Praatverbod

Gisteren ging het langverwachte rookverbod in de horeca in. Prima dag om naar een concert te gaan, want waarom niet aan de toekomst ruiken zodra die aanvangt? En vooral als het de Raconteurs zijn die optreden, want als er één band is die je de gedachte aan een sigaret moet kunnen doen vergeten, is het de Raconteurs.

Op weg naar de Melkweg natuurlijk wel twee sigaretten achter elkaar weggepaft. Maar bij het zicht op al die sneue rokende mensen buiten voor de ingang, gooide ik mijn peuk snel weg en besloot onder geen beding die avond daartussen te gaan staan.

En mensen: het werkt.

Toegegeven, ik heb een paar keer zin gehad in een sigaret. Oh nee, denk je dan, laat maar. Achter me stond iemand stiekem te roken. Triest type, denk je dan.

Toegegeven, ik heb een paar keer zweet geroken. Mijn eigen oksels waren extra gedeood, want als de temperatuur tot boven de 25 graden stijgt en je in een uitverkochte zaal naar een rockband gaat kijken die zo goed is dat iedereen met regelmaat met zijn armen omhoog gaat klappen, dan zijn extra maatregelen geoorloofd. Toegegeven, ik rook ook mijn eigen deo.

Maar ook toe te geven: vanochtend kwam er geen Perzisch tapijt van rook uit mijn haar walmen toen ik onder de douche stond. Ik draag dezelfde kleren als gisteren, want ze ruiken alleen maar naar extra deo en zwoele zomeravondlucht. (Dit mag je alsnog een beetje vies vinden.)

Toegegeven, mijn stem is er nog.

Toegegeven, de kater is minder.

Toegegeven, het scheelt in de centen.

Het enige wat aardig zou zijn, is als iedereen zou stoppen met praten over het rookverbod. Een soort praatverbod. Als je zelfs boven de Raconteurs uit wil ouwehoeren over De Sigaret, ga dan buiten bij die trieste types staan. Shove a shaggie in your mouth, denk ik dan.

Bookmark and Share
blog comments powered by Disqus