Mijn voorkeur gaat uit naar revolutie

Vrijdag is voor literatuurliefhebbers een leuke dag, want dan komen de belangrijkste boekenbijlages uit: Cicero van de Volkskrant en Boeken van het NRC.

Sinds een paar weken kijk ik met nog meer nieuwsgierigheid dan normaal uit naar de eerstgenoemde. Ik schreef al over de nieuwe rubriek 'Het kwintet', waarin schrijvers vijf boeken noemen. Tot nu toe kwamen P.F. Thomése, Tom Lanoye en L.H. Wiener aan de beurt, deze week is het de beurt aan Frank Westerman (tijd voor vrouw, misschien?).

'Boeken die een revolutie in het hoofd bewerkstelligden': dat criterium vond ik zo raak geformuleerd, dat ik in een revolutionaire uitbarsting zelf een septet samenstelde. Maar helaas, de eindredactie van Cicero verving in de volgende aflevering die revoluties door het stijve, schoolse 'bepalen van een wereldbeeld'. Een week later zakt het nog verder in naar 'vijf boeken van hun voorkeur'.

Zonde. Voorkeuren zijn hoogstpersoonlijk en hebben de omlooptijd van een krantenartikel. Voorkeuren smaken naar verontschuldiging: 'ik geef de voorkeur aan Proust, maar als jij liever Giphart leest...' Revoluties vragen het offer van de massa aan het vooruitstrevende gelijk van de minderheid en scheuren de geschiedenis doormidden. Met andere woorden: slappe hap, dat kwintet.

Interessanter is het om te lezen wat de schrijvers daar zelf van vinden. Allemaal beginnen ze met een inleiding op de betekenis van hun lijstje in het algemeen, voor ze de boeken stuk voor stuk toelichten. Ik heb het vermoeden dat de eindredactie van Cicero de schrijvers het oude criterium van de revolutie heeft opgestuurd met het verzoek om een stukje, later heeft gekozen voor die democratische voorkeur, dat alvast boven het revolutionaire stukje heeft gezet, om ten slotte de lezer in verwarring achter te laten.

'Boeken die je vol weten te raken, kunnen je vleugels geven,' begint Westerman (om dan een vreemde sportmetafoor uit te werken die mijlenver van van mijn leesbeleveing af staat). Boeken die je vol raken verdienen niet je voorkeur, die eisen je toewijding op.

De enige die de voorkeur geeft aan voorkeur, is L.H. Wiener, die zich nogal zuur uitlaat: 'Het beste boek bestaat niet. [...] Op verzoek van de Cicero-redactie beperk ik me vandaag tot de volgende vijf.' Zo'n inleiding heeft terecht de omlooptijd van een krantenartikel. Merkwaardig dat de voorkeuren van een leraar Engels zich niet voorbij een dag uitstrekken. Volgende keer mag je ook mij vragen, Cicero, heb je gelijk een vrouw gehad.

Nee, dan Lanoye (waar ik verder nooit iets mee heb gehad): 'Want juist door dit boek ben je reddeloos veranderd, als lezer, als auteur, als mens, als zoogdier. Om alsnog te delen in zijn glorie staat je maar één ding te doen. Het eindeloos zingen van zijn lof. Daar is niets verkeerds mee. Wie niet kan bewonderen, zal nooit scheppen.' Zo iemand heeft iets doorgemaakt met boeken, zijn ziel is eens doormidden gescheurd en vertoont nog steeds de breuklijnen. (Ik zie hierin een parallel met Nietzsches aanstotelijke dat waarlijk productief is.)

Het kan ook andersom, zo bewijst een groepje schrijvers en kunstenaars in Engeland. Literatuur als genezing, niet zozeer om de breuklijnen te helen, maar om ze te onderzoeken en door onderzoek er de schoonheid van in te zien. Net als bij breuklijnen in het landschap, die we allemaal fervent vanaf het diepste of hoogste punt fotograferen.

In de School of Life (beetje een stomme naam, net als Het Kwintet) leer je met behulp van kunst omgaan met de Grote Vragen van het Dagelijks Leven. De 33-jarige Sophie Howarth zette de 'literaire apotheek' op uit onvrede met de heersende opvatting dat je kunst niet mag lastig vallen met je eigen beslommeringen. Kunst is er niet om jou antwoorden te geven op vragen die je dwars zitten of je te vertellen hoe je moet omgaan met andere mensen (of dieren).

Onzin! Ik ben het volkomen eens met Howarth. Dit is exact de reden waarom ik na Literatuurwetenschap (die geobsedeerd is door de wetenschap en niet door de literatuur) hunkerde naar Ethiek. Als je bij de eerste de vraag stelde waarom mensen überhaupt lezen, moest je een empirisch onderzoek gaan doen, bij de laatste ging je al denkend op zoek naar een zinvol antwoord. Bij deze solliciteer ik naar de functie van oprichter, leider en meesterbrein van de Nederlandse School of Life. De Revolutie noem ik haar.

Het meesterbrein denkt...: mensen komen met hun breuklijnen naar de literaire apotheek, en vertrekken met een volgende revolutie in het hoofd. Zij zullen voor altijd verslingerd zijn aan de pillen die ik ze geef. Dat is niet alleen mooi van de kunst: dat ze nooit ophoudt je te verbijsteren en je wereld op te schudden. Dat is ook een heel goed businessplan.

Met dank aan Wouter voor het artikel over de School of Life.



Bookmark and Share
blog comments powered by Disqus