Impressionistische kritiek

Er is een nieuwe recensiesite in de lucht: de Reactor. Op internet zag ik een interview met een lid van de redactie en een recensent: Patrick Bassant en Johan Sonnenschein. Een leuk interview, vooral omdat ik hen ken van vroeger. Sterker, met Johan Sonnenschein had ik ooit een discussie over proza en poëzie waar ik al eens over schreef: "Uiteindelijk kom je bij de poëzie uit, zei hij, omdat daar de taal het meest op het spel staat. Daar draait het om. Ik moest even nadenken. Uiteindelijk kom ík bij de roman uit, antwoordde ik toen, omdat daar de mens op het spel staat. Dat is waar het voor mij om draait."

De site is een nieuw platform voor langere literatuurkritiek, bedoeld als tegenhanger van alle korte recensies die tegenwoordig overheersen, zowel in de kranten als op het internet. Daar kan ik alleen maar voor zijn; hoe meer aandachtige kritieken hoe beter. Maar uit het interview blijkt dat het niet alleen om lengte gaat - die lengte staat voor een andere aanpak. Johan geeft een interessante analyse van de impasse waarin de huidige literaire kritiek zich bevindt. Hadden de kranten vroeger nog een duidelijk signatuur vanwaaruit niet slechts het nieuws, maar ook de kunstbeoordeling bedreven werd - katholiek, liberaal, links - dat kader is tegenwoordig verdwenen. Op internet al helemaal. Dat zou leiden tot een 'impressionistische' houding, je kunt alleen nog maar uitgaan van of het boek je 'raakt', wat dan weer afhangt van je 'stemming'.

Daar ben ik het toch niet helemaal mee eens. Ik mis nu juist in bijna alle recensies de impressie, een antwoord op de vraag of het boek het vermogen bezit iemand te raken en als het dat doet, waarom dan en waarin, en hoe de lezer daar als een ander mens uitkomt. Al die kritieken die schools vertellen over spanningsopbouw, al dan niet overtuigende personages, een kromme stijl - en dat geplaatst in de biografie van de schrijver en het oeuvre (of in elk geval het voorgaande boek): ik snak vaak naar een persoonlijke leeservaring. Moet ik dit boek lezen? Wat kan het met mij doen? Terug bij de mens / taal tegenstelling, na zoveel jaar. Mooie constatering, vind ik.

Misschien vraag ik te veel van kritiek, verlang ik geen kritiek maar essay. In een essay is het niet verboden om ik te zeggen. Op 8WEEKLY is het woord ik uit den boze. De recensies op 8WEEKLY geven een indruk van een boek, maar zeker niet impressies van leeservaringen. We gaan ook nadrukkelijk voor korte stukken, die een andere functie hebben dan kritiek 'voor de toekomst' (waarmee ik bedoel: voor de toekomstige canon en het letterkundig onderzoek). Ik ben het met de Reactor eens: voor dergelijke kritiek is ruimte nodig. Ruimte om een kader te scheppen voor de rest die volgt. Een impressionistisch kader hoeft echter naar mijn mening niet direct afgeschoten te worden. Dat vrijwel niemand om kan gaan met de vrijheid om ik te gebruiken, zichzelf in de strijd te werpen (want het kan, nee moet pijnlijk zijn, een echte strijd) is geen reden om de kans op een wonderschoon essay geheel te laten lopen.

Ik zou hier nog veel meer over kunnen zeggen, maar houd voorlopig mijn mond. Wie weet wat er nog gaat komen.

Bookmark and Share
_________________________________________________________________________________

Gerelateerde artikelen:

blog comments powered by Disqus