Heilige datum en Parijs, 1912

nijinsky
Vandaag honderd jaar geleden, 29 mei 1912, danste Vaslav Nijinsky het ballet l'Après-midi d'un Faune, naar een gedicht van Mallarmé op muziek van Claude Debussy, in Parijs (oh, heerlijk Parijs van vlak voor de Eerste Wereldoorlog! Ik zou in je willen wonen). Ik las er al maanden geleden over: Nijinsky, het goddelijke beest.

Mooi, een 'balletrel' - en een voorbeeld van hoe 'bad publicity' de beste PR is die je kunt hebben. De voorstelling werd een hype en zo'n groot succes dat 29 mei voor impresario Serge Diaghilev een 'heilige datum' was geworden en hij in 1913 weer een première met Nijinsky plande, deze keer van het nog beruchtere Le sacre du printemps. 29 mei een heilige datum! Dat vind ik leuk, omdat ik vandaag jarig ben.

Het dagboek van Nijinsky (hier met een -i op het eind) uit de periode 1918-1919 probeerde ik nog weer langer geleden te lezen omdat het zijn pad naar de waanzin zou beschrijven en tja, dat interesseert me nu eenmaal. Maar het was me meteen al te gek om maar te kunnen volgen en ik heb het niet uitgelezen. Na mijn tripje naar Parijs onlangs en dit honderdjarig jubileum ga ik er toch weer een blik in werpen, op de première van een nieuw levensjaar.



Bookmark and Share
Comments

Mislukking als drijvende kracht

mensendokter
Het is een ontroerende vraag die ene Herman V. deze week in Vrij Nederland aan de mensendokter stelt: 'Hoe kan ik vrede vinden in mijn eigen middelmatigheid?'
Mensendokter Grunberg geeft eigenlijk geen antwoord op deze hartenkreet, maar legt juist uit hoe je kunt ontsnappen aan de middelmatigheid. Om te beginnen: het mislukken omhelzen. 'Alleen door steeds beter te mislukken kan men ontsnappen aan de middelmatigheid.' Mislukking is een veel en veel betere optie dan middelmatigheid. Daar ben ik het roerend mee eens. Mislukking kan juist als drijvende kracht werken.


1. Paradox
Allereerst de paradox van de mislukking: als je streeft naar mislukking en je realiseert je doel, dan ben je gelukt in het mislukt zijn. Het streven naar mislukking draagt gelukt zijn in zich mee, hoe je het ook wendt of keert. (Zie ook Werk aan de winkel III)

2. Wetenschappelijke methode
Streven naar mislukking is de wetenschappelijke methode. Vooruitgang in de wetenschap ontstaat door de mislukking op te zoeken, door het ontkrachten en niet het bevestigen van een hypothese. (Popper light)

3. Online succes
Dat klinkt misschien heel negatief. Maar het is juist door te experimenteren dat je ontdekt wat wel werkt en wat niet. Een experiment moet je niet beginnen als je bang bent dat het zal mislukken. Wat is een van de zeven geheimen van succes van megablog The Huffington Post? Onophoudelijk experimenteren: fail fast, cheap and often.

4. Ruimte voor het persoonlijke
Dat doet denken aan Beckett (dank): 'Ever tried. Ever failed. No matter. Try Again. Fail again. Fail better.' Dit citaat uit het verhaal 'Worstward Ho' (1983) blijkt na een Google-actie gevleugeld te zijn en wordt bijvoorbeeld genoemd als levensmotto door theatermaker Jos Thie (Trouw, 20 juni 2011): 'Geloof nooit een kunstenaar die zegt dat hij geslaagd is. Kunst is permanent falen. Dat is niet leuk om te horen, maar volgens mij is juist dat falen de motor waar het allemaal om draait. Het niet bereiken van perfectie is wat kunst interessant maakt. Volgens mij is mislukking de basis van de moderne kunst. In de middeleeuwen had je schilders die allerlei taferelen perfect na konden schilderen. Totdat het een keer iemand niet lukte. Hij faalde en maakte daarmee ruimte voor het persoonlijke.’

5. De kunstenaar
'Was ever a writer so besotted by failure as F. Scott Fitzgerald? As a young man he craved literary success and achieved it, instantly (…) He was twenty-four and had everything he wanted. (…) "I remember riding a taxi one afternoon between very tall buildings under a mauve and rose sky; I began to bawl because I had everything I wanted and knew I would never be so happy again." That's one way of looking at it; another would be that he was already looking forward to the real business of regret, loss, decline and ruin. Fitzgerald understood that he had to climb to a dizzy height if the fall was going to be spectacular enough to satisfy him. He needed to achieve success in order to be convinced of the colossal scale of his subsequent failure.'
Geoff Dyer in Working the room, over The Beautiful And Damned van F. Scott Fitzgerald

6. Karakter en zelfkennis
Zonder naar de bodem van je karakter af te dalen en daar te bikken in de keiharde rotsgrond, weet je niet wie je bent en waar je toe in staat bent. (Mislukking en het karakter als catastrofe) En dan nog. Zelfs als je alles bent verloren - niet méér zou kunnen mislukken - ben je nog geen mislukkeling. Je bent een tragische held. 'We wouldn't call Hamlet a loser, he is someone who has lost.' (Alain de Botton over mislukking (en succes))

7. Authenticiteit
Maar wat nu als iemand je een mislukking noemt? 'Wat een mislukkeling is hij toch' of 'Zij is nou écht mislúkt.' Dat is toch vreselijk?' Denk dan gewoon eraan dat mislukken het authentiekste is dat je als modern individu kunt doen, en dus het allerhoogste wat je kunt bereiken. Mislukken is de ultieme bevestiging van authenticiteit. Écht!

(Dat zal dan de reden zijn waarom je geen vrede moet zoeken in middelmatigheid.)



Bookmark and Share
Comments

Onderzoek naar de verliefde man in 7 citaten

lapeyre
Een onderzoek naar 'de verliefde man' in zeven citaten (uit de roman Het leven is kort en het verlangen oneindig van Patrick Lapeyre).* 

1. ‘Het is alsof ze op hem inwerkt als zo’n hallucinerend middel dat je bewustzijn verruimt en tegelijk je hersencellen verwoest.’
Het meisje is zo'n nimfachtig type dat een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefent. Waarom eigenlijk? Ze is knap, maar wel iets te dun. Wat doet ze voor werk? Geen idee, niet belangrijk. Ze loopt in de bediening van een restaurant en in de avonduren volgt ze een toneelcursus of zo. Ze is ietwat labiel en onpeilbaar. Altijd blut. Objectief gezien niet veel soeps. Maar in de liefde geldt 'objectief gezien' niet. Je moet het ook niet groter maken dan het is en over Gevoel beginnen. Een uitwisseling van feromonen die de leegte vullen van reeds bestaande frustratie (of die nu met een slecht huwelijk, een stomme baan of innerlijke onrust te maken heeft) - that's it. En dan ben je overgeleverd aan de biologie.

2. ‘Ze is nu zo dichtbij dat Blériot het gevoel heeft dat, mocht hij per ongeluk iets te ver overhellen, hij haar als een slaapwandelaar in de armen zou vallen.’
De slaapwandelaar is zich bewust van zijn lichaam, beweegt en stuurt het, maar verkeert mentaal in een staat van zeer laag bewustzijn, een droomstaat. Alles wat hij doet is in feite per ongeluk, oftewel: hem niet aan te rekenen. Hoe dichtbij zal zij komen? Een slaapwandelaar mag je niet wekken. Hij mag wel in jouw armen ontwaken. Graag zelfs.

3. ‘seks is de reminiscentie aan seks’
Wat er ook gebeurt, we'll always have sex. Overgeleverd aan de biologie als hij is, hallucinerend en/of slaapwandelend, denkt hij eigenlijk maar weinig aan seks. Als hij wakker wordt en in de spiegel kijkt, uit het raam hangend een sigaretje rookt, en objectief gezien niet zoveel moois meer kan ontdekken aan het verwoesten van je hersencellen - juist dan kun je, objectief gezien, net zo goed seks hebben (met wie is niet zo belangrijk, als het maar een herhaling van eerdere seks is). Wie weet kicken de feromonen dan weer in en sla je zo twee vliegen in één klap.

4. ‘Alle mannen verlangen terug naar die eindeloze tijd waarin het leven nog de elasticiteit van het mogelijke heeft.’
Verliefd worden is het openvouwen van oneindige mogelijkheden; verliefd zijn is pendelen tussen hoop en wanhoop; liefde is consolidatie - die zich uiteindelijk samenbalt in frustratie. Milan Kundera verdeelde de Don Juans van deze wereld in twee soorten: zij die in alle vrouwen zoeken naar De Ene - die natuurlijk niet bestaat; en zij voor wie alle vrouwen anders zijn, anderen die ze allemaal willen leren kennen. De derde categorie beschreef hij niet: zij die vooral zoeken naar zichzelf. Niet wie zij nu zijn, maar wie ze ooit beloofden te worden.

5. ‘Persoonlijk houdt hij wel van de verpletterende rust van een zondagmiddag.’
Consolidatie (waar de zondagmiddag het epitome van is), is ergens wel prettig. Het is fijn om de druk ervan op je schouders te voelen, zoals het fijn kan zijn als een lichaam op jouw lichaam ligt te slapen - onbeweeglijk, niet-bewust, warm en zwaar en verpletterend. Tot je naar adem happend bovenkomt natuurlijk. Persoonlijk.

6. ‘Hij staat op het punt te antwoorden dat je niet alles kunt hebben en niet tegelijk aanwezig en afwezig, trouw en ontrouw kunt zijn. Logisch gezien kan ze hem dus niet zijn vrijheid teruggeven, zoals ze heeft gedaan door bij hem weg te gaan, en hem tegelijkertijd vragen om haar gevangene te blijven.’
Marcel Proust schreef over de vrouw als gevangene van haar geliefde, in deze eeuw is de man dat net zo goed. Verliefd zijn is pendelen tussen hoop en wanhoop. Soms kan het makkelijker te zijn om de pendel met een ruk naar beneden stil te laten hangen, ook al is het aan de kant van de wanhoop. De vraag is welke hand de pendel vast heeft: de zijne of de hare? Maakt ook eigenlijk niet uit, ze lopen immers hand in hand.

7. ‘Gezonken, denkt Blériot bij zichzelf alsof het om een zeeslag gaat.’ ‘Buiten sneeuwt het op halve kracht. Het is een dag om onder de dekens te blijven en een boek over Napoleons terugtocht uit Rusland te lezen.’
Liefde is oorlog. (Vul zelf zinnen aan met bijvoorbeeld de woorden loopgraven, wapenstilstand, vredesmissie, heldendom, Bevrijdingsdag, Dodenherdenking et cetera.)

*Waar 'hij' staat, mag ook 'zij' gelezen worden, en vice versa.



Bookmark and Share
Comments

Introvert vs. extravert: Susan Cain

cain
Sinds een paar maanden werk ik in een kantoortuin. Dat is wel even wennen na drie jaar de luxe te hebben gehad van mijn eigen kamer. Natuurlijk, 'de lijntjes zijn korter' en het is best gezellig af en toe. Maar geconcentreerd werken is vrijwel onmogelijk geworden. Voor mij althans. Door de inzichtelijke en zeldzaam innemende TED-talk The power of introverts van Susan Cain, begrijp ik beter waarom.

Tegenwoordig zijn het klaslokaal en de werkvloer zo ingericht dat vooral extraverte mensen goed functioneren. Cain heeft het over het nieuwe 'groupthink', de overtuiging dat leren en werken het beste gaat in groepsverband, door samenwerking, brainstorms et cetera. Terwijl introverte mensen nu juist gedijen bij stilte en eenzaamheid. De overtuiging is inmiddels omgeslagen in een vooroordeel: zij die graag de eenzaamheid opzoeken, om een boek te lezen of gewoon na te denken, worden al gauw beschouwd als incapabele mensen - simpelweg omdat sociale vaardigheden het allerbelangrijkst worden geacht. En nee, introverte mensen ontberen niet zozeer sociale vaardigheden, ze hoeven gewoon niet altijd in een sociale omgeving te verkeren. Liever niet zelfs.

Dat vind ik heel herkenbaar. Cain spreekt over de omgeving die volgepropt is met stimulansen. Goed voor de extraverte, minder voor de introverte. Mijn eigen omgeving is inderdaad op de een of andere manier altijd al zo stimulerend zonder enige inbreng van buitenaf, dat ik die er niet ook nog bij hoef te hebben. Stapels boeken die erom schreeuwen gelezen en overdacht te worden, muziek die ik nog moet ontdekken, filmpjes terug te kijken, en niet in de laatste plaats mijn leven dat vraagt om reflectie: laat mij maar zogenaamd stil in een hoekje zitten, ik hou mezelf wel bezig. Mensen leiden alleen maar af. En als ik sociaal wil zijn (wil ik vaak genoeg hoor), dan zoek ik het wel op.

De waarden die Cain tegenover 'groupthink' stelt zijn me uit het hart gegrepen: privacy, vrijheid en autonomie. Die scheppen de tijd en ruimte om te lezen, schrijven en denken (drie handelingen die steeds in elkaar grijpen en elkaar versterken, als je er tijd en ruimte voor schept) - en daaruit kan pas inzicht voortkomen.

De laatste tijd heb ik maar weinig tijd gevonden om te bloggen, zelfs te weinig tijd om te lezen (naar mijn zin, ik lees ongetwijfeld nog steeds veel in de optiek van de extraverteling). Daar moet verandering in komen. Cain roept op om de 'wildernis' in te gaan, met andere woorden, de eenzaamheid op te zoeken (solitude is in dit verband een zoveel beter woord). Dat klinkt als je terugtrekken, maar dat is het juist niet. Het is hard werken, het is outreach, midden in de wereld staan en zoveel mogelijk tot je nemen en weer naar buiten brengen. Alleen zit 'het geraas en gebral' in je eigen hoofd, ook al komt het van een ander. Ik luister naar wat Theo Ploeg schrijft in zijn opbeurende en aanstekelijke blog Doe wat je zegt. Bij deze!

Als je je ook een onbegrepen introverteling voelt of mensen zoals mij een beetje raar vindt, kijk dan vooral naar Cains TED-talk. Of lees haar artikel The Rise of the New Groupthink bij de New York Times. Susan Cains boek is getiteld Quiet: The Power of Introverts in a World That Can’t Stop Talking. De vertaling Still komt binnenkort uit bij de Arbeiderspers.













Bookmark and Share
Comments

Geluk als productiviteit

leeuw_bek
Lees eerst De verhalen van ons leven - Het beest in de bek kijken

Timothy Wilson geeft - jazeker - de drie ingrediënten van geluk (dit is geluk in sociaal-psychologische zin, dus zoals dat uit statistisch onderzoek is gerold). Zin, doel en hoop. Dat zegt nog niet zoveel. Zin: een gelukkig mens heeft een stelsel van overtuigingen die een coherent antwoord bieden op grote vragen in het leven. Een geloofsovertuiging, het humanisme, of misschien wel 'uiteindelijk is alles zinloos'. Doel: een gelukkig mens is doelgericht, werkt ergens naartoe. Hoop: een gelukkig mens richt zich op wat hij kan veranderen in plaats van op het noodlot. Een gelukkig mens is een 'effectief en autonoom persoon'.

Ik noem dit alles bij elkaar de deugd van de productiviteit.

(Erg mooi klinkt het allemaal niet. Effectief, autonoom, productief. Hebben we het nog wel over geluk?)

Wil productiviteit een deugd zijn, dan moet ze wortelen in een overtuiging, doelgericht zijn en gericht op verandering. Wil een overtuiging zich uiten, op een doelgerichte manier die verandering teweegbrengt, dan heb je productiviteit.

Dat is allemaal nogal abstract. Rousseau beschrijft in zijn overigens hysterisch conservatieve 'Brief over het theater' hoe een productieve omgang met tijd leidt tot geluk. Uren gespendeerd in 'ledigheid' maken dat de tijd zelf niet veel waarde meer voor je heeft. Nog een uur gespendeerd met niets doen maakt niet uit, wanneer je al te veel tijd hebt verloren is tijd niet meer iets wat je kunt verliezen. Wie herkent dit niet? Hoe meer tijd je verlummelt, hoe moeilijker het is om weer iets te gaan doen. Alsof het kleinste klusje al onevenredig veel beslag legt op je tijd. Maar als je veel werk verzet in korte tijd, kan er altijd nog wel wat meer bij. Door de tijd te vullen groeit hij, door nietsdoen loopt hij leeg als een ballon. Zo voel je je dan ook: als een leeggelopen ballon, een herinnering aan een nooit gehouden feest.

Een andere vorm van productiviteit is samen te vatten in de (mijn) maxime: Actie is altijd beter dan geen actie. Dat heeft vooral betrekking op de omgang met andere mensen. Handelen is altijd beter dan niet handelen. Je uitspreken is altijd beter dan je niet uitspreken. Daar ben ik van overtuigd, hoewel het heel veel jaren heeft geduurd voor ik hierachter ben gekomen. Actie is altijd beter dan geen actie omdat daarin de hoop tot uiting komt, zou je met Wilson in het achterhoofd kunnen zeggen. Een maxime die uitgaat van de mogelijkheid van verandering, optimistisch, maar zonder te oordelen. Ze zegt immers niet wat je moet doen, alleen dat je moet doen.

Om weer met Nietzsche aan te komen, die als een rode draad door deze zoektocht loopt: 'aanstotelijk is al het waarlijk productieve'. Ik denk dat aanstotelijk begrepen moet worden als iets uitzonderlijks, dat niet vaak voorkomt, niet vaak voor kán komen. Iets wat veel inspanning kost, maar met weinig middelen. Iets wat in de breedte niet veel voorstelt, maar grondvesten doet schudden. De meeste mensen lijken het tegenwoordig te streven naar 'zo weinig doen met zo veel middelen als mogelijk'. Mij gaat het om zo veel mogelijk doen met zo weinig mogelijk middelen (zie ook Revolutie in het hoofd II). Dat vraagt om doelgerichtheid.

Het gaat me heus niet alleen om het ontmaskeren van trucjes die de wereld mooier doen lijken dat ze is. Ik hou van verhalen en ook van het nadenken over het narratief in je leven. Optimisme betekent voor mij niet dat de wereld schoon en goed is, maar dat je de wereld kunt veranderen, hoe ellendig die soms ook mag zijn. Het beest in de bek kijken en niet terugdeinzen, maar een tandenstoker tevoorschijn halen. In de kantlijn van De verhalen van ons leven schreef ik: actie+realisme=geluk. Dat is wel hoe je deze stukjes kunt samenvatten. Mooie eindejaarsgedachte, niet?



Bookmark and Share
Comments

De verhalen van ons leven - Het beest in de bek kijken

wilson
Hoe kan het dat ik, literatuurvreter en verhaalverslaafde, me zo verzet tegen die mooie menselijke mechanismen die je notabene via verhalen laten dealen met tegenslag en ellende? Dat ik handige motto's als 'whatever doesn't kill me makes me stronger' en 'van de nood een deugd maken' wegzet als trucjes en zelfbedrog? Is dat niet een beetje gek? En: zie ik het allemaal nog wel zitten? Nog één keer dan, om te laten zien dat het heus meevalt met het verhaal, en met mij.

Al eerder schreef ik dat ik optimistisch van aard ben en productiviteit als deugd beschouw. Daarin zit dan ook de positieve wending aan wat ik tot nu toe steeds - ik geef het toe - enigszins negatief heb beoordeeld. Timothy Wilson zette me op het spoor, door zijn boek De verhalen van ons leven, met de nogal omineuze ondertitel 'Verander je zelfbeeld en verbeter je bestaan'. Die titel belooft meer dan het boek waarmaakt, want in feite presenteert Wilson enkele resultaten uit zijn sociaal-psychologische onderzoek naar groepsvorming, identiteit en processen van uitsluiting. Het meer theoretische gedeelte over de zogenaamde 'verhaalbewerkingsmethode' levert echter interessant materiaal om verder over te peinzen.

De methode van verhaalbewerking is op zich niet heel nieuw: bij psychische nood gaat het erom je perceptie van een gebeurtenis te veranderen, eerder dan de gebeurtenis zelf. Wilson beschrijft de specifieke methode die te maken heeft met het verhaal dat iemand zichzelf vertelt. Door schrijfoefeningen is dat verhaal heel letterlijk te 'bewerken' (hierbij denk ik meteen aan Susan Sontag en Siri Hustvedt, zie Over herinneringen). Via het beschrijven van een gebeurtenis in een narratief, kun je je gevoelens over die gebeurtenis loskoppelen van de gebeurtenis zelf. Je neemt er afstand van en die afstand geeft je een zekere macht. Hoe je de gebeurtenis interpreteert, welke gevoelens en oordelen daarbij horen, is geen vaststaand gegeven meer, maar iets wat je zelf ten dele bepaalt.

Maar leidt dat niet tot - bijvoorbeeld - van de nood een deugd maken? Nee, want de gebeurtenis zelf blijft juist onaangeroerd, die verandert niet. In Vrij Nederland staat een prachtig interview met filosoof René Gude, die een been verloor aan kanker en nog steeds niet is genezen. Hij lijkt in de (ronduit miserabele) praktijk te brengen wat ik hier beschrijf: '"Shit is shit," onderkent Gude volgens de bevriende socioloog Herman Vuijsje, en toch blijft hij bij zijn intellectuele credo: geen negativisme a.u.b.' Zijn methode is 'tafelen', dat wil zeggen, het benoemen van de feiten en mogelijkheden, zonder daarover te oordelen. Als je oordelen toelaat, komen ook de emoties en dan slaat de verwarring toe. Een heel rationele manier om met ellende om te gaan. En een keiharde. 'Shit is shit' immers. Gude zegt zelf: 'Ik heb het compliment gekregen dat ik heel positief ben, maar als je keek naar wat wij aan het doen waren, dan waren wij het beest voortdurend in de bek aan het kijken.'

Dat is mooi uitgedrukt: het beest in de bek kijken. En het beest heeft een verrotte, stinkende, walmende muil, daar mag je van uitgaan. Waar zit het positieve dan in? In het niet oordelen. 'Negatief' is op zichzelf al een beoordeling. Misschien is het daarom ook eerder een houding van neutraliteit (ik kan natuurlijk niet over de situatie van Gude spreken, dus dit bedoel ik meer in het algemeen), van openheid. En dan kom ik weer uit bij dat waar ik eerder ook mee eindigde: vrijheid. Hoe beperkt ook, hoe verrot en stinkend die muil ook is die op het punt staat dicht te klappen en je op te vreten; door erin te kijken, je hoofd er helemaal in te steken, uit nieuwsgierigheid of beter weetgierigheid, ben je vrij. Ik geloof daar heilig in. Wie durft mij dan nog pessimist te noemen?

Dan is er nog de deugd van de productiviteit. Lees verder...



Bookmark and Share
Comments

Gedachtekunst: Hoe mijn hoofd er van binnen uitziet

People understand me so little that they do not even understand when I complain of being misunderstood.
—Søren Kierkegaard, Dagboek, februari 1836
________________________________________________________________________________

Mijn eigen post-it war:
post-it
Met dank aan de Denkwijzer. Wie is jouw filosofische soulmate? De mijne is duidelijk: Sartre.
________________________________________________________________________________

Het tussentijdse rapport over de fraude van Diederik Stapel met wetenschappelijke onderzoeksdata leest als een thriller. Of als een nieuwe vorm van poëzie.

(zogenaamd)
Tot zover was alles in orde. Maar dan volgde er een volstrekt fictieve fase. De experimenten werden (zogenaamd) uitgevoerd onder de volledige supervisie van de heer Stapel alleen. De heer Stapel had, naar eigen zeggen, uitstekende contacten met een groot aantal onderwijsinstellingen in het land. Die waren steeds weer bereid om in goed overleg met hem persoonlijk zulke onderzoeken uit te voeren, soms geholpen door (zogenaamd) betaalde research assistenten. Ter compensatie voor de inspanningen van de scholen gaf de heer Stapel er (zogenaamd) voordrachten en schonk hij (zogenaamd) de betreffende scholen van tijd tot tijd computers en beamers. De op die scholen verzamelde data werden vervolgens (zogenaamd) op die scholen zelf, veelal door (onbekende) assistenten, verwerkt en gecodeerd. De aldus ‘verkregen’ gegevens werden dan rechtstreeks aan de heer Stapel gegeven, nooit aan de partners.

Lees het hele rapport via Wetenschap24: Met een kofferbak snoep naar een fictieve school
________________________________________________________________________________

Steve’s final words were:
OH WOW. OH WOW. OH WOW.
A Sister’s Eulogy for Steve Jobs
________________________________________________________________________________

'Je komt aan het einde van het leven - nee, niet van het leven zelf, maar van iets anders: het einde van elke waarschijnlijkheid van verandering in dat leven. Er wordt je een lang rustmoment gegund, tijd genoeg voor het stellen van de vraag: wat heb ik nog meer fout gedaan?'
 
'Er is accumulatie. Er is verantwoordelijkheid. En daarenboven is er onrust. Is er grote onrust.' 
Julian Barnes, Alsof het voorbij is
________________________________________________________________________________

Telefoonseks
Al een jaar of vier had ik geen telefoonseks gehad. Het moest er maar weer eens van komen. Ik sms’te mijn vriendin: ‘Zullen we telefoonseks hebben? Morgen of vanavond?’
Het antwoord kwam snel: ‘Vanavond is beter, morgenavond heb ik een feest.’
In New York was het warm. Ik installeerde mij op mijn bed. We praatten, in het begin wat onwennig, en na 25 minuten zei ik: ‘Zullen we dan maar beginnen?’
Het erotische gesprek verliep moeizaam.
Na een tijdje zei ze: ‘Wacht, ik pak even een banaan.’
Ik hoorde haar de trap aflopen, keukenkastjes werden geopend en weer gesloten. ‘Wat voor banaan is het?’ vroeg ik.
‘Een kleine, biologische banaan.’
Er is een beroemd boek van Oliver Sacks getiteld De man die zijn vrouw voor een hoed hield.
Ik vrees dat als ik in de supermarkt op kleine biologische bananen stuit, ik het woord tot ze zal richten.

Arnon Grunberg
Voetnoot, 3 juli 2010
________________________________________________________________________________

Gelukkig hebben we de kater nog:
reve
Gerard Reve, uit Nader tot U
________________________________________________________________________________

I'm standing in a field
A field of questions
As far as the eye can see
Is this what it means
To be free
Or is this what it means
To be belong to the free


________________________________________________________________________________

Meer gedachtekunst
________________________________________________________________________________



Bookmark and Share
Comments

Over het gebrek aan decorum dat leven heet

Bamse_dromerig
1. Al meer dan vier maanden stond het aluminium busje met de as van Bamse te wachten op het finale afscheid. Bij het asbusje was een waarschuwing geleverd: deze was niet bestemd voor het bewaren van de as tot in de eeuwigheid, als je de as niet snel zou uitstrooien zou de bus gaan roesten. Begin oktober wist ik me er dan eindelijk toe te zetten. Een zonnige herfstochtend, toevallig werd ik al om acht uur wakker. Met de asbus in mijn tas liep ik naar het Amsterdam-Rijnkanaal.

Hoe doe je dat? As uitstrooien van een huisdier? Moet je daar dan iets bij zeggen of gebaren? Wat als ik zou gaan huilen? Er lopen langs het kanaal altijd mensen met honden, hoe vroeg het ook is. Bij de aangewezen plek, waar een zijtak in het kanaal uitkomt, liep ik van het pad af. Ik had me verkeken op de oever, die twee à drie meter lager ligt. Om de as in het water te strooien moet ik dus half en half naar beneden glijden, de asbus in één hand, de andere achter me in het dauwnatte gras. Schuin naar achteren hellend haal ik het zakje uit de bus en scheur het open. Op z'n kop schud ik het leeg, de as drijft weg op het water. Gelukkig is het windstil. Op handen en voeten, het asbusje heb ik al omhoog gegooid, klim ik weer naar boven. Dat was dat. Het gebrek aan decorum stoort me. Maar wat had ik dan verwacht?

2. Al meer dan zeveneneenhalf jaar geleden is het inmiddels dat we aan het bed van mijn vader stonden. We hebben een afspraak met de dood, het is woensdagmiddag 10 maart. De huisarts - hij die straks de dodelijke injectie gaat geven - is rood aangelopen, het zweet parelt op zijn voorhoofd. Dat is verontrustend, want hij kan zich geen fout veroorloven. Een trillende hand kán gewoon niet. Tegelijk stelt het ook gerust. Stel je voor dat het hem niets deed, het feit dat hij iemand ging doodmaken met instemming van alle aanwezigen.

Nadat het gebeurd is (vergeef me dat ik juist hier zo makkelijk overheen stap), schenken wij overgeblevenen beneden een glas rode wijn in. Dat is mooi, want plechtig. Er moet echter ook gegeten worden. Niet veel later sta ik bij de Chinees te wachten op de babi pangang en foe jong hai. Onderwijl haalt de begrafenisondernemer de dode op; weer terug van de Chinees is hij weg. Hoe kunnen al deze dingen op dezelfde dag gebeuren? Ik verwonder me er nog steeds over. Decorum en gebrek aan decorum, de ergernis die dat opwekt en de verwondering. En troost.

3. Eén keer is een jongen huilend aan mijn voeten gevallen, me min of meer zijn hart op een fluwelen kussen aanbiedend, zich overleverend aan mijn genade. Goed, dat kun je zien als een enorm verlies van decorum van zijn kant, maar het was als een scène uit een ridderroman - het toppunt van decorum waar we wel nooit meer bij in de buurt zullen komen. Of een scène uit een film, een hartverscheurende scène; de ontroering! de kwetsbaarheid! Ik vond het onverteerbaar. Zoveel ernst en overgave, dat trek ik niet. Waar was het gebrek aan decorum dat ik zo hard nodig had?

(Bij Julian Barnes (Alsof het voorbij is) las ik onlangs: 'Ik heb een godsgruwelijke hekel aan die Engelse gewoonte om serieus zijn niet serieus te nemen. Daar heb ik echt een godsgruwelijke hekel aan.' Maar degene die deze woorden uitspreekt, pleegt niet veel later zelfmoord.)

4. De dierenarts die Bamse de dodelijke injectie ging geven waardoor ze zou inslapen, had het steeds over 'euthanasie plegen'. Ze zei precies dezelfde dingen als de huisarts zeven jaar terug. Ik wist niet of ik die twee gebeurtenissen met elkaar in verband mocht brengen, al was het maar in het binnenste van mijn gedachten. Je vader en je kat. Met de instemming van de aanwezigen. Ik hoop dat ik niet nogmaals word gevraagd te beslissen over leven en dood. Vooral omdat de juiste beslissing zo voor de hand liggend was in het zicht van het lijden.

Het was mooi en vredig. Soms moesten we lachen als Bamse toch weer een ademteug nam. Ze was nog steeds sterk, alleen geveld vanaf het middenrif. Bamse had in elk geval geen gebrek aan decorum, ze is altijd een aristocratisch poesje geweest. Toen het dan echt gedaan was, wist ik wel wat ging volgen. Langs de kassa en afrekenen.

5. Het is leven is misschien niet meer dan een opeenstapeling van gebrek aan decorum. Dat betekent niet dat we niet moeten proberen dat gebrek op te heffen. Misschien is het leven het voortdurend proberen het gebrek aan decorum op te heffen. En de dankbaarheid dat dat nooit helemaal lukt. En de troost die dat biedt.

(Of is dit alleen mijn leven?)



Bookmark and Share
Comments

Actie is altijd beter dan geen actie

pijl_boog
'Actie is altijd beter dan geen actie.' Met dat zinnetje kan ik de afgelopen maanden wel samenvatten. En het waren lange maanden, volgepropt met allerlei life events zoals dat dan heet. Nu klinkt zo'n zinnetje misschien als een wat loze levensles. Het zij zo, het is ook wel overzichtelijk om het leven zo eens bij de kladden te grijpen. Bovendien zijn dit soort mantra's behulpzaam. Je hebt niet altijd tijd om jezelf aan een diepgaand zelfonderzoek te onderwerpen of om Schopenhauer erop na te slaan. (Van wie ik die andere mantra ook nog steeds gebruik: 'Andermans hoofd is een te ellendige plek om als zetel voor waar geluk te dienen.')

Dat zinnetje klinkt simpel, maar er valt genoeg over te zeggen. Is het een aansporing voor luie mensen? Nee, dat denk ik niet. Ik vind mezelf heel vaak heel lui, maar door de bank genomen doe ik bij elkaar opgeteld zoveel dat ik mezelf toch niet lui kan noemen, ondanks die slome middagen waarop niets uit mijn handen komt. Waarom moet er dan aangespoord worden? Als ik naga om wat voor situaties het gaat, komt het steeds neer op: situaties waarin het voelt alsof ik andere mensen lastig val.

'Andere mensen lastig vallen', dat zegt al genoeg. Terwijl je belt met de zoveelste medewerker van een - ik roep maar wat - hypotheekbank, die jou uitknijpt en verkeerde informatie geeft die zomaar duizenden euro's kan kosten… nou ja, op zo’n moment hoef je je toch geen zorgen te maken dat je zo'n medewerker lastig valt? Toch voelt het zo. Ander voorbeeld: mensen (mannen) die van alles van jou willen, waarom zou je je zorgen maken om hun gevoelens? Onzin! Toch voelt het zo. Daarom is voor mijn soort mensen actie altijd beter dan geen actie.

En vanzelfsprekend is zo'n mantra heus niet. Neem de volgende lezing in de Levenskunst-reeks, die is getiteld 'Doen door niet te doen'. Het is de vertaling van een principe uit het taoïsme, 'Wu Wei'. Doen door niet te doen: een soort go with the flow, de natuur vooral z'n gang laten gaan. Eerder verdiepte ik me al een beetje in het taoïsme omdat het me zo heerlijk ontspannend in de oren klinkt (zie hier). De weg volgen, niet te veel handelen, alles op zijn beloop laten. Maar De Grote Onrust achtervolgt me altijd, hoe lui ik me vaak ook voel. Het verlangen naar ontspanning, naar het blussen van het verlangen, naar kluizenaarschap zelfs, mag nog zo groot zijn, ik moest concluderen dat ik er niet voor in de wieg ben gelegd.

Het is dus geen luiheid die me dwarszit, daar was ik al achter. Het is gewoon ordinaire, twijfelachtige, zelfwegcijferende onzekerheid. Bah.

Inmiddels ben ik dus zover dat ik het ronduit niet eens ben met het 'doen door niet te doen'. Liever het tegenovergestelde, actie is altijd beter dan geen actie. Misschien is mooier: 'Handelen is altijd beter dan niet handelen.' Dat is weer te extrapoleren naar: 'Je uitspreken is altijd beter dan je niet uitspreken.' Dat klinkt als de schreeuwerigheid waaraan iedereen tot in de politiek aan toe zich tegenwoordig schuldig maakt, en dat is absoluut niet wat ik bedoel. In eerste instantie is je mond houden vaak beter dan je mond opendoen. Maar als het erom gaat dat je je afvraagt of je iets nu wel of niet tegen iemand moet zeggen: je uitspreken is altijd beter dan je niet uitspreken. (Tegenvoorbeelden uiteraard ook voorradig in het kader van de uitzonderingen op de regel.) Vandaar ook deze blogpost.

Want je weet zelf: 'Andermans hoofd is een te ellendige plek om als zetel voor waar geluk te dienen.'

Lees hier meer over Wu Wei en levenskunst.



Bookmark and Share
Comments

Over de liefde: romantiek van rebellie naar soap

prins_witte_paard
Dat meerdere liefdes van je leven elkaar opvolgen, is tegenwoordig gemeengoed. Toch moet elk van die Grote Liefdes even meeslepend als uniek zijn, alsof het in elk geval op dat moment voor eeuwig is en ondenkbaar dat het ooit weer overwaait.

Eigenlijk is het raar: als je wordt gedumpt verzekeren al je vrienden je dat er nog veel meer vissen in de zee zijn. Maar niemand zal dat willen zeggen op het moment dat de liefde nog bestaat. Zo zit je dan voortdurend in een spagaat tussen absolute en relatieve liefde, tussen gevoelens die niet intens genoeg kunnen zijn en de rede die je vertelt dat elk gebroken hart gelijmd kan worden.

Alweer enige tijd geleden las ik een interessant interview met Richard David Precht in de Volkskrant (18 augustus). Hij schreef ook alweer enige tijd geleden Liefde voor gevorderden (2009). In het interview staat een passage over de ontwikkeling van de romantische liefde, die begon als rebellie tegen de gevestigde orde maar langzamerhand zelf de norm is geworden. Toch wel een eye-opener:

'In de 19de eeuw was de romantische liefde een daad van rebellie, bezongen door schrijvers als Jane Austen, Gustave Flaubert en Theodore Fontane. Meestal was de hoofdpersoon een vrouw; zij wilde trouwen met haar grote liefde, niet met een welgestelde partij uit een goede familie. Dat ideaal sijpelde betrekkelijk langzaam door. (...) Na de Tweede Wereldoorlog, en vooral na de jaren zestig, was er geen houden meer aan. De romantiek daalde af van de wereldliteratuur naar de soap, van Pride and Prejudice naar As The World Turns. De romantische liefde was geen rebellie meer, maar norm. Maar hoe hoger de eisen, hoe sterker de teleurstelling. De romantiek blijkt haar schaduwzijden te hebben: instabiele relaties, mensen die vruchteloos blijven zoeken naar die ene ideale partner, vrouwen die ongewild kinderloos blijven.'

Goed, die schaduwkanten kennen we allemaal. Is er iets in het leven dat geen schaduwkanten heeft? Nee toch? Dat gemier over instabiliteit en vruchteloos gezoek zal niet anders zijn dan in de tijd vóór Emma Bovary.

Precht heeft verderop nog een boeiende gedachte in petto. Hij begint met opnieuw een (impliciet gehouden) paradox. We zoeken in een liefdesrelatie jarenlange opwinding, meeslepende gevoelens die je doen geloven dat je de Ware aan de haak hebt geslagen. Maar we willen ook een 'maatje' (oei), een beste vriend met wie je avondenlang diepzinnige gesprekken voert en die het niet erg vindt als je in je berenpyjama met ongewassen haren tegen hem aan hangt:

'In de liefde zoeken we opwinding, we willen dat de ander ons hartkloppingen bezorgt. Maar we zoeken ook vertrouwen, geborgenheid, begrip. Dat zijn precies de psychische voedingsstoffen die we van onze ouders krijgen.'

Opwinding? (Van je ouders?)
'Geen seksuele opwinding. Maar ouders maken het leven van hun kinderen interessant. Kijk daar: een olifant, een ezel! Toen mijn zoon klein was, kwam hij naar me toe. Papa, ik verveel me. Dat betekent: geef me opwinding, niet: geef me geborgenheid.'

Dat is interessant. De ware is degene die je verveling verdrijft. Tot hij zelf vervelend wordt natuurlijk.



Bookmark and Share
Comments

Over de liefde - deel 1

Ik mocht op de summercourse van IPC een praatje houden over literatuur en filosofie in het dagelijks leven. Welk onderwerp spreekt dan meer tot de verbeelding dan de liefde? Vandaag deel 1, deel 2 over Marcel Proust en deel 3 over Søren Kierkegaard volgen.

What we talk about when we talk about love

Carver
Ging ik echt een praatje houden over de liefde? Ja. Maar – ben je dan een deskundige? Het spijt me zeer, maar nee, dat ben ik niet. Laat dat meteen duidelijk zijn. Liefde is simpelweg een onderwerp dat iedereen op de een of andere manier interesseert; en het is een populair onderwerp van alle schrijvers en lezers.

Ik zal een beetje filosofie combineren met een snufje literatuur om zo hardop na te denken over het gewone, alledaagse leven. Het zal niet te abstract worden, want het gaat er juist om het abstracte zo concreet mogelijk te maken.

Dus – ‘What we talk about when we talk about love’ – ik moet bekennen dat ik deze titel heb gestolen. Raymond Carver gaf hem aan een van zijn verhalen en ik heb dat verhaal niet eens gelezen. Hij schrijft: ‘It ought to make us feel ashamed when we talk like we know what we’re talking about when we talk about love.’ Met andere woorden: we weten niets over de liefde en als we doen alsof, houden we onszelf voor de gek.



Bookmark and Share
Lees verder
Comments

Het leven heeft geen clou, begrijp dat dan

veerboot
In sommige boeken valt alles op zijn plek, en juist het afgemaakte karakter van het verhaal is onbevredigend. Alles klopt en alles heeft betekenis en dat strookt niet bepaald met mijn ervaring. Bovendien is het ietwat saai.

Hetzelfde gevoel krijg ik als mensen op die manier hun leven proberen te duiden. Ik sprak met een Russische vrouw die in elke vezel mijn tegendeel was. Elke uitspraak die we deden, wees erop dat Russische en Nederlandse vrouwen wel de twee polen moeten zijn van wat er zo'n beetje mogelijk is in het vrouwelijke spectrum. Dat stel ik zo generaliserend omdat het hele gesprek (en we brachten een middag en avond samen door) steeds weer uitkwam op culturele verschillen, geworteld in overtuigingen waar je normaal gesproken niet zo bij stil staat. Kort gezegd: ik heb me nooit zó geëmancipeerd en atheïstisch gevoeld als toen.

We zaten op de veerboot naar Helsingborg. Ik hield de deur open voor een kind. 'I cannot believe you opened the door… for a man!' zei zij. 'A man? He was fourteen years old, a kid.' 'Yes, but he is a man. You do not hold the door for a man.' Ik protesteerde. 'No,' ging ze verder, 'you have to let the man help you, or you will never find a man. And then you will remain incomplete, like one half, unhappy and unfulfilled.' Wow.



Bookmark and Share
Lees verder
Comments

Het echte leven? Een (irrationeel) spelletje

parkeren
Ik heb wel eens urenlang 's nachts buiten gezeten, op een parkeerterrein, in de regen, zonder jas, omdat ik boos was en vond dat degene die mij boos had gemaakt gestraft moest worden. Uiteraard lag de dader prinsheerlijk te slapen. Ik strafte alleen maar mezelf. De volgende dag werd ik voor gek uitgemaakt. Zie je nou wel dat diegene straf verdiende? Later heb ik hier vaak over nagedacht, de ultieme belachelijkheid ervan. Mezelf straffen om een ander te straffen, wat dacht ik in vredesnaam? Ik dacht natuurlijk niet, dat is het punt.

Begin dit jaar, na de kerstvakantie, schreef ik over die rare paradox dat je terug op je werk verzucht 'het echte leven is weer begonnen', terwijl je aan het begin van de vakantie ook uitriep: 'dit is het echte leven hoor!' Misschien bestaat er niet zoiets als het echte leven, of misschien zijn beide levens even echt of onecht. Als je het leven beschouwt als een spel doet dat stomme onderscheid van echt en onecht er niet meer toe, want hoewel je weet dat een spelletje fictie is (wie heeft ooit serieus de wereld veroverd met Risk of miljoenen verworven met Monopoly), speel je het met doelgerichte ernst en met inachtneming van semi-willekeurige regeltjes.

Als je hebt gekookt en je gaat opscheppen, wie geef je dan het mooiste stuk vlees? Jezelf? Sommige mensen, moeders vooral, geven zichzelf standaard het minst volle bord, met de aangebrande stukjes. 'Wil je niet mijn stuk?' vraagt de ander misschien wel. 'Welnee, dit is goed genoeg voor mij.' Om dan op het sterfbed te verzuchten dat ze hun hele leven benadeeld zijn.

Op aanraden van mijn moeder (een groot eter) kocht ik Games People Play van Eric Berne, de jaren zestig-bestseller over het leven als een opeenstapeling van spelsituaties. Berne was psycholoog en schrijft dus geen filosofische verhandeling, maar geeft een systematiek van menselijk gedrag. Het grootste gedeelte van het boekje beslaat droge beschrijvingen van allerlei relaties en situaties, waarin mensen als pionnen bepaalde (onbewuste) spelregels volgen. De titels zijn het leukst, van 'See what you made me do' en 'Now I've got you, you son of a bitch' tot de 'Frigid woman'. Die titels vertellen eigenlijk al genoeg.

Mijn zus en ik hebben vaak, heel vaak, samen meegezongen met de radio of tv. Ik probeerde zo mooi mogelijk te zingen; zij zo lelijk mogelijk. 'Waarom zing je zo lelijk?' vroeg ik een keer. 'Omdat ik niet kan zingen, en als ik overdreven vals doe, dan denkt iedereen dat het expres is. Dan is het grappig.' Wat het dan ook was. Was haar verdraaide, valse stem beter dan mijn jammerlijk mislukte poging mooi te zingen?

Het leven als een spel, dat klinkt vrolijk, maar je hoort al dat dat tegenvalt. In Bernes analyse zijn dit soort situaties terug te brengen tot een paar rollen die je kunt spelen. Het kind, de ouder en de neutrale volwassene. Het kind vertoont irrationeel gedrag, de ouder paternaliseert en daartussen zit ergens de persoon die je bent, die handelt en praat. Dit soort systemen irriteert me altijd een beetje, omdat het zo simplistisch is (dat druist in tegen mijn hart voor literatuur). Niettemin moet ook ik toegeven dat veel van die spelletjes erg herkenbaar zijn, zoals clichés ook altijd gewoon waar zijn.

Ik kan slecht tegen onnauwkeurig taalgebruik. Niet alleen op papier, maar ook in gesprekken. En dan gaat het niet alleen om woordgebruik, maar ook om wat er gezegd wordt. Mensen die een verhaal opdissen dat ik al ken en dat dan verkeerd vertellen. Die een vraag stellen vanuit een soort stream of consciousness, incoherent en ook nog met verkeerde verwijswoorden. Dan doe ik alsof ik ze niet begrijp en dwing ik ze om duidelijker te zijn, zich te herhalen, net zolang tot de vraag correct is. Terwijl ik al lang het antwoord weet en dat ook meteen had kunnen geven. Dit is waarlijk een van mijn slechtste eigenschappen.

Interessant bij Berne is dat irrationeel gedrag zo'n groot deel van de systematiek uitmaakt. Met andere woorden, irrationaliteit krijgt haar rechtmatige plaats en wordt zelfs voorspelbaar. Is dat niet ook wat literatuur laat zien? In elk geval de literatuur waar ik van houd; verhalen over mensen die welbewust tegen zichzelf kiezen, hun eigen ondergang bewerkstelligen en worstelen met hun rationele dubbelganger. Zie bijvoorbeeld Huid en haar van Arnon Grunberg; een roman die ook nog eens handelt over economie - zogenaamd de meest rationele wetenschap, die juist tot in alle poriën doordrongen is van irrationele keuzes.

Iedereen die rookt, eet of drinkt om zichzelf te troosten, winkelt zonder geld op de bank, valt op foute mannen dan wel vrouwen, begrijpt dat. Zij die het niet begrijpen, liegen.

Veel van Bernes spelletjes zijn self-fulfilling prophecies. 'See what you made me do': jij wilde dat ik mee ging naar dat feest op jouw werk, nu heb ik je baas beledigd. 'Now I've got you, you son of a bitch': jij bent zo'n eikel, denk maar niet dat ik vriendelijk tegen je ga doen, zie je nou wel hoe je reageert, onbeleefde klootzak die je er bent.

Ten slotte een positief spelletje, de antithese van de son of a bitch. Als een eikel reageert als een onbeleefde klootzak moet je simpelweg zo vriendelijk en beleefd mogelijk doen. Ook al word je beledigd tot op het bot, simpelweg zo vriendelijk en beleefd mogelijk doen. Dan win je de wereld en miljoenen, gegarandeerd.

Lees ook: Het echte leven? Een spelletje



Bookmark and Share
Comments

Thomas More alumnidag

alumni
Een filosofische speeddate, verdiepende gesprekken, livemuziek en borrel. Op 14 mei 2011 verzamelden alumni van de Stichting Thomas More zich in de Winkel van Sinkel in Utrecht voor een energieke middag vol uitwisseling en ontmoeting.

Op Storify een verslag in woord, beeld en geluid.



Bookmark and Share
Comments

Eten, schrijven en beminnen: Virginia Woolf en Madame Sabatier

reclame2
Je moet geld verdienen om te kunnen leven. Ja, dat weet iedereen. Als pas afgestudeerde kwam dit inzicht evengoed keihard bij me aan. Geld is cruciaal. Stel dat je wilt schrijven, omdat schrijven leven is. Dan moet je dus geld hebben om te kunnen schrijven. Onzin. Schrijven doe je toch uit noodzaak, uit (brr) urgentie? Ik vond het lange tijd een onopgelost raadsel. Het ontsnapte me, die crucialiteit van geld. Tot ik A Room of One's Own van Virginia Woolf las.

Virginia Woolf begint haar voordrachten over 'women and fiction' met dat alledaagse gegeven: om te schrijven moet je geld hebben. Vrouwen en fictie? Dat is haast een fictieve combinatie, althans in 1928. Het antwoord op de vraag waarom dat zo is, is banaal: vrouwen hebben geen geld. Met geld koop je tijd - tijd om te schrijven. Zoals zij zelf deed toen ze een kleine erfenis kreeg waar ze jaarlijks van kon rondkomen. Het is een saai argument, maar wel cruciaal. Onbegrijpelijk voor mannen, in de tijd (nog niet zo lang geleden) dat vrouwen letterlijk geen muntstuk als eigen bezit konden hebben.

Bookmark and Share
Lees verder
Comments

Kathryn Schulz: On being wrong





Bookmark and Share
Comments

Driedubbel leven met Kader Abdolah, Floris Cohen en Isaac Newton

newtonCohenAbdolah

Met een kopje koffie op het terras van café Hoffmann: dat is nog eens lekker werken. ‘Zit je daar wel goed,’ vraagt Floris Cohen, ‘je zit almaar tegen de zon in te knijpen.’ Geen probleem, op deze eerste lentedag. Cohen, verbonden aan het Descartes Centrum aan het Janskerkhof, vertelt over Newton, genie met een onuitstaanbaar karakter. Het stralende weer nodigt uit tot een ontspannen gesprek over de lezing die Cohen voor Studium Generale zal houden in de lustrumreeks Kennis voor de toekomst. Dat was in mijn droom vannacht wel anders.

Bookmark and Share
Lees verder
Comments

Triptiek van de verleden tijd in je persoonlijk leven

tijd2
De tijd als het element waarin onze existentie zich ontvouwt; de tijd als ritme, gestuurd door de biologische klok in onze hersenen: dat zijn twee vormen van tijd die we als individu ervaren, waar we ons persoonlijk toe moeten verhouden. In de derde lezing over tijd ging het over geschiedenis, en geschiedenis is niets anders dan een collectieve ervaring van tijd. Harry Jansen beschreef drie manieren waarop tijd in de geschiedschrijving ingezet wordt. Drie vormen die ook interessant zijn om toe te passen op je eigen leven. Daarom vandaag een dubbelpost op dit blog. Lees over de Triptiek van de verleden tijd in de historische wetenschap en hieronder over de Triptiek van de verleden tijd in je persoonlijk leven.

1. Golvende tijd: Rise and Fall
'Jaaa, the Rise and Fall of Miriam Rasch!' riep ik na afloop van de lezing in de kroeg. Soms zit je in de lift, soms gaat alles in het leven bergafwaarts. Sommige mensen hebben het over cycli van zeven jaar (The Seven Year Itch, maar ook is dit idee gebaseerd op de biologische celvernieuwing die elke zeven jaar voltooid zou zijn). Ik geloof daar niet zo in, maar dat je leven in een golvende beweging gaat, herken ik wel. Tijd wordt in dit geval dus gedefinieerd in positief, opgaand en negatief, neergaand. Wat heeft dat eigenlijk met tijd te maken? Ik denk dat het vooral een andere manier is om tijd in je persoonlijke leven te meten. Zoals je kunt zeggen: dat was vóór Pietje en ná het ontslag.

In deze vorm van tijd zit ook herhaling, een soort eeuwige wederkeer. Het is een cyclische structuur. Kijk bijvoorbeeld naar je schooltijd: je begint op de basisschool helemaal onderaan en na zes jaar zit je in de hoogste klas. King of the school. Vervolgens mag je helemaal opnieuw beginnen in de brugklas. Ben je eindelijk een stoere eindexamenkandidaat, begint de ellende weer van voren af aan als eerstejaars op de universiteit. Je eerste baan, je tweede baan, enzovoort, enzovoort. De liefde? I rest my case.

2. Gefaseerde tijd: Generaties
De gefaseerde tijd is niet een cyclus, maar een opeenstapeling van levensfeiten. Je komt als kindje ter wereld met misschien een paar aangeboren eigenschappen, maar met een zee van tijd voor je. Meteen begint het: je bent een zuigeling, dan een dreumes, peuter, kleuter et cetera et cetera, ik ken alle officiële benamingen voor de verschillende levensstadia niet. Je bewandelt de trap omhoog en misschien doe je aan het eind van je leven weer een paar stappen naar beneden. Wijsheid komt met de jaren is de lijfspreuk.

Sommige mensen hebben een haast ergerniswekkend talent voor het leven deze tijdvorm. Ze vinden hun (al dan niet) grote liefde bij wie ze de rest van hun leven blijven. Ze kiezen de juiste studie, rollen in een interessante baan, dan volgen huwelijk, huis en kind, en nog een kind, en een groter huis. Pas als ze zelf tegen de middelbare leeftijd lopen begint het leven met een beetje drama te strooien, de hoogbejaarde ouders sterven een zachte dood, ze krijgen een beetje last van ouderdomskwaaltjes, wat fijn is, want anders is er niets om over te klagen, de kinderen zijn het huis uit, er komen kleinkinderen, het testament wordt opgemaakt, de hond gaat dood en het bejaardenhuis wacht. Bah.

3. Durende tijd: Herinneringen
Ooit, toen ik nog toneelspeelster wilde worden, las ik een interview met een beroemd acteur, die vertelde hoe hij tranen acteerde. Hij had een theelepeltje dat zo geladen was met herinneringen en emoties uit zijn kindertijd, dat hij het maar tevoorschijn hoefde te halen om de tranen in zijn ogen te doen opwellen. Hij bracht het verleden tastbaar terug in het heden, op een zintuiglijke manier - een historische sensatie, zij het individueel. Dat wilde ik ook!

Later, toen ik allang geen toneelspeelster meer wilde worden, bleef mijn fascinatie voor zulke persoonlijke historische sensaties bestaan. Niet voor niets ben ik nu Proustiaan. Proust, die de tijd als duur meer nog dan Bergson aan de mensen heeft gegeven, in al haar zintuiglijkheid. De tijd als duur ervaar je vooral in de 'onvrijwillige herinnering'. Een geur, een bepaalde lichtinval, een object - bijvoorbeeld een theelepeltje - brengt je een herinnering te binnen. Nee, heftiger: transporteert je, lichaam, geest en al, terug de tijd in, terwijl je toch in het heden blijft. Met andere woorden: heden en verleden bestaan tegelijkertijd. Conclusie: op zulke momenten ben je onsterfelijk. (Dat denken de acteurs misschien ook op zo'n moment.)

Deze tijd is niet cyclisch en ook niet opbouwend, maar gefragmenteerd. Alle drie de vormen van tijd zijn interessante instrumenten om over je leven na te denken, om andere accenten te leggen en verbanden duidelijk te maken. Maar de tijd als duur, die gefragmenteerd is en je kan overvallen op momenten dat je er het minst op bedacht bent (of waar je je zoals de acteur in kunt trainen), bevalt mij het best. Ze past bij de onbetrouwbare verteller die het toeval willens en wetens ont-toevalt.



Bookmark and Share
Comments

Het echte leven? Een spelletje

spelletje
Hoe vaak zeggen mensen na de vakantie niet: 'Zo. En nu weer terug naar het echte leven.' Ik moet zeggen dat ik me er ook wel eens schuldig aan heb gemaakt. Het is een uitdrukking die behoort tot het standaardarsenaal van elke kantoorklerk. En standaarduitdrukkingen moet je altijd wantrouwend tegemoet treden. Is het als je erover nadenkt niet een heel gek onderscheid? Waarom zou werken het echte leven zijn en vakantie dus onecht, een nepleven?

Beeldende kunst, merkkleding, bekende persoonlijkheden: in de meeste gevallen is het 'echte' schaars en de overvloed nep, namaak. En juist bij het leven zou dat niet zo zijn? In die gevallen gaat het misschien vooral om producten en niet om processen. Echte kunst, echte Louis Vuitton, een echt, authentiek karakter: dat is een andere vorm van echtheid dan van het zogenaamde 'echte leven'. Vaak genoeg zeg je ook als de tent eenmaal staat op de camping in Frankrijk of op de weide van Lowlands: 'Dit is pas het echte leven!' Verwarrend blijkbaar, die echtheid.

Soms, zeker na de vakantie, kijk ik naar mijn eigen leven alsof het een dom spelletje is waar iedereen aan meedoet. Dat is zeker niet het echte leven, niemand is zichzelf, het klerkenlijf lijkt niet meer te passen. Kijk naar die gespeelde ernst! Terwijl je achter alle grimassen onverschilligheid vermoedt. Zo'n onthechte staat maakt je pas écht ernstig. Werken is nep, denk je dan, namaak, imitatie, rollenspel. Het echte leven lijkt verder weg dan een dag of twee terug het verleden in.

Het kan beangstigend zijn om je zo los te koppelen. Voor je het weet ben je ook ontkoppeld van jezelf. Wie is die blonde actrice die zo slecht doet alsof ze mij is? Ben ik in een parallel universum beland? Het duizelt, alsof je de steentjes onder je voeten weg voelt schieten, wandelend langs de existentiële afgrond. Wacht eens, had Sartre het ook niet over het toneelspel van de conventies, de ober die een rol speelt áls ober, de verliefde jongeman die verliefd speelt en zijn object die haar preutse rol tot in de puntjes beheerst? Zij zijn ter kwader trouw en dus juist ónecht, niet authentiek. Het leven als een spel is de keerzijde van het echte leven.

Wacht, spelletjes zijn toch leuk? Als het leven een spel is, moet het daar dan niet juist leuker van worden en niet ellendiger? Zo lijkt het alsof het spel alleen maar negatief gedefinieerd is, als iets vals dat een afschaduwing is van het echte ideaal. Zoals een nep-Guccizonnebril van een echt exemplaar. Bijna als de schaduwen in Plato's grot. Niet nodig. Het leven als een spel kan ook een neutrale beschrijving zijn, of zelfs iets positiefs.

Daar wilde ik meer over weten, maar het is een moeilijk gebied om je even in te verdiepen. Voor je het weet zit je tot in je nek in filosofen als Heidegger en Wittgenstein. In deze digitale era is het wel de moeite waard. Wie een goed boek weet over de verschillende filosofische kanten van het spel, laat het me weten. Wat alvast opvalt is dat alle definities van spel ook van toepassing zijn op het leven:

Het spel:
- is doelgericht - dat is het leven ook, we leven allemaal naar het einde toe;
- gaat volgens bepaalde regels - ook ons leven is vergeven van regels, die niet los staan van ons bestaan, maar daarin vanaf het begin zijn geïntegreerd, als in het pre-menselijke stadium;
- draait om beslissingen nemen - zelfs als je niet kiest, is dat een keuze (mijn motto);
- is interactief - alles in het leven draait om je verhouding met de ander, ook met jezelf;
- gaat om een raadsel dat moet worden opgelost of heeft de vorm van een conflict - het raadsel oplossen heeft te maken met je eigen ontwikkeling, het conflict met de interactiviteit;
- en natuurlijk is er de lol die je eraan wilt beleven, gecombineerd met de ernst waarmee het spel vaak gespeeld wordt.

Wikipedia vertelt verder dat Ludwig Wittgenstein zich weliswaar als eerste filosoof met het spel bezighield, maar er op uitkwam dat een definitie geven onmogelijk is. Zoveel verschillende activiteiten dragen kenmerken van het spel en noemen we ook spel, dat je spel eigenlijk niet kunt afbakenen. Dat is alvast een goede aanwijzing dat 'spel' dus ook gebruikt kan worden om het leven te beschrijven, zonder het meteen te veroordelen. Maar verder zegt het dus niets... Eerder had ik het al over grenzen die geslecht worden tussen dieren en mensen, nature en nurture. Is dit weer een grens om neer te halen? Wordt het allemaal niet te deconstructivistisch op die manier? Is dat niet uit de tijd?

Een citaat om mee af te sluiten. Stephen Linhart: 'Mensen zeggen dat je moet kiezen tussen spelen of het echte leven. Ik denk dat de claim dat er een scheiding tussen die twee is erg gevaarlijk is.' Gevaarlijk spel, dat is misschien wel het echte leven. Voor die andere vorm van het echte leven (op de camping) gebruik je gewoon lekker bijdetijds 'du leven'. En het werken? Dat moet je niet mooier of lelijker maken dan het is. Dat is gewoon. Leven.



Bookmark and Share
Comments

Gesprek voor 8 december

Na de avond met Bas Heijne en Arnon Grunberg, op 30 november in het Academiegebouw, Utrecht.

Miriam Rasch: Ik wilde mijn exemplaar ook graag laten signeren.

Arnon Grunberg: Natuurlijk.

MR: Ik heb ervan genoten.

AG: Dank je.

[AG signeert Huid en Haar]

MR: We hebben elkaar al eens ontmoet, bij de masterclass van uitgeverij Querido.

AG: Oh, met het boksen?

MR: Ja, precies, ik was dat meisje dat in de ring ging. Tegen Henk.

AG: Wie [onverstaanbaar]

MR: Henk.

AG: Nee, hoe heet jij ook alweer?

MR: Oh [bloost]. Miriam.

AG: Jij bent toch de dochter van die vertaler?

MR: Ja, dat klopt. Gerard Rasch.

AG: Hoe is het met je?

MR: Goed.

[AG geeft boek]

MR: Bedankt.

AG: Geen dank.

Lees ook Data I en Dostojevski en data.
Mijn verhaal over Henk:
Boksen met Arnon en Henk



Bookmark and Share
Comments

Verslaafd aan filosofie: waarom een weblog?

Enige tijd geleden vroeg iemand me naar aanleiding van dit blog wat de trigger is geweest om te schrijven over filosofie en zelfkennis, over literatuur als levenskunst. Waar kwam die belangstelling vandaan en vooral ook die behoefte om het allemaal wereldkundig te maken? Een goede vraag en toen ik erover nadacht, begreep ik dat het antwoord op die vraag een nogal persoonlijk verhaal is. Dit is een bewerkte versie van een praatje dat ik hield voor de nieuwe lichting Thomas More-studenten.

'Misschien is filosofie wel iets dat ons op een bepaald moment overkomt of overvalt en waar wij nogal passief tegenover staan, bijvoorbeeld een plotselinge breuk in de vanzelfsprekendheid van ons bestaan tot nu toe.' Het gaat om ‘een moment van radeloosheid, een plotselinge gebeurtenis, een flits, een bekering die niet gevolgd wordt door een geloofsbelijdenis van enige betekenis.’ (Zie ook Leesclubjes die het leven veranderen)

Ik bedacht me dat mijn verslingerd zijn aan filosofie het resultaat was van
1. een samenloop van toevallige omstandigheden waarin ik me bevond,
2. een gebeurtenis die me overkwam en
3. de wil om daar iets mee te doen.

De omstandigheden waren dat ik geen leuk werk kon vinden en graag verder zou studeren. Ik heb theoretische literatuurwetenschap gestudeerd, niet direct iets waar je een goede baan mee vindt. Ik vroeg bij de Stichting Thomas More (toen nog Radboudstichting) een beurs aan en in 2003 kreeg ik hem voor een Aanvullend Studiejaar Ethiek. Ik wilde onderzoeken waarom mensen lezen, wat ze daaruit halen en wat voor rol literatuur in je leven kan spelen. Vragen die bij literatuurwetenschap gek genoeg niet gesteld worden, sterker nog, bijna verboden waren uit angst voor ‘onwetenschappelijk’ te worden versleten. Terwijl dat toch de vraag is die aan de basis zou moeten staan. Concreet gezegd: hoe kan het dat mensen soms moeten huilen door iets wat toch gewoon inkt op papier is?

In dezelfde week in juni dat ik hoorde dat ik de beurs kreeg, kwam ook het bericht dat mijn vader ernstig ziek was. Negen maanden later, op 10 maart 2004, is hij overleden. Ik weet niet hoe het zou zijn geweest als ik op dat moment geen filosofie en ethiek studeerde, maar in elk geval hebben die twee gelijktijdige gebeurtenissen een hele grote invloed gehad op hoe ik verder ben gegaan.

Het aanvullende studiejaar was voor mij een jaar waarin ik mijn eigen leven en wereld moest herdefiniëren en de filosofie heeft me daarbij geholpen, net als de literatuur trouwens. Wat ik leerde in de colleges en gesprekken over zelfkennis, de tragedie, het existentialisme en deugdethiek, kon ik meteen toepassen op mijn eigen leven. Dat jaar heeft mijn visie op het leven totaal veranderd. Echt leuk was het natuurlijk niet, want de aanleiding was vreselijk. Maar het heeft me een verslaving opgeleverd die vooralsnog niet is verdwenen en die mijn leven een stuk interessanter maakt. Niemand heeft ooit beweerd dat het leven leuk moet zijn, toch? Ik zou wel willen beweren dat je het zo interessant mogelijk moet maken.

Uiteindelijk heb ik mijn master Wijsbegeerte gehaald en schrijf ik over literatuur en filosofie, nog steeds met die vraag in het achterhoofd: waarom lezen mensen, hoe kunnen boeken je leven veranderen? Misschien komt het raar over dat ik voor een zaal met wildvreemden zo’n persoonlijk verhaal heb gehouden en dat ik dat nu zelfs online publiceer. Maar dit verhaal moet ook een voorbeeld zijn van zichzelf. Klinkt een beetje raar, maar wat ik bedoel is dat ik wel kan schrijven over dat je voor een heel klein beetje wijsheid diep moet graven, tot op de bodem en dat je wat gevonden hebt open en bloot moet aanbieden, ook al heeft niemand er interesse in… maar ik moet mezelf daar natuurlijk niet achter verstoppen. Daarom dit antwoord aan wildvreemden op de vraag van een wildvreemde.

Toevallige omstandigheden en gebeurtenissen die je overkomen, zei ik. Maar de wil om iets met die dingen te doen is misschien wel het belangrijkste. En dat heb je min of meer zelf in de hand. Die wil en de uitvoering kwam eigenlijk pas veel later, kijk maar naar het eerste blog dat hier verscheen, namelijk in juni 2008. Opnieuw een samenloop van toevallige omstandigheden en (vervelende) gebeurtenissen: ik zat werkloos thuis en het meeste werk was te vinden in de webredactie. Dus besloot ik een site te maken. Maar een site moet gevuld worden. Bij deze.



Bookmark and Share
Comments

Werken aan jezelf: krabben en schrappen

Een coachinggesprek, een workshop mindfulness, een workshop persoonlijke kracht en een stoelmassage: je zou bijna denken dat ik een week in een resort heb doorgebracht om te werken aan mezelf. Dat was helaas niet het geval. Werken aan jezelf doe je tegenwoordig tussendoor, gewoon op je werk. (De stoelmassage bijvoorbeeld, vond plaats in het gebouw van Diergeneeskunde. Wat daarvan te denken?)

Werken aan jezelf kost tijd, dat is het grootste probleem. Daarnaast lijdt het aan een imagoprobleem: wie krijgt er geen jeuk bij die openingszin hierboven? Ik wel. Toch heb ik me maar opgegeven, want het was gratis of heel goedkoop en een goed excuus om eens achter de computer vandaan te komen. En wie weet wat je er niet van oppikt? Ik besloot me als een nieuwsgierige onderzoeker op te stellen en alles neutraal te ondergaan. Scepticisme is een gezonde houding, zeker in zaken van de geest, maar neutraliteit is mijns inziens beter.

Het scepticisme wordt natuurlijk ook wel een beetje uitgelokt door die vreselijke termen, zoals 'persoonlijke kracht' waar je dan 'in moet gaan staan'. Als je neutraal luistert en meedoet, kom je erachter dat het gaat om zelfvertrouwen en het ontdekken van dat waar je goed in bent. Klinkt al een stuk minder eng. Of neem mindfulness - heel leuk en aardig, maar als de trainer erbij vertelt dat het in het Nederlands ook wel 'opmerkzaamheid' wordt genoemd, waarom noem je het dan niet… opmerkzaamheid?

Heb ik er wat van opgestoken, los van die taalkwesties? Wel, dat ik dol ben op massages, al dan niet stoel-, wist ik al. (Altijd goed om nog eens bevestigd te krijgen.) Verder ben ik niet veel wijzer geworden. Aan het begin van de week grapte ik dat ik aan het eind een ander mens zou zijn. Zover is het niet gekomen. Geeft niet, want ik heb wel genoeg ideeën opgedaan om over na te denken, neutrale ideeën die je eerst moet ontdoen van hun jeukende terminologie, om vervolgens jezelf mee om de oren te slaan. En wijzer te worden.

Waar het op neer komt is volgens mij schrappen, stroomlijnen, beperken, samenvatten, richting, doel en aandacht. Uiteindelijk komt alles wat die trainers en zelfs de masseur doen, neer op het structureren van een veelheid aan gedachten en wensen, tot de belangrijkste daarvan overblijven. Die moet je voor ogen houden, daar richt je je aandacht op. Waar je goed in bent, daar kun je beter in worden. Heeft u al jeuk?

Om al het geouwehoer eens te stoppen moet ik misschien concreet worden. Dat heb ik al eerder gezegd: na het geschrijf over allerlei ideeën en abstracties, is het misschien tijd om te laten zien hoe het werkt. Zoals de werking van een chemische reactie. Door te schrijven verander je, door te schrijven over jezelf verander je jezelf.



Bookmark and Share
Comments

Paradox van de laatbloeier

Opeens begreep ik het: ik ben een laatbloeier! Je hebt vroegrijpe types in allerlei soorten en maten. Bewust Jonge Moeders, Twintigjarige Talenten, Gepubliceerde Pubers. Nu kun je smalen dat ze misschien wel te vroeg pieken, maar dat is natuurlijk onzin. Het zijn vroegbloeiers die niet per se ook vroeg verwelken.

Ik ben dus een laatbloeier. Dat klinkt als iets wat je van jezelf allang weet, maar het is zo'n weetje dat op een gegeven moment bij je binnen moet komen.

De laatste tijd heb ik het erg druk, met werken en met alles wat er nog naast loopt. En dat gaat goed: ik heb gehoord dat ik op een veelgelezen site mag bloggen en er komt hoogstwaarschijnlijk een artikel van me in een van mijn favoriete tijdschriften. (Ik weid verder niet uit tot het ook echt zo ver is, excuus.) Trots op mezelf!

Toen dacht ik aan al die mensen die ik ken die tien jaar jonger zijn dan ik en allang op die sites bloggen en in die tijdschriften staan. Ik kan me met geen mogelijkheid voorstellen dat ik dat op die leeftijd had gedaan. (Hoewel ik van mijn vader eens een groot compliment kreeg. Hij had mijn essay voor de Radboudbeurs gelezen en zei 'dat had ik nooit gekund op mijn vijfentwintigste.' Dat hij Bruno Schulz vertaalde op zijn vijfentwintigste liet hij even buiten beschouwing.) Een laatbloeier dus!

Wat is een laatbloeier? Het begrip komt uit de plantkunde: een laatbloeier is een bloem die later opkomt dan andere. In het algemeen vertoont een laatbloeier als persoon bepaalde eigenschappen op een later moment dan gemiddeld.

Interessanter is de vraag waarom de een een laatbloeier is en de ander gemiddeld. Ik denk dat het - zoals alles - te maken heeft met nature en nurture. Je hebt aanleg om je snel of minder snel te ontwikkelen, lichamelijk en geestelijk. Ook omgekeerd: als ik het heb over vroegrijpe types zie je waarschijnlijk van die tienjarige meisjes met borstjes en een pruillip voor je. Je weet haast zeker dat die meisjes snel van alles met jongens doen, wat de rest van de klas dan ongelooflijk vies vindt. Op de middelbare school hebben ze al een serieuze relatie, terwijl mensen als ik nog maar wat aanklooiden.

En die nurture? Om je gemiddeld te ontwikkelen en dus noch vroegrijp noch laatbloeiend te zijn, is vooral vrijheid nodig, de afwezigheid van remmingen. In de zin van ziekte, mishandeling, pesten. Kinderen die te jong te veel meemaken, kunnen zich niet op zo'n vrije manier ontwikkelen en moeten eerst over hun jeugdtrauma's heen komen voor ze kunnen bloeien. Dat is paradoxaal, want kinderen die door nare ervaringen pas laat kunnen bloeien, zijn vaak juist eerder volwassen. Ze zijn misschien niet vroeg rijp, maar wel vroeg wijs.

Op mezelf zijn beide van toepassing. Als lange dunne slungel (ben ik nog steeds wel een beetje) met alleen een paardenstaart als meisjesachtig kenmerk, had ik wel een enorme belangstelling voor jongens, maar durfde ik er niets mee te doen. Mijn platonische liefdes zijn talloos en eindeloos en begonnen in groep vijf.

Daarnaast heb ik pas de laatste jaren het idee dat ik mezelf ben geworden. Toevallig sprak ik onlangs met een jongen die ik ken van vroeger (geen platonische liefde), die precies hetzelfde zei. Te vaak was ik alleen maar bezig obstakels uit de weg te ruimen en kwam er van bloeien niets.

Nu dan misschien. Voordeel: ik zie er jonger uit dan ik ben - in tegenstelling tot die vroegrijpe types waarvan er eerlijk gezegd toch wel al een paar verlept zijn. Laat bloeien en toch vroeg wijs: sommige paradoxen bevallen me wel.



Bookmark and Share
Comments

Mode, kleding, stijl en identiteit: over het kiezen van een winterjas

Oktober, herfst, blij toe. Kan ik eindelijk mijn leren jack weer aan. Vijf jaar heb ik hem al en elk jaar is het weer een hoogtepunt als ik in september, oktober, dat dunne zomerjasje achter op de kapstok hang en mijn leren jas naar voren haal. Dat gewicht, je voelt dat je iets aan hebt. De geur van het leer, vooral als ik de kraag opzet en de punten op neushoogte komen te staan. Het geluid, dat krakend genoemd wordt, maar eigenlijk een eigen naam zou moeten hebben. Het belangrijkste is echter niet de jas, maar het dragen van de jas. Als ik naar buiten ga, op die eerste koude septemberochtend, voel ik het meteen: ik ben weer net iets meer mezelf.

Mijn leren jas past zo goed bij me, ik val er bijna mee samen. Waarom dan? Nou, hij is stoer, een beetje retro, na vijf jaar nog steeds hip, warm genoeg voor de winter, maar kort, strak en nonchalant.

Er bestaat onder welingelichte mensen een voorbehoud als het gaat om kleding als een manier om je identiteit uit te drukken. Ik snap dat nooit zo goed. Doet niet iedereen dat? Waarom zou het verkeerd zijn? Het is misschien niet goed om je te profileren alleen door je kleding, zonder dat er iets achter schuil gaat. Laat ik dan zeggen: via kleding kun je je identiteit benadrukken. Liever dan de mode te volgen, kun je in je eigen stijl tonen wie je bent. Je kunt daar maar beter over nadenken, want de omgeving zal via je kleding altijd een oordeel proberen te vormen over de naakte mens die eronder zit.

In de Groene Amsterdammer stond een aantal weken geleden een interessant artikel over 'depressieve mode'. Nu kon ik die depressieve insteek niet zo goed volgen, maar enkele ideeën over kleding en identiteit zijn de moeite waard om over na te denken bij het kiezen van je winterjas. Zo wordt de filosoof Gilles Lipovetsky aangehaald: 'De massaproductie van modeartikelen maakt het consumenten mogelijk complexe individuen te worden van een democratische, snel veranderende samenleving.'

Mode en massaproductie niet als vereenvoudiging, maar juist als een uitdrukkingsvorm van het complexe. Los van het feit dat de meeste mensen zich hier niets van aantrekken en er bij lopen als het zoveelste H&M-poppetje, is het niet moeilijk in te zien dat juist het enorme aanbod het mogelijk maakt je eigen stijl te vinden. En dat is niet een statisch proces, maar een complexe zoektocht die nooit af is. Met die stijl beantwoord je niet alleen aan een complexe maatschappij, waarin je verschillende rollen hebt en een steeds verschuivende positie inneemt. Een dynamische stijl doet ook recht aan een dynamische, complexe identiteit.

In het artikel wordt ook José Teunissen aangehaald, lector modevormgeving bij ArtEZ in Arnhem. Volgens haar is 'het hebben van smaak – weten hoe je te kleden – een vitaal element van onze moderne visuele cultuur. Hierin zijn klasse en status niet meer per definitie aan afkomst gebonden, maar worden steeds opnieuw gedefinieerd in het almaar wisselende en zich wijzigende tekensysteem van de mode. Dat maakt mode zo interessant. In tegenstelling tot vroeger, waar mode slechts voor weinigen was weggelegd en je klasse bepaalde wat je droeg, kunnen rijk en arm voor de mode kiezen die hun aanspreekt.'

Met vrijheid komt verantwoordelijkheid. Natuurlijk kun je je verre houden van mode en je kleden zonder verder stil te staan bij de betekenis van wat je aantrekt. Dat is een negatieve keuze, maar óók een keuze. Dus welke winterjas draag jij het komende half jaar? 'Misschien is het ook wel uit respect voor jezelf dat je bepaalde kleding draagt die heel goed een deel van jezelf benadrukt.'


Eerder schreef ik ook over kleding en mode. Hieronder een selectie:

Ik kocht een lange, wollen jurk en wist dat er een kralenketting bij paste. Maar dat ging me te ver. 'Waarom heb ik zo'n weerzin tegen het modeplaatje? … Het zal wel komen doordat ik het gevoel verafschuw dat ik iets doe omdat het moet. Noem het een autoriteitsprobleem. Maar… zie ik de modepopjes dan als autoriteit?'
Lang, wollig en charmant

Hebben bepaalde groepen mensen bepaalde schoenen aan? 'Pas vijftien jaar later (au!) begrijp ik waarom mijn theorie als los zand aan elkaar hing: ik dacht helemaal niet vanuit de schoenen, maar vanuit groepen mensen. Ik beweerde dat ik aan de schoenen kon zien wie erin stond, wat ik eigenlijk deed was aan elk type mens een schoen toewijzen.'
Lang, wollig feestpakkie

'Het gaat mis wanneer je je identiteit ontleent aan bepaalde kleren of merken. Dan wordt de trui een kostuum dat je aantrekt om een rol te gaan spelen, een masker om je achter te verbergen. Je wilt lijken op iemand anders, iemand die populair is of knap of succesvol, dus kopieer je uiterlijke kenmerken in de hoop dat je zo vanzelf ook innerlijk op hem gaat lijken. Een denkfout, natuurlijk, maar ook een noodzakelijke stap in het onderzoeken van wat kleding betekent.'
Gekostumeerd bal

''Inderdaad,' zei iemand, 'als ik me jou herinner in die tijd, zie ik zo'n zwart t-shirt van een band voor me.' Daar was ik wel even heel makkelijk neergezet, teruggebracht tot een enkel kledingstuk. Oké, dat mag dan misschien wel een essentie van mijn identiteit hebben uitgedrukt, maar het is nou ook weer niet de bedoeling dat men je reduceert tot een verwassen t-shirt van een band die vast langzaam in marginaliteit en vergetelheid is weggegleden.'
Verwassen, nooit bezeten identiteiten

'Kleine fenomenologie van de mannenketting: die moet er oud uit zien, liefst van leer of een beetje zwart uitgeslagen zilver, de hanger is een klein flesje, een tribal symbool, een schelp of iets anders uit de natuur. Draag er liefst meerdere tegelijk, van verschillende lengte. Over het t-shirt heen, natuurlijk, zodat de meisjes ze kunnen zien. Die ketting drukt zelfvertrouwen uit (ik draag een ketting maar ben geen mietje), geeft blijk van een interessant leven (weet je hoe ik aan die haaientand gekomen ben?) en een nonchalant soort ijdelheid (ik heb wel sieraden, maar draag ze losjes, met drie tegelijk). Allemaal zaken waar meisjes van houden.'
Fenomenologie van de mannenketting



Bookmark and Share
Comments

Over de ernst als deugd

ernst
Waarom is eenzaamheid eigenlijk een ondeugd, vroegen Maarten 't Hart en Jelle Brandt Corstius zich in Zomergasten af. De vraag herinnerde me een passage uit de (al eerder aangehaalde) dagboeken van Susan Sontag, waarin ze stelt dat seriousness voor haar een deugd is, de belangrijkste richtsnoer in haar leven. Later noemde ze zichzelf een zealot of seriousness. Ik vond het een opvallende uitspraak, omdat in deze eenentwintigste eeuw serieusheid of, in mooier Nederlands, ernst, eerder als ondeugd wordt gezien.

Niets zo erg als een gebrek aan humor. Vraag het aan datingsites (humor is belangrijker dan intelligentie of uiterlijk), reclamebureaus (zelfs waspoeders moeten met een kwinkslag aan de vrouw gebracht) en journaallezers (geinig bruggetje naar het weerbericht als statussymbool).

Ernst is op z'n best grappig.
Een grappig intermezzo tussen het lachen.


Ik doe daar ook aan mee, dat geef ik meteen toe. Ik gloei van binnen als iemand me humoristisch vindt, wat een compliment! Bij het presenteren voor Studium Generale kan mijn avond niet meer stuk als een volle zaal grinnikt om mijn ingestudeerde grapje. Maar ik stoor me wel aan de alomtegenwoordigheid van humor op alle mogelijke momenten en plekken, ook als de situatie niet om een lach of een relativerende opmerking vraagt. Niet alleen omdat de grappen vaak niet eens grappig zijn, maar ook omdat ernst soms gewoon fijn is.

Waarom is ernst zo in diskrediet geraakt? Terug naar Susan Sontag en Reborn. Zoals altijd las ik nadat ik het boek uit had wat recensies op internet. Het viel me op dat de ontvangst van Reborn (in vertaling: Herboren) heel wisselend was. De meeste besprekers vonden de dagboeken hysterisch, egocentrisch, en saai, wat op zich al een merkwaardige combinatie is. Anderen roemden juist Sontags invoelend vermogen, vonden haar twijfels ontroerend en haar abstracte zelfanalyses intelligent.

'De meeste besprekers' zijn in dit geval mannelijke recensenten, 'de anderen' vrouwelijke. Ik heb het vermoeden dat die grote verschillen tussen de waardering van mannelijke en vrouwelijke lezers iets te maken hebben met de 'seriousness' die Sontag beoefende als een deugd. Seriousness die mannelijke recensenten niet serieus nemen, maar afschieten met de predikaten 'hysterisch' en 'saai' - immers typisch vrouwelijke eigenschappen.

Zou het zo zijn dat het enorme ophemelen van humor iets mannelijks is? De onderzoeken die uitwijzen dat humor de belangrijkste eigenschap voor een partner is, melden vaak een verschil. Mannen willen namelijk een vrouw die kan lachen om hun grap, vrouwen willen door de man aan het lachen worden gemaakt.

Het is vrij zeker dat Susan Sontag niet om een willekeurige grap van een man zou lachen. Exit Sontag. Vrouwen kunnen zich denk ik beter verplaatsen in ernst opgevat als deugd. Nu weet ik ook heus wel dat dat niet altijd even prettig is, van die vrouwen die alles veel te serieus nemen en nooit eens iets kunnen afdoen met een flauwe grap - maar toch valt er iets te zeggen voor een herwaardering van de ernst, daar waar ernst op zijn plaats is.



Bookmark and Share
Comments

Hoe overleef ik mijn eerste werkdag na de vakantie

to do list
Hoe overleef ik... de eerste werkdag na de vakantie? Nou, volg de adviezen van Robert Benchley, een komiek uit de jaren twintig. Zijn essay How to get things done is heel goed van toepassing als je met een slaapkop je muffe kantoor binnenstapt en de computer meldt dat je 368 ongelezen e-mails hebt. (Pak eerst maar een kop koffie.)

  1. Maak een to do lijst van alle klussen die liggen te wachten, opgesteld in volgorde van belangrijkheid.
  2. Ga uitgebreid lunchen. Een overzichtelijke to do lijst geeft voldoening, daar moet je even van genieten.
  3. Draai de lijst om, zodat de minst belangrijke dingen bovenaan staan.
  4. Begin nu met het eerste punt. Daar heb je natuurlijk geen zin in, want je wil nooit datgene doen wat als eerste moet.
  5. Vooruit, doe dan maar iets wat een beetje naar onderen staat.
  6. (Niet vergeten om met een nieuwe pen een dikke streep te halen door de volbrachte taak.)
  7. Doe nog iets wat ergens onderaan de lijst bungelt, belangrijk is het toch niet.
  8. En nog iets.
  9. (Stel jezelf niet de vraag wát je hebt gedaan, je moet de betovering van het goede werk niet verbreken.)

Benchley schrijft: 'The psychological principle is this: anyone can do any amount of work, provided it isn’t the work he is supposed to be doing at the moment.' De truc is om welbewust werk- (dan wel studie-) ontwijkend gedrag te vertonen, maar de ontwijking nuttig te laten wezen. Toegegeven: hiervoor is wel een grote persoonlijke overtuigingskracht en een zeker talent voor zelfmisleiding voor nodig.

Ik kwam op het spoor van Robert Benchley via Denis Grozdanovitch en zijn boek De moeilijke kunst van het bijna-nietsdoen. Daarin haalt hij ook de negentiende-eeuwse schrijver Jerome K. Jerome aan, die iets vergelijkbaars zegt over luiaards:

'Er zijn heel wat luiwammesen en slome duikelaars, maar een authentieke luiaard is een zeldzaamheid. Het is niet iemand die met zijn handen in zijn zakken rondhangt. Integendeel, zijn meest opzienbarende kenmerk is dat hij altijd heel druk bezig is.

Het is onmogelijk intens van luieren te genieten als je niet een heleboel werk te doen hebt. Nietsdoen als je niets te doen hebt, is niet grappig. Je tijd verdoen is dan louter een bezigheid en een zeer vermoeiende bezigheid. Net als kussen is luiheid alleen dan zoet als ze gestolen wordt.'

Neem dus gerust nog een kop koffie, als je drie van de 368 e-mails hebt beantwoord.

Ik heb zelf alweer twee werkdagen achter de rug. Mijn eigen tips voor het overleven ná je vakantie: begin een paar dagen voordat je collega's terugkomen van vakantie. Wie heeft er nu werkelijk zin om op de eerste dag allerlei vakantieverhalen te moeten aanhoren of vertellen? Dat lijkt me een voorbeeld van 'je tijd verdoen' en 'een zeer vermoeiende bezigheid'.

Niet iedereen zal in de gelegenheid zijn om zoals ik een paar dagen helemaal alleen op kantoor door te brengen en in zalige rust aan een nieuw werkjaar te beginnen. Maar mijn andere tip kan iedereen opvolgen: begin halverwege de week, zodat het heel snel weer weekend is.

Dus: blijf vandaag nog maar even thuis.



Bookmark and Share
Comments

Revolutie in het hoofd II

katapult
Kunst moet de wereld veranderen, een revolutie in het hoofd bewerkstelligen. Ze zet je in beweging en beweging is goed. Is dat wel zo? Als je steeds maar heen en weer beweegt, kom je ook nergens. Streven naar verandering en ontwikkeling gaat gepaard met verlangen naar stilstand en focus. In het gunstigste geval houden de twee elkaar in evenwicht. De Grote Onrust is nodig om 'waarlijk productief' te zijn, maar kan ook ervoor zorgen dat je als een windvaan rond waait, zonder richting en zonder overtuiging.

Twee dingen zijn belangrijk. Allereerst het verschil tussen materiële groei en immateriële verandering. Als het draait om materiële zaken, ga ik liever achteruit dan vooruit. Dat is tegenwoordig een onhandige eigenschap. Voor de meeste mensen staat vooruitgang of groei nu eenmaal gelijk aan 'meer bezit'. Ik heb een afwasmachine en een droger, maar leef op gespannen voet met beide apparaten. Als ik het heb over mijn (hypothetische) kluizenaarsgrot, waar ik een wortel word, heb ik het niet zozeer over geestelijke verlichting, maar om afzien. Afzien van al die goederen en gemakken waarmee we ons omringen. Back to basics, afzien in de fysieke zin. (Mijn Macbook en iPhone moeten natuurlijk wel mee.)

Aan de andere kant gaat het natuurlijk óók om het geestelijke afzien. De onderliggende aanname is dat het leven in een grot ongekende psychische concentratie met zich meebrengt. Concentratie die als een pijl naar de diepte schiet, in plaats van als een windvaan te fladderen.

Dat is het tweede: zoeken naar verandering betekent niet zoeken naar steeds weer een nieuwe kick. Het verzamelen van allerlei kicks lijkt wel op het verzamelen van steeds meer bezit en is bijna een materialistisch streven geworden. Groots en meeslepend leven is bedacht door arme kunstenaars, niet door tweeverdieners met drie buitenlandse reizen per jaar. Ook hier ga ik liever achteruit dan vooruit, en ook dit is een oneigentijdse eigenschap.

Nietzsche spreekt van het productieve dat aanstotelijk is. Ik denk dat aanstotelijk begrepen moet worden als iets uitzonderlijks, dat niet vaak voorkomt, niet vaak voor kán komen. Iets wat veel inspanning kost, maar met weinig middelen. Iets wat in de breedte niet veel voorstelt, maar grondvesten doet schudden. Is het meest aanstotelijke in deze tijd niet veel doen met weinig middelen? Juist omdat het streven van de meeste mensen is om weinig te doen met veel middelen?

Dit is allemaal erg abstract. Hoe doe je veel met weinig? Daar komt de concentratie weer om de hoek kijken. Het beeld van de windvaan leende ik van Peter Bieri. Hij beschrijft een geconcentreerde vorm van kiezen tussen een veelheid aan opties, door op een cognitieve wijze verschillende mogelijkheden tegen elkaar af te wegen. Nu denk ik dat dit niet alleen cognitief gebeurt of moet gebeuren. Juist emotie (of intuïtie) kan je de weg wijzen naar de goede keuze. Of een revolutie in het hoofd, teweeggebracht door een verhaal dat het leven verandert, muziek die de Grote Onrust wakker maakt, kunst die je ratio doet wankelen.

Een andere vorm van concentratie komt van Malcolm Gladwell. Wil je ergens goed in worden, dan moet je aan deliberate practice doen, gerichte oefening. En wil oefening gericht zijn, dan kan ze maar een klein gebied beslaan. Deliberate practice is als de pijl die een smalle gang boort naar de allerdiepste lagen. De pijl maakt geen groot gat aan de oppervlakte, maar kan wel een tunnel boren die de oppervlakte op den duur laat instorten. Eerst een revolutie, dan een evolutie. Die op haar beurt een volgende revolutie in gang kan zetten.

Ik vind van mezelf dat niet zo veel verlang, omdat ik een gezonde afkeer heb van materiële rijkdom. Niet iedereen is het daarin met me eens, ik ben vaak genoeg veeleisend genoemd. En dat is ook waar. Ik ben veeleisend in het primitieve. Niet verzamelen, maar begrijpen. Zo veel mogelijk doen met zo weinig mogelijk middelen.



Bookmark and Share
Comments

Revolutie in het hoofd I

Hoe kom je erachter wat belangrijk voor je is? Misschien wel door opmerkzaam te zijn op herhaling. Steeds weer kom je op dezelfde conclusie uit, ook al gaat het om verschillende onderwerpen. In de loop van dit blog blijkt het vaak over stilstand versus verandering te gaan. En over focus versus ontwikkeling.

Eerst maar eens die verandering en ontwikkeling. Beeldende kunst moet gevolgen hebben in de wereld, aldus de kunstcriticus (Art: de kunst van het richten). Of beter gezegd: de kunstenaar moet ernaar streven de wereld te veranderen, kunst maken die gevolgen zou kunnen hebben in de wereld. Al is het maar bij één toeschouwer. Daar ben ik het helemaal mee eens.

Karl Marx riep ook de filosofie op tot verandering: ’Filosofen hebben de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd; het komt er op aan haar te veranderen.’ Marx lijkt te ageren tegen de stoffige studeerkamerfilosofen die alleen maar praten en schrijven over de wereld, zonder haar ooit te betreden en dus zonder haar echt te kennen.

Ook in de literatuur gaat wat mij betreft dit criterium op. Om het met Hans Goedkoop te zeggen: een verhaal moet het leven veranderen. Al is het maar van één lezer. Dat is misschien niet de wereldse revolutie die Marx verlangde, maar wel een revolutie in het hoofd. Een verhaal dat het leven verandert, biedt voornamelijk een interpretatie van de wereld. Een interpretatie die bij de lezer een verandering in gang zet, waar andere interpretaties dat niet doen.

Hetzelfde geldt ook voor muziek. Muziek biedt misschien geen rationele interpretatie van de wereld, maar kan en móet het leven evenzeer veranderen als een verhaal. Wie heeft niet via bepaalde muziek een deel van zijn identiteit ontdekt (en geschapen)? De lente dat ik The Doors leerde kennen - de lente die volgde op de winter van Nirvana's Nevermind - bepaalt nog steeds wie ik ben. De Grote Onrust, de drang naar verandering die nooit ophoudt, is daar ontkiemd. Muziek draagt de belofte van de Grote Mogelijkheden, laat je deelnemen aan een groots en meeslepend leven - ook al is het dinsdagochtend half negen en ben je op weg naar weer een dag op kantoor.

Ik denk weer aan Nietzsche: 'Wat valt hier nu eigenlijk zo algemeen in de smaak? Vooral een negatieve eigenschap: het ontbreken van alles wat aanstoot zou kunnen geven - aanstotelijk echter is al het waarlijk productieve.' Kunst die gevolgen heeft is aanstotelijke kunst. Niet in de zin van walgelijk of alleen gemaakt om te schoppen, maar in de zin van de revolutie in het hoofd.

Verandering is het streven van kunst, literatuur, muziek, filosofie. En van mij als toeschouwer, lezer, luisteraar. Ik verlang van het kunstwerk, boek, liedje dat het mij verandert. Als ontwikkeling het doel is dat ik stel voor mijn eigen, innerlijke leven, wat betekent dat dan voor mijn eigen streven in de buitenwereld, het externe leven? Moet ook ik iets maken, produceren, om de wereld te veranderen? Misschien is dat wel mijn bedoeling met dit blog. Vooralsnog vind ik het vooral leuk om verslag te doen van de revoluties in mijn hoofd, in de stille hoop dat die een kleine opstand bij anderen teweegbrengen.

Morgen meer over de andere kant van de zaak: focus en stilstand.



Bookmark and Share
Comments

Wens

In de wachtkamer stond een boom van spaanplaat. Aan de gefiguurzaagde takken hingen kaartjes. ‘Ik wens het ziekenhuis toe…’ stond erop gedrukt. Ik ging zitten en las de aanvullingen op de stippellijntjes. ‘Meer geld voor de zorg!’ ‘Dat dokter De Vries heel lang mag blijven.’

Op de onderste tak hing een kaartje waarop iemand in zakelijk handschrift had geschreven: ‘Meer poëzie voor patiënten, medewerkers en bezoekers.’ Een onverwachte wens; het ziekenhuis is niet de meest poëtische plek die je je kunt voorstellen. Wie zou het geschreven hebben? Vast geen medewerker, die hebben geen tijd om wenskaartjes aan een boom te hangen. Er zaten twaalf mensen in kuipstoeltjes te wachten op hun beurt om bloed te laten prikken. Het digitale systeem was kapot en de verplegers moesten zelf de nummers door de wachtkamer roepen. Ze zagen er verhit uit. Hoeveel minuten kregen ze per nummertje?

Was het dan een patiënt geweest? Iemand die in plaats van een tijdschrift door te bladeren een kaartje had gepakt om zijn wens op te schrijven? Nee, patiënten hadden wel iets anders aan hun hoofd dan gedichten. Het vooruitzicht van de naald leidt niet direct tot lyrische beschouwingen. Het was vast een bezoeker geweest, die het ziekenhuis beschouwde als een oponthoud in zijn gezonde leven, een kille plek die wel wat schoonheid kon gebruiken.

Ik keek nog eens om me heen. Wat heb je aan poëzie in een ziekenhuis? Mijn wens zou zijn: een oplaadpunt voor de OV-chipkaart. Daar was weinig poëtisch aan. Ik wilde net een kaart pakken toen mijn nummer omgeroepen werd.

Met mijn mouw opgestroopt zat ik in de doktersstoel. Naast me stond een rieten mandje waarin buisjes met mijn naam erop klaar lagen. De verpleegster bette de binnenkant van mijn elleboog, snoerde een riem om mijn bovenarm. ‘Maak maar een vuist.’ Ze pakte de naald. Ik keek weg.

‘Ik heb eb.’ De zin stond op een poster die met punaises aan de muur tegenover me was geprikt. ‘Doet dat zeer?’ De verpleegster verwisselende het buisje aan de naald, ze moest er vijf vullen. ‘Nee, zegt de zee / de zee heeft geen zeer.’ Vanonder een watje werd de naald weer uit mijn arm getrokken. ‘Klaar!’ Ik glimlachte.

In de wachtkamer zaten nog steeds tien, twaalf mensen. Dezelfden, misschien anderen. Ze spoelden hier aan en trokken weer weg, een klein beetje lichter gemaakt. De buisjes met bloed bleven in lange rijen achter, gekoeld, niet kil.

Op weg naar buiten keek ik nogmaals naar het kaartje op de onderste tak van de spaanplaten boom. ‘Meer poëzie voor patiënten, medewerkers en bezoekers.’ Daaronder stond nog iets wat ik eerder niet had opgemerkt: ‘Z.O.Z.’ Ik draaide het kaartje niet om. Dat was niet meer nodig.

Column voor More, zie www.thomasmore.nl
Het gedicht is van Frank Eerhart (‘ik zie de zee’)



Bookmark and Share
_________________________________________________________________________________

Gerelateerde artikelen:
Comments

Lessen van de voetbalpool

jabulani
Als je van literatuur en filosofie houdt, kun je dan ook van voetbal houden? Natuurlijk! Toch zijn er veel 'mensen van de geest' die het maar een gekke boel vinden deze dagen. Terwijl er een heel makkelijke manier is om iets te begrijpen van de voetbalkoorts. Vul een pool in!

Het WK is in volle gang en het is dus te laat om nog mee te doen met een pool. Maakt niet uit: de lessen van de voetbalpool gaan verder dan 11 juli.

De koortsachtige werking van het uitslagenformulier is simpel: je expliciteert verwachtingen, stelt een doel en creëert spanning. Of je die wedstrijd nu volgt van aftrap tot eindsignaal of niet, de uitkomst gaat jou aan. Dat is les één van begrip krijgen voor iets dat ver van je af staat. Zodra het je persoonlijk aangaat, interesseert het je.
Lees verder
Comments

De ziekte van de bewondering

'Ik vind dat je de neiging hebt om defensief te doen als ik kritiek heb.' Of: 'Je zou wat beter op je presentatie moeten letten, want je komt nogal bazig over.' We leren allemaal heel netjes tegen elkaar te zeggen wat we van elkaar denken. Of liever: wat we niet zo leuk aan elkaar vinden. Hou het rustig, benadruk dat het jouw mening is, bied opbouwende kritiek, bladiebla. Maar waarom leren we nooit bewondering uitspreken? Hoe formuleer je wat je wel leuk vindt aan iemand, zonder over te komen als een bakvis met een kwijlprobleem? Dat is namelijk veel moeilijker dan in bedekte termen je kritiek op iemand uiten.

Nederlanders kunnen niet bewonderen. Hoppa! Die zit. Persoonlijk acht ik het uitspreken van je bewondering een van de mooiste dingen om te doen. Je maakt de ander misschien verlegen, maar dan wel verlegen van geluk. (Dat is beter dan verlegen omdat je op kritiek altijd wellevend moet reageren.) Ik loop heus niet sinds mensenheugenis complimentjes uit te delen, het is door toeval dat ik de schoonheid van bewondering heb ontdekt. En tegelijkertijd met mijn neus werd gedrukt op de onmacht van veel mensen om te bewonderen, ten overstaan van de bewonderde.

Ik was met een groepje studiegenoten in café De Bastaard. We liepen op weg naar de uitgang langs de wand die is volgehangen met posters van theatergroepen en aankondigingen van poëzieavonden. Ik zag een poster hangen van een toneelstuk door een gezelschap waar ik een jaar eerder ook een uitvoering van had gezien. Een heel goede vertolking van Macbeth, meen ik. Ik wees naar de poster en riep enthousiast: daar moeten we heen, zij zijn zó goed! Maar niemand reageerde, ik hoorde alleen ssshh, sssshhh en kreeg een duwtje in mijn rug, hoppa naar de uitgang. Wat was er aan de hand? De artistiek leider van het gezelschap bleek aan de bar te zitten. 'Maar ik zei toch niets verkeerd, ik was juist enorm enthousiast?' vroeg ik, eenmaal buiten. Toch vonden al mijn vrienden het hoogst ongepast en ze voelden zich door mij te kijk gezet.

Dat zette me aan het denken. Ik vond het juist geweldig dat ik mijn bewondering kenbaar had gemaakt aan degene die haar had opgewekt, al was dat dan niet bewust gegaan. Dat moest ik vaker proberen! Na afloop van concerten, als de bandleden in de zaal een biertje dronken, zei ik gewoon 'Bedankt voor een mooie show, ik heb ervan genoten,' en ging weer weg. Vreselijk, vonden degenen met wie ik was, was ik een groupie ofzo? Ik ben wel een bakvis, maar geen groupie. Stel je voor, zei ik, dat je als band een leuk optreden achter de rug hebt en je een biertje gaat drinken in de zaal. En niemand zegt tegen je: great show! thanks! Nie-mand. Omdat iedereen dat stom, groupieachtig gedrag vindt. Heb je dan een leuke avond? Of is het goede optreden verpest? Ik denk het laatste.

Later kwam ik erachter dat het niet alleen voor bewondering en leuke dingen geldt. Als je iets echt vreselijks doormaakt, denkt de meerderheid van de mensen: laat ik er maar niets van zeggen, want dat is gênant. Maar stel je eens voor: je maakt iets vreselijks mee en niemand zegt een aardig woordje tegen je, omdat dat stom zou zijn. Voel je je dan beter? Nee, dan voel je je alsof het geen hond interesseert wat je doormaakt. Bewondering en een aardig woordje: beide hebben te maken met erkenning van de ander, aandacht voor iets persoonlijks - of je dat nu hebt gemaakt of dat het je overkomen is.

Aandacht van een onbekende telt dubbel, omdat die geen dubbele bodem heeft. Veel mensen vonden het wel 'bewonderenswaardig' dat ik een stukje had geschreven over Arjen Grolleman na zijn overlijden. Waarom? 'Omdat je dat toch niet doet.’ ’Je’: normale Hollander die zijn neus niet in andermans zaken steekt. Het vereist blijkbaar lef. En dat is ook wel zo, want zowel door je bewondering te uiten als door aandacht te schenken aan iets vreselijks dat iemand is overkomen - en in dit geval ging dat allebei op - stel je ook jezelf open. Je laat je waardering zien door iets persoonlijks over jezelf te vertellen. En door jezelf kwetsbaar op te stellen, zeg je dat de ander dat ook mag doen.

De laatste keer dat ik mijn bewondering uitsprak, was vorige week. En directer dan ooit. Ik had Hans Goedkoop aan de telefoon voor een mogelijke lezing. Hans Goedkoop! Ik bewonder zijn werk Een verhaal dat het leven moet veranderen zeer (zie Een sensatie die het leven verandert). Dat kon ik toch niet níet zeggen? Dus ik zei het. Het is inderdaad niet makkelijk, het is gênant, je stelt je kwetsbaar op en je wordt er allebei verlegen van.

Maar ook gelukkig.

* De titel is een verwijzing naar De ziekte van de bewondering van (Nederlander) Kees ’t Hart, die wel de kunst van het bewonderen verstaat.



Bookmark and Share
Comments

Aan tafel

Theodor Holman begint een leuk columnistenspelletje op Het Parool. 'Met wie wil je aan tafel zitten om te praten. Je mag kiezen uit iedereen, dood of levend, in de geschiedenis.' Op de site zijn de tafels van onder andere Theodor zelf en Harry Mulisch te lezen. Hieronder de mijne.

1. Marcel Proust
2. Jim Morrison
3. Simone de Beauvoir
4. Jack White
5. Søren Kierkegaard

’Spelregels: niet meer dan vijf mannen of vrouwen. Het moeten beroemdheden zijn. Dus niet: 1. Mijn moeder. 2. Mijn vader, etc.’

Mocht mijn vader (Gerard Rasch) toch een beetje gelden als een beroemdheid, dan zet ik hem op nummer vijf. Omdat hij heel geestig tafelgezelschap was en het goed met de anderen zou kunnen vinden.

Comments

3 manieren om de mensheid op te delen

joy_division
Als je je goed voelt, schrijf je minder. Dat was waar in de tijd dat ik nog hartverscheurende puberdagboeken volpende. Zodra ik niets had om me druk over te maken, geen liefdesverdriet of onbegrepen zwaarmoedigheid, verdween de noodzaak om het dagboek bij te houden (in dat opzicht lijkt het een goed teken dat ik sinds mijn negentiende geen dagboek meer bijhoud). Nu valt me het tegenovergestelde op: als je je goed voelt, schrijf je meer. Hoe kan dat? Lees verder
Comments

Denemarken als persoonlijke eigenschap

dannebrog
Zoals de meeste mensen die mij kennen wel weten, ben ik van half-Deense oorsprong. Er komt altijd wel een moment dat ik dat vertel. Omdat ik het leuk vind om dat te vertellen, omdat ik het een leuk kenmerk van mijzelf vind. Het is geen verdienste en ik kan me er niet op laten voorstaan. Maar soms moet je de gegevenheden waarmee je geboren bent voor je laten werken. Er zijn er immers genoeg die tegen je werken. Lees verder
Comments

Stuff that dreams are made of: Bijlmer en boek

bijlmer
Back to the Bijlmer. Heel af en toe mag ik van mezelf iets schrijven over dromen en/of poezen. Ik geloof niet in voorspellende dromen, mysterieuze tekens of boodschappen van geesten. Nee hoor, een droom is als een blokkendoos. Door het bouwwerk te onttakelen kun je er je voordeel mee doen. De enige die tekenen geeft en boodschappen stuurt ben je zelf. 'We are such stuff / As dreams are made on', met nadruk op we.

Wat zal ik als eerste beschrijven, de blokken of het bouwwerk? Het bouwwerk, omdat de droom ook letterlijk een bouwwerk was. Geen wilde achtervolgingen of spannende avonturen - ik was in een ruimte en deed daar niet veel meer dan heel goed om me heen kijken. Het was de flat van mijn vader in de Bijlmer, Koningshoef 232 (inmiddels gesloopt) aan de metrohalte Kraaiennest. Daar ben ik al bijna twintig jaar niet geweest. Best bijzonder om er weer eens binnen te stappen. Het gekke was: iemand anders woonde er, en wel schrijver X. Ik bestudeerde heel nauwkeurig de dingen die aan de muur hingen, die mijn vader daar had opgehangen, twintig jaar geleden (in werkelijkheid had hij die dingen helemaal niet aan de muur hangen en herkende ik een droomvoorstelling). Plotseling viel me op dat op al die papiertjes en dingetjes 'Peter' stond. Peter?

De blokken in de blokkendoos:
1. Afgelopen woensdag was de sterfdag van mijn vader (zes jaar geleden was ook een woensdag)
2. Ik las Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje, dat voor een groot deel in de Bijlmer speelt. De parkeergarages, de markt, de liften. Metrohalte Kraaiennest, het winkelcentrum en de 'getto-Albert Heijn' waar wij in de weekenden boodschappen deden. Hij beschrijft hoe mensen vuilnis over het balkon naar beneden gooien - ik ben op mijn negende aan een wisse dood ontsnapt toen iemand van zes hoog een zak ijs naar beneden gooide, die een halve meter voor mij met een enorme klap neerkwam. De flats die hij beschrijft, de kamers, de lange balkons, de keuken om het hoekje. (En Grand Café Het Vervolg, dat na elven transformeert van jasjedasje-borrelkroeg tot goudentanden-bubblingjoint, maar dat was een andere tijd.)
3. De schrijver X die kort na het overlijden over mijn vader zei, 'Het was een vreemde man. Ik heb het altijd een vreemde man gevonden', (ik dacht, bedankt voor deze meelevende woorden) en van wie ik nu elke week interessante artikelen lees, waarbij ik dan altijd denk 'Jij bent een vreemde man, altijd al gevonden'.

Tel 1, 2 en 3 bij elkaar op en je hebt mijn droom. Ik zie nog haarscherp het droominterieur van de flat voor me. Het was een totaal ander interieur dan de Bijlmerflat van mijn vader. Doet er allemaal niet toe, zo gaat dat nu eenmaal. De grote vraag die overblijft is: who the fuck is Peter?

Ik hou het voorlopig op een foutje in de neuronenhuishouding. Ik ken meerdere Peters, maar wat hebben die in de Bijlmer te zoeken? Alsof er in de Lego-doos opeens een Duplo-stuk opduikt. Dan kun je wel proberen het stuk in je bouwwerk te passen, maar het verzakt en stort in. Je wordt wakker.



Bookmark and Share
Comments

Fenomenologie van de mannenketting

Mannen met kettingen zijn andere mannen - zonder kettingen - misschien een gruwel. Ik hou wel van de kunst van de mannenketting. En nu de lente definitief in aantocht is, komen de leren veters, de haaientanden en de messing hangers steeds meer in het zicht.

Gisteren trad Alberta Cross op in Tivoli de Helling. Een bijna ouderwetse rockband met een geweldige zanger die een kenmerkend hoog stemgeluid perfect de zaal in blies, ondanks zijn stonede kop. Stonede kop, met heel netjes gekamde lange haren die langs zijn wangen hingen, op hun plek gehouden door een zwarte hoed. Twee, drie kettingen. Gitarist: pasgewassen haren in hippe coupe, één ketting. De rest van de band: twee houthakkerstypes uit de jaren negentig, geen ketting; één gabbertype uit de jaren negentig, geen ketting. Lees verder
Comments

Drie gesprekken

Ik had een gesprek met een hoogleraar. Het ging ongeveer zo:
Prof: 'Ben jij ook docent bij een vakgroep?'
Ik: 'Nee, ik ben gewoon programmamaker bij Studium Generale.'
'Ah, dat is dus je beroep?'
'Nou, beroep, beroep, ik heb niet een programmamakersopleiding gedaan of zo.'
Stilte.
'Ik heb filosofie gestudeerd, dus ik zit inhoudelijk wel in de goede richting.' (De prof, hoewel geen hoogleraar in de Wijsbegeerte, had zelf ook filosofie gestudeerd.)
'Zo, nou dat is toch nogal wat,' zei de prof.
'Valt wel mee.'
'Dat doet niet iedereen je na.'
'Ach jawel.'
'Nee hoor, veel mensen weten niet eens wat het woord betekent.'
'Ach jawel. Academisch geschoolde mensen zeker.'
'Dat is waar.'

Later op de avond dacht ik terug aan dit gesprek. Een typisch gesprek, waarvan ik er al vele heb gevoerd. Waarom, vroeg ik me af, ging het gesprek niet zo?
Lees verder
Comments

Episode in Rome

Staande aan een barretje een espresso drinken. Op de trappen van een oeroude fontein een ijsje eten. De allersmerigste plaatpizza in vierkante stukken naar binnen werken onder een hete tl-lamp. Rome-associaties heeft iedereen en ze hebben bijna allemaal met eten en drinken te maken. Een oud-collega is een leuk weblog gestart waarin ze dit soort associaties tot leven brengt, met tips, anekdotes en smakelijke verhaaltjes van een fervente Romeganger. Ciao tutti heet het.

Het kon niet anders of de stukjes brachten me terug in de tijd dat ik zelf in Rome was. Ja, ik was in Rome, drie weken lang, dertien jaar geleden, achttien jaar oud en zo blond als Anita Ekberg. Lees verder
Comments

Snotblogje over tijdverspilling

Ziek zijn is tijdverspilling. Je zit te wachten tot het over gaat en stelt alles uit tot het zover is. Ziek zijn is ook een nederlaag, lichamelijk en geestelijk.

Het blijkt wel dat ik niet zo goed ben in het scheiden van mijn fysieke en psychische welbevinden. Het was ooit veel erger. Liever dan me ziek te melden, ging ik gewoon naar mijn werk in de hoop dat de baas me naar huis zou sturen. Inmiddels weet wel (iets) beter - door schade en schande wijs geworden heet dat. Toch heb ik de afgelopen snipverkouden dagen veel nagedacht waar mijn diepgevoelde afkeer van ziek zijn vandaan komt. Er zijn immers ook mensen die best kunnen genieten van een paar dagen hulpeloos niets doen, zich laten verzorgen en geen verplichtingen voelen. Lees verder
Comments

Black-out of milde paniek

blackout
Omdat ik het andere woord niet wil gebruiken, zeg ik het maar zo: ik heb last van een blog black-out. Ik pijnig mijn hersens, op zoek naar een stukje. Denk voortdurend na over mogelijke onderwerpen, probeer bij elk idee, elke rare zin, elk artikel, elk woord een associatie te vinden waaruit een blogje zou kunnen ontstaan. Helaas, ik denk na maar het leidt nergens toe. Ideeën genoeg, maar alleen stomme ideeën. Ideeën die te veel werk kosten. Geen zin in te veel werk. Geen zin punt. En zo nog wat smoezen.

Bookmark and Share


Lees verder
Comments

Metadromen

treinrails
Iemand hield me in een houdgreep in mijn bed. Met een kreet schoot ik los en werd wakker. Het was een droom. Nee wacht: het was een metadroom, want ik lag in een ander bed in een andere kamer en eigenlijk hield niemand me in een houdgreep, maar die niemand was er toch. Ik werd weer wakker, nu echt.

Iedereen heeft wel eens gedroomd dat ie bijna dood ging. Ik lag eens in mijn droom op treinrails, hing aan de perronrand en probeerde met alle macht mezelf omhoog te hijsen. In de verte zag ik een trein met een onthutsende snelheid op me afkomen. Ik was zo dichtbij het veilige perron, maar het lukte niet me te bewegen. Eerder ontglipte de perronrand me, nog even en ik moest hem laten gaan. Het is maar een droom, het is maar een droom, riep ik in mezelf, maar toch was ik bang. Ik riep het zo lang en hard tot ik wakker werd - net voor de trein over me heen zou denderen. Lees verder
Comments

Vaste dienst

Vandaag werk ik een jaar bij Studium Generale. Dat betekent dat ik sinds vandaag in vaste dienst ben. Daar ben ik blij mee. En het geeft me de creeps. Lees verder
Comments

Dostojevski en data

8 december. Vorig jaar schreef ik over de verjaardag van mijn vader, die sinds zes jaar steeds verwijst naar de laatste verjaardag Data I. Vanavond presenteer ik de allerlaatste lezing van het najaarsseizoen bij SG, over Fjodor Dostojevski. Toen mijn vader ziek was, in de maanden tussen 8 december en 10 maart (Data II) las ik De gebroeders Karamazov. Dostojevski is daarom op de een of andere manier verbonden met die tijd. Hoe Dostojevski appeleert aan het morel gevoel - het thema van vanavond - heb ik meerdere malen proberen te beschrijven (Epifanie en epilepsie, Laatste ogenblikken van een terdoodveroordeelde, De biecht van Ippolit). Deze dag is een combinatie van al deze stukken. Lees verder
Comments

Notities van een synestheet

Druilerig weer, een week vrij en gedachten over een gigantisch bouwwerk dat nog geen fundering heeft: de ideale ingrediënten om eindelijk eens het project Notities digitaliseren tot een einde te brengen. Langer dan een jaar geleden schreef ik er voor het eerst over, maar nu kan ik zeggen dat mijn Notebook up-to-date is met mijn notitieboekje. 226 digitale blaadjes met geniale citaten, gedachten en invallen - en met hier en daar een confidentie, een wanhopige uithaal of liefdesverklaring. Een fundament, mag ik wel zeggen, is gelegd. Lees verder
Comments

Gesprek in het rookhok

rookhok
De enige plek in Tivoli waar je kunt zitten is het rookhok, dus na een concert lang schudden met de billen, ging ik in het rookhok zitten roken. Nauwelijks geïnstalleerd in een hoekje van de lange bank, boog mijn buurman zich naar me toe. Of ik helemaal alleen ging zitten roken. Nou, ja. Overigens, benadrukte ik nog maar eens, ging ik vooral zitten en was het roken een noodzakelijke, ongevraagde bijkomstigheid. We rookten. Of hij ook bij De Jeugd was geweest? Nee, alleen Pop-o-matic. O god, ja, het was immers donderdagavond, studentenavond, Pop-o-maticavond. Ik ben op de allereerste Pop-o-matic geweest, tien of elf jaar geleden, en heb daarna jarenlang elke donderdagavond in Tivoli rondgehangen. 'Ik ben al een hele tijd niet op Pop-o-matic geweest,' vatte ik hardop mijn mijmeringen samen. 'Ik moet meestal op vrijdag werken.' Lees verder
Comments

Het fluïdum van de roem

'Op de vraag wat ik later wilde worden, antwoordde ik altijd: de kleine zeemeermin.' We lachen om deze schattige bekentenis van mijn collega. 'Ik antwoordde altijd: beroemd' voeg ik toe. En dat is zo, ik wilde beroemd worden. Liefst als actrice. Toen ik eenmaal door kreeg dat beroemde actrices dag en nacht achtervolgd worden door viezeriken met een telelens, dat ze altijd hun make-up tip top in orde moeten hebben, en dat de beroemde acteurs met wie ze omgaan eigenlijk heel dom zijn, wilde ik geen actrice meer worden. Beroemd, dat nog wel. Lees verder
Comments

Goed genoeg gemoed

geraamte_huis
Zat ik eergisteren nog existentieel te walgen achter mijn bureau, twee dagen later zijn de klusjes geklaard. Zoals dat wel vaker gaat, is een diep dal nodig om hoge pieken te bereiken (excuus voor deze tegelwijsheid). Vandaag heb ik de subsidieaanvraag mét zelf in elkaar gedraaide begroting en plenning persoonlijk overhandigd op het bureau van het Universiteitsfonds. Toch ruim een dag voor verstrijken van de deadline. Sindsdien loop ik met knikkende knieën rond, dus ik hoop dat ze snel uitsluitsel geven. Als ik mijn retorische, begrotende en plennende krachten goed genoeg heb ingezet, als ik met andere woorden het geld binnensleep, mag ik een groots en meeslepend project gaan leiden. Oioioi. Lees verder
Comments

Over plannen en vrolijke chaos

rubik_cube
Ik heb een hekel aan plannen maken. Ik bedoel: ik ben dol op plannetjes maken, dromen over allerlei grootse ideeën, onmogelijke projecten opstarten zonder einde in zicht, hele levens ontwerpen voor mezelf en anderen, reisgidsen lezen van A tot Z en denken dat ik alle interessante plaatsen ook ga aandoen. Maar dat is iets anders dan plannen maken, realistische schema's om je aan te houden. Ik kan het, heus, maar heb er gewoon een grondige afkeer van. Ik merk een soort existentiële walging in mijn borstkas zodra ik moet plannen (als in plennen) en dat is niet eens heel erg overdreven. Plannen is het obstakel op de weg voor de vrolijke chaos van het begin. Lees verder
Comments

Massagestoel wordt schietstoel

straf
'Miriam, heb je zin in een massage? Twaalfeneenhalve minuut?' Natuurlijk! Onze secretaresse wees me de weg naar boven, waar in een klein kamertje twee witgeklede masseurs klaarstonden om hardwerkende ambtenaren onder handen te nemen. Na vijf minuten was ik aan de beurt. Met mijn voorhoofd op een papieren doekje, leunde ik voorover op de stoel, de masseur schoof mijn bh-bandjes opzij en begon de olie in te wrijven. Kan ik mijn ogen sluiten? dacht ik en toen: Ja, ik doe mijn ogen dicht, dit moeten twaalf minuten ultieme ontspanning worden, ik lever mij over. Twaalfeneenhalve minuut. Ik sloot mijn ogen. Lees verder
Comments

Gedachtekunst: bootjes, armbandje, chaos

blauw_bootje
Blauwe bootjes, een terracotta dorp. 'Dit zou ik schilderen, als ik kon schilderen,' zei ik. Die kleuren! In plaats daarvan nam ik een foto. Twee donkere jongens in versleten hemden boden sieraden aan, gemaakt van schelpjes die ze in het fijne zand vonden. We zagen een van hen bezig met het knopen en rijgen van de kralen en kleine schelpjes. 'Wil je een armbandje?' Ik koos een armbandje in rood en blauw, dezelfde kleuren als de bootjes en het dorp. Ik was stil, stil van blijdschap, want ik had nog nooit een armbandje gekregen en zag het als een teken, een goed teken. Maar ik wist dat je dat niet hardop moet zeggen, daar houdt het lot niet van. Het lijkt alsof ik in een film ben beland, dacht ik nog. Die jongens, de bootjes en een armbandje met schelpjes. Ik wist nog niet dat het een film was a la The Sheltering Sky, naar het boek van Paul Bowles dat ik net had gelezen. Lees verder
Comments

Katten: altijd prijs

muis
Waarom ik al zo lang niet een leuk, gezellig stukje had geschreven. Over de poezen bijvoorbeeld, of over het huis. Prompt een writer's block te pakken. Mijn hersenen gepijnigd. De poezen achtervolgd, in de hoop dat ze iets geinigs zouden uitvreten. Maar ik heb het allemaal al honderden keren gezien: het traantje van Bamse, de ingroeiende nagel van Muis, Ollie die in het donker langs vliegt als iemand zich omdraait in bed. Het huis dan... nee hoor, het buitenschilderwerk is klaar, de lekkage lekt niet meer, de buren zijn met stille trom vertrokken. Lees verder
Comments

Interview

Vorig jaar om deze tijd werkte ik als webredacteur bij Atrivé. Een groot deel van het werk bestond uit het afnemen en uitwerken van telefonische interviews, voor op de website. Nu, een jaar later, werk ik als programmamaker bij Studium Generale en heeft de webredacteur van het Humanistisch Verbond mij gebeld voor een telefonisch interview over de Levenskunstreeks die dinsdag begint. Het kan gek lopen!

Lees de aankondiging met een aantal vragen aan 'Rasch, zelf ook filosoof' hier: Levenskunst tussen maakbaarheid en misantropie.



Bookmark and Share
Comments

Promotie tot jasje-dasje

jasje_dasje
'Ik heb nog nooit zo snel promotie gemaakt,' zei ik. 'Sterker nog: ik heb nog nooit promotie gemaakt.' We zaten in het café en zojuist was besloten dat ik de nieuwe chef non-fictie van 8WEEKLY zou worden. Nu ben ik dus chef. Ik moet er nog een beetje aan wennen, want wat betekent het? 'Macht! Eindelijk macht!' riep ik toen ik thuis kwam. Maar ook verantwoordelijkheid, visie, daadkracht en meer van dat soort enge woorden. Leidinggeven. Mijn eerste reactie bij dit soort taal is gewoonlijk: blèh. Lees verder
Comments

Rotstukje

dolkstootlegende
Tweemaal sinds ik met dit blog begonnen ben, heb ik gedacht: 'Oeh, hij heeft geluk dat ik zo'n beleefd en aardig meisje ben, anders had ik hem genadeloos door het slijk gehaald, voor altijd en eeuwig, met dank aan Google.' Het is dat ik mezelf voor geen goud wil vergelijken met Heleen van Royen, maar de parallellen met haar column over de vrij foute uitspattingen van Rob Oudkerk drongen zich bij die gelegenheden aan me op. Maar ja, lief en aardig hè. Ik ben nu eenmaal niet zo goed in ruziemaken - in elk geval niet van het soort waarbij je elkaar uitmaakt voor rotte vis. Lees verder
Comments

Hoe ga je om met Slimey de Naaktslak?

naaktslak
Kamperen is niet altijd leuk. Beschimmelde douches, wc's die te ver weg liggen, regen, beesten. Vooral beesten. De spin die al na een dag huist in de nok van de binnentent, die hoort er een beetje bij. Maar dan heb je nog oorwurmen, muggen en naaktslakken. Honderden naaktslakken. Lees verder
Comments

In z'n achteruit het paradijs verlaten

tent_vakantie
Ooit ergerde ik me kapot aan mensen die terugkwamen van hun zomervakantie en dan met veel gezucht en gesteun verklaarden liever nooit meer te zullen gaan werken, want de vrijheid, ja de Vrijheid van de Vakantie, dat is je ware. Ik dacht dan aan Hugo Raes' geniale uitspraak 'Niemand blijkt zich in vakantieoord vergist te hebben: iedereen trof het paradijs.' (Uit Een faun met kille horentjes). Of zijn beschrijving in De vadsige koningen van de ultieme burgerlijke vakantie van een leraar die met een bevriend stel naar een camping in Frankrijk gaat. Op de een of andere manier sluit hij een bizarre weddenschap met zijn kompaan: wie is het snelste met de auto weer thuis? Let wel: in z'n achteruit. Daar gaan ze, wat begint als een leuke gimmick is natuurlijk na een minuut of tien al een hel, maar geen van twee zal het in zijn hoofd halen als eerste op te geven. De gezichten van de vrouwen in de bijrijdersstoel - het is alsof Raes een foto aan zijn roman heeft toegevoegd, zo duidelijk zie ik ze voor me.

Inmiddels ben ik zelf al jarenlang onderdeel van het werkende gilde (sinds kort bovendien van het belachelijkste aller gilden, namelijk dat van de ambtenarij) en betrap ik mezelf op deze verzuchtingen. Maar nooit te lang, nooit tot na de vakantie. Die verzuchting, het verlangen naar de vrijheid waar je even aan mag proeven maar die al bitter smaakt omdat hij tijdelijk is, ontstaat en verdwijnt bij mij door de aard van het vrij zijn zelf. Wat ik bedoel is het volgende. Op vakantie heb je opeens zoveel tijd om handen dat je vanzelf gaan peinzen. Over de wereld (zeker als je je in een nieuwe omgeving bevindt), over de mensen, over jezelf. Natuurlijk lijkt vanaf de camping het dagelijkse kantoorbestaan het tegengestelde van het paradijs. En wat voelt het heerlijk eens alle gedachten dóór te kunnen denken, zonder al die afleiding van het gejaagde leven. Nooit meer werken! Altijd filosoferen!

Na een dag of twee peinzen kom je erachter dat je de gedachten nooit tot het eind kunt doordenken, omdat er geen eind is aan een gedachte. Wat een hopeloosheid. Stel je voor dat je werkelijk altijd vrij zou zijn: een eindeloze tijd vol eindeloze gedachten. Een idee om depressief van te worden. En je weet: uiteindelijk zul je terugkeren naar huis, het kantoor weer binnenstappen en een jaar niet meer peinzen, omdat je meteen slaapt als je hoofd het kussen raakt. Dus al die verzuchtingen en verlangens zijn ook nog eens zinloos.

Dit is het omslagpunt van de vakantie - wat mij betreft het punt waar de vakantie pas echt begint. Alle eindeloze gedachten die zich aandienen worden direct een verdwijnpunt ingezogen, waarvan niet eens duidelijk is waar het zich bevindt. Het grote mijmeren begint. Je houdt je onledig met het observeren van de andere campinggasten, schudt eens wat druppels van de tent of maakt een uitje naar de stad. Je loopt naar de tram, zit in de tram, kijkt op de kaart, stapt uit, zal ik een foto maken, gaan we wandelen of een museum, of eerst een biertje drinken, ja eerst maar een biertje. En wat eten we vanavond? Eerst maar wandelen, maar waarheen? Ach, kijk hem nou!

Mensen die thuiskomen van vakantie en nog steeds in de fase zitten waarin je de slavernij van het werken vervloekt en verlangt naar het onmogelijke (want denk maar niet dat die mensen er gelukkig van zouden worden als ze van de ene dag op de andere niets meer om handen zouden hebben, onnut zouden zijn, geen aanspraak meer hadden), die hebben de ware vakantiefase nooit bereikt. Als ze terugkomen op kantoor zeggen ze tegen elkaar: 'Het was paradijselijk.' Niemand blijkt zich vergist te hebben. Een enkeling is in z'n achteruit terug komen rijden. Maar dat lijkt nu te onnozel om over op te scheppen. Hij schaamt zich. 'Wij vonden het paradijs,' zegt hij, de plek waar schaamte niet bestaat.

Ik heb ze gezien, vanuit mijn campingstoel, de mensen die zo verlangen naar een eindeloze vrijheid, dat ze vergeten te genieten van de vrijheid onder hun neus, in de voortent van het gemijmer.



Bookmark and Share
Comments

De stress van een privacy-gevoelige kat

Twee zieken zijn één geworden, maar wel één andere. Muis loopt weer vrolijk van bank naar etensbakje en de Macbook Pro staat heel stilletjes te wezen op tafel. Maar er zijn meer hondjes die fikkie heten en meer poesjes die ziek kunnen worden. Deze keer is het Olllie. Ollie is gestrest.

Een van de mooiste lezingen die ik ooit bijwoonde was van Marjolijn Februari, op het symposium ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de Radboudstichting. In tegenwoordigheid van koningin Beatrix vertelde zij daar over haar kat. Het was haar opgevallen dat op de zak met kattengrit van de Albert Heijn een waarschuwing staat: 'Uw kat houdt van privacy. Zet daarom de bak op een rustige plaats.' Aanleiding voor een beschouwing vol humor en wijsheid over wat privacy en waardigheid betekent. (En waarin zij ook de aloude truc aanhaalde om zenuwen die opkomen bij het spreken voor een groot gezelschap, te bestrijden door je dat gezelschap naakt voor te stellen. Ik herhaal: de koningin zat in de zaal, evenals kardinaal Simonis.) Lees verder
Comments

VERjaardagSLAG

schoen_cadeau
Ik ben altijd groot fan geweest van jarig zijn. Toen ik klein was maakte ik hele boekwerken over de Grote Dag, met verlanglijstjes, feestplanningen, aftelkalender (dat lijkt op aftakelen) enzovoorts. Dit jaar was eigenlijk de eerste keer dat ik er geen zin in had. Het is de leeftijd natuurlijk: in tegenstelling tot wat iedereen denkt, vond ik 'the big three o' niet zo erg, want daar kun je goed grappen over maken. Maar de drie één is niet big, niet small, maar eigenlijk drie keer niks. En zelfs dat niet, want drie keer niks is natuurlijk een grap die hoort bij de drie nul. Lees verder
Comments

Twee zieken

Er zijn twee zieken in huis. De ene is Muis, de andere is de MacBook Pro. Muis is bij de dierenarts geweest en is herstellende, MacBook verblijft op dit moment bij de Appledokter en hoop ik binnen een week weer terug te hebben, hersteld en wel. Misschien heeft Bamse hem te hard geknuffeld, dat weet ik niet.

Muis leek al maanden niet echt een poes maar eerder een hond. Als ze aan kwam lopen hoorde je haar nageltjes printelen op de houten vloer, om met Hafid Bouazza te spreken. Dat komt omdat Muis te lui is om haar nagels te krabben. Ollie gebruikt de boekenkast, Bamse de krabpaal (ja, het is mogelijk) en zij beiden gebruiken de bank. Muis denkt er niet aan zich tot zulke lichaamsbeweging te verlagen. Die maakt alleen de gang naar het etensbakje. Met printelende nagels als gevolg. Minder literair gezegd: met ingegroeide klauwtjes en een ontstoken voetbed als gevolg.

Dus gingen we met Muis op manicure. Geknipte nageltjes, een doosje antibiotica en de opdracht twee maal per dag te pootje baden maken Muis stil en sloom. Gelukkig houdt Muis altijd van eten, wat voor eten dan ook, dus het levert niet echt problemen op om de pilletjes erin te krijgen. En ook het pootje baden - rechterpoot zo lang mogelijk in een glas sodawater laten weken - krijgen we onder de knie (the air was thick with cat calls, no fun intended).

De grote vraag is nu natuurlijk of Muis hiervan geleerd heeft. Of blijft ze voor altijd een lui prinsesje dat anderen het vuile nagelknipwerk voor zich laat opknappen?

Tussen het pillen voeren en pootje weken door typ ik een stukje op mijn leenlaptop. Hoe zou het met de MacBook gaan? Spreekt de Appledokter hem even lief toe als de dierenarts Muis? Wordt hij even hardhandig aangepakt, met een even gemeen knippertje? Ik vind het behoorlijk beangstigend hoezeer twee zieken me bezig kunnen houden. Met als resultaat: een weinig verheffend kattenblogje.

Bookmark and Share

_________________________________________________________________________________

Gerelateerde artikelen:
Comments

Voor iedereen die straf verdient

vvd_poster.jpg
'De wereld gaat ten onder aan mensen zoals jij.'
'Sorry, wat zeg je?' Ik boog voorover. We stonden in een festivaltent op Dour, het was midden in de nacht en eigenlijk niet het moment om te praten.
'De wereld gaat ten onder aan mensen zoals jij.'
Ik had het dus toch goed gehoord!
'Pardon?' De jongen was een vriend van vrienden van mij, we stonden met een hele groep op de camping. Ik kende hem niet, maar hij kende mij blijkbaar heel goed.
'Ja, vreselijk, zoals jij bent. Daar gaat de wereld nou kapot aan.'
Ik glimlachte beleefd, want opeens wist ik toch niet meer zeker of ik het wel goed verstaan had of misschien een hele goede grap miste.
De jongen zag dit als een aanmoediging om door te gaan met zijn vakkundige analyse van mensen zoals ik, waar de wereld aan kapot gaat. 'Ik heb wel het idee dat ik dit tegen jou kan zeggen. Dat waardeer ik dan toch wel. Ik denk dan ook dat je wel weet waar ik het over heb.'
Ik schudde van nee. Hij probeerde het nog eens uit te leggen, want ik was dan wel even abject als, zeg, de atoombom of een pandemische griep, maar tegelijk een redelijk figuur tegen wie je in alle redelijkheid kon zeggen wat je van haar vond.
Afgelopen Koninginnedag vertelde iemand me dat hij binnenkort rechter wordt. Voor een rechter is redelijkheid natuurlijk een belangrijke eigenschap. Lees verder
Comments

De Grote Onrust II

doors_film
In de lente woedt De Grote Onrust het hevigst. Er woedt dan al van alles, dus dat kan er ook nog wel bij. Niet alleen mensen die altijd wel een beetje last ervan hebben, maar alles en iedereen, van boom tot bloem, van poes tot puber, voelt in zijn binnenste iets gisten en heeft de drang om tot Grote Daden over te gaan. De natuur heeft maar geluk dat het haar allemaal automatisch afgaat - elk jaar weer die verwondering over bladeren die binnen een dag de koude takken verzwaren, alsof het niets is, alsof iedereen dat zomaar zou moeten kunnen. Lees verder
Comments

De Grote Onrust I

kolibrie
Hoe ongemerkt een grote mijlpaal aan je voorbij kan gaan: inmiddels heb ik meer dan honderd blogjes geplaatst. Ik heb ze allemaal genummerd in een mapje op de harde schijf staan en zag dus al van verre de honderdste aankomen. Maar toen ik het ging natellen, bleek dat ik sommige stukjes was vergeten te kopiëren naar de map. De honderdste was eigenlijk de honderdzesde, of -zevende, ik kwam er niet meer uit. Nou ja, wat maakt het uit? Heel wat. Lees verder
Comments

Buurten in Lunetten

lunetten_paddestoel
Afgelopen 1 april was het een jaar geleden dat we zijn verhuisd naar onze mooie 'jaren dertig tussenwoning' in Utrecht-West. Gisteren was ik weer terug in mijn huisje in mijn oude buurt, helemaal aan de andere kant van de stad, in Lunetten. Mijn oude huisgenoot en longtime friend was jarig. In een jaar kan veel veranderen, maar vooral ook heel weinig. Met een variatie op Kierkegaard: 'Weer ging er een jaar voorbij, en daarin was alles precies hetzelfde gebleven.' Lees verder
Comments

Reactie Sire

gmail_envelope
Sire heeft gereageerd! Ik citeer:

(...) 'Zo maakt u bezwaar tegen het gebruik van het woord kankeren. Dit woord is met opzet gekozen om beter te laten voelen dat onbewust asociaal gedrag ook verbaal kan zijn. Kankeren heeft hierbij de gewone betekenis zoals vermeld in de Dikke van Dale: voortdurend mopperen. De associatie met kanker willen wij in het geheel niet maken en is volgens ons in dit geval ook niet terecht.’ (...)
Lees verder
Comments

Sire is onbewust asociaal

sire
Zoals iedereen erger ik me wel eens aan reclames, en soms zelfs graag. Dat gaat van slechte smaak - die reclame met allemaal wapperende handjes die samen een droge huid voorstellen bijvoorbeeld, daar word ik nou onpasselijk van - tot de deeltijdfeministe in mij die zich afvraagt waarom moeders altijd de was doen. Niet belangrijk genoeg om je echt over op te winden, ik kan m’n tijd wel beter besteden. Maar soms, heel soms, wordt er grens bereikt en spring ik op de barricaden. Lees verder
Comments

Data II

praying-mantis-fossil-insect-in-amber
Op 8 december schreef ik over 8 december. Vandaag is het 10 maart en schrijf ik over 10 maart. Kierkegaard noteerde: 'Weer ging er een jaar voorbij, en daarin was ik precies een jaar ouder geworden.' Vandaag zijn er vijf jaren voorbij sinds mijn vader overleed en daarin ben ik precies vijf jaar ouder geworden.

10 maart was het sluitstuk van wat op Gerards verjaardag duidelijk was geworden en wat weer een half jaar eerder echt was begonnen.

In vijf jaar kan heel veel gebeuren. Niets in mijn leven is nog zoals het toen was. Dat is vreemd. Toen Gerard overleed had hij eigenlijk een andere dochter dan hij nu zou hebben gehad als hij nog leefde. Zo blijft een vijfentwintigjarige versie van mezelf op een merkwaardige manier bestaan - niet echt bestaan, maar behouden, stilgezet. Alsof er een oude versie van mij is ingekapseld in barnsteen, met zo'n vervormende gloed en golving eroverheen.

Het enige wat niet bewaard blijft is natuurlijk het geheugen. Ik weet nog dat ik heel erg mijn best heb gedaan om allerlei details van die dag (en de dagen die eraan voorafgingen) te onthouden, maar ik moet bekennen dat het niet is gelukt. Nu al niet. Wat de dokter zei en wat ik zei. Zelfs van wat ik aan had ben ik niet honderd procent zeker meer.

Gek genoeg vind ik dat niet alleen maar erg. Wat overblijft zijn namelijk een soort kernachtige herinneringen, waar je ook wel genoeg aan hebt. Hoe we op een rijtje onderaan de trap stonden. Welk weer het was (iets minder slecht dan vandaag, maar gelukkig niet heel zonnig). En dat ik een sigaret opstak om drie uur 's middags.

Toch had ik wel graag precies geweten wat er ook al weer gezegd werd door iedereen. Die stemmen komen het barnsteen niet meer uit. En als je ze toch hoort, versta je niet wat ze zeggen.



Bookmark and Share
Comments

Verwassen, nooit bezeten identiteiten

red het chili peppers
Je kleren zijn een kostuum waarmee je je voorkomen kunt benadrukken. Hoewel, als het een kostuum is, doe je iets niet goed. Het zijn hulpmiddelen, zoals de lamp die je richt op een bepaalde kant van je gezicht, om je sexy of juist intelligente oogopslag goed uit te lichten. Waarom is het zo erg dat mensen hun identiteit benadrukken met hun kleding? Zolang je die er niet helemaal aan ophangt, als een kostuum aan een haakje, kun je er maar beter aandacht aan besteden. Mensen zien het namelijk ook zo, of dat nu bewust of onbewust gebeurt. Dus dan kun je er maar beter op inspelen, zodat ze de goede informatie over jou binnenkrijgen. Noem het manipulatie, noem het zelfmarketing of noem het gewoon een goede reden om te winkelen. Lees verder
Comments

Verlate, vage Valentijn

miriam_rasch
Ik belde een stel vrienden. Zij nam op.
'Met Miriam.'
'Hé Miriam!'
Op de achtergrond hoorde ik hem vragen welke Miriam ze aan de lijn had.
Zij, van de hoorn afgewend, maar nog steeds duidelijk hoorbaar: 'Vage Miriam.' Lees verder
Comments

Een beetje calvinistisch maar vooral heel wijs

calvijn
Ben jij romantisch of juist een flirt? Hirsuut of babyface - waar val jij op?! Ze is jouw beste vriendin... maar wat denkt zij eigenlijk van jou? Vroeger vond ik het heerlijk om van die testjes in te vullen in de meidenbladen. Elk meisje is daar dol op, jongens volgens mij iets minder. Maar daar komt verandering in, want de test doet opeens alsof hij volwassen is geworden.

Lees verder
Comments

Poeslief op de MacBook Pro

bamse_op_macbook
Bamse is verliefd. Niet op Ollie of Muis - hoewel ik uiteraard zou instemmen met zo’n moderne liefdesrelatie - maar op de MacBook Pro. Is dat ook acceptabel? Is liefde voor een apparaat liefde? Hoe dan ook is de liefde tragisch, want onbeantwoord. Lees verder
Comments

Data I

heide
8 december. Vandaag zou mijn vader 62 jaar zijn geworden. Jim Morrison 65, mijn ex-schoonmoeder zou ook haar verjaardag hebben gevierd, John Lennon is vandaag 28 jaar dood, 26 jaar geleden vonden de Decembermoorden plaats en ik, ik had al twee jaar mijn rijbewijs kunnen hebben als ik de eerste keer was geslaagd. 8 december.

62 jaar. Dat klinkt heel oud, veel ouder dan 57. Volgend jaar maart is het vijf jaar geleden dat mijn vader is overleden, dus vandaag is het vijf jaar geleden dat hij voor het laatst jarig was.

Hij lag in het ziekenhuis want hij moest op zijn verjaardag een kijkoperatie ondergaan. De chirurgen zouden stukjes weefsel uit de keel nemen om te onderzoeken of de chemo had gewerkt. Maar deze keer was kijken eigenlijk al genoeg, ze konden zo ook wel zien dat het niet had gewerkt, dat het eerder erger was geworden. Het weefsel moest natuurlijk nog onderzocht worden, niets was zeker, niets gezegd, vergeet het maar weer, pas als de officiële uitslag er is weten we meer. Die uitslag zouden we op Kerstavond, 24 december 17:00 uur te horen krijgen. Wat een feest.

Eerst de verjaardag. Ik ging met mijn toenmalige vriend 's avonds naar het UMC. Ik droeg een grote bos heide. Een boeket leek me ongepast, bloemenloos komen ook. Heide, dat was eenvoudig, oersterk, melancholisch getint en zoet.

De kamer lag in een rustige hoek van het ziekenhuis, een grote ruimte met warm licht. In het bed naast Gerard lag een man met een dop op de plek van zijn adamsappel naar een handradiootje te luisteren waar alleen maar ruis uit kwam. We hadden ook een cryptogrammenboekje meegenomen. We lazen een paar omschrijvingen en dachten gedrieën na. Dat werd niks.

Toen spraken we over de pasgeboren kroonprinses. Aan tafel gold de regel dat er niet gesproken werd over politiek, religie of het koningshuis (vanwege radicale denkbeelden en rijkelijk vloeiende wijn), hier was de geboorte van een prinsesje zeer welkom. We hadden het vooral over haar naam. Amalia. Er zouden vast al snel Amalia-scholen en pleinen komen. In Utrecht bestond al een Amaliastraat. Mooie straat. Voluit heette ze Catherina-Amalia. Een regenteske naam, nu al historisch. Deed denken aan de machtige koninginnen uit de vroege Renaissance. Het had iets Oostenrijks.

Over de officieuze uitslag hielden we alledrie onze mond.

De heide stond in een vaas, het cryptogrammenboekje lag op het nachttafeltje, en over Amalia konden we niets meer bedenken. Gerard liep mee naar de lift. Het ging heel langzaam. Alsof hij niet wilde dat we weggingen. Alsof hij 75 was geworden in plaats van 57. Alsof hij de tijd tot Kerstavond zo langzaam mogelijk wilde laten gaan door zo langzaam mogelijk te lopen. Maar hij kon gewoon niet sneller. Uiteindelijk kwamen we bij de lift en moest hij het hele eind weer terug, alleen. Terug naar de man met de transistorruis en de dop op zijn strottenhoofd.

Dat was dus 8 december, vandaag vijf jaar geleden. Meer kan ik er ook niet over zeggen. Het wachten was op Kerstavond. Lees verder
Comments

Tussen bank en boot

katten
We zijn acht maanden verder en eindelijk is het dan zover: Bamse ligt dagenlang op de bank te pitten alsof ze nooit anders heeft gedaan. Het was een lange weg – letterlijk. Bamse speelde de rol van outcast met verve, bracht de eerste weken na de verhuizing door onder het bed, zat toen dagelijks in de badkuip, koos toen een hoekje op de overloop, liet zich soms op de trap zien. Lees verder
Comments

Over druipende hersenen en dode huidcellen

Goya_droom_rede
Ik heb Louis van Gaal ontmoet. Ik zag hem langs lopen en riep in zijn oor: 'Drie nul! Ja!' Vooruit, het was in een droom. Dat maakt deze ontmoeting voor Van Gaal misschien minder belangrijk, voor mij niet. Dingen die me in mijn slaap overkomen hebben soms meer impact dan het wakende leven. Net zoals kleine, onbeduidende voorvallen soms meer betekenis hebben dan die waar je niet omheen kunt, wier relevantie zo overduidelijk is dat ze saai worden.

Lees verder
Comments

Lang, wollig en charmant

Object_collectors_item
Erg trendgevoelig zou ik mezelf niet noemen. Ik hou wel van winkelen, maar vind nieuwe modehypes vaak 'Belachelijk!'. Twee jaar later, als de driekwartmouwen of strakke pijpen al volkomen ingeburgerd zijn, loop ik er alsnog mee.





Lees verder
Comments

Werk aan de winkel IV

StrengthsFinder
Ik moet mezelf tot de orde roepen. Al die tijd heb ik het over zelfkennis alsof we allemaal als eenzame monades over de aardkloot dwalen, gedoemd tot een vrije wil en met relaties die alleen maar bestaan uit beperking en gebondenheid, alsof de anderen op deze wereld zijn om jouw dromen te saboteren.

Zo'n somber wereldbeeld heb ik niet, sterker nog, ik ben optimist tegen beter weten in. Ik geloof zelfs, uche uche, in vooruitgang. Persoonlijke vooruitgang en, mompel mompel, vooruitgang van de Mensheid. Dat anderen alleen maar op de wereld zijn gezet om jou dwars te liggen, is niet slechts een zeer egocentrisch idee, maar ook te pessimistisch voor dit lachebekje.

Anderen zijn er nu eenmaal dus dan moet je er wat mee, je kunt ze niet negeren. Elk mens is anders, elke ontmoeting ook, je bent zelf voor iedereen anders en iedereen ontmoet jou verschillend. Daarin valt dus veel over jezelf te ontdekken. Denk aan de hond van Mulder in De Wandelaar van Adriaan van Dis, die Mulder kanten van zichzelf laat zien waarvan hij het bestaan nooit kon vermoeden. (Die zee van mensen, dieren en ontmoetingen vraagt wel de teruggetrokken, periodieke eenzaamheid van de monade om hem te destilleren tot zelfkennis, om het brakke water helder te krijgen.)

Soms neemt een ontmoeting extreme vormen aan; dan is het zaak extra goed op te letten. Bij een sollicitatiegesprek bijvoorbeeld. Moet je nagaan: je zit met een klein aantal wildvreemden in een ruimte en bent misschien wel een uur lang volledig op elkaar gefocust. Je wil zo snel mogelijk zo veel mogelijk van elkaar weten, je hebt elkaar nodig, en je bedriegt elkaar in wederzijds vertrouwen, want beide partijen proberen zichzelf te verkopen.

De laatste maanden heb ik redelijk veel van die extreme ontmoetingen gehad. Eigenlijk waren ze allemaal best gemoedelijk. Ik heb ook een aantal vreselijke tests moeten doen: competentie zus, vaardigheden zo. Dat is dus precies hoe het niet moet: heb je het ideale instrument om even lekker de diepte in te gaan (gewoon een gesprek van mens tot mens), gooien ze alles op gestandaardiseerde tests met gestandaardiseerde vragen en gestandaardiseerde uitkomsten. Hoe dan ook: genoeg brakke poelen tot mijn beschikking.

Het extreemst, hoewel ook heel gemoedelijk, was een gesprek waarin na drie kwartier werd gezegd: 'Ik ga nu het boek voor je halen.' Dat verstond in verkeerd, hij zei: 'Ik ga nu Het Boek voor je halen.' De ander die erbij zat legde half knipogend uit: 'Dat betekent dat je door bent naar de volgende ronde.'

Thuis moest ik het boek lezen (Now, discover your strengths), waarin een Amerikaanse managementgoeroe uitlegt dat mensen talenten hebben, vijf zelfs voor iedereen, en dat die talenten gestimuleerd moeten worden. Goh. Er hoorde ook een online test bij, die je talenten voor je zou opsporen. 'Je kan het niet fout doen,' verzekerde mijn potentiële baas me. 'Het gaat om talenten, die zijn altijd goed.' Onzin natuurlijk, want het ging erom of mijn vijf talenten wel zouden passen bij de talenten van de baas. Die van mij bleken toch fout. Ik vond het niet heel erg dat mijn sterke punten niet liggen op het vlak van wannabe Amerikaanse managementgoeroes.

Een andere keer had ik een gesprek bij een uitzendbureau. Wederom een gemoedelijke bedoening. Toen het gesprek afgelopen was, wilde de intercedente me haar kaartje aanbieden. Verkeerd verstaan. Ze zei: 'Mag ik je mijn kaartje laten uitkiezen?' Toch nog extreem. Op haar bureau spreidde ze vier verschillende visitekaartjes uit, in primaire kleuren en met gepaintbrushte afbeeldingen. 'Je kunt het niet fout doen,' zei ze er nog bij, 'kies er maar één uit.' De uitzendtarot wees uit wat zij al dacht: ik was creatief. Of was het nou harmonieus? Een doorzetter? Strategisch, verantwoordelijk, eigenwijs, intelligent, dom, blond?

Mis poes.



Bookmark and Share
Comments

Ik heb eb

plint
Bloed. Prikken. Bloedprikken. Talloze mensen krijgen rillingen bij deze woorden. Ik niet. Ik kijk de andere kant op en onderga de aderlating... tja, gelaten.

In de bloedprikruimte van het ziekenhuis hangen postergedichten. Goed idee: je hebt iets om naar te kijken en concentreert je op het lezen. Voor je het weet zijn de tubes weer gevuld en krijg je een watje om te stelpen. Gelukkig zijn de gedichten op de posters vaak makkelijk, meer versjes dan poëzie, anders is de verpleegster klaar voor je bij de laatste regel bent. Ze worden ook regelmatig vervangen.

Bloedprikken krijgt daarmee iets stemmigs. Dat komt ook door de sfeer in de wachtruimte. Ik bedoel niet de sfeer die iedereen benauwt zodra hij witte jassen ziet en die specifieke ziekenhuisgeur ruikt. Nee, in de wachtruimte voor de bloedpoli (lekker woord) wordt nog ouderwets gewacht.

Vroeger was dat heel normaal, tegenwoordig wachten mensen eigenlijk nooit meer. Ze bellen, mailen, lezen een gratis krant of roken bij de rookpaal (een heel andere actie dan gewoon een peuk opsteken). Allemaal dingen die in het ziekenhuis niet mogen. Toegegeven: de Metro ligt hier ook in de gangen, maar niemand leest hem.

Zo zit je dan heel rustig met tien, vijftien mensen te wachten. Geen mobiel, geen sigaret, geen krant. Sommige mensen maken een praatje. Op mompeltoon. Af en toe klinkt de zoemer en verdwijnt iemand in een bloedprikcabine. Als ze eruit komen hoor je ze zachtjes fluisteren: 'ik heb eb, doet dat zeer? nee zegt de zee, een zee heeft geen zeer.’

(gedicht Frank Eerhart, beeld Milja Praagman)



Bookmark and Share
Comments

Digitaliseren is eindeloos I

bookpedia
Al je digitale foto’s uitzoeken en de mooiste in een album laten afdrukken, de 38 toneelstukken van Shakespeare lezen, de stoel van Gerrit Rietveld nabouwen, je leven grandioos laten mislukken: iedereen bedenkt wel eens zo’n project dat op voorhand al gedoemd is te stranden. Ik ben daar ook heel goed in. Lees verder
Comments

All bad / good things come in three

lekkend_dak
Zo herfstig als ik het de laatste dagen had, krijg je het zelden. Ik waande mij in een roman van Dickens. Of nou ja hoewel, zijn personages voelen zich natuurlijk niet ontheemd in een leven offline. Maar vangen wel druppels uit een lekkend dak op in pannetjes op de vloer, onderwijl slijm uit het diepst van hun holtes gorgelend. Lees verder
Comments

Spin zonder web

Alsof een overijverige rat een kabel heeft doorgeknaagd: van het ene op het andere moment hebben we geen internet meer. Online heet onze provider, moderne ironie van het type hihaho. Zij probeerde ons nog in de categorie storing te stoppen, maar dit is geen storing, dit is een geheel geslaagde verdwijntruc. Lees verder
Comments

Ik ga op vakantie en ik neem mee...

Een vliegticket naar Nice, de sleutel van een huis in de Provence, een medicijntasje mét medicijnpaspoort voor het geval de douane me aanhoudt, een huurauto voor acht personen voorzien van gps (de zogenaamde 'twentyeight', huh? oh, Citroën C8) en Nietzsche.

Wat klopt hier niet? Het feit dat ik dertig ben en geen kinderen heb.

Voeg toe de iPhone en herhaaldelijke oproepen van het schoonthuisfront - de laatste twee overigens niet bijeen, want de iPhone bleek niet te werken in het buitenland. Even maakte ik een stiekem vreugdedansje, want ik was toch wel bang voor alomtegenwoordig internet op vakantie. Jammer dat daarvoor in de plaats herhaaldelijke oproepen naar het T-Mobilethuisfront de Provençaalse ochtenden opluisterden.

Ik heb ooit twee weken niet gedoucht op vakantie - misschien wordt het nu duidelijk dat ik mij soms Gordon voelde. Ik bedoel de Gordon uit het programma waarin hij Nederlanders vergezelt op vakanties waar hij overduidelijk niet thuishoort. Ik wilde me er met een Gordonlach vanaf maken, maar dat joeg Jeroen bijna gillend naar huis.

Bij de afwas met teil en sop probeerde ik erachter te komen wat er aan de hand was. Sinds een half jaar doet de afwasmachine mijn afwas en dat geeft me altijd een ongemakkelijk gevoel. Net als de droger die mijn was droogt. Als de afwas al schoon wordt, krijgt hij ook een buitenwereldlijke glimmering mee en de was wordt wel droog, maar ook een maat kleiner.

Vlak voor de vakantie zag ik de film Into the Wild van Sean Penn, over een jongen (Christopher McCandless) die al zijn spaargeld weggeeft en Alaska in trekt. Hij kayakt het volkomen uitgestorven onbekende tegemoet, da’s toch iets anders dan met z’n allen. Hij doucht nooit en heeft zeker geen gps. Het loopt dan ook niet goed met hem af. Ik geef mijn spaargeld niet weg en hoop niet slecht af te lopen, maar ik miste wel iets van Into the Wild bij mijn Dans la Provence.

Waar gaat dit heen? Ik vroeg het aan de vrouw van de gps en kreeg een onbevredigend antwoord (roew kwaatrewengdeu). Daar zat ik met mijn onscheurbare wegenkaart nog strak in de vouw: geen idee waar we ons bevonden en hoe we daaruit zouden komen. Opeens zag ik dat de buitenwereldlijke glimmering die over al die toeristen in de Provence en de Côte d'Azur ligt, dezelfde is als die de Sun achterlaat op mijn glazen.

Op het strand sloeg ik Nietzsches Oneigentijdse beschouwingen op (de kaft in het zand gedrukt, want niemand hoeft dat te zien). Aha! Er bestaat een woord voor de hang naar samen kayakken, naar afwasmachines en gps-dames: filistercultuur. En een diagnose: 'Wat valt hier nu eigenlijk zo algemeen in de smaak? Vooral een negatieve eigenschap: het ontbreken van alles wat aanstoot zou kunnen geven - aanstotelijk echter is al het waarlijk productieve.'

Dat is waar het aan ontbrak: aanstoot geven (altijd leuk om te vertellen dat je wel eens twee weken niet hebt gedoucht op vakantie) en productief zijn: de afwas doen, de weg uitvogelen, een internetcafé zoeken, de glimmering van je lijf spoelen.

Ik vouwde mijn kaart uit, riep 'tout droit!' en alsnog gingen we een avontuurtje tegemoet. Volgend jaar ga ik op vakantie en neem ik mee: een auto zonder gps, een onscheurbare wegenkaart, afwasmiddel en Nietzsche. Gordon mag gewoon thuis blijven, hij zou Alaska maar koud vinden.



Bookmark and Share
Comments

Love Story op het Boekenfestijn

Al elf jaar ben ik bezoeker van het Boekenfestijn in de Jaarbeurs. Nee, dat is niet waar: tien jaar ben ik bezoeker, want elf jaar geleden werkte ik er. Ik mocht drie dagen lang boeken op lange tafels leggen, in oplopende stapels. Vervolgens mocht ik ze weer recht leggen als iemand ze scheef had achtergelaten. Lees verder
Comments

De iPhone doet kattig

Het gonsde al maanden door ons huis: de iPhone kwam eraan. Eerst was hij (het is een hij) gesignaleerd in Amerika, waar Maxima en Willem-Alexander hem stiekem maar niet ongezien op de kop tikten. Toen arriveerde hij in Europa en op Marktplaats. Ten slotte werd bekend wanneer hij de Nederlandse markt zou gaan veroveren, want dat het een hype was die ging veroveren, stond vast. Vervolgens liep het abonnement van Jeroen bijna af (of dan toch over drie maanden), kwam het schip met geld en op 26 augustus 2008 stond de postbode voor de deur met een pakketje.
Lees verder
Comments

CCTV

In de Groene Amsterdammer staat deze week een interessant hoofdcommentaar, dat natuurlijk over China en de Olympische Spelen gaat. Alles gaat over de Olympische Spelen deze dagen. Maar in dit artikel staat Koen Kleijn op een heel interessante, originele en bovenal intelligente manier stil bij die heikele kwestie: mag je een land steunen dat een zeer slechte reputatie heeft op het gebied van mensenrechten? Lees verder
Comments

Een handdruk, of op?

Een hippe gozer, type Ibizaganger, loopt met hond over straat.
Hij is aan het bellen.

Waar gaat dit gesprek over, als dit het enige is wat je hoort?

'Maar wie gaf het dan? Een imam?'

Lees verder
Comments

'Het plafond doen'

Mijn zus vertelde jaren geleden over vrienden die een huis hadden gekocht en 'het plafond moesten doen'. Ik schrok ervan, want een plafond doen, wie doet dat nou? Alleen het idee al joeg me enorme schrik aan (nu was ik in die tijd toch al iets schrikachtiger dan tegenwoordig). Terwijl ik er in feite helemaal niets mee te maken had. Lees verder
Comments

DE bereibaar

De koffieknoop in Utrecht is waarlijk een knooppunt. Er gebeurt van alles. Links, op de Laan van Nieuw Guinea, liggen enorme rioolbuizen langs de opengebroken straat. Rechts bij de Majellakerk komt een zwevende busbaan die alle Leidsche Rijners van en naar de stad moet leiden. Lees verder
Comments