Peter Singer over speciesisme
30/05/11 21:08 Denk aan: Filosofie

Speciesisme is kort gezegd discriminatie op grond van de soort. Zoals racisme een bepaalde groep minderwaardig acht of rechten ontzegt op grond van ras, en seksisme op grond van geslacht, doet speciesisme dat op grond van je soort. Mensen, apen, huiskatten, kippen, vissen et cetera. Meestal is rationaliteit het criterium dat wordt gebruikt om de mens als soort bovenaan de hiërarchie te plaatsen. Singer stelt daar in navolging van Jeremy Bentham het lijden voor in de plaats. 'The question is not Can they reason? nor Can they talk? but Can they suffer?
Lees verder
Comments
Wat is de mens - revisited
19/02/11 11:37 Denk aan: Wetenschap

Vaak is dat criterium van zekerheid ergens in het zelf verankerd. Als ík vind dat de rol van intellectueel voor mij authentieker is dan de rol van feestbeest, als ik overtuigd ben van deze wetenschappelijke theorie en niet van die andere, als ik kan zeggen waarom een schilderij van Mondriaan beter is dan het gefriemel van mijn neefje, dan moet daar iets in zitten. Zelf behoor ik tot de laatste groep, ik houd niet van relativisme. Hoewel ik de bezwaren van de pragmatische zekerheid ken en levensgroot acht. Want wie ben ik om als criterium voor de waarheid te gelden? Nou ja, ik ben een mens, zoveel is zeker. De vraag is dus: 'Wat is de mens'?
Marcus Düwell, hoogleraar Wijsbegeerte aan de Universiteit Utrecht, haalde in zijn lunchlezing Kant aan: in de vraag 'wat is de mens' laten alle vragen van de filosofie zich samenvatten. 'Wat is de mens': aan die vraag valt ten eerste op dat hij de mens objectiveert, als een ding dat je kunt onderzoeken. Een het. Dat is natuurlijk wetenschappelijk verantwoord. Eerder schreef ik over de definitie van het object mens door Frans de Waal en Dick Swaab, die de mens inderdaad 'apart zetten' om hem aan wetenschappelijk onderzoek te onderwerpen (ook al is dat dan in een vergelijking met apen zoals De Waal doet of door te focussen op één onderdeel, namelijk de hersenen bij Swaab). De derde definitie, door Gerard Visser, behelsde een herformulering van de vraag. Wát een mens is? Antwoord: een wie. De juiste vraag is dan 'Wie is de mens?' Je voelt al meteen dat je in die herformulering overgaat van een algemene uitspraak op een individuele. Kun je in algemene termen over de mens spreken, of moet je hem altijd benaderen als uniek persoon? Of is dit gewoon een kwestie van ofwel wetenschap ofwel filosofie (of kunst) bedrijven?
Düwell liet zien dat er ook in de wetenschap verschillende perspectieven op de mens zijn, die op gespannen voet met elkaar kunnen komen te staan. Er is het natuurwetenschappelijke perspectief dat de mens ziet als een dier (waartoe De Waal en Swaab behoren). Dan is er het culturele perspectief, dat zich richt op de artistieke scheppingen van de mens en ten slotte is er het morele perspectief, dat uitgaat van de ethische overwegingen, de mens als vrij wezen. Het zijn in feite drie manieren om de mens te beschrijven, niet zozeer drie verschillende definities. Zoals de olifant uit het bekende voorbeeld. Een blinde voelt aan de olifant en beschrijft hem. Maar hij voelt een poot, terwijl zijn vriend de slurf vasthoudt. Uiteindelijk heeft niemand de ware olifant gezien, want de olifant is al zijn eigenschappen bij elkaar.
De perspectieven stemmen enigszins overeen met de drie voorbeelden waar ik mee begon: de waarheid die al dan niet bestaat, de kunstzinnige smaak waar al dan niet over te twisten valt en het zelf dat al dan niet authentiek of vrij is. Je kunt niet één van die perspectieven boven alle andere plaatsen of tot verklaring van alles bombarderen. Vooral de natuurwetenschappers doen dat wel, aldus Düwell. Zij monopoliseren het antwoord op de vraag wat de mens is. Met de grootste vanzelfsprekendheid wordt het biologische als bewijs voor van alles aangehaald (zelfs voor de meest tegenstrijdige zaken, zoals egoïsme bij Richard Dawkins en empathie bij Frans de Waal). Terwijl het niet logisch is. Móet ik moreel doen omdat ik niet anders kan, ben ik moreel omdat de apen het ook zijn? Zo gesteld lijkt dat inderdaad een absurde aanname.
Eigenlijk hebben we in het dagelijks leven niet zoveel last van dit soort vragen. Zoals veel filosofen ook zeggen: of de vrije wil nu bestaat of niet, het belangrijkste is dat de mens het idee heeft dat hij bestaat. Dat is al reden genoeg om erover na te denken. Dat getuigt mijns inziens ook van een frisse, open instelling die zweeft tussen het relativerende ontkennen en jezelf beschouwen als criterium voor de waarheid. Ik hou wel van zulk pragmatisme, ook in de filosofie.
Kijk de lezing terug op de nieuwe website van Studium Generale (!).
En lees ook Brein, aap, ziel: wat is de mens? Drie boeken
Zomergasten: Paulien Cornelisse, grappige dieren en Twin Peaks
09/08/10 18:52 Denk aan: Televisie
Ik heb me behoorlijk verveeld bij Zomergasten gisteren. Niet vanwege de fragmenten, die had Paulien Cornelisse goed gekozen. Alleen hadden de fragmenten op zichzelf volstaan, want veel interessante gedachten of ideeën wist ze er naar mijn mening niet aan toe te voegen. Dieren met mensenstemmen zijn grappig. Eens. Maar waarom is dat zo? Waarom lachen we om de gekleide dieren die ouwehoeren over clowns?
Om te beginnen zijn de dieren al grappig om te zien. Ook zonder geluid blijf je kijken. (Hoewel niet iedereen natuurlijk per definitie dieren grappig vindt.) Cornelisse vertelde hoe acteurs de uitdrukkingen van de beesten spelen. De dieren zijn dan ook grappig doordat ze zo menselijk zijn. Daar komen de converserende stemmen bij, die niet ingesproken zijn, maar daadwerkelijke gesprekken die zijn opgenomen. Ook het fragment met de badende makaken fascineert doordat de overeenkomst tussen mens en dier zo duidelijk is. Dat ontroert en maakt je aan het lachen.
De overeenkomst tussen mens en dier kan ook anders uitpakken. Cornelisse had haar Twin Peaks-plakboek meegenomen, een schriftje dat bol stond van de uitgeknipte artikelen en foto's. Om een plakboekje dat je op je vijftiende hebt samengesteld mee te nemen naar de Zomergastenstudio vergt enige moed, gaf Cornelisse toe. Ik kon het wel waarderen. Maar de vraag waarom ze het plakboek had gemaakt en bewaard en meegenomen bleef onbeantwoord. En waarom Twin Peaks?
Het fragment van Bob die Laura Palmer belaagt is bloedstollend. Ik had (weer) kippenvel, niet alleen op mijn onderarmen, maar over mijn hele lichaam. Wat is zo eng aan de typische David Lynch-horror? Dit fragment deed mij sterk denken aan Stanley Kubricks The Shining. Het verstilde beeld van een roze kamer, die gezellig en warm moet zijn. De afwezigheid van geluid. Stilte kan heel beangstigend zijn, omdat wat ze aankondigt vreselijk is, erger dan alles wat geluid kan maken (hoewel Cornelisse volgens Jelle Brandt Corstius vooral bij de aanzwellende muziek opschrok). Dan verschijnt Bob aan de zijkant. 'Dat is heel eng.' Eh, ja. Maar waarom? Omdat zijn verschijnen betekent dat hij al de hele tijd daar is. Wachtend in absolute stilte tot zijn tijd komt. Hij heeft de tijd, neemt de tijd, beweegt heel langzaam. Elegant bijna, sluipend over meubelstukken en de grond als een dier. Tijgerend, brullend en met wilde manen.
Dieren kunnen grappig zijn, zeker als ze menselijke trekken krijgen toebedeeld. Mensen kunnen heel eng zijn, als hun dierlijke kant benadrukt wordt. Laura Palmer is als een mensenpop die het dier komt verscheuren. Misschien is dat ook wel iets om naar te verlangen, stiekem. Cornelisse moet in haar Twin Peaks-obsessie ook het zogenaamde Dagboek van Laura Palmer hebben gelezen. Het onschuldige meisje verlangt naar het beest, dat is daar wel duidelijk. Ze geniet van haar angst, tot ze de controle erover verliest en dat met haar leven moet bekopen.
Als Zomergastengast had ik ook een stukje uit Twin Peaks gekozen, vergelijkbaar met dit fragment. De stilte is nu niet absoluut: een elpee ligt op de platenspeler over te slaan. Brrrr: het is de aankondiging van iets vreselijks. Met de plaat blijft de tijd hangen. In het vacuüm dat ontstaat kan alles gebeuren. Weer tijgert er iemand over de hoogpolige vloerbedekking van het ouderlijk huis. Het is Laura's moeder. Opeens staat er een prachtig paard in de kamer. Dat paard jaagt mij de stuipen op het lijf. Waarom? Waarom is dit dier het engste dat ik kan bedenken? Het is een elegant, edel dier en doet geen kwaad. Maar zijn verschijnen uit het niets doet je beseffen dat hij daar altijd al was, net als Bob. We zagen hem alleen niet. Tussen onze werkelijkheid zit een andere werkelijkheid geweven, zonder beschaving of logica, die het zomaar opeens kan overnemen.
Denk ik. Maar wie ben ik.
Paulien Cornelisse zei tussen neus en lippen door dat al haar angsten van tv en film komen. Waar waren mensen voor die tijd bang voor, vroeg ze. Een merkwaardige vraag, die wel verklaart waarom het commentaar zo saai bleef, bij zulke prachtig gekozen beelden. De afschuwelijkste angsten, zoals die van Laura Palmer, komen gewoon van binnen. Daar heeft Cornelisse blijkbaar geen last van. Lijkt me een heerlijk leven. Maar het is niet zo interessant om naar te luisteren.

_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
Om te beginnen zijn de dieren al grappig om te zien. Ook zonder geluid blijf je kijken. (Hoewel niet iedereen natuurlijk per definitie dieren grappig vindt.) Cornelisse vertelde hoe acteurs de uitdrukkingen van de beesten spelen. De dieren zijn dan ook grappig doordat ze zo menselijk zijn. Daar komen de converserende stemmen bij, die niet ingesproken zijn, maar daadwerkelijke gesprekken die zijn opgenomen. Ook het fragment met de badende makaken fascineert doordat de overeenkomst tussen mens en dier zo duidelijk is. Dat ontroert en maakt je aan het lachen.
De overeenkomst tussen mens en dier kan ook anders uitpakken. Cornelisse had haar Twin Peaks-plakboek meegenomen, een schriftje dat bol stond van de uitgeknipte artikelen en foto's. Om een plakboekje dat je op je vijftiende hebt samengesteld mee te nemen naar de Zomergastenstudio vergt enige moed, gaf Cornelisse toe. Ik kon het wel waarderen. Maar de vraag waarom ze het plakboek had gemaakt en bewaard en meegenomen bleef onbeantwoord. En waarom Twin Peaks?
Het fragment van Bob die Laura Palmer belaagt is bloedstollend. Ik had (weer) kippenvel, niet alleen op mijn onderarmen, maar over mijn hele lichaam. Wat is zo eng aan de typische David Lynch-horror? Dit fragment deed mij sterk denken aan Stanley Kubricks The Shining. Het verstilde beeld van een roze kamer, die gezellig en warm moet zijn. De afwezigheid van geluid. Stilte kan heel beangstigend zijn, omdat wat ze aankondigt vreselijk is, erger dan alles wat geluid kan maken (hoewel Cornelisse volgens Jelle Brandt Corstius vooral bij de aanzwellende muziek opschrok). Dan verschijnt Bob aan de zijkant. 'Dat is heel eng.' Eh, ja. Maar waarom? Omdat zijn verschijnen betekent dat hij al de hele tijd daar is. Wachtend in absolute stilte tot zijn tijd komt. Hij heeft de tijd, neemt de tijd, beweegt heel langzaam. Elegant bijna, sluipend over meubelstukken en de grond als een dier. Tijgerend, brullend en met wilde manen.
Dieren kunnen grappig zijn, zeker als ze menselijke trekken krijgen toebedeeld. Mensen kunnen heel eng zijn, als hun dierlijke kant benadrukt wordt. Laura Palmer is als een mensenpop die het dier komt verscheuren. Misschien is dat ook wel iets om naar te verlangen, stiekem. Cornelisse moet in haar Twin Peaks-obsessie ook het zogenaamde Dagboek van Laura Palmer hebben gelezen. Het onschuldige meisje verlangt naar het beest, dat is daar wel duidelijk. Ze geniet van haar angst, tot ze de controle erover verliest en dat met haar leven moet bekopen.
Als Zomergastengast had ik ook een stukje uit Twin Peaks gekozen, vergelijkbaar met dit fragment. De stilte is nu niet absoluut: een elpee ligt op de platenspeler over te slaan. Brrrr: het is de aankondiging van iets vreselijks. Met de plaat blijft de tijd hangen. In het vacuüm dat ontstaat kan alles gebeuren. Weer tijgert er iemand over de hoogpolige vloerbedekking van het ouderlijk huis. Het is Laura's moeder. Opeens staat er een prachtig paard in de kamer. Dat paard jaagt mij de stuipen op het lijf. Waarom? Waarom is dit dier het engste dat ik kan bedenken? Het is een elegant, edel dier en doet geen kwaad. Maar zijn verschijnen uit het niets doet je beseffen dat hij daar altijd al was, net als Bob. We zagen hem alleen niet. Tussen onze werkelijkheid zit een andere werkelijkheid geweven, zonder beschaving of logica, die het zomaar opeens kan overnemen.
Denk ik. Maar wie ben ik.
Paulien Cornelisse zei tussen neus en lippen door dat al haar angsten van tv en film komen. Waar waren mensen voor die tijd bang voor, vroeg ze. Een merkwaardige vraag, die wel verklaart waarom het commentaar zo saai bleef, bij zulke prachtig gekozen beelden. De afschuwelijkste angsten, zoals die van Laura Palmer, komen gewoon van binnen. Daar heeft Cornelisse blijkbaar geen last van. Lijkt me een heerlijk leven. Maar het is niet zo interessant om naar te luisteren.
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
Verliefd op een grizzly beer
17/12/09 18:57 Denk aan: Film

Oordeel
05/09/09 11:22 Denk aan: Filosofie
Er zijn mensen die niet van muziek houden. Ja echt. ‘Daar heb ik niks mee,’ zeggen ze, alsof het over oude auto’s gaat. Je mag niet oordelen over de voorkeuren van een ander, dus ik zeg er verder niets over.
Nog vreemder zijn mensen die niet van dieren houden. Vooral omdat er voor iedereen wel een geschikt dier te vinden is. Ik heb zelf drie katten, die ruiken zo lekker in hun nek en zijn lui en ongenaakbaar. Anderen kiezen misschien voor een paard (edel) of een papegaai (spraakzaam) of diepzeevissen (koel en mysterieus).
Nu ga ik te ver. Dieren mag je geen menselijke eigenschappen toedichten, heb ik geleerd. Een papegaai kan nog zo spraakzaam lijken omdat hij geluiden uitstoot, dat betekent niet dat hij praat, laat staan dat hij iets te zeggen heeft. Mijn kat lijkt misschien wel tot over haar oren verliefd op de rode kater van de buren, liefde is een concept dat ik daarop plak. Eigenlijk is dat het meest respectloze wat je kan doen, omdat het voorbij gaat aan de aard van het dier, die dierlijk is en niet menselijk. Het dier is ook een ander, over wie je niet mag oordelen.
Aan de andere kant: is het niet juist het mooiste wat je kan doen? Is dat niet waarom mensen van dieren houden? Ze nodigen je uit tot een verstandhouding. Maar omdat je niet weet wat er in het beestje omgaat, zal het altijd een zoekende verstandhouding zijn. Uiteindelijk moet je accepteren dat je elkaar nooit echt zult kennen.
Dag in dag uit leef je samen, zie je de poes nuffig en zogenaamd ongeïnteresseerd bij het kattenluikje zitten tot de buurkat opduikt, en elke dag moet je constateren dat je met een wildvreemde je huis deelt. En dat je juist daarom met haar je huis deelt.
Het verschil met muziek is misschien niet zo groot. Keer op keer luister ik naar een liedje en moet ik erkennen dat ik het niet begrijp. Ik loop over straat met mijn oordopjes in en voel hoe mijn tred lichter wordt. Maar ik kan niet uitleggen waarom.
Dier en muziekstuk – beide leren ze je dat je niet op het eerste gezicht of eerste gehoor kunt oordelen. Ze bestaan en jij mag daarbij aanwezig zijn. Al zou je een oordeel uitspreken, dat horen ze toch niet, het verandert niets aan wie of wat ze zijn. Een positie die noopt tot bescheidenheid.
Wat zegt dat dan over die anderen, die niets met muziek hebben of niet van dieren houden? Daar oordeel ik niet over.
[verschenen als column in Radboud info 81, september 2009] Lees verder
Nog vreemder zijn mensen die niet van dieren houden. Vooral omdat er voor iedereen wel een geschikt dier te vinden is. Ik heb zelf drie katten, die ruiken zo lekker in hun nek en zijn lui en ongenaakbaar. Anderen kiezen misschien voor een paard (edel) of een papegaai (spraakzaam) of diepzeevissen (koel en mysterieus).
Nu ga ik te ver. Dieren mag je geen menselijke eigenschappen toedichten, heb ik geleerd. Een papegaai kan nog zo spraakzaam lijken omdat hij geluiden uitstoot, dat betekent niet dat hij praat, laat staan dat hij iets te zeggen heeft. Mijn kat lijkt misschien wel tot over haar oren verliefd op de rode kater van de buren, liefde is een concept dat ik daarop plak. Eigenlijk is dat het meest respectloze wat je kan doen, omdat het voorbij gaat aan de aard van het dier, die dierlijk is en niet menselijk. Het dier is ook een ander, over wie je niet mag oordelen.
Aan de andere kant: is het niet juist het mooiste wat je kan doen? Is dat niet waarom mensen van dieren houden? Ze nodigen je uit tot een verstandhouding. Maar omdat je niet weet wat er in het beestje omgaat, zal het altijd een zoekende verstandhouding zijn. Uiteindelijk moet je accepteren dat je elkaar nooit echt zult kennen.
Dag in dag uit leef je samen, zie je de poes nuffig en zogenaamd ongeïnteresseerd bij het kattenluikje zitten tot de buurkat opduikt, en elke dag moet je constateren dat je met een wildvreemde je huis deelt. En dat je juist daarom met haar je huis deelt.
Het verschil met muziek is misschien niet zo groot. Keer op keer luister ik naar een liedje en moet ik erkennen dat ik het niet begrijp. Ik loop over straat met mijn oordopjes in en voel hoe mijn tred lichter wordt. Maar ik kan niet uitleggen waarom.
Dier en muziekstuk – beide leren ze je dat je niet op het eerste gezicht of eerste gehoor kunt oordelen. Ze bestaan en jij mag daarbij aanwezig zijn. Al zou je een oordeel uitspreken, dat horen ze toch niet, het verandert niets aan wie of wat ze zijn. Een positie die noopt tot bescheidenheid.
Wat zegt dat dan over die anderen, die niets met muziek hebben of niet van dieren houden? Daar oordeel ik niet over.
[verschenen als column in Radboud info 81, september 2009] Lees verder
Hoe ga je om met Slimey de Naaktslak?
24/07/09 19:36 Denk aan: Leven

Of Mere Being
21/07/09 22:20 Denk aan: Literatuur

Of Mere Being
The palm at the end of the mind,
Beyond the last thought, rises
In the bronze distance.
A gold-feathered bird
Sings in the palm, without human meaning,
Without human feeling, a foreign song.
You know then that it is not the reason
That makes us happy or unhappy.
The bird sings. Its feathers shine.
The palm stands on the edge of space.
The wind moves slowly in the branches.
The bird’s fire-fangled feathers dangle down.
--- Wallace Stevens, 1954
Zojuist stuitte ik op dit gedicht. Het geeft me kippenvel. Voorbij de laatste gedachten zit een dier. En dat dier weet door niet te weten. Kippenvel, omdat ik het prachtig vind, ontroerend, maar ook heel griezelig. Een verstild beeld, niet omdat het leven eruit is weggeslopen, maar omdat het erin samengebald zit, dreigend op de rand van uitbarsting. Zoals de zwarte monoliet uit 2001: A Space Odyssey. Het begin van het menselijk bewustzijn, maar ook het eindpunt, meer nog: ’the end of the mind’ standing ’on the edge of space.’ Lees verder
Het ontroerende van kippen
23/06/09 22:25 Denk aan: Woorden en citaten
Na al die zwaarmoedigheid van Dostojevski, de Lebenslüge en het verraad, moest ik opeens denken aan kippen. Misschien door de kaart die ik vandaag moest schrijven, waarop een konijn stond. Waarom een konijn? Niemand die het wist. Waarom doet een konijn me aan een kip denken? Niet alleen omdat ze hun initiaal delen. Het zijn vrolijke dieren, die je zomaar tegen kunt komen, op straat of op een grasveldje voor het Bestuursgebouw op de Uithof na een werkdag van tien uur, of verscholen in een rotonde, zoals in dat ene gedicht dat hier te vinden is (Zomer). Half gedomesticeerd en juist daardoor zo geestig en ontroerend.
En toen kwam ik ook nog zomaar dit citaat tegen, waar ik blij en ook wat melancholisch van word, en dat daarom helemaal klopt.
Op een gegeven moment vielen me midden in een groen veld een paar kippen op die zich, hoewel de regen nog helemaal niet zo lang geleden was opgehouden, een naar mijn idee voor die kleine witte beestjes enorm stuk hadden verwijderd van de boerderij waar ze thuishoorden. Om een reden die ik nog steeds niet helemaal kan begrijpen heeft de aanblik van dat groepje kippen dat zich zo ver het vrije veld in had gewaagd, mij zeer geraakt. Ik weet hoe dan ook niet wat het aan bepaalde dingen of wezens is dat mij soms zo ontroert.
W.G. Sebald, Duizelingen
Lees verder
En toen kwam ik ook nog zomaar dit citaat tegen, waar ik blij en ook wat melancholisch van word, en dat daarom helemaal klopt.
Op een gegeven moment vielen me midden in een groen veld een paar kippen op die zich, hoewel de regen nog helemaal niet zo lang geleden was opgehouden, een naar mijn idee voor die kleine witte beestjes enorm stuk hadden verwijderd van de boerderij waar ze thuishoorden. Om een reden die ik nog steeds niet helemaal kan begrijpen heeft de aanblik van dat groepje kippen dat zich zo ver het vrije veld in had gewaagd, mij zeer geraakt. Ik weet hoe dan ook niet wat het aan bepaalde dingen of wezens is dat mij soms zo ontroert.
W.G. Sebald, Duizelingen
Lees verder
De stress van een privacy-gevoelige kat
10/06/09 13:08 Denk aan: Leven

Een van de mooiste lezingen die ik ooit bijwoonde was van Marjolijn Februari, op het symposium ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de Radboudstichting. In tegenwoordigheid van koningin Beatrix vertelde zij daar over haar kat. Het was haar opgevallen dat op de zak met kattengrit van de Albert Heijn een waarschuwing staat: 'Uw kat houdt van privacy. Zet daarom de bak op een rustige plaats.' Aanleiding voor een beschouwing vol humor en wijsheid over wat privacy en waardigheid betekent. (En waarin zij ook de aloude truc aanhaalde om zenuwen die opkomen bij het spreken voor een groot gezelschap, te bestrijden door je dat gezelschap naakt voor te stellen. Ik herhaal: de koningin zat in de zaal, evenals kardinaal Simonis.) Lees verder
Twee zieken
27/05/09 21:51 Denk aan: Leven

Muis leek al maanden niet echt een poes maar eerder een hond. Als ze aan kwam lopen hoorde je haar nageltjes printelen op de houten vloer, om met Hafid Bouazza te spreken. Dat komt omdat Muis te lui is om haar nagels te krabben. Ollie gebruikt de boekenkast, Bamse de krabpaal (ja, het is mogelijk) en zij beiden gebruiken de bank. Muis denkt er niet aan zich tot zulke lichaamsbeweging te verlagen. Die maakt alleen de gang naar het etensbakje. Met printelende nagels als gevolg. Minder literair gezegd: met ingegroeide klauwtjes en een ontstoken voetbed als gevolg.
Dus gingen we met Muis op manicure. Geknipte nageltjes, een doosje antibiotica en de opdracht twee maal per dag te pootje baden maken Muis stil en sloom. Gelukkig houdt Muis altijd van eten, wat voor eten dan ook, dus het levert niet echt problemen op om de pilletjes erin te krijgen. En ook het pootje baden - rechterpoot zo lang mogelijk in een glas sodawater laten weken - krijgen we onder de knie (the air was thick with cat calls, no fun intended).
De grote vraag is nu natuurlijk of Muis hiervan geleerd heeft. Of blijft ze voor altijd een lui prinsesje dat anderen het vuile nagelknipwerk voor zich laat opknappen?
Tussen het pillen voeren en pootje weken door typ ik een stukje op mijn leenlaptop. Hoe zou het met de MacBook gaan? Spreekt de Appledokter hem even lief toe als de dierenarts Muis? Wordt hij even hardhandig aangepakt, met een even gemeen knippertje? Ik vind het behoorlijk beangstigend hoezeer twee zieken me bezig kunnen houden. Met als resultaat: een weinig verheffend kattenblogje.
_________________________________________________________________________________
Gerelateerde artikelen:
- Tussen bank en boot Een gezin met drie kinderen, eh, katten
- De stress van een privacy-gevoelige kat Ook een kat heeft recht op privacy
- Poeslief op de MacBook Pro De liefde van Bamse voor een warme, spinnende laptop
- Spinnen op de wc Poes op schoot is leuk, maar niet altijd handig
- Katten: altijd prijs Waarom schreef ik nooit meer een kattenblogje?
Techniek in de literatuur VII
22/03/09 12:50 Denk aan: Literatuur

Treinkaartje lezen
15/03/09 20:17 Denk aan: Literatuur

Poeslief op de MacBook Pro
18/01/09 15:45 Denk aan: Leven

Tussen bank en boot
02/12/08 19:39 Denk aan: Leven

Over druipende hersenen en dode huidcellen
13/11/08 18:30 Denk aan: Leven

Lees verder
Werk aan de winkel IV
27/10/08 19:41 Denk aan: Leven

Zo'n somber wereldbeeld heb ik niet, sterker nog, ik ben optimist tegen beter weten in. Ik geloof zelfs, uche uche, in vooruitgang. Persoonlijke vooruitgang en, mompel mompel, vooruitgang van de Mensheid. Dat anderen alleen maar op de wereld zijn gezet om jou dwars te liggen, is niet slechts een zeer egocentrisch idee, maar ook te pessimistisch voor dit lachebekje.
Anderen zijn er nu eenmaal dus dan moet je er wat mee, je kunt ze niet negeren. Elk mens is anders, elke ontmoeting ook, je bent zelf voor iedereen anders en iedereen ontmoet jou verschillend. Daarin valt dus veel over jezelf te ontdekken. Denk aan de hond van Mulder in De Wandelaar van Adriaan van Dis, die Mulder kanten van zichzelf laat zien waarvan hij het bestaan nooit kon vermoeden. (Die zee van mensen, dieren en ontmoetingen vraagt wel de teruggetrokken, periodieke eenzaamheid van de monade om hem te destilleren tot zelfkennis, om het brakke water helder te krijgen.)
Soms neemt een ontmoeting extreme vormen aan; dan is het zaak extra goed op te letten. Bij een sollicitatiegesprek bijvoorbeeld. Moet je nagaan: je zit met een klein aantal wildvreemden in een ruimte en bent misschien wel een uur lang volledig op elkaar gefocust. Je wil zo snel mogelijk zo veel mogelijk van elkaar weten, je hebt elkaar nodig, en je bedriegt elkaar in wederzijds vertrouwen, want beide partijen proberen zichzelf te verkopen.
De laatste maanden heb ik redelijk veel van die extreme ontmoetingen gehad. Eigenlijk waren ze allemaal best gemoedelijk. Ik heb ook een aantal vreselijke tests moeten doen: competentie zus, vaardigheden zo. Dat is dus precies hoe het niet moet: heb je het ideale instrument om even lekker de diepte in te gaan (gewoon een gesprek van mens tot mens), gooien ze alles op gestandaardiseerde tests met gestandaardiseerde vragen en gestandaardiseerde uitkomsten. Hoe dan ook: genoeg brakke poelen tot mijn beschikking.
Het extreemst, hoewel ook heel gemoedelijk, was een gesprek waarin na drie kwartier werd gezegd: 'Ik ga nu het boek voor je halen.' Dat verstond in verkeerd, hij zei: 'Ik ga nu Het Boek voor je halen.' De ander die erbij zat legde half knipogend uit: 'Dat betekent dat je door bent naar de volgende ronde.'
Thuis moest ik het boek lezen (Now, discover your strengths), waarin een Amerikaanse managementgoeroe uitlegt dat mensen talenten hebben, vijf zelfs voor iedereen, en dat die talenten gestimuleerd moeten worden. Goh. Er hoorde ook een online test bij, die je talenten voor je zou opsporen. 'Je kan het niet fout doen,' verzekerde mijn potentiële baas me. 'Het gaat om talenten, die zijn altijd goed.' Onzin natuurlijk, want het ging erom of mijn vijf talenten wel zouden passen bij de talenten van de baas. Die van mij bleken toch fout. Ik vond het niet heel erg dat mijn sterke punten niet liggen op het vlak van wannabe Amerikaanse managementgoeroes.
Een andere keer had ik een gesprek bij een uitzendbureau. Wederom een gemoedelijke bedoening. Toen het gesprek afgelopen was, wilde de intercedente me haar kaartje aanbieden. Verkeerd verstaan. Ze zei: 'Mag ik je mijn kaartje laten uitkiezen?' Toch nog extreem. Op haar bureau spreidde ze vier verschillende visitekaartjes uit, in primaire kleuren en met gepaintbrushte afbeeldingen. 'Je kunt het niet fout doen,' zei ze er nog bij, 'kies er maar één uit.' De uitzendtarot wees uit wat zij al dacht: ik was creatief. Of was het nou harmonieus? Een doorzetter? Strategisch, verantwoordelijk, eigenwijs, intelligent, dom, blond?
Mis poes.
Werk aan de winkel II
28/09/08 14:09 Denk aan: Filosofie

Verdrinken in keuzes is een overblijfsel van de jaren negentig, toen alles kon en alles mocht. Dave Eggers schreef dé roman over hoe het was om toen op te groeien, in een tijd zonder oorlog, zonder grenzen aan de vrijheid en met veel geld voor iedereen: A Heartbreaking Work of Staggering Genius. Gelukkig voor hem is het ook echt een geniaal boek, hartverscheurend ook (huilen bij de laatste bladzij) en tegelijk volstrekt buitensporig, overvloedig, sentimenteel en getuigend van grote verwaandheid.
Onze ouders hadden de Koude Oorlog nog, schrijft hij, wij hebben alleen vrede. Saai! We hebben niets om tegen te zijn, zelfs je vader en moeder zijn je beste vrienden. Zij hebben al alles gedaan wat god verboden heeft, wat zet je daar tegenover? Alles kan en alles mag. Niets moet dus niets gebeurt. Als allebei je ouders vlak na elkaar overlijden, zoals de hoofdpersoon overkomt, is de wereld zelfs haar allerlaatste grenzen kwijtgeraakt. Dave geeft zich uit pure ellende maar op voor The Real World van MTV, begint een tijdschrift, reist van hot naar her.
In een volgend, beduidend minder geniaal boek, You Shall Know Our Velocity, promoveert Eggers dat laatste tot hoofdthema. Een jongen verdient met iets onbeduidends zeer veel geld: zijn silhouet staat op elke gloeilamp die in Amerika over de toonbank gaat. Wat te doen met al dat geld? En met alle tijd? Hij gaat op reis om zijn geld uit te delen aan mensen die het harder nodig hebben dan hij. Overal waar hij komt denkt hij: dit had ook mijn leven kunnen zijn, sterker nog, het kan mijn leven worden. Ik kan in Afrika een surfschool beginnen, ik kan in Letland Rus worden, met dolfijnen zwemmen, een Bed & Breakfast, zwerfkatten... And in the end nothing happens.
Tijden veranderen, en zoals de jaren negentig is het allang niet meer. Rookverbod, identificatieplicht. Oorlogen genoeg, met bijbehorende slechteriken van Bin Laden tot Bush om fel tegen te zijn, en soms lekkere werkloosheidscijfers (zoals in 2002 toen ik afstudeerde) of een kredietcrisis. Crisis is een woord dat elk journaal wel valt. Dat noopt tot keuzes. En toch... in de literatuur blijven er genoeg twijfelaars rondlopen. Indecision was de titel van het debuut van Benjamin Kunkel uit 2005. Goed besproken, maar naar mijn mening even vervelend als de titel doet vermoeden. Reizen, drugs gebruiken, rondhangen, af en toe een date en zeuren over het systeem, inmiddels weten we het wel.
Ik hoor in mijn hoofd weer die mantra die overal op van toepassing lijkt: aanstotelijk echter is al het waarlijk productieve... Niet verdrinken, maar in het diepe springen, je in de afgrond storten, in plaats van erin te vallen. Misschien ga ik toch zielige zwerfkatjes redden. Het meest aanstootgevende dat ik deze week gezien heb, was namelijk kleine Jip.
Steun de Dierenbescherming voor Jip en andere zielige dieren.
Het dier Hugo Claus
07/07/08 14:55 Denk aan: Literatuur
Vandaag als aanvulling op mijn stukje over De Wandelaar van Adriaan van Dis een gedicht van Hugo Claus, waarin hij zeer wijs over dieren dicht. Lees verder
De Wandelaar
04/07/08 12:50 Denk aan: Literatuur

