Hidde Maas, das duik

paulien_cornelisse
Ik kan niet goed tegen zeurpieten en pietleuten. Mensen die pietleuterig doen over taalkwesties zijn nog erger. Als ze er dan ook nog stukjes over in de krant schrijven, behoren ze tot de ergste categorie. Er zijn echter ook mensen die ontzettend grappige stukjes over pietleuterige taal schrijven. Paulien Cornelisse is er daar een van. Taal is zeg maar echt mijn ding, heet haar verzameling columns. En hoewel ik eerst bang was dat het hier om een boekje uit de allerergste categorie zou gaan (stukjes van zeurpieten die pietleuten over taal en dat ook nog voor de eeuwigheid willen bundelen), ben ik hardop lachend door dit boekje heen geraasd.

Leuk aan het boekje is dat het je ook aan het denken zet over je eigen taalgebruik en welke idiosyncratische neigingen je bij jezelf hoort. Daarom hier een kleine greep uit de taalschat van het Miriams.

Toen ik klein was kon ik met mijn vader altijd zo hard lachen om de simpelste woordverhaspelingen. Klassieker is nog steeds de 'huidfragel'. (Bedenk zelf maar wat dat zijn moet.) Wil je me aan het lachen krijgen? Huidfragel.

Als het warm is, zeg ik niet 'wat is het warm hè' maar waad-n-hidde. En dan denk ik altijd aan Hidde Maas, van wie ik niet meer weet hoe hij eruit ziet.

Jaren geleden werkte ik in een boekwinkel en riep ik naar mijn collega: 'Kopje kofje?' Hij keek me aan alsof ik gek was. Een teken dat ik me er helemaal thuis voelde.

Alle stelletjes hebben koosnaampjes voor elkaar. Alle stelletjes zeggen vast een keer tegen elkaar: 'Schatje patatje.' Bij mij is dit een keer zozeer een eigen leven gaan leiden, dat ik zelfs bij mijn schoonouders werd aangesproken met Patat. Daarna duurde het niet lang meer of we noemden elkaar helemaal niets meer.

Het koosnaampje dat nu opgang doet, verklap ik niet.

Iets waarvan ik denk dat veel mensen het zeggen, maar wat ik toch nooit hoor is 'murkwaardig', met rollende r. Herkent iemand dit?

Mét J-P Balkenende mag ik graag een gesprek concluderen: 'Das duik.'

Taal hield me de laatste dagen ook op andere manieren bezig. Door het nieuwe boek van Tommy Wieringa bijvoorbeeld - Caesarion - dat me laat zien hoe ik zelf niet wil schrijven en me daardoor op een spoor zet naar het formuleren van een eigen stijl. Of doordat ik zomaar een prachtige term cadeau kreeg: semantic fatigue. En een schitterende uitdrukking: Il mange la vie. Maar daar zal ik het een andere keer over moeten hebben.

Bookmark and Share

_________________________________________________________________________________

Gerelateerde artikelen:
blog comments powered by Disqus