De prijs van de vrijheid na de dood van God

levenskunst
Maarten van Buuren was de zwartkijker en Joep Dohmen de optimist in de serie Levenskunst, waarin zij handvatten voor een goed leven onderzochten aan de hand van schrijvers en filosofen. Maar eigenlijk kan alle vrolijkheid overboord, zo zeiden ze al aan het begin van de Kunst- en wetenschapslezing. Daar presenteerden zij hun boek De prijs van de vrijheid, waarin essays over de denkers en schrijvers zijn gebundeld. Niks vrijheid blijheid. Vrijheid is een last. Je kunt van je leven iets moois maken – levenskunst bedrijven – maar dat is hard werken. Niettemin is het een opgave voor iedereen die geeft om vrijheid, en dus om onze moderne verworvenheden, om iets van die vrijheid te maken. ‘Daarom hebben wij een belangrijk boek geschreven,’ aldus Joep Dohmen.

Moderne vrijheid

Waar komt dat moderne vrijheidsbegrip vandaan? Prof. Maarten van Buuren opende met een inleiding op de geschiedenis van de moderne vrijheid. Nietzsche verklaarde God dood en maakte daarmee een einde aan de richtinggevende instantie in het leven. De mens verwierf daarmee een enorme vrijheid om zijn eigen richting te kunnen volgen – maar hij verloor orde en duidelijkheid. Vrijgemaakt van onderdrukking, wordt de mens geconfronteerd met de vraag waartoe hij vrij is. ‘De prijs van de vrijheid is de prijs die we hebben moeten betalen voor de moord op God,’ aldus Van Buuren.

Vervolgens stelde Dostojevski de volgende vraag: als God dood is, is dan alles toegestaan? Hoeveel vrijheid kan een mens eigenlijk aan? Zal niet iedereen elkaar uitroeien – de mens is de mens een wolf, toch? Sartre ging nog een stap verder. Als God dood is, is alles contingent. De wereld, de mens, ons leven: alles is toevallig en zonder noodzaak. Daar kun je op twee manieren op reageren: jezelf wijsmaken dat er tóch een richtinggevende instantie is. Of de absolute vrijheid op je nemen en je leven als een project zelf ontwerpen. In de levenskunst zal de een echter beter slagen dan de ander. En zo komt Van Buuren uit bij Michel Houellebecq, die laat zien dat grotere vrijheid gelijk opgaat met grotere ongelijkheid.

Postseculiere orde
Het grote streven van de westerse mens, gaat prof. Joep Dohmen verder, is niettemin het leiden van een eigen leven. De vraag hoe dat moet is actueler dan ooit, nu de modernisering die ten tijde van Nietzsche en Dostojevski werd ingezet, volledig is gerealiseerd. We leven in een postseculiere orde, die radicaal verschilt van een halve eeuw geleden, toen Dohmen en Van Buuren opgroeiden. We moeten nu onze eigen levensstijl ontwikkelen, we ontkomen er niet aan. Joep Dohmen wijst op het belang van de context als het gaat om levenskunst. Aan de hand van Michel Foucault, Peter Bieri en Charles Taylor legt hij uit dat vrijheid altijd gesitueerd is.

Foucault wijst er bijvoorbeeld op dat identiteit beïnvloed wordt door veel verschillende factoren. Toch is hij geen determinist, we zijn niet helemaal overgeleverd aan onze genen, ons brein of onze omgeving. De vraag is dan waar de marge ligt van de vrijheid. Niet alleen werken externe factoren in op wie we zijn, ook zijn we zelf altijd ingebed in een gemeenschap. Leven doe je met anderen. Zoals Taylor zegt gaat het om een driehoek van jezelf, de ander en de omgeving. Daarbinnen ontvouwt zich je leven, en de waarde van je keuzes hangt samen met de wereld waar je in staat. Het kan niet zo zijn dat elk individu maar kiest wat hij wil, zonder dat je nog van waarde kunt spreken. Precies in die gerichtheid op de samenleving ziet Dohmen antwoorden voor de actuele vraag hoe we met vrijheid om moeten gaan.

De rol van de wetenschap
Hoe moet dat dan? Kan de wetenschap daar ook nog een rol in spelen? Dohmen en Van Buuren, beiden hoogleraar, blijken nogal sceptisch over de wetenschap. Volgens Dohmen moeten we oppassen voor een al te wetenschappelijke samenleving, de ‘expertsamenleving’. De wetenschap kan niet vertellen hoe je moet handelen, hoe je leven te leiden. Daarmee gaan zij in tegen de heersende tendens om wetenschap juist als basis te zien van de staatsinrichting, economie, moraal, tot individueel handelen en oordelen aan toe. Denk maar aan de liefde die wordt gereduceerd tot hormonale oprispingen of de rechtspraak die steeds meer laat afhangen van de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek – psychisch, forensisch of juridisch.

Joep Dohmen stelt dat we op zoek moeten naar een gedeeld hypergood om de samenleving (weer) op orde te krijgen en met de uitdagingen van de toekomst – wetenschap, technologie, duurzaamheid – om te kunnen gaan. Hij is optimistisch: het zal hard werken zijn, maar dat hypergood moet te vinden zijn. Niet door wetenschap, maar door filosofie. Maarten van Buuren ziet de ontdekking van zo'n hypergood nog niet gebeuren. Maar ook hij ziet geen heil in wetenschap. Wat zegt die over mij? Niets, de wetenschap kan mij niet vertellen wat ik moet kiezen of doen. Zij heeft pas belang nadat die fundamentele levensvragen beantwoord, of ten minste onderzocht zijn.

Zo lijken Van Buuren en Dohmen toch terug te zijn bij hun oorspronkelijke tegenstelling van zwartkijker en optimist. In elk geval geloven ze beiden in de kracht van de literatuur en filosofie. En er wordt vanavond harder gelachen dan ooit tevoren in het Academiegebouw.

Verder kijken en lezen
De lezing van gisteren is hier terug te zien. De serie Levenskunst liep in 2009-2010 en is ook online terug te zien. In september 2011 start het vervolg op deze serie bij Studium Generale. Lees op dit blog ook 10 schrijvers en denkers over levenskunst.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]



Bookmark and Share
Comments

Leesclubjes die het leven veranderen

lezen
'Het Veranderen van Levens door Literatuur': dat is de ietwat prozaïsche titel van een Amerikaanse cursus voor misdadigers. Ze krijgen als straf een leesclubje opgelegd door de rechter. En zowaar, het lezen van literatuur in groepsverband werkt, zo blijkt uit een artikel in Trouw (niet online beschikbaar, maar de cursus heeft een eigen site: Changing Lives Through Literature).

Wat is het idee? Veroordeelden maken via literatuur kennis met 'gecompliceerde karakters'. 'Ze zien hoe complex het menselijk leven kan zijn, dat mensen niet of goed of slecht zijn. Deelnemers herkennen zich in karakters en beseffen dat hun worstelingen niet uniek zijn.' Een van de deelnemers die was afgekickt kwam in de verleiding weer een shot te nemen, maar werd daarvan afgehouden doordat hij dacht aan Hemingways The Old Man And The Sea.

Ik zit tegenwoordig in ook in een leesclubje. Vrijwillig. We lezen Zijn en tijd van Heidegger. Gelukkig is er een leeswijzer om je te helpen dat notoir onleesbare boek te doorgronden. Waarom zou je onleesbare boeken willen lezen van filosofen die elk woord in een andere dan de gangbare betekenis gebruiken? De leeswijzer opent met een verwijzing naar filosoof Cornelis Verhoeven, die hier een antwoord op heeft geformuleerd:

'Misschien is filosofie wel iets dat ons op een bepaald moment overkomt of overvalt en waar wij nogal passief tegenover staan, bijvoorbeeld een plotselinge breuk in de vanzelfsprekendheid van ons bestaan tot nu toe.'

Dat lijkt me ook van toepassing op de veroordeelden die voor straf Hemingway bestuderen. Een breuk in de vanzelfsprekendheid van hun (criminele) bestaan: ze zijn opgepakt en voor de rechter verschenen. Verhoeven geeft aan dat zo'n moment je vatbaar maakt voor filosofie - wat ik zou willen uitbreiden met literatuur. De cursus laat zien waarom dat zo is: filosofie en literatuur kunnen je leven op zo'n moment veranderen, juist omdat je er vatbaar voor bent.

Ik schreef al eerder over Hans Goedkoop en zijn boek Een verhaal dat het leven moet veranderen. Dat levert weer een ander perspectief, namelijk van de recensent. Goede boeken zijn die boeken, die op een breukmoment (op z'n existentialistisch: grenssituatie) je leven kunnen veranderen. Ethiek en literatuur schurken hier heel dicht tegen elkaar aan. Kan een boek je leven ook ten slechte veranderen? Of activeert het alleen iets wat al aanwezig was? Het leren kennen en waarderen van complexiteit lijkt in zichzelf al een positieve waardering te hebben.

Dat is in elk geval wel wat Martha Nussbaum beweert, een filosofe die ik hogelijk bewonder omdat zij onder woorden brengt waarom mensen lezen, hoe het hun leven verandert - ten goede. Als lezer heb je een persoonlijke verstandhouding met het boek dat je leest. Juist die persoonlijke insteek maakt het moeilijk om er iets zinnigs over te zeggen. Hoe breng je onder woorden wat het boek met je doet, op een manier die ook voor anderen interessant is? Hoe verbind je je persoonlijke ervaring met een werk aan een algemeen geldende waardering? Lastig. Toch ligt in die verbinding van het persoonlijke en het algemene via de literatuur of filosofie mijn grootste belangstelling. En de criminelenleesclub, Heidegger, Verhoeven, Goedkoop en Nussbaum delen die.

Laatst vroeg iemand mij op welk moment ik aan de filosofie was geraakt, als een junk die steeds weer een shot nodig heeft. Ik kende toen nog niet het citaat van Verhoeven, maar mijn antwoord ging al in de richting van een 'breuk in de vanzelfsprekendheid van het bestaan tot nu toe'. Ik denk dat je zelf verhalen moet vertellen om dit soort momenten uit te drukken. Zoals het verhaal over de afgekickte die langs een dealer liep en toen een stem uit The Old Man And The Sea in zijn hoofd hoorde. Maar zulke verhalen moeten niet op zichzelf blijven staan, maar steeds weer teruggevoerd worden naar de bron waar ze uit ontspringen. Alleen dan kunnen anderen deelgenoot worden van de verandering. En wellicht zelf ook een verandering ondergaan.



Bookmark and Share
Comments

Revolutie in het hoofd I

Hoe kom je erachter wat belangrijk voor je is? Misschien wel door opmerkzaam te zijn op herhaling. Steeds weer kom je op dezelfde conclusie uit, ook al gaat het om verschillende onderwerpen. In de loop van dit blog blijkt het vaak over stilstand versus verandering te gaan. En over focus versus ontwikkeling.

Eerst maar eens die verandering en ontwikkeling. Beeldende kunst moet gevolgen hebben in de wereld, aldus de kunstcriticus (Art: de kunst van het richten). Of beter gezegd: de kunstenaar moet ernaar streven de wereld te veranderen, kunst maken die gevolgen zou kunnen hebben in de wereld. Al is het maar bij één toeschouwer. Daar ben ik het helemaal mee eens.

Karl Marx riep ook de filosofie op tot verandering: ’Filosofen hebben de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd; het komt er op aan haar te veranderen.’ Marx lijkt te ageren tegen de stoffige studeerkamerfilosofen die alleen maar praten en schrijven over de wereld, zonder haar ooit te betreden en dus zonder haar echt te kennen.

Ook in de literatuur gaat wat mij betreft dit criterium op. Om het met Hans Goedkoop te zeggen: een verhaal moet het leven veranderen. Al is het maar van één lezer. Dat is misschien niet de wereldse revolutie die Marx verlangde, maar wel een revolutie in het hoofd. Een verhaal dat het leven verandert, biedt voornamelijk een interpretatie van de wereld. Een interpretatie die bij de lezer een verandering in gang zet, waar andere interpretaties dat niet doen.

Hetzelfde geldt ook voor muziek. Muziek biedt misschien geen rationele interpretatie van de wereld, maar kan en móet het leven evenzeer veranderen als een verhaal. Wie heeft niet via bepaalde muziek een deel van zijn identiteit ontdekt (en geschapen)? De lente dat ik The Doors leerde kennen - de lente die volgde op de winter van Nirvana's Nevermind - bepaalt nog steeds wie ik ben. De Grote Onrust, de drang naar verandering die nooit ophoudt, is daar ontkiemd. Muziek draagt de belofte van de Grote Mogelijkheden, laat je deelnemen aan een groots en meeslepend leven - ook al is het dinsdagochtend half negen en ben je op weg naar weer een dag op kantoor.

Ik denk weer aan Nietzsche: 'Wat valt hier nu eigenlijk zo algemeen in de smaak? Vooral een negatieve eigenschap: het ontbreken van alles wat aanstoot zou kunnen geven - aanstotelijk echter is al het waarlijk productieve.' Kunst die gevolgen heeft is aanstotelijke kunst. Niet in de zin van walgelijk of alleen gemaakt om te schoppen, maar in de zin van de revolutie in het hoofd.

Verandering is het streven van kunst, literatuur, muziek, filosofie. En van mij als toeschouwer, lezer, luisteraar. Ik verlang van het kunstwerk, boek, liedje dat het mij verandert. Als ontwikkeling het doel is dat ik stel voor mijn eigen, innerlijke leven, wat betekent dat dan voor mijn eigen streven in de buitenwereld, het externe leven? Moet ook ik iets maken, produceren, om de wereld te veranderen? Misschien is dat wel mijn bedoeling met dit blog. Vooralsnog vind ik het vooral leuk om verslag te doen van de revoluties in mijn hoofd, in de stille hoop dat die een kleine opstand bij anderen teweegbrengen.

Morgen meer over de andere kant van de zaak: focus en stilstand.



Bookmark and Share
Comments

Beste boeken van 2009

Toen ik zag dat ik 52 boeken heb afgetikt in Bookpedia, ben ik gestopt met lezen voor de rest van dit jaar. Zo'n mooi afgerond weekgemiddelde, daar moet je verder niet aankomen. Nadere beschouwing bracht dat aantal echter op 53 (probleem van zulke programma's is dat je ze heel nauwkeurig moet bijhouden, anders heb je er niets aan). De elf niet uitgelezen of deels gelezen boeken zijn daar niet bij opgeteld.

28 boeken uit 2009 las ik (Nederlandse uitgave). Gemiddeld kregen deze boeken uit 2009 3,46 sterren. Drie boeken kregen 5 sterren, geen een boek kreeg 1 ster.

De 53 gelezen boeken ín 2009 kregen gemiddeld 3,26 sterren. Dat valt me tegen. Vijf boeken kregen 5 sterren en één boek 1 ster (deze).

Voor 8WEEKLY las ik 14 boeken, ruim één per maand dus.

Genoeg geouwehoerd, tijd voor de lijst.
Allereerst de beste boeken van 2009: Lees verder
Comments

Klinkende ikken

Bekentenissen van een zelfontwijker, luidt de ondertitel van Atte Jongstra's Klinkende ikken. Op de omslag zit Jongstra voor een dubbele spiegel die hem tot in het oneindige zou kunnen weerspiegelen, ware het niet dat de afmetingen van het boek nu eenmaal beperkt zijn. Titel en omslag doen me deugd; ze doen me denken aan mijn eigen bespiegelingen over spiegelende ikken en foto's, lenzen en aan te trekken en af te leggen identiteiten.

De inhoud van dit Privédomein wekt dezelfde indruk als de omslag: als de afmetingen van het boek niet beperkt waren geweest, had de schrijver vast tot in het oneindige door kunnen gaan met zijn bekentenissen, die in essentie de bekentenissen van een verzamelaar zijn. Voor het verzamelende ik staat de hele wereld open en ligt de oneindigheid op de loer. Lees verder
Comments