Gesprek in het rookhok
15/11/09 11:46 Denk aan: Leven

Er ontspon zich een gesprek via het werk aan de universiteit, literatuurwetenschap en filosofie naar geloof. Het ging over het wel of niet bestaan van de ziel en welke substantie zo'n ziel dan zou hebben. Ik geloof wel in een ziel, in de zin van persoonlijkheid, maar dat dat een aangeboren klompje is dat ergens in je binnenste huist wil er bij mij niet in. Het gesprek werd een discussie, de discussie werd verhit. We hadden er lol in dat de andere rokers vreemd opkeken als woorden zich met nadruk losmaakten, woorden als 'ziel' 'reïncarnatie' 'atheïst' en 'dood'.
Want ik geloof nergens in, behalve in de mens, en mijn rookgenoot geloofde in zielsverhuizingen en een leven na de dood. Pertinente onzin natuurlijk, zeker na een biertje of wat. Hij wist het net zo zeker als ik. Hij had mensen verloren in zijn leven en hij wist zeker dat zij niet zelf verloren waren. 'Egoïsme!' riep ik natuurlijk, dat geloof je alleen uit zelfbescherming. Is het bovendien niet een vreselijke gedachte dat je na je dood nog een eeuwigheid moet zweven tussen het hier en daar, dat je zelfs dan geen rust hebt? Was hij het natuurlijk niet mee eens.
Zo ging het door, inmiddels zat ik aan mijn derde sigaret. De jongen dacht erover om filosofie te gaan studeren. Doen! riep ik. Nee, geen psychologie kiezen!
Opeens zei hij - vast niet opeens, maar het kwam als een baksteen uit de rokerige lucht vallen - hij zei: 'Ik ben ook nog maar achttien.' Geen gezichtsuitdrukking verried mijn verbijstering, die niettemin groot was. Hij ging door: 'En ik ben pas twee dagen achttien, eigenlijk ben ik nog zeventien.' Dat was een leugen, want alle minderjarigen krijgen tegenwoordig bij het betreden van Tivoli een rood armbandje, zodat ze geen sterke drank kunnen kopen. Maar toch. Zeventien?
Ik doofde mijn peuk en stamelde iets over vrienden zoeken. Niet alleen had ik drie sigaretten lang met een bijna-minderjarige zitten praten, ik had hem beschuldigd van egoïsme, hem misschien wel van zijn geloof afgeholpen. Aan de andere kant: wie weet ging hij nu filosofie studeren (ik had gedacht dat hij het als tweede studie erbij wilde gaan doen, maar blijkbaar zat ik met een scholier te praten) en werd hij een briljant denker, dankzij mij. Op je achttiende kunnen de gesprekken die je voert in een rookhok levensveranderd zijn, toch?
Hoewel het geen moment bij me op was gekomen dat ik iets met die jongen zou kunnen 'doen' (wat misschien abject genoeg is, want je houdt zo'n jongen natuurlijk af van alle vrouwen die wel te veroveren zijn, alleen voor het eigen plezier dat je in het gesprek met een vreemde legt), ging ik me nu voorstellen wat het zou betekenen als ik daar wél op uit was. In feite was ik een halve pedofiel! Een soort Roman Polanski! En wat moest ik denken van het feit dat een jongen van achttien mij (twee jaar ouder dan negenentwintig) aansprak? Ik weet het nog steeds niet. De enige conclusie is dat ik maar weer een hele tijd niet naar Pop-o-matic moet gaan.
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
- Het fluïdum van de roem Andere gedachten naar aanleiding van dezelfde avond
- Drie dj's, een monster en een dode paus Wat de begrafenis van de paus te maken heeft met dance
- Pavement en/of Beyonce Krakershol gaat met zijn tijd mee, net als ik
- Drie gesprekken Over filosofie en nederigheid
blog comments powered by Disqus