Geluk, ambivalentie en tragiek: Martha Nussbaum en levenskunst

levenskunst
Nut en rechtvaardigheid zijn de twee leidende principes van de moderne moraal. Martha Nussbaum, een van de belangrijkste hedendaagse Amerikaanse filosofen, onderzoekt hoe die moraal weer een bredere invulling kan krijgen. Daarvoor grijpt ze terug op de levenskunstfilosofen van de klassieke oudheid, in het bijzonder Aristoteles. De centrale vraag in haar ethiek is dan ook ‘Hoe te leven’? Ethiek, Bildung, maar ook politieke filosofie krijgen allemaal haar aandacht onder de centrale noemer van het ‘goede leven’. Het goede, zo laat Joep Dohmen in zijn lezing over Nussbaum zien, is niet singulier maar meervoudig.

Ethiek
Wat is dan het goede? Dat blijft nogal impliciet. Een belangrijk onderdeel van Nussbaums beschrijving van het goede is dan ook dat het niet singulier of eenduidig is. Voor Plato was het goede weliswaar moeilijk te bereiken, maar in zijn aard wel helder. Nussbaum volgt Aristoteles in zijn kritiek op deze enkelvoudige opvatting van het goede. Zoals de titel van haar boek over dit onderwerp zegt, is zij geïnteresseerd in The Fragility Of Goodness, de broosheid van het goede.

Die broosheid is te beschrijven aan de hand van het tragische. Aristoteles heeft uitgebreid de tragedies bestudeerd en geeft die een plaats in zijn ethiek. Van de tragici leren we dat waardevolle zaken in het leven niet altijd commensurabel zijn. Een beroemd voorbeeld is Antigone. Zij staat voor de beslissing of zij haar overleden broer de laatste eer zal bewijzen, of de koning gehoorzamen die haar dat verboden heeft. Hier bestaat geen juiste keuze, beide opties zijn even ‘waarden-vol’ en door te kiezen voor het ene, moet zij het andere laten. Het is een tragische situatie bij uitstek, waarin de kwetsbaarheid van Antigone wordt getoond, maar ook de kwetsbaarheid van het goede zelf.

Hiermee is nog niet bepaald wat het goede dan precies inhoudt. Bestaat het alleen in ‘vervuilde’ vorm, vermengd met het noodlot en het tragische? Hoe moeten we ons daar dan toe verhouden? Nussbaum legt de nadruk op het individuele, concrete mensenleven, en op vorming die gericht is op zowel het praktisch denkvermogen als de emoties. Via de literatuur en kunst, zoals het verhaal van Antigone, kunnen we meer leren over de vele verschillende verschijningsvormen die het goede kan hebben. Het goede krijgt gestalte in een individueel, uniek leven zoals van Antigone. Bovendien leren we over de worstelingen met het noodlot die ieder mens zal moeten leveren.

Bildung
Ook de filosofie van het onderwijs gaat tegenwoordig hoofdzakelijk uit van ‘nut’ als leidend principe. In haar veelbesproken pamflet Not For Profit (Niet voor de winst), pleit Nussbaum voor een andere vorm van onderwijs, waarin de studenten allereerst een werk- en levenshouding ontwikkelen waarin plaats is voor zelfstandigheid, betrokkenheid en sensibiliteit.

In die vorming komt het pluralisme van ‘het goede’ weer terug. Onderwijs moet uitgaan van het bestaan van verschillende waarden en tradities en zich niet beroepen op ‘heilige boeken’. Dit onderwijs geënt op ‘liberal arts’ is er juist voor iedereen. Daar is wel een kanttekening bij te maken, want de invulling lijkt wat elitair. Niet iedereen heeft het in zich om Sophokles en zijn Antigone te doorgronden.

Politieke filosofie en capabilities
Nussbaum lijkt in haar politieke filosofie wel uit te gaan van mogelijkheden (capabilities) die alle mensen gemeenschappelijk hebben. Niet in gelijke mate, en ook niet terug te brengen tot één goed – want het goede is ook hier meervoudig van aard. Maar wat het precies inhoudt, raakt steeds verder op de achtergrond. In haar politieke denken is de vraag niet meer ‘Wat is een goed leven?’ maar ‘Wat is een slecht leven?’ Met andere woorden, het draait om het definiëren van de minimale voorwaarden voor sociale rechtvaardigheid. Positieve vorming en zelfverwerkelijking raken daarmee enigszins uit zicht. Bovendien, stelt Maarten van Buuren in de discussie na de lezing, is het tragische besef hier ook verdwenen. Er zijn talloze mensen die wel capabilities bezitten, maar die op een of andere manier niet tot ontwikkeling weten te brengen.

De verbinding tussen het vroege werk van Martha Nussbaum, dat meer op de individuele ontwikkeling via literatuur en kunst gericht is – en het latere, politiek-filosofische oeuvre, is daardoor niet makkelijk te expliciteren. Misschien moeten we weer terug naar de duizenden jaren oude tragedies. Treedt bij die Griekse personages immers niet steeds de onontkoombare verknooptheid van het persoonlijke en politieke naar voren?

Het persoonlijke en politieke zullen zeker ook in de volgende lezing voor de serie Levenskunst aan bod komen. Op 7 februari spreekt Maarten van Buuren over Machiavelli. De lezing over Martha Nussbaum is hier terug te zien.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]



Bookmark and Share
Comments

Levenskunst: deugdethiek van Aristoteles verbinden met authenticiteit

levenskunst
De deugdethiek en de levenskunst: twee dominante filosofische stromingen van deze tijd. Beide kwamen op in de laatste decennia van de twintigste eeuw en zijn nu bepalend voor wat je zou kunnen noemen de ‘mainstream’-filosofie. Twee filosofieën met een verschillende oriëntatie. Deugden zijn gericht op karaktervorming, het ontwikkelen van een houding die zich vertaalt in bepaald gedrag. De centrale, achterliggende waarde: geluk, of ‘gelukt zijn’ in overeenstemming met de menselijke natuur. De levenskunst is eerder gericht op het vinden van een persoonlijke ‘zin’ en draait om de centrale waarde van ‘authenticiteit’, in overeenstemming met je individuele zijn. Prof. Joep Dohmen noemt het verbinden van deze twee ethieken hét filosofische probleem van deze tijd. Hoe kunnen deugden geïntegreerd worden in een actuele levenskunst?

Vader van de deugdethiek
De ‘vader van de deugdethiek’, zo mag je Aristoteles wel noemen, en de Ethica Nicomachea is zijn standaardwerk. Daarin definieert hij wat een deugd is, namelijk het juiste midden tussen twee extremen. Hoe dat precies werkt, laat hij zien in zijn beschrijving van allerlei deugden. Het bekendste voorbeeld: dapperheid is het midden tussen lafheid en overmoed. Het midden kun je niet cijfermatig berekenen, maar is afhankelijk van de persoon, de situatie en welke deugd in het spel is.

De deugdenleer is een praktische ethiek die een hoger doel dient. Aristoteles is teleoloog, wat betekent dat alles gericht is op een ultiem doel. En dat is: geluk. Maar wat is geluk? Dat kun je het beste begrijpen in de zin van ‘gelukt zijn’. Je bent gelukt als mens wanneer de menselijke natuur, het potentieel dat in je zit, zoveel mogelijk tot bloei is gekomen. De deugden zijn de manier om dat te bereiken. Dat gaat niet vanzelf, want een deugd vraagt oefening, herhaling en dus tijd, veel tijd. Uiteindelijk moet de deugd als een ingekraste lijn in het karakter zijn, een eigenschap die zo vaak uitgeoefend is dat ze een stabiele, betrouwbare gewoonte is geworden. Een houding.

Een beetje integer
Dit kun je een perfectionistische ethiek noemen, aldus Joep Dohmen, maar dat wil niet zeggen dat de mens die de deugd nog niet volledig onder de knie heeft, in het geheel ‘niet deugt’. De deugdethiek biedt juist een kader voor ontwikkeling. Dohmen haalt Paul van Tongeren aan, de specialist op het gebied van deugdethiek. ‘Je kunt best een beetje integer zijn’, hoe gek dat ook klinkt. De weg naar het beheersen van de deugd integerheid is lang en vraagt om veel ervaring. Maar iemand die zich al jaren bezighoudt met integriteit is uiteraard verder op die weg gevorderd dan een groentje dat net komt kijken – ook al hebben ze beiden de deugd niet tot in perfectie onder de knie.

Integriteit is meteen een goed voorbeeld van een moderne deugd, misschien wel het 21e-eeuwse equivalent van dapperheid. Dat deze tijd veel kan hebben aan een moderne ethiek van deugden is voor Joep Dohmen – na enige aarzeling, zo geeft hij toe – wel duidelijk. Er is nog wel veel denkwerk te verrichten. Aristoteles ging uit van het bestaan van een menselijke natuur die tot bloei moest komen. Kunnen wij nog wel uit de voeten met zo’n teleologische opvatting van mens en natuur? Is het na het postmodernisme nog wel mogelijk om te spreken over centrale waarden? En waar ligt de intrinsieke motivatie om deugden te ontwikkelen? Kort gezegd: ‘waarom zou je?’

Koppeling met levenskunst
In de koppeling met een waardenfilosofie, zoals de levenskunst, kunnen zulke vragen wellicht beantwoord worden. De levenskunst is zoals gezegd gericht op het individualistische begrip authenticiteit – een centrale waarde die open blijft en niet terugvalt op het bestaan van een welbepaalde menselijke natuur die op doelgerichte wijze tot bloei moet komen. Bij het leven van een authentiek leven zijn keuzes allesbepalend. Ook deugden draaien om keuzes; het juiste midden is niet iets wat je aangereikt krijgt, maar iets waarvoor je kiest. Daarnaast stemt de aandacht voor context in zowel de deugdethiek als de levenskunst overeen. Ligt hier het begin van een nieuwe richting in de filosofie? Joep Dohmen ziet genoeg werk klaarliggen. Het zal een lange weg zijn, maar gelukkig weten we nu dat elk stukje dat je aflegt op die weg ook telt; je kunt immers best een beetje wijzer worden.

Kijk de lezing van Joep Dohmen terug: Aristoteles – de deugd ligt in het midden. Bekijk voor meer informatie over deugdethiek ook de lezing van Paul van Tongeren, Klassieke deugden. Of lees Rolmodellen van Thomas More tot 50 Cent.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]



Bookmark and Share
Comments

Peter Singer over speciesisme

speciesisme
Hoe moeten we met dieren omgaan? Kan de ethiek formuleren wat een goede houding tegenover dieren moet inhouden? Filosoof Peter Singer is te gast in Nederland en sprak in Utrecht over 'Ethics and Animals'. Singer is al sinds de jaren zeventig de bekendste voorvechter van dierenrechten gebaseerd op filosofische argumenten, dus het antwoord verbaast niet. Ja, de ethiek kan dat en moet dat. Hoe we nu met dieren tegen dieren aankijken mag iets beter zijn dan vroeger, het lijden dat dieren door de hand van de mens ondergaan is er niet minder op geworden en moet veranderen. Singer sprak niet zozeer over dierenrechten (waar je de laatste tijd ook wel vaak over hoort), maar legde aan de hand van het begrip 'speciesisme' uit waarom dieren een plek verdienen binnen de wet.

Speciesisme is kort gezegd discriminatie op grond van de soort. Zoals racisme een bepaalde groep minderwaardig acht of rechten ontzegt op grond van ras, en seksisme op grond van geslacht, doet speciesisme dat op grond van je soort. Mensen, apen, huiskatten, kippen, vissen et cetera. Meestal is rationaliteit het criterium dat wordt gebruikt om de mens als soort bovenaan de hiërarchie te plaatsen. Singer stelt daar in navolging van Jeremy Bentham het lijden voor in de plaats. 'The question is not Can they reason? nor Can they talk? but Can they suffer?

Bookmark and Share
Lees verder
Comments

Peter Sloterdijk - Filosofische temperamenten

Filosofische temperamenten van Peter Sloterdijk stond op mijn lijstje van boeken waar ik naar uitzag. 'Van Plato tot Foucault' is de ondertitel van het boekje; negentien hoofdstukjes in 175 pagina's, daar houd ik van. Kennismaken met een van de grote nog levende filosofen aan de hand van een beknopt overzicht van dode filosofen, dat leek me wel wat. Van Sloterdijk had ik nog nooit iets gelezen. Natuurlijk verwachtte ik geen schoolse inleiding in de filosofie, dan kies je niet een boek van Sloterdijk. Nee, ik wilde juist ook iets van hem te weten komen.

Het begint veelbelovend. In het 'Woord vooraf' beschrijft hij filosofie 'als denkwijze, en in het verlengde daarvan als levenswijze'. Eens. Sloterdijk presenteert daarom 'een galerij van karakterstudies en intellectuele portretten', met als achterliggende gedachte: 'wat voor filosofie je kiest, hangt af van de vraag wat voor mens je bent.' We hebben dus leven, karakter en mens als de zijden van een driehoek waarlangs het licht van de filosofie breekt. Muziek in mijn oren.

De uitwerking valt echter tegen. Ik zit heus niet te wachten op biografische schetsjes of sappige anekdotes. Ik houd van woorden die ik nog niet ken en daarvan staan er in Filosofische temperamenten genoeg. Maar ik word uit deze teksten niet wijs. In sommige stukken krijg je wel een idee van een 'intellectueel portret', zoals in het eerste stuk over Plato waarin de oervader wordt neergezet als een man van de ‚mensendressuur’, die steeds het verband legt tussen persoonlijke en openbare orde. Het is de opgave van elk mens om zich tot zo'n 'innerlijke vrede' te ontwikkelen, zodat de 'uiterlijke vrede' vanzelf kan volgen.

Of deze, over Aristoteles: 'Toen Aristoteles in zijn Metafysica de zin opschreef dat alle mensen van nature naar kennis streven, veralgemeniseerde hij wat voor hem een permanente persoonlijke ervaring was tot een antropologische stelling.' Dat is klare taal, hier toont Sloterdijk aan wat hij in het voorwoord poneert, dat filosofie een levenswijze is. Met dat soort karakteriseringen in de hand kan de lezer nagaan wat het beste past bij zijn eigen intellectuele portret.

Vanaf Leibniz verloor ik echter mijn concentratie. Ik had het hoofdstukje over Leibniz uit en zag noch een mens voor me, noch een denkwijze. Ook na terugbladeren is me niet duidelijk geworden wat de compositie of kleurstelling van dit portret was. Nog steeds denk ik bij Leibniz alleen aan die vreemde kwibus die deze wereld de best mogelijke van alle werelden vond. Dat wat ik in een ver verleden uit de schoolse inleiding heb opgepikt dus.

De portretten van hoogst interessante figuren als Kierkegaard (mijn afstudeerobject) of Wittgenstein (die nog altijd in mijn kast stof staat te vergaren), lijken op die in slechtbezochte musea: verborgen in de schaduwen van de tijd, bloedeloos en grauw.

Het boek is een verzameling inleidingen bij heruitgaven van de belangrijkste teksten van deze grote filosofen. Wat moeten we daarvan denken? Voor welk publiek is dit bedoeld? Een weinig filosofische vraag misschien, maar een die zich toch sterk opdringt. Een geïnteresseerde leek zal waarschijnlijk niet zo snel het verzameld werk van Fichte of Husserl oppakken. En als hij dat al doet, ben ik bang dat na het lezen van de korte inleiding van Sloterdijk - zelfs al beslaat die in sommige gevallen niet meer dan drie pagina's - de moed om aan het echte werk te beginnen hem in de schoenen is gezonken.

Misschien is de echte vraag wel wat voor 'denkwijze, en in het verlengde daarvan levenswijze' van de schrijver hieruit spreekt. Is het mogelijk een portret van Sloterdijk zelf te schilderen? Ik geef hem het voordeel van de twijfel en maak ervan dat hij een filosoof is die niet over andere filosofen moet schrijven, maar die je uit eerste hand moet leren kennen.



Bookmark and Share
Comments

Rolmodellen van Thomas More tot 50 Cent


'A man for all seasons' werd Thomas More door zijn vrienden genoemd. En die vrienden waren zelf al niet de minste: Erasmus was More's beste vriend. In een brief schreef More aan hem 'my darling', en Erasmus hield het bij mellitissime Thoma ('zoetste Thomas'). 'A man for all seasons' klinkt in hedendaagse oren misschien niet direct als een aanbeveling. Het riekt naar draaikonterij en opportunisme of naar de manier waarop verschillende mensen en partijen voorgangers claimen. Nietzsche is in die zin ook een man voor alle seizoenen (van de massaliteit van de nazi's tot de artistieke Einzelgänger), net als alle filosofen van de Verlichting. Lees verder
Comments

Houellebecq: Mogelijkheid van een eiland. Gelukkig miserabel

Mogelijkheid van een eiland van Michel Houellebecq is een fenomenaal boek. Hij en ik hadden een valse start - het eerste wat ik van hem las was Lanzarote, en ik vond het toen, rond 2002, totale onzin. Sinds ik (in 2004) De wereld van markt en strijd las, ben ik fan. Bij Mogelijkheid van een eiland had ik mijn twijfels, omdat het wordt gepresenteerd als een toekomstroman over klonen (boring). Slechte marketing, want natuurlijk is dit in de eerste plaats een hedendaagse roman over mensen, over het wezen van de mens, zoals altijd bij Houellebecq. Het gruwelijke wezen van de mens die tot zijn ongeluk een sociaal wezen is. Dat sociale moet wel ironie van de evolutie zijn, zo maakt hij steeds weer fenomenaal duidelijk. Maar hoe kan ik daar een liefhebber van zijn? Steeds als ik hem lees, voel ik me miserabel. De wereld die hij beschrijft is niet een wereld waarin je wilt leven. Lees verder
Comments

Sensatie van tijdloosheid

dionysos_masker
Het is waar dat vooral de handen en voeten van de drie Dodos mij tijdens het concert in beslag namen, zoals ik schreef. Je zou er gedachtekunst door gaan bedrijven. Dat neemt niet weg dat mijn aandacht zich soms verruimde tot aan de band als een driekoppig wezen, het podium en de zaal, de lichten en gordijnen die podium en zaal van elkaar scheiden en tegelijk verbinden. In de gedachtefilm zoomde ik uit en prompt overviel me een sensatie die je eigenlijk net zo goed gedachtekunst kan noemen - of gedachtecatharsis.

Wat voor sensatie dan? De sensatie dat je ergens anders bent: een andere plaats, een andere zaal in een ander land. Meestal voelt het als Amerika - misschien omdat de bands daar dan vandaan komen. Of omdat het ook iets te maken heeft met film, alsof je in een film bent beland waarin een concertscène zit. Je bent niet de hoofdrolspeler, maar een figurant. Nee, dat klopt niet, want de sensatie is echt en niet die van een acteur. Eerder houdt de sensatie verband met het theater: je ziet de band op het podium alsof je in het theater zit. Daarom is ook dat uitzoomen belangrijk; het gaat juist ook om de podiumrand, de zwarte velours gordijnen, de lampen aan het plafond. Je bent zozeer toeschouwer dat je bijna het gevoel krijgt dat je er zelf niet meer bent.

Alleen heel goede muzikanten kunnen dit bereiken, kunnen hun publiek zichzelf laten vergeten. Nou vooruit, laat ik maar toegeven dat drank er misschien ook iets mee te maken heeft. Helemaal nuchter is de sensatie van elders-zijn gecombineerd met zelfvergetelheid me nog nooit ten deel gevallen. Zou drank zelfs belangrijker zijn dan de muziek? Het overkomt me namelijk ook wel eens gewoon op straat, zonder muziek, zonder aanleiding zelfs. Ik zit op de fiets naar huis, na een leuke avond met biertjes en vrienden, en als ik een hoek om zweef of even mijn hoofd in de nek leg, kan daar ook opeens die sensatie opkomen, als een mist die van het ene moment op het andere in de lucht hangt. De huizen zien er anders uit, alsof je ze herkent met een ander geheugen - anders kan ik het niet beschrijven. Ze zijn losgezongen van je eigen leven en je eigen herinneringen en onderdeel geworden van een andere wereld. De echte wereld misschien wel, de echte wereld zoals je hem in de film ziet.

Zelfs binnen gebeurt het. Ik zat een keer in een lage stoel in de kamer van een huisgenoot en ook daar trok de mist naar binnen. Inmiddels heb ik er zo vaak en goed op gelet hoe de sensatie voelt, wanneer hij komt en ook weer verdwijnt, dat ik hem zelfs kan oproepen. Mits de omstandigheden juist zijn natuurlijk. Eigenlijk kan ik maar één ding met zekerheid zeggen: kunstlicht is essentieel voor de sensatie. Maar kunstlicht, wat kun je daar nou verder over zeggen, wat heeft dat te betekenen? Dat het theater met zijn spotlights en zwarte velours gordijnen nog geen gekke vergelijking is. All the world's a stage, nietwaar.

Als het me lukt om de sensatie op te roepen probeer ik hem ze hard mogelijk vast te houden, zo lang mogelijk te prolongeren. Het is namelijk een verrukkelijke sensatie. Verrukkelijk, zoet en melancholisch tegelijk. Terugdenkend aan het theater: het is een soort catharsis. Aristoteles omschreef catharsis als het doel van de tragedie: het purgeren van je emoties bij het zien van een aangrijpend toneelstuk (aangrijpend is dan nog een understatement als je denkt aan de vader- en moedermoordenaars, incestueuze broers en zussen, krankzinnige goden en pesterige demonen die de tragedies bevolken). Je moet dat allemaal niet nadoen, maar doormaken en er vervolgens gezuiverd weer uitkomen.

Zonder zelfvergetelheid geen catharsis, pas als je na afloop weer terug op aarde komt - die wereld van je eigen geheugen en je eigen zelf, niet de echte wereld zogezegd - is de catharsis voltooid, maar daarvóór moet je eerst jezelf vergeten zijn. Bij kunstlicht.

Ik schrijf er nu al een paar alinea's omheen: de tijd. De tijd is allesbepalend. Niet dat je opeens in het oude Griekenland zit, maar wel dat de tijd wegebt, uit de scène vervloeit. Toen ik bij de huisgenoot op bezoek was dacht ik alleen maar: 'De jaren tachtig, ik ben in de jaren tachtig beland.' Sindsdien weet ik dat het niet de jaren tachtig waren, maar een tijdloosheid die de dingen het aanschijn van een theater geeft. Dat is wat de zelfvergetelheid vooral betekent: je eigen tijd loslaten - want zijn geheugen en herinneringen eigenlijk ook geen tijd, zij het gestolde tijd?

Deze week weet ik weer een beetje beter hoe ik de sensatie moet begrijpen. Henk Barendregt - hoogleraar Grondslagen van de wiskunde en Informatica én beëdigd leraar vipassana meditatie - gaf een lezing over meditatie als manier om met de chaos van de existentiële leegte om te gaan. Klinkt zweverig en dat was het ook wel een beetje, maar tegelijk wist hij enkele inzichten zeer helder over te brengen en bovendien te inspireren tot een bewuster leven, dus een beetje zweef is dan niet erg.

Die leegte waar Barendregt het over had en die de mens zeer grote angsten inboezemt, uit zich in dissociatie. Dat heeft twee kanten: dissociatie kan je overvallen waardoor je als in een psychose opeens de leegte ingetrokken wordt: het zwarte niets, van alle betekenis ontdaan, waar alles schokkerig en koud is. Maar je kunt de dissociatie ook inzetten om de leegte te leren accepteren. Dat doe je door alle indrukken en gevoelens die je hebt te 'ontvlechten'. Als je bijvoorbeeld pijn hebt, kan die nog het meest als last ervaren worden omdat je boos bent dat je pijn hebt. Na het ontvlechten van pijn en woede, zal de pijn onder controle komen. Uiteindelijk is verrukking je deel.

Wat heeft dit alles te maken met de 'all the world's a stage'-sensatie? Het zit 'm in de dissociatie. Tijdens zo'n sensatie wordt de situatie losgevlochten van de tijd en misschien ook van de plaats. Of de plaats - de straat waarop ik fiets, de kamer waarin ik zit - zingt zich los van de tijd. Het resultaat is inderdaad een soort verrukking. Jammer genoeg vertelde Barendregt dat je als je écht verder wilt komen, ook de verrukking moet ontvlechten en naast je neerleggen.

Na de lezing bedacht ik me dat ik nog veel te leren heb, zoals ik mijn inleidinkje en aankondiging bijna buiten adem had gegeven, en bij het rondlopen met de microfoon voor de discussie steeds rusteloos van de ene voet op de andere wiebelde. Nu denk ik: misschien heb ik een begin te pakken met mijn sensatie, mijn zelfvergetelheid en tijdloosheid. Door de tijd te ontvlechten ben ik misschien wel heel af en toe voor even onsterfelijk. Zoals Dionyssos, dan wel, want de drank moet blijven vloeien.



Bookmark and Share
Comments