Nanotechnologie? 't Zegt me niks, maar...'
12/03/11 11:07 Denk aan: Wetenschap

Lees verder op NanoPlaza: 'Nanotechnologie? 't Zegt me niks, maar...'
Comments
Tijd
29/11/10 07:44 Denk aan: Filosofie
Ik pas op het huis van iemand die zichzelf wil vinden ergens in diep donker Afrika. Best een mooie flat, maar wel enigszins studentikoos. Al na één dag miste ik allerlei zaken waar je niet bij stil staat dat je ze nodig hebt. Olijfolie. Citroensap uit een flesje. Maar ook: een keukendoek, een puntenslijper, een verlengsnoer. Een diep bord. In het keukenkastje vond ik een bonte stapel borden, geen twee dezelfde, maar allemaal net een maatje te klein.
Ik zat op de leren tweezitsbank die schuilging onder een Mexicaanse geweven doek en voelde me vijf jaar terug de tijd in gekatapulteerd. Het zette me aan het denken over alle spullen die ik om me heen heb verzameld. Als een vogel die een nest bouwt en altijd wel nóg een mooie tak kwijt kan of dat hemelsblauwe stukje plastic niet kan laten liggen. En zoveel spullen heb ik niet eens, mijn achthonderd boeken daargelaten. Olijfolie en een puntenslijper – het is ook maar wat je spullen noemt.
Ik probeerde me voor geest te halen hoe het vroeger was, vóór het nest vol spullen. Wat deed ik ook alweer? Oh ja, ik behaalde mijn masterdiploma in de Wijsbegeerte, bijna op de dag af vijf jaar geleden. Misschien kwam het doordat ik in een vreemd huis op een vreemde bank zat, dat het leek alsof ik terugdacht aan het leven van een vreemde. En vier jaar geleden? vroeg ik die vreemde. Drie? Twee? Een?
Op de allerkleinste natuurkundige schaal kan een deeltje op twee plaatsen tegelijk zijn. Tijd, zoals we die gewoon zijn te meten en te gebruiken, geldt daar niet. Teruggaan naar het verleden of reizen naar de toekomst is vooralsnog niet mogelijk, verzekeren de geleerden. Dat een deeltje tegelijkertijd op twee plaatsen kan zijn is ook al wonderlijk genoeg. Als je erover nadenkt, voel je je hersenen protesteren.
Hoewel, in de kunst is het nooit een punt geweest. Beschreef Proust niet precies de ervaring van op twee plaatsen tegelijkertijd zijn? In het heden van Parijs en in de onsterfelijke herinnering aan Venetië, dat in lichaam en geest tot leven komt? Tijdreizen is in Hollywood al jaren mogelijk. Sciencefiction vormt een genre op zich.
Ik denk aan die vreemde die ik ben over één jaar, twee, drie, vier. Welke spullen heb ik dan? Ben ik dan misschien op zoek naar mezelf in donker Afrika? Kon ik de vijf jaar van het korte verleden nog betrekkelijk makkelijk reconstrueren, met de vijf jaren die voor me liggen is dat een stuk lastiger. Ik troost me met de gedachte dat zelfs Proust de toekomst niet kon evoceren, net zomin als de kwantumtheorie haar kan voorspellen. Komt vanzelf goed, over een jaar of vijf.
[Dit is mijn laatste column voor More (86, november 2010). Kijk ook op www.thomasmore.nl]
Lees hier de andere columns die ik schreef voor More

Ik zat op de leren tweezitsbank die schuilging onder een Mexicaanse geweven doek en voelde me vijf jaar terug de tijd in gekatapulteerd. Het zette me aan het denken over alle spullen die ik om me heen heb verzameld. Als een vogel die een nest bouwt en altijd wel nóg een mooie tak kwijt kan of dat hemelsblauwe stukje plastic niet kan laten liggen. En zoveel spullen heb ik niet eens, mijn achthonderd boeken daargelaten. Olijfolie en een puntenslijper – het is ook maar wat je spullen noemt.
Ik probeerde me voor geest te halen hoe het vroeger was, vóór het nest vol spullen. Wat deed ik ook alweer? Oh ja, ik behaalde mijn masterdiploma in de Wijsbegeerte, bijna op de dag af vijf jaar geleden. Misschien kwam het doordat ik in een vreemd huis op een vreemde bank zat, dat het leek alsof ik terugdacht aan het leven van een vreemde. En vier jaar geleden? vroeg ik die vreemde. Drie? Twee? Een?
Op de allerkleinste natuurkundige schaal kan een deeltje op twee plaatsen tegelijk zijn. Tijd, zoals we die gewoon zijn te meten en te gebruiken, geldt daar niet. Teruggaan naar het verleden of reizen naar de toekomst is vooralsnog niet mogelijk, verzekeren de geleerden. Dat een deeltje tegelijkertijd op twee plaatsen kan zijn is ook al wonderlijk genoeg. Als je erover nadenkt, voel je je hersenen protesteren.
Hoewel, in de kunst is het nooit een punt geweest. Beschreef Proust niet precies de ervaring van op twee plaatsen tegelijkertijd zijn? In het heden van Parijs en in de onsterfelijke herinnering aan Venetië, dat in lichaam en geest tot leven komt? Tijdreizen is in Hollywood al jaren mogelijk. Sciencefiction vormt een genre op zich.
Ik denk aan die vreemde die ik ben over één jaar, twee, drie, vier. Welke spullen heb ik dan? Ben ik dan misschien op zoek naar mezelf in donker Afrika? Kon ik de vijf jaar van het korte verleden nog betrekkelijk makkelijk reconstrueren, met de vijf jaren die voor me liggen is dat een stuk lastiger. Ik troost me met de gedachte dat zelfs Proust de toekomst niet kon evoceren, net zomin als de kwantumtheorie haar kan voorspellen. Komt vanzelf goed, over een jaar of vijf.
[Dit is mijn laatste column voor More (86, november 2010). Kijk ook op www.thomasmore.nl]
Lees hier de andere columns die ik schreef voor More
Namendiefstal
21/04/10 11:32 Denk aan: Filosofie
Radboudstichting wordt Stichting Thomas More
Je bent een goedwillend mens, een brave burger. Je paspoort is bijna verlopen, dus je vraagt ruim op tijd een nieuwe aan. Maar het pakketje met nieuwe paspoorten, waarin ook dat van jou zit, bereikt nooit het gemeentehuis. Onderweg is het gestolen door mensenhandelaars en andere onderwereldfiguren. Dan word je midden in de nacht ruw uit bed gehaald door agenten met kogelvrije vesten en getrokken pistolen. ‘Meekomen!’ ‘Maar ik heb niets gedaan, ik ben een goedwillend mens, een brave burger,’ probeer je. Helaas, je naam is niet meer van jou. Identiteitsfraude, heet dat met een juridische term. Het betekent meer dan een regel in het strafboek. Je bent niet alleen je paspoort kwijt. Je bent jezelf kwijt.
In zo’n geval zit er soms maar één ding op: je naam veranderen.
De vergelijking met mensenhandelaren en onderwereldfiguren lijkt misschien wat overdreven. Toch helpt het om je voor te stellen hoe het is als iemand opeens jouw naam gaat gebruiken, zoals de Radboudstichting overkwam. Iemand pikt niet alleen je naam, maar slaat de spiegel waarin je jezelf altijd hebt herkend in gruzelementen. Het ergste zijn de mensen die niet begrijpen hoe ernstig dat is, die zeggen, ach het is maar een naam, een paspoort. We helderen het op en gaan over tot de orde van de dag. Die orde bestaat namelijk niet meer.
U merkt wel, namen liggen nogal gevoelig bij mij. Ondergetekende (kijk nog maar eens goed) is nooit slachtoffer geweest van paspoortroof of identiteitsfraude, maar kampt met een ander probleem, dat hiermee te maken heeft. Ik moet mijn naam altijd spellen. Ik heet geen Miriam Rasch, maar Miriam-met-een-i Rasch-met-es-cee-ha. En dan vragen ze nog niet eens naar mijn tweede naam (Dueholm). Ook al spel ik mijn naam, de meeste mensen noemen me Mirjam, Myriam of zelfs Meriam. Tas, Los, Ros, Hasj. Vrienden die ik al jaren ken, denken nog steeds dat ik Mirjam heet. Ze schrijven het zelfs op de uitnodiging voor hun bruiloft. ‘Ik kom niet hoor!’ roep ik dan. (Ik ga natuurlijk wel en zet met grote, zwierige letters mijn naam in het gastenboek.)
Ik kan me erg opwinden over verkeerd gebruikte of gespelde namen. Niet omdat ik een frikkig type ben dat met een rietje de misspeller op de vingers wil tikken. Mensen die niet weten hoe je heet, weten ook niet wie je bent. Ze beroven je van je identiteit. Een Mirjam is anders dan een Miriam. En mevrouw Los een ander dan (mejuffrouw) Rasch.
Daarom kan ik me heel goed voorstellen wat de Radboudstichting heeft bewogen om haar naam te veranderen. De grote vraag is alleen: wat zou Thomas More ervan denken?
Miriam Rasch
[verschenen als column in More 85, april 2010. Kijk ook op www.thomasmore.nl] Lees verder
Je bent een goedwillend mens, een brave burger. Je paspoort is bijna verlopen, dus je vraagt ruim op tijd een nieuwe aan. Maar het pakketje met nieuwe paspoorten, waarin ook dat van jou zit, bereikt nooit het gemeentehuis. Onderweg is het gestolen door mensenhandelaars en andere onderwereldfiguren. Dan word je midden in de nacht ruw uit bed gehaald door agenten met kogelvrije vesten en getrokken pistolen. ‘Meekomen!’ ‘Maar ik heb niets gedaan, ik ben een goedwillend mens, een brave burger,’ probeer je. Helaas, je naam is niet meer van jou. Identiteitsfraude, heet dat met een juridische term. Het betekent meer dan een regel in het strafboek. Je bent niet alleen je paspoort kwijt. Je bent jezelf kwijt.
In zo’n geval zit er soms maar één ding op: je naam veranderen.
De vergelijking met mensenhandelaren en onderwereldfiguren lijkt misschien wat overdreven. Toch helpt het om je voor te stellen hoe het is als iemand opeens jouw naam gaat gebruiken, zoals de Radboudstichting overkwam. Iemand pikt niet alleen je naam, maar slaat de spiegel waarin je jezelf altijd hebt herkend in gruzelementen. Het ergste zijn de mensen die niet begrijpen hoe ernstig dat is, die zeggen, ach het is maar een naam, een paspoort. We helderen het op en gaan over tot de orde van de dag. Die orde bestaat namelijk niet meer.
U merkt wel, namen liggen nogal gevoelig bij mij. Ondergetekende (kijk nog maar eens goed) is nooit slachtoffer geweest van paspoortroof of identiteitsfraude, maar kampt met een ander probleem, dat hiermee te maken heeft. Ik moet mijn naam altijd spellen. Ik heet geen Miriam Rasch, maar Miriam-met-een-i Rasch-met-es-cee-ha. En dan vragen ze nog niet eens naar mijn tweede naam (Dueholm). Ook al spel ik mijn naam, de meeste mensen noemen me Mirjam, Myriam of zelfs Meriam. Tas, Los, Ros, Hasj. Vrienden die ik al jaren ken, denken nog steeds dat ik Mirjam heet. Ze schrijven het zelfs op de uitnodiging voor hun bruiloft. ‘Ik kom niet hoor!’ roep ik dan. (Ik ga natuurlijk wel en zet met grote, zwierige letters mijn naam in het gastenboek.)
Ik kan me erg opwinden over verkeerd gebruikte of gespelde namen. Niet omdat ik een frikkig type ben dat met een rietje de misspeller op de vingers wil tikken. Mensen die niet weten hoe je heet, weten ook niet wie je bent. Ze beroven je van je identiteit. Een Mirjam is anders dan een Miriam. En mevrouw Los een ander dan (mejuffrouw) Rasch.
Daarom kan ik me heel goed voorstellen wat de Radboudstichting heeft bewogen om haar naam te veranderen. De grote vraag is alleen: wat zou Thomas More ervan denken?
Miriam Rasch
[verschenen als column in More 85, april 2010. Kijk ook op www.thomasmore.nl] Lees verder
Stoelendans in columnistenland
31/03/10 11:39 Denk aan: Literatuur

Tijdens haar zwangerschapsverlof werd Aaf vervangen door een hele rits gastcolumnisten, die naar mijn bescheiden mening geen van allen overtuigden. Nu alle verhuizingen achter de rug zijn, de restyling van de Volkskrant en de tweede pagina van nrc.next is voltooid, is het afwachten hoe de columnisten hun eigen kamertje gaan inrichten. Lees verder
Geheim
12/02/10 21:42 Denk aan: Filosofie
Denk eens terug aan de eerste keer dat je een geheim had. Uit de trommel een snoepje gepikt en niemand die het weet. Een wereld gaat open: de binnenwereld. Bij het begin van een nieuw decennium wil ik pleiten voor een herwaardering van het geheim.
Ik pleit niet voor leugens. Wat begint met liegen over een gepikt snoepje, waaiert uit tot gedachten en dromen die je met niemand deelt, omdat er geen woorden voor zijn. Of gewoon omdat je houdt van stilte. Tegenwoordig staan geheimen gelijk aan leugens. Je wilt iets niet prijsgeven? Dan zal je wel iets in je schild voeren. Een geheim is per definitie verdacht. Lees verder
Ik pleit niet voor leugens. Wat begint met liegen over een gepikt snoepje, waaiert uit tot gedachten en dromen die je met niemand deelt, omdat er geen woorden voor zijn. Of gewoon omdat je houdt van stilte. Tegenwoordig staan geheimen gelijk aan leugens. Je wilt iets niet prijsgeven? Dan zal je wel iets in je schild voeren. Een geheim is per definitie verdacht. Lees verder
Opgeheven
12/01/10 16:53 Denk aan: Schrijven
Ik droomde dat ik een vaste column in het Ublad aangeboden kreeg.
Een bescheiden droom; het had ook nrc.next kunnen zijn.
Vlak voor kerst is het Ublad opgeheven.
Dat bewijst maar weer dat je beter groots kunt dromen.
Lees verder
Een bescheiden droom; het had ook nrc.next kunnen zijn.
Vlak voor kerst is het Ublad opgeheven.
Dat bewijst maar weer dat je beter groots kunt dromen.
Lees verder
Oordeel
05/09/09 11:22 Denk aan: Filosofie
Er zijn mensen die niet van muziek houden. Ja echt. ‘Daar heb ik niks mee,’ zeggen ze, alsof het over oude auto’s gaat. Je mag niet oordelen over de voorkeuren van een ander, dus ik zeg er verder niets over.
Nog vreemder zijn mensen die niet van dieren houden. Vooral omdat er voor iedereen wel een geschikt dier te vinden is. Ik heb zelf drie katten, die ruiken zo lekker in hun nek en zijn lui en ongenaakbaar. Anderen kiezen misschien voor een paard (edel) of een papegaai (spraakzaam) of diepzeevissen (koel en mysterieus).
Nu ga ik te ver. Dieren mag je geen menselijke eigenschappen toedichten, heb ik geleerd. Een papegaai kan nog zo spraakzaam lijken omdat hij geluiden uitstoot, dat betekent niet dat hij praat, laat staan dat hij iets te zeggen heeft. Mijn kat lijkt misschien wel tot over haar oren verliefd op de rode kater van de buren, liefde is een concept dat ik daarop plak. Eigenlijk is dat het meest respectloze wat je kan doen, omdat het voorbij gaat aan de aard van het dier, die dierlijk is en niet menselijk. Het dier is ook een ander, over wie je niet mag oordelen.
Aan de andere kant: is het niet juist het mooiste wat je kan doen? Is dat niet waarom mensen van dieren houden? Ze nodigen je uit tot een verstandhouding. Maar omdat je niet weet wat er in het beestje omgaat, zal het altijd een zoekende verstandhouding zijn. Uiteindelijk moet je accepteren dat je elkaar nooit echt zult kennen.
Dag in dag uit leef je samen, zie je de poes nuffig en zogenaamd ongeïnteresseerd bij het kattenluikje zitten tot de buurkat opduikt, en elke dag moet je constateren dat je met een wildvreemde je huis deelt. En dat je juist daarom met haar je huis deelt.
Het verschil met muziek is misschien niet zo groot. Keer op keer luister ik naar een liedje en moet ik erkennen dat ik het niet begrijp. Ik loop over straat met mijn oordopjes in en voel hoe mijn tred lichter wordt. Maar ik kan niet uitleggen waarom.
Dier en muziekstuk – beide leren ze je dat je niet op het eerste gezicht of eerste gehoor kunt oordelen. Ze bestaan en jij mag daarbij aanwezig zijn. Al zou je een oordeel uitspreken, dat horen ze toch niet, het verandert niets aan wie of wat ze zijn. Een positie die noopt tot bescheidenheid.
Wat zegt dat dan over die anderen, die niets met muziek hebben of niet van dieren houden? Daar oordeel ik niet over.
[verschenen als column in Radboud info 81, september 2009] Lees verder
Nog vreemder zijn mensen die niet van dieren houden. Vooral omdat er voor iedereen wel een geschikt dier te vinden is. Ik heb zelf drie katten, die ruiken zo lekker in hun nek en zijn lui en ongenaakbaar. Anderen kiezen misschien voor een paard (edel) of een papegaai (spraakzaam) of diepzeevissen (koel en mysterieus).
Nu ga ik te ver. Dieren mag je geen menselijke eigenschappen toedichten, heb ik geleerd. Een papegaai kan nog zo spraakzaam lijken omdat hij geluiden uitstoot, dat betekent niet dat hij praat, laat staan dat hij iets te zeggen heeft. Mijn kat lijkt misschien wel tot over haar oren verliefd op de rode kater van de buren, liefde is een concept dat ik daarop plak. Eigenlijk is dat het meest respectloze wat je kan doen, omdat het voorbij gaat aan de aard van het dier, die dierlijk is en niet menselijk. Het dier is ook een ander, over wie je niet mag oordelen.
Aan de andere kant: is het niet juist het mooiste wat je kan doen? Is dat niet waarom mensen van dieren houden? Ze nodigen je uit tot een verstandhouding. Maar omdat je niet weet wat er in het beestje omgaat, zal het altijd een zoekende verstandhouding zijn. Uiteindelijk moet je accepteren dat je elkaar nooit echt zult kennen.
Dag in dag uit leef je samen, zie je de poes nuffig en zogenaamd ongeïnteresseerd bij het kattenluikje zitten tot de buurkat opduikt, en elke dag moet je constateren dat je met een wildvreemde je huis deelt. En dat je juist daarom met haar je huis deelt.
Het verschil met muziek is misschien niet zo groot. Keer op keer luister ik naar een liedje en moet ik erkennen dat ik het niet begrijp. Ik loop over straat met mijn oordopjes in en voel hoe mijn tred lichter wordt. Maar ik kan niet uitleggen waarom.
Dier en muziekstuk – beide leren ze je dat je niet op het eerste gezicht of eerste gehoor kunt oordelen. Ze bestaan en jij mag daarbij aanwezig zijn. Al zou je een oordeel uitspreken, dat horen ze toch niet, het verandert niets aan wie of wat ze zijn. Een positie die noopt tot bescheidenheid.
Wat zegt dat dan over die anderen, die niets met muziek hebben of niet van dieren houden? Daar oordeel ik niet over.
[verschenen als column in Radboud info 81, september 2009] Lees verder
Rasch is tevreden
28/02/09 17:36 Denk aan: Schrijven

Het voorkomen van een gespiegeld ik
10/02/09 19:15 Denk aan: Filosofie

Reflecties over een foto II
24/01/09 12:13 Denk aan: Filosofie

Reflecties over een foto I
23/01/09 18:42 Denk aan: Schrijven

