Hoe ga je om met Slimey de Naaktslak?

naaktslak
Kamperen is niet altijd leuk. Beschimmelde douches, wc's die te ver weg liggen, regen, beesten. Vooral beesten. De spin die al na een dag huist in de nok van de binnentent, die hoort er een beetje bij. Maar dan heb je nog oorwurmen, muggen en naaktslakken. Honderden naaktslakken.

Die spin was al bij ons ingetrokken, de regen hadden we ook al te pakken en we hadden ons zitten verheugen over het noodweer, dat recht boven ons hing en dat uitspraken ontlokte als 'bij zulke bliksem kan ik wel een boek gaan lezen!' De volgende ochtend werd ik wakker en ritste de tent open om te zien hoe nood het weer inmiddels was. In de voortent begroette mij een naaktslak. Hij was juist bezig vanaf het zeil in de voortent de binnentent te beklimmen. Snel ritste ik de tent weer dicht. Uit mijn ooghoek zag ik nog een naaktslak over de campingstoelen kruipen, over de pomp, het bordje dat er nog stond van het avondeten, eentje op het zakmes, op het keukenkrat, eentje op mijn schoen en een stuk of tien gewoon op het zeil, aan de rand van een plasje.

Huiverend woelde ik diep mijn slaapzak in en draaide me op mijn rug. Daar, in de nok van de tent, zat de spin. Wat was die vlek daarnaast? Een centimeter of vier lang, een centimeter breed, een beetje vlekkerig en nattig, alsof de buitentent een drolletje had achtergelaten op de binnentent. Ik hoefde het me niet af te vragen. Ook zonder diepgaande kennis van de diersoort herken je de onderkant van een naaktslak direct als die tegen het fijn-witte stofje van je tent zit geplakt. Naast mijn hoofd bewoog iets. Nummer drieënvijftig.

Er zat niet veel anders op dan weggaan. Glibberend van lijf en leden stapte ik hinkstapspringend het campingveld op. Het was een festival. Rock Naked. A Camping Flight To Slimy Paradise.

Toen we verbijsterd de spullen inpakten - de regen sloeg neer op onze gebogen ruggen en rillerige schouders - met een haring de ene naaktslak na de ander wegscheppend, begreep ik opeens iets van de verhouding tussen mens en dier. In een hoekje lag een slakje, een jonkie nog, opgekruld te dromen. 'Kijk, hij doet een dutje!' riep ik. Dat is de enig goede manier om deze beesten te benaderen. Je doet alsof je in een kinderboek bent beland.

In kinderboeken kunnen kakkerlakken de liefste huisdieren zijn en gaan spinnen op avontuur. De vlieg heeft een naam, als Zoempie trekt hij de wijde wereld in. Ergens wacht hem de lieftallige Ziza.

Volgens sommige biologen is het een doodzonde om dieren te antropomorfiseren, dat wil zeggen, ze menselijke eigenschappen toe te dichten. Je kunt immers nooit in het dier kijken en zeker weten wat hij voelt of denkt (het idee van denken alleen al!). Eigenlijk is de naamgeving van je huisdier al not done. Ergens ben ik het hier wel mee eens, want het is belangrijk om te beseffen dat een dier onkenbaar is, een totale ander. Aan de andere kant: is de mens niet ook een dier? En is het enige verschil tussen mens en dier dat ertoe doet misschien niet dat de mens die onkenbare, totale ander toch als een gelijke kan benaderen?

We zaten in de auto, alle natte spullen in de kofferbak, ongetwijfeld met een paar slakken die we in de vochtige duisternis van onze buitentent mee zouden nemen op het grootste avontuur uit het leven van een naaktslak. 'Dag slakjes, dag Slimey,' zei ik, al bijna verdrietig. 'Sorry dat we jullie toevluchtsoord zo hapsnap hebben afgebroken. Er komt vast wel een andere burcht om jullie in te verschansen.'

Laat mij lekker een naaktslak antropomorfiseren, dat is toch beter dan alleen maar met een van afschuw vertrokken mond die haring net te ver in het weke lijf te duwen en het ondier meters ver van me af te slingeren. Het dier als mens als dier: dat betekent het beest, hoe weerzinwekkend ook, als mens toe te treden. In al zijn dubbelzinnigheid. Of moet ik zeggen: als kind?

Bookmark and Share
_________________________________________________________________________________

Gerelateerde artikelen:
blog comments powered by Disqus