Gelegenheidsoptimist: Ode aan het zwart

Armando_gefechtsfeld
Een ode aan het zwart – kan dat wel als gelegenheidsoptimist? Toegegeven, het zwart is allereerst het angstaanjagende, overrompelende zwart, dat je kan omsluiten als plotseling invallend duister – zo ondoordringbaar dat je bijna niet durft te ademen. Een groot doek van Armando waar je per ongeluk te dicht op gaat staan. De randen rafelig in je ooghoeken, zodat je geen uitweg meer ziet. Het omvouwt je, beknelt je, houdt je gevangen. Doodeng en fantastisch tegelijk. Bij zo’n doek begon mijn liefde voor het zwart, al klinkt zo’n liefde misschien masochistisch.

Onlangs zag ik van Armando een ander werk, met daarop een bosrand. (Ik stel het maar even zo droog, los van de beladenheid van het werk.) Een ander zwart, dat toch hetzelfde is. De bosrand markeert de grens naar een andere wereld, of nee, de bosrand ís die grens, een niet-op-zichzelf bestaand gebied, zoals de lijn tussen twee aangrenzende kleurvlakken niet bestaat. Als je de eerste boom voorbijgaat kom je in het land van de  sprookjes. Als dat te aangenaam klinkt: de bosrand verbergt ook de wereld van Twin Peaks, het zwartste sprookje voor volwassenen. Maar je stapt die eerste bomenrij niet voorbij, want een bosrand is iets waar je van een afstand naar kijkt. Je probeert door te dringen in de duisternis. Onmogelijk. Zelfs op de helderste zomerdag kun je niet door het bos heen kijken. Waardoor je blijft kijken, enigszins verontrust en met kippenvel op je blote armen. De dreiging die van het zwart van de bosrand uitgaat is te groot, te onbekend. Ze vibreert van ontembare wildheid. Het zwart temmen, dat moet de volgende stap zijn.

Lees verder bij De Optimist: Gelegenheidsoptimist: Ode aan het zwart



Bookmark and Share
Comments

So, what is The New Aesthetic?

tna_setup
So, what is The New Aesthetic? It’s a buzzword for sure, but no one seems to be able to define it. Even the question whether it refers to an art movement, a style in design, or just simply a Tumblr-blog isn’t easily answered. SETUP Utrecht put together a small exhibition around this phenomenon and invited three speakers to help clear the picture. After an introduction by Tijmen Schep of SETUP, it was up to artist Darko Fritz, designer Frank Kloos, and researcher David M. Berry to get the discussion going.

It all started with James Bridle’s Tumblr, followed by a much-discussed essay by Bruce Sterling. Think of portraits made out of pixels (or sculptures even), #iseefaces, but also soundscapes constructed through algorithmic software. No wait, actually it started in the 60’s, as Darko Fritz showed. The first computer art was made; multidisciplinary artists used biology, artificial intelligence and well, art, to create a new vision of reality. Now this ‘computer art’ has exploded into the new aesthetic, boasting neon colour, freaky videos and retweets. How does the computer see the world? How does it recognize humans? Interpret patterns? And how do we in turn respond to that? Tijmen Schep called it ‘painting the black box colourful again’ (but also asking whether it would not be better to actually open it) – which resonated nicely with Frank Kloos proclaiming Malevich Black Square the first (and most radical) pixel painting ever.

Translation is a key word in the talks: for example, as David Berry shows, how do computers recognize humans? And what does that say about what it means to be human? How do the different ‘languages’ translate between human and machine, machine and human and machine-to-machine? Opinions differ as to which degree humans are already machines themselves. Are we caught in algorithms, tying us down like spider webs? Has ‘computationality’ already gone so far that we cannot escape or fight back? David Berry doesn’t agree, although his account of Google’s future plans heading at ‘augmented humanity’, not only predicting but also actually replacing our innermost thoughts, definitely hits my ‘creepy line’.

The positive thing about The New Aesthetic, whether it’s an art movement, design form or empty bucket, is that the work it produces makes this tension within the computated human world visible. The big goal for a long time has been precisely to make technology invisible, with the result that we don’t realize the state of computing we actually live in. Through glitch, distorted audio, memes, datamoshing, -bending et cetera this can be again foregrounded. Moreover, it can be done in a way that doesn’t just reach the closed-in academic world or the small group of online activists, but an enormous part of the online community. Actually, everyone online helps spread the word. Or image. Or sound.

The New Aesthetic seems a truly democratic art form, but maybe it is at the same time too grand an equalizer. Is it really OK to have an art work that’s taken days, weeks, maybe months to conceptualize and construct (next to the years of education preceding the creative moment) put up next to a funny meme rolling out of a meme generator in a few seconds, on a standard Tumblr? Isn’t that contradictive to the idea of creating some kind of consciousness of the algorithms controlling us? It’s good to see theory, art, design and debate come together. So, what is this New Aesthetic thing? Open the box and have a look.

Check the book New Aesthetic, New Anxieties, written during a Book Sprint at V2, Rotterdam. And visit the exhibition Coded Perception at SETUP (until November 18).



Bookmark and Share
Comments

Nieuwe manieren van publiceren over kunst en cultuur

openconferentie
Mijn eerste bijdrage aan het INC-blog, over de Conferentie Open, 12 september 2012

De komende bezuinigingen treffen de hele culturele sector en ook Open, organisator van de conferentie over de toekomst van publiceren in kunst en cultuur, ontkomt er niet aan. Net als de Rijkskacademie in Amsterdam, waar op 12 september de bijeenkomst plaatsvond. De toekomst is digitaal voor instellingen in het nauw, natuurlijk ook vanwege de technologische ontwikkelingen. Op de overvolle conferentie komen alle vragen wel een keer langs. Waaruit bestaat een levendig online platform voor kunstenaars en kunstliefhebbers? Hoe verhouden die platforms zich tot traditionele ‘artbooks’? Welke gevolgen heeft digitaal uitgeven voor het hele uitgeefproces – van schrijver, vormgeving en redactie tot en verkoop en lezen? We zitten in een economisch gat en in een technologisch gat, zo vatte Florian Cramer het in de einddiscussie samen. Dat betekent aan de ene kant hopeloos zoeken en verlies draaien, maar aan de andere kant kan iedereen nú de toekomst van het uitgeven mee vormgeven.

Lees verder bij het Instituut voor Netwerkcultuur: Nieuwe manieren van publiceren over kunst en cultuur



Bookmark and Share
Comments

Rem Koolhaas - The Generic City

generic_city
De stad als een natuurlijk organisme dat beweegt en groeit, onafhankelijk van en onverschillig tegenover de mensen die er wonen: zo beschrijft Rem Koolhaas de moderne metropool in 'The Generic City’. Een toekomstvisie die moeilijk voor te stellen is en ook hopeloos gedateerd overkomt. Het stuk stamt uit 1994 en ademt ook een tijd van postmodernisme en optimisme - een tijd die duidelijk voorbij is. Des te interessanter om serieus te bestuderen in mijn leesclubje (thema: de stad).

Wat is The Generic City - de generieke stad? Koolhaas zegt wel dat die al bestaat, hoofdzakelijk in Azië, maar de beschrijvingen die hij geeft zijn zo out there dat het toch vooral om een futuristische plek lijkt te gaan. Een metropool, uitgestrekt en voortdurend aan verandering onderhevig; een stad zonder geschiedenis. Ze bestaat uit slechts drie elementen: wegen, gebouwen en natuur. Die laatste lijkt het belangrijkste, want Koolhaas omschrijft de andere twee - wegen en gebouwen - ook steeds in natuurlijke metaforen. De stad, schrijft hij, is als een mangrovebos. Als iets niet werkt of bevalt wordt het achtergelaten zonder er verder naar om te kijken, als in het evolutionaire proces van natuurlijke selectie. Er is wel een plan, maar het plan maakt geen verschil en kan net zo makkelijk uitgevoerd als verlaten worden. Onvoorspelbaarheid is de drijvende kracht: 'the systematic application of the unprincipled'.



Bookmark and Share
Lees verder
Comments

Spontane en onderzoekende creativiteit

cezanne
Laatbloeiers zijn vroegwijs, schreef ik. Naar aanleiding van mijn blog over laatbloeiers stuurde iemand me een interessant artikel van Malcolm Gladwell uit The New Yorker, getiteld, jawel, Late bloomers. Waarom, vraagt Gladwell, denken we bij genieën altijd aan wonderkinderen? Terwijl er genoeg genieën zijn aan te wijzen die pas op late of zelfs hoge leeftijd hun meesterwerken maakten. Cézanne is zijn voorbeeld van een laatbloeier, Picasso van het 'wonderkind' dat als jongvolwassene piekt.

Uiteindelijk heeft laat dan wel vroeg bloeien te maken met creativiteit. Zoals de goede ideeën, die we ons altijd voorstellen als een peertje dat linksboven je hoofd spontaan begint te branden, zo lijdt ook creativiteit onder een al te versimpelde beeldvorming. Creativiteit is misschien geen peertje, maar dan toch zeker wel iets wat ontbrandt in je binnenste, als goddelijk vuur, een golf van inspiratie. Dat we dat zo zien is vooral de schuld van de romantische dichters. Willem Kloos, die een wandeling ging maken langs de waterkant en vijftien minuten later bevangen door een perfect geconstrueerd sonnet, met kloppend rijmschema, versvoet en volta weer thuiskwam. Onzin natuurlijk.

Het beeld van de geïnspireerde kunstenaar is wel hardnekkig gebleken. Dat is zeker ook het geval in de schilderkunst. Je ziet het meteen voor je, de jonge Picasso die in een artistieke high schilderij na schilderij maakt, tot hij uitgeput op de grond neerzijgt om in ogenschouw te nemen wat hij nu eigenlijk gemaakt heeft. Stuk voor stuk meesterwerken.

Bij Cézanne werkte het anders, zo schrijft Gladwell. Zijn creativiteit is experimenteel van aard. Door heel veel uit te proberen en dus ook af te wijzen, ontdekt hij waar hij zich op moet richten, waar hij goed in is. Met als gevolg dat de echt goede kunstwerken, de echte 'Cézannes’ pas op latere leeftijd ontstaan. 'The Cézannes of the world bloom late not as a result of some defect in character, or distraction, or lack of ambition, but because the kind of creativity that proceeds through trial and error necessarily takes a long time to come to fruition.'

De twee vormen van creativiteit heten in Gladwells artikel 'conceptueel en experimenteel', wat ik niet heel verduidelijkend vind klinken. Misschien is het niet helemaal correct, maar het onderscheid tussen 'spontaan' en 'onderzoekend' lijkt me helderder. En dan blijkt het voor mij ook nog te kloppen: ik noemde mezelf al een laatbloeier - en dan niet alleen op het creatieve vlak - ik herken me erg in het onderzoekende ('experimentele') type.

Het past ook bij de (meer wetenschappelijke) vraag waar goede ideeën vandaan komen, zoals ik onlangs beschreef. Ideeën hebben een incubatietijd, en ontstaan niet in een soort spontane ontbranding, maar doordat verschillende mensen, gebeurtenissen en natuurlijk het toeval allemaal samenklitten en het vuurtje opstoken tot er uit het geheel een Goed Idee geboren wordt.

Interessant hoe dingen die ik eerder heb geschreven in elkaar schuiven en blijken te passen binnen het framework van een ander. Maar ik vertel blijkbaar maar één kant van het verhaal. Picasso zou zich daar nooit in kunnen vinden.



Bookmark and Share
Comments

Art: de kunst van het richten

malevich
Zijn kunstenaars automatisch bedreven in levenskunst, omdat ze kunst maken? Dat lijkt me niet. Er is nogal een verschil tussen het scheppen van een kunstwerk door schilderen, filmen of schrijven, en het leiden van een goed leven. Als het goede leven iets te maken heeft met geluk dan lijken de kunstenaars al helemaal de boot te missen: behoren ze niet vaak tot de depressieve soort, maken ze geen kunst in een poging stand te houden in het lijden dat leven heet? Ook dat is weer een cliché dat nog nooit een wetenschappelijk onderzoek heeft overleefd.

Toch kan het geen kwaad om naar kunstenaars te kijken om iets te begrijpen van het goede leven. Dan heb ik het over de archetypische kunstenaars, die groots en meeslepend leven. Je kunt beter hoog richten, wil je ergens in het midden uitkomen. Wat zit er - behalve drank, vrouwen en geld dan wel armoe - achter dat extreem van de alles-of-niets-kunstenaar? Ik denk vooral: focus en gedrevenheid. Grote kunstenaars weten op een wonderbaarlijke manier de chaos en veelheid van genot te combineren met een zeer nauwe, gerichte concentratie.

In Art van Sarah Thornton staan interessante interviews met allerlei spelers in de kunstwereld. Een van de hoofdstukken gaat over de opleiding tot kunstenaar. In de opleiding moet je ontdekken wat de onbelangrijke onderdelen zijn in jouw kunstwerken, zegt filmmaker William E. Jones. Het doel: 'Je moet iets vinden wat bij jouw leven past - een principiële kern die veertig jaar artistieke arbeid kan doorstaan.'

Veertig jaar! Niks jobhoppen, dingen uitproberen, een leven lang leren. Hoewel, dat ook natuurlijk, maar dan op een gerichte manier, vanuit die principiële kern die onaantastbaar is. Dit roept de 10.000-urenregel in gedachten. Die slaat op het werk dat je moet verzetten voordat je ergens heel goed in bent (dat vraagt 10.000 uur oftewel tien jaar gerichte bezigheid en oefening). Jones spreekt over de toekomst waarin je dat waar je goed in bent geworden, verder uitwerkt en inzet. De overeenkomst tussen de twee is de noodzaak iets te hebben waar je 10.000 uur dan wel veertig jaar arbeid aan zou kunnen en willen besteden.

Dat hoeft niet per se geluk op te leveren, maar misschien wel voldoening (hoewel je als kunstenaar en als mens natuurlijk ook kunt mislukken; en na veertig jaar artistieke, levenskunstige arbeid moet concluderen dat je het verkeerde onderwerp hebt gekozen, je de verkeerde vragen hebt gesteld). Niemand belooft dat geluk de uitkomst van je arbeid is.

Zoals ik al eerder schreef: waarom zou je er voetstoots van uitgaan dat geluk het doel van het leven is? Misschien is waarheid of inzicht wel veel belangrijker. Daar vertonen kunstenaars meer verwantschap mee dan met geluk. Waarom kunst scheppen? Om de wereld te begrijpen en interpreteren, om orde aan te brengen of om de chaos uit te beelden, om vat te krijgen op de werkelijkheid in al haar kleurstellingen. Van diepzwart tot vrolijk rood. Inzicht kan bevrijdend zijn en tegelijk pijn doen.

In een ander hoofdstuk van Art gaat het over kunstkritiek. Dave Hickey, Amerikaans criticus, zegt: 'Het zal me een zorg zijn wat de kunstenaar bedoelt. Voor mij moet een kunstwerk eruitzien alsof het gevolgen zou kunnen hebben.' Hij verlangt van kunst dus niet alleen interpretatie of ordening, schoonheid of genot. Kunst heeft het vermogen de wereld te veranderen. Al is het maar het perspectief van één toeschouwer. Dat gaat denk ik op voor iedereen die nadenkt over de kunst van het leven. Ook al kom je niet daar uit waar je op richt, zonder te richten kom je nergens.



Bookmark and Share
Comments

(Gedachte)kunst: zoekplaatje



1. Wat is er te zien?
2. Wat heeft het te betekenen?
3. Is het mooi?

Comments

Theo van Doesburg, held

Op de valreep bezocht ik de tentoonstelling over Theo van Doesburg in Leiden (morgen voor het laatst te bezichtigen). Van Doesburg is mijn held, al jaren. Waarom? Mijn eerste kennismaking was in het college Nederlandse letterkunde, waar hij 'de enige dadaïst van Nederland werd genoemd'. Hij zou altijd in de schaduw hebben gestaan van de veel beroemdere Piet Mondriaan. Onterecht, vind ik. De enige dadaïst was ook constructivist, schrijver, redacteur van het belangrijkste tijdschrift uit de twintigste eeuw De Stijl, architect, glas-in-lood- en meubelontwerper. En natuurlijk schilder.


In mijn eerste woninkje in Lunetten maakte ik een muurschildering van de Compositie XVIII in drie delen (1920). Dit werk bestaat uit drie schilderijen die samen een driehoek vormen. Het middelpunt van het schilderij ligt daarom buiten het doek. Ik had het uit een boek overgenomen, netjes de afmetingen uitgerekend en met een liniaal overgetrokken en ingekleurd. Heel vaak heb ik naar het onbestaande middelpunt van de drie doeken gestaard, gewoon op de bank in Lunetten. Het origineel zag ik pas later in het Kröller-Müller museum.

Lees verder
Comments

Gedachtekunst: de bosrand

bosrand
Het mooie van gedachtekunst is dat het onmogelijk is. Een herinneringsbeeld dat toch nooit te realiseren is, noch op het doek, noch op film, noch op papier. In het beeld dat ik achter mijn hersenpan zie verrijzen, zitten zoveel associaties en indrukken verborgen dat die nooit een enkelvoudige uitdrukking zouden kunnen vinden. Van boeken, ervaringen, geuren en ook van dingen waar ik zelf geen weet van heb. Waarom dan toch gedachtekunst bedrijven? Omdat het soms leuk is om je met iets zinloos bezig te houden, dat puur particulier is, maar misschien in iemand anders een eigen puur particulier gedachtekunstje doet ontstaan. Vandaag: de bosrand. Lees verder
Comments

Gedachtekunst: handen en voeten

david_michelangelo_hand
Fascinerend: een schilderij getiteld Vrouw van de schilder of Zoon van de schilder. In de verschillende Berlijnse musea zag ik er wel vijf. Niet de schilderijen zijn fascinerend, maar de titels. Dan gaat het me niet om die eenzijdige manier waarop de afgebeelde vrouw of zoon wordt weggezet als niets meer dan een object. Nee, ik verplaats me niet in die vrouw of die zoon die voor hun man en vader alleen nog maar bestaan uit lichtvlakken en lijnen, die urenlang een stramme houding moeten aannemen alsof ze van hout zijn en onder geen beding mogen praten. Ik verplaats me in de schilder, die ervoor kiest van alle dingen die in zijn 'bezit' zijn, zijn vrouw of zoon te schilderen. Waar zou ik voor gaan? Daar hoef ik niet lang over na te denken. Ik maak een tweeluik getiteld De duim van de schilder en De voet van de schilder. Lees verder
Comments

De filles fatales van J.W. Waterhouse

the_lady_of_shallot_looking_at_lancelot
Betoverd door vrouwen heet de tentoonstelling in het Groninger Museum, die ik gisteren bezocht. Ik was niet de enige die met het Boekenweekgeschenk op zak zo ver mogelijk gratis wilde reizen en dus voor Groningen had gekozen. Na een half uur stevige wind pakken in de rij, kon ik me met honderden anderen vergapen aan de prachtige schilderijen van J.W. Waterhouse (1849-1917).


Lees verder
Comments

Mondriaan, Compositie met rood, geel en blauw (1927)

De eerste keer dat ik Mondriaan zag, was in het Kröller-Müller museum. Natuurlijk kende ik Mondriaan van de mokken en muismatten, de poster van mijn moeder en het eeuwige 'dat kan mijn zoontje van drie ook'. Maar de eerste keer dat ik een schilderij van Mondriaan echt zág, begreep en doorvoelde, was bij ‟Compositie met rood, geel en blauw‟ uit 1927. Lees verder
Comments

Voeterosie door luxeren

Vandaag heb ik eindelijk weer eens een nieuw woord geleerd, en wat voor één: een woord dat niet in de Dikke Van Dale staat. Luxeren. Klinkt als luxe laxeren: Paris Hilton die te veel Crystal gezopen heeft en boven haar gouden toilet over d’r nekje gaat. Of (ideetje van Google): een luxe ren, bedoeld voor konijnen met stamboom. Lees verder
Comments