Zomergasten: Paul Verhoeven en leren kijken

Omdat ik op Lowlands was, had ik helaas de aflevering van Zomergasten met Paul Verhoeven gemist. Vooral vanwege mijn blogreeks zocht ik op wanneer de herhaling was. Daar ben ik heel blij mee, want ik vond het alsnog een zeer interessante aflevering waar ik echt iets van heb opgestoken. Vooral als het gaat om leren kijken naar beelden. Verhoeven kan als regisseur goed uitleggen waar je op moet letten.

Wat mij vooral is bijgebleven: het belang van beweging en herhaling. Nadat hij had gewezen op de beweging, zag ik in elk fragment een choreografie (zijn woord) van beweging. Alle beelden kwamen tot leven als kunstwerk. De herhaling heeft twee vormen, horizontaal en verticaal (mijn woorden). Horizontaal in het beeld zelf: de rijen soldaten, de rijen balletdansers, de rijen orkestleden, die met hun geometrische vormen doen denken aan een abstract schilderij. En verticaal door de tijd heen, als intertekstuele verwijzingen. Ik vond het leuk dat Verhoeven ook een kijkje in eigen keuken gaf door stukjes uit zijn eigen films te tonen. Daar kunnen niet veel gasten mee wegkomen.

Tel daarbij op dat het format van Zomergasten erop gericht is fragmenten met veel aandacht te bekijken, waar je anders meteen voorbij was gezapt, en dit was een drie uur durende cursus aandachtig kijken met oog op technische details. Dat het niet saai werd, komt door Paul Verhoeven, die vertelde over zijn angsten en nachtmerries. In hem zou het niet opkomen de vraag van Paulien Cornelisse te stellen - waar mensen bang voor waren vóór de tijd van film en tv (hoe langer je erover nadenkt, hoe dommer die opmerking wordt en hoe vervelender het feit dat zij Zomergast mocht zijn).

Vanavond is alweer de laatste aflevering van Zomergasten, dus ik zal niet langer doorgaan op die van vorige week. Vooral omdat ik iets anders heb dat goed aansluit bij Verhoeven: een filmpje naar aanleiding van een Studium Generale-reeks over visuele geletterdheid, vers van de renderingpers. Tien wetenschappers uit tien vakgebieden gaan in op de vraag wat een beeld is, wat er gebeurt bij het zien van een beeld, hoe het beeld in een context staat en of we kunnen leren kijken. De uitgeschreven tekst vind je eronder (klik lees verder).




Geloof je ogen niet

Elke dag worden we overspoeld door beelden: niet alleen van televisie en reclame, maar ook in de krant en op internet. In de wetenschap speelt beeldmateriaal ook een steeds grotere rol. Studium Generale liet acht Utrechtse wetenschappers aan het woord over ‘visuele geletterdheid’. Visuele geletterdheid betekent dat je weet hoe kijken werkt, hoe afbeeldingen te interpreteren en in een context te zetten, maar ook dat je je bewust bent van manipulaties en de hoogst individuele ‘zienswijze’ die we allemaal met ons meedragen. Elke discipline heeft zijn eigen beeldtaal. Wat gebeurt er als je die met elkaar in contact brengt? Kunnen ze van elkaar leren?

De eerste vraag die beantwoord moet worden is: wat is een beeld? Wat betekent het om een beeld waar te nemen? Inherent aan een beeld, zegt kunsthistoricus Jeroen Stumpel, is precies dat we bij het zien van een beeld weten dat het een presentatie is en niet het echte ding. Het onderscheid van beeld en werkelijkheid is cruciaal. Tegelijk moet de voorstelling van het beeld in één oogopslag duidelijk zijn. Een paar streken geven heel het complexe wezen van een paard weer, zonder dat we daarover hoeven na te denken.

Kijken, reageerde fysicus Jan Koenderink, wordt ook bepaald door fysieke eigenschappen. Sommige dingen zien we op een bepaalde manier omdat ons oog daarop is ingesteld – ook al laat het plaatje eigenlijk iets heel anders zien. Bij Escher weet je dat wat je ziet cognitief onmogelijk is, en toch zie je het.

Niet alleen is de mens fysiek ingesteld op bepaalde waarnemingen, ook zijn gedachten zijn al voorgeprogrammeerd. Psycholoog Frans Verstraten en taalkundige Ted Sanders vertellen over het bestaan van bepaalde mindsets, de a voorprogrammeerde manier waarop je hersenen beeld interpreteren. De b verwachting waarmee je naar iets kijkt bepaalt in hoge mate je waarneming. Het ‘lezen’ van beelden is in die zin vergelijkbaar met het lezen van tekst. c Er is dus niet eerst een waarneming en dan een duiding; duiding kleurt al van tevoren de waarneming. Visuele geletterdheid heeft ermee te maken dat je je bewust bent van deze mindsets.

Een ander kenmerk van een beeld is dat het gemaakt is. Kennis van de totstandkoming van beelden is belangrijk voor een goede interpretatie daarvan. Bijvoorbeeld in de medische wetenschap, zo legt Max Viergever uit. Die is sinds de middeleeuwen nogal veranderd. Toen was het opensnijden van mensen de enige manier om een beeld van het inwendige lichaam te krijgen. In veranderde dat radicaal door de uitvinding van de röntgenstraling. De stralen gaan door het lichaam heen en de mate van absorptie wordt afgebeeld. Hoe minder straling er uit het lichaam komt, hoe witter het beeld. Echter: het wit had evengoed zwart kunnen zijn. De kijker denkt misschien dat de röntgenfoto witte botten laat zien, maar dat is niet zo.

We zijn geneigd te denken dat een beeld dat op een directe manier tot stand is gekomen, zoals een röntgenfoto, op een bepaalde manier ‘objectief’ is. Dat is een misvatting, zoals de zogenaamde ‘witheid’ van de botten laat zien. Een objectief beeld bestaat helemaal niet, er zit altijd een maker tussen, aldus filosoof Paul Ziche. Bovendien is, zeker in de medische wetenschap, veel beeldmanipulatie nodig om tot het beste beeld, het meest bruikbare beeld, te komen.

Leren kijken naar beelden is iets wat niet in een geïsoleerde omgeving gebeurt. Visuele geletterdheid staat in een bredere context. Peter Werkhoven maakt onder andere simulaties die kunnen worden ingezet bij het trainen van piloten en militairen. Hij benadrukt dat bij het kijken alle zintuigen en ook emoties in het spel zijn. Wil je een goede simulatie maken, dan moet je al die affecten aanspreken en emotie losmaken.

Ook bestudering van film leert hoe beeld werkt. De vroegste films werden aangeprezen om hun ‘werkelijkheidsillusie’, zo vertelt filmwetenschapper Frank Kessler. De ‘directheid’ van film, doet de toeschouwer geloven dat wat hij ziet ook echt bestaat. Iedereen weet inmiddels dat vervalsing en manipulatie aan de orde van de dag zijn – zeker sinds Photoshop. Maar élk beeld is een uitsnede van de werkelijkheid. Je kunt niet zeggen dat het beeld liegt, objectieve beelden bestaan immers niet, maar het verhaal dat het beeld vertelt kan wel onwaar zijn.

Beelden kunnen de inzet zijn van cultuur en macht: beelden als wereldbeelden. Literatuurwetenschapper Ann Rigney bestudeert de manier waarop bepaalde iconische beelden steeds terugkeren in de collectieve herinnering. Die beelden bepalen hoe de geschiedenis gememoreerd wordt. Beelden schrijven geschiedenis. De kracht van beelden, zegt Rigney, is tweeledig: er is het plaatje, en de context waarin het plaatje staat. Daarom is visuele geletterdheid weinig zinvol als ze niet gepaard gaat met andere vormen van geletterdheid. Dat geldt zeker als beelden de uitdrukking zijn van een ideologie.

Frank van Oort doet onderzoek naar een letterlijke vorm van wereldbeelden: de cartografie. De weergave van de werkelijkheid in kaarten en atlassen heeft op zijn minst de schijn van objectiviteit. Een bekend voorbeeld van een kaart waarvan de zogenaamde objectiviteit is doorgeprikt, is de alternatieve wereldkaart van Unicef. Die laat zien hoe iets wat heel vanzelfsprekend lijkt, cultureel bepaald is. Het wereldbeeld is hier letterlijk gekoppeld aan de ideologische achtergrond.

Ook in deze brede opvatting van beelden en visuele geletterdheid blijft de opmerking uit het begin staan: een beeld moet in één oogopslag herkenbaar zijn. Het beeld moet voor zichzelf spreken, al zijn het duizend woorden. Tegelijk blijft de scheidslijn tussen beeld en werkelijkheid steeds in stand. De definitie van het beeld die Jeroen Stumpel gaf – dat het een representatie is en ook als zodanig herkend wordt – blijft bestaan. Die scheidslijn moet je steeds voor ogen houden: beeld is gemedieerd, door het oog en het brein, door een maker en zijn instrument, door psyche en persoonlijkheid.

In de zoektocht naar visuele geletterdheid spelen een aantal factoren een rol: cognitie, betekenis en het maakproces. Het beeld is door iemand gemaakt en in de wereld geplaatst, het komt bij ons binnen via het oog, wordt verwerkt door de hersenen, krijgt een betekenis in de wereld en begint aan een nooit eindigend gebruik. In onze door de media gedomineerde en met beelden overspoelde maatschappij is iets als visuele geletterdheid bijna onmisbaar. En een eigenschap die steeds opnieuw om aandacht vraagt, omdat de aard en het gebruik van de beelden steeds verandert. Wil je meer weten en alle lezingen in hun geheel terugzien? Kijk dan op www.sg.uu.nl.



Bookmark and Share
_________________________________________________________________________________

Gerelateerde artikelen:
Comments

Zomergasten: Paulien Cornelisse, grappige dieren en Twin Peaks

Ik heb me behoorlijk verveeld bij Zomergasten gisteren. Niet vanwege de fragmenten, die had Paulien Cornelisse goed gekozen. Alleen hadden de fragmenten op zichzelf volstaan, want veel interessante gedachten of ideeën wist ze er naar mijn mening niet aan toe te voegen. Dieren met mensenstemmen zijn grappig. Eens. Maar waarom is dat zo? Waarom lachen we om de gekleide dieren die ouwehoeren over clowns?

Om te beginnen zijn de dieren al grappig om te zien. Ook zonder geluid blijf je kijken. (Hoewel niet iedereen natuurlijk per definitie dieren grappig vindt.) Cornelisse vertelde hoe acteurs de uitdrukkingen van de beesten spelen. De dieren zijn dan ook grappig doordat ze zo menselijk zijn. Daar komen de converserende stemmen bij, die niet ingesproken zijn, maar daadwerkelijke gesprekken die zijn opgenomen. Ook het fragment met de badende makaken fascineert doordat de overeenkomst tussen mens en dier zo duidelijk is. Dat ontroert en maakt je aan het lachen.

De overeenkomst tussen mens en dier kan ook anders uitpakken. Cornelisse had haar Twin Peaks-plakboek meegenomen, een schriftje dat bol stond van de uitgeknipte artikelen en foto's. Om een plakboekje dat je op je vijftiende hebt samengesteld mee te nemen naar de Zomergastenstudio vergt enige moed, gaf Cornelisse toe. Ik kon het wel waarderen. Maar de vraag waarom ze het plakboek had gemaakt en bewaard en meegenomen bleef onbeantwoord. En waarom Twin Peaks?

Het fragment van Bob die Laura Palmer belaagt is bloedstollend. Ik had (weer) kippenvel, niet alleen op mijn onderarmen, maar over mijn hele lichaam. Wat is zo eng aan de typische David Lynch-horror? Dit fragment deed mij sterk denken aan Stanley Kubricks The Shining. Het verstilde beeld van een roze kamer, die gezellig en warm moet zijn. De afwezigheid van geluid. Stilte kan heel beangstigend zijn, omdat wat ze aankondigt vreselijk is, erger dan alles wat geluid kan maken (hoewel Cornelisse volgens Jelle Brandt Corstius vooral bij de aanzwellende muziek opschrok). Dan verschijnt Bob aan de zijkant. 'Dat is heel eng.' Eh, ja. Maar waarom? Omdat zijn verschijnen betekent dat hij al de hele tijd daar is. Wachtend in absolute stilte tot zijn tijd komt. Hij heeft de tijd, neemt de tijd, beweegt heel langzaam. Elegant bijna, sluipend over meubelstukken en de grond als een dier. Tijgerend, brullend en met wilde manen.

Dieren kunnen grappig zijn, zeker als ze menselijke trekken krijgen toebedeeld. Mensen kunnen heel eng zijn, als hun dierlijke kant benadrukt wordt. Laura Palmer is als een mensenpop die het dier komt verscheuren. Misschien is dat ook wel iets om naar te verlangen, stiekem. Cornelisse moet in haar Twin Peaks-obsessie ook het zogenaamde Dagboek van Laura Palmer hebben gelezen. Het onschuldige meisje verlangt naar het beest, dat is daar wel duidelijk. Ze geniet van haar angst, tot ze de controle erover verliest en dat met haar leven moet bekopen.

Als Zomergastengast had ik ook een stukje uit Twin Peaks gekozen, vergelijkbaar met dit fragment. De stilte is nu niet absoluut: een elpee ligt op de platenspeler over te slaan. Brrrr: het is de aankondiging van iets vreselijks. Met de plaat blijft de tijd hangen. In het vacuüm dat ontstaat kan alles gebeuren. Weer tijgert er iemand over de hoogpolige vloerbedekking van het ouderlijk huis. Het is Laura's moeder. Opeens staat er een prachtig paard in de kamer. Dat paard jaagt mij de stuipen op het lijf. Waarom? Waarom is dit dier het engste dat ik kan bedenken? Het is een elegant, edel dier en doet geen kwaad. Maar zijn verschijnen uit het niets doet je beseffen dat hij daar altijd al was, net als Bob. We zagen hem alleen niet. Tussen onze werkelijkheid zit een andere werkelijkheid geweven, zonder beschaving of logica, die het zomaar opeens kan overnemen.

Denk ik. Maar wie ben ik.

Paulien Cornelisse zei tussen neus en lippen door dat al haar angsten van tv en film komen. Waar waren mensen voor die tijd bang voor, vroeg ze. Een merkwaardige vraag, die wel verklaart waarom het commentaar zo saai bleef, bij zulke prachtig gekozen beelden. De afschuwelijkste angsten, zoals die van Laura Palmer, komen gewoon van binnen. Daar heeft Cornelisse blijkbaar geen last van. Lijkt me een heerlijk leven. Maar het is niet zo interessant om naar te luisteren.



Bookmark and Share
_________________________________________________________________________________

Gerelateerde artikelen:
Comments

Pecha kucha: Encyclopedie van de angst



Lees ook de uitgeschreven tekst Angst: een wetenschapsfilosofische encyclopedie

Bookmark and Share
Comments

Angst: een wetenschapsfilosofische encyclopedie

angst_encyclopedie
Als het niet heel cynisch zou klinken, zou je ‘angst’ in deze tijd een modewoord kunnen noemen, of zelfs een hype. Verkiezingen zijn in de greep van angst, het klimaat is een bron van angst, net als terrorisme. Er is angst voor onze gezondheid – terwijl we nooit gezonder zijn geweest; angst voor crisis en werkloosheid – terwijl we nooit welvarender zijn geweest. Onder de titel Encyclopedie van de angst organiseerde ik voor Studium Generale een serie lezingen over angst. Welke rol speelt angst in de wetenschap? Angst kan een drijfveer zijn om kennis op te doen. Maar wetenschap kan ook angst aanjagen. En hoe bestudeer je angst als maatschappelijk fenomeen? Hoe doorbreek je de angsthype om van angst een productieve kracht te maken? Lees verder
Comments

Het onbehaaglijke van Angst

angst
Onlangs kreeg ik een nieuwe pincode. Aha! Kon ik weer eens het synesthesieverhaal checken. Zweefden er kleuren voor mijn ogen bij de cijfertjes? Jazeker. Nu ik dit weet, kan ik mijn pincode zelfs beter onthouden, omdat hij in één kleurenpalet aan mij verschijnt. Dat klinkt misschien nogal gestoord, maar sinds ik de documentaire Angst van Michiel van Erp zag, weet ik dat gek met cijfertjes nog een heel andere dimensie aan kan nemen.

De documentaire was onderdeel van de serie Encyclopedie van de angst, die ik deze maanden presenteer bij Studium Generale. 't Hoogt in Utrecht was de locatie voor drie vertoningen, waarvan ik er eentje bijwoonde. In eerste instantie wilden we (of eigenlijk ik) drie films draaien, waarbij de studenten er één moest kiezen en de organisatie een soort marathon ervan kon maken. Naast de documentaire had ik gekozen voor The Blair Witch Project (angst voelen in de bioscoopzaal) en Das Leben der Anderen (leven in angst). Uiteindelijk bleef alleen Angst over, wat ik jammer vond. Een van de onderdelen van een reeks over angst had toch ook de ervaring van angst moeten zijn. Een soort empirisch experiment tussen alle wetenschappelijk-abstracte lezingen door. En een documentaire, dat is eigenlijk een soort lezing, dacht ik.

Gelukkig had ik het bij het verkeerde eind. Het kijken naar Angst levert ervaring genoeg en voldoende basale reacties om lekker te reflecteren.

Michiel van Erp volgt zes mensen die allemaal een angststoornis hebben: een man is bang om te vallen, een meisje is obsessief met douchen bezig uit angst dat anderen haar vies vinden, een ander heeft slaapangst. Laat ik het ronduit zeggen: ze haalden het bloed onder mijn nagels vandaan. Wat een zielenpietjes. 'Pull yourself together man!' wilde ik roepen tegen de gezichten op het scherm, die jankten, zenuwachtig knipperden of wezenloos voor zich uit staarden. Mijn geduld raakte al na een minuut of vijf op. En toen moest ik nog anderhalf uur.

Maar in dat anderhalve uur sloeg mijn stemming om. Hoe meer je van de hoofdpersonen te weten komt, hoe onbehaaglijker het wordt. Ik had te snel geoordeeld. Deze mensen hadden echt een probleem, dat hen allang boven het hoofd was gegroeid. Hun angst kroop onder mijn huid, kil, naar, eng.

Cijfertjes waren het breekpunt. Ik zie een kleurenwaaier als ik aan mijn pincode denk. Het meisje met een doucheobsessie zag in al haar handelingen cijfers en in alle cijfers een onheilspellende dan wel gelukbrengende symboliek. Vaker het eerste dan het laatste. Van een meisje dat last heeft van onzekerheid en misschien gewoon snakt naar aandacht, veranderde zij binnen één shot in iemand met een serieuze stoornis waar je je als kijker niets bij voor kunt stellen (vanaf 32.33 minuten) Het meisje gaat steeds sneller spreken: 'Ik heb shampoo, dat doe ik in mijn hand. Ik tel de een, ik weet niet waarom en dan knijp ik twee keer, want het is met één hand knijpen, vijf vingers aan één hand is tien en tien is een goed getal en één is niks, terwijl twee bevestigt wat ik doe...'

Volg je het nog? Tegen zo iemand zeg je niet 'Pull yourself together man!'

Met zeer gemengde gevoelens verliet ik de zaal. De documentaire had me met de neus op de feiten gedrukt: ik kan niet tegen zielenpietjes, vertrouw erop dat iedereen zichzelf kan redden, vertrouw erop dat zielenpietjes zich altijd aanstellen. Onaardige tiepje, ik.

Later moest ik terugdenken aan wat Damiaan Denys over de film had gezegd. Deze Vlaamse psychiater uit Amsterdam sprak eerder in de reeks over de allernieuwste behandeltechniek voor zwaar angstige patiënten. Heel dunne elektrodes worden operatief in de hersenen geplaatst en door schokjes te geven, kan de angst letterlijk worden uitgeschakeld. Mocht de batterij van de elektrode op gaan, dan komt binnen een paar seconden de angst weer terug. Denys had de film natuurlijk ook gezien (lang voordat ik hem zelf zou zien). Hij had er zijn bedenkingen bij, vertelde hij. Bedenkingen die voortkwamen uit een onbehaaglijk gevoel. Die mensen spelen allemaal theater. Ze kicken op de camera. Dat kan ook niet anders, waarom zou je als gestoorde in een documentaire willen optreden? Dit zijn mensen die in hun dagelijks leven liefst elke confrontatie uit de weg gaan. Waarom laten ze de camera dan toe in hun intieme leven, hun diepste gedachten en grootste angst? Dat theatrale aspect stoorde hem.

En inderdaad, tijdens het kijken was ook dat een onbehaaglijke onderstroom van de ervaring. Dat komt ook door de raamvertelling die de documentaire omlijst, verteld door Arthur Japin (groots op de affiche) - wiens angstige ervaringen geen geheim zijn. En het verhalende is maar één van de esthetische middelen die Van Erp gebruikt. Nu weet ik heus wel dat elke documentaire, ook die van 1Vandaag of Hart in Actie dit soort middelen gebruikt. Maar in combinatie met de uiterst pijnlijke, rock-bottom angstgevoelens van de hoofdpersoon, zet het poëtische gemijmer van Japin je aan het denken. Wie zijn die mensen? Kijk nog eens naar de poster: dat meisje achter de luxaflex is er het ergst aan toe van allemaal, ze heeft geen leven meer, kan niet slapen, niet alleen zijn, niet voor zichzelf zorgen. Daar staat ze dan op de affiche. Een prachtige, esthetische, nieuwsgierig makende affiche. Bekruipt me toch weer een onbehaaglijk gevoel.



Bookmark and Share
Comments

Cosmic fear

Wie de woorden het eerst liet vallen, weet ik niet meer. Maar opeens zong het rond op de vergadering: cosmic fear. En het klonk als iets wat we al jaren kenden, waar bibliotheken over vol geschreven zijn: cosmic fear, u kent het wel. Ik gokte erop dat het begrip ergens eind achttiende eeuw zou zijn ontstaan, in die verwarrende jaren die tegelijk het eind van de Verlichting en het begin van de Romantiek worden genoemd. De jaren tussen Burkes traktaat over het sublieme (1757) en Goya's ets De slaap van de rede brengt monsters voort (1797). Daar moesten we iets mee doen, ik zag het al voor me: een magere jongeman, gekleed in een katoenen hemdrok die half door zijn knieën gaat, de armen ten hemel richt alsof hij die op zich neer voelt drukken en omhoog probeert te duwen - en dan die hemel: vol melkwegstelsels en nova's en duizenden jaren geleden ontplofte sterren. Lees verder
Comments