Snotblogje over tijdverspilling

Ziek zijn is tijdverspilling. Je zit te wachten tot het over gaat en stelt alles uit tot het zover is. Ziek zijn is ook een nederlaag, lichamelijk en geestelijk.

Het blijkt wel dat ik niet zo goed ben in het scheiden van mijn fysieke en psychische welbevinden. Het was ooit veel erger. Liever dan me ziek te melden, ging ik gewoon naar mijn werk in de hoop dat de baas me naar huis zou sturen. Inmiddels weet wel (iets) beter - door schade en schande wijs geworden heet dat. Toch heb ik de afgelopen snipverkouden dagen veel nagedacht waar mijn diepgevoelde afkeer van ziek zijn vandaan komt. Er zijn immers ook mensen die best kunnen genieten van een paar dagen hulpeloos niets doen, zich laten verzorgen en geen verplichtingen voelen.

Een voordeel van ziek zijn is natuurlijk dat je de tijd hebt over dit soort zaken na te denken. Het nadeel is dat ik niet meer objectief kán nadenken, omdat zo'n ondoorzichtig snotsluier alles het aanzien geeft van tijdverspilling en nederlaag. Duidelijk geval van vicieuze cirkel.

Hoe zit het met die tijdverspilling? Als ik ergens een hekel aan heb is het tijdverspilling. Dat klinkt eng, alsof ik een prediker van efficiëntie ben (en hoe vies efficiëntie is werd onlangs nog prachtig gedemonstreerd in de documentaire Dwars over de Groene Amsterdammer). Het gaat niet om efficiëntie, maar om een soort optimistisch tegemoet treden van de tijd. Niet de tijd energie uit jou laten trekken, maar energie uit de tijd halen. Vage shit.

Ik ben in werkelijkheid een luiaard. Een hoofdzonde toch? Het belangrijkste kenmerk van een luiaard is de neiging alles uit te stellen. Iedereen herkent het geval van de stapel oud papier die weggebracht moet worden, je stelt het uit en uit en uit, hij groeit je boven het hoofd. En als je het eenmaal doet, blijk je in een kwartiertje klaar te zijn. De tijd optimistisch tegemoet treden betekent niks uitstellen.

Oud papier is tot daaraan toe. Je leven uitstellen, dat is pas erg. Toch is het van dezelfde orde als het niet wegbrengen van oud papier. 'Dat blogje schrijven, dat komt nog wel.' 'Me inzetten voor de literatuur, daar heb ik nu geen tijd voor.' Wedden van wel? In de tijd dat je denkt, 'dat komt nog wel', had je immers al een zin kunnen schrijven. De oplossing voor beide is heel makkelijk: gewoon doen.

Optimistisch de tijd tegemoet treden is aan te leren. Soms is het nodig om met je neus op de tijd gedrukt te worden. Als iemand doodgaat bijvoorbeeld. Ik ben in werkelijkheid een luiaard, schreef ik, maar eigenlijk wás ik in werkelijkheid een luiaard. Sinds ik zes jaar geleden de dood meemaakte, is mijn perceptie van de tijd totaal veranderd. Niet eens in de zin van clichés als 'je weet niet hoe lang het duurt, haal er alles uit wat erin zit'. Maar in de zin dat je een verhouding moet hebben met de tijd. Dat je de tijd te vriend moet houden. Misschien: dat je de tijd alles moet geven wat erin zit. Vage shit. Blame it on the snotsluier.

Je kunt jezelf dingen aanleren, daar ben ik van overtuigd. (Is dit te algemeen gesteld? Maar als ik zeg, 'ik kan mezelf dingen aanleren' klinkt het zo pedant.) Dit blogje mag als bewijs dienen. Ondanks een snip in de neus toch een stukje getypt - na enig uitstellen, dat geef ik toe. Een lichamelijke en geestelijke overwinning. Ook al is het vage shit.

Bookmark and Share
_________________________________________________________________________________

Gerelateerde artikelen:
blog comments powered by Disqus