden we de oerknal. Daarbij gaat het om vragen die voorheen voorbehouden waren aan religie. De oerknal is de seculiere schepping, de herkomst van alles wat bestaat. Op nummer 1 staat het buitenaardse leven. Buitenaardse wezens zijn een spiegel voor de mens. De fascinatie heeft dus veel te maken met zingeving van het aardse bestaan en met een verlangen naar het sublieme: de huivering die het onmetelijk grote, maar ook het onbegrijpelijk schone oproept, zoals de foto’s die de Hubble-telescoop naar aarde stuurt.
Inmiddels weten we door die telescoop dat ons sterrenstelsel er een is van vele miljarden, en dat onze zon maar een onbeduidend sterretje is. In de ruimte en in de tijd zijn we nietig: vergeleken met een leeftijd van 13,7 miljard jaar van het heelal, is de mens slechts een paar seconden oud.
De belangrijkste hemellichamen voor de aarde en de mens zijn natuurlijk de zon en de maan. Professor Frank Verbunt van de Universiteit Utrecht deed veel onderzoek naar de invloed van zon en maan op de aarde.
De interessantste wetenschappelijke feiten zijn zo opmerkelijk en simpel dat je ze nooit vergeet en vaak wilt herhalen. De geëigende vorm daarvoor is ‘Wist je dat...’. Wist je dat elke seconde zestig miljard neutrino’s door elke vierkante centimeter op aarde razen? Dus ook door je eigen lichaam heen?
De energie van de zon vindt haar oorsprong in kernfusie, die in modellen en formules te vatten is. Maar de formule vertoont een afwijking: bij de kernfusie lijkt er minder massa uit te komen dan erin gaat. Líjkt, want in werkelijkheid komen twee bijna onmeetbare deeltjes mee, de neutrino’s. Die alle kanten op vliegen – ook door jou en mij.
Verbunt vertelt hoe zijn onderzoek samenhangt met allerlei andere vakgebieden, bijvoorbeeld zijn studie naar de maan. Metingen tonen aan dat de maan van de aarde af beweegt. De afstand van de maan is nauwkeurig vast te stellen door middel van spiegels en daarin reflecterende lichtdeeltjes. Sterrenkunde, oceanografie, meteorologie en geologie werken hierbij samen.
De zon en de maan staan relatief dicht bij de aarde; de maan is zelfs op reisafstand voor de mens. Dat is anders bij de planeten van ons zonnestelsel. Laat staan planeten in andere sterrenstelsels, voorbij de Melkweg. Toch wordt daar wetenschappelijk onderzoek naar verricht, zoals naar de kans op buitenaards leven. Wordt fiction nu science? Dr. Daphne Stam van SRON verwacht binnen enkele jaren een doorbraak in het onderzoek naar exoplaneten. Hoe moeten we communiceren met buitenaardse wezens: die vraag wordt inmiddels al gesteld in de wandelgangen van de wetenschap.
Stam vertelt hoe moeilijk het onderzoek naar planeten in outer space is: de planeten kun je niet zien, zelfs niet met de grootste telescoop. Hun bestaan moet je afleiden uit bijvoorbeeld de schommelingen van de ster waaromheen hij draait of doordat het licht van de ster tijdelijk vermindert als de planeet ervoor langs gaat. Overigens zou geen van deze methoden onze aarde zichtbaar maken, mochten aliens bezig zijn met onderzoek naar onze uithoek van het heelal. Stam concludeert: ‘We zijn niet alleen, maar wel eenzaam en onvindbaar.’
Kunnen we nog verder in de sterrenkunde dan buitenaards leven op exoplaneten? Professor Renate Loll is als theoretisch natuurkundige aan de Universiteit Utrecht bezig met de zoektocht naar een Theorie van Alles, waarin Einsteins algemene relativiteit verzoend wordt met ideeën uit de kwantumzwaartekracht. Hoe ziet zo’n theorie eruit en wat heeft zij te zeggen over wormgaten en tijdreizen?
Klassieke theorieën van beweging, zoals die van Einstein over zwaartekracht, kunnen niet uitleggen wat op de allerkleinste natuurkundige schaal allemaal gebeurt. Daarvoor is de kwantumtheorie nodig. Door analogieën en met wiskundige methodes probeert de wetenschap een theorie van kwantumzwaartekracht te formuleren – een Theorie van Alles.
Wormgaten stonden niet in de kosmische top drie van Govert Schilling, maar nemen ongetwijfeld de vierde plaats in, mét de vraag of tijdreizen door wormgaten mogelijk is. Wormgaten zijn ook in de zoektocht naar een Theorie van Alles heel belangrijk.
Hoe werkt dat tijdreizen door wormgaten? Stel je een tweedimensionale ruimte voor. Door de ruimte te vouwen als een vel papier, ontstaat een shortcut. In plaats van tientallen lichtjaren, is de andere kant van het heelal nog maar een paar jaar weg. Kunnen we binnenkort dan ‘back to the future’? Nee, wormgaten bestaan namelijk niet. Niet alleen druisen ze in tegen het heilige principe van natuurkunde, causaliteit, (‘En dan kun je alleen nog maar wanhopen’) juist de kwantumzwaartekracht levert het bewijs dat wormgaten fysische onmogelijkheden zijn.
Uit het experiment met wormgaten komt ook de bizarre aard van het kwantumschuim naar voren. De ruimtetijd is op dit niveau zozeer gekromd, dat die lijkt op gekreukeld papier, dat bovendien niet vierdimensionaal is, maar tweedimensionaal. ‘Einstein would never have believed it!’ aldus Loll, die even verheugd als verbaasd klinkt.
De theorie die dit alles met elkaar verbindt en geldig is op kleine zowel als grote schaal is nog niet gevonden. Tot die tijd moeten de theoretische natuurkundigen streven naar een zo robuust mogelijke theorie, een algemene theorie met algemene resultaten. De hoop ligt in de toekomst – de hoop op een mooie, unieke, enkelvoudige theorie die alles kan beschrijven. De moderne sterrenkunde begon 400 jaar geleden met de uitvinding van de telescoop. Hoe zien de aarde, de zon en maan, de Melkweg en het heelal, de kwantumtheorie en de gekromde ruimtetijd en over nog eens 400 jaar uit? Waarschijnlijk zullen mensen dan verzuchten over de wetenschappers van nu: ‘Ze hadden het nooit geloofd…’
Meer weten? De vier lezingen in de serie ‘Iets nieuws onder de zon’ zijn terug te zien op www.sg.uu.nl

Liever lezen? Hieronder de uitgeschreven tekst.
Het beeld dat bestaat van de sterrenkunde, vindt vaak zijn oorsprong in sciencefiction of bijgeloof: de horoscoop in de krant, ontmoetingen met buitenaardse wezens, reizen door de tijd. Drie vooraanstaande onderzoekers en een wetenschapsjournalist scheiden de 'science' van de 'fiction'. Sterrenkundigen verwachten de komende jaren met hun experimenten en onderzoek antwoorden te vinden op een aantal fundamentele vragen. De publieke belangstelling voor experimenten zoals met de deeltjesversneller in Genève is groot, maar niet onverdeeld positief. Regelmatig steken wilde geruchten de kop op over de gevaarlijke krachten die natuurkundigen ontketenen. Dat de wereld in een zwart gat zou verdwijnen is wetenschappelijke onzin. Maar de wetenschap houdt zich wel bezig met onderwerpen die klinken als een sensationele stuiverroman. In dit filmpje nemen vier vooraanstaande onderzoekers je mee, van de aarde via zon en maan tot aan exoplaneten buiten ons eigen Melkwegstelsel, op weg naar een Theorie van Alles.
Maar laten we beginnen bij het begin. De astronomie was een van de eerste wetenschappen die de mens beoefende, voor navigatie en tijdrekening, maar ook om voorspellingen te doen. Waar komt die oeroude fascinatie vandaan? Welke antwoorden vindt de mens in het onmetelijke heelal? De sterrenkunde raakt ons persoonlijk, zo zegt Govert Schilling, wetenschapsjournalist en autodidact in de astronomie.
Hij stelde een kosmische top drie samen van de meest fascinerende onderwerpen uit de sterrenkunde. Op de derde plaats staan zwarte gaten. Het Zwarte Gat beantwoordt aan wat mensen verwachten van sterrenkunde: het is mysterieus, een beetje eng en totaal onbegrijpelijk. Op de tweede plaats vinden we de oerknal. Daarbij gaat het om vragen die voorheen voorbehouden waren aan religie. De oerknal is de seculiere schepping, de herkomst van alles wat bestaat. Op nummer 1 staat het buitenaardse leven. Buitenaardse wezens zijn een spiegel voor de mens. De fascinatie heeft dus veel te maken met zingeving van het aardse bestaan en met een verlangen naar het sublieme: de huivering die het onmetelijk grote, maar ook het onbegrijpelijk schone oproept, zoals de foto’s die de Hubble-telescoop naar aarde stuurt.
Inmiddels weten we door die telescoop dat ons sterrenstelsel er een is van vele miljarden, en dat onze zon maar een onbeduidend sterretje is. In de ruimte en in de tijd zijn we nietig: vergeleken met een leeftijd van 13,7 miljard jaar van het heelal, is de mens slechts een paar seconden oud.
De belangrijkste hemellichamen voor de aarde en de mens zijn natuurlijk de zon en de maan. Professor Frank Verbunt van de Universiteit Utrecht deed veel onderzoek naar de invloed van zon en maan op de aarde.
De interessantste wetenschappelijke feiten zijn zo opmerkelijk en simpel dat je ze nooit vergeet en vaak wilt herhalen. De geëigende vorm daarvoor is ‘Wist je dat...’. Wist je dat elke seconde zestig miljard neutrino’s door elke vierkante centimeter op aarde razen? Dus ook door je eigen lichaam heen?
De energie van de zon vindt haar oorsprong in kernfusie, die in modellen en formules te vatten is. Maar de formule vertoont een afwijking: bij de kernfusie lijkt er minder massa uit te komen dan erin gaat. Líjkt, want in werkelijkheid komen twee bijna onmeetbare deeltjes mee, de neutrino’s. Die alle kanten op vliegen – ook door jou en mij.
Verbunt vertelt hoe zijn onderzoek samenhangt met allerlei andere vakgebieden, bijvoorbeeld zijn studie naar de maan. Metingen tonen aan dat de maan van de aarde af beweegt. De afstand van de maan is nauwkeurig vast te stellen door middel van spiegels en daarin reflecterende lichtdeeltjes. Sterrenkunde, oceanografie, meteorologie en geologie werken hierbij samen.
De zon en de maan staan relatief dicht bij de aarde; de maan is zelfs op reisafstand voor de mens. Dat is anders bij de planeten van ons zonnestelsel. Laat staan planeten in andere sterrenstelsels, voorbij de Melkweg. Toch wordt daar wetenschappelijk onderzoek naar verricht, zoals naar de kans op buitenaards leven. Wordt fiction nu science? Dr. Daphne Stam van SRON verwacht binnen enkele jaren een doorbraak in het onderzoek naar exoplaneten. Hoe moeten we communiceren met buitenaardse wezens: die vraag wordt inmiddels al gesteld in de wandelgangen van de wetenschap.
Stam vertelt hoe moeilijk het onderzoek naar planeten in outer space is: de planeten kun je niet zien, zelfs niet met de grootste telescoop. Hun bestaan moet je afleiden uit bijvoorbeeld de schommelingen van de ster waaromheen hij draait of doordat het licht van de ster tijdelijk vermindert als de planeet ervoor langs gaat. Overigens zou geen van deze methoden onze aarde zichtbaar maken, mochten aliens bezig zijn met onderzoek naar onze uithoek van het heelal. Stam concludeert: ‘We zijn niet alleen, maar wel eenzaam en onvindbaar.’
Kunnen we nog verder in de sterrenkunde dan buitenaards leven op exoplaneten? Professor Renate Loll is als theoretisch natuurkundige aan de Universiteit Utrecht bezig met de zoektocht naar een Theorie van Alles, waarin Einsteins algemene relativiteit verzoend wordt met ideeën uit de kwantumzwaartekracht. Hoe ziet zo’n theorie eruit en wat heeft zij te zeggen over wormgaten en tijdreizen?
Klassieke theorieën van beweging, zoals die van Einstein over zwaartekracht, kunnen niet uitleggen wat op de allerkleinste natuurkundige schaal allemaal gebeurt. Daarvoor is de kwantumtheorie nodig. Door analogieën en met wiskundige methodes probeert de wetenschap een theorie van kwantumzwaartekracht te formuleren – een Theorie van Alles.
Wormgaten stonden niet in de kosmische top drie van Govert Schilling, maar nemen ongetwijfeld de vierde plaats in, mét de vraag of tijdreizen door wormgaten mogelijk is. Wormgaten zijn ook in de zoektocht naar een Theorie van Alles heel belangrijk.
Hoe werkt dat tijdreizen door wormgaten? Stel je een tweedimensionale ruimte voor. Door de ruimte te vouwen als een vel papier, ontstaat een shortcut. In plaats van tientallen lichtjaren, is de andere kant van het heelal nog maar een paar jaar weg. Kunnen we binnenkort dan ‘back to the future’? Nee, wormgaten bestaan namelijk niet. Niet alleen druisen ze in tegen het heilige principe van natuurkunde, causaliteit, (‘En dan kun je alleen nog maar wanhopen’) juist de kwantumzwaartekracht levert het bewijs dat wormgaten fysische onmogelijkheden zijn.
Uit het experiment met wormgaten komt ook de bizarre aard van het kwantumschuim naar voren. De ruimtetijd is op dit niveau zozeer gekromd, dat die lijkt op gekreukeld papier, dat bovendien niet vierdimensionaal is, maar tweedimensionaal. ‘Einstein would never have believed it!’ aldus Loll, die even verheugd als verbaasd klinkt.
De theorie die dit alles met elkaar verbindt en geldig is op kleine zowel als grote schaal is nog niet gevonden. Tot die tijd moeten de theoretische natuurkundigen streven naar een zo robuust mogelijke theorie, een algemene theorie met algemene resultaten. De hoop ligt in de toekomst – de hoop op een mooie, unieke, enkelvoudige theorie die alles kan beschrijven. De moderne sterrenkunde begon 400 jaar geleden met de uitvinding van de telescoop. Hoe zien de aarde, de zon en maan, de Melkweg en het heelal, de kwantumtheorie en de gekromde ruimtetijd en over nog eens 400 jaar uit? Waarschijnlijk zullen mensen dan verzuchten over de wetenschappers van nu: ‘Ze hadden het nooit geloofd…’
Meer weten? De vier lezingen in de serie ‘Iets nieuws onder de zon’ zijn terug te zien op www.sg.uu.nl
Zomergasten: Annet Malherbe, fascinaties en obsessie
16/08/10 19:18 Denk aan: Televisie

Die fascinaties leverden een net niet memorabele avond op, hoewel ik me prima heb vermaakt. Fascinaties zijn namelijk vrijblijvend. Jelle Brandt Corstius versprak zich en legde daarmee de vinger op de zere plek: 'Vertel eens meer over dat bergbeklimmen, die obsessie van je.' Nee, nee! Geen obsessie, een fascinátie, verbeterde Malherbe.
Dat is inderdaad een cruciaal verschil, dat misschien ook verklaart waarom de vierde Zomergasten niet echt beklijfde. Fascinatie, zo maakte Malherbe duidelijk, is een gevoel tussen afstoting en aantrekking in. Een fragment als de eigenhandige operatie van een abces, waar het pus en bloed uit de elleboog van de solozeiler droop, is daar een goed voorbeeld van: het is smerig, maar je moet kijken (naar het filmpje van het uitknijpen van een enorme puist heb ik niet gekeken, trouwens). Of de scènes uit La Grande Bouffe: je weet dat je er niet naar mag kijken als je te jong bent, maar je blijft staren terwijl een hoertje een metalen spruitstuk tussen haar benen geduwd krijgt. Gefascinéérd staren.
Tussen aantrekking en afstoting zit een zekere afstand. Fascinatie is daarmee ironisch te noemen: het is tegelijk wel en niet boeiend, knap en knullig, mooi en lelijk. Zou dat verklaren waarom tegenwoordig iedereen alles maar fascinerend vindt? Is het het gevoel dat het beste past bij deze tijd, die zich kenmerkt door ironie (hoewel sommigen het ook alweer hebben over de post-ironische tijd). Zoals ik eerder schreef: ernst is uit den boze, niets mag nog volkomen serieus genomen worden, altijd is er reden om te lachen (of gniffelen).
Niets is echt boeiend, niets is echt afkeurenswaardig, alles is op z'n best... fascinerend.
Maar wat nu als je een obsessie hebt, zoals Brandt Corstius per ongeluk zei? Het hebben van een obsessie (en dan niet op zo'n ironische manier bedoeld - 'ja winkelen is echt een obsessie van me') is een modern taboe. Je valt volledig samen met het onderwerp, alle afstand die ironie mogelijk maakt is opgeheven. Een obsessie is een ernstige zaak, hoe lachwekkend een obsessief iemand op de buitenwereld ook mag overkomen.
Ik miste de obsessie in Zomergasten. Is dat te veel gevraagd? Nee toch - heeft een Zomergast niet op z'n minst een obsessie met het vak?
Fascinaties hebben we allemaal, daarom is het ook een cliché om iets fascinerend te vinden. Obsessies zijn daarentegen maar voor weinigen weggelegd. Annet Malherbe kon uren stilletjes naar saaie dingen kijken, was zo'n beetje het eerste wat ze zei. Obsessies zijn vaak saai, want enkelvoudig. Maar ook daar kun je wel drie uur stil naar zitten kijken. Een obsessie is voor de kijker fascinerend, een fascinatie is op z'n hoogst grappig (als het gaat om snorren en truien in een EO-programma uit de jaren tachtig) of smerig (als het gaat om een uitgeknepen puist).
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
Denis Grozdanovitch - De moeilijke kunst van het bijna-nietsdoen
15/08/10 16:46 Denk aan: Filosofie

Die luchtige toon is wel vermengd met soms ondoorgrondelijke, zeer Frans aandoende zinsconstructies die zich alinea's lang voortslingeren. Ook de inhoud is een mengeling tussen luchtige levenslessen en zo abstracte filosofie, dat je je afvraagt of de auteur zelf wel weet wat hij bedoelt.
Lees verder op 8WEEKLY: Luchtige ironie die zwaar op de maag ligt
Reizen met Herodotos en Kapuściński
12/08/10 07:59 Denk aan: Literatuur

Deze passage uit Het verslag van mijn onderzoek van Herodotos haalt Ryszard Kapuściński aan in Reizen met Herodotos. Herodotos was zijn grote voorbeeld, niet alleen als reisjournalist maar ook als mens. Kapuściński vertelt over de oude Griek die als eerste de wereld wilde beschrijven en daarbij alleen van zijn eigen waarneming uitging, van de verhalen die hij zelf hoorde en de gesprekken die hij zelf voerde en beschrijft via die weg ook zichzelf. Het is een zelfportret in spiegelschrift.
Wie Kapuściński was, laat hij zien in de volgende alinea:
'Zei Amestris iets tegen haar schoonzus toen ze haar onder handen nam? Schold ze haar uit onder het langzaam, stukje voor stukje, afsnijden van haar borst (het scherpe staal was toen nog onbekend)? Schudde ze met haar vuist waarin ze een bebloed mes vasthield? Of hijgde ze alleen en siste ze van de haat? Hoe gedroegen de lijfwachten de het slachtoffer stevig moesten vasthouden? Ze gilde het zeker uit van de pijn, ze trok en probeerde zich los te rukken. Stonden zij naar de vrouwenborsten te kijken? Zwegen ze, geschrokken? Giechelden ze stiekem? Of viel de schoonzus, omdat haar gezicht toegetakeld werd, telkens weer flauw en moest ze om de haverklap met water worden besprenkeld? En de ogen? Heeft de echtgenote van de koning haar ogen uitgestoken? Herodotos zegt er niets over. Was hij het vergeten? Of was het misschien Amestris die het vergeten was?'
Deze vragen stelde een oude Griek niet, het zijn vragen die dateren van na de uitvinding van de psychologie en de modernistische literatuur. Dat doet niets af aan de grootheid van Herodotos, maar toont wel de eigen grootheid van Kapuściński. Juist zijn bescheiden opstelling, in de schaduw van zijn leermeester, doet hem schitteren.
Daarnaast geeft Kapuściński op zijn beurt een les, stelt een voorbeeld als schrijver en als mens. Het is zo makkelijk om een neutraal verslag van extreme gruwelijkheden te lezen en weer te vergeten. Pas als je de vragen stelt die daarachter schuilgaan, dringt de intensiteit ervan tot je door. Het is van groot belang die vragen te blijven stellen, ook al kun je ze niet beantwoorden.
Zomergasten: Paulien Cornelisse, grappige dieren en Twin Peaks
09/08/10 18:52 Denk aan: Televisie
Ik heb me behoorlijk verveeld bij Zomergasten gisteren. Niet vanwege de fragmenten, die had Paulien Cornelisse goed gekozen. Alleen hadden de fragmenten op zichzelf volstaan, want veel interessante gedachten of ideeën wist ze er naar mijn mening niet aan toe te voegen. Dieren met mensenstemmen zijn grappig. Eens. Maar waarom is dat zo? Waarom lachen we om de gekleide dieren die ouwehoeren over clowns?
Om te beginnen zijn de dieren al grappig om te zien. Ook zonder geluid blijf je kijken. (Hoewel niet iedereen natuurlijk per definitie dieren grappig vindt.) Cornelisse vertelde hoe acteurs de uitdrukkingen van de beesten spelen. De dieren zijn dan ook grappig doordat ze zo menselijk zijn. Daar komen de converserende stemmen bij, die niet ingesproken zijn, maar daadwerkelijke gesprekken die zijn opgenomen. Ook het fragment met de badende makaken fascineert doordat de overeenkomst tussen mens en dier zo duidelijk is. Dat ontroert en maakt je aan het lachen.
De overeenkomst tussen mens en dier kan ook anders uitpakken. Cornelisse had haar Twin Peaks-plakboek meegenomen, een schriftje dat bol stond van de uitgeknipte artikelen en foto's. Om een plakboekje dat je op je vijftiende hebt samengesteld mee te nemen naar de Zomergastenstudio vergt enige moed, gaf Cornelisse toe. Ik kon het wel waarderen. Maar de vraag waarom ze het plakboek had gemaakt en bewaard en meegenomen bleef onbeantwoord. En waarom Twin Peaks?
Het fragment van Bob die Laura Palmer belaagt is bloedstollend. Ik had (weer) kippenvel, niet alleen op mijn onderarmen, maar over mijn hele lichaam. Wat is zo eng aan de typische David Lynch-horror? Dit fragment deed mij sterk denken aan Stanley Kubricks The Shining. Het verstilde beeld van een roze kamer, die gezellig en warm moet zijn. De afwezigheid van geluid. Stilte kan heel beangstigend zijn, omdat wat ze aankondigt vreselijk is, erger dan alles wat geluid kan maken (hoewel Cornelisse volgens Jelle Brandt Corstius vooral bij de aanzwellende muziek opschrok). Dan verschijnt Bob aan de zijkant. 'Dat is heel eng.' Eh, ja. Maar waarom? Omdat zijn verschijnen betekent dat hij al de hele tijd daar is. Wachtend in absolute stilte tot zijn tijd komt. Hij heeft de tijd, neemt de tijd, beweegt heel langzaam. Elegant bijna, sluipend over meubelstukken en de grond als een dier. Tijgerend, brullend en met wilde manen.
Dieren kunnen grappig zijn, zeker als ze menselijke trekken krijgen toebedeeld. Mensen kunnen heel eng zijn, als hun dierlijke kant benadrukt wordt. Laura Palmer is als een mensenpop die het dier komt verscheuren. Misschien is dat ook wel iets om naar te verlangen, stiekem. Cornelisse moet in haar Twin Peaks-obsessie ook het zogenaamde Dagboek van Laura Palmer hebben gelezen. Het onschuldige meisje verlangt naar het beest, dat is daar wel duidelijk. Ze geniet van haar angst, tot ze de controle erover verliest en dat met haar leven moet bekopen.
Als Zomergastengast had ik ook een stukje uit Twin Peaks gekozen, vergelijkbaar met dit fragment. De stilte is nu niet absoluut: een elpee ligt op de platenspeler over te slaan. Brrrr: het is de aankondiging van iets vreselijks. Met de plaat blijft de tijd hangen. In het vacuüm dat ontstaat kan alles gebeuren. Weer tijgert er iemand over de hoogpolige vloerbedekking van het ouderlijk huis. Het is Laura's moeder. Opeens staat er een prachtig paard in de kamer. Dat paard jaagt mij de stuipen op het lijf. Waarom? Waarom is dit dier het engste dat ik kan bedenken? Het is een elegant, edel dier en doet geen kwaad. Maar zijn verschijnen uit het niets doet je beseffen dat hij daar altijd al was, net als Bob. We zagen hem alleen niet. Tussen onze werkelijkheid zit een andere werkelijkheid geweven, zonder beschaving of logica, die het zomaar opeens kan overnemen.
Denk ik. Maar wie ben ik.
Paulien Cornelisse zei tussen neus en lippen door dat al haar angsten van tv en film komen. Waar waren mensen voor die tijd bang voor, vroeg ze. Een merkwaardige vraag, die wel verklaart waarom het commentaar zo saai bleef, bij zulke prachtig gekozen beelden. De afschuwelijkste angsten, zoals die van Laura Palmer, komen gewoon van binnen. Daar heeft Cornelisse blijkbaar geen last van. Lijkt me een heerlijk leven. Maar het is niet zo interessant om naar te luisteren.

_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
Om te beginnen zijn de dieren al grappig om te zien. Ook zonder geluid blijf je kijken. (Hoewel niet iedereen natuurlijk per definitie dieren grappig vindt.) Cornelisse vertelde hoe acteurs de uitdrukkingen van de beesten spelen. De dieren zijn dan ook grappig doordat ze zo menselijk zijn. Daar komen de converserende stemmen bij, die niet ingesproken zijn, maar daadwerkelijke gesprekken die zijn opgenomen. Ook het fragment met de badende makaken fascineert doordat de overeenkomst tussen mens en dier zo duidelijk is. Dat ontroert en maakt je aan het lachen.
De overeenkomst tussen mens en dier kan ook anders uitpakken. Cornelisse had haar Twin Peaks-plakboek meegenomen, een schriftje dat bol stond van de uitgeknipte artikelen en foto's. Om een plakboekje dat je op je vijftiende hebt samengesteld mee te nemen naar de Zomergastenstudio vergt enige moed, gaf Cornelisse toe. Ik kon het wel waarderen. Maar de vraag waarom ze het plakboek had gemaakt en bewaard en meegenomen bleef onbeantwoord. En waarom Twin Peaks?
Het fragment van Bob die Laura Palmer belaagt is bloedstollend. Ik had (weer) kippenvel, niet alleen op mijn onderarmen, maar over mijn hele lichaam. Wat is zo eng aan de typische David Lynch-horror? Dit fragment deed mij sterk denken aan Stanley Kubricks The Shining. Het verstilde beeld van een roze kamer, die gezellig en warm moet zijn. De afwezigheid van geluid. Stilte kan heel beangstigend zijn, omdat wat ze aankondigt vreselijk is, erger dan alles wat geluid kan maken (hoewel Cornelisse volgens Jelle Brandt Corstius vooral bij de aanzwellende muziek opschrok). Dan verschijnt Bob aan de zijkant. 'Dat is heel eng.' Eh, ja. Maar waarom? Omdat zijn verschijnen betekent dat hij al de hele tijd daar is. Wachtend in absolute stilte tot zijn tijd komt. Hij heeft de tijd, neemt de tijd, beweegt heel langzaam. Elegant bijna, sluipend over meubelstukken en de grond als een dier. Tijgerend, brullend en met wilde manen.
Dieren kunnen grappig zijn, zeker als ze menselijke trekken krijgen toebedeeld. Mensen kunnen heel eng zijn, als hun dierlijke kant benadrukt wordt. Laura Palmer is als een mensenpop die het dier komt verscheuren. Misschien is dat ook wel iets om naar te verlangen, stiekem. Cornelisse moet in haar Twin Peaks-obsessie ook het zogenaamde Dagboek van Laura Palmer hebben gelezen. Het onschuldige meisje verlangt naar het beest, dat is daar wel duidelijk. Ze geniet van haar angst, tot ze de controle erover verliest en dat met haar leven moet bekopen.
Als Zomergastengast had ik ook een stukje uit Twin Peaks gekozen, vergelijkbaar met dit fragment. De stilte is nu niet absoluut: een elpee ligt op de platenspeler over te slaan. Brrrr: het is de aankondiging van iets vreselijks. Met de plaat blijft de tijd hangen. In het vacuüm dat ontstaat kan alles gebeuren. Weer tijgert er iemand over de hoogpolige vloerbedekking van het ouderlijk huis. Het is Laura's moeder. Opeens staat er een prachtig paard in de kamer. Dat paard jaagt mij de stuipen op het lijf. Waarom? Waarom is dit dier het engste dat ik kan bedenken? Het is een elegant, edel dier en doet geen kwaad. Maar zijn verschijnen uit het niets doet je beseffen dat hij daar altijd al was, net als Bob. We zagen hem alleen niet. Tussen onze werkelijkheid zit een andere werkelijkheid geweven, zonder beschaving of logica, die het zomaar opeens kan overnemen.
Denk ik. Maar wie ben ik.
Paulien Cornelisse zei tussen neus en lippen door dat al haar angsten van tv en film komen. Waar waren mensen voor die tijd bang voor, vroeg ze. Een merkwaardige vraag, die wel verklaart waarom het commentaar zo saai bleef, bij zulke prachtig gekozen beelden. De afschuwelijkste angsten, zoals die van Laura Palmer, komen gewoon van binnen. Daar heeft Cornelisse blijkbaar geen last van. Lijkt me een heerlijk leven. Maar het is niet zo interessant om naar te luisteren.
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
Stel dat je 200 jaar oud zou worden
06/08/10 18:24 Denk aan: Wetenschap

De vraag kwam op in de serie Time, waarin wetenschappers vertelden over hun onderzoek naar sterfelijkheid - uiteraard met als doel onderzoek te doen naar ónsterfelijkheid. Een enkeling beweerde glashard dat de kinderen van nu al onsterfelijk zullen zijn - hoewel je beter kunt zeggen dat ze te maken hebben met 'uitgestelde sterfelijkheid'. Dood zal de mens altijd wel gaan, door ongelukken of moord, zo vertelde de wetenschapper. Alleen niet meer aan veroudering.
De meeste mensen zullen zich geen voorstelling kunnen maken van een leven zonder einde (eindeloosheid gaat hoe dan ook het voorstellingsvermogen te boven), ook niet van een leven waarin het einde volkomen arbitrair zal zijn. Als je alleen nog maar doodgaat aan auto-ongelukken en psychopaten, en voor eeuwig zult leven als je die toevallig niet tegenkomt, brrrr, wat een ellendig leven heb je dan! Wie zal er nog de straat over durven steken, wie gaat nog alleen op reis of in het donker over straat?
Tweehonderd jaar, daarentegen, daar kunnen we wat mee. Ik wel in elk geval. Tweehonderd! Perfect! De presentator van het programma sloeg de spijker op z'n kop. Ik stel nu wel rationeel de vraag 'Stel dat...' maar toen die vriendelijke natuurkundige het op tv hardop uitsprak, was het geen rationele overweging of een idee dat ik in mijn hoofd moest verwerken - ik voelde de gedachte in mijn borstkas nog voor ik de consequenties verstandelijk begreep. En ik zeg je: het was een gevoel van opluchting.
Opluchting die even lang duurde als een ademteug. Want ik ben niet het kind van nu met haar uitgestelde sterfelijkheid, ik ben waarschijnlijk net een kwart eeuw te laat geboren.
Hoewel, is dat zo erg? De meeste onderzoeken naar dit onderwerp worden uitgevoerd op wormen en muizen. Door bepaalde genen te vervangen of aan te passen, kan de levensduur van de dieren verlengd worden. Als een organisme 18.000 genen heeft zoals de muis, en er is een gen verantwoordelijk voor het verouderingsproces, dan is het een kwestie van tijd voordat dat gen getraceerd is. Van de muis naar de mens is vervolgens niet zo'n grote stap. Een jaar of twintig, dertig.
Ik denk dat die kinderen van nu de proefkonijnen van morgen zullen zijn. Hoe erg is het dan om te vroeg geboren te zijn, te oud voor een verjongingskuur? Stel dat ze een foutje maken en je niet tweehonderd jaar zult leven, maar oneindig?
Aan het einde van zijn zoektocht langs wetenschappelijk verantwoorde onsterfelijkheid hield de presentator verschillende mensen een flesje levenselixer voor. Zou je het drinken? De belofte van de eeuwige jeugd waarmaken? Het is de keerzijde van de vraag die Friedrich Nietzsche stelt in De vrolijke wetenschap. Stel je voor, dat op een keer een duiveltje je op de schouder tikt en zegt dat je dit leven nog eens moet leven en dan nog ontelbaar veel keren. Er zal niets nieuws aan zijn, iedere pijn en ieder genot, elke gedachte - ook deze - komt terug. De zandloper wordt steeds weer omgedraaid. Zou je je dan knarsetandend ter aarde werpen en de duivel vervloeken? Of zou je zeggen: nooit hoorde ik iets goddelijkers?
Voorlopig is onze sterfelijkheid nog niet uitgesteld, laat staan dat we de zoete dan wel bittere onsterfelijkheid kunnen proeven. Doet er niet toe. De belangrijkste vraag - wat zou het voor ons betekenen - kunnen we nu al stellen.
David Shields, Reality Hunger
05/08/10 07:48 Denk aan: Woorden en citaten

Tegendraads advies
Listen carefully to first criticisms of your work. Note carefully just what it is about your work that the critics don't like - then cultivate it. That's the part of you work that's individual and worth keeping.
Over kunst
The tour guide said, 'Rothko is great because he forced artists who came after him to change how they thought about painting.' This is the single most useful definition of artistic greatness I've ever encountered.
Over verhalen
Suddenly everyone's tale is tellable, which seems to me a good thing, even if not everyone's story turns out to be fascinating or well told.
Shortly after 9/11, the Defense Department hired Renny Harlin, the writer-director of Die Hard 2, to game-plan potential doomsday scenarios; in other words, fiction got called to the official aid, reinforcement, and rescue of real life, as if real life weren't always fiction in the first place.
Over schrijven
The books that most interest me sit on a frontier between genres. On one level, they confront the real world directly; on another level, they mediate and shape the world, as novels do. The writer is there as a palpable presence on the page, brooding over his society, daydreaming it into being, working his own brand of linguistic magic on it. What I want is the real world, with all its hard edges, but the real world fully imagined and fully written, not merely reported.
One of the tricks in writing a personal essay is that you have to develop a dialogue between the parts of yourself that in a way corresponds to the conflict in fiction. You cop to various tendencies, and then you struggle with these tendencies.
It's by remaining faithful to the contingencies and peculiarities of your own experience and the vagaries of your own nature that you stand the greatest chance of conveying something universal.
In de Verenigde Staten is Reality Hunger een hit (nou ja, in bepaalde kringen dan) en discussiëren voor- en tegenstanders van dit Manifesto op hoog niveau. In Nederland schreef onder andere Bas Heijne erover in NRC Handelsblad, verschenen stukken in de Groene Amsterdammer (niet vrij toegankelijk online) en is er op verschillende blogs over te lezen. Ik vind het een absolute aanrader, niet omdat je het met Shields eens moet zijn, maar omdat hij een nieuwe visie geeft op de eenentwintigste eeuw en de kunst die daarbij hoort. Dat hij en passant de traditionele roman naar de schroothoop verwijst, vind ik helemaal niet erg.
Over de ernst als deugd
03/08/10 18:27 Denk aan: Leven

Niets zo erg als een gebrek aan humor. Vraag het aan datingsites (humor is belangrijker dan intelligentie of uiterlijk), reclamebureaus (zelfs waspoeders moeten met een kwinkslag aan de vrouw gebracht) en journaallezers (geinig bruggetje naar het weerbericht als statussymbool).
Ernst is op z'n best grappig.
Een grappig intermezzo tussen het lachen.
Ik doe daar ook aan mee, dat geef ik meteen toe. Ik gloei van binnen als iemand me humoristisch vindt, wat een compliment! Bij het presenteren voor Studium Generale kan mijn avond niet meer stuk als een volle zaal grinnikt om mijn ingestudeerde grapje. Maar ik stoor me wel aan de alomtegenwoordigheid van humor op alle mogelijke momenten en plekken, ook als de situatie niet om een lach of een relativerende opmerking vraagt. Niet alleen omdat de grappen vaak niet eens grappig zijn, maar ook omdat ernst soms gewoon fijn is.
Waarom is ernst zo in diskrediet geraakt? Terug naar Susan Sontag en Reborn. Zoals altijd las ik nadat ik het boek uit had wat recensies op internet. Het viel me op dat de ontvangst van Reborn (in vertaling: Herboren) heel wisselend was. De meeste besprekers vonden de dagboeken hysterisch, egocentrisch, en saai, wat op zich al een merkwaardige combinatie is. Anderen roemden juist Sontags invoelend vermogen, vonden haar twijfels ontroerend en haar abstracte zelfanalyses intelligent.
'De meeste besprekers' zijn in dit geval mannelijke recensenten, 'de anderen' vrouwelijke. Ik heb het vermoeden dat die grote verschillen tussen de waardering van mannelijke en vrouwelijke lezers iets te maken hebben met de 'seriousness' die Sontag beoefende als een deugd. Seriousness die mannelijke recensenten niet serieus nemen, maar afschieten met de predikaten 'hysterisch' en 'saai' - immers typisch vrouwelijke eigenschappen.
Zou het zo zijn dat het enorme ophemelen van humor iets mannelijks is? De onderzoeken die uitwijzen dat humor de belangrijkste eigenschap voor een partner is, melden vaak een verschil. Mannen willen namelijk een vrouw die kan lachen om hun grap, vrouwen willen door de man aan het lachen worden gemaakt.
Het is vrij zeker dat Susan Sontag niet om een willekeurige grap van een man zou lachen. Exit Sontag. Vrouwen kunnen zich denk ik beter verplaatsen in ernst opgevat als deugd. Nu weet ik ook heus wel dat dat niet altijd even prettig is, van die vrouwen die alles veel te serieus nemen en nooit eens iets kunnen afdoen met een flauwe grap - maar toch valt er iets te zeggen voor een herwaardering van de ernst, daar waar ernst op zijn plaats is.
Zomergasten: Maarten 't Hart en de eenzaamheid als deugd
02/08/10 18:54 Denk aan: Televisie

Eenzaamheid als deugd: daar zou best wat meer aandacht voor mogen zijn. Jezelf kunnen vermaken is een heel handige vaardigheid die ook prettig is voor je omgeving. Eenzamen in de betekenis van Maarten 't Hart zijn geen sociale plakkers (je kent ze wel). In dat opzicht is het vreemd dat die omgeving er vaak zo'n probleem van maakt als iemand gewoon met rust gelaten wil worden.
Er is een onderscheid te maken tussen de ongelukkige, luie of profiterende eenzamen, en zij die zich terugtrekken om iets te doen wat je nu eenmaal het beste in je eentje doet, zoals lezen. Het gekke is: anderen lijken vooral moeite te hebben met het laatste. Naar de sociale wrakken kijkt eigenlijk niemand om. Maar kinderen die de hele dag met de neus in de boeken zitten en zichzelf ontwikkelen, zoals 't Hart, die krijgen het zwaar te verduren. Misschien omdat 'de omgeving' niet wil aannemen dat je boeken kunt verkiezen boven echt contact met oninteressante mensen. Men voelt zich gekleineerd door een arrogante snotneus.
Misschien krijgen onsociale boekenwurmen het ook zwaar te verduren omdat men eigenlijk wel weet dat ze goed bezig zijn. Als Maarten 't Hart niet al van kinds af aan met een boekje in een hoekje was gaan zitten, was hij nooit de schrijver geworden die hij is. Soms is het nodig om voor jezelf te kiezen en anderen buiten te sluiten, wil je wat van je leven maken. Maar die anderen, die zich nooit af- en opsluiten, kunnen daardoor het gevoel krijgen dat zij niets van hun leven maken. (Dat hoeft niet zo te zijn, wees gerust.) In zo'n geval is het makkelijker om als sociale groep die eenkennige zonderling te vertellen dat hij... een eenkennige zonderling is.
Ik ben bij tijd en wijle ook een eenkennige zonderling (vroeger meer dan nu). Soms is het gebod van de sociale omgang een last. Daarom ben ik blij dat Maarten 't Hart bij Zomergasten liet zien dat eenkennige zonderlingen de leukste gasten kunnen zijn. Met een groot hart en een sterk gevoel voor anderen, die onrecht worden aangedaan (mens of dier). Onsociaal is niet hetzelfde als asociaal.
Morgen: het gebod van humor, en de ernst als deugd.
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
Vitaliteit en melancholie: over popmuziek
29/07/10 20:59 Denk aan: Muziek

Jammer dat hij steeds weer uitkwam bij de Beatles. Hij gaf zelf de reden, hoewel hij het zelf niet helemaal leek in te zien: je eerste aanraking door de geest van de popmuziek schept een kader waar je nooit meer van afkomt. Hij beschreef heel mooi hoe hij als kind van tien toevallig de Beatles op de radio hoorde. De energie die dat gaf - hij begon letterlijk op en neer te springen - heeft zijn relatie met popmuziek voor altijd gevormd. Als je die relativiteit van muziekbeleving eenmaal doorhebt - zeker als academicus - is het raar om de Beatles als een absoluut ijkpunt te blijven zien.
Over mijn eigen ijkpunt bestaat geen twijfel; dat was Smells Like Teen Spirit van Nirvana. De wereld en ik zijn nooit meer dezelfde geweest. Het eerste 'house'-nummer dat ik leuk vond was Don't You Want Me van Felix - maar ik ben altijd een alto geweest en eigenlijk ook gebleven. Bij mij zou het dus Nirvana zijn, die het kader voor mijn muzieksmaak heeft geschapen. Dat kan heel goed waar zijn, want ik hou nog steeds vooral van muziek met een rauw randje, beetje vals (maar niet op een vrouwenmanier), gitaren, en springpotentie. Als ik terugga in de tijd, kom ik niet uit bij de Beatles, maar bij The Doors, favoriet album: L.A. Woman. De laatste maanden op repeat: Brothers, 21e-eeuwse blues van The Black Keys.
Als het gaat om vitaliteit en melancholie heb je aan Nirvana een goeie. Die vitaliteit hoef ik denk ik niet uit te leggen, daar zijn de Beatles watjes bij. En aan de melancholie is ook niet te ontkomen (of zou het voor iemand die is opgegroeid in de jaren zestig minder evident zijn). Edwin van Meerkerk beschrijft in Sterven als Kurt Cobain (pdf) de nostalgie van Kurt Cobain - nostalgie naar een onbestaande tijd, nostalgie die nog meer dan de nostalgie van frontsoldaten gedoemd is om te slaan in depressiviteit.
Onlangs las ik De tragiek van de tragedie van Rotterdamse Studium Generale-collega Niels van Poecke. Ondertitel: 'Over Nietzsche, Wagner en bluesmuziek'. Via het denken van Nietzsche over het tragische, probeert hij de opkomst (en ondergang) van de blues te duiden. Zowel de muzikale vorm als tekstuele inhoud zijn in blues en tragedie belangrijk, ze sluiten een verbond om de toehoorder in vervoering te brengen, rationeel én emotioneel.
Nietzsche onderscheidt het 'Dionysische' en het 'Apollinische' in de tragedie, de principes van chaos en orde, ergens wel verwant met, juist, vitaliteit en melancholie. De chaotische energie van de roes, gesymboliseerd door Dionysos, onder andere god van de wijn, en de ordenende krachten van Apollo, werken beide in op de tragedie en de blues-als-tragedie. Een definitie die, via 'vitaliteit en melancholie', op popmuziek in het algemeen, misschien wel op alle kunst van toepassing is.
Niels van Poecke beschrijft ook hoe uiteindelijk de orde de chaos overwint. Nieuwe vormen, die eerst underground zijn (klinkt een beetje gek voor de tragedie, maar vooruit), worden in een soort proces van entropie mainstream. De essentie van de ene kunstvorm verdwijnt daarmee, maakt plaats voor weer nieuwe vormen. Het is mooi om deze bewegingen in een perspectief van tweeëneenhalfduizend jaar te zien. Dat is toch net iets langer dan die vermaledijde jaren zestig van de babyboomer, of de (eigenlijk vreselijke) jaren negentig van een alto. Vitaliteit en melancholie, Dionysos en Apollo: het kader verandert, maar de (gemoeds)beweging blijft.
Zomergasten: Jan Marijnissen en de explicateur
27/07/10 07:52 Denk aan: Televisie
Jan Marijnissen was de eerste Zomergast van dit seizoen, dat gepresenteerd wordt door Jelle Brandt Corstius. Er zal ongetwijfeld door anderen voldoende geschreven worden over de vermogens en onvermogens van zowel gast als presentator, daar ben ik niet voor nodig. (Volstaat te zeggen dat dit een van de weinige afleveringen is die ik helemaal af heb gekeken.) Ik ga liever wat verder in op een interessante rode draad die door de uitzending heen liep.
Meteen vanaf het begin sprak Marijnissen over zijn voorkeur voor explicateurs - iemand die de tijd neemt om dingen uit te leggen, zijn passie weet over te brengen en zo een brug bouwt tussen de kenner en het publiek. (Lees verder onder de video.)
Ik vind het een mooi streven om meer explicateurs aan het woord te laten. Dat sluit ook aan bij de doelstelling van Studium Generale: wetenschappers brengen hun kennis naar buiten voor een groot publiek en laten tegelijk (hopelijk) wat zien van hun persoonlijke drijfveren. Waarom doe je het werk dat je doet? Hoe kom je aan een passie voor het vak?
Iemand die ook zeker een explicateur genoemd kan worden, is Arjen Grolleman, de KinkFM-dj die begin dit jaar overleed. Bij het in memoriam stond een citaat van hem: 'Er is niets mooier dan mensen overtuigen van jouw muzieksmaak. Het is een roeping.' In een interview dat op 3VOOR12 is terug te luisteren vertelt hij hier ook over: de explicateur maakt zelf geen muziek of kunst, maar probeert zoveel mogelijk mensen voor die muziek en kunst te interesseren. Hoe veel voldoening en energie dat kan geven hoor je meteen, net als dat je het zag bij Marijnissen.
Een ander woord dat in dit verband een paar keer terugkwam in de Zomergastenuitzending was bemoediging. Wie bemoedigt je in je keuzes? Wie laat je zien welke kant je in je leven op wil? Een explicateur is als het goed is ook een bemoediger, hoewel niet elke bemoedigende persoon in je omgeving een explicateur is. Bemoediging kan zowel van iemand heel dichtbij komen (hopelijk je ouders) als van een bewonderd persoon die je niet zelf kent (zoals een publieke figuur die maatschappelijke verandering belichaamt).
Eerder schreef ik over rolmodellen (een favoriet Studium Generale-woord). Een explicateur is echter iets heel anders dan een rolmodel, hoewel ze beiden personen zijn die je jezelf als voorbeeld stelt. (Want gelukkig is het niet meer zo dat anderen dat voor ons doen.) Een rolmodel is een voorbeeld door zijn manier van leven. Mijn rolmodel kan jij slaapverwekkend en afschrikwekkend vinden. Een explicateur is dat echter voor iedereen: ze leert je meer over de wereld, over wat er in de breedte allemaal te ontdekken valt en over de (smallere) richting die je eigen interesses nemen. Maar ze kunnen zich natuurlijk ook in één mens verenigen. Ik zou wel een explicateur willen zijn, daarom zijn mijn rolmodellen dat ook.
Natuurlijk liep het uit op de vraag of Marijnissen zelf een explicateur is en natuurlijk volgde daarop het bevestigende antwoord. Ik vond het vooral mooi hoe Jelle Brandt Corstius meteen vroeg: 'Wat is een explicateur?' Daarmee bewees hij zijn presentatietalent. Want hij weet natuurlijk best wat een explicateur is - enigszins - maar begrijpt dat zijn publiek een explicatie nodig heeft. Het bewijst dat ook een explicateur een goede vragensteller nodig heeft.

_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
Meteen vanaf het begin sprak Marijnissen over zijn voorkeur voor explicateurs - iemand die de tijd neemt om dingen uit te leggen, zijn passie weet over te brengen en zo een brug bouwt tussen de kenner en het publiek. (Lees verder onder de video.)
Ik vind het een mooi streven om meer explicateurs aan het woord te laten. Dat sluit ook aan bij de doelstelling van Studium Generale: wetenschappers brengen hun kennis naar buiten voor een groot publiek en laten tegelijk (hopelijk) wat zien van hun persoonlijke drijfveren. Waarom doe je het werk dat je doet? Hoe kom je aan een passie voor het vak?
Iemand die ook zeker een explicateur genoemd kan worden, is Arjen Grolleman, de KinkFM-dj die begin dit jaar overleed. Bij het in memoriam stond een citaat van hem: 'Er is niets mooier dan mensen overtuigen van jouw muzieksmaak. Het is een roeping.' In een interview dat op 3VOOR12 is terug te luisteren vertelt hij hier ook over: de explicateur maakt zelf geen muziek of kunst, maar probeert zoveel mogelijk mensen voor die muziek en kunst te interesseren. Hoe veel voldoening en energie dat kan geven hoor je meteen, net als dat je het zag bij Marijnissen.
Een ander woord dat in dit verband een paar keer terugkwam in de Zomergastenuitzending was bemoediging. Wie bemoedigt je in je keuzes? Wie laat je zien welke kant je in je leven op wil? Een explicateur is als het goed is ook een bemoediger, hoewel niet elke bemoedigende persoon in je omgeving een explicateur is. Bemoediging kan zowel van iemand heel dichtbij komen (hopelijk je ouders) als van een bewonderd persoon die je niet zelf kent (zoals een publieke figuur die maatschappelijke verandering belichaamt).
Eerder schreef ik over rolmodellen (een favoriet Studium Generale-woord). Een explicateur is echter iets heel anders dan een rolmodel, hoewel ze beiden personen zijn die je jezelf als voorbeeld stelt. (Want gelukkig is het niet meer zo dat anderen dat voor ons doen.) Een rolmodel is een voorbeeld door zijn manier van leven. Mijn rolmodel kan jij slaapverwekkend en afschrikwekkend vinden. Een explicateur is dat echter voor iedereen: ze leert je meer over de wereld, over wat er in de breedte allemaal te ontdekken valt en over de (smallere) richting die je eigen interesses nemen. Maar ze kunnen zich natuurlijk ook in één mens verenigen. Ik zou wel een explicateur willen zijn, daarom zijn mijn rolmodellen dat ook.
Natuurlijk liep het uit op de vraag of Marijnissen zelf een explicateur is en natuurlijk volgde daarop het bevestigende antwoord. Ik vond het vooral mooi hoe Jelle Brandt Corstius meteen vroeg: 'Wat is een explicateur?' Daarmee bewees hij zijn presentatietalent. Want hij weet natuurlijk best wat een explicateur is - enigszins - maar begrijpt dat zijn publiek een explicatie nodig heeft. Het bewijst dat ook een explicateur een goede vragensteller nodig heeft.
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
Hoe overleef ik mijn eerste werkdag na de vakantie
26/07/10 07:38 Denk aan: Leven

- Maak een to do lijst van alle klussen die liggen te wachten, opgesteld in volgorde van belangrijkheid.
- Ga uitgebreid lunchen. Een overzichtelijke to do lijst geeft voldoening, daar moet je even van genieten.
- Draai de lijst om, zodat de minst belangrijke dingen bovenaan staan.
- Begin nu met het eerste punt. Daar heb je natuurlijk geen zin in, want je wil nooit datgene doen wat als eerste moet.
- Vooruit, doe dan maar iets wat een beetje naar onderen staat.
- (Niet vergeten om met een nieuwe pen een dikke streep te halen door de volbrachte taak.)
- Doe nog iets wat ergens onderaan de lijst bungelt, belangrijk is het toch niet.
- En nog iets.
- (Stel jezelf niet de vraag wát je hebt gedaan, je moet de betovering van het goede werk niet verbreken.)
Benchley schrijft: 'The psychological principle is this: anyone can do any amount of work, provided it isn’t the work he is supposed to be doing at the moment.' De truc is om welbewust werk- (dan wel studie-) ontwijkend gedrag te vertonen, maar de ontwijking nuttig te laten wezen. Toegegeven: hiervoor is wel een grote persoonlijke overtuigingskracht en een zeker talent voor zelfmisleiding voor nodig.
Ik kwam op het spoor van Robert Benchley via Denis Grozdanovitch en zijn boek De moeilijke kunst van het bijna-nietsdoen. Daarin haalt hij ook de negentiende-eeuwse schrijver Jerome K. Jerome aan, die iets vergelijkbaars zegt over luiaards:
'Er zijn heel wat luiwammesen en slome duikelaars, maar een authentieke luiaard is een zeldzaamheid. Het is niet iemand die met zijn handen in zijn zakken rondhangt. Integendeel, zijn meest opzienbarende kenmerk is dat hij altijd heel druk bezig is.
Het is onmogelijk intens van luieren te genieten als je niet een heleboel werk te doen hebt. Nietsdoen als je niets te doen hebt, is niet grappig. Je tijd verdoen is dan louter een bezigheid en een zeer vermoeiende bezigheid. Net als kussen is luiheid alleen dan zoet als ze gestolen wordt.'
Neem dus gerust nog een kop koffie, als je drie van de 368 e-mails hebt beantwoord.
Ik heb zelf alweer twee werkdagen achter de rug. Mijn eigen tips voor het overleven ná je vakantie: begin een paar dagen voordat je collega's terugkomen van vakantie. Wie heeft er nu werkelijk zin om op de eerste dag allerlei vakantieverhalen te moeten aanhoren of vertellen? Dat lijkt me een voorbeeld van 'je tijd verdoen' en 'een zeer vermoeiende bezigheid'.
Niet iedereen zal in de gelegenheid zijn om zoals ik een paar dagen helemaal alleen op kantoor door te brengen en in zalige rust aan een nieuw werkjaar te beginnen. Maar mijn andere tip kan iedereen opvolgen: begin halverwege de week, zodat het heel snel weer weekend is.
Dus: blijf vandaag nog maar even thuis.
Nieuwe boeken in het najaar
23/07/10 18:54 Denk aan: Literatuur

1. André Aciman - Witte nachten verschijnt al in augustus bij uitgeverij Anthos. Aciman schreef eerder Noem me bij jouw naam, een geweldige roman. Ik blogde hierover: 'Aciman beschrijft die vormen (van verliefdheid) zo nauwkeurig, laat alle nuances van verlangen, onzekerheid, seksuele opwinding, depressie en geluk zien, dat hij daar letterlijk een heel boek voor nodig heeft. Eigenlijk is het geen verhaal, maar een stemming, een wolk van gevoel die uit de bladzijden opstijgt, een prisma van verliefd-zijn. Een paar losse zinnen zullen maar één kleurnuance uit het spectrum tonen. Elke zin heeft de andere nodig, zoals elk verlangen het andere nodig heeft.' Lees verder bij Trefzeker herfstzonnetje. Ik kan niet wachten tot (deze week?) de drukproef op de mat ploft.
2. Jaap van Heerden - Fascinaties. Een intellectuele autobiografie. Verschijnt bij Prometheus in november. Jaap van Heerden is wetenschapsfilosoof en emeritus hoogleraar Algemene Psychologie. Hij schreef essays voor het AMC Magazine over psychologie, filosofie en literatuur. Dat moet wel interessant zijn.
Uit de catalogus: 'Zijn fascinaties vinden hun oorsprong in eenvoudige vragen. Waarom verontschuldigen mensen zich tegenover wildvreemden als zij op de verkeerde verdieping uit de lift stappen?' (Dit overkwam mij vandaag. Misschien dat het toeval van deze beschrijving, die overeenstemt met mijn persoonlijke verwondering in de lift, de enige reden is dat ik het boek wil lezen. Een betere reden heb je ook niet nodig, toch?) En verder: 'Strekt goddelijke genade zich ook uit tot buitenaardse wezens? Moeten we ons schuldig voelen aan de vervolging van de eerste christenen in het oude Rome, of kunnen we dat met een gerust hart aan de Italianen overlaten?'
3. Max Blecher - Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid. Uitgeverij L.J. Veen, november. Oorspronkelijk verschenen in 1936, de beste tijd voor een boek om te verschijnen. De catalogus belooft: 'Blechers werk werd vergeleken met dat van Franz Kafka, Bruno Schulz en André Breton en is in vele opzichten een voorloper van het existentialisme.' De vertaling is van Jan Mysjkin.
Max Blecher was Roemeen en hij werd maar 31 jaar. Op zijn negentiende kreeg hij ruggenmerg-tbc, en was hij veroordeeld tot een liggend leven (net als Marcel Proust, op latere leeftijd). Het boek verschijnt in de reeks L.J. Veen Klassiek. Ik hoop op een roman even mooi als Kornel Esti of even vreemd als Oliebol.
4. Peter Sloterdijk - Filosofische temperamenten. Bij Uitgeverij Boom in november. Ik wil al een tijdje iets van Sloterdijk lezen, maar de dikke pillen schrikken me af. Boom brengt dit najaar een ideaal boekje om mee te beginnen: 'Van Plato tot Foucault brengt Sloterdijk het leven van negentien denkers en de inhoud van hun werken op onverwachte en soms humoristische wijze met elkaar in verband. Daarbij presenteert hij deze denkers niet uitsluitend als leveranciers van ideeën en analyses, zoals gewoonlijk in historische overzichten van de filosofie gebeurt. Sloterdijk tracht de denkers in hun temperament te treffen: in de urgente problemen die ze aan de orde willen stellen, in de heftige conflicten die ze soms aangingen, en in de persoonlijke emoties die hun stijl van schrijven bijzonder maken.'
5. Bart Slijper - Onder de blauwe oneindigheid. De vriendschap tussen Willem Kloos en Jacques Perk. Verschijnt in november bij Bert Bakker. Bij het lezen van deze titel was ik opeens terug in mijn studententijd. De vriendschap tussen Willem Kloos en Jacques Perk: het absolute scharnierpunt van de Nederlandse poëzie, hoogst romantisch, studentikoos, overdreven, melancholisch, niet voor niets 'god in het diepst van mijn gedachten'.
Het is een dun boekje, 148 pagina's, en daarom kijk ik ernaar uit: ik verwacht een kort verhaal van alleen maar hoogtepunten. Niet een ellenlange beschrijving van alle koppen koffie en eierdoppen klare die de twee samen dronken en wat ze daarvoor betaalden in welk café op welke hoek van welke kruisende straten. Dat belooft de catalogus ook: 'Al snel na de kennismaking op 15 mei 1880 is hun relatie zo intens dat zij liefdesgedichten voor elkaar schrijven. Later wordt Kloos steeds veeleisender, totdat zijn vriend het niet meer volhoudt en in het voorjaar van 1881 het contact verbreekt.'
6. Ten slotte kijk ik natuurlijk uit naar de nieuwe Grunberg. Onze oom heb ik niet eens uitgelezen, toch blijft Grunberg de beste schrijver van Nederland en is het verschijnen van een nieuwe roman altijd een spannende gebeurtenis. Hoe vaak dat ook gebeurt (ongeveer elke twee jaar). Arnon Grunberg - Huid en haar verschijnt in oktober bij Nijgh en Van Ditmar. 'Een verhaal over pervers plezier, overspel, verboden liefde en machtsmisbruik, met de Amerikaanse en Nederlandse academische wereld en de stedelijke politiek van New York als decor.' Klinkt goed.
Objectieve gevolgen van subjectieve interpretaties
21/07/10 10:06 Denk aan: Filosofie

Een bekende sociologische uitspraak zegt: 'If men define situations as real, they are real in their consequences.' De situatie of context is op zichzelf niet een 'werkelijkheid'. En de manier waarop je de situatie ziet en interpreteert ook niet. Elk mens doet dat op zijn eigen, individuele manier. Maar je handelt wel naar die interpretatie en dat handelen is wél reëel. De niet-reële interpretatie heeft dus reële gevolgen. Om terug te komen op de herinneringen: ook al zijn ze niet echt, ze kunnen heel reële gevolgen hebben.
Ik kwam de uitspraak tegen in De ogen van de ander van Christien Brinkgreve. (Ondertitel: De sociale bronnen van zelfkennis.) Het is een sociaal-wetenschappelijk werk en geen filosofische exercitie, waardoor het me een beetje tegenviel. Maar het citaat hierboven had ik niet willen missen. De uitspraak staat bekend als het Thomas-theorema van W.I. Thomas (Brinkgreve schrijft W.F. Thomas), en stamt uit 1928. Het is een kernachtige formulering van de ondeelbaarheid van het echte en onechte.
De bekendste voorbeelden van het theorema hebben met economie te maken. Op Wikipedia is een grappig voorbeeld te vinden. 'The 1973 oil crisis resulted in the so-called "toilet paper panic." The rumour of an expected shortage of toilet paper - resulting from a decline in the importation of oil - caused people to stockpile supplies of toilet paper and this caused a shortage. This shortage, seeming to validate the rumour, is also an example of a self-fulfilling prophecy.'
De stelling is ook toe te passen op dagelijks leven, op wie je bent. Zoals bij herinneringen: de herinnering mag dan gebrekkig zijn of gebaseerd op een fictie, ze stuurt de keuzes die je maakt. Dat is niet erg, maar wel iets om je bewust van te zijn. Jouw interpretatie van de werkelijkheid is op zichzelf niet objectief, maar heeft wel 'objectieve' gevolgen. Dat is de eerste stap naar zelfrelativering en reflectie. En open communicatie met anderen. Brinkgreve: 'Als mensen van zichzelf en elkaar zien hoe hun cognities [dus hun definitie van een bepaalde situatie] over en weer zijn en hoe deze kunnen verschillen, kan dat schelen in misverstand en miscommunicatie, in vele arena's van het bestaan.'
Alles is perceptie, heet het ook wel eens. Ik ben echter geen aanhanger van het solipsisme, dat alleen wil uitgaan van wat bestaat in de waarneming en het bewustzijn van een individu. Juist de reële gevolgen van die waarneming en dat bewustzijn maken het leven interessant. In Chemische reacties schreef ik, naar aanleiding van het cliché dat een boek je leven kan veranderen: 'Een niet-bestaande wereld komt binnen in de mens, gaat een chemische reactie aan met alles wat in dat mens leeft aan opvattingen, herinneringen, wensen, dromen, en komt vervolgens weer naar buiten in handelingen, uitspraken, beslissingen - kortom een materieel veranderde wereld.'
Brinkgreve stipt ook kort aan dat dit een thema is in zowel wetenschap als literatuur. Op de literatuur gaat ze verder niet in. Terwijl dit nu juist is wat literatuur vermag: verhalen laten zien hoe een individuele interpretatie van een situatie die situatie verandert (liefst uit de hand laat lopen, anders is het niet boeiend). Is dat niet wat in tragedies gebeurt? Of in de romans van Thomas Rosenboom en Dostojevski? Dat zijn natuurlijk - fictieve - extremen. Maar let er eens op in je eigen leven: welke definitie plak jij op een situatie, en welke reële gevolgen heeft die definitie dan? En welke definitie geven anderen van hetzelfde?
Over herinneringen
19/07/10 12:13 Denk aan: Filosofie
1. In Kopenhagen ging ik naar het allereerste adres waar ik ooit woonde: Finsensvej 10C. Ik ben er niet geboren, dat gebeurde in het ziekenhuis om de hoek, en heb er maar twee jaar gewoond. Ik herinnerde me dan ook helemaal niets van de straat of de omgeving. Jaren geleden ging ik met mijn moeder naar het tweede adres, daar vlakbij. Ook daar woonden we maar twee jaar. Daar wist ik nog heel veel van. Ik liep rond op het appartementencomplex en wees: hier om de hoek is een speeltuin met een dichte glijbaan, daar verderop de kleuterschool. Dat kan ik nu niet meer. Ik herinner me niet meer wat ik als vierjarige meemaakte, maar ik herinner mijn herinnering van toen ik er later terugkwam.
2. Iedereen zal zich wel eens hebben afgevraagd: herinner ik me wat er gebeurd is of de foto's die ervan bestaan? (Een heel andere vraag is: herinner ik me een echte gebeurtenis, of was het een droom?) Was ik wel eens over de brug tussen Funen en Seeland gereden? vroeg iemand me. Ik wist het niet meer. Ik zag de brug voor me, maar dat kon net zo goed een tv-beeld zijn. Google leert dat de brug in 1998 voltooid is, dus ik moet er zeker overheen zijn gereden, voor het laatst in 2001. Misschien herinner ik het me, misschien ook niet. Voor sommige reizigers is het reden genoeg om geen foto's meer te maken. Ik deed in Kopenhagen het omgekeerde: mijn foto's zijn snapshots van gedachten die ik me wil herinneren. Zoals het bejaarde stel dat in de trein van 12.39 naar Humlebaek flessen Tuborg dronk. Dat is in Denemarken niet een uitzonderlijk plaatje, maar een alledaags moment.
3. In haar dagboek (Reborn) noteert Susan Sontag een paginalange lijst van details uit haar herinnering. Details uit haar kindertijd, uitspraken van familieleden, gelezen boeken, namen van klasgenoten, etenswaren, 'Deciding about God'. Er is geen samenhang, geen chronologie, geen uitleg. De naakte feiten.
4. Siri Hustvedt vertelt in The Shaking Woman over een methode die ze gebruikt om het geheugen op gang te brengen bij geestelijk gestoorden die ze schrijfles geeft. Begin gewoon met een vel papier en schrijf op: I remember… De rest volgt vanzelf, in een 'ketting van associaties'. Door het opschrijven (met de hand), gebeurt het ook: 'Ik herinner me…' zet de herinnering in gang. Het is een memory machine. Hustvedt beschrijft een patiënt met geheugenverlies, die door te schrijven zijn herinneringen terugkreeg. 'The talking Neil had amnesia. Neil's writing hand did not.'
5. Hoe weet je of wat je opschrijft, ook niet een tweedehands herinnering is? Doet die vraag er wel toe? Is niet alle herinnering een constructie, een verhaal? Susan Sontag doet alsof ze een boekhoudkundig rapport van haar jeugd geeft, geheel objectief en waarheidsgetrouw. Eigenlijk had ze overal 'I remember' voor moeten zetten. Die contextuering maakt wat volgt tot een verhaal. David Shields schrijft in Reality Hunger dat zich herinneren eigenlijk hetzelfde is als fictie schrijven. Of beter gezegd: de grens tussen feit en fictie is blurry tot non-existent. Feiten zijn altijd een constructie of interpretatie, en fictie is altijd gebaseerd op de werkelijkheid. 'Did this happen? Yes. Did this happen in this way? The answer to that, if you're a grown-up, is "Not necessarily."'
6. Als je je iets herinnert van vroeger, toen je klein was, zie je jezelf dan van buiten of van binnen? Ik zie mezelf altijd van buiten, van een paar meter afstand (hoewel ik mezelf natuurlijk in werkelijkheid natuurlijk nog nooit van buiten heb gezien). Herinnering is nooit een directe herbeleving van het herinnerde moment. Je gaat als het ware op reis terug in de tijd, en je tegenwoordige oudere zelf is aanwezig bij het kind dat je was. De herinnering deelt je in tweeën. (Behalve de mémoire involontaire van Marcel Proust. Maar ook die onvrijwillige herinnering moet door het bewustzijn en de reflectie gaan, wil ze betekenis krijgen.)
7. In Kopenhagen las ik wat in Stadia op de levensweg, van een van de beroemdste Kopenhagenaars aller tijden: Søren Kierkegaard. Het boek begint met een mijmering over het verschil tussen geheugen en herinnering. Reflectie, waarbij je je opdeelt in tweeën om van een afstand naar jezelf te kijken, is het kenmerk van herinnering (en een van de hoogste waarden waar Kierkegaard altijd op uit komt). Feitenlijstjes representeren het geheugen, ze worden neergepend zonder reflectie. Door jezelf tot subject te maken - 'I remember' - stap je van het geheugen over op de herinnering.
8. Een ander kenmerk van herinnering volgens Kierkegaard, is dat ze het beste gedijt bij contrastwerking. (Wie heeft niet een keer een gelukkig ogenblik verstoord zien worden door de herinnering aan ongeluk.) 'Wanneer het geheugen steeds weer wordt opgefrist, verrijkt het de ziel met een massa details, die de herinnering verstrooien.' (Het gaat dus eerder om een verarming dan een verrijking.) Stom idee dus om naar mijn geboortestad af te reizen? Ach, van de Finsensvej herinnerde ik me toch al niets meer. En nu kan ik af en toe terugdenken aan het saluut dat die twee bejaarden in de trein leken te geven aan het leven, of aan hun beroemde stadsgenoot.


3. In haar dagboek (Reborn) noteert Susan Sontag een paginalange lijst van details uit haar herinnering. Details uit haar kindertijd, uitspraken van familieleden, gelezen boeken, namen van klasgenoten, etenswaren, 'Deciding about God'. Er is geen samenhang, geen chronologie, geen uitleg. De naakte feiten.
4. Siri Hustvedt vertelt in The Shaking Woman over een methode die ze gebruikt om het geheugen op gang te brengen bij geestelijk gestoorden die ze schrijfles geeft. Begin gewoon met een vel papier en schrijf op: I remember… De rest volgt vanzelf, in een 'ketting van associaties'. Door het opschrijven (met de hand), gebeurt het ook: 'Ik herinner me…' zet de herinnering in gang. Het is een memory machine. Hustvedt beschrijft een patiënt met geheugenverlies, die door te schrijven zijn herinneringen terugkreeg. 'The talking Neil had amnesia. Neil's writing hand did not.'
5. Hoe weet je of wat je opschrijft, ook niet een tweedehands herinnering is? Doet die vraag er wel toe? Is niet alle herinnering een constructie, een verhaal? Susan Sontag doet alsof ze een boekhoudkundig rapport van haar jeugd geeft, geheel objectief en waarheidsgetrouw. Eigenlijk had ze overal 'I remember' voor moeten zetten. Die contextuering maakt wat volgt tot een verhaal. David Shields schrijft in Reality Hunger dat zich herinneren eigenlijk hetzelfde is als fictie schrijven. Of beter gezegd: de grens tussen feit en fictie is blurry tot non-existent. Feiten zijn altijd een constructie of interpretatie, en fictie is altijd gebaseerd op de werkelijkheid. 'Did this happen? Yes. Did this happen in this way? The answer to that, if you're a grown-up, is "Not necessarily."'
6. Als je je iets herinnert van vroeger, toen je klein was, zie je jezelf dan van buiten of van binnen? Ik zie mezelf altijd van buiten, van een paar meter afstand (hoewel ik mezelf natuurlijk in werkelijkheid natuurlijk nog nooit van buiten heb gezien). Herinnering is nooit een directe herbeleving van het herinnerde moment. Je gaat als het ware op reis terug in de tijd, en je tegenwoordige oudere zelf is aanwezig bij het kind dat je was. De herinnering deelt je in tweeën. (Behalve de mémoire involontaire van Marcel Proust. Maar ook die onvrijwillige herinnering moet door het bewustzijn en de reflectie gaan, wil ze betekenis krijgen.)
7. In Kopenhagen las ik wat in Stadia op de levensweg, van een van de beroemdste Kopenhagenaars aller tijden: Søren Kierkegaard. Het boek begint met een mijmering over het verschil tussen geheugen en herinnering. Reflectie, waarbij je je opdeelt in tweeën om van een afstand naar jezelf te kijken, is het kenmerk van herinnering (en een van de hoogste waarden waar Kierkegaard altijd op uit komt). Feitenlijstjes representeren het geheugen, ze worden neergepend zonder reflectie. Door jezelf tot subject te maken - 'I remember' - stap je van het geheugen over op de herinnering.

Jarig weblog: op naar de volgende twee jaar!
12/07/10 14:00 Denk aan: Schrijven

De laatste maanden ben ik aan het nadenken welke kant ik met mijn blog op wil. Na twee jaar stukkies typen, is het tijd om er meer richting aan te geven. Wat voor richting? Dat is te zien in de titel die in je internetbrowser staat: Miriam… blogt - Filosofie en literatuur voor het leven.
In alle stukken die ik lees over bloggen, staat het opnieuw: je moet je specialiseren, één onderwerp kiezen, de niche vinden waar je expert in bent of kunt worden. Voor mij is dat: een persoonlijke omgang met literatuur en filosofie. De zoektocht naar zelfkennis en levenskunst, via het boek. Dat is geen hobby, maar noodzaak.
Betekent dat dat er minder kattenblogjes en feeststukkies zullen komen? Ja. De toekomst van het bloggen ligt bij kennisoverdracht. Weliswaar in een persoonlijke, individuele stijl - het is 'kennis uit de eerste persoon', opgeschreven van mij naar jou en soms weer van jou naar mij terug - maar met een algemene waarde die boven het particuliere uitstijgt.
Schrijven is een manier om sluimerende ideeën onder woorden te brengen en vorm te geven. Ook herken je patronen die in de loop van de tijd ontstaan - patronen die zonder het schrijven zouden wegzinken in de vergetelheid. Of zelfs niet zouden bestaan.
Susan Sontag schrijft in Reborn, de uitgave van haar vroege dagboeken: 'Superficial to understand the journal as just a receptacle for one's private, secret thoughts - like a confidante who is deaf, dumb, and illiterate. In the journal I do not just express myself more openly than I could to any person; I create myself.
The journal is a vehicle for my sense of selfhood. It represents me as emotionally and spiritually independent. Therefore (alas) it does not simply record my actual, daily life but rather - in many cases - offers an alternative to it.' (31 december 1957)
Dat vind ik mooi (en ik zou dus niet zeggen: 'alas'!). Schrijven is niet registreren, maar creëren. Soms lijkt het alsof je gewoon onder woorden brengt wat er al is, in je gedachten, in de wereld, in boeken. Maar dat is niet hoe het werkt: tijdens het schrijven ontdek je dingen, belangrijke dingen. Dingen die je gedachten en de wereld vormgeven. Met een variatie op Sartre ('de existentie gaat vooraf aan de essentie') zou ik willen zeggen: 'Het schrijven gaat vooraf aan het beschrevene.'
Er zijn online natuurlijk enorm veel nuttige blogtips te vinden. Mijn drie blogvoornemens voor de komende twee jaar, geïnspireerd op recente artikelen:
1. 'Zoek uit hoe je de onderwerpen waarin je de meeste expertise hebt te gelde kunt maken en schrijf er een ‘asset’-verhaal over.' Uit: Schrijf artikelen die over jaren nog worden gelezen!
2. 'Concrete tips met een optimistische toon (Zo kan het ook!).' Uit: Bepaal het speelveld, win de wedstrijd
3. Mik op het hoogste, er zijn al genoeg mensen die gaan voor doorsnee. Zie: Een onrealistisch doel is de sleutel tot blogsucces
Mijn onrealistische doel: Verbeter de wereld, begin bij je blog.
Bij mijn eerste verjaardag stelde ik een 'declaration of bloggyness' op: 10 keer over een jarig weblog. Met de tien punten ben ik het grotendeels nog eens. Alleen weet ik niet wat ik van de commentfunctie moet denken. Ik heb het gevoel dat het einde van de comments op blogs in zicht is. De reacties zijn te versnipperd: mensen reageren via allerlei kanalen (twitter, facebook, e-mail). Ik ben natuurlijk blij met elke reactie die er komt, laat dat gezegd zijn.
PS: lees ook nog even mijn recensie van Bloghelden: Petite histoire van de Nederlandse blogosfeer
Drie luie, zomerse citaten
09/07/10 16:00 Denk aan: Woorden en citaten
'”Het schijnt dat sommigen veel bevrediging uit werken krijgen," zegt Wang Yaocun, softcore kluizenaar. "Maar persoonlijk hou ik helemaal niet van moe worden."'
In De Groene Amsterdammer, 8 juli 2010 (een mooi verhaal over taoïsme in het hedendaagse China).
'Ik zie mensen graag niets doen met grote resultaten. Dat zijn de mensen die aan het oogsten zijn. Hun nietsdoen is het kersje op de taart van hard werken. Dat nietsdoen is trouwens niet alleen de laatste, maar ook de moeilijkste stap, al oogt hij niet zo.'
Martin Simek in De Groene Amsterdammer, 8 juli 2010
‘Het hele idee van gemakkelijk leven is volslagen absurd. De werkelijkheid van alledag geeft een tegengestelde beweging, namelijk dat het leven moeilijk is.’
Jeffrey Wijnberg, Dat moet ik nog een plekje geven en andere psychologische onzin, geciteerd in de Volkskrant 3 juli 2010

In De Groene Amsterdammer, 8 juli 2010 (een mooi verhaal over taoïsme in het hedendaagse China).
'Ik zie mensen graag niets doen met grote resultaten. Dat zijn de mensen die aan het oogsten zijn. Hun nietsdoen is het kersje op de taart van hard werken. Dat nietsdoen is trouwens niet alleen de laatste, maar ook de moeilijkste stap, al oogt hij niet zo.'
Martin Simek in De Groene Amsterdammer, 8 juli 2010
‘Het hele idee van gemakkelijk leven is volslagen absurd. De werkelijkheid van alledag geeft een tegengestelde beweging, namelijk dat het leven moeilijk is.’
Jeffrey Wijnberg, Dat moet ik nog een plekje geven en andere psychologische onzin, geciteerd in de Volkskrant 3 juli 2010
Leestips voor een zomer met een filosofisch tintje
07/07/10 13:04 Denk aan: Filosofie

1. Alain de Botton - De kunst van het reizen
Het ultieme vakantieboek. Waarom gaan mensen op reis? Steeds meer en steeds verder? Hoe zorg je ervoor dat je het vakantiegevoel langer vasthoudt? Het mooist vind ik het hoofdstuk over het vastleggen van herinneringen en details. Hoe? Door te tekenen. Al tijdens het lezen van dit boek, zul je je vakantie anders beleven, dat garandeer ik. Met plaatjes! (10 euro)
2. Ryszard Kapuscinski - Ebbenhout
Het ultieme boek over Afrika. Afrika? Ja, zelfs al mocht je niets hebben met Afrika dan is dit boek een aanrader, omdat het je beeld van Afrika voorgoed verandert. Ik ken tientallen mensen die met tegenzin aan dit boek begonnen en het vervolgens aan hun hele vriendenkring cadeau hebben gedaan. Ik was er zelf één van. Kapuscinski is de journalist met negen levens. Hoe overleef je de Sahara, een staatsgreep en vuistgrote kakkerlakken, en dat allemaal op één dag? Hij leert het je.
3. Montaigne - Essays
Alle essays bij elkaar maken een baksteen van een boek. Maar kies er een paar uit (sommige zijn maar twee bladzijden lang) en geniet van de humor en scherpte van Montaigne. Wedden dat je daarna wenst dat je hem zou kunnen ontmoeten, om met hem te proosten en met hem onder de sterrenhemel verder te praten? Er zijn kleine, thematische bundeltjes verschenen van een aantal essays, over toeval, het uiterlijk, de liefde en de vriendschap. Het leukst is natuurlijk om uit de baksteen je eigen selectie te maken. Over droefgeestigheid, kannibalen en een gedrochtelijk kind.
4. Nietzsche - Schopenhauer als opvoeder
Hier heb ik al vaker over geschreven. In negentig (leesbare!) pagina's zet Nietzsche je op scherp. Het stuk is een zelfhulpboek avant-la-lettre. Zonder de open deuren, stijlfouten en tenenkrommende bekentenissen van de populair-psychologische esoterie die vandaag de dag de wereld overstelpt. Mét opdrachten, tips en aforismen die je gedachten doen rillen van zelfbewustzijn. Onderdeel van de Oneigentijdse beschouwingen.
5. Kierkegaard - De ongelukkigste
Doe mij een plezier en lees eens iets van Søren Kierkegaard, de Deense filosoof en vader van het existentialisme. Bijvoorbeeld een stuk uit Of/of: 'De ongelukkigste'. Niet het vrolijkste stuk (twaalf pagina's ellende), maar wel huiveringwekkend mooi: 'Zoals bekend moet ergens in Engeland een graf zijn, dat zich niet onderscheidt door een prachtig monument of een weemoedig stemmende omgeving, maar door een korte inscriptie - "de ongelukkigste". Naar verluidt heeft men het graf geopend, maar geen spoor gevonden van een lijk.'
6. Rob Wijnberg - Boeiuh
Behoefte aan iets actuelers? Als je Boeiuh nog niet gelezen hebt, moet je dat zeker doen. Rob Wijnberg schrijft in dit pamflet over zijn eigen generatie (ook nog net de mijne, denk ik). Op een betrokken en persoonlijke manier. Ik ben het niet overal mee eens, maar dat zet juist aan het denken. Van Temptation Island tot wetenschap en filosofie, en van de Amsterdamse uitgaansscène tot information overlaad.
7. Marjolijn Februari, Roel Bentz van den Berg
De twee beste essayisten van Nederland (in my humble opinion) wil ik ook nog noemen. Wil je eens een keer een essay lezen, kies er een van Februari of Bentz van den Berg. De kunst van het essayschrijven beheersen ze tot in de puntjes: ze zijn persoonlijk maar stijgen boven zichzelf uit, ze zijn stellig in hun twijfel, ze schrijven kraakhelder en met humor, ze kruipen onder je huid zonder dat je het door hebt. En ideaal voor de vakantie: je kunt af en toe een hapje nemen en daarna weer verder razen door het een of andere spannende boek. Ik denk dat ik wel weet wat blijft hangen.
Revolutie in het hoofd II
06/07/10 12:09 Denk aan: Leven

Twee dingen zijn belangrijk. Allereerst het verschil tussen materiële groei en immateriële verandering. Als het draait om materiële zaken, ga ik liever achteruit dan vooruit. Dat is tegenwoordig een onhandige eigenschap. Voor de meeste mensen staat vooruitgang of groei nu eenmaal gelijk aan 'meer bezit'. Ik heb een afwasmachine en een droger, maar leef op gespannen voet met beide apparaten. Als ik het heb over mijn (hypothetische) kluizenaarsgrot, waar ik een wortel word, heb ik het niet zozeer over geestelijke verlichting, maar om afzien. Afzien van al die goederen en gemakken waarmee we ons omringen. Back to basics, afzien in de fysieke zin. (Mijn Macbook en iPhone moeten natuurlijk wel mee.)
Aan de andere kant gaat het natuurlijk óók om het geestelijke afzien. De onderliggende aanname is dat het leven in een grot ongekende psychische concentratie met zich meebrengt. Concentratie die als een pijl naar de diepte schiet, in plaats van als een windvaan te fladderen.
Dat is het tweede: zoeken naar verandering betekent niet zoeken naar steeds weer een nieuwe kick. Het verzamelen van allerlei kicks lijkt wel op het verzamelen van steeds meer bezit en is bijna een materialistisch streven geworden. Groots en meeslepend leven is bedacht door arme kunstenaars, niet door tweeverdieners met drie buitenlandse reizen per jaar. Ook hier ga ik liever achteruit dan vooruit, en ook dit is een oneigentijdse eigenschap.
Nietzsche spreekt van het productieve dat aanstotelijk is. Ik denk dat aanstotelijk begrepen moet worden als iets uitzonderlijks, dat niet vaak voorkomt, niet vaak voor kán komen. Iets wat veel inspanning kost, maar met weinig middelen. Iets wat in de breedte niet veel voorstelt, maar grondvesten doet schudden. Is het meest aanstotelijke in deze tijd niet veel doen met weinig middelen? Juist omdat het streven van de meeste mensen is om weinig te doen met veel middelen?
Dit is allemaal erg abstract. Hoe doe je veel met weinig? Daar komt de concentratie weer om de hoek kijken. Het beeld van de windvaan leende ik van Peter Bieri. Hij beschrijft een geconcentreerde vorm van kiezen tussen een veelheid aan opties, door op een cognitieve wijze verschillende mogelijkheden tegen elkaar af te wegen. Nu denk ik dat dit niet alleen cognitief gebeurt of moet gebeuren. Juist emotie (of intuïtie) kan je de weg wijzen naar de goede keuze. Of een revolutie in het hoofd, teweeggebracht door een verhaal dat het leven verandert, muziek die de Grote Onrust wakker maakt, kunst die je ratio doet wankelen.
Een andere vorm van concentratie komt van Malcolm Gladwell. Wil je ergens goed in worden, dan moet je aan deliberate practice doen, gerichte oefening. En wil oefening gericht zijn, dan kan ze maar een klein gebied beslaan. Deliberate practice is als de pijl die een smalle gang boort naar de allerdiepste lagen. De pijl maakt geen groot gat aan de oppervlakte, maar kan wel een tunnel boren die de oppervlakte op den duur laat instorten. Eerst een revolutie, dan een evolutie. Die op haar beurt een volgende revolutie in gang kan zetten.
Ik vind van mezelf dat niet zo veel verlang, omdat ik een gezonde afkeer heb van materiële rijkdom. Niet iedereen is het daarin met me eens, ik ben vaak genoeg veeleisend genoemd. En dat is ook waar. Ik ben veeleisend in het primitieve. Niet verzamelen, maar begrijpen. Zo veel mogelijk doen met zo weinig mogelijk middelen.
Revolutie in het hoofd I
05/07/10 13:03 Denk aan: Leven
Hoe kom je erachter wat belangrijk voor je is? Misschien wel door opmerkzaam te zijn op herhaling. Steeds weer kom je op dezelfde conclusie uit, ook al gaat het om verschillende onderwerpen. In de loop van dit blog blijkt het vaak over stilstand versus verandering te gaan. En over focus versus ontwikkeling.
Eerst maar eens die verandering en ontwikkeling. Beeldende kunst moet gevolgen hebben in de wereld, aldus de kunstcriticus (Art: de kunst van het richten). Of beter gezegd: de kunstenaar moet ernaar streven de wereld te veranderen, kunst maken die gevolgen zou kunnen hebben in de wereld. Al is het maar bij één toeschouwer. Daar ben ik het helemaal mee eens.
Karl Marx riep ook de filosofie op tot verandering: ’Filosofen hebben de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd; het komt er op aan haar te veranderen.’ Marx lijkt te ageren tegen de stoffige studeerkamerfilosofen die alleen maar praten en schrijven over de wereld, zonder haar ooit te betreden en dus zonder haar echt te kennen.
Ook in de literatuur gaat wat mij betreft dit criterium op. Om het met Hans Goedkoop te zeggen: een verhaal moet het leven veranderen. Al is het maar van één lezer. Dat is misschien niet de wereldse revolutie die Marx verlangde, maar wel een revolutie in het hoofd. Een verhaal dat het leven verandert, biedt voornamelijk een interpretatie van de wereld. Een interpretatie die bij de lezer een verandering in gang zet, waar andere interpretaties dat niet doen.
Hetzelfde geldt ook voor muziek. Muziek biedt misschien geen rationele interpretatie van de wereld, maar kan en móet het leven evenzeer veranderen als een verhaal. Wie heeft niet via bepaalde muziek een deel van zijn identiteit ontdekt (en geschapen)? De lente dat ik The Doors leerde kennen - de lente die volgde op de winter van Nirvana's Nevermind - bepaalt nog steeds wie ik ben. De Grote Onrust, de drang naar verandering die nooit ophoudt, is daar ontkiemd. Muziek draagt de belofte van de Grote Mogelijkheden, laat je deelnemen aan een groots en meeslepend leven - ook al is het dinsdagochtend half negen en ben je op weg naar weer een dag op kantoor.
Ik denk weer aan Nietzsche: 'Wat valt hier nu eigenlijk zo algemeen in de smaak? Vooral een negatieve eigenschap: het ontbreken van alles wat aanstoot zou kunnen geven - aanstotelijk echter is al het waarlijk productieve.' Kunst die gevolgen heeft is aanstotelijke kunst. Niet in de zin van walgelijk of alleen gemaakt om te schoppen, maar in de zin van de revolutie in het hoofd.
Verandering is het streven van kunst, literatuur, muziek, filosofie. En van mij als toeschouwer, lezer, luisteraar. Ik verlang van het kunstwerk, boek, liedje dat het mij verandert. Als ontwikkeling het doel is dat ik stel voor mijn eigen, innerlijke leven, wat betekent dat dan voor mijn eigen streven in de buitenwereld, het externe leven? Moet ook ik iets maken, produceren, om de wereld te veranderen? Misschien is dat wel mijn bedoeling met dit blog. Vooralsnog vind ik het vooral leuk om verslag te doen van de revoluties in mijn hoofd, in de stille hoop dat die een kleine opstand bij anderen teweegbrengen.
Morgen meer over de andere kant van de zaak: focus en stilstand.

Eerst maar eens die verandering en ontwikkeling. Beeldende kunst moet gevolgen hebben in de wereld, aldus de kunstcriticus (Art: de kunst van het richten). Of beter gezegd: de kunstenaar moet ernaar streven de wereld te veranderen, kunst maken die gevolgen zou kunnen hebben in de wereld. Al is het maar bij één toeschouwer. Daar ben ik het helemaal mee eens.
Karl Marx riep ook de filosofie op tot verandering: ’Filosofen hebben de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd; het komt er op aan haar te veranderen.’ Marx lijkt te ageren tegen de stoffige studeerkamerfilosofen die alleen maar praten en schrijven over de wereld, zonder haar ooit te betreden en dus zonder haar echt te kennen.
Ook in de literatuur gaat wat mij betreft dit criterium op. Om het met Hans Goedkoop te zeggen: een verhaal moet het leven veranderen. Al is het maar van één lezer. Dat is misschien niet de wereldse revolutie die Marx verlangde, maar wel een revolutie in het hoofd. Een verhaal dat het leven verandert, biedt voornamelijk een interpretatie van de wereld. Een interpretatie die bij de lezer een verandering in gang zet, waar andere interpretaties dat niet doen.
Hetzelfde geldt ook voor muziek. Muziek biedt misschien geen rationele interpretatie van de wereld, maar kan en móet het leven evenzeer veranderen als een verhaal. Wie heeft niet via bepaalde muziek een deel van zijn identiteit ontdekt (en geschapen)? De lente dat ik The Doors leerde kennen - de lente die volgde op de winter van Nirvana's Nevermind - bepaalt nog steeds wie ik ben. De Grote Onrust, de drang naar verandering die nooit ophoudt, is daar ontkiemd. Muziek draagt de belofte van de Grote Mogelijkheden, laat je deelnemen aan een groots en meeslepend leven - ook al is het dinsdagochtend half negen en ben je op weg naar weer een dag op kantoor.
Ik denk weer aan Nietzsche: 'Wat valt hier nu eigenlijk zo algemeen in de smaak? Vooral een negatieve eigenschap: het ontbreken van alles wat aanstoot zou kunnen geven - aanstotelijk echter is al het waarlijk productieve.' Kunst die gevolgen heeft is aanstotelijke kunst. Niet in de zin van walgelijk of alleen gemaakt om te schoppen, maar in de zin van de revolutie in het hoofd.
Verandering is het streven van kunst, literatuur, muziek, filosofie. En van mij als toeschouwer, lezer, luisteraar. Ik verlang van het kunstwerk, boek, liedje dat het mij verandert. Als ontwikkeling het doel is dat ik stel voor mijn eigen, innerlijke leven, wat betekent dat dan voor mijn eigen streven in de buitenwereld, het externe leven? Moet ook ik iets maken, produceren, om de wereld te veranderen? Misschien is dat wel mijn bedoeling met dit blog. Vooralsnog vind ik het vooral leuk om verslag te doen van de revoluties in mijn hoofd, in de stille hoop dat die een kleine opstand bij anderen teweegbrengen.
Morgen meer over de andere kant van de zaak: focus en stilstand.
Wens
04/07/10 18:18 Denk aan: Leven
In de wachtkamer stond een boom van spaanplaat. Aan de gefiguurzaagde takken hingen kaartjes. ‘Ik wens het ziekenhuis toe…’ stond erop gedrukt. Ik ging zitten en las de aanvullingen op de stippellijntjes. ‘Meer geld voor de zorg!’ ‘Dat dokter De Vries heel lang mag blijven.’
Op de onderste tak hing een kaartje waarop iemand in zakelijk handschrift had geschreven: ‘Meer poëzie voor patiënten, medewerkers en bezoekers.’ Een onverwachte wens; het ziekenhuis is niet de meest poëtische plek die je je kunt voorstellen. Wie zou het geschreven hebben? Vast geen medewerker, die hebben geen tijd om wenskaartjes aan een boom te hangen. Er zaten twaalf mensen in kuipstoeltjes te wachten op hun beurt om bloed te laten prikken. Het digitale systeem was kapot en de verplegers moesten zelf de nummers door de wachtkamer roepen. Ze zagen er verhit uit. Hoeveel minuten kregen ze per nummertje?
Was het dan een patiënt geweest? Iemand die in plaats van een tijdschrift door te bladeren een kaartje had gepakt om zijn wens op te schrijven? Nee, patiënten hadden wel iets anders aan hun hoofd dan gedichten. Het vooruitzicht van de naald leidt niet direct tot lyrische beschouwingen. Het was vast een bezoeker geweest, die het ziekenhuis beschouwde als een oponthoud in zijn gezonde leven, een kille plek die wel wat schoonheid kon gebruiken.
Ik keek nog eens om me heen. Wat heb je aan poëzie in een ziekenhuis? Mijn wens zou zijn: een oplaadpunt voor de OV-chipkaart. Daar was weinig poëtisch aan. Ik wilde net een kaart pakken toen mijn nummer omgeroepen werd.
Met mijn mouw opgestroopt zat ik in de doktersstoel. Naast me stond een rieten mandje waarin buisjes met mijn naam erop klaar lagen. De verpleegster bette de binnenkant van mijn elleboog, snoerde een riem om mijn bovenarm. ‘Maak maar een vuist.’ Ze pakte de naald. Ik keek weg.
‘Ik heb eb.’ De zin stond op een poster die met punaises aan de muur tegenover me was geprikt. ‘Doet dat zeer?’ De verpleegster verwisselende het buisje aan de naald, ze moest er vijf vullen. ‘Nee, zegt de zee / de zee heeft geen zeer.’ Vanonder een watje werd de naald weer uit mijn arm getrokken. ‘Klaar!’ Ik glimlachte.
In de wachtkamer zaten nog steeds tien, twaalf mensen. Dezelfden, misschien anderen. Ze spoelden hier aan en trokken weer weg, een klein beetje lichter gemaakt. De buisjes met bloed bleven in lange rijen achter, gekoeld, niet kil.
Op weg naar buiten keek ik nogmaals naar het kaartje op de onderste tak van de spaanplaten boom. ‘Meer poëzie voor patiënten, medewerkers en bezoekers.’ Daaronder stond nog iets wat ik eerder niet had opgemerkt: ‘Z.O.Z.’ Ik draaide het kaartje niet om. Dat was niet meer nodig.
Column voor More, zie www.thomasmore.nl
Het gedicht is van Frank Eerhart (‘ik zie de zee’)

_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
Op de onderste tak hing een kaartje waarop iemand in zakelijk handschrift had geschreven: ‘Meer poëzie voor patiënten, medewerkers en bezoekers.’ Een onverwachte wens; het ziekenhuis is niet de meest poëtische plek die je je kunt voorstellen. Wie zou het geschreven hebben? Vast geen medewerker, die hebben geen tijd om wenskaartjes aan een boom te hangen. Er zaten twaalf mensen in kuipstoeltjes te wachten op hun beurt om bloed te laten prikken. Het digitale systeem was kapot en de verplegers moesten zelf de nummers door de wachtkamer roepen. Ze zagen er verhit uit. Hoeveel minuten kregen ze per nummertje?
Was het dan een patiënt geweest? Iemand die in plaats van een tijdschrift door te bladeren een kaartje had gepakt om zijn wens op te schrijven? Nee, patiënten hadden wel iets anders aan hun hoofd dan gedichten. Het vooruitzicht van de naald leidt niet direct tot lyrische beschouwingen. Het was vast een bezoeker geweest, die het ziekenhuis beschouwde als een oponthoud in zijn gezonde leven, een kille plek die wel wat schoonheid kon gebruiken.
Ik keek nog eens om me heen. Wat heb je aan poëzie in een ziekenhuis? Mijn wens zou zijn: een oplaadpunt voor de OV-chipkaart. Daar was weinig poëtisch aan. Ik wilde net een kaart pakken toen mijn nummer omgeroepen werd.
Met mijn mouw opgestroopt zat ik in de doktersstoel. Naast me stond een rieten mandje waarin buisjes met mijn naam erop klaar lagen. De verpleegster bette de binnenkant van mijn elleboog, snoerde een riem om mijn bovenarm. ‘Maak maar een vuist.’ Ze pakte de naald. Ik keek weg.
‘Ik heb eb.’ De zin stond op een poster die met punaises aan de muur tegenover me was geprikt. ‘Doet dat zeer?’ De verpleegster verwisselende het buisje aan de naald, ze moest er vijf vullen. ‘Nee, zegt de zee / de zee heeft geen zeer.’ Vanonder een watje werd de naald weer uit mijn arm getrokken. ‘Klaar!’ Ik glimlachte.
In de wachtkamer zaten nog steeds tien, twaalf mensen. Dezelfden, misschien anderen. Ze spoelden hier aan en trokken weer weg, een klein beetje lichter gemaakt. De buisjes met bloed bleven in lange rijen achter, gekoeld, niet kil.
Op weg naar buiten keek ik nogmaals naar het kaartje op de onderste tak van de spaanplaten boom. ‘Meer poëzie voor patiënten, medewerkers en bezoekers.’ Daaronder stond nog iets wat ik eerder niet had opgemerkt: ‘Z.O.Z.’ Ik draaide het kaartje niet om. Dat was niet meer nodig.
Column voor More, zie www.thomasmore.nl
Het gedicht is van Frank Eerhart (‘ik zie de zee’)
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
- Namendiefstal Column More 84
- Geheim Column Radboud info 83
- Stilte Column Radboud info 82
- Oordeel Column Radboud info 81
- Verdichting Column Radboud info 80
- Schrijven Column Radboud info 79
Bewegen tussen Tao en Marx
01/07/10 11:36 Denk aan: Filosofie

Op het terras van Kafé België raakten we verzeild in een discussie met een man, die begon over antroposofie en eindigde met de vraag of onze voeten wel genoeg aandacht kregen. 'Dit gesprek neemt een wending…' begon ik en voor ik de zin had afgemaakt, stonden we al op om de man met zijn antroposofische voetmassages alleen te laten.
Toch zijn het juist zulke gesprekken waarin je heel snel tot de essentie van dingen kunt komen. Je kent elkaar niet, het is een spel, dus waarom zou je niet meteen de diepte in springen? En waarom zou je niet serieus antwoorden op persoonlijke vragen, als het toch maar een spel is?
Vooruit, eerst grappig doen. Dus wat is het doel van het leven? Doodgaan.
Opeens begreep ik waarom het taoïsme niets voor mij is. Ik weet weinig van de zin van het leven (die is er denk ik niet) of 'het' doel (is er ook niet). Mijn eigen doel van mijn leven kan ik wel benoemen: niet stilstaan, altijd vooruitgaan, zelfs als het leven je in z'n achteruit dwingt, me ontwikkelen en de wereld begrijpen. Nu is de wereld zo groot dat je haar nooit zult bedwingen, maar dat geeft niet. Het doel is op voorhand onbereikbaar, dat maakt het overzichtelijk en leuk.
Opeens schoot me het citaat van Karl Marx te binnen, dat in de imposante hal van de Berlijnse Humboldt Universität de studenten toewerpt:
Philosophen haben die Welt nur verschieden interpretiert; es kommt aber darauf an, sie zu verändern.
Het citaat stamt nog uit de Oost-Duitse tijd. Na de val van de muur mocht het niet verwijderd worden, omdat het monumentale gebouw inmiddels een beschermde status had gekregen. Ironie van de geschiedenis.
Mijn doel is verandering. Het doel van het taoïsme is niet verandering, eerder stilstand of regressie. De drang naar verandering is soms wel vervelend. Alsof het nooit goed genoeg is en je geen genoegen kunt nemen met weinig. (Het is natuurlijk ook nooit genoeg, objectief gezien).
In verschillende boeken wordt het een typisch westers, Amerikaans verschijnsel genoemd: altijd bezig met meer en beter, nooit tevreden. Of het zou een overblijfsel van het calvinisme zijn, een rigide arbeidsethos dat geen ruimte laat voor luiheid en pleziertjes. Tja. Het eerste klinkt mij te materialistisch in de oren, alsof het alleen maar gaat om het vergroten van bezit of macht. Terwijl het voor mij te maken heeft met het vergroten van immateriële zaken als inzicht en zelfkennis. Wat het calvinisme betreft: ik herken me wel in het arbeidsethos, aan de andere kant weet iedereen die mij kent dat ik mezelf geen pleziertje zal ontzeggen.
Je kunt het ook anders zien: de drang naar verandering als uiting van bescheidenheid. Ik vind mezelf ook lang nog niet goed genoeg en weet dat ik nog maar zo weinig weet en begrepen heb. Ik kan niet achterover leunen en het best vinden, dat zou namelijk een zelfoverschatting inhouden.
Het komt er dus op aan in beweging te blijven. Dat ik naar een boekje over taoïsme grijp, komt omdat ik ook wel eens moe ben van bewegen en verlang naar een beetje stilstand. Maar ik hoef er maar over te lezen en het begint alweer te kriebelen. Het is de Grote Onrust (waar misschien Marx een mooi Duits woord voor heeft?).
Wat ik wil is de Grote Onrust in toom houden zonder hem stil te leggen. Een rustige schil van dagelijks leven, om een innerlijke kern die constant in beweging blijft, groeit en ontwikkelt. Zonder materialisme na te streven en zonder calvinistisch te zijn. Ik zoek nog even verder en hou jullie op de hoogte.
Taoïsme en de wortel van het geluk
27/06/10 11:40 Denk aan: Filosofie

Ik weet wel dat dagdromen als deze nooit verwerkelijkt zullen worden. Maar een klein beetje kluizenaar en een snufje kloosterling zou toch wel moeten kunnen in het dagelijkse, eenentwintigste-eeuwse leven? Op zoek naar inspiratie las ik (want ik ben zo iemand die een boek pakt als ze inspiratie zoekt, terwijl je ook gewoon zou kunnen beginnen met tomatenplantjes zaaien) een werkje over Taoïsme, van Patricia de Martelaere. Zij is een filosoof (was, moet ik zeggen, want ze overleed in 2009 op 51-jarige leeftijd) van de Westerse stempel, met een grote kennis van de Chinese taal en filosofie. Een goede inleider voor een onderwerp dat toch een beetje zweverig kan zijn - althans daar was ik bang voor.
Lees verder
Hub Zwart - De waarheid op de wand
24/06/10 18:30 Denk aan: Wetenschap

Het boek past in een lange discussie over de vermeende kloof tussen de alfa- en bètawetenschappen: die zouden niets van elkaar moeten hebben. C.P. Snow hield een halve eeuw geleden een beroemd geworden lezing hierover onder de titel 'The Two Cultures'. Alfa's laten zich voorstaan op een gebrek aan kennis van de natuurwetten, terwijl de algemene, culturele kennis van bèta's niets voorstelt.
Lees verder op 8WEEKLY: Alchemie in twee culturen
Pecha kucha: Encyclopedie van de angst
23/06/10 11:38 Denk aan: Wetenschap
Art: de kunst van het richten
20/06/10 10:51 Denk aan: Kunst

Toch kan het geen kwaad om naar kunstenaars te kijken om iets te begrijpen van het goede leven. Dan heb ik het over de archetypische kunstenaars, die groots en meeslepend leven. Je kunt beter hoog richten, wil je ergens in het midden uitkomen. Wat zit er - behalve drank, vrouwen en geld dan wel armoe - achter dat extreem van de alles-of-niets-kunstenaar? Ik denk vooral: focus en gedrevenheid. Grote kunstenaars weten op een wonderbaarlijke manier de chaos en veelheid van genot te combineren met een zeer nauwe, gerichte concentratie.
In Art van Sarah Thornton staan interessante interviews met allerlei spelers in de kunstwereld. Een van de hoofdstukken gaat over de opleiding tot kunstenaar. In de opleiding moet je ontdekken wat de onbelangrijke onderdelen zijn in jouw kunstwerken, zegt filmmaker William E. Jones. Het doel: 'Je moet iets vinden wat bij jouw leven past - een principiële kern die veertig jaar artistieke arbeid kan doorstaan.'
Veertig jaar! Niks jobhoppen, dingen uitproberen, een leven lang leren. Hoewel, dat ook natuurlijk, maar dan op een gerichte manier, vanuit die principiële kern die onaantastbaar is. Dit roept de 10.000-urenregel in gedachten. Die slaat op het werk dat je moet verzetten voordat je ergens heel goed in bent (dat vraagt 10.000 uur oftewel tien jaar gerichte bezigheid en oefening). Jones spreekt over de toekomst waarin je dat waar je goed in bent geworden, verder uitwerkt en inzet. De overeenkomst tussen de twee is de noodzaak iets te hebben waar je 10.000 uur dan wel veertig jaar arbeid aan zou kunnen en willen besteden.
Dat hoeft niet per se geluk op te leveren, maar misschien wel voldoening (hoewel je als kunstenaar en als mens natuurlijk ook kunt mislukken; en na veertig jaar artistieke, levenskunstige arbeid moet concluderen dat je het verkeerde onderwerp hebt gekozen, je de verkeerde vragen hebt gesteld). Niemand belooft dat geluk de uitkomst van je arbeid is.
Zoals ik al eerder schreef: waarom zou je er voetstoots van uitgaan dat geluk het doel van het leven is? Misschien is waarheid of inzicht wel veel belangrijker. Daar vertonen kunstenaars meer verwantschap mee dan met geluk. Waarom kunst scheppen? Om de wereld te begrijpen en interpreteren, om orde aan te brengen of om de chaos uit te beelden, om vat te krijgen op de werkelijkheid in al haar kleurstellingen. Van diepzwart tot vrolijk rood. Inzicht kan bevrijdend zijn en tegelijk pijn doen.
In een ander hoofdstuk van Art gaat het over kunstkritiek. Dave Hickey, Amerikaans criticus, zegt: 'Het zal me een zorg zijn wat de kunstenaar bedoelt. Voor mij moet een kunstwerk eruitzien alsof het gevolgen zou kunnen hebben.' Hij verlangt van kunst dus niet alleen interpretatie of ordening, schoonheid of genot. Kunst heeft het vermogen de wereld te veranderen. Al is het maar het perspectief van één toeschouwer. Dat gaat denk ik op voor iedereen die nadenkt over de kunst van het leven. Ook al kom je niet daar uit waar je op richt, zonder te richten kom je nergens.
10 schrijvers en denkers over Levenskunst
16/06/10 12:02 Denk aan: Filosofie
1. Schrijven is een vorm van zelfonderzoek. Door je gedachten te ordenen en onder woorden te brengen, vergaar je zelfkennis. Zelfkennis is een voorwaarde voor een goed leven: je leert omgaan met de veranderlijke aard van het leven. Schrijven biedt daarbij een houvast, maar ook de mogelijkheid om op onderzoek uit te gaan en ideeën uit te proberen. Had Montaigne nu geleefd, dan had hij vast een weblog gehad.
Michel de Montaigne: De melancholie van de wijsheid
2. Lezen is een vorm van zelfonderzoek. Filosofische of literaire teksten, zoals de maximes van La Rochefoucauld, confronteren de lezer met zijn waarden, door een andere (interpretatie van de) werkelijkheid voor te spiegelen. Soms is die confrontatie zo heftig dat je liever niet verder leest. Maar juist dan is het zaak om zo eerlijk mogelijk jezelf in de ogen te zien. La Rochefoucauld: Authenticiteit en eigenbelang – het lastige evenwicht van de honnête homme
3. Schep je eigen waarden, los van de groep. Mensen zoeken aansluiting bij groepen en ideologieën, omdat ze onzeker zijn en beschermd willen worden. Maar dat werkt je eigenlijk alleen maar tegen. Er is geen set van gegeven waarden die absoluut is en waar je je aan moet conformeren. Levenskunst gaat om het zoeken en scheppen van je eigen waarden. Friedrich Nietzsche: ‘De dood van God’ maakt de weg vrij voor een authentieke levenskunst
4. Er zijn geen antwoorden, alleen standpunten. Als God dood is, is dan alles geoorloofd? Misschien, misschien ook niet. De literatuur kan beide antwoorden in hetzelfde werk geven, zoals in de grote romans van Dostojevski. Hij toont meerdere theorieën en gezichtspunten zonder een oordeel te vellen. Het is aan de lezer om de polyfone perspectieven te onderzoeken en tegen elkaar af te wegen en zijn eigen standpunt in te nemen. Fjodor Dostojevski: Mensen zijn dom en slecht
5. Levenskunst is zorg voor jezelf. Het doel van levenskunst is vrijheid. Datgene wat de vrijheid om je leven vorm te geven zoals je wilt in de weg zit, verdient de meeste zorg. Je leeft en zorgt altijd in een context en de vrijheid daarin is altijd beperkt. Zorg voor jezelf brengt daardoor automatisch zorg voor de ander met zich mee. Michel Foucault: Het leven een kunstwerk
6. Ook loslaten is deel van levenskunst. In de mystieke ervaring of roes verlies je je kenmerkende eigenschappen en val je buiten de heersende moraal. Het is belangrijk om de mystieke ervaring niet meteen op te vullen met allerlei gegevenheden, maar te onderzoeken. Hoe stevig sta je in je schoenen, als de grond onder je voeten verdwijnt? Robert Musil: Mystiek zonder God
7. Authenticiteit kan niet zonder het gemeenschappelijke. De bron van een authentieke levenshouding ligt in het individu, maar krijgt pas echt gestalte in relatie tot de ander. Dialoog en het onderzoeken van gedeelde waarden zijn essentieel in het vormgeven van je eigen leven. Charles Taylor: ‘sociale authenticiteit’
8. De mens is absoluut vrij en absoluut alleen. Er zijn een paar gegevenheden in het leven, zoals je geslacht en je afkomst, maar er is geen doel of opdracht. Door keuzes te maken en je bewust te zijn van je verhouding tot de buitenwereld, schep je het project van je eigen leven. Pas in de praktijk van het existeren, ontstaat er zoiets als een essentie of basis. Jean-Paul Sartre en het existentialisme
9. Cognitieve afwegingen leiden tot goede keuzes. Er zijn altijd meerdere opties als je voor een beslissing gesteld staat. Die verschillende opties kun je onderzoeken, rationeel en emotioneel en met gebruik van je voorstellingsvermogen. Dan zal je wil de juiste keuze maken en daarvoor gaan. De toekomst staat niet vast; je hebt de macht haar met je vrije wil te veranderen. Peter Bieri / Pascal Mercier: Levenskunst als denkproces
10. Middenin de pijn staan en hard stampen. Via onderzoek naar je meest pijnlijke en duistere ervaringen, kom je tot de kern van wat het betekent om mens te zijn en jezelf te zijn. Hoe doe je dat? Door veel te lezen en door te schrijven. Want, zo leerde Montaigne al: schrijven is een vorm van zelfonderzoek. Michel Houellebecq: alleen in boeken jezelf kunnen zijn
Kijk de volledige lezingen over deze schrijvers en denkers terug via de website van Studium Generale.

_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
2. Lezen is een vorm van zelfonderzoek. Filosofische of literaire teksten, zoals de maximes van La Rochefoucauld, confronteren de lezer met zijn waarden, door een andere (interpretatie van de) werkelijkheid voor te spiegelen. Soms is die confrontatie zo heftig dat je liever niet verder leest. Maar juist dan is het zaak om zo eerlijk mogelijk jezelf in de ogen te zien. La Rochefoucauld: Authenticiteit en eigenbelang – het lastige evenwicht van de honnête homme
3. Schep je eigen waarden, los van de groep. Mensen zoeken aansluiting bij groepen en ideologieën, omdat ze onzeker zijn en beschermd willen worden. Maar dat werkt je eigenlijk alleen maar tegen. Er is geen set van gegeven waarden die absoluut is en waar je je aan moet conformeren. Levenskunst gaat om het zoeken en scheppen van je eigen waarden. Friedrich Nietzsche: ‘De dood van God’ maakt de weg vrij voor een authentieke levenskunst
4. Er zijn geen antwoorden, alleen standpunten. Als God dood is, is dan alles geoorloofd? Misschien, misschien ook niet. De literatuur kan beide antwoorden in hetzelfde werk geven, zoals in de grote romans van Dostojevski. Hij toont meerdere theorieën en gezichtspunten zonder een oordeel te vellen. Het is aan de lezer om de polyfone perspectieven te onderzoeken en tegen elkaar af te wegen en zijn eigen standpunt in te nemen. Fjodor Dostojevski: Mensen zijn dom en slecht
5. Levenskunst is zorg voor jezelf. Het doel van levenskunst is vrijheid. Datgene wat de vrijheid om je leven vorm te geven zoals je wilt in de weg zit, verdient de meeste zorg. Je leeft en zorgt altijd in een context en de vrijheid daarin is altijd beperkt. Zorg voor jezelf brengt daardoor automatisch zorg voor de ander met zich mee. Michel Foucault: Het leven een kunstwerk
6. Ook loslaten is deel van levenskunst. In de mystieke ervaring of roes verlies je je kenmerkende eigenschappen en val je buiten de heersende moraal. Het is belangrijk om de mystieke ervaring niet meteen op te vullen met allerlei gegevenheden, maar te onderzoeken. Hoe stevig sta je in je schoenen, als de grond onder je voeten verdwijnt? Robert Musil: Mystiek zonder God
7. Authenticiteit kan niet zonder het gemeenschappelijke. De bron van een authentieke levenshouding ligt in het individu, maar krijgt pas echt gestalte in relatie tot de ander. Dialoog en het onderzoeken van gedeelde waarden zijn essentieel in het vormgeven van je eigen leven. Charles Taylor: ‘sociale authenticiteit’
8. De mens is absoluut vrij en absoluut alleen. Er zijn een paar gegevenheden in het leven, zoals je geslacht en je afkomst, maar er is geen doel of opdracht. Door keuzes te maken en je bewust te zijn van je verhouding tot de buitenwereld, schep je het project van je eigen leven. Pas in de praktijk van het existeren, ontstaat er zoiets als een essentie of basis. Jean-Paul Sartre en het existentialisme
9. Cognitieve afwegingen leiden tot goede keuzes. Er zijn altijd meerdere opties als je voor een beslissing gesteld staat. Die verschillende opties kun je onderzoeken, rationeel en emotioneel en met gebruik van je voorstellingsvermogen. Dan zal je wil de juiste keuze maken en daarvoor gaan. De toekomst staat niet vast; je hebt de macht haar met je vrije wil te veranderen. Peter Bieri / Pascal Mercier: Levenskunst als denkproces
10. Middenin de pijn staan en hard stampen. Via onderzoek naar je meest pijnlijke en duistere ervaringen, kom je tot de kern van wat het betekent om mens te zijn en jezelf te zijn. Hoe doe je dat? Door veel te lezen en door te schrijven. Want, zo leerde Montaigne al: schrijven is een vorm van zelfonderzoek. Michel Houellebecq: alleen in boeken jezelf kunnen zijn
Kijk de volledige lezingen over deze schrijvers en denkers terug via de website van Studium Generale.
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
Lessen van de voetbalpool
14/06/10 21:10 Denk aan: Leven

Het WK is in volle gang en het is dus te laat om nog mee te doen met een pool. Maakt niet uit: de lessen van de voetbalpool gaan verder dan 11 juli.
De koortsachtige werking van het uitslagenformulier is simpel: je expliciteert verwachtingen, stelt een doel en creëert spanning. Of je die wedstrijd nu volgt van aftrap tot eindsignaal of niet, de uitkomst gaat jou aan. Dat is les één van begrip krijgen voor iets dat ver van je af staat. Zodra het je persoonlijk aangaat, interesseert het je.
Lees verder
Michel Houellebecq: alleen in boeken kunnen leven
10/06/10 18:05 Denk aan: Literatuur

Michel Houellebecq is van jongs af aan weinig sociaal en erg teruggetrokken. Via de literatuur - eerst poëzie, later proza - ontpopte hij zich tot iemand anders. Sinds de jaren negentig is hij een van de meest controversiële schrijvers van Europa, zeer uitgesproken en niets en niemand ontziend. Zijn romans bevatten veel autobiografische elementen. Zoals Elementaire deeltjes, waar de twee halfbroers twee persoonlijkheidshelften van Michel Houellebecq zelf zijn. Dominante eigenschappen, die eerder verborgen moesten blijven omdat ze niet de mooiste zijn, komen in de literatuur aan de oppervlakte. In het geval van Houellebecq: haat.
De drie bekendste romans van Houellebecq - De wereld als markt en strijd, Elementaire deeltjes en Mogelijkheid van een eiland - vormen een drieluik. Houellebecq geeft daarin felle kritiek op de moderne maatschappij. Als hoofdschuldige wijst hij naar het doorgeschoten liberalisme en individualisme.
Is er alleen haat? Of ook een oplossing? Ja, die is er: de nieuwe mens. Die is zowel technologisch nieuw, want zal voortkomen uit klonen. Maar ook gaat het om een nieuw ethisch besef, waarin de zwakkeren op bescherming mogen rekenen. Dat klinkt zowel futuristisch als conservatief. Er is in het werk van Houellebecq steeds spanning tussen kritiek op het moderne en fascinatie voor dat moderne. Houellebecqs personages (die dicht bij hemzelf staan) zijn representanten van de moderne tijd, ze gaan daarin mee maar gaan er ook aan ten onder.
Volgens Maarten van Buuren zien we in Mogelijkheid van een eilandhoe Houellebecq tijdens het proces van schrijven van opvatting verandert. Het utopische ideaal van gekloonde, onsterfelijke mensen, vertoont te veel gebreken. Uiteindelijk verandert de roman in een dystopie: de toekomst is koud en duister, de onsterfelijke kloon kiest uit eigen beweging voor de dood. Schrijven is een manier van (zelf)onderzoek: Houellebecq heeft tijdens en dóór het schrijven de onmogelijkheid van zijn eigen utopie ingezien.
Zulk zelfonderzoek kan alleen iets opleveren als het gepaard gaat met een genadeloze eerlijkheid tegenover jezelf. Houellebecq gebruikt zijn meest pijnlijke en inktzwarte ervaringen om door te dringen tot de kern van het mens-zijn. Midden in de pijn staan en dan hard stampen: dat is waarom hij volstrekt authentiek is, zegt Van Buuren. Of is Houellebecq juist een aansteller en een acteur, zoals Joep Dohmen stelt, in zijn reactie op de lezing?
Beide kunnen kloppen. Er ligt een verschil tussen de Houellebecq uit het ‘echte leven’ en die uit de boeken – het personage Houellebecq waarin hij is ontpopt. En anders dan voor de hand ligt, is de Houellebecq uit het ‘echte leven’ niet de meest echte. Alleen in boeken kan hij volledig zichzelf en dus authentiek zijn. Dat is meteen het beste argument waarom literatuur en filosofie onmisbaar bij zijn bij het beoefenen van levenskunst.
In september verschijnt de nieuwe roman van Houellebecq in een eerste oplage van 100.000 stuks in Frankrijk. Hij zal ongetwijfeld weer genoeg stof doen opwaaien. Hopelijk ook in de hoofden van zijn lezers.
De lezing Tegen de vooruitgang is terug te zien via Studium Generale. Kijk onder Levenskunst op het Studium Generale nieuwsblog voor de andere artikelen over deze serie.
10 filosofische vragen op weg naar zelfkennis
07/06/10 19:34 Denk aan: Filosofie

Hieronder tien vragen om jezelf te stellen, op weg naar filosofische zelfkennis. Het zijn vragen die eerder voorbij zijn gekomen, onder elkaar gezet met linkjes erbij naar de betreffende posts. Lijkt een beetje op een zelfhulpboek? Misschien. Ik spreek je aan de andere kant nog wel. Eén ding nog: neem nooit genoegen met je eerste antwoord.
Lees ook 10 filosofische vragen om over het verhaal van je leven na te denken
Ik begin met een trits vragen die aan de oppervlakte raken.
1. In welk hokje zou ik mezelf stoppen? Oftewel: wie ben je en waar onderscheidt zich dat door? Iedereen bezit bepaalde kenmerken, die je een identiteit geven in de buitenwereld. Welke daarvan vind je belangrijk? Hoogopgeleid zijn, kinderen hebben, hedonist of asceet zijn. Of de kenmerken verder gaan dan de buitenkant, doet er even niet toe.
2. Tot welke groep behoor ik? Deze vraag sluit aan op 1, maar heeft te maken met het milieu waarmee je je identificeert. Je behoort tot meerdere groepen in de maatschappij, maar met welke voel je je verbonden: studenten, werkende moeders, Marokkanen of bejaarden? En waarom?
3. Welke materiële zaken dragen dat uit? Ik was drie dagen op reis voor Studium Generale en kwam erachter dat mijn mobiele internet niet werkt in Berlijn. Dat zorgde voor enige paniek, maar ook had ik meteen aansluiting met de andere internetverslaafden in de groep. (Zie ook: Help, wie ben ik!)
Wie je bent, heeft te maken met hoe je verschilt van al die andere mensen op de wereld. Niet alleen aan de buitenkant en in de statistiek, maar ook in je opvattingen en overtuigingen.
4. Ben ik een optimist of een pessimist? Lijkt makkelijk, maar er zit meer achter dan je denkt. (Zie ook: Pessimisten zijn niet intelligent, maar ongelukkig)
5. Hoe verdeel ik de mensen om me heen? Als je het hebt over anderen, welke tweedelingen breng je dan aan? Zij die veel eten onder stress en zij die niets meer kunnen eten. Zij die vinden dat ze altijd te weinig doen terwijl ze heel veel werk verzetten en zij die geen last hebben van de Grote Onrust. Waarom zijn die criteria belangrijk? Ben je blij met de kant waar je zelf staat? (Zie ook: 3 manieren om de mensheid op te delen)
Als je heel veel losse eindjes hebt verzameld, heb je nog geen duidelijk beeld van jezelf, eerder information overload. Zelfkennis is óók gestructureerde kennis, die een verhaal maakt van het verleden en richting geeft aan de toekomst.
6. Wie is mijn voorbeeld? Om je betere ik te realiseren (uiteraard een proces dat je nooit kunt voltooien), moet je weten wat dat betere ik is, en om daar achter te komen, heb je een voorbeeld nodig om je op te richten. Het voorbeeld van Nietzsche was Schopenhauer, wie is dat van jou en waarom? Niet meteen zeggen: je vader. (Zie ook: Word wie je bent)
7. Vul in: Ik ... dus ik ben. Niet alleen oppervlakkige kenmerken en karaktereigenschappen bepalen wie je bent. Door je keuzes bepaal je hoe je je leven vormgeeft. Wat ligt er aan de basis van je beslissingen? Wat maakt het hart van jou als mens uit? (Zie ook: Wat maakt dat je dus bent?)
Dan is het nu tijd voor absolute eerlijkheid, een strenge blik in de afgrond van de ziel.
8. Kun je leven met de keuzes die je hebt gemaakt? Als je keuzes maakt, wordt één optie werkelijkheid en de rest verdwijnt in het niets. Kun je dat tegenover jezelf verantwoorden of heb je spijt van je beslissingen? (Zie ook: Over gewetensvragen: nogmaals Peter Bieri)
9. Wat is de leugen van jouw leven? De droom die de mens als een wortel voor zijn eigen neus laat bungelen, die hem op gang houdt, maar die voor altijd onbereikbaar blijft. 'Mijn leven is draaglijk omdat ik me altijd dommer voordoe dan ik ben.' Of: ooit ga ik op wereldreis, want ik ben eigenlijk niet zo burgerlijk als het lijkt. (Zie ook: Lebenslüge: even kennismaken)
10. Zou je jezelf je eigen leven toewensen? En wat als het antwoord daarop 'nee' is? (Zie ook: Zou je jezelf je eigen leven toewensen?)
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
The Gospel According To Larry
03/06/10 10:24 Denk aan: Literatuur

The Gospel According To Larry is een zogenaamde 'young adult'-roman. De doelgroep is net als de hoofdpersoon rond de zeventien jaar. Betekent dat dat het een kinderachtig boek is? Welnee. Hoogstens is de stijl makkelijk te noemen, die staat volledig in dienst van het overbrengen van het verhaal. Toch weet de schrijfster Josh een geheel eigen stem mee te geven, een soort ironische vermoeidheid - waarbij de vermoeidheid stamt uit optimisme tegen beter weten in. De stem van een zeventienjarige kan ook niet al te ingewikkeld zijn, natuurlijk. In een middag heb je het boek uit. Maar het verhaal blijft langer in mijn hoofd hangen dan dat van menig Literair Juweel. Enerzijds omdat het een moderne tragedie is, anderzijds omdat het me aan het denken zet over mijn eigen blog en mijn eigen verlangen naar een schuilplaats in de bossen.
Josh slaagt erin met zijn blog iets in beweging te zetten, maar gaat uiteindelijk aan die beweging ten onder: dat maakt van hem een tragische held. Op zijn weblog begint hij een kruistocht tegen consumentisme en mediahypes. Zelf is hij anoniem en onzichtbaar. De preken van 'Larry' vinden veel weerklank en dan beginnen de problemen. Zijn succes groeit hem boven het hoofd en hij verliest alle controle over zijn alter ego. De krachten die hij heeft ontketend, keren zich tegen hem. De media waar hij tegen ageert, kunnen nu juist niet omgaan met anonimiteit en zullen niet rusten voor deze anonieme beroemdheid is ontmaskerd. Er ontstaat een klopjacht; Josh wordt slachtoffer van zijn eigen succes. Aan het eind moet je concluderen dat er niets is veranderd.
Kun je dan maar beter niet bloggen? Dat lijkt me nu ook weer niet de bedoeling. Josh zit dan wel het liefst in zijn schuilplaats in de bossen, hij heeft ook een niet te stoppen behoefte om zich te laten horen. Zelfs na het debacle met Larry en zijn ontmaskering, zoekt hij contact met de buitenwereld, wil hij gehoord worden. Een klassiek dilemma: vertel ik mijn verhaal en lever ik me over aan de oncontroleerbare krachten van de buitenwereld of trek ik me terug, met als gevolg dat niemand mijn ideeën leert kennen? Josh heeft moeite het evenwicht te vinden tussen de behoefte aan anonimiteit en de behoefte gehoord te worden. Anoniem bloggen lijkt in eerste instantie dat evenwicht te geven: Josh kan de hele wereld alles zeggen wat hij wil en toch gewoon zichzelf blijven. Maar het is juist de anonimiteit die de problemen veroorzaakt. De wereld pikt het niet dat een onbekende haar de les leest.
Josh heeft op een zeker moment 255 miljoen hits op zijn website. Hij doet in elk geval iets goed, te goed misschien. Hij kiest uiteindelijk voor de bossen. Dat doe ik nog niet.
Over gewetensvragen: nogmaals Peter Bieri
31/05/10 19:47 Denk aan: Filosofie

Als je een keuze maakt om iets wel of niet te doen in je leven - wel of niet studeren bijvoorbeeld - betekent dat automatisch dat minstens één optie geen werkelijkheid wordt. Je kunt immers niet én wel studeren én niet studeren. Een van de twee moet het onderspit delven. En dan rijst de vraag: Kun je leven met de herinnering aan identiteiten die je hebt verworpen?
Hoe ouder je wordt, hoe indringender deze vraag klinkt. De rij met opties in de kolom 'verworpen' wordt langer en langer, de kolom 'gekozen' heeft na een paar groeistuipen een haast definitieve vorm aangenomen - een vorm die meestal gedrongen zal zijn, maar in elk geval altijd schril zal afsteken bij de lange rij verworpen keuzes.
Is dat erg? Ik denk dat het wel meevalt. Juist het denkproces dat voorafgaat aan een levensbelangrijke beslissing, moet ervoor zorgen dat je geen spijt van die beslissing krijgt. Het antwoord op de vraag of je met die verworpen identiteiten kunt leven is dan automatisch 'ja'. Als je alle opties hebt afgewogen en de wil je in de richting van een keuze brengt, is spijt niet meer van toepassing.
Ik weet niet of Bieri het over spijt heeft, dat is wat ik ervan maak. Ik kreeg het Handwerk van de vrijheid voor mijn verjaardag, dus ik zal het binnenkort controleren. Spijt hebben over een beslissing die je bij je volle bewustzijn hebt gemaakt, na een gedegen innerlijk onderzoek, is onzinnig. Deze opvatting heeft me wel eens in de problemen gebracht. Ik heb keuzes gemaakt die niet handig waren, maar waar ik toch geen spijt van wilde betuigen. Men denkt dan al gauw dat je er geen verantwoordelijkheid voor wilt nemen.
Terwijl het precies andersom werkt: als ik zeker weet dat ik die keuze niet anders had kunnen maken, omdat ik met alle informatie die ik had nu eenmaal dit heb gekozen, moet ik juist verantwoordelijkheid nemen. Als ik spijt krijg en zeg: ik had het anders moeten doen, had ik maar geweten wat ik nu weet, dan schuif ik mijn verantwoordelijkheid af, in de hoop op vergeving. Ik kan bij mijn volle verstand een achterlijke keuze maken. Weet je wat, het is achterlijk maar ik doe het lekker toch. Zolang ik maar onthoud dat donders goed weet dat het belachelijk is.
De vraag van Bieri moet je jezelf dus niet achteraf stellen, omdat je ervoor moet zorgen dat je dan het antwoord al weet. Achteraf is het een retorische vraag: Kun je leven met de herinnering aan identiteiten die je hebt verworpen? Uiteraard, want ik weet waarom ik ze verworpen heb. De vraag is de stem van het geweten tijdens het denkproces. Als ik kies om niet te studeren, kan ik dan leven met de gedachte aan een gemiste studie?
Eigenlijk moet je de vraag dus herformuleren zodat hij op de toekomst is gericht. Nog mooier is om een vraag te stellen over de eindeloze mogelijkheden die nog voor je liggen. Dat zegt Bieri ook: je moet je de verwerkelijking van alle mogelijkheden tot in detail voorstellen. Wat houdt mijn leven in als ik A kies? Hoe ziet mijn dag eruit bij B?
Het is de filosofische omkleding van een alledaagse wijsheid: dat je niet op een dag wakker wilt worden om te beseffen dat je leven voorbij is zonder dat je hebt gedaan wat je wilde. Dan kun je met recht spijt hebben. Eigenlijk komt levenskunst erop neer dat je ervoor zorgt dat je nergens spijt over hoeft te hebben. Dan doe ik het nog best aardig.
(Gedachte)kunst: zoekplaatje
28/05/10 18:50 Denk aan: Kunst
Hamlet en entropie: alfa vs. bèta
26/05/10 13:13 Denk aan: Wetenschap

Angst: een wetenschapsfilosofische encyclopedie
21/05/10 20:56 Denk aan: Wetenschap

De ziekte van de bewondering
17/05/10 21:40 Denk aan: Leven

Nederlanders kunnen niet bewonderen. Hoppa! Die zit. Persoonlijk acht ik het uitspreken van je bewondering een van de mooiste dingen om te doen. Je maakt de ander misschien verlegen, maar dan wel verlegen van geluk. (Dat is beter dan verlegen omdat je op kritiek altijd wellevend moet reageren.) Ik loop heus niet sinds mensenheugenis complimentjes uit te delen, het is door toeval dat ik de schoonheid van bewondering heb ontdekt. En tegelijkertijd met mijn neus werd gedrukt op de onmacht van veel mensen om te bewonderen, ten overstaan van de bewonderde.
Ik was met een groepje studiegenoten in café De Bastaard. We liepen op weg naar de uitgang langs de wand die is volgehangen met posters van theatergroepen en aankondigingen van poëzieavonden. Ik zag een poster hangen van een toneelstuk door een gezelschap waar ik een jaar eerder ook een uitvoering van had gezien. Een heel goede vertolking van Macbeth, meen ik. Ik wees naar de poster en riep enthousiast: daar moeten we heen, zij zijn zó goed! Maar niemand reageerde, ik hoorde alleen ssshh, sssshhh en kreeg een duwtje in mijn rug, hoppa naar de uitgang. Wat was er aan de hand? De artistiek leider van het gezelschap bleek aan de bar te zitten. 'Maar ik zei toch niets verkeerd, ik was juist enorm enthousiast?' vroeg ik, eenmaal buiten. Toch vonden al mijn vrienden het hoogst ongepast en ze voelden zich door mij te kijk gezet.
Dat zette me aan het denken. Ik vond het juist geweldig dat ik mijn bewondering kenbaar had gemaakt aan degene die haar had opgewekt, al was dat dan niet bewust gegaan. Dat moest ik vaker proberen! Na afloop van concerten, als de bandleden in de zaal een biertje dronken, zei ik gewoon 'Bedankt voor een mooie show, ik heb ervan genoten,' en ging weer weg. Vreselijk, vonden degenen met wie ik was, was ik een groupie ofzo? Ik ben wel een bakvis, maar geen groupie. Stel je voor, zei ik, dat je als band een leuk optreden achter de rug hebt en je een biertje gaat drinken in de zaal. En niemand zegt tegen je: great show! thanks! Nie-mand. Omdat iedereen dat stom, groupieachtig gedrag vindt. Heb je dan een leuke avond? Of is het goede optreden verpest? Ik denk het laatste.
Later kwam ik erachter dat het niet alleen voor bewondering en leuke dingen geldt. Als je iets echt vreselijks doormaakt, denkt de meerderheid van de mensen: laat ik er maar niets van zeggen, want dat is gênant. Maar stel je eens voor: je maakt iets vreselijks mee en niemand zegt een aardig woordje tegen je, omdat dat stom zou zijn. Voel je je dan beter? Nee, dan voel je je alsof het geen hond interesseert wat je doormaakt. Bewondering en een aardig woordje: beide hebben te maken met erkenning van de ander, aandacht voor iets persoonlijks - of je dat nu hebt gemaakt of dat het je overkomen is.
Aandacht van een onbekende telt dubbel, omdat die geen dubbele bodem heeft. Veel mensen vonden het wel 'bewonderenswaardig' dat ik een stukje had geschreven over Arjen Grolleman na zijn overlijden. Waarom? 'Omdat je dat toch niet doet.’ ’Je’: normale Hollander die zijn neus niet in andermans zaken steekt. Het vereist blijkbaar lef. En dat is ook wel zo, want zowel door je bewondering te uiten als door aandacht te schenken aan iets vreselijks dat iemand is overkomen - en in dit geval ging dat allebei op - stel je ook jezelf open. Je laat je waardering zien door iets persoonlijks over jezelf te vertellen. En door jezelf kwetsbaar op te stellen, zeg je dat de ander dat ook mag doen.
De laatste keer dat ik mijn bewondering uitsprak, was vorige week. En directer dan ooit. Ik had Hans Goedkoop aan de telefoon voor een mogelijke lezing. Hans Goedkoop! Ik bewonder zijn werk Een verhaal dat het leven moet veranderen zeer (zie Een sensatie die het leven verandert). Dat kon ik toch niet níet zeggen? Dus ik zei het. Het is inderdaad niet makkelijk, het is gênant, je stelt je kwetsbaar op en je wordt er allebei verlegen van.
Maar ook gelukkig.
* De titel is een verwijzing naar De ziekte van de bewondering van (Nederlander) Kees ’t Hart, die wel de kunst van het bewonderen verstaat.
Posthume herinneringen van Bras Cubas en Flaubert's Parrot
14/05/10 13:53 Denk aan: Literatuur

Beter beginnen met de eerste. Posthume herinneringen van Bras Cubas is óók een geestig boek, op een heerlijk zwartgallige manier. Van over het graf vertelt de hoofdpersoon over zijn leven en liefde. Het bestaat uit 160 hoofdstukjes in 227 pagina's. Dat is al een aanwijzing dat van een gestructureerd verhaal geen sprake is. Dit is echt een boek waar het niet draait om wát er verteld wordt, maar hóe het verteld wordt. Het maakt de literatuurwetenschapper in me wakker.
Een voorbeeld. In hoofdstuk 15 vertelt Bras Cubas: 'Ik had dertig dagen nodig om van het Rocio Grande naar Marcela's hart te komen, reeds niet meer gezeten op het ros der blinde begeerte, maar op de ezel van het geduld, tezelfdertijd listig en koppig.' Een metafoor die ouderwets klinkt en dat in 1881 ook al deed. Een ironische metafoor met andere woorden: het klinkt in de oren van het plebs vast heel verheven, maar is bedoeld om dat verheven taalgebruik belachelijk te maken. Niet voor niets zit Bras Cubas op een ezel.
Dan gaat het verder: 'Maar ik kan u verzekeren dat de ezel aan het ros gewaagd was - een ezel van Sancho Panza, een ware filosoof, die mij aan het eind van de genoemde periode bij haar (Marcela's) huis bracht; ik stapte af, gaf hem een klap op zijn achterste en stuurde hem uit grazen.' De metafoor, die al is bedekt met een ironisch sausje, krijgt hier een intertekstuele verwijzing naar Don Quichote mee en stopt een metafoor te zijn: de ezel bestaat echt en moeten wij letterlijk nemen. Wij ja, want die u dat zijn jij en ik - nog zo'n stijlfiguur waar boeken over vol geschreven zijn. Literatuurwetenschappers aller landen verkneukel u.
Gelukkig brengt Machado de Assis de literatuurwetenschappers tot wanhoop in het vervolg; niets zo saai als een tekst die met de academische handboeken erbij uitgepuzzeld moet worden. Hoofdstuk 21, we zijn de ezel alweer vergeten, is getiteld: De ezeldrijver. 'En zie, toen bleef daar opeens de ezel die mij droeg stilstaan; ik sloeg hem met mijn zweep, hij bokte twee keer, toen nog eens drie keer, ten slotte nog een keer… maar een ezeldrijver, die toevallig in de buurt was, kwam nog net op tijd om hem bij de teugels te grijpen en tot staan te brengen, niet zonder moeite en gevaar.' Van een metafoor is geen sprake meer, het symbool is werkelijkheid geworden en trapt ons het verhaal in. Of uit? De letterlijk geworden metafoor transformeert in een parabel over een ezeldrijver. Wat geef je iemand die je het leven redt vanonder de trappelende hoeven van een ezel? Drie goudstukken? Twee? Een? Niets? Is het niet de plicht van een ezeldrijver om mensen te redden van ezels?
Waar gaat dit over? Ik ben me er al te zeer van bewust dat wat ik hier schrijf voor het gros van de lezers niet als een aanbeveling zal gelden. Wie heeft er nu nog zin in Machado de Assis?
Over naar Julian Barnes dan maar. In Flaubert's Parrot, een eeuw na Bras Cubas geschreven, is het omgekeerde aan de hand: hier is niets letterlijk, de werkelijkheid is een metafoor. 'I sat on my hotel bed; from a neighbouring room a telephone imitated the cry of other telephones.' Niet alleen heeft die telefoon geen enkele functie in het verhaal, het is bovendien een telefoon in een andere kamer, die op zijn beurt andere telefoons nadoet. Waar gaat dit over? Het gaat erom het afgeleide, metaforische karakter van de werkelijkheid te tonen. Wat doet ertoe als je niet weet wat echt is? Wat heeft waarde en betekenis? Een telefoon die rinkelt herinnert aan andere verhalen waarin telefoons rinkelen, met een onheilspellende boodschap. Hier rinkelt het om het rinkelen, zonder betekenis, alleen interessant als verwijzing naar dat wat er niet is. Literatuurwetenschappers aller landen: gniffel nu!
Bovenstaande zal Julian Barnes vast ook niet veel nieuwe lezers opleveren. Maar ik verzeker u: Barnes en Assis doen niet voor elkaar onder, zij schreven beiden romans die geen romans willen zijn, en daarmee Literatuur met een grote L bedreven. Dat komt niet door die eigenaardigheden die ze uithalen, want dat is slaapverwekkend als het niet gepaard gaat met Inzicht en Ontroering. Met Waarheid, zou ik willen zeggen, al luidt die waarheid dat je de waarheid niet kunt kennen omdat ze niet bestaat.
Uiteindelijk durven beiden heus wel te zeggen waar het op staat. Bras Cubas is aan gene zijde en weet één ding zeker: 'Alles bij elkaar geteld, zal ieder weldenkend mens menen dat er geen tekort was en geen overschot, en dat ik bij mijn dood dus quitte was met het leven. En dat zal hij dan verkeerd menen; want toen ik aankwam aan deze andere zijde van het mysterie, ontdekte ik een klein positief saldo, dat de laatste negatieve zin is van dit hoofdstuk van negatieve zinnen: Ik heb geen kinderen gehad, op geen enkel schepsel heb ik de erfenis overgedragen van onze ellende.' Wie gniffelt nog?
Barnes' hoofdpersoon Geoffrey Braithwaite (weduwnaar, twee kinderen) eindigt even kraakhelder en glashard: 'I loved her; we were happy; I miss her. She didn't love me; we were unhappy; I miss her.' Beide statements zijn waar en kunnen tegelijk bestaan. Metaforen worden werkelijkheid en de werkelijkheid is een afgeleide van de metafoor. Dat is wat literatuur kan uitdrukken. Wie het tot het einde van deze blog heeft gered zal vast kunnen gniffelen om de literatureluur van deze twee boeken. Als je maar weet dat je keihard van die geinige ezel wordt geschopt, precies op het moment dat je denkt het puzzeltje te hebben opgelost. Maar in de pijn van het vertrappeld worden, herkent elke lezer een heimelijk genot.
Levenskunst als bewust denkproces: Peter Bieri / Pascal Mercier
12/05/10 12:52 Denk aan: Filosofie

Het Handwerk van de vrijheid is het filosofische hoofdwerk van Bieri, die onder het grote publiek vooral bekendheid geniet als Pascal Mercier, schrijver van Nachttrein naar Lissabon. Het filosofische en literaire werk zijn nauw met elkaar verbonden. Juist de verbeelding en expressie krijgt in Bieri's filosofie een grote rol toebedeeld, en in zijn romans kan hij laten zien hoe dat in zijn werk gaat.
De titel Handwerk van de vrijheid laat zien dat voor Bieri levenskunst een proces is ('handwerk') waar je aan kunt werken en dat tot op zekere hoogte te controleren is. 'Over de ontdekking van de vrije wil' luidt de ondertitel en een analytische benadering van de wil vormt de basis van Bieri's filosofie. In de lezing voor de serie Levenskunst over Bieri, zette professor Joep Dohmen deze analyse van de wil uiteen. Kort gezegd gaat aan de wil een veelheid van wensen vooraf. De wil is de wens die uiteindelijk gekozen wordt, na afweging van mogelijkheden en middelen. Hij is een oordeel over de verschillende wensen die je hebt en uit zich in een bereidheid dat oordeel te volgen. Bieri gaat dus uit van een vrije wil, die uit een denkproces ontstaat.
Door de nadruk op de wil te leggen, komt een heel nieuw thema aan de oppervlakte in het denken over levenskunst, zoals we dat in de voorgaande lezingen hebben gehoord. Niettemin komen ook bij Bieri vragen terug die bij de andere denkers en schrijvers spelen: over de vrijheid en over de taal bijvoorbeeld. Voor Bieri hangt vrijheid samen met een open toekomst, waarin de wil speelruimte heeft. Het denkspelletje is ernst: maak je in een toekomst die open ligt een keuze, dan zal dat ook echt invloed hebben op het verloop van die toekomst. En een andere keuze maken is mogelijk, door de speelruimte van de wil.
Hoe kom je er dan achter wat te kiezen? Hierbij spelen taal en verbeelding een rol. Staande op een cruciaal punt in je leven (studeren of niet studeren? kinderen of geen kinderen?), moet je met je voorstellingsvermogen aan de slag. Door de consequenties van de verschillende keuzes te verbeelden, kun je de keuzes tegen elkaar afwegen. Hoe ziet mijn leven eruit als ik niet ga studeren? Wat betekent dat écht? En als ik wel ga studeren? Het is een heel geconcentreerde vorm van kiezen, werkelijk bewust leven, zoals Joep Dohmen benadrukte.
De expressie in taal is een ander thema dat in de loop van de reeks steeds is teruggekomen, en ook bij Bieri prominent aanwezig is. Dat heeft twee kanten. Het gaat om het verwoorden van wat je wilt en wie je bent, want pas door dat heel precies uit te drukken (te articuleren, zegt Bieri) kom je erachter wat dat is. Zomaar wat roepen is hetzelfde als zomaar wat kiezen: het kan nooit eigen zijn, van jezelf. Aan de bewuste keuze gaat een bewuste bewoording in de taal vooraf.
Maar dat kan geen mens zomaar. Niemand wordt geboren met een duidelijke articulatie, letterlijk en figuurlijk. Die moet je leren van anderen. Bijvoorbeeld door het zien van films, het spreken met vrienden en het lezen van boeken. Dat houdt de verbeelding aan het werk, zet je aan tot reflectie en scherpt je vermogen om jezelf uit te drukken. Eigenlijk precies wat Studium Generale ook met de reeks Levenskunst beoogt (may I add: wat ik ook met dit blog beoog). Op 8 juni is alweer de laatste lezing, zorg dat je erbij bent om met een veranderde blik op de wereld de zaal weer te verlaten!
Bekijk de lezing Hoe eigen ik mezelf toe?
De onbekende uit mijn droom was niet bij de lezing over Peter Bieri, maar des te meer bekenden, wat natuurlijk veel leuker is. Hierboven het stuk dat ik voor het Studium Generale nieuwsblog over de lezing schreef.
Wat maakt dat je dus bent?
10/05/10 19:00 Denk aan: Filosofie

Je ontkomt er niet aan het jezelf voor te leggen: Ik ..., dus ik ben. Probeer het, en je begrijpt meteen die weifelende, nadenkende toon in alle stukken. Het is namelijk verdomde moeilijk. In mijn recensie schreef ik ironisch 'Ik lees, dus ik ben' en 'Ik word gelezen, dus ik ben'. Maar dat voelt tweedehands. Je bent zonder object ook iets. Gaat het dan om taal? Of om gezien worden? Of nog abstracter? Ik neigde al gauw naar - hoe verrassend - ik denk, dus ik ben, of liever ik denk na, dus ik ben. Is dat niet prachtig? Door zo'n 'opdracht' kom je uit eigen denkbeweging uit op een van de beroemdste filosofische stellingen die er bestaan. Om achteraf pas op te merken dat die invulling niet heel origineel is.
Verder dus maar. Wat maakt dat ik ben? Fundamenteler vragen krijg je niet gauw. Ik moest denken aan de levenskunstlezingen, waarin het steeds gaat over vrijheid, kiezen, beweging. Dat is de hoek waar ik het zoeken moet. Ik kies, dus ik ben? Ik ben vrij, dus ik ben? Alleen al om de lelijke formulering valt de laatste af. En niet elke keuze maakt dat je bent, het gaat om de keuze tegen jezelf en anderen in, een vrije keuze vanuit hoofd en hart, een gedurfde keuze.
Ik durf, dus ik ben! Nu ben ik niet de meest avontuurlijke persoon op aarde. Je hoort mij niet over bungeejumpen, jungletochten of hallucinatoire experimenten. (Bang ben ik ook niet, hoor.) Ik maakte eens een bergwandeling over een besneeuwd pad, langs een diepe afgrond vol rotsen. Halverwege ben ik omgekeerd. Ook al was het even ver om terug te gaan als heen. Toch herinner ik me dat moment niet als een nederlaag, maar eerder als een overwinning. In dit geval was 'nee' de juiste beslissing. Ik keek in de afgrond, de duizelende afgrond van Sartre, en het boeide me niet wat de anderen ervan zouden denken. Ik ging terug, wat een opluchting. Dus toch kiezen? Ik durf te kiezen, dus ik ben?
Al deze dingen dacht ik gisterenavond, vlak voor ik ging slapen. Eindelijk was ik eruit: ik durf te kiezen, dus ik ben. Ook als kiezen betekent: teruggaan. Het beeld dat erbij hoorde: de foto die iemand van mij maakte op de besneeuwde richel, waar ik al half omgekeerd sta, op weg terug (sorry, niet digitaal beschikbaar).
Was ik er echt uit? 's Nachts ging in een droom mijn gedachtegang verder. Ik liep met iemand te praten, een onbekende. Ik vertelde hem mijn bevindingen, trots dat ik een origineel standpunt voor mijzelf had ontdekt. Hij zei: 'Het gaat je er dus eigenlijk om, altijd voor jezelf te kiezen. Ook al is het een "nee". Je stelt je eigenbelang voorop. Dan moet je zeggen: Ik ben egoïstisch, dus ik ben.' Ik sputterde tegen, maar moest die onbekende cynicus toch gelijk geven.
Vanochtend dacht ik verder. Wat kon ik tegen hem inbrengen? Want zo zat het toch niet, dat elk kiezen egoïstisch is? Dat is in elk geval niet wie ik ben of wil zijn. Ik dacht terug aan de mens, wiens hersenstructuur is ingesteld op betekenis geven en daarmee op sociaal gedrag (Een steen als een mens). En ik dacht aan het pact dat Castorp en Claudia in De Toverberg sluiten vóór Peeperkorn (Notities van een synestheet). En aan de beschrijving van loyaliteit door Pascal Mercier in Nachttrein naar Lissabon: 'Daarom kwam het op loyaliteit aan. Dat was geen gevoel, zei hij, maar een wil, een beslissing, het partij kiezen door de ziel.'
Zijn dat niet de meest gedurfde keuzes, vóór iemand gemaakt en dóór de ziel gaand? Ik denk het wel. Jammer genoeg komen dit soort tegenwerpingen altijd te laat. Ik zal ze die onbekende nooit meer kunnen meegeven. Of zou hij toevallig morgen bij de Levenskunstlezing over Pascal Mercier aanwezig zijn?
Aan tafel
08/05/10 14:15 Denk aan: Leven
Theodor Holman begint een leuk columnistenspelletje op Het Parool. 'Met wie wil je aan tafel zitten om te praten. Je mag kiezen uit iedereen, dood of levend, in de geschiedenis.' Op de site zijn de tafels van onder andere Theodor zelf en Harry Mulisch te lezen. Hieronder de mijne.
1. Marcel Proust
2. Jim Morrison
3. Simone de Beauvoir
4. Jack White
5. Søren Kierkegaard
’Spelregels: niet meer dan vijf mannen of vrouwen. Het moeten beroemdheden zijn. Dus niet: 1. Mijn moeder. 2. Mijn vader, etc.’
Mocht mijn vader (Gerard Rasch) toch een beetje gelden als een beroemdheid, dan zet ik hem op nummer vijf. Omdat hij heel geestig tafelgezelschap was en het goed met de anderen zou kunnen vinden.
1. Marcel Proust
2. Jim Morrison
3. Simone de Beauvoir
4. Jack White
5. Søren Kierkegaard
’Spelregels: niet meer dan vijf mannen of vrouwen. Het moeten beroemdheden zijn. Dus niet: 1. Mijn moeder. 2. Mijn vader, etc.’
Mocht mijn vader (Gerard Rasch) toch een beetje gelden als een beroemdheid, dan zet ik hem op nummer vijf. Omdat hij heel geestig tafelgezelschap was en het goed met de anderen zou kunnen vinden.
Laat je horen
07/05/10 19:28 Denk aan: Internet
Ik ben een blij vrouw: het is weer mogelijk te reageren op mijn stukkies! Vandaag nog voelde ik me een beetje schuldig omdat ik in mijn meivakantieweek eigenlijk deze hele site (727 files, deze niet meegerekend) had willen omzetten naar een ander systeem. En dat niet heb gedaan. Maar zie: de goden zijn me ook wel eens gunstig gezind en er is een update uit de lucht gevallen die... nou ja, ik ga niemand vervelen met technische details.
Laat van je horen! Ik zit immers al lang genoeg een monoloog te houden (zie De mond gesnoerd). Ik ga nog kijken of ik oude comments kan importeren (heb weinig hoop). En beloof snel weer een inhoudelijk stukkie af te leveren.
Laat van je horen! Ik zit immers al lang genoeg een monoloog te houden (zie De mond gesnoerd). Ik ga nog kijken of ik oude comments kan importeren (heb weinig hoop). En beloof snel weer een inhoudelijk stukkie af te leveren.
Rolmodellen van Thomas More tot 50 Cent
04/05/10 11:48 Denk aan: Filosofie


'A man for all seasons' werd Thomas More door zijn vrienden genoemd. En die vrienden waren zelf al niet de minste: Erasmus was More's beste vriend. In een brief schreef More aan hem 'my darling', en Erasmus hield het bij mellitissime Thoma ('zoetste Thomas'). 'A man for all seasons' klinkt in hedendaagse oren misschien niet direct als een aanbeveling. Het riekt naar draaikonterij en opportunisme of naar de manier waarop verschillende mensen en partijen voorgangers claimen. Nietzsche is in die zin ook een man voor alle seizoenen (van de massaliteit van de nazi's tot de artistieke Einzelgänger), net als alle filosofen van de Verlichting. Lees verder
Over liefde: Solovjov en Kierkegaard
03/05/10 15:09 Denk aan: Filosofie

Lees verder
Wensdroom: wortel worden
28/04/10 19:33 Denk aan: Filosofie

Ja, heel duidelijk uitgelegd inderdaad! Een wortel?! En wat heeft dat met een grot te maken?
Het leven in een verlaten grot is een leven los van alle verleidingen, van al het teveel, los van alle anderen. Een ascetisch leven - niet in de christelijke, priesterachtige zin, maar eerder in de Romeinse. En wat gebeurt er als je lang genoeg in een grot leeft? Dan ga je eruit zien als een wortel. Lees verder
Stine Jensen en Rob Wijnberg: Dus ik ben
26/04/10 16:23 Denk aan: Filosofie

Lees verder op 8WEEKLY: Op zoek naar de moderne identiteit
En lees ook mijn (oudere) recensies van Rob Wijnberg, Nietzsche en Kant lezen de krant en Stine Jensen, Dokter Jazz
David Acheson, Theo van Doesburg en de schoonheid van getallen
23/04/10 18:27 Denk aan: Wetenschap

Daar houd ik wel van. Ergens in dit alfamens (gelukkig geen -mannetje) van verhalen en woorden zit een wiskundige verstopt die kickt op getallen en lijnen. Het is de aantrekkingskracht van orde en eenvoud, die toch verbazingwekkend onbegrijpelijk is. Acheson liet in zijn lezing verschillende voorbeelden zien, bijvoorbeeld van een som waarvan de uitkomst pi is. Pi! Hoe toevallig is dat? Niemand begrijpt wat pi in die som doet, het is eenvoudig, mooi, helder en onbegrijpelijk. (Denk ik, misschien is het raadsel wel te verklaren.) Lees verder
Namendiefstal
21/04/10 11:32 Denk aan: Filosofie
Radboudstichting wordt Stichting Thomas More
Je bent een goedwillend mens, een brave burger. Je paspoort is bijna verlopen, dus je vraagt ruim op tijd een nieuwe aan. Maar het pakketje met nieuwe paspoorten, waarin ook dat van jou zit, bereikt nooit het gemeentehuis. Onderweg is het gestolen door mensenhandelaars en andere onderwereldfiguren. Dan word je midden in de nacht ruw uit bed gehaald door agenten met kogelvrije vesten en getrokken pistolen. ‘Meekomen!’ ‘Maar ik heb niets gedaan, ik ben een goedwillend mens, een brave burger,’ probeer je. Helaas, je naam is niet meer van jou. Identiteitsfraude, heet dat met een juridische term. Het betekent meer dan een regel in het strafboek. Je bent niet alleen je paspoort kwijt. Je bent jezelf kwijt.
In zo’n geval zit er soms maar één ding op: je naam veranderen.
De vergelijking met mensenhandelaren en onderwereldfiguren lijkt misschien wat overdreven. Toch helpt het om je voor te stellen hoe het is als iemand opeens jouw naam gaat gebruiken, zoals de Radboudstichting overkwam. Iemand pikt niet alleen je naam, maar slaat de spiegel waarin je jezelf altijd hebt herkend in gruzelementen. Het ergste zijn de mensen die niet begrijpen hoe ernstig dat is, die zeggen, ach het is maar een naam, een paspoort. We helderen het op en gaan over tot de orde van de dag. Die orde bestaat namelijk niet meer.
U merkt wel, namen liggen nogal gevoelig bij mij. Ondergetekende (kijk nog maar eens goed) is nooit slachtoffer geweest van paspoortroof of identiteitsfraude, maar kampt met een ander probleem, dat hiermee te maken heeft. Ik moet mijn naam altijd spellen. Ik heet geen Miriam Rasch, maar Miriam-met-een-i Rasch-met-es-cee-ha. En dan vragen ze nog niet eens naar mijn tweede naam (Dueholm). Ook al spel ik mijn naam, de meeste mensen noemen me Mirjam, Myriam of zelfs Meriam. Tas, Los, Ros, Hasj. Vrienden die ik al jaren ken, denken nog steeds dat ik Mirjam heet. Ze schrijven het zelfs op de uitnodiging voor hun bruiloft. ‘Ik kom niet hoor!’ roep ik dan. (Ik ga natuurlijk wel en zet met grote, zwierige letters mijn naam in het gastenboek.)
Ik kan me erg opwinden over verkeerd gebruikte of gespelde namen. Niet omdat ik een frikkig type ben dat met een rietje de misspeller op de vingers wil tikken. Mensen die niet weten hoe je heet, weten ook niet wie je bent. Ze beroven je van je identiteit. Een Mirjam is anders dan een Miriam. En mevrouw Los een ander dan (mejuffrouw) Rasch.
Daarom kan ik me heel goed voorstellen wat de Radboudstichting heeft bewogen om haar naam te veranderen. De grote vraag is alleen: wat zou Thomas More ervan denken?
Miriam Rasch
[verschenen als column in More 85, april 2010. Kijk ook op www.thomasmore.nl] Lees verder
Je bent een goedwillend mens, een brave burger. Je paspoort is bijna verlopen, dus je vraagt ruim op tijd een nieuwe aan. Maar het pakketje met nieuwe paspoorten, waarin ook dat van jou zit, bereikt nooit het gemeentehuis. Onderweg is het gestolen door mensenhandelaars en andere onderwereldfiguren. Dan word je midden in de nacht ruw uit bed gehaald door agenten met kogelvrije vesten en getrokken pistolen. ‘Meekomen!’ ‘Maar ik heb niets gedaan, ik ben een goedwillend mens, een brave burger,’ probeer je. Helaas, je naam is niet meer van jou. Identiteitsfraude, heet dat met een juridische term. Het betekent meer dan een regel in het strafboek. Je bent niet alleen je paspoort kwijt. Je bent jezelf kwijt.
In zo’n geval zit er soms maar één ding op: je naam veranderen.
De vergelijking met mensenhandelaren en onderwereldfiguren lijkt misschien wat overdreven. Toch helpt het om je voor te stellen hoe het is als iemand opeens jouw naam gaat gebruiken, zoals de Radboudstichting overkwam. Iemand pikt niet alleen je naam, maar slaat de spiegel waarin je jezelf altijd hebt herkend in gruzelementen. Het ergste zijn de mensen die niet begrijpen hoe ernstig dat is, die zeggen, ach het is maar een naam, een paspoort. We helderen het op en gaan over tot de orde van de dag. Die orde bestaat namelijk niet meer.
U merkt wel, namen liggen nogal gevoelig bij mij. Ondergetekende (kijk nog maar eens goed) is nooit slachtoffer geweest van paspoortroof of identiteitsfraude, maar kampt met een ander probleem, dat hiermee te maken heeft. Ik moet mijn naam altijd spellen. Ik heet geen Miriam Rasch, maar Miriam-met-een-i Rasch-met-es-cee-ha. En dan vragen ze nog niet eens naar mijn tweede naam (Dueholm). Ook al spel ik mijn naam, de meeste mensen noemen me Mirjam, Myriam of zelfs Meriam. Tas, Los, Ros, Hasj. Vrienden die ik al jaren ken, denken nog steeds dat ik Mirjam heet. Ze schrijven het zelfs op de uitnodiging voor hun bruiloft. ‘Ik kom niet hoor!’ roep ik dan. (Ik ga natuurlijk wel en zet met grote, zwierige letters mijn naam in het gastenboek.)
Ik kan me erg opwinden over verkeerd gebruikte of gespelde namen. Niet omdat ik een frikkig type ben dat met een rietje de misspeller op de vingers wil tikken. Mensen die niet weten hoe je heet, weten ook niet wie je bent. Ze beroven je van je identiteit. Een Mirjam is anders dan een Miriam. En mevrouw Los een ander dan (mejuffrouw) Rasch.
Daarom kan ik me heel goed voorstellen wat de Radboudstichting heeft bewogen om haar naam te veranderen. De grote vraag is alleen: wat zou Thomas More ervan denken?
Miriam Rasch
[verschenen als column in More 85, april 2010. Kijk ook op www.thomasmore.nl] Lees verder
Stukkies elders: Sarte, klimaatverandering en de cultuur van angst
17/04/10 21:07 Denk aan: Wetenschap

‘De existentie gaat vooraf aan de essentie!’ Hele generaties zagen deze woorden van Jean-Paul Sartre als strijdkreet. Woorden die een vrij leven mogelijk maakten. Maar wat betekent het eigenlijk, dat de existentie aan de essentie vooraf gaat? Professor Maarten van Buuren (Moderne Letterkunde, UU) legt het in zijn lezing voor de serie Levenskunst uit aan de hand van sprekende voorbeelden en persoonlijke inzichten. Lees verder
Onzekere gevolgen van klimaatverandering: kies niet meteen de makkelijke oplossing
Wat is de relatie tussen angst, onzekerheid en wetenschap? Hoe kan de politiek beleid maken dat rekening houdt met de open gaten in wat wetenschappelijk zeker is en dat toch verstandig is? Op deze belangrijke vragen die spelen bij bijvoorbeeld klimaatverandering sprak prof. dr. Arthur Petersen in de laatste lezing voor de serie Encyclopedie van de angst. Bij een problematiek die zo groot is als het klimaat, waar de belangen enorm zijn, is de onzekerheid juist het grootst. Welke gevolgen heeft de opwarming van de aarde? Hoe komt het dat de aarde opwarmt? Niemand die het zeker weet. Maar iedereen is het erover eens dat er íets aan gedaan moet worden. Lees verder
Frank Furedi over leven in een cultuur van angst
Angst is cultureel en historisch bepaald – een van de prikkelende stellingen van prof. Frank Furedi (Sociologie, Kent University) in zijn lezing voor de serie Encyclopedie van de angst. Als dat zo is, wat is dan de angst die hoort bij onze tijd en cultuur? Daar is geen eenduidig antwoord op te geven. Misschien is dat juist wat moderne angst kenmerkt. Lees verder
Jean-Paul Sartre en het existentialisme
15/04/10 18:14 Denk aan: Filosofie

Sartre baseerde zich in zijn denken op de fenomenologie van Edmund Husserl. Deze filosoof beschreef als eerste het bewustzijn als iets wat níet als een kern in de mens zit. Zijn definitie van bewustzijn was ‘Bewustzijn is bewustzijn ván iets’. Met andere woorden: het bewustzijn bestaat uit een verhouding met de buitenwereld. Er is niet zoiets als een essentie, die je een vooropgesteld levensdoel of richtsnoer geeft. Nee, pas door je verhouding tot de buitenwereld in het bewustzijn, existeer je en kun je iets van je essentie herkennen. Vandaar: ‘De existentie gaat vooraf aan de essentie!’
Dat brengt een enorme vrijheid met zich mee, want existeren doe je helemaal zelf. De mens is volgens Sartre nu eenmaal veroordeeld tot de absolute vrijheid, los van alles en iedereen. Dat kan beangstigend zijn, maar ook juist heel optimistisch stemmen. Het is opvallend hoe vol beweging en activiteit de filosofie van Sartre zit – beweging die Maarten van Buuren in zijn enthousiaste en levendige presentatie ook tot uiting brengt.
Die beweging begint al helemaal aan het begin van het leven, als de mens in het bestaan ‘geworpen’ wordt. Van Buuren vergelijkt het met een survivaltocht: je wordt gedumpt in de jungle met een rugzakje om, maar zonder opdracht en zonder doel. Er zijn een paar gegevenheden, zoals je rugzakje, maar ook je geslacht en in welk land je gedropt bent. Vanaf dat moment moet je het echter zien te rooien. Allereerst met je bewustzijn, dat ook een activiteit is: ‘een pijl die je afschiet’. Door bewust keuzes te maken ontwerp je je eigen existentie. Sterker nog: je moet een sprong wagen in het project dat je leven is.
Vaak gaat het niet zo makkelijk. De absolute vrijheid is ook een last. Van Buuren beschrijft de val van het existentialisme, een val in het absolute niets. Dat is het besef van het ontbreken van een vooraf gegeven essentie. In je jeugd heeft alles nog een doel en een betekenis, maar het existentialisme prikt door deze illusie heen. Een pijnlijk moment, dat Van Buuren uit eigen ervaring kent.
In de serie Levenskunst draait het om de manier waarop denkers en schrijvers kunnen helpen bij de morele opgave iets van je leven te maken. Wat zeggen zij tegen je? En wat is jouw antwoord? Maarten van Buuren en Joep Dohmen vertellen openhartig over de manier waarop de schrijvers hen geraakt en beïnvloed hebben, zonder daarbij het wetenschappelijke perspectief te verliezen.
Houellebecq: Mogelijkheid van een eiland. Gelukkig miserabel
14/04/10 18:38 Denk aan: Literatuur

Pecha Kucha: Fenomenologie van de ervaring
12/04/10 20:23 Denk aan: Literatuur
Fenomenologie van de ervaring
08/04/10 15:04 Denk aan: Literatuur
Voor een publiek van eindexamenkandidaten Filosofie, enkele ouders en docenten, hield ik gisteren mijn eerste lezing. De rollen waren omgekeerd en dat beviel prima. Hieronder de tekst die ik daar met misschien iets te veel uitweidingen heb uitgesproken.
Fenomenologie van de ervaring
aan de hand van Marcel Proust
7 april 2010
Dames en heren, jongens en meisjes, leuk dat jullie hier zijn en bedankt dat ik hier iets mag komen vertellen. Ik zal hopelijk weer een andere kant van de filosofie belichten dan de anderen. Van de filosofie en de literatuur, want ik heb zowel literatuurwetenschap als filosofie gestudeerd en vanavond zal die combinatie ook naar voren komen.
Waar ga ik het over hebben? Ik wil iets zeggen over het belang van ervaringen opdoen, van emoties en het instinct. De filosofische notie die centraal staat is zelfkennis. En wel zelfkennis die gestoeld is op de ervaring, eerder dan op het verstand. Ik ga het hebben over impressies, die emotioneel zijn en je op weg zetten naar zelfkennis voordat het intellect eraan te pas komt. Het gaat ook om het vertrouwen op ervaring, het onderzoeken van die ervaring, die omzetten in kennis en daar dan iets mee doen.
Fenomenologie van de ervaring is mijn titel. Wat is fenomenologie? Kort gezegd gaat het om een filosofische stroming die uitgaat van de ervaring en de waarneming bij het bestuderen van de werkelijkheid. De wereld verschijnt aan ons (in "fenomenen") en daar moeten we ons op baseren bij het beschrijven van de wereld. Marcel Proust gaat ook uit van de ervaring in zijn werk en beschrijft de ervaring áls ervaring. Dat verklaart de ietwat tautologische titel ‘Fenomenologie van de ervaring’.

Lees verder
Fenomenologie van de ervaring
aan de hand van Marcel Proust
7 april 2010
Dames en heren, jongens en meisjes, leuk dat jullie hier zijn en bedankt dat ik hier iets mag komen vertellen. Ik zal hopelijk weer een andere kant van de filosofie belichten dan de anderen. Van de filosofie en de literatuur, want ik heb zowel literatuurwetenschap als filosofie gestudeerd en vanavond zal die combinatie ook naar voren komen.
Waar ga ik het over hebben? Ik wil iets zeggen over het belang van ervaringen opdoen, van emoties en het instinct. De filosofische notie die centraal staat is zelfkennis. En wel zelfkennis die gestoeld is op de ervaring, eerder dan op het verstand. Ik ga het hebben over impressies, die emotioneel zijn en je op weg zetten naar zelfkennis voordat het intellect eraan te pas komt. Het gaat ook om het vertrouwen op ervaring, het onderzoeken van die ervaring, die omzetten in kennis en daar dan iets mee doen.
Fenomenologie van de ervaring is mijn titel. Wat is fenomenologie? Kort gezegd gaat het om een filosofische stroming die uitgaat van de ervaring en de waarneming bij het bestuderen van de werkelijkheid. De wereld verschijnt aan ons (in "fenomenen") en daar moeten we ons op baseren bij het beschrijven van de wereld. Marcel Proust gaat ook uit van de ervaring in zijn werk en beschrijft de ervaring áls ervaring. Dat verklaart de ietwat tautologische titel ‘Fenomenologie van de ervaring’.
Lees verder
3 manieren om de mensheid op te delen
06/04/10 20:27 Denk aan: Leven

Nero, de bloedige dichter
05/04/10 11:54 Denk aan: Literatuur

Heerser van moord en waanzin
Het succes van Sándor Márai heeft geleid tot een herontdekking van de Hongaarse literatuur uit het begin van de twintigste eeuw. Een van de schrijvers wiens werk de laatste jaren in vertaling verschijnt is Dezsö Kosztolányi (1885–1936). Zijn historische roman Nero, de bloedige dichter uit 1922 is na Anna en De bekentenissen van Kornél Esti een nieuw hoogtepunt. Een boek om uit te blijven citeren. Lees verder
Stoelendans in columnistenland
31/03/10 11:39 Denk aan: Literatuur

Tijdens haar zwangerschapsverlof werd Aaf vervangen door een hele rits gastcolumnisten, die naar mijn bescheiden mening geen van allen overtuigden. Nu alle verhuizingen achter de rug zijn, de restyling van de Volkskrant en de tweede pagina van nrc.next is voltooid, is het afwachten hoe de columnisten hun eigen kamertje gaan inrichten. Lees verder
Denemarken als persoonlijke eigenschap
28/03/10 13:43 Denk aan: Leven

Het onbehaaglijke van Angst
23/03/10 18:29 Denk aan: Film

De documentaire was onderdeel van de serie Encyclopedie van de angst, die ik deze maanden presenteer bij Studium Generale. 't Hoogt in Utrecht was de locatie voor drie vertoningen, waarvan ik er eentje bijwoonde. In eerste instantie wilden we (of eigenlijk ik) drie films draaien, waarbij de studenten er één moest kiezen en de organisatie een soort marathon ervan kon maken. Naast de documentaire had ik gekozen voor The Blair Witch Project (angst voelen in de bioscoopzaal) en Das Leben der Anderen (leven in angst). Uiteindelijk bleef alleen Angst over, wat ik jammer vond. Een van de onderdelen van een reeks over angst had toch ook de ervaring van angst moeten zijn. Een soort empirisch experiment tussen alle wetenschappelijk-abstracte lezingen door. En een documentaire, dat is eigenlijk een soort lezing, dacht ik.
Gelukkig had ik het bij het verkeerde eind. Het kijken naar Angst levert ervaring genoeg en voldoende basale reacties om lekker te reflecteren.
Michiel van Erp volgt zes mensen die allemaal een angststoornis hebben: een man is bang om te vallen, een meisje is obsessief met douchen bezig uit angst dat anderen haar vies vinden, een ander heeft slaapangst. Laat ik het ronduit zeggen: ze haalden het bloed onder mijn nagels vandaan. Wat een zielenpietjes. 'Pull yourself together man!' wilde ik roepen tegen de gezichten op het scherm, die jankten, zenuwachtig knipperden of wezenloos voor zich uit staarden. Mijn geduld raakte al na een minuut of vijf op. En toen moest ik nog anderhalf uur.
Maar in dat anderhalve uur sloeg mijn stemming om. Hoe meer je van de hoofdpersonen te weten komt, hoe onbehaaglijker het wordt. Ik had te snel geoordeeld. Deze mensen hadden echt een probleem, dat hen allang boven het hoofd was gegroeid. Hun angst kroop onder mijn huid, kil, naar, eng.
Cijfertjes waren het breekpunt. Ik zie een kleurenwaaier als ik aan mijn pincode denk. Het meisje met een doucheobsessie zag in al haar handelingen cijfers en in alle cijfers een onheilspellende dan wel gelukbrengende symboliek. Vaker het eerste dan het laatste. Van een meisje dat last heeft van onzekerheid en misschien gewoon snakt naar aandacht, veranderde zij binnen één shot in iemand met een serieuze stoornis waar je je als kijker niets bij voor kunt stellen (vanaf 32.33 minuten) Het meisje gaat steeds sneller spreken: 'Ik heb shampoo, dat doe ik in mijn hand. Ik tel de een, ik weet niet waarom en dan knijp ik twee keer, want het is met één hand knijpen, vijf vingers aan één hand is tien en tien is een goed getal en één is niks, terwijl twee bevestigt wat ik doe...'
Volg je het nog? Tegen zo iemand zeg je niet 'Pull yourself together man!'
Met zeer gemengde gevoelens verliet ik de zaal. De documentaire had me met de neus op de feiten gedrukt: ik kan niet tegen zielenpietjes, vertrouw erop dat iedereen zichzelf kan redden, vertrouw erop dat zielenpietjes zich altijd aanstellen. Onaardige tiepje, ik.
Later moest ik terugdenken aan wat Damiaan Denys over de film had gezegd. Deze Vlaamse psychiater uit Amsterdam sprak eerder in de reeks over de allernieuwste behandeltechniek voor zwaar angstige patiënten. Heel dunne elektrodes worden operatief in de hersenen geplaatst en door schokjes te geven, kan de angst letterlijk worden uitgeschakeld. Mocht de batterij van de elektrode op gaan, dan komt binnen een paar seconden de angst weer terug. Denys had de film natuurlijk ook gezien (lang voordat ik hem zelf zou zien). Hij had er zijn bedenkingen bij, vertelde hij. Bedenkingen die voortkwamen uit een onbehaaglijk gevoel. Die mensen spelen allemaal theater. Ze kicken op de camera. Dat kan ook niet anders, waarom zou je als gestoorde in een documentaire willen optreden? Dit zijn mensen die in hun dagelijks leven liefst elke confrontatie uit de weg gaan. Waarom laten ze de camera dan toe in hun intieme leven, hun diepste gedachten en grootste angst? Dat theatrale aspect stoorde hem.
En inderdaad, tijdens het kijken was ook dat een onbehaaglijke onderstroom van de ervaring. Dat komt ook door de raamvertelling die de documentaire omlijst, verteld door Arthur Japin (groots op de affiche) - wiens angstige ervaringen geen geheim zijn. En het verhalende is maar één van de esthetische middelen die Van Erp gebruikt. Nu weet ik heus wel dat elke documentaire, ook die van 1Vandaag of Hart in Actie dit soort middelen gebruikt. Maar in combinatie met de uiterst pijnlijke, rock-bottom angstgevoelens van de hoofdpersoon, zet het poëtische gemijmer van Japin je aan het denken. Wie zijn die mensen? Kijk nog eens naar de poster: dat meisje achter de luxaflex is er het ergst aan toe van allemaal, ze heeft geen leven meer, kan niet slapen, niet alleen zijn, niet voor zichzelf zorgen. Daar staat ze dan op de affiche. Een prachtige, esthetische, nieuwsgierig makende affiche. Bekruipt me toch weer een onbehaaglijk gevoel.
Een steen als een mens
19/03/10 19:32 Denk aan: Filosofie

Deze gedachte ontroert mij erg. Waarom? Zulke verregaande functionaliteit is toch eigenlijk vreselijk, kun je zeggen. Waar blijft de filosofie, de ethiek? Goh, een steen, daar kan ik een huis mee bouwen of een dier mee doden. Ik lees dit anders. Interactie tussen onszelf en de wereld, dat gaat een stap verder dan alles in de werkelijkheid als functioneel beschouwen. De wereld, dat zijn de anderen. Zo bezien staat hier dat de mens in zijn hersenen is voorgeprogrammeerd tot sociaal gedrag. Hij treedt alles én iedereen tegemoet met de vraag: wat moet of kan ik hiermee? Met andere woorden: wat betekent dit voor mij? Lees verder
Stukkies elders: authenticiteit, medicatie en poëzie
15/03/10 18:32 Denk aan: Wetenschap

Een verzekering tegen een ongeluk door een terroristische aanslag verkoopt beter dan gewoon een verzekering. Terwijl de kans op zo’n aanslag veel kleiner is. Iedereen weet dat en toch zijn mensen bereid meer te betalen. Hoe kan dat? De economische wetenschap is jarenlang uitgegaan van de mens als rationeel wezen. Onterecht, aldus prof. dr. Henriëtte Prast, gedragseconoom en columnist, verbonden aan de WRR. Rationele modellen beschrijven een ideale gang van zaken die verre van realistisch is. De gedragseconomie kijkt naar wat mensen echt doen als ze economische beslissingen maken en probeert de systematiek daarin te ontdekken. Lees verder
Charles Taylor: ‘sociale authenticiteit’
Authenticiteit is een kernbegrip in de literatuur en filosofie, zo blijkt uit de serie Levenskunst. Joep Dohmen en Maarten van Buuren komen in hun lezingen en discussies steeds hierop terug. Wat het inhoudt, hoe je authentiek wordt en in welke verhouding het authentieke individu tot de gemeenschap staat: daarop is geen eenduidig antwoord te geven. De lezing van Joep Dohmen over de hedendaagse filosoof Charles Taylor – schrijver van onder meer The Ethics of Authenticity – cirkelde rond deze vragen. Lees verder
Nietzsches ‘dood van God’ maakt de weg vrij voor een authentieke levenskunst
Friedrich Nietzsche staat wel bekend als ‘de filosoof met de hamer’. Zijn uitspraak ‘God is dood’ is zelfs op T-shirts terug te vinden. Nietzsche is ook te lezen als filosoof van de levenskunst, waarbij het gaat om zelfstilering en bevestiging van het leven. Hoe zijn deze twee interpretaties met elkaar te rijmen? Joep Dohmen gaf in zijn lezing voor de serie Levenskunst vorig najaar een grondige inleiding op Nietzsches moraal en op de oproep tot zelfverwerkelijking die daar nog steeds van uitgaat. Lees verder
Innovatie van medicijnen loont niet, bangmakende reclame wel
‘Voelt u zich wel eens gespannen, maakt u zich zorgen en kunt u niet meer genieten van activiteiten die u eerder leuk vond, zoals winkelen? Dan is Havidol voor u!’ Wacht eens even, Havidol? Dat klinkt verdacht veel als have it all. Inderdaad, het gaat hier om een persiflage op de manier waarop geneesmiddelen tegenwoordig ‘in de markt’ worden gezet door grote farmaceutische bedrijven. Een persiflage die helaas stoelt op een onaangename werkelijkheid, aldus professor Huub Schellekens (UU) in zijn lezing Over regulering van angst. Bij het uitvinden en produceren van geneesmiddelen gaat het allang niet meer om de mens, maar om de centen. Reclame is de grootste kostenpost, beurskoersen het belangrijkste doel. Lees verder
De literaire expressie van angst: angst als productieve kracht
Waar vrees gericht is op een object in het hier en nu (spinnen, hoogtes), is angst een ongericht gevoel. Het onderscheid tussen angst en vrees kwam eerder al naar voren bij Damiaan Denys en ook dr. Hans van Stralen haalt het aan in zijn deel van de lezing ‘De literaire expressie van angst’. Uit de bijdrage van dichter Ingmar Heytze blijkt dat angst nog veel meer vormen aanneemt. Stilstand, beweging en productie zijn begrippen die steeds terugkeren. Lees verder
Authenticiteit en eigenbelang: het lastige evenwicht van de honnête homme
François de La Rochefoucauld is bekend van zijn maximes: puntige uitspraken over de mens. Ze verschenen in een vertaling van Maarten van Buuren bij de Historische Uitgeverij. In de serie Levenkunst hield Van Buuren dit najaar een lezing over La Rochefoucauld. Hij vertelde hoe hij in de maximes een heel nieuwe laag ontdekte, toen hij er ter voorbereiding van de lezing met een ethische bril naar keek. De maximes achtervolgen de lezer met vragen die hem in zijn waarden confronteren. Houdt de auteur mij een spiegel op of herken ik me totaal niet? Lees verder
Stuff that dreams are made of: Bijlmer en boek
13/03/10 12:48 Denk aan: Leven

Wat zal ik als eerste beschrijven, de blokken of het bouwwerk? Het bouwwerk, omdat de droom ook letterlijk een bouwwerk was. Geen wilde achtervolgingen of spannende avonturen - ik was in een ruimte en deed daar niet veel meer dan heel goed om me heen kijken. Het was de flat van mijn vader in de Bijlmer, Koningshoef 232 (inmiddels gesloopt) aan de metrohalte Kraaiennest. Daar ben ik al bijna twintig jaar niet geweest. Best bijzonder om er weer eens binnen te stappen. Het gekke was: iemand anders woonde er, en wel schrijver X. Ik bestudeerde heel nauwkeurig de dingen die aan de muur hingen, die mijn vader daar had opgehangen, twintig jaar geleden (in werkelijkheid had hij die dingen helemaal niet aan de muur hangen en herkende ik een droomvoorstelling). Plotseling viel me op dat op al die papiertjes en dingetjes 'Peter' stond. Peter?
De blokken in de blokkendoos:
1. Afgelopen woensdag was de sterfdag van mijn vader (zes jaar geleden was ook een woensdag)
2. Ik las Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje, dat voor een groot deel in de Bijlmer speelt. De parkeergarages, de markt, de liften. Metrohalte Kraaiennest, het winkelcentrum en de 'getto-Albert Heijn' waar wij in de weekenden boodschappen deden. Hij beschrijft hoe mensen vuilnis over het balkon naar beneden gooien - ik ben op mijn negende aan een wisse dood ontsnapt toen iemand van zes hoog een zak ijs naar beneden gooide, die een halve meter voor mij met een enorme klap neerkwam. De flats die hij beschrijft, de kamers, de lange balkons, de keuken om het hoekje. (En Grand Café Het Vervolg, dat na elven transformeert van jasjedasje-borrelkroeg tot goudentanden-bubblingjoint, maar dat was een andere tijd.)
3. De schrijver X die kort na het overlijden over mijn vader zei, 'Het was een vreemde man. Ik heb het altijd een vreemde man gevonden', (ik dacht, bedankt voor deze meelevende woorden) en van wie ik nu elke week interessante artikelen lees, waarbij ik dan altijd denk 'Jij bent een vreemde man, altijd al gevonden'.
Tel 1, 2 en 3 bij elkaar op en je hebt mijn droom. Ik zie nog haarscherp het droominterieur van de flat voor me. Het was een totaal ander interieur dan de Bijlmerflat van mijn vader. Doet er allemaal niet toe, zo gaat dat nu eenmaal. De grote vraag die overblijft is: who the fuck is Peter?
Ik hou het voorlopig op een foutje in de neuronenhuishouding. Ik ken meerdere Peters, maar wat hebben die in de Bijlmer te zoeken? Alsof er in de Lego-doos opeens een Duplo-stuk opduikt. Dan kun je wel proberen het stuk in je bouwwerk te passen, maar het verzakt en stort in. Je wordt wakker.
Charles Taylor: ‘sociale authenticiteit’
11/03/10 18:09 Denk aan: Filosofie

Taylor is vooral bekend van zijn magnum opus Sources of the Self (in het Nederlands verschenen als Bronnen van het zelf, met een voorwoord van Joep Dohmen). Daarin stelt hij dat in de tweede helft van de twintigste eeuw de moraal impliciet is geworden. Niemand heeft het er nog openlijk over, het ethische is teruggedrongen tot in de persoonlijke sfeer. Een van de manieren om de moraal weer expliciet te maken is door het authenticiteitsbegrip.
Iedereen kan wel een vage omschrijving geven van wat het betekent om authentiek te zijn: trouw blijven aan jezelf, vanuit jezelf leven. Maar dat is te makkelijk. Een belangrijke kwestie is de relatie tussen het authentieke individu en de gemeenschap. Volgens Taylor is authenticiteit niet hetzelfde als de liberale zelfbeschikking, die uitmondt in ‘doe maar wat je wilt’. Weliswaar ligt de bron in het individu, maar authenticiteit krijgt pas echt gestalte in de verhouding tot het gemeenschappelijke. Dialoog met anderen en het bepalen van een gedeelde horizon van waarden is essentieel. Zo ontstaat een zekere ‘sociale authenticiteit’.
Wat iedereen wil weten is natuurlijk: hoe word ik authentiek? Zoals alle levenskunst kost ook dit streven tijd en veel moeite. Je moet een ‘reis naar de diepte’ maken. Dohmen spreekt ook van ‘radicale reflectie’, die een persoonlijk referentiekader creëert dat als basis dient voor belangrijke, identiteitsbepalende beslissingen. Steeds weer komt echter terug dat dit persoonlijke referentiekader niet losgeweekt mag worden van een sociaal, gemeenschappelijk kader. Authenticiteit impliceert geen kluizenaarschap, maar contact.
Dit is een heel andere definitie van authenticiteit dan die van bijvoorbeeld Nietzsche of Musil. In de discussie na afloop van de lezing zette Maarten van Buuren vraagtekens bij de ‘sociale authenticiteit’. Kun je überhaupt voorwaarden verbinden aan zo’n begrip? Betekent dat niet meteen een verlies van authenticiteit? Van Buuren legde de nadruk juist op het afzetten tegen de gemeenschappelijke orde. Je bent pas echt jezelf als je afstand neemt van de norm. Maar is afstand nemen van de norm op zichzelf niet ook weer een norm? In elk geval kun je zeggen dat authenticiteit vraagt om een verhouding tot de norm.
Kijk de hele lezing ‘De reis naar de diepte’ terug.
Zou je jezelf je eigen leven toewensen?
10/03/10 12:03 Denk aan: Literatuur

Edgar Allen Poe. De biografie
07/03/10 14:23 Denk aan: Literatuur

Lees verder op 8WEEKLY: Leven in de put en de slinger
Klokkenluider van de Notre Dame
04/03/10 19:23 Denk aan: Televisie

Fenomenologie van de mannenketting
03/03/10 11:03 Denk aan: Leven

Gisteren trad Alberta Cross op in Tivoli de Helling. Een bijna ouderwetse rockband met een geweldige zanger die een kenmerkend hoog stemgeluid perfect de zaal in blies, ondanks zijn stonede kop. Stonede kop, met heel netjes gekamde lange haren die langs zijn wangen hingen, op hun plek gehouden door een zwarte hoed. Twee, drie kettingen. Gitarist: pasgewassen haren in hippe coupe, één ketting. De rest van de band: twee houthakkerstypes uit de jaren negentig, geen ketting; één gabbertype uit de jaren negentig, geen ketting. Lees verder
Perfectionisme? Doe mij maar ijdelheid
27/02/10 12:14 Denk aan: Filosofie

Janet Soskice, Tweeling van de Sinaï
24/02/10 16:09 Denk aan: Schrijven

Lees verder op 8WEEKLY: Twee vrouwen onder monniken en professoren
Stukkies elders: angst, levenskunst en liefde
22/02/10 19:07 Denk aan: Wetenschap

Angststoornissen: over hersenprikkeling en schoonheid
De psychiatrie streeft naar de opheffing van de eigen beroepsgroep. Als niemand meer een psychiater nodig heeft, is de missie geslaagd. Zover zal het vast niet komen. En misschien is dat ook niet erg, want een bestaan zonder lijden, zonder angst, zonder tekort is ook een bestaan zonder schoonheid en kunst. Professor Damiaan Denys is zowel psychiater als filosoof en liet beiden spreken in zijn lezing ‘Angst als psychische stoornis’ voor de reeks Encyclopedie van de angst. Lees verder...
(Valse) verleiders op Festival Mooie Woorden
Romantiek is een doodsvijand, van de liefde en van het geluk. Romantiek is ook letterlijk een doodsvijand: een vijand van de dood. Ze tovert allerlei onrealistische beelden voor ogen, zoals dat van een eeuwig leven en eeuwige jeugd. Harde woorden van filosoof Jan Drost, die echter het goede met de mens voorheeft. Als je je niet zo laat verblinden door valse verwachtingen, is de kans op geluk veel groter. Volgens Marinka Copier valt het wel mee met die valse verwachtingen. Het ligt eraan met welke bril je ernaar kijkt. Lees verder...
Wetenschap als ontmanteling van angst
Welke rol speelt angst in de wetenschap? Dat is de hoofdvraag van de wetenschapsfilosofische reeks Encyclopedie van de angst, die gisteren opende met een lezing door Sander Bais, hoogleraar in de Theoretische Fysica. Twee dingen maakte zijn lezing goed duidelijk. Angst is een belangrijke factor op veel niveaus en kan zowel voor als tegen de wetenschap werken. Maar, voegde Bais toe, wetenschap is belangrijker dan angsten – individueel of collectief – en zijn betoog was dan ook een betoog In praise of science, zoals de titel van zijn laatste boek luidt. Lees verder...
Robert Musil: Mystiek zonder God
Wat ben jij? Een dilettant, een essayist of een mysticus? Deze drie levenshoudingen spreken uit het werk De man zonder eigenschappen van Robert Musil (1880-1942). Ze zijn een spiegel voor onze eigen levensstijl en stellen de vraag wie we zelf zijn. Maarten van Buuren weet het wel: hij kan zich goed vinden in het dilettantisme, zo zei hij in zijn lezing in de serie Levenskunst. Lees verder...
Michel de Montaigne: De melancholie van de wijsheid
Had Michel de Montaigne in deze tijden geleefd in plaats van in de zestiende eeuw, dan had hij misschien wel een weblog bijgehouden. Want het zelfonderzoek van Montaigne, samengebracht in zijn Essays, had goed gepast bij de open en onderzoekende vorm van een weblog (het was dan het weblog op zijn best geweest). Ook daarin hangt alles met elkaar samen. De schrijver verwijst naar hoge en lage, de hedendaagse en voorbije cultuur – in Montaignes tijd vaak Latijnse citaten, in deze tijd filmpjes van Youtube. En het weblog is nooit af, net als de Essays. Steeds keerde Montaigne terug naar zijn tekst, verwerkte reacties van anderen, schrapte en herschreef. Lees verder...
Michel Foucault: Het leven een kunstwerk
Het lijkt een onwaarschijnlijke stap: van een analyse van het gevangenis- en strafsysteem naar de levenskunst. Zoniet voor de Franse filosoof Michel Foucault (1926-1984). Beide hebben te maken met vrijheid en de machtsverhoudingen die op die vrijheid inwerken, zo vertelde prof. dr. Joep Dohmen in zijn lezing ‘Het leven een kunstwerk’ in de serie Levenskunst. Lees verder...
Huis van de Poëzie
Is poëzie vertaalbaar? In een gedicht hangen taal, klank en betekenis zo nauw samen – is dat wel in een andere taal over te brengen? Regelmatig verschijnen er poëzievertalingen, van sommige dichters, zoals Shakespeare, zelfs meerdere. De een is vrijer dan de andere. Toch lijkt het bij de waardering van een poëzievertaling niet alleen te gaan om de vrijheid die de vertaler zich veroorlooft. Het gaat ook om iets als ‘de ziel’ van een gedicht. Lees verder...
Drie gesprekken
19/02/10 12:18 Denk aan: Leven
Ik had een gesprek met een hoogleraar. Het ging ongeveer zo:
Prof: 'Ben jij ook docent bij een vakgroep?'
Ik: 'Nee, ik ben gewoon programmamaker bij Studium Generale.'
'Ah, dat is dus je beroep?'
'Nou, beroep, beroep, ik heb niet een programmamakersopleiding gedaan of zo.'
Stilte.
'Ik heb filosofie gestudeerd, dus ik zit inhoudelijk wel in de goede richting.' (De prof, hoewel geen hoogleraar in de Wijsbegeerte, had zelf ook filosofie gestudeerd.)
'Zo, nou dat is toch nogal wat,' zei de prof.
'Valt wel mee.'
'Dat doet niet iedereen je na.'
'Ach jawel.'
'Nee hoor, veel mensen weten niet eens wat het woord betekent.'
'Ach jawel. Academisch geschoolde mensen zeker.'
'Dat is waar.'
Later op de avond dacht ik terug aan dit gesprek. Een typisch gesprek, waarvan ik er al vele heb gevoerd. Waarom, vroeg ik me af, ging het gesprek niet zo?
Lees verder
Prof: 'Ben jij ook docent bij een vakgroep?'
Ik: 'Nee, ik ben gewoon programmamaker bij Studium Generale.'
'Ah, dat is dus je beroep?'
'Nou, beroep, beroep, ik heb niet een programmamakersopleiding gedaan of zo.'
Stilte.
'Ik heb filosofie gestudeerd, dus ik zit inhoudelijk wel in de goede richting.' (De prof, hoewel geen hoogleraar in de Wijsbegeerte, had zelf ook filosofie gestudeerd.)
'Zo, nou dat is toch nogal wat,' zei de prof.
'Valt wel mee.'
'Dat doet niet iedereen je na.'
'Ach jawel.'
'Nee hoor, veel mensen weten niet eens wat het woord betekent.'
'Ach jawel. Academisch geschoolde mensen zeker.'
'Dat is waar.'
Later op de avond dacht ik terug aan dit gesprek. Een typisch gesprek, waarvan ik er al vele heb gevoerd. Waarom, vroeg ik me af, ging het gesprek niet zo?
Lees verder
Breukvlak: weblogroman van Eelco Runia
17/02/10 13:46 Denk aan: Literatuur

Het gekke is: van Runia (de hoofdpersoon heet trouwens Minne Algra) is geen weblog te vinden. Dat zet aan het denken: wilde hij niet dat lezers blog en boek gingen vergelijken? Is het blog een mystificatie en heeft het nooit bestaan? Of heeft hij geconcludeerd dat weblogs stom zijn? Lees verder
Thomas Metzinger, De egotunnel
14/02/10 11:28 Denk aan: Wetenschap

Lees verder op 8WEEKLY: Onttovering van het zelf
Geheim
12/02/10 21:42 Denk aan: Filosofie
Denk eens terug aan de eerste keer dat je een geheim had. Uit de trommel een snoepje gepikt en niemand die het weet. Een wereld gaat open: de binnenwereld. Bij het begin van een nieuw decennium wil ik pleiten voor een herwaardering van het geheim.
Ik pleit niet voor leugens. Wat begint met liegen over een gepikt snoepje, waaiert uit tot gedachten en dromen die je met niemand deelt, omdat er geen woorden voor zijn. Of gewoon omdat je houdt van stilte. Tegenwoordig staan geheimen gelijk aan leugens. Je wilt iets niet prijsgeven? Dan zal je wel iets in je schild voeren. Een geheim is per definitie verdacht. Lees verder
Ik pleit niet voor leugens. Wat begint met liegen over een gepikt snoepje, waaiert uit tot gedachten en dromen die je met niemand deelt, omdat er geen woorden voor zijn. Of gewoon omdat je houdt van stilte. Tegenwoordig staan geheimen gelijk aan leugens. Je wilt iets niet prijsgeven? Dan zal je wel iets in je schild voeren. Een geheim is per definitie verdacht. Lees verder
Robert Musil: Mystiek zonder God
10/02/10 14:46 Denk aan: Literatuur

Uit het leven van Musils hoofdpersoon, Ulrich, komen de drie fases naar voren. Als dilettant leeft hij het leven als een spel. De dilettant speelt een rol, of zelfs meerdere rollen: die van zijn beroep, van ouder, geliefde enzovoorts. Met geen van die rollen valt hij samen, hij is er niet op vast te pinnen. Het dilettantisme is een ironische levenshouding, die niets echt serieus neemt. Zeker het maatschappelijke leven niet.
Op het dilettantisme volgt de essayistische houding. Die is te beschrijven als een beschouwelijke manier van leven. De essayist trekt zich terug uit het maatschappelijke leven. Die sociale omgang werkt alleen maar vervreemdend ten opzichte van jezelf en versluiert het zicht op wie je werkelijk bent. Nog steeds wil Ulrich zich niet laten vastpinnen. Als je je door je maatschappelijke kenmerken laat vastpinnen, verstar je en raak je steeds verder weg van jezelf. Een man zonder eigenschappen zijn, betekent zo min mogelijk stollen in dat soort vastgeroeste, onpersoonlijke kenmerken.
De derde fase wordt vertegenwoordigd door het ideaal van de mystieke ervaring. Bij Ulrich uit zich dit in de hereniging met zijn zus Agathe. De mystieke ervaring verwijst naar de absolute leegte, waarin elke vorm is opgelost. Het is een ‘mystiek zonder God’, zoals de titel van Van Buurens lezing luidt. Alle rollen en eigenschappen zijn dan volledig afgelegd.
Zijn het dilettantisme en het essayisme nog levensstijlen waar je bewust voor kunt kiezen, dat lijkt voor het mystieke niet op te gaan. Toch stelt het mystieke ideaal een belangrijke vraag aan iedereen die bezig is met levenskunst. Welke plaats geven we de mystieke ervaring in ons leven? Dan gaat het om de momenten waarop we onze kenmerkende eigenschappen verliezen en buiten de heersende moraal stappen. Daarmee stelt Musil ook onze verhouding tot de maatschappij ter discussie. Hoe stevig laat je je vastpinnen door de maatschappelijke conventies? En hoe behoud je daarbij je eigenheid? Vragen die door de hele serie heen steeds terugkomen.
In de discussie die volgde op de lezing, stelde Joep Dohmen dat bij veel van de andere denkers juist het vinden van een vorm voorop stond. Levenskunst kan er ook uit bestaan die vorm vast te houden en te ontwikkelen, zodat die helemaal eigen wordt.
Misschien ligt de waarheid in het midden. Zou het bijvoorbeeld niet mogelijk zijn om het leven als een dilettant serieus te nemen? Je bewust zijn van de verschillende rollen die je speelt, zonder die als een spel af te doen? Zijn de essayistische en mystieke levensstijl niet ook een vorm op zichzelf? Belangwekkende vragen die laten zien hoe een roman kan werken als spiegel van de ziel.
Kijk de lezing Mystiek zonder God van Maarten van Buuren terug
Lees ook over Michel Foucault en Michel de Montaigne
[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]
Episode in Rome
05/02/10 16:04 Denk aan: Leven

Het kon niet anders of de stukjes brachten me terug in de tijd dat ik zelf in Rome was. Ja, ik was in Rome, drie weken lang, dertien jaar geleden, achttien jaar oud en zo blond als Anita Ekberg. Lees verder
Michel Foucault: Het leven een kunstwerk
04/02/10 18:00 Denk aan: Filosofie

Na een schets van het leven van Foucault en een duiding van zijn filosofische werk, kwam de vraag naar Foucaults levenskunst aan de orde. Foucault is verantwoordelijk voor de wedergeboorte van de levenskunst als filosofisch thema, een reus zonder wie we tegenwoordig anders over ons leven zouden denken, aldus Dohmen.
Foucaults levenskunst vindt zijn basis in de klassieke filosofie, een praktische ethiek die de zelfzorg in het middelpunt plaatste. De zorg voor zichzelf was ook meteen een publieke moraal, want de zorg voor de ander zat daarin besloten. Maar wat betekent die zorg voor jezelf? En hoe zit het met die vrijheid en de machtsverhoudingen?
Het doel van de moderne levenskunst is vrijheid. Maar wel vrijheid in de praktische zin van het woord, die uitgeoefend wordt het leven. ‘Vrijheidspraktijk’ noemt Foucault deze vorm van levenskunst. Vrijheid is onlosmakelijk verbonden met genoemde machtsverhoudingen. Zonder vrij te zijn van onderdrukking kun je niet beginnen je leven vorm te geven, en zodra je je leven gaat vormgeven, stuit je op de inmenging en regels van anderen. Vrijheid is altijd gesitueerd. Dat is de grote uitdaging van de levenskunstenaar: hoe ga je om met alle regels, codes en wetten die de moderne maatschappij reguleren.
Hoe ziet dat eruit? Verschillende vragen zijn aan de orde. Wat bedreigt het meest de vervulling van je leven? Dat verdient de meeste zorg. Voor de een is dat zijn lichaam, voor de ander zijn relaties. Voor de klassieke filosofen was lustbeheersing het belangrijkst, voor christenen de zonde. Vervolgens: hoeveel speelruimte heb je bij het in de praktijk brengen van je vrijheid? Hoe werken al die codes en regels op je in? En hoe pak je het aan? Welke middelen gebruik je? Bijvoorbeeld dialoog, meditatie of therapie. De middelen die je kiest zijn natuurlijk afhankelijk van je doel. Wat wil je met je leven? Genot, confrontatie, harmonie? Wat voor kunstwerk wil je maken?
Het lijkt nu alsof elke invulling, elk doel even goed is. Maar Foucault geeft ook aan wat voor hem een goede levenskunst inhoudt. Wanneer is een leven een kunstwerk? Voor Foucault is daarbij openheid en vitaliteit essentieel. Het kunstwerk dat het leven is moet je steeds herscheppen. Maar je moet het in eerste instantie zélf doen.
(Wil je de hele lezing terugzien? Dat kan via deze pagina.)
De mond gesnoerd
03/02/10 16:31 Denk aan: Internet

Bekentenis over Bekentenissen
31/01/10 16:09 Denk aan: Filosofie

Het begint zo veelbelovend met de wereldberoemde woorden: 'Ik ga iets ondernemen dat nooit eerder is gedaan en dat, als het eenmaal is uitgevoerd, niet zal worden nagevolgd. Ik wil aan mijn medemensen een mens laten zien zoals hij werkelijk is en die mens, dat ben ik zelf.' Deze mission statement eindigt als volgt: 'Ik heb mijn innerlijk blootgelegd zoals U het zelf hebt gezien. Eeuwig Wezen, verzamel de onmetelijke menigte van mijn medemensen om mij heen. Laat ze mijn bekentenissen horen, laat ze jammeren om mijn schanddaden, laat ze zich schamen voor mijn zwakheden. Laat ieder van hen op zijn beurt met dezelfde oprechtheid aan de voet van Uw troon zijn hart blootleggen en laat dan iemand zeggen, als hij durft: "Ik was beter dan deze mens."'
Lees verder
Aleksander Wat: Verdoemd
28/01/10 16:41 Denk aan: Literatuur
Verdoemd
Eerst droomde ik van een koffiemolen.
Een heel gewone. Zo’n ouderwetse. Donker koffiekleurig.
(Als kind hield ik ervan het dekseltje open te klappen, te kijken en ogenblikkelijk dicht te slaan. Met angst, trillend! Tot mijn tanden klapperden. Het was alsof ik erin werd fijngemalen! Ik heb altijd geweten dat het slecht moest aflopen.)
Lees verder
Snotblogje over tijdverspilling
25/01/10 11:00 Denk aan: Leven

Het blijkt wel dat ik niet zo goed ben in het scheiden van mijn fysieke en psychische welbevinden. Het was ooit veel erger. Liever dan me ziek te melden, ging ik gewoon naar mijn werk in de hoop dat de baas me naar huis zou sturen. Inmiddels weet wel (iets) beter - door schade en schande wijs geworden heet dat. Toch heb ik de afgelopen snipverkouden dagen veel nagedacht waar mijn diepgevoelde afkeer van ziek zijn vandaan komt. Er zijn immers ook mensen die best kunnen genieten van een paar dagen hulpeloos niets doen, zich laten verzorgen en geen verplichtingen voelen. Lees verder
Arjen Grolleman R.I.P.
21/01/10 07:40 Denk aan: Muziek
Arjen Grolleman is dood. Weinig overlijdensberichten van bekende mensen hebben mij meer aan het wankelen gebracht dan dat van KinkFM-opperhoofd Arjen Grolleman. 37 jaar pas. Een held van míjn tijd, een levende held, tot gisteren. Nu behoort hij tot die andere categorie helden, waartoe ook Theo van Doesburg behoort.
Ik luisterde gisteren onder het koken naar Avondland, zijn radioprogramma. Pas na een tijdje viel me op dat ik geen dj hoorde, alleen muziek. Ik besteedde er niet echt aandacht aan. Twee uur later zag ik de eerste berichten op Twitter. De laatste tweet van Grolleman zelf stamde van 17 uur eerder. Nu, de ochtend erna, mis ik bij het ontbijt de rare, grappige tweets van Grolleman die hij vaak de hele nacht door plaatste. (Man, slaap jij wel eens, heb ik me vaak afgevraagd.)
Hij meldde eens op Twitter dat hij daar hetzelfde probeerde te doen als op de radio: lullen over goeie muziek, citaten van filosofen en dichters erdoorheen strooien en afronden met een poep- en piesgrap. En dat deed hij ook. Je kunt keihard rocken, helemaal naar de klote gaan en bij thuiskomst Aristoteles open slaan. (Vrienden van mij weten dat dit is hoe ik zelf ook probeer te leven.) Hij ging een stap verder en bracht het op de radio. Op prime time ouwehoeren over Kierkegaard, hem vervolgens te kakken zetten en een plaat van Editors erin knallen. Of die keer, jaren geleden, dat hij minutenlang de Ursonate van dadaïst (en vriend van Theo van Doesburg) Kurt Schwitters liet horen. Geweldig. Ik moet nog lachen als ik eraan terugdenk.
Verder heb ik niet zoveel te zeggen. Ik kende hem niet persoonlijk (hoewel dat als Twittervolger bijna zo voelt). Alles wat ik kan zeggen zou meer over mezelf gaan en doet hier niet terzake. (Zoals al die stukjes die altijd verschijnen als iemand overlijdt, de persoonlijke herinneringen van nietszeggende mensen.) Het enige wat ik wil is dat mensen die hem wél persoonlijk kenden weten dat hij 'zomaar iemand' al tien jaar lang elke dag aan het lachen heeft gemaakt, aan het denken heeft gezet en muziek heeft laten ontdekken.
Kurt Schwitters' Ursonate:

Ik luisterde gisteren onder het koken naar Avondland, zijn radioprogramma. Pas na een tijdje viel me op dat ik geen dj hoorde, alleen muziek. Ik besteedde er niet echt aandacht aan. Twee uur later zag ik de eerste berichten op Twitter. De laatste tweet van Grolleman zelf stamde van 17 uur eerder. Nu, de ochtend erna, mis ik bij het ontbijt de rare, grappige tweets van Grolleman die hij vaak de hele nacht door plaatste. (Man, slaap jij wel eens, heb ik me vaak afgevraagd.)
Hij meldde eens op Twitter dat hij daar hetzelfde probeerde te doen als op de radio: lullen over goeie muziek, citaten van filosofen en dichters erdoorheen strooien en afronden met een poep- en piesgrap. En dat deed hij ook. Je kunt keihard rocken, helemaal naar de klote gaan en bij thuiskomst Aristoteles open slaan. (Vrienden van mij weten dat dit is hoe ik zelf ook probeer te leven.) Hij ging een stap verder en bracht het op de radio. Op prime time ouwehoeren over Kierkegaard, hem vervolgens te kakken zetten en een plaat van Editors erin knallen. Of die keer, jaren geleden, dat hij minutenlang de Ursonate van dadaïst (en vriend van Theo van Doesburg) Kurt Schwitters liet horen. Geweldig. Ik moet nog lachen als ik eraan terugdenk.
Verder heb ik niet zoveel te zeggen. Ik kende hem niet persoonlijk (hoewel dat als Twittervolger bijna zo voelt). Alles wat ik kan zeggen zou meer over mezelf gaan en doet hier niet terzake. (Zoals al die stukjes die altijd verschijnen als iemand overlijdt, de persoonlijke herinneringen van nietszeggende mensen.) Het enige wat ik wil is dat mensen die hem wél persoonlijk kenden weten dat hij 'zomaar iemand' al tien jaar lang elke dag aan het lachen heeft gemaakt, aan het denken heeft gezet en muziek heeft laten ontdekken.
Kurt Schwitters' Ursonate:
Black-out of milde paniek
19/01/10 18:42 Denk aan: Leven

Lees verder
Systematische irrationaliteit
14/01/10 21:37 Denk aan: Woorden en citaten

Opgeheven
12/01/10 16:53 Denk aan: Schrijven
Ik droomde dat ik een vaste column in het Ublad aangeboden kreeg.
Een bescheiden droom; het had ook nrc.next kunnen zijn.
Vlak voor kerst is het Ublad opgeheven.
Dat bewijst maar weer dat je beter groots kunt dromen.
Lees verder
Een bescheiden droom; het had ook nrc.next kunnen zijn.
Vlak voor kerst is het Ublad opgeheven.
Dat bewijst maar weer dat je beter groots kunt dromen.
Lees verder
Monade
08/01/10 18:23 Denk aan: Filosofie

Lees verder
Goede voornemens: minder koffie, meer herlezen
06/01/10 12:04 Denk aan: Literatuur

Lees verder
Theo van Doesburg, held
02/01/10 17:44 Denk aan: Kunst
Op de valreep bezocht ik de tentoonstelling over Theo van Doesburg in Leiden (morgen voor het laatst te bezichtigen). Van Doesburg is mijn held, al jaren. Waarom? Mijn eerste kennismaking was in het college Nederlandse letterkunde, waar hij 'de enige dadaïst van Nederland werd genoemd'. Hij zou altijd in de schaduw hebben gestaan van de veel beroemdere Piet Mondriaan. Onterecht, vind ik. De enige dadaïst was ook constructivist, schrijver, redacteur van het belangrijkste tijdschrift uit de twintigste eeuw De Stijl, architect, glas-in-lood- en meubelontwerper. En natuurlijk schilder.

In mijn eerste woninkje in Lunetten maakte ik een muurschildering van de Compositie XVIII in drie delen (1920). Dit werk bestaat uit drie schilderijen die samen een driehoek vormen. Het middelpunt van het schilderij ligt daarom buiten het doek. Ik had het uit een boek overgenomen, netjes de afmetingen uitgerekend en met een liniaal overgetrokken en ingekleurd. Heel vaak heb ik naar het onbestaande middelpunt van de drie doeken gestaard, gewoon op de bank in Lunetten. Het origineel zag ik pas later in het Kröller-Müller museum.
Lees verderConnie Palmen en haar eerzame eenzaamheid
01/01/10 16:20 Denk aan: Literatuur

Begin het jaar met een recensie en lees verder over Het geluk van de eenzaamheid van Connie Palmen op 8WEEKLY. In Egotripperij of een getoupeerde pony? schreef ik eerder dit jaar over de genoemde uitzending van De Wereld Draait Door. (Begin het jaar met een boek, maar dan wel met een ander boek.) Lees verder

