de Volkskrant
Over de liefde: romantiek van rebellie naar soap
19/09/11 18:47 Denk aan: Leven

Eigenlijk is het raar: als je wordt gedumpt verzekeren al je vrienden je dat er nog veel meer vissen in de zee zijn. Maar niemand zal dat willen zeggen op het moment dat de liefde nog bestaat. Zo zit je dan voortdurend in een spagaat tussen absolute en relatieve liefde, tussen gevoelens die niet intens genoeg kunnen zijn en de rede die je vertelt dat elk gebroken hart gelijmd kan worden.
Alweer enige tijd geleden las ik een interessant interview met Richard David Precht in de Volkskrant (18 augustus). Hij schreef ook alweer enige tijd geleden Liefde voor gevorderden (2009). In het interview staat een passage over de ontwikkeling van de romantische liefde, die begon als rebellie tegen de gevestigde orde maar langzamerhand zelf de norm is geworden. Toch wel een eye-opener:
'In de 19de eeuw was de romantische liefde een daad van rebellie, bezongen door schrijvers als Jane Austen, Gustave Flaubert en Theodore Fontane. Meestal was de hoofdpersoon een vrouw; zij wilde trouwen met haar grote liefde, niet met een welgestelde partij uit een goede familie. Dat ideaal sijpelde betrekkelijk langzaam door. (...) Na de Tweede Wereldoorlog, en vooral na de jaren zestig, was er geen houden meer aan. De romantiek daalde af van de wereldliteratuur naar de soap, van Pride and Prejudice naar As The World Turns. De romantische liefde was geen rebellie meer, maar norm. Maar hoe hoger de eisen, hoe sterker de teleurstelling. De romantiek blijkt haar schaduwzijden te hebben: instabiele relaties, mensen die vruchteloos blijven zoeken naar die ene ideale partner, vrouwen die ongewild kinderloos blijven.'
Goed, die schaduwkanten kennen we allemaal. Is er iets in het leven dat geen schaduwkanten heeft? Nee toch? Dat gemier over instabiliteit en vruchteloos gezoek zal niet anders zijn dan in de tijd vóór Emma Bovary.
Precht heeft verderop nog een boeiende gedachte in petto. Hij begint met opnieuw een (impliciet gehouden) paradox. We zoeken in een liefdesrelatie jarenlange opwinding, meeslepende gevoelens die je doen geloven dat je de Ware aan de haak hebt geslagen. Maar we willen ook een 'maatje' (oei), een beste vriend met wie je avondenlang diepzinnige gesprekken voert en die het niet erg vindt als je in je berenpyjama met ongewassen haren tegen hem aan hangt:
'In de liefde zoeken we opwinding, we willen dat de ander ons hartkloppingen bezorgt. Maar we zoeken ook vertrouwen, geborgenheid, begrip. Dat zijn precies de psychische voedingsstoffen die we van onze ouders krijgen.'
Opwinding? (Van je ouders?)
'Geen seksuele opwinding. Maar ouders maken het leven van hun kinderen interessant. Kijk daar: een olifant, een ezel! Toen mijn zoon klein was, kwam hij naar me toe. Papa, ik verveel me. Dat betekent: geef me opwinding, niet: geef me geborgenheid.'
Dat is interessant. De ware is degene die je verveling verdrijft. Tot hij zelf vervelend wordt natuurlijk.
Comments
Drie luie, zomerse citaten
09/07/10 16:00 Denk aan: Woorden en citaten
'”Het schijnt dat sommigen veel bevrediging uit werken krijgen," zegt Wang Yaocun, softcore kluizenaar. "Maar persoonlijk hou ik helemaal niet van moe worden."'
In De Groene Amsterdammer, 8 juli 2010 (een mooi verhaal over taoïsme in het hedendaagse China).
'Ik zie mensen graag niets doen met grote resultaten. Dat zijn de mensen die aan het oogsten zijn. Hun nietsdoen is het kersje op de taart van hard werken. Dat nietsdoen is trouwens niet alleen de laatste, maar ook de moeilijkste stap, al oogt hij niet zo.'
Martin Simek in De Groene Amsterdammer, 8 juli 2010
‘Het hele idee van gemakkelijk leven is volslagen absurd. De werkelijkheid van alledag geeft een tegengestelde beweging, namelijk dat het leven moeilijk is.’
Jeffrey Wijnberg, Dat moet ik nog een plekje geven en andere psychologische onzin, geciteerd in de Volkskrant 3 juli 2010

In De Groene Amsterdammer, 8 juli 2010 (een mooi verhaal over taoïsme in het hedendaagse China).
'Ik zie mensen graag niets doen met grote resultaten. Dat zijn de mensen die aan het oogsten zijn. Hun nietsdoen is het kersje op de taart van hard werken. Dat nietsdoen is trouwens niet alleen de laatste, maar ook de moeilijkste stap, al oogt hij niet zo.'
Martin Simek in De Groene Amsterdammer, 8 juli 2010
‘Het hele idee van gemakkelijk leven is volslagen absurd. De werkelijkheid van alledag geeft een tegengestelde beweging, namelijk dat het leven moeilijk is.’
Jeffrey Wijnberg, Dat moet ik nog een plekje geven en andere psychologische onzin, geciteerd in de Volkskrant 3 juli 2010
Stoelendans in columnistenland
31/03/10 11:39 Denk aan: Literatuur

Tijdens haar zwangerschapsverlof werd Aaf vervangen door een hele rits gastcolumnisten, die naar mijn bescheiden mening geen van allen overtuigden. Nu alle verhuizingen achter de rug zijn, de restyling van de Volkskrant en de tweede pagina van nrc.next is voltooid, is het afwachten hoe de columnisten hun eigen kamertje gaan inrichten. Lees verder
De Volkskrant begrijpt er niets van
18/04/09 23:45 Denk aan: Literatuur

Een beetje calvinistisch maar vooral heel wijs
03/02/09 18:18 Denk aan: Leven

Lees verder
Mijn voorkeur gaat uit naar revolutie
19/09/08 20:51 Denk aan: Literatuur

Sinds een paar weken kijk ik met nog meer nieuwsgierigheid dan normaal uit naar de eerstgenoemde. Ik schreef al over de nieuwe rubriek 'Het kwintet', waarin schrijvers vijf boeken noemen. Tot nu toe kwamen P.F. Thomése, Tom Lanoye en L.H. Wiener aan de beurt, deze week is het de beurt aan Frank Westerman (tijd voor vrouw, misschien?).
'Boeken die een revolutie in het hoofd bewerkstelligden': dat criterium vond ik zo raak geformuleerd, dat ik in een revolutionaire uitbarsting zelf een septet samenstelde. Maar helaas, de eindredactie van Cicero verving in de volgende aflevering die revoluties door het stijve, schoolse 'bepalen van een wereldbeeld'. Een week later zakt het nog verder in naar 'vijf boeken van hun voorkeur'.
Zonde. Voorkeuren zijn hoogstpersoonlijk en hebben de omlooptijd van een krantenartikel. Voorkeuren smaken naar verontschuldiging: 'ik geef de voorkeur aan Proust, maar als jij liever Giphart leest...' Revoluties vragen het offer van de massa aan het vooruitstrevende gelijk van de minderheid en scheuren de geschiedenis doormidden. Met andere woorden: slappe hap, dat kwintet.
Interessanter is het om te lezen wat de schrijvers daar zelf van vinden. Allemaal beginnen ze met een inleiding op de betekenis van hun lijstje in het algemeen, voor ze de boeken stuk voor stuk toelichten. Ik heb het vermoeden dat de eindredactie van Cicero de schrijvers het oude criterium van de revolutie heeft opgestuurd met het verzoek om een stukje, later heeft gekozen voor die democratische voorkeur, dat alvast boven het revolutionaire stukje heeft gezet, om ten slotte de lezer in verwarring achter te laten.
'Boeken die je vol weten te raken, kunnen je vleugels geven,' begint Westerman (om dan een vreemde sportmetafoor uit te werken die mijlenver van van mijn leesbeleveing af staat). Boeken die je vol raken verdienen niet je voorkeur, die eisen je toewijding op.
De enige die de voorkeur geeft aan voorkeur, is L.H. Wiener, die zich nogal zuur uitlaat: 'Het beste boek bestaat niet. [...] Op verzoek van de Cicero-redactie beperk ik me vandaag tot de volgende vijf.' Zo'n inleiding heeft terecht de omlooptijd van een krantenartikel. Merkwaardig dat de voorkeuren van een leraar Engels zich niet voorbij een dag uitstrekken. Volgende keer mag je ook mij vragen, Cicero, heb je gelijk een vrouw gehad.
Nee, dan Lanoye (waar ik verder nooit iets mee heb gehad): 'Want juist door dit boek ben je reddeloos veranderd, als lezer, als auteur, als mens, als zoogdier. Om alsnog te delen in zijn glorie staat je maar één ding te doen. Het eindeloos zingen van zijn lof. Daar is niets verkeerds mee. Wie niet kan bewonderen, zal nooit scheppen.' Zo iemand heeft iets doorgemaakt met boeken, zijn ziel is eens doormidden gescheurd en vertoont nog steeds de breuklijnen. (Ik zie hierin een parallel met Nietzsches aanstotelijke dat waarlijk productief is.)
Het kan ook andersom, zo bewijst een groepje schrijvers en kunstenaars in Engeland. Literatuur als genezing, niet zozeer om de breuklijnen te helen, maar om ze te onderzoeken en door onderzoek er de schoonheid van in te zien. Net als bij breuklijnen in het landschap, die we allemaal fervent vanaf het diepste of hoogste punt fotograferen.
In de School of Life (beetje een stomme naam, net als Het Kwintet) leer je met behulp van kunst omgaan met de Grote Vragen van het Dagelijks Leven. De 33-jarige Sophie Howarth zette de 'literaire apotheek' op uit onvrede met de heersende opvatting dat je kunst niet mag lastig vallen met je eigen beslommeringen. Kunst is er niet om jou antwoorden te geven op vragen die je dwars zitten of je te vertellen hoe je moet omgaan met andere mensen (of dieren).
Onzin! Ik ben het volkomen eens met Howarth. Dit is exact de reden waarom ik na Literatuurwetenschap (die geobsedeerd is door de wetenschap en niet door de literatuur) hunkerde naar Ethiek. Als je bij de eerste de vraag stelde waarom mensen überhaupt lezen, moest je een empirisch onderzoek gaan doen, bij de laatste ging je al denkend op zoek naar een zinvol antwoord. Bij deze solliciteer ik naar de functie van oprichter, leider en meesterbrein van de Nederlandse School of Life. De Revolutie noem ik haar.
Het meesterbrein denkt...: mensen komen met hun breuklijnen naar de literaire apotheek, en vertrekken met een volgende revolutie in het hoofd. Zij zullen voor altijd verslingerd zijn aan de pillen die ik ze geef. Dat is niet alleen mooi van de kunst: dat ze nooit ophoudt je te verbijsteren en je wereld op te schudden. Dat is ook een heel goed businessplan.
Met dank aan Wouter voor het artikel over de School of Life.
Kwintet of sextet... septet
01/09/08 21:38 Denk aan: Literatuur

Voorlopig zal de Volkskrant het mij niet vragen, dus dan zet ik mijn kwintet hier maar neer. Al moet erbij vermeld worden dat lijstjes niet vaker dan zeer zelden op een weblog moeten verschijnen. Een ieder is natuurlijk uitgenodigd om niet op een journalist van de Volkskrant te blijven wachten, maar hieronder ook schaamteloos zijn bijdrage te leveren.
Oké, daar gaan we, in chronologische volgorde:
0. De dolle tweeling-reeks van Enid Blyton.
Kijk, hier beginnen de problemen. Zou ik De dolle tweeling aan iemand anders aanraden dan mijn overbuurmeisje? Nee. Maar die boeken bewerkstelligden een revolutie in mijn hoofd. Nachtelijke feestjes, poetsen bakken bij mam'selle, uitzieken op de zaal bij matrone, lacrosse spelen en elk jaar een langere rok dragen: ik kan die boekjes nog woordelijk uitspellen. Ik wás Pat en Ann, en ondeugende Janet, lieve Hillary en norse Prudence. Een veilig bad vanwaaruit het avontuur op je lag te wachten.
Oké, ik begin opnieuw:
1. De verhalen van Edgar Allan Poe.
Op een zeker moment blijkt dat veilige bad zo lek als een mandje. Eigenlijk is het onbegrijpelijke, halfdode, op het punt van instorten verkerende veel mooier! Denk maar aan ruïnes.
2. Essays van Montaigne.
Nog steeds een torenhoog voorbeeld van hoe je al schrijvende je eigen leventje kunt inzetten in een filosofische onderzoeking. En wie verwacht nou dat een Franse burgemeester uit de zestiende eeuw zo grappig kan zijn, zonder iets aan eruditie en zeggingskracht in te leveren?
3. Iets van Derrida.
Ik geef meteen toe: ik heb nog nooit een heel boek van Derrida gelezen. Die paar korte stukken waren echter voldoende om een jaar lang in louter tekst te leven, in een platte werkelijkheid waar alles naar alles verwijst, zonder beperking, zonder dogma. Nog een voorgoed gestanst streven: hoe hij een tekst fileert tot op de milimeter en die tegelijk in een associatieve context zet die mijlen breed is, dat wil ik ook.
4. Op zoek naar de verloren tijd van Marcel Proust.
Dit boek heeft letterlijk mijn leven veranderd. Ik las het, de dingen vielen op zijn plek en ik ben nooit meer dezelfde geweest. Zou dat ook een tweede keer kunnen gebeuren? Proust heeft een blauwdruk geschreven, zoniet van de menselijke emoties, dan toch van de mijne. Daarbij verwoordt hij waarom de mens leest en schrijft, en de absolute noodzaak daarvan. Hoe hij de schaamte overwint om een schrijvende staat van oprechtheid te bereiken: zo moet dat dus. Verbloem ik de zaken omdat ik me schaam voor mezelf? Gebruik ik ingesleten woorden om te verhullen wat ik eigenlijk wil zeggen? Het antwoord is altijd 'ja', Proust dwingt je zo ver te gaan dat het in de buurt van een 'nee' komt.
5. De Asielzoeker van Arnon Grunberg.
Deze roman las ik drie maanden na de dood van mijn vader en vier maanden na het verbreken van een lange relatie en heeft me als een soort Baron von Münchhausen aan mijn haren uit het moeras getrokken. Dat is pijnlijk. Maar het kan dus. Vreemd dat anderen bij dit boek alleen maar smakelijk hebben moeten lachen terwijl ik heb gehuild als een wolf bij volle maan.
Sorry... 6. Het zijn en het niet van Jean-Paul Sartre moet er ook echt bij... Je hebt altijd een keus, ik kies ervoor om van mijn kwintet een sextet te maken... of is het al een septet...
Overigens voerde Boeken van NRC Handelsblad ooit de reeks 'Het beslissende boek van...' Als ik er uit mijn sextet / septet één moet kiezen als beslissendste boek, dan is het Proust. P.F. Thomèse, de eerste die zijn kwintet mag toelichten in de Volkskrant van vorige week, noemt ook Proust - Contre Sainte-Beuve. Binnenkort meen ik in vertaling beschikbaar.
Lees hier over 'Het beslissende boek van...' mijn vader Gerard Rasch.
En lees hier een mooi interview met Atte Jongstra, die naast Augustinus de Privé heeft liggen. Over Bildung gesproken.
Wie volgt?
Synesthesie en de kleur van je pincode
20/08/08 10:04 Denk aan: Filosofie

Kom je er na dertig jaar achter dat je synesthesie hebt. Ofwel: synestheet bent.
Ik heb wel eens geprobeerd aan iemand uit te leggen hoe in mijn hoofd een jaar, of beter een jaargang, eruitziet, maar dat strandde al op het idee dat een jaar er op een bepaalde manier uit zou zien. Ik dacht dat het aan hem lag. Nu blijkt dat het aan mij ligt.
Lees verder
Techniek in de literatuur III
17/08/08 20:30 Denk aan: Literatuur

