Arnon Grunberg
Gedachtekunst: Hoe mijn hoofd er van binnen uitziet
01/11/11 18:32 Denk aan: Leven
People understand me so little that they do not even understand when I complain of being misunderstood.
—Søren Kierkegaard, Dagboek, februari 1836
________________________________________________________________________________
Mijn eigen post-it war:

Met dank aan de Denkwijzer. Wie is jouw filosofische soulmate? De mijne is duidelijk: Sartre.
________________________________________________________________________________
Het tussentijdse rapport over de fraude van Diederik Stapel met wetenschappelijke onderzoeksdata leest als een thriller. Of als een nieuwe vorm van poëzie.
(zogenaamd)
Tot zover was alles in orde. Maar dan volgde er een volstrekt fictieve fase. De experimenten werden (zogenaamd) uitgevoerd onder de volledige supervisie van de heer Stapel alleen. De heer Stapel had, naar eigen zeggen, uitstekende contacten met een groot aantal onderwijsinstellingen in het land. Die waren steeds weer bereid om in goed overleg met hem persoonlijk zulke onderzoeken uit te voeren, soms geholpen door (zogenaamd) betaalde research assistenten. Ter compensatie voor de inspanningen van de scholen gaf de heer Stapel er (zogenaamd) voordrachten en schonk hij (zogenaamd) de betreffende scholen van tijd tot tijd computers en beamers. De op die scholen verzamelde data werden vervolgens (zogenaamd) op die scholen zelf, veelal door (onbekende) assistenten, verwerkt en gecodeerd. De aldus ‘verkregen’ gegevens werden dan rechtstreeks aan de heer Stapel gegeven, nooit aan de partners.
Lees het hele rapport via Wetenschap24: Met een kofferbak snoep naar een fictieve school
________________________________________________________________________________
Steve’s final words were:
OH WOW. OH WOW. OH WOW.
A Sister’s Eulogy for Steve Jobs
________________________________________________________________________________
'Je komt aan het einde van het leven - nee, niet van het leven zelf, maar van iets anders: het einde van elke waarschijnlijkheid van verandering in dat leven. Er wordt je een lang rustmoment gegund, tijd genoeg voor het stellen van de vraag: wat heb ik nog meer fout gedaan?'
'Er is accumulatie. Er is verantwoordelijkheid. En daarenboven is er onrust. Is er grote onrust.'
Julian Barnes, Alsof het voorbij is
________________________________________________________________________________
Telefoonseks
Al een jaar of vier had ik geen telefoonseks gehad. Het moest er maar weer eens van komen. Ik sms’te mijn vriendin: ‘Zullen we telefoonseks hebben? Morgen of vanavond?’
Het antwoord kwam snel: ‘Vanavond is beter, morgenavond heb ik een feest.’
In New York was het warm. Ik installeerde mij op mijn bed. We praatten, in het begin wat onwennig, en na 25 minuten zei ik: ‘Zullen we dan maar beginnen?’
Het erotische gesprek verliep moeizaam.
Na een tijdje zei ze: ‘Wacht, ik pak even een banaan.’
Ik hoorde haar de trap aflopen, keukenkastjes werden geopend en weer gesloten. ‘Wat voor banaan is het?’ vroeg ik.
‘Een kleine, biologische banaan.’
Er is een beroemd boek van Oliver Sacks getiteld De man die zijn vrouw voor een hoed hield.
Ik vrees dat als ik in de supermarkt op kleine biologische bananen stuit, ik het woord tot ze zal richten.
Arnon Grunberg
Voetnoot, 3 juli 2010
________________________________________________________________________________
Gelukkig hebben we de kater nog:

Gerard Reve, uit Nader tot U
________________________________________________________________________________
I'm standing in a field
A field of questions
As far as the eye can see
Is this what it means
To be free
Or is this what it means
To be belong to the free
________________________________________________________________________________
Meer gedachtekunst
________________________________________________________________________________

—Søren Kierkegaard, Dagboek, februari 1836
________________________________________________________________________________
Mijn eigen post-it war:

Met dank aan de Denkwijzer. Wie is jouw filosofische soulmate? De mijne is duidelijk: Sartre.
________________________________________________________________________________
Het tussentijdse rapport over de fraude van Diederik Stapel met wetenschappelijke onderzoeksdata leest als een thriller. Of als een nieuwe vorm van poëzie.
(zogenaamd)
Tot zover was alles in orde. Maar dan volgde er een volstrekt fictieve fase. De experimenten werden (zogenaamd) uitgevoerd onder de volledige supervisie van de heer Stapel alleen. De heer Stapel had, naar eigen zeggen, uitstekende contacten met een groot aantal onderwijsinstellingen in het land. Die waren steeds weer bereid om in goed overleg met hem persoonlijk zulke onderzoeken uit te voeren, soms geholpen door (zogenaamd) betaalde research assistenten. Ter compensatie voor de inspanningen van de scholen gaf de heer Stapel er (zogenaamd) voordrachten en schonk hij (zogenaamd) de betreffende scholen van tijd tot tijd computers en beamers. De op die scholen verzamelde data werden vervolgens (zogenaamd) op die scholen zelf, veelal door (onbekende) assistenten, verwerkt en gecodeerd. De aldus ‘verkregen’ gegevens werden dan rechtstreeks aan de heer Stapel gegeven, nooit aan de partners.
Lees het hele rapport via Wetenschap24: Met een kofferbak snoep naar een fictieve school
________________________________________________________________________________
Steve’s final words were:
OH WOW. OH WOW. OH WOW.
A Sister’s Eulogy for Steve Jobs
________________________________________________________________________________
'Je komt aan het einde van het leven - nee, niet van het leven zelf, maar van iets anders: het einde van elke waarschijnlijkheid van verandering in dat leven. Er wordt je een lang rustmoment gegund, tijd genoeg voor het stellen van de vraag: wat heb ik nog meer fout gedaan?'
'Er is accumulatie. Er is verantwoordelijkheid. En daarenboven is er onrust. Is er grote onrust.'
Julian Barnes, Alsof het voorbij is
________________________________________________________________________________
Telefoonseks
Al een jaar of vier had ik geen telefoonseks gehad. Het moest er maar weer eens van komen. Ik sms’te mijn vriendin: ‘Zullen we telefoonseks hebben? Morgen of vanavond?’
Het antwoord kwam snel: ‘Vanavond is beter, morgenavond heb ik een feest.’
In New York was het warm. Ik installeerde mij op mijn bed. We praatten, in het begin wat onwennig, en na 25 minuten zei ik: ‘Zullen we dan maar beginnen?’
Het erotische gesprek verliep moeizaam.
Na een tijdje zei ze: ‘Wacht, ik pak even een banaan.’
Ik hoorde haar de trap aflopen, keukenkastjes werden geopend en weer gesloten. ‘Wat voor banaan is het?’ vroeg ik.
‘Een kleine, biologische banaan.’
Er is een beroemd boek van Oliver Sacks getiteld De man die zijn vrouw voor een hoed hield.
Ik vrees dat als ik in de supermarkt op kleine biologische bananen stuit, ik het woord tot ze zal richten.
Arnon Grunberg
Voetnoot, 3 juli 2010
________________________________________________________________________________
Gelukkig hebben we de kater nog:

Gerard Reve, uit Nader tot U
________________________________________________________________________________
I'm standing in a field
A field of questions
As far as the eye can see
Is this what it means
To be free
Or is this what it means
To be belong to the free
________________________________________________________________________________
Meer gedachtekunst
________________________________________________________________________________
Comments
Het echte leven? Een (irrationeel) spelletje
22/06/11 15:29 Denk aan: Leven

Begin dit jaar, na de kerstvakantie, schreef ik over die rare paradox dat je terug op je werk verzucht 'het echte leven is weer begonnen', terwijl je aan het begin van de vakantie ook uitriep: 'dit is het echte leven hoor!' Misschien bestaat er niet zoiets als het echte leven, of misschien zijn beide levens even echt of onecht. Als je het leven beschouwt als een spel doet dat stomme onderscheid van echt en onecht er niet meer toe, want hoewel je weet dat een spelletje fictie is (wie heeft ooit serieus de wereld veroverd met Risk of miljoenen verworven met Monopoly), speel je het met doelgerichte ernst en met inachtneming van semi-willekeurige regeltjes.
Als je hebt gekookt en je gaat opscheppen, wie geef je dan het mooiste stuk vlees? Jezelf? Sommige mensen, moeders vooral, geven zichzelf standaard het minst volle bord, met de aangebrande stukjes. 'Wil je niet mijn stuk?' vraagt de ander misschien wel. 'Welnee, dit is goed genoeg voor mij.' Om dan op het sterfbed te verzuchten dat ze hun hele leven benadeeld zijn.
Op aanraden van mijn moeder (een groot eter) kocht ik Games People Play van Eric Berne, de jaren zestig-bestseller over het leven als een opeenstapeling van spelsituaties. Berne was psycholoog en schrijft dus geen filosofische verhandeling, maar geeft een systematiek van menselijk gedrag. Het grootste gedeelte van het boekje beslaat droge beschrijvingen van allerlei relaties en situaties, waarin mensen als pionnen bepaalde (onbewuste) spelregels volgen. De titels zijn het leukst, van 'See what you made me do' en 'Now I've got you, you son of a bitch' tot de 'Frigid woman'. Die titels vertellen eigenlijk al genoeg.
Mijn zus en ik hebben vaak, heel vaak, samen meegezongen met de radio of tv. Ik probeerde zo mooi mogelijk te zingen; zij zo lelijk mogelijk. 'Waarom zing je zo lelijk?' vroeg ik een keer. 'Omdat ik niet kan zingen, en als ik overdreven vals doe, dan denkt iedereen dat het expres is. Dan is het grappig.' Wat het dan ook was. Was haar verdraaide, valse stem beter dan mijn jammerlijk mislukte poging mooi te zingen?
Het leven als een spel, dat klinkt vrolijk, maar je hoort al dat dat tegenvalt. In Bernes analyse zijn dit soort situaties terug te brengen tot een paar rollen die je kunt spelen. Het kind, de ouder en de neutrale volwassene. Het kind vertoont irrationeel gedrag, de ouder paternaliseert en daartussen zit ergens de persoon die je bent, die handelt en praat. Dit soort systemen irriteert me altijd een beetje, omdat het zo simplistisch is (dat druist in tegen mijn hart voor literatuur). Niettemin moet ook ik toegeven dat veel van die spelletjes erg herkenbaar zijn, zoals clichés ook altijd gewoon waar zijn.
Ik kan slecht tegen onnauwkeurig taalgebruik. Niet alleen op papier, maar ook in gesprekken. En dan gaat het niet alleen om woordgebruik, maar ook om wat er gezegd wordt. Mensen die een verhaal opdissen dat ik al ken en dat dan verkeerd vertellen. Die een vraag stellen vanuit een soort stream of consciousness, incoherent en ook nog met verkeerde verwijswoorden. Dan doe ik alsof ik ze niet begrijp en dwing ik ze om duidelijker te zijn, zich te herhalen, net zolang tot de vraag correct is. Terwijl ik al lang het antwoord weet en dat ook meteen had kunnen geven. Dit is waarlijk een van mijn slechtste eigenschappen.
Interessant bij Berne is dat irrationeel gedrag zo'n groot deel van de systematiek uitmaakt. Met andere woorden, irrationaliteit krijgt haar rechtmatige plaats en wordt zelfs voorspelbaar. Is dat niet ook wat literatuur laat zien? In elk geval de literatuur waar ik van houd; verhalen over mensen die welbewust tegen zichzelf kiezen, hun eigen ondergang bewerkstelligen en worstelen met hun rationele dubbelganger. Zie bijvoorbeeld Huid en haar van Arnon Grunberg; een roman die ook nog eens handelt over economie - zogenaamd de meest rationele wetenschap, die juist tot in alle poriën doordrongen is van irrationele keuzes.
Iedereen die rookt, eet of drinkt om zichzelf te troosten, winkelt zonder geld op de bank, valt op foute mannen dan wel vrouwen, begrijpt dat. Zij die het niet begrijpen, liegen.
Veel van Bernes spelletjes zijn self-fulfilling prophecies. 'See what you made me do': jij wilde dat ik mee ging naar dat feest op jouw werk, nu heb ik je baas beledigd. 'Now I've got you, you son of a bitch': jij bent zo'n eikel, denk maar niet dat ik vriendelijk tegen je ga doen, zie je nou wel hoe je reageert, onbeleefde klootzak die je er bent.
Ten slotte een positief spelletje, de antithese van de son of a bitch. Als een eikel reageert als een onbeleefde klootzak moet je simpelweg zo vriendelijk en beleefd mogelijk doen. Ook al word je beledigd tot op het bot, simpelweg zo vriendelijk en beleefd mogelijk doen. Dan win je de wereld en miljoenen, gegarandeerd.
Lees ook: Het echte leven? Een spelletje
Grensssituaties
13/02/11 12:48 Denk aan: Literatuur

Het begrip is een uitvinding van de existentialistische filosoof Karl Jaspers. Het duidt op situaties die 'tot op de bodem raken', waardoor je 'uit de baan van de gewone gang' wordt geslingerd en waarin je 'radicaal op jezelf teruggeworpen' bent. De oorlog is een archetypische grenssituatie, net als de dood. Ook de wat lichtere versie kun je je makkelijk voorstellen: het einde van een relatie, ontslag en werkloosheid. Je zit in een grenssituatie tussen twee werelden in, het vóór en het ná, een breuk die uiteindelijk je leven zal structureren (vóór en ná Pietje). De grenssituatie kun je je ook ruimtelijk voorstellen, niet alleen als een individuele overgang in het leven, maar ook als tussenwereld. Daar waar de doden wonen, de frontlinies van een oorlog, of zoals in De pest van Camus, waar de pestepidemie op zichzelf een grenssituatie is, maar de stad in quarantaine ook.
De grenssituatie is zo populair onder existentialistische schrijvers en filosofen omdat je daarin de heilige drie-eenheid van de existentialisten aan het werk ziet: vrijheid, verantwoordelijkheid en keuzes. Uit de grenssituatie kun je alleen ontsnappen door een keuze te maken in vrijheid, zonder je te iets aan te trekken van conventies. De grenssituatie werpt je helemaal terug op jezelf en niemand kan er iets aan doen, behalve jezelf.
Daarom is de grenssituatie natuurlijk ook zo populair in de literatuur, of in elk geval in een vertakking ervan. Als ik kijk naar de geschiedenis van mijn persoonlijke favorieten exploreren ze allemaal het grensgebied:
- van de monsters van Stephen King (een monster is een wezen dat onbegrensd is, het overtreedt gangbare categorieën zoals levend/dood of mens/dier),
- via de fantastische wereld van Edgar Allan Poe (het fantastische is dat waarvan je niet met zekerheid kunt zeggen of het echt gebeurt of niet, voor geen van beide is bewijs te leveren),
- naar de koortswanen van Dostojevski (wat speelt zich af in het hoofd en wat in de buitenwereld - dat is totaal onduidelijk),
- en zelfs mijn allervroegste favoriet: De dolle tweeling-reeks, die zich afspeelt in de wereld van de kostschool, een grensgebied bij uitstek, want het is tegelijk thuis en niet-thuis, school en niet-school, de kinderen zijn vrij van hun ouders maar horig aan de juffen en matrones.
Misschien ben ik nu de literatuur naar het model toe aan het interpreteren. Alles wat krom is valt recht te praten. Want hoe zit het dan met Proust? Ja, die is voortdurend ziek, wat een grenssituatie op zichzelf is. Hij neemt deel aan het leven en toch niet. Vriendin Albertine wordt aan het lijntje gehouden, het is aan en toch uit - de grenssituatie die we allemaal misschien wel het beste kennen (dat, en de dood). En Grunberg, en Houellebecq? Wat is hun grenssituatie dan?
Een andere manier om literatuur te schematiseren (wat altijd verhelderend werkt tot een bepaald punt waarop het belachelijk wordt, zoals hierboven) is het conflict. Er is een hoofdpersoon, die een doel wil bereiken. Er is een ander personage dat dat verhindert: de tegenstrever. Ik vind dit persoonlijk een oersaai schema. Interessant wordt het als je het combineert met de grenssituatie. In plaats van een duidelijke protagonist en antagonist, zoals dat dan heet, zijn beiden verenigd in één en hetzelfde personage. Dáár begint de Echte Literatuur, waar iemand zowel streeft naar een doel als zichzelf van dat doel afhoudt. Zonder precies te weten waarom. Het tragische geïnternaliseerd. Zie Grunberg en Houellebecq.
De weg uit een grenssituatie is de keuze. Net als bij het intern-tragische. Door te kiezen stel je grenzen vast, definieer je categorieën, maak je een eind aan de twijfel. Dat helpt natuurlijk niet als je vecht tegen monsters als Dracula of geesten uit de schemerwereld. Dan moet je handelen. Misschien is kiezen wel hetzelfde als handelen. De keuze als een daad. Niet per se een vrije daad, niet per se een goede of een rationele daad, en misschien wel een tragische daad. Dat laat de literatuur wel zien. The instant of decision is madness, wist Kierkegaard al.
(de afbeelding is het schilderij 'In limbo’ van Odd Nerdrum)
Boeken 2010: tips en een tegenvaller
21/12/10 10:39 Denk aan: Literatuur

Vandaar een andere aanpak. Eerst kijk ik terug op de Nieuwe boeken in het najaar, die ik afgelopen zomer signaleerde. Maakten ze hun belofte waar? Deel twee (morgen): nieuwe boeken in het voorjaar. Waar kijk ik het meest naar uit? Deel drie, ijs, weder en Apple-chirurgie dienende, de beste boeken van 2010.
Waar verheugde ik me het meest op, die 23e juli 2010, na het doorploegen van de aanbiedingscatalogi van de uitgeverijen?
1. André Aciman - Witte nachten
'Wie op Google Earth zoekt naar Straus Park, op de kruising van West 106th Street en Broadway in New York, ziet een piepklein parkje waar het verkeer langs raast. Een man hangt op een bankje, voetgangers steken gehaast het kruispunt over. Loop in westelijke richting en je belandt op Riverside Drive. Aan het eind van 106th Street leidt een trap naar een park met groene bomen en een standbeeld van Samuel J. Tilden. Draai je om en kijk omhoog naar het flatgebouw op de hoek, zo'n New Yorks appartementencomplex uit het begin van de twintigste eeuw. Daar in het penthouse, denk je, was het feest. Een paar verdiepingen lager: het appartement van Clara. Op Google Earth is het altijd overal dag, dus er zijn geen verlichte ramen waarachter je een vrouwengestalte een sigaret ziet opsteken.
Het overkomt me niet vaak dat ik tijdens het lezen van een roman Google Earth open om te zien waar het verhaal zich afspeelt. Witte nachten, de tweede roman van schrijver en literatuurwetenschapper André Aciman, roept dat verlangen wel op. Aciman beschrijft het gebied rond Straus Park zo nauwkeurig en laadt het zo vol met betekenis dat je daar zelf rond wilt lopen, op dat bankje wilt zitten.'
De tweede roman van André Aciman bracht me niet alleen verrukkelijk leesplezier (verrukkelijk in de melancholische zin van het woord), maar ook een persoonlijk hoogtepunt: een recensie van mijn hand in de Groene Amsterdammer! Helaas nog steeds niet online beschikbaar, maar wie wil kan van mij een digitale kopie krijgen. Overigens het ideale boek voor de kerstvakantie, want het speelt tussen Kerstavond en Oud en Nieuw en er ligt net zo'n dik pak sneeuw als hier en nu.
2. Jaap van Heerden - Fascinaties. Een intellectuele autobiografie
'Hij schreef essays voor het AMC Magazine over psychologie, filosofie en literatuur. Dat moet wel interessant zijn.' Absoluut waar. De korte stukken kunnen zelfs dienen als voorbeeld van hét essay. Met verwondering observeert hij de wereld, stelt daar onbevangen vragen over en via allerlei interessante associaties en zijsporen ontleedt hij vervolgens de mechanismen achter gedrag, cultuur, taal et cetera. Vooral gaat dit boekje over wetenschapsfilosofie, maar dan op een totaal niet hermetische manier. Fascinerend. Binnenkort een recensie op 8WEEKLY.
3. Max Blecher - Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid
'Oorspronkelijk verschenen in 1936, de beste tijd voor een boek om te verschijnen. Ik hoop op een roman even mooi als Kornel Esti of even vreemd als Oliebol.' Maakt zijn belofte meer dan waar. Een korte roman waarin een hele wereld samenkomt, als een heel kleine diamant waaruit lichtstralen naar alle kanten weerkaatsen. Het merkwaardige van dit boek is dat het steeds herinneringen oproept aan andere boeken, films en lang begraven gevoelens. Niet omdat het niet origineel is, maar omdat alles hierin samenkomt. Binnenkort een recensie op 8WEEKLY (ik krijg het druk).
4. Peter Sloterdijk - Filosofische temperamenten
'Ik wil al een tijdje iets van Sloterdijk lezen, maar de dikke pillen schrikken me af. Boom brengt dit najaar een ideaal boekje om mee te beginnen.' Tegenvaller.
5. Bart Slijper - Onder de blauwe oneindigheid. De vriendschap tussen Willem Kloos en Jacques Perk
Niet helemaal gelezen, maar even in gebladerd voor ik het doorstuurde aan de 8WEEKLY-recensent. Die was erg positief, zie Een vriendschap van toen bloeit weer op.
6. Arnon Grunberg - Huid en haar
Check: Het recht op mislukking: Arnon Grunberg, Huid en haar
En: Gesprek voor 8 december
Lees dit boek!
Gesprek voor 8 december
08/12/10 09:01 Denk aan: Leven
Na de avond met Bas Heijne en Arnon Grunberg, op 30 november in het Academiegebouw, Utrecht.
Miriam Rasch: Ik wilde mijn exemplaar ook graag laten signeren.
Arnon Grunberg: Natuurlijk.
MR: Ik heb ervan genoten.
AG: Dank je.
[AG signeert Huid en Haar]
MR: We hebben elkaar al eens ontmoet, bij de masterclass van uitgeverij Querido.
AG: Oh, met het boksen?
MR: Ja, precies, ik was dat meisje dat in de ring ging. Tegen Henk.
AG: Wie [onverstaanbaar]
MR: Henk.
AG: Nee, hoe heet jij ook alweer?
MR: Oh [bloost]. Miriam.
AG: Jij bent toch de dochter van die vertaler?
MR: Ja, dat klopt. Gerard Rasch.
AG: Hoe is het met je?
MR: Goed.
[AG geeft boek]
MR: Bedankt.
AG: Geen dank.
Lees ook Data I en Dostojevski en data.
Mijn verhaal over Henk: Boksen met Arnon en Henk

Miriam Rasch: Ik wilde mijn exemplaar ook graag laten signeren.
Arnon Grunberg: Natuurlijk.
MR: Ik heb ervan genoten.
AG: Dank je.
[AG signeert Huid en Haar]
MR: We hebben elkaar al eens ontmoet, bij de masterclass van uitgeverij Querido.
AG: Oh, met het boksen?
MR: Ja, precies, ik was dat meisje dat in de ring ging. Tegen Henk.
AG: Wie [onverstaanbaar]
MR: Henk.
AG: Nee, hoe heet jij ook alweer?
MR: Oh [bloost]. Miriam.
AG: Jij bent toch de dochter van die vertaler?
MR: Ja, dat klopt. Gerard Rasch.
AG: Hoe is het met je?
MR: Goed.
[AG geeft boek]
MR: Bedankt.
AG: Geen dank.
Lees ook Data I en Dostojevski en data.
Mijn verhaal over Henk: Boksen met Arnon en Henk
Het recht op mislukking: Arnon Grunberg, Huid en haar
14/11/10 15:49 Denk aan: Literatuur

'Ze hadden elkaar ontmoet, ze waren met elkaar naar bed gegaan. Lang zou het niet duren, had ze gedacht, maar het was een mooi verhaal. Was dat niet een van de doelen in het leven, dat het uit mooie verhalen moet bestaan? Die je elkaar kunt vertellen in de winter, 's avonds voor de haard, zittend op een schommelstoel?
Het was anders gegaan, het duurde wel lang en hoe langer het duurde hoe meer de schoonheid van het verhaal verbleekte.'
Gelukkig heb je nog een keus:
'Hier zit ze, gereed om haar leven te vergooien. Met een zekerheid die haar zelf verrast, beseft ze op dat moment dat het daarom gaat, dat is de kern van leven, dat je het kunt vergooien. Dat je het vergooit.'
Grunberg is een van de weinigen die de mislukking op waarde weet te schatten. Moedwillig je leven vergooien: dat is een even legitiem streven als dat naar succes. In de Volkskrant las ik een interview met 'leider' (ex-Shell) Jeroen van der Veer. Mooie uitspraak, onverwachts: 'democratie is het hebben van het recht op je eigen ondergang’.
Gratis tip aan Grunberg: morgen een voetnoot over het recht op de eigen ondergang. Meer over mislukken als hoger doel: Mislukking en het karakter als catastrofe.
Voorbeeldfiguren: Arnon Grunberg en Jack White
07/11/10 10:28 Denk aan: Filosofie


Ik bewonder best veel mensen, maar er zijn er maar een paar die ik echt een voorbeeldfiguur zou noemen. Twee daarvan: Arnon Grunberg, schrijver en Jack White, muzikant. Welke betekenis of waarde representeren zij dan voor mij? Eerst maar eens zien of die twee iets gemeenschappelijks hebben. Of beter gezegd: of er een gemene deler is die mij aanspreekt. En stemt die dan overeen met het statische rijtje waarden dat ik eergisteren had achterhaald? (Authenticiteit, humor, intellectuele bevlogenheid, erkenning en ontwikkeling.) Ja en nee.
Als ik denk aan Arnon Grunberg en Jack White, valt me meteen op hoeveel ze op elkaar lijken. Voor míj lijken ze op elkaar, voor iemand anders kunnen ze waarschijnlijk niet meer verschillend zijn. Dat komt omdat ik bepaalde kwaliteiten waardeer, die niet iedereen voorop zet en die misschien niet eens iedereen herkent. (Ik denk dat dit wel een goede methode is om de belangrijke waarden te achterhalen: door twee voorbeeldfiguren te nemen en te zien waar ze overeenstemmen, in jouw interpretatie.)
Goed. Wat mag het dan wel zijn? Eigenzinnigheid is het woord dat in me opkomt. Maar dat klinkt te slap. Schaamteloosheid, dat is beter. En dan niet schaamteloos in de zin van 'zet zichzelf constant voor aap', maar in de zin van 'geen last hebbend van schaamte'. (Of het zo is, weet ik natuurlijk niet, maar ik zie hen zo.) Wat hiermee samenhangt is dat ze niets ontziend zijn, zwart en duister. Niks geen doekje tegen het bloeden, laat die wond maar lekker open zodat de pijn zichtbaar is en voelbaar wordt.
Dit kan misschien nog verbonden worden met de authenticiteit uit mijn eigen rijtje. Maar dat is dan wel een heel specifiek soort authenticiteit, rauw en realistisch. De volgende eigenschap die ik aan beide figuren toeschrijf, is echter niet op te hangen aan een van mijn vijf waarden. Dat is namelijk productiviteit, een sense of urgency. Wat ik bewonder is de gigantische energie en de enorme output die dat oplevert. Het nooit genoeg vinden, altijd door willen, dat herken ik wel. Maar ik zie het eerder als een gegevenheid. Interessant om het ook als een waarde te beschouwen: dan wordt het opeens iets wat je bewust kunt inzetten en gebruiken, zelfs verbeteren.
En hoe zit het met de andere waarden uit mijn rijtje? Intellectuele bevlogenheid: ja, dat hebben ze wel. Humor? Ja hoor, maar gek genoeg is dat het laatste waar ik aan denk als het gaat om voer voor mijn bewondering. Natuurlijk, ik vind Grunberg grappig (het gebeurt niet vaak dat ik hardop zit te grinniken bij een boek, zoals nu met Grunbergs recent verschenen roman Huid en haar), maar het is niet waarom ik hem als voorbeeldfiguur zou zien. Dat is eerder het tegenovergestelde: de volstrekte zwartgalligheid, niets ontziende eerlijkheid, het openleggen van de rauwe wond in het bestaan.
Dan is er nog de waarde van erkenning, tja, die hebben zij al. En ontwikkeling lijkt ook niet echt van toepassing. Opeens daagt het me: het gaat om het verband tussen de waarden, zoals het in een biografie ook gaat om het patroon dat levensfeiten vormen. Authenticiteit is het doel. Productiviteit is de weg. Ontwikkeling is nodig om er te komen. Intellectuele bevlogenheid zorgt voor de inhoud. Erkenning is de bevestiging van de buitenwereld. En humor? Dat is wat ik zelf inbreng. Zo bezien is het niet zo gek dat ik dit laatste het allerbelangrijkste vind.
Bloggen is als yoga
22/09/10 15:43 Denk aan: Woorden en citaten
Arnon Grunberg, op het symposium De wereld als poppenkast:
'Een weblog is als yoga;
dat doe je tien minuten voor je gaat slapen.'
Hoe lenig ben jij?
Arnon Grunberg: de onuitroeibare hoop
08/09/10 18:28 Denk aan: Literatuur

'We komen in de romans niet zo dicht bij de meningen van de schrijver Arnon Grunberg als in de non-fictie.'
'Ik vind mijn romans anders heel gemeend.'
In de vier lezingen waarmee de dag opende, gingen letterkundigen in op het werk - de interviewer prof. Johan Goud hield het vooral bij de auteur. Hoewel het erg boeiend was om vanaf de tweede rij Grunberg letterlijk te zíén dénken - zorgvuldig koos hij zijn woorden, herhaaldelijk vroeg hij Goud om de vraag te verduidelijken en een aantal maal verklaarde hij niet tevreden te zijn met zijn eigen antwoord - waren de lezingen het boeiendst om naar te luisteren.
Alle vier de sprekers leken het erover eens te zijn dat in het werk van Grunberg een ontwikkeling zichtbaar is van een jonge, ironische schrijver naar een schrijver van romans die gedocumenteerd zijn en gericht op een waarheid. Een zeer pijnlijke en harde waarheid bovendien. Grunberg toont in zijn laatste romans een wereld die van alle geloof, hoop en liefde is ontdaan, waarin 'het pijnlijke nog pijnlijker wordt gemaakt'. Een schrijver die voorbij de ironie en voorbij het postmodernisme gaat.
Misschien dat ik daarom zo'n liefhebber van Grunbergs werk ben: ik pleitte laatst ook ervoor om voorbij de ironie te reiken en de ernst van de waarheid in ere te herstellen. Hoe vreselijk die waarheid ook mag zijn, ze verdient het recht in de ogen te worden gekeken in plaats van weggelachen.
Maar lukt het Grunberg ook? Hij probeert er voorbij te gaan, maar lijkt daar niet geheel in te slagen. Noch in de vorm - nog steeds speelt Grunberg met verschillende rollen (als hij zich bijvoorbeeld zogenaamd volkomen serieus inschrijft bij een huwelijksbureau voor Russische en Oekraïense dames) en met ironische distantie (als hij zich na zijn embedded reportages in Irak en Afghanistan laat embedden in Leidsche Rijn). Noch inhoudelijk - niemand kan beweren dat in de latere romans van Grunberg geen ironie zit.
Maar, zo kwam naar voren in een van de lezingen (van Erik Borgman), ook lukt het Grunberg niet om de hoop en de liefde (van geloof weet ik het niet zo goed) volkomen van de aardbodem te vegen. Lees het einde van De Asielzoeker, maar ook passages uit De Joodse Messias (een van de meest afschrikwekkende romans die ik ken, maar wel steengoed), en je voelt dat een wortel van de hoop ergens diep onder de grond blijft zitten, onuitroeibaar ondanks alle pesticiden die de mens om zich heen verspreidt.
De onuitroeibare hoop. Wie zou in vredesnaam de hoop uit willen roeien, vraag je je af. Nou, omdat hoop per definitie vals is, in Grunbergs universum. Beter de folterende waarheid dan de hoop die verblindt. Misschien is hoop als ironie: ze schept afstand, legt een mooi floers over de feiten, zoals de ironie daar de lach overheen drapeert. Grunberg wenst de hoop dood, maar de hoop laat zich niet doodwensen. Is dat ondanks de pogingen van de schrijver zo? Of vraag ik dan te veel naar de persoon en zijn mening?
Jaap Goedegebuure ging ook in op de ironie van Grunberg. Hij zag niet alleen een ontwikkeling binnen het oeuvre, maar ook binnen een roman als Tirza. De lezer wordt de roman binnengehaald met een grappig, ironisch verhaal. De schrijver en zijn personages blijven op een veilige afstand. Door het groteske karakter, kan de lezer wel lachen om al die zielenpoten. Als hij eenmaal ver genoeg naar binnen is gesleept, krijgt hij de pijnlijke waarheid keihard om de oren geslagen. De waarheid als foltering.
Grunberg vertelde dat hij wil dat de lezer uiteindelijk alle afstand verliest en volkomen samenvalt met het werk, zonder bewustzijn dat hij aan het lezen is. Daarvoor moet je hem verleiden, om de tuin leiden ook. (Overigens heb ook ik gehuild bij het einde van De Asielzoeker, net als Erik Borgman. Missie geslaagd.)
'Vroeger vond ik het misschien wel leuk om een mythe van mezelf te creëren, nu ben ik wel zo'n beetje klaar met mezelf. Het gaat me om andere mensen, de wereld.'
Je verschuilen achter allerlei rollen, om de ander de naakte waarheid te kunnen tonen, dat hebben we vaker gezien. De ironie is een middel om dat te bereiken. Het probleem is dat tegenwoordig niemand nog iets wil bereiken met ironie, behalve dan een scheve grijns. Over de 'levensbeschouwelijk zin' van Grunbergs werk werd uiteindelijk niet zo heel veel gezegd. Misschien maar beter ook, laat elke lezer er haar eigen zin uit halen. Het is interessanter om te horen hoe een schrijver te werk gaat om iets bij de lezer te bewerkstelligen, dan om te horen welke boodschap hij wil verkondigen. Als hij een duidelijke boodschap te verkondigen heeft, is hij vast en zeker een niet zo interessante schrijver.
Verschillende lezers verbinden een persoonlijke levensbeschouwelijke betekenis aan een roman als De Asielzoeker. Over die betekenissen kun je discussiëren. Het is mooi om te horen hoe een geschoolde en nauwkeurige lezer als Erik Borgman zo'n werk heeft begrepen, wat hij eruit haalt en hoe hij erop reageert. Dat zet je aan het denken over je eigen interpretatie - en dat betekent ook nadenken over je eigen 'beschouwing van het leven'. Daar heb ik na gisteren in elk geval wel zin in gekregen.
Nieuwe boeken in het najaar
23/07/10 18:54 Denk aan: Literatuur

1. André Aciman - Witte nachten verschijnt al in augustus bij uitgeverij Anthos. Aciman schreef eerder Noem me bij jouw naam, een geweldige roman. Ik blogde hierover: 'Aciman beschrijft die vormen (van verliefdheid) zo nauwkeurig, laat alle nuances van verlangen, onzekerheid, seksuele opwinding, depressie en geluk zien, dat hij daar letterlijk een heel boek voor nodig heeft. Eigenlijk is het geen verhaal, maar een stemming, een wolk van gevoel die uit de bladzijden opstijgt, een prisma van verliefd-zijn. Een paar losse zinnen zullen maar één kleurnuance uit het spectrum tonen. Elke zin heeft de andere nodig, zoals elk verlangen het andere nodig heeft.' Lees verder bij Trefzeker herfstzonnetje. Ik kan niet wachten tot (deze week?) de drukproef op de mat ploft.
2. Jaap van Heerden - Fascinaties. Een intellectuele autobiografie. Verschijnt bij Prometheus in november. Jaap van Heerden is wetenschapsfilosoof en emeritus hoogleraar Algemene Psychologie. Hij schreef essays voor het AMC Magazine over psychologie, filosofie en literatuur. Dat moet wel interessant zijn.
Uit de catalogus: 'Zijn fascinaties vinden hun oorsprong in eenvoudige vragen. Waarom verontschuldigen mensen zich tegenover wildvreemden als zij op de verkeerde verdieping uit de lift stappen?' (Dit overkwam mij vandaag. Misschien dat het toeval van deze beschrijving, die overeenstemt met mijn persoonlijke verwondering in de lift, de enige reden is dat ik het boek wil lezen. Een betere reden heb je ook niet nodig, toch?) En verder: 'Strekt goddelijke genade zich ook uit tot buitenaardse wezens? Moeten we ons schuldig voelen aan de vervolging van de eerste christenen in het oude Rome, of kunnen we dat met een gerust hart aan de Italianen overlaten?'
3. Max Blecher - Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid. Uitgeverij L.J. Veen, november. Oorspronkelijk verschenen in 1936, de beste tijd voor een boek om te verschijnen. De catalogus belooft: 'Blechers werk werd vergeleken met dat van Franz Kafka, Bruno Schulz en André Breton en is in vele opzichten een voorloper van het existentialisme.' De vertaling is van Jan Mysjkin.
Max Blecher was Roemeen en hij werd maar 31 jaar. Op zijn negentiende kreeg hij ruggenmerg-tbc, en was hij veroordeeld tot een liggend leven (net als Marcel Proust, op latere leeftijd). Het boek verschijnt in de reeks L.J. Veen Klassiek. Ik hoop op een roman even mooi als Kornel Esti of even vreemd als Oliebol.
4. Peter Sloterdijk - Filosofische temperamenten. Bij Uitgeverij Boom in november. Ik wil al een tijdje iets van Sloterdijk lezen, maar de dikke pillen schrikken me af. Boom brengt dit najaar een ideaal boekje om mee te beginnen: 'Van Plato tot Foucault brengt Sloterdijk het leven van negentien denkers en de inhoud van hun werken op onverwachte en soms humoristische wijze met elkaar in verband. Daarbij presenteert hij deze denkers niet uitsluitend als leveranciers van ideeën en analyses, zoals gewoonlijk in historische overzichten van de filosofie gebeurt. Sloterdijk tracht de denkers in hun temperament te treffen: in de urgente problemen die ze aan de orde willen stellen, in de heftige conflicten die ze soms aangingen, en in de persoonlijke emoties die hun stijl van schrijven bijzonder maken.'
5. Bart Slijper - Onder de blauwe oneindigheid. De vriendschap tussen Willem Kloos en Jacques Perk. Verschijnt in november bij Bert Bakker. Bij het lezen van deze titel was ik opeens terug in mijn studententijd. De vriendschap tussen Willem Kloos en Jacques Perk: het absolute scharnierpunt van de Nederlandse poëzie, hoogst romantisch, studentikoos, overdreven, melancholisch, niet voor niets 'god in het diepst van mijn gedachten'.
Het is een dun boekje, 148 pagina's, en daarom kijk ik ernaar uit: ik verwacht een kort verhaal van alleen maar hoogtepunten. Niet een ellenlange beschrijving van alle koppen koffie en eierdoppen klare die de twee samen dronken en wat ze daarvoor betaalden in welk café op welke hoek van welke kruisende straten. Dat belooft de catalogus ook: 'Al snel na de kennismaking op 15 mei 1880 is hun relatie zo intens dat zij liefdesgedichten voor elkaar schrijven. Later wordt Kloos steeds veeleisender, totdat zijn vriend het niet meer volhoudt en in het voorjaar van 1881 het contact verbreekt.'
6. Ten slotte kijk ik natuurlijk uit naar de nieuwe Grunberg. Onze oom heb ik niet eens uitgelezen, toch blijft Grunberg de beste schrijver van Nederland en is het verschijnen van een nieuwe roman altijd een spannende gebeurtenis. Hoe vaak dat ook gebeurt (ongeveer elke twee jaar). Arnon Grunberg - Huid en haar verschijnt in oktober bij Nijgh en Van Ditmar. 'Een verhaal over pervers plezier, overspel, verboden liefde en machtsmisbruik, met de Amerikaanse en Nederlandse academische wereld en de stedelijke politiek van New York als decor.' Klinkt goed.
Houellebecq: Mogelijkheid van een eiland. Gelukkig miserabel
14/04/10 18:38 Denk aan: Literatuur

Stoelendans in columnistenland
31/03/10 11:39 Denk aan: Literatuur

Tijdens haar zwangerschapsverlof werd Aaf vervangen door een hele rits gastcolumnisten, die naar mijn bescheiden mening geen van allen overtuigden. Nu alle verhuizingen achter de rug zijn, de restyling van de Volkskrant en de tweede pagina van nrc.next is voltooid, is het afwachten hoe de columnisten hun eigen kamertje gaan inrichten. Lees verder
Zou je jezelf je eigen leven toewensen?
10/03/10 12:03 Denk aan: Literatuur

Boksen met Arnon en Henk
24/02/09 17:54 Denk aan: Schrijven

Werk aan de winkel III
30/09/08 18:50 Denk aan: Filosofie

Het zijn altijd hoger opgeleide mensen die een 'ambacht’ gaan uitoefenen, met hun handen gaan werken. En dan op weerstand stuiten van hun omgeving, want als je een goede opleiding hebt genoten is het toch zonde om daar niet iets mee te doen. Andersom zal je het niet gauw horen: als een handwerker besluit de overstap te maken naar management of advies (aangenomen dat hij de kans krijgt), wordt hij waarschijnlijk vooral toegejuicht. Meer geld, meer status, meer kenniseconomie. Hoewel loodgieters inmiddels hetzelfde uurloon schijnen te bedingen als, pak 'm beet, een in de filosofie afgestudeerde webredacteur.
De econoom die bakker wordt: het is de omgekeerde Amerikaanse droom (hoewel deze specifieke bakker exclusieve broden levert aan sterrenrestaurants) en daarom zagen veel mensen zijn carrière als een mislukking. Een paar herfsten geleden, toen er geen kredietcrisis was, maar wel een hoge werkloosheid, had ik uit redelijke wanhoop het plan opgevat om mijn leven te laten mislukken. Ongeveer zoals die bakker maar dan zonder de exclusieve broden. Wat ik zou gaan doen wist ik niet, want als ik dat wist en het vervolgens uitvoerde, zou er al iets niet mislukt zijn.
Ik verloor mezelf in visioenen van mijn mislukte leven. Ik woonde in Lunetten, daar wonen veel leuke mensen, maar ook veel mislukte mensen. Ik had een knipperlichtrelatie en een kat. Geen werk en niet eens recht op een uitkering. Aan alle randvoorwaarden was voldaan.
Zoals dat bij mij dan gaat, schreef ik in mijn hoofd een roman over een mislukkeling. Voor ik het wist vormden zich om mij heen wilde ideeën van de mislukking als Gesammtkunstwerk, waarin mijn hele leven de inzet zou zijn in een project met foto’s, filmpjes, een boek, een dagboek, een website met een forum en nog veel meer. De antiheld was ik zelf, tegelijk mislukt en in mijn mislukte staat volkomen gelukt, tot kunst verheven, en weldra met prijzen overladen.
Net als Grunberg, die exemplarische mislukkelingen tot leven heeft gewekt in zo voortreffelijk gelukte romans (als De Asielzoeker bijvoorbeeld). Waar hij als gelukt literator in elk geval enigszins los staat van zijn opgevoerde misbaksels, moest ik beide in mij verenigen.
Je begrijpt: dit plan was bij voorbaat mislukt, ten onder gegaan aan interne tegenstrijdigheden. Misschien dat het in zijn onuitgevoerde staat de hoogste graad van niet-lukken heeft bereikt die mogelijk was. Misschien dat ik deze kerst een nieuwe poging kan wagen.