Goed genoeg gemoed

geraamte_huis
Zat ik eergisteren nog existentieel te walgen achter mijn bureau, twee dagen later zijn de klusjes geklaard. Zoals dat wel vaker gaat, is een diep dal nodig om hoge pieken te bereiken (excuus voor deze tegelwijsheid). Vandaag heb ik de subsidieaanvraag mét zelf in elkaar gedraaide begroting en plenning persoonlijk overhandigd op het bureau van het Universiteitsfonds. Toch ruim een dag voor verstrijken van de deadline. Sindsdien loop ik met knikkende knieën rond, dus ik hoop dat ze snel uitsluitsel geven. Als ik mijn retorische, begrotende en plennende krachten goed genoeg heb ingezet, als ik met andere woorden het geld binnensleep, mag ik een groots en meeslepend project gaan leiden. Oioioi.

Goed genoeg: daar komt warempel weer die Malcolm Gladwell om de hoek kijken. Zijn stelling is dat wanneer je een bepaald niveau bereikt, het niveau 'goed genoeg', de verschillen daarboven niet heel veel meer uitmaken. Dan komt het neer op geluk hebben en veel oefenen. Perfectionisme is daarom ook best dom, want er is zo veel dat je niet zelf in de hand hebt en dat bovendien ook niet uitmaakt. Een beetje goed bestaat niet, goed is goed. Net zoals iemand met een IQ van 147 niet genialer is dan iemand met een IQ van 146, laat staan per definitie meer succesvol.

Gisteren zat ik te luisteren naar een lezing waarin nog een ander argument voor de 'goed genoeg'-regel voorbij kwam: alles plannen tot in de puntjes duurt te lang. Tegen de tijd dat je je twintig punten hebt opgeschreven, je vijftigstappenplan op papier staat, is de kans groot dat de situatie alweer 180 graden gedraaid is. Kun je overnieuw beginnen. Een grove planning is daarom goed genoeg. Of: goed genoeg stopt bij een grove opzet. Kijk, van dat soort pragmatisme houd ik.

Met goed gemoed zette ik me dus aan de subsidieaanvraag en zodra ik iets op papier had dat me redelijk genoeg leek, liet ik er twee collega's naar kijken. Correcties doorgevoerd en hoppa: goed genoeg om in te leveren. Of het goed genoeg is om uit te keren blijft natuurlijk afwachten.

Ik besloot door te stomen naar het POP - dat niet acht maanden op de to do lijst stond, zoals ik eerder schreef, maar eigenlijk al sinds januari dit jaar. Elf maanden dus. Paar punten overgenomen uit het functioneringsgesprek, ingekleed met een grove planning (want wie weet hoe het over een maand allemaal eruit ziet) en hoppa: goed genoeg.

Durf ik dit ook aan met het schrijfgebeuren? Goed genoeg klinkt dan opeens wel heel goedkoop. Goed is goed, maar niet geniaal. Toch klonteren er al brokken samen in mijn gedachten, die langzaamaan het geraamte vormen van een huis. Niet van een mens, niet van een verhaal, niet van een zin, van een huis. Gedachtekunst begreep ik; mijn huis is gedachtekunst. Er zit een geraamte in mijn hoofd van een huis, dat me niet existentieel doet walgen, maar wel een huivering langs mijn rug trekt. Huiveren is goed. Goed genoeg om te beginnen? Om de kunst uit de gedachte te trekken?

Ik wacht af of het geraamte blijft staan. De huivering zwelt aan. Of mijn huis een stevige fundering heeft: dat is waar het nu om draait. Het piept en het kraakt.

Bookmark and Share
_________________________________________________________________________________

Gerelateerde artikelen:
blog comments powered by Disqus