'Astro' van The White Stripes

white_stripes
Een van de leukere ontdekkingen eind vorig jaar was voor mij muziekblog Nummer van de dag, waar elke dag een liedje wordt voorzien van een mooi verhaal, een analyse tot op de seconde of een grappige anekdote. Pop, soul, hiphop, rock uit tientallen jaren aan popmuziek komt er langs, altijd een verrassing. Ik vond het dan ook een eer dat ik gevraagd werd om een gastbijdrage te leveren. Uiteraard kostte het kiezen van het nummer wat hoofdbrekens (probeer het maar eens), nu het er eenmaal staat voelt het alsof ik geen andere keuze had. 02:42 raggen, jongen, meisje, gitaar, drums.

Lees mijn bijdrage op Nummer van de dag: '
Astro’ van The White Stripes - Waarom moeilijk doen als je stampen kan?



Bookmark and Share
Comments

Ingmar Heytze, Ademhalen onder de maan: Nu alleen zijn is verboden

heytze
Dit stuk maakt deel uit van de blogtournee over de onlangs verschenen dichtbundel van Ingmar Heytze, Ademhalen onder de maan (Uitgeverij Podium). Check Not just any book voor meer informatie. Eerder schreef ik over Blijf bij ons van Florence Tonk: Twee soorten vrijheid.

Eerst ben je samen en gelukkig; dan ben je alleen tussen de mensen; daarna alleen nog alleen; en uiteindelijk is er niets behalve het niets. Als dat besef eenmaal is doorgedrongen kun je beter terug gaan denken: van het levenloze niets terug naar jezelf, al is dat eenzaam, naar de anderen hoe gevoelloos ze ook zijn, om te eindigen bij het begin, bij jou.

Bij het lezen van de nieuwe bundel van Ingmar Heytze, Ademhalen onder de maan, slinger je steeds heen en weer tussen de verre uithoeken van het steenkoude en levenloze heelal dat zich uitstrekt ver voorbij de maan, naar het piepkleine leven dat je leidt, in een huis, met mensen die, ja, ademhalen maar evengoed levens leiden zonder zin.

Julian Barnes beschrijft in Nothing to be frightened of, zijn fenomenale essay over zijn angst voor de dood, 'le réveil mortel - the wake-up call to mortality'. Het moment waarop je ineens weet: ik ga dood. En dood betekent: niks meer. Waardoor leven misschien ook wel niks betekent. Je kunt je wel een god wanen en soms de touwtjes van de wereld in je handen voelen, in elk geval de touwtjes van je eigen leven. Als de man achter de schermen, die alle schermen tegelijk ziet, zoals Heytze schrijft. Maar het blijft een waan. Als je ver genoeg kijkt moet je zien dat er geen god is en dat jij hem niet bent.

Het absurde, heet dat in goed filosofisch jargon.

Ach, zo'n betekenisloos heelal, het heeft ook wel iets prettigs. Je hebt met niemand iets te schaften, behalve met jezelf. En van jezelf kun je in elk geval op aan. Toch? Mwah. 'Wie zou je ermee hebben behalve jezelf, en zelfs dat valt te bezien.' (Binnen en buiten) De ander dan? 'Maar ik zou niemand weten, alleen jij, en zelfs bij ons heb ik zo mijn vraagtekens.' (Achter ons)

Heytze weet heel goed de tragiek te vangen van dat ietwat sneue hoopje mens dat tegen beter weten in er nog iets van probeert te maken. Sneu hoopje, omdat je in het licht van dat enorme, mechanische heelal maar 'één tussen miljarden' bent. Het is moderne tragiek: doorgaan omdat het niet anders kan, niet tegengewerkt door een god of het noodlot, maar voortgedreven door de tijd. De tijd, die is nog veel meedogenlozer dan welke god ook. God, die liet nog plaats voor hoop. Zelfs die is er niet meer voor ons, wij die 'op weg zijn naar ons onbestaan, voorgoed verloren’. (Schaduwen)

Zo voortgedreven door de tijd, ligt de hoop (toch eigenlijk een projectie op de toekomst) vooral in de herinnering. Terug dus, naar het samenzijn, 'niet langer alleen'. De wens en de hoop zijn niet gericht op een hiernamaals of een betekenisvol leven, maar op het terugdraaien van de tijd. Ik hoef niemand te vertellen dat dat onmogelijk is. Dat maakt het verlangen tragisch. En ook mooi. Er is in dit lege universum veel schoonheid te vinden. Niet zozeer in het licht, maar juist in de duisternis. 'The tunnel at the end of the light', zoals Bukowski in het motto dicht, verandert van een duistere, enge plek in een veilige haven.

Er staan veel regels (soms zinnen) in de bundel die je wilt onthouden. Trefzekere tragiek. (Dat is in elk geval een zekerheid die de dichter nog geboden is.) Het mooiste gedicht vind ik 'Het uur van het schaap'. Het is duister en eng en zeker niet veilig. Maar het biedt je één absolute zekerheid.

'Nu alleen zijn is verboden.'



Bookmark and Share
Comments

Het doel heiligt de middelen: de ethiek van Machiavelli

levenskunst
Is de staatsterreur van Assad in Syrië goed te praten vanuit de machiavellistische ethiek? Als het zo is dat de slachting van tientallen, zo niet honderden burgers tegelijk door de machthebbers te verantwoorden is met Machiavelli in de hand, dan moet er toch iets mis zijn met de schrijver van Il principe. Een interessant punt dat Joep Dohmen Maarten van Buuren voor de voeten werpt in hun discussie na afloop van de lezing over Machiavelli in de serie Levenskunst.

Functionele wreedheden
‘Het doel heiligt de middelen’, zo is de politieke filosofie van Machiavelli samen te vatten. Assads doel is de macht behouden, net zoals ‘il principe’ (de vorst), en hij doet dat door extreme middelen in te zetten. Kan dat geoorloofd zijn? De vraag is of de aard van het doel wat uitmaakt. Volgens Maarten van Buuren wel. Zeker uit het latere werk van Machiavelli, de Discorsi, spreekt de overtuiging dat een doel in dienst moet staan van de republiek, anders gezegd: het volk. Op die gronden kun je wreedheden van dictators afkeuren.

Niettemin staat Machiavelli bekend als een meedogenloze denker, die niet terugschrikt om wreedheden onder sommige omstandigheden verstandig te noemen, de beste keus, of zelfs ‘functioneel’. Het zijn smakelijke anekdotes die Van Buuren opdist, bijvoorbeeld over Cesare Borgia, de Italiaanse gruwelheerser die model stond voor Il principe. Meedogenloos was Machiavelli wellicht, maar dan vooral in de zin dat hij zich niet liet leiden door de heersende moraal; in zijn handelen noch in zijn denken.

Wat bijzonder is aan deze denker is dat hij niet beschrijft wat de mens zou moeten doen, maar wat hij doet. Machiavelli observeert en schrijft vervolgens op wat hij ziet. Zijn werkwijze, zegt Maarten van Buuren, is vergelijkbaar met die van Frans de Waal. In plaats van chimpanseekolonies bestudeert Machiavelli de kringen van de politiek en diplomatie in renaissancistisch Italië – maar beide worden evenzeer gekenmerkt door machtsspelletjes, wreedheid en een immorele basis.

Wij zijn allen machtspolitici
Immoreel ja, maar niet amoreel. Wat Machiavelli doet is een soort pre-Nietzscheaanse ‘Umwertung aller Werte’: hij zet zich af tegen de heersende waarden en deugden met een christelijk signatuur. Daartegenover zet hij klassieke, Romeinse deugden die te maken hebben met kracht, moed, onverschrokkenheid, maar ook met het belang van de staat en burgerschap boven een individuele relatie met een opperwezen. Een voorbeeld van Machiavellistische deugd is Borgia, maar aan die wrede heerser zullen wij ons niet snel willen spiegelen. Misschien wel aan de Romein naar wie de Amerikaanse stad Cincinnati is vernoemd. Cincinnatus staat als voorbeeldig dictator te boek: hij werd van zijn akkers geplukt om ten strijde te trekken als veldheer en ging na een zeer snelle oorlogsoverwinning gewoon weer verder met het bewerken van zijn land.

Uit deze anekdote spreekt het soort koelbloedigheid waar we zeker een voorbeeld aan mogen nemen, anders dan de als machiavellistisch bestempelde wreedheden van een machthebber als Assad. Maar de grootste les die we kunnen leren, zegt Van Buuren, is dat wij allen machtspolitici zijn. Op het werk, thuis, in een relatie of het gezin. Zoveel is er niet veranderd sinds de zestiende eeuw. Of sinds de chimpansees.

---

De volgende lezing in de serie Levenskunst is op 6 maart en gaat over Richard Sennett – De mens als maker. De lezing over Machiavelli is hier terug te zien.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]



Bookmark and Share
Comments

Antoine de Kom - Het misdadige brein. Over het kwaad in onszelf

de_kom
Verdachte H. loopt met de psychiater die hem onderzoekt door de tuin van de instelling waar hij wordt vastgehouden op verdenking van moord. H. heeft geen stoornis, concludeert Antoine de Kom, de psychiater. Hij lijdt aan een patstelling: ‘zijn en/of niet-zijn’. Dat klinkt bekend.

H. is Hamlet, een van de tien ‘wereldberoemde misdadigers’ die Antoine de Kom, tevens dichter, onderzoekt in zijn intrigerende boek Het misdadige brein. Over het kwaad in onszelf. De onderzochte subjecten – negen mannen en een vrouw – zijn niet allemaal literaire personages, wel zijn ze allemaal dood. Bin L., De S.(ade) en E.(ichmann) zijn enkelen van de beoefenaars van het kwaad, die De Kom ontmoet.

Lees verder op Athenaeum.nl: Moordverdachte als een luipaard



Bookmark and Share
Comments

Julian Baggini over het 'ware zelf' als netwerk

'Is there a real you?' is de oeroude vraag die Julian Baggini stelt in zijn TED-talk. En de vraag is niet retorisch, maar echt open. Er is misschien wel een 'real you' of anders gezegd een 'true self', maar alleen als je wilt accepteren dat iets 'waar' kan zijn en tegelijk dynamisch en veranderlijk.

We zien het zelf graag als een kern, een pit die onveranderlijk blijft. Die pit heeft een aantal dingen, als handtasjes waar ze vrolijk mee heen en weer zwaait of als een backpack met zich meesleept: herinneringen, overtuigingen, eigenschappen. Julian Baggini stelt een andere weergave van het zelf voor. Door de pit gaat een kruis en wat blijft zijn de handtasjes, die aan elkaar verknoopt zijn in een netwerk als een rattenkoning. Het zelf is het netwerk. Je ik is decentraal, hoe gek dat ook klinkt.

Baggini gebruikt een inzichtelijke vergelijking. Van water zeggen we ook niet dat het een kern heeft die twee tasjes vasthoudt met een H erop en één met een O; het water is H2O. Net zo kun je het zelf beschouwen. En net zoals niemand het in zijn hoofd zal halen water daarom een illusie te noemen, is deze vorm van het zelf geen reden om het dan maar af te doen als illusoir.

Op TED-waardige wijze sluit Baggini zijn lezing vrij hysterisch, met een lofzang op de mogelijkheden die dit 'decentrale zelf' biedt. Want als het zelf bestaat uit de connecties tussen overtuigingen, herinneringen et cetera, dan bestaat daarin ook de mogelijkheid het te veranderen. Of (zou ik zeggen) de ontwikkeling ervan te beïnvloeden.

De conclusie is kan op een tegeltje: je ware zelf moet je niet zoeken, maar maken. Mooi.





Bookmark and Share
Comments

Alicja Gescinska - De verovering van de vrijheid. Van luie mensen, de dingen die voorbijgaan

gescinska
Is de mens vrij om te doen wat hij wil, ook als dat crimineel is, of gewoon helemaal niets? Of is vrijheid een morele categorie? Alicja Gescinska, Vlaams filosofe met Poolse roots, betoogt het laatste. Vrijheid is niets waard als die niet gevuld wordt met 'het goede'.

Een interessant, maar helaas weinig overtuigend uitgewerkt standpunt. Dat komt vooral omdat Gescinska (1981) zichzelf volkomen overschreeuwt. De verovering van de vrijheid. Van luie mensen, de dingen die voorbijgaan begint als een veelbelovend filosofisch exposé vanuit een persoonlijk gevoed vraagstuk. Dat helaas eindigt in een kakofonie van boude politiek-maatschappelijke stellingen en uitroeptekens.

Lees verder op 8WEEKLY: Dan liever Oblomov



Bookmark and Share
Comments

Daniel Kahneman over het conflict tussen ervaring en herinnering

'We don't choose between experiences, we choose between the memory of experiences.'

In de TED-talk The riddle of experience vs memory bespreekt Daniel Kahneman een 'cognitieve valkuil' waar onderzoekers van geluk maar al te vaak in vallen. De ervaring van het geluk is iets anders dan de herinnering aan die ervaring. Of met andere woorden: de onmiddellijkheid van het moment moet je niet verwarren met de reflectie achteraf. 

Herken je dit? Je ontmoet een leuke jongen (of meisje) en je gaat een paar keer samen uit. Na een paar afspraakjes loopt het spaak. Met een knal spat het prille geluk uiteen. Al die tijd bleek hij een stuk of zes 'projectjes' te hebben lopen waar jij er toevallig één van was. Wat een vreselijke ervaring, denk je. Maar de ervaring, die paar mooie avonden en wilde nachten, is helemaal niet veranderd. Die momenten zijn immers allang vervlogen en blijven onveranderlijk gelukkig. Het is de herinnering die is veranderd en die het geluk transformeert tot iets vreselijks.

We hebben twee zelven, aldus Kahneman: het ervarende zelf en het herinnerende zelf. De eerste is degene die in het heden leeft, in de onmiddellijkheid van het moment. De tweede kijkt terug op het verleden en vertelt daar verhalen over, gebaseerd op de herinnering. Bij het denken over geluk zijn we geneigd de twee zelven te verwarren. Ze raken met elkaar in conflict. Enter ellende.

Is het niet zonde om de gelukkige ervaring weg te gooien, alleen omdat de herinnering er achteraf een grauwsluier overheen trekt? Vind ik wel. Ik probeer altijd het geluk voor ogen te houden dat een moment bezat, los van wat er verder op volgde. Dat is niet makkelijk, want wat de boel verder compliceert is het belang dat nu net het einde van een ervaring heeft bij het construeren van de herinnering eraan. Kahneman vertelt over patiënten die een pijnlijke medische ingreep ondergaan. Bij de een eindigt de ingreep na een korte tijd (zeg, vijf minuten) op het hoogtepunt van de pijn. De ander moet tien minuten lijden, maar van die tien minuten zijn de laatste vier niet zo heel erg. Zijn herinnering aan de ingreep zal daarom minder negatief zijn dan van zijn lotgenoot, ook al duurde de ingreep dubbel zo lang. 

Zo werkt het ook in de liefde. Als het prille geluk inderdaad met een knal uiteenspat, zal het moeilijker zijn om de herinnering aan de gelukkige momenten ook gelukkig te houden. Hoe lang of hoe kort ze ook duurden. Een cognitieve valkuil, in de woorden van Kahneman 'the tiranny of the remembering self'. Dat is er eentje om met een lange aanloop sierlijk overheen te springen. 

(Overigens is tussen de regels door in Kahnemans praatje ook een pleidooi te horen voor een levenskunst van de ervaring, voor actie is altijd beter dan geen actie. Mooi.)





Bookmark and Share
Comments

Zelfportret via datavisualisatie

FB-fotomozaiek_klein
Zelfs als je niet een heel fanatieke internetter bent, laat je voortdurend een online spoor van data achter. Als je achter je computer zit, maar ook elke keer als je incheckt met je OV-chipkaart. Heb je ook nog een zakelijk profiel, een Facebookaccount en een twittermanie - zoals ik - dan groeit de berg informatie die er over je te vinden is op internet uit tot een Mount Everest, in kiezelsteentjes uiteengeslagen (maar ik reis wel anoniem). Onoverzichtelijk, gevaarlijk, privacygevoelig, dat weten we inmiddels wel. Maar met wat hulp is al die data ook op een andere manier te interpreteren. Op een workshop datavisualisatie bij SETUP in Utrecht leerde ik een digitaal zelfportret te maken. Een blik in de spiegel die misschien zelfs een stapje in de richting van zelfverwerkelijking kan betekenen.

Het is interessant om te zien hoeveel informatie er met een paar simpele tooltjes uit een online profiel te halen is. Niet alleen van jezelf, maar ook van je vrienden. Als je dat op je scherm ziet verschijnen, in honderden regels onder elkaar, word je je daar wel bewust van. Daarnaast krijg je door het (al dan niet creatief) bewerken van die data ook inzicht in jezelf. En het levert mooie plaatjes op, zoals het mozaïek van al mijn Facebook-foto's.

Als inleiding vertelt schrijver David Mulder over zijn kunstproject 'Turf'. Een jaar lang turfde hij werkelijk alles in zijn dagelijks leven, van kopjes koffie via wc-bezoek naar uren slaap. Turven is op zich geen moderne hobby, er zijn altijd mensen geweest die dag in dag uit hun gewicht, drankgebruik, sigaretten of calorieën hebben bijgehouden. Denk maar aan Bridget Jones. Het beschrijven van je 'quantified self' is een natuurlijk, menselijk verlangen. Maar die beschrijving is nu veel makkelijker geworden, zeker waar het gaat om het verwerken van de gegevens.

Het gaat ook verder dan alleen cijfertjes en statistieken: via de cijfertjes, die automatisch in grafieken en kaarten inzichtelijk worden gemaakt, maak je je levensverhaal zichtbaar. En dat kan anders uitpakken dan je had verwacht. Zoals het mozaïek van foto's: bij elkaar geplaatst in een grid vertonen de foto's één groot portret. Wat spreekt daaruit? Het zijn mijn herinneringen, maar samen vormen die een beeld dat andere mensen weer op hun eigen manier interpreteren.

Het turven, merkte Mulder, beïnvloedt je daadwerkelijke gedrag omdat je nu eenmaal van tevoren een ideaalbeeld van jezelf hebt – zelfs in de meest alledaagse, betekenisloze handelingen. Dat geldt ook voor het 'online turven', als je het bijhouden van je online profielen zo kunt noemen. Een voorbeeld dat ik wel herken is Last.fm, dat automatisch bijhoudt welke muziek je afspeelt. Heb ik bezoek met een belabberde muzieksmaak, dat mijn iTunes overneemt, dan krimp ik ineen van schaamte bij de gedachte aan mijn online voor iedereen te raadplegen Last.fm-lijst.

Al van oudsher geldt dat we graag verhalen vertellen over onszelf. Iets bestaat misschien pas in de reflectie erop. Als iets niet past in ons overkoepelende verhaal, ook al is het maar als afwijkend zijlijntje, dan schrappen we het uit onze realiteit. En die reflectie, dat vertellen, loopt nu veelal via sociale media. Anders dan vroeger zijn we zijn daar nu voortdurend, in real time mee bezig. Op vakantie wacht je niet meer tot je thuis bent om je definitieve verhaal te vertellen aan de thuisblijvers, maar ben je dag in dag uit dat verhaal aan het updaten. Haast als een echte roadnovel of zelfs een ouderwets feuilleton.

Daar stonden ze aan het eind van de middag dan allemaal bij elkaar: eindeloze rijen met al mijn statusupdates van Facebook en Twitter. Normaal gesproken kijken we niet vaak terug naar wat we allemaal ooit hebben geantwoord op de vraag 'what's happening'. Al was het maar omdat je moet weten hoe je al die data bij elkaar schraapt. Dat brengt wel reflectie op gang. Is dit wie ik ben? Wie ik wil zijn?

Bovenaan las ik: 'Iemand probeerde me net aan het schrikken te maken door heel hard in mijn gezicht te roepen: EY, IK BEN SCHIZOFREEN! Maar ik schrok niet. Hij had eerst namelijk heel lief hallo gezegd.' Ik herinner me dat ik dit op Facebook zette, maar niet de gebeurtenis zelf. Hetzelfde kun je met foto's hebben, vooral uit je kindertijd. Herinner je je echt dat moment, of alleen de foto die je al talloze malen hebt gezien? Maar er is een groot verschil wanneer je alles in real time boekstaaft (natuurlijk niet alles, alleen zij die nog nooit daadwerkelijk op Twitter hebben gekeken, denken dat mensen alle kopjes koffie noemen die ze op een dag drinken). Je wordt een personage in een verhaal dat niet eens op waargebeurde feiten gebaseerd hoeft te zijn. Een verhaal dat je zelf schrijft en dat tegelijkertijd jou schrijft. Want je mag een personage zijn in een half fictief verhaal, zodra het verloop van dat verhaal je gedrag gaat beïnvloeden, is het maar al te reëel.

Dat kun je allemaal heel erg vinden. Ik denk dat het alleen maar erg is als je je van die half-fictieve status niet bewust bent. Daarom is het goed om eens een middag aan een datavisualisatiezelfportret te knutselen. Bovendien kun je het ten goede aanwenden: je wordt voortdurend geconfronteerd met jezelf en daardoor aangezet tot gedragsveranderingen. Meestal nog ten goede ook, omdat je wilt overeenstemmen met een bepaald ideaalbeeld. Dat is de andere kant van het doemdenken dat de nadruk legt op de prestatiedruk en competitiedrang die met sociale media gepaard zouden gaan. Ook niet onbelangrijk: het prikkelt de creativiteit. En dat vind ik eh, leuk.

Workshop Data-is-me bij SETUP, 14 januari 2012



Bookmark and Share
Comments

Geluk, ambivalentie en tragiek: Martha Nussbaum en levenskunst

levenskunst
Nut en rechtvaardigheid zijn de twee leidende principes van de moderne moraal. Martha Nussbaum, een van de belangrijkste hedendaagse Amerikaanse filosofen, onderzoekt hoe die moraal weer een bredere invulling kan krijgen. Daarvoor grijpt ze terug op de levenskunstfilosofen van de klassieke oudheid, in het bijzonder Aristoteles. De centrale vraag in haar ethiek is dan ook ‘Hoe te leven’? Ethiek, Bildung, maar ook politieke filosofie krijgen allemaal haar aandacht onder de centrale noemer van het ‘goede leven’. Het goede, zo laat Joep Dohmen in zijn lezing over Nussbaum zien, is niet singulier maar meervoudig.

Ethiek
Wat is dan het goede? Dat blijft nogal impliciet. Een belangrijk onderdeel van Nussbaums beschrijving van het goede is dan ook dat het niet singulier of eenduidig is. Voor Plato was het goede weliswaar moeilijk te bereiken, maar in zijn aard wel helder. Nussbaum volgt Aristoteles in zijn kritiek op deze enkelvoudige opvatting van het goede. Zoals de titel van haar boek over dit onderwerp zegt, is zij geïnteresseerd in The Fragility Of Goodness, de broosheid van het goede.

Die broosheid is te beschrijven aan de hand van het tragische. Aristoteles heeft uitgebreid de tragedies bestudeerd en geeft die een plaats in zijn ethiek. Van de tragici leren we dat waardevolle zaken in het leven niet altijd commensurabel zijn. Een beroemd voorbeeld is Antigone. Zij staat voor de beslissing of zij haar overleden broer de laatste eer zal bewijzen, of de koning gehoorzamen die haar dat verboden heeft. Hier bestaat geen juiste keuze, beide opties zijn even ‘waarden-vol’ en door te kiezen voor het ene, moet zij het andere laten. Het is een tragische situatie bij uitstek, waarin de kwetsbaarheid van Antigone wordt getoond, maar ook de kwetsbaarheid van het goede zelf.

Hiermee is nog niet bepaald wat het goede dan precies inhoudt. Bestaat het alleen in ‘vervuilde’ vorm, vermengd met het noodlot en het tragische? Hoe moeten we ons daar dan toe verhouden? Nussbaum legt de nadruk op het individuele, concrete mensenleven, en op vorming die gericht is op zowel het praktisch denkvermogen als de emoties. Via de literatuur en kunst, zoals het verhaal van Antigone, kunnen we meer leren over de vele verschillende verschijningsvormen die het goede kan hebben. Het goede krijgt gestalte in een individueel, uniek leven zoals van Antigone. Bovendien leren we over de worstelingen met het noodlot die ieder mens zal moeten leveren.

Bildung
Ook de filosofie van het onderwijs gaat tegenwoordig hoofdzakelijk uit van ‘nut’ als leidend principe. In haar veelbesproken pamflet Not For Profit (Niet voor de winst), pleit Nussbaum voor een andere vorm van onderwijs, waarin de studenten allereerst een werk- en levenshouding ontwikkelen waarin plaats is voor zelfstandigheid, betrokkenheid en sensibiliteit.

In die vorming komt het pluralisme van ‘het goede’ weer terug. Onderwijs moet uitgaan van het bestaan van verschillende waarden en tradities en zich niet beroepen op ‘heilige boeken’. Dit onderwijs geënt op ‘liberal arts’ is er juist voor iedereen. Daar is wel een kanttekening bij te maken, want de invulling lijkt wat elitair. Niet iedereen heeft het in zich om Sophokles en zijn Antigone te doorgronden.

Politieke filosofie en capabilities
Nussbaum lijkt in haar politieke filosofie wel uit te gaan van mogelijkheden (capabilities) die alle mensen gemeenschappelijk hebben. Niet in gelijke mate, en ook niet terug te brengen tot één goed – want het goede is ook hier meervoudig van aard. Maar wat het precies inhoudt, raakt steeds verder op de achtergrond. In haar politieke denken is de vraag niet meer ‘Wat is een goed leven?’ maar ‘Wat is een slecht leven?’ Met andere woorden, het draait om het definiëren van de minimale voorwaarden voor sociale rechtvaardigheid. Positieve vorming en zelfverwerkelijking raken daarmee enigszins uit zicht. Bovendien, stelt Maarten van Buuren in de discussie na de lezing, is het tragische besef hier ook verdwenen. Er zijn talloze mensen die wel capabilities bezitten, maar die op een of andere manier niet tot ontwikkeling weten te brengen.

De verbinding tussen het vroege werk van Martha Nussbaum, dat meer op de individuele ontwikkeling via literatuur en kunst gericht is – en het latere, politiek-filosofische oeuvre, is daardoor niet makkelijk te expliciteren. Misschien moeten we weer terug naar de duizenden jaren oude tragedies. Treedt bij die Griekse personages immers niet steeds de onontkoombare verknooptheid van het persoonlijke en politieke naar voren?

Het persoonlijke en politieke zullen zeker ook in de volgende lezing voor de serie Levenskunst aan bod komen. Op 7 februari spreekt Maarten van Buuren over Machiavelli. De lezing over Martha Nussbaum is hier terug te zien.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]



Bookmark and Share
Comments

Hoe een zin te schrijven: Stanley Fish en Dostojevski's Duivels

fishduivels
'Zichzelf blijven is het slimst - dat gelooft immers niemand.'

Deze zin komt uit Duivels van Dostojevski en is in al zijn eenvoud fantastisch. Sinds ik het boekje How To Write A Sentence And How To Read One van Stanley Fish las, valt mijn oog vaker op dit soort juweeltjes. Fish is een zinnen-aficionado, en dit boekje zijn evangelie. Eerste zinnen, laatste zinnen, gewoon mooie zinnen: hij probeert ze te begrijpen én te schrijven. Hoewel het verre van volledig is, staan er een aantal mooie overdenkingen in. Wat maakt een zin tot een goede zin? Ik las het boekje naast Duivels, dus hierbij mijn eigen overdenkingen, aan de hand van de roman van de meester.

1. Onvergetelijk goede zinnen zijn als een steen, gegooid uit onverwachte hoek. (Ik zou zeggen: als een katapult afgeschoten vanuit het struikgewas.) Een goede zin maakt steeds meer tempo om uiteindelijk hard aan te komen, bam! in je hoofd. De zin is een wereld op zichzelf, hard en af. De zin hierboven ('Zichzelf blijven is het slimst - dat gelooft immers niemand.') is een goed voorbeeld. Hij begint met een haast clichématige constatering, gekeuvel, om na de gedachtestreep een eigenzinnig wereldbeeld je hoofd binnen te katapulteren. Een wereldbeeld dat het keuvelende cliché op z'n kop zet. In vier woorden.

Of neem deze:
'Als ik op dat moment gedroomd had, zou ik het nog niet hebben geloofd.'
Dit lijkt een paradox. Meestal geloof je iets juist als je zeker weet dat je het met je eigen, wakkere ogen hebt gezien. Wat de spreker ziet is zó ongeloofwaardig dat het uit een droom lijkt te komen. Het is echter nog ongeloofwaardiger dan alle waanbeelden die een droom kan fabriceren. Of vertolkt dit misschien een diepere waarheid? Moet je alleen geloven in dat wat je droomt? De persoon die deze zin uitspreekt is alleen al door deze zin een individu, omringd door zijn eigen werkelijkheid. Duizelingwekkend, zoals de werkelijkheid bij Dostojevski zich wel vaker voordoet.

2. Zinnen kunnen 'naar voren leunen', lean forward. Dan zijn ze geen in zichzelf besloten, harde en affe wereld, maar dragen ze eerder de belofte van die wereld, die zich zal ontvouwen na de punt. Fish bespreekt zulke naar voren leunende zinnen in een hoofdstuk over eerste zinnen van romans. Wat mij betreft kunnen dat soort 'eerste zinnen' zich in het hele verloop van een boek kunnen voordoen, bij elke nieuwe plotontwikkeling.

Bijvoorbeeld, opnieuw in alle eenvoud:
'Toch gebeurde er in dit geval iets anders, iets raadselachtigs.'
Een heerlijk Dostojevskiaanse, negentiende-eeuwse zin. Er gebeurt iets. Wat gebeurt er? Niet dat ene wat je zou verwachten. Nee, iets anders. De zin roteert om het woord 'anders'. Dat slaat op 'de andere van een aantal mogelijkheden'. Maar wat er gebeurt is ook anders, buiten het gewone vallend. Iets raadselachtigs, iets wat zich opent, iets wat vragen oproept, iets complex, iets anders. Er voltrekt zich een intrige. 

3. Fish heeft ook een eenvoudige tip om zelf zulke zinnen te leren schrijven. Analyseer de zin - allereerst op de schoolse manier van grammaticale zinsontleding, vervolgens inhoudelijk (vormen de woorden een paradox? een tegenstelling? hoe volgt de informatie van de ene bijzin op de andere?). En imiteer. Hij geeft vele voorbeelden van eigen imitaties, in het volle besef dat hij met zijn imitaties de meesters niet overtreft. Vooral bij aforistische zinnen werkt het imiteren. Durf ik dat aan?

Men neme een Dostojevskiaans aforisme:
'Mijn uitgangspunt is onbeperkte vrijheid, mijn conclusie onbeperkte dictatuur.'

De structuur is duidelijk: 
Mijn uitgangspunt is [bijvoeglijk naamwoord A] [zelfstandig naamwoord B], mijn conclusie [bijvoeglijk naamwoord A] [zelfstandig naamwoord -B].

Bedenk dan waar je iets over wilt zeggen. Bijvoorbeeld over liefde. Welke haast filosofische concepten staan in het denken over liefde als B en -B tegenover elkaar? Laten we zeggen: de Ene, romantische liefde, en de toevallige aantrekkingskracht van velen. Welk bijvoeglijk naamwoord is op beide van toepassing? Laten we zeggen: eeuwig. Of hartverscheurend. Of voorbestemd. Voeg ten slotte alles bij elkaar.

'Mijn uitgangspunt is eeuwige liefde, mijn conclusie eeuwige aantrekkingskracht.'

Of:
'Mijn uitgangspunt is hartverscheurende romantiek, mijn conclusie hartverscheurende seks.'

Of:
'Mijn uitgangspunt is de voorbestemde Ene, mijn conclusie het voorbestemde toeval.'

Stanley Fish, How To Write A Sentence And How To Read One. HarperCollins Publishers, 2011

Meer over Duivels dat eerder Boze geesten heette: Waarom ik zo van Dostojevski houd
Meer over liefde hier.



Bookmark and Share
Comments