Empathie is nog geen moraal: Joep Dohmen over Frans de Waal

levenskunst
Heeft de moraal een natuurlijke, evolutionaire oorsprong? Of is moraal specifiek menselijk en niet los te zien van cultuur? Dat was de inzet van de lezing door prof. Joep Dohmen over het werk van bioloog Frans de Waal en in het bijzonder de notie van empathie. De Waal laat in zijn onderzoek naar het gedrag van apen zien dat empathie – en daarmee gedrag als wederkerigheid en troost – niet een verworvenheid van de mens is, maar ook bij dieren voorkomt. De mens is net als zijn naaste verwanten ‘van nature goed’, zij het dat hij ook van nature uitgerust is met ‘slechte’ eigenschappen als agressie en machtsbelustheid.

Empathie is daarmee bij uitstek een ‘moderne deugd’ te noemen, geworteld in de natuurwetenschap en voorzien van kwantitatief bewijs. Een mooie leidraad voor het onderzoek naar een ‘moraal van de eenentwintigste eeuw’ zoals Joep Dohmen en Maarten van Buuren dat in de serie Levenskunst: deugden en ondeugden voor ogen hebben.

Maar mogen we wel voetstoots aannemen dat moraal daadwerkelijk zo’n natuurlijke oorsprong heeft? Dohmen zet daar zijn vraagtekens bij, onder andere door de filosoof Kant aan te halen. Het vermogen om je in te leven in een ander en om de behoeften van een soortgenoot te herkennen delen we misschien met de dieren. De vraag is of dat wel iets met moraliteit te maken heeft. De mens kan juist ook afstand nemen van zijn empathie. Is deze vrijheid niet essentieel als we spreken over ethiek? Als dat zo is, dan moet de conclusie toch zijn dat moraal misschien een evolutionaire basis heeft, als een mogelijkheidsvoorwaarde voor het ontstaan ervan, maar dat cultuur toch doorslaggevend is.

Het is ook de cultuur die zorgt dat empathie als deugd kan worden gezien. Inlevingsvermogen kan gebruikt worden om de ander de meest vreselijke dingen aan te doen, zoals de meest verfijnde marteltechnieken, zo klinkt een kritische noot. Empathie is dan toch niet een inherent positieve eigenschap die gelinkt is aan de moraal? Zo bezien verschrompelt empathie tot niets meer dan een vermogen dat vooral cognitief is. Je neemt het perspectief van de ander aan en begrijpt: als ik dit doe, voelt hij dat, dus laat ik zus en zo handelen. Deze ‘koele perspectiefname’ is iets anders dan de ‘warme’ empathie, die is afgestemd op de emoties van een ander. Haast lijfelijk kun je ondergaan hoe de ander zich in een situatie voelt, denk maar aan de adem die stokt bij het zien van een iemand die valt.

Natuurlijk kun je dit vermogen, ook de warme variant, op een kwade manier gebruiken. Maar geldt niet voor alle deugden dat zij het juiste midden zijn tussen twee extremen? Zoals dapperheid het midden is tussen lafheid en overmoed, is empathie misschien ook op deze klassieke, Aristotelische wijze te ontleden. Daar kwamen Dohmen en Van Buuren niet aan toe. Ik denk dat het ‘koele’ en het ‘warme’ de beide uitersten van het spectrum beslaan: berekendheid aan de ene kant, hypersensitiviteit aan de andere. Empathie zal zowel cognitief als emotioneel moeten zijn om als deugd de weg te wijzen naar het goede leven. Daarbij ontsnap je niet aan vorming en oefening – aan cultuur dus. Maar het is goed om te weten dat de eerste, fundamentele stappen al voor ons gezet zijn door die tredmolen die evolutie heet.

De lezing over empathie is in zijn geheel hier terug te kijken. Kijk ook de lezing terug die Frans de Waal hield op festival deBeschaving. Eerdere stukken over levenskunst: 10 schrijvers en denkers over Levenskunst

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]



Bookmark and Share
Comments

Peter Singer over speciesisme

speciesisme
Hoe moeten we met dieren omgaan? Kan de ethiek formuleren wat een goede houding tegenover dieren moet inhouden? Filosoof Peter Singer is te gast in Nederland en sprak in Utrecht over 'Ethics and Animals'. Singer is al sinds de jaren zeventig de bekendste voorvechter van dierenrechten gebaseerd op filosofische argumenten, dus het antwoord verbaast niet. Ja, de ethiek kan dat en moet dat. Hoe we nu met dieren tegen dieren aankijken mag iets beter zijn dan vroeger, het lijden dat dieren door de hand van de mens ondergaan is er niet minder op geworden en moet veranderen. Singer sprak niet zozeer over dierenrechten (waar je de laatste tijd ook wel vaak over hoort), maar legde aan de hand van het begrip 'speciesisme' uit waarom dieren een plek verdienen binnen de wet.

Speciesisme is kort gezegd discriminatie op grond van de soort. Zoals racisme een bepaalde groep minderwaardig acht of rechten ontzegt op grond van ras, en seksisme op grond van geslacht, doet speciesisme dat op grond van je soort. Mensen, apen, huiskatten, kippen, vissen et cetera. Meestal is rationaliteit het criterium dat wordt gebruikt om de mens als soort bovenaan de hiërarchie te plaatsen. Singer stelt daar in navolging van Jeremy Bentham het lijden voor in de plaats. 'The question is not Can they reason? nor Can they talk? but Can they suffer?

Bookmark and Share
Lees verder
Comments

Verslaafd aan filosofie: waarom een weblog?

Enige tijd geleden vroeg iemand me naar aanleiding van dit blog wat de trigger is geweest om te schrijven over filosofie en zelfkennis, over literatuur als levenskunst. Waar kwam die belangstelling vandaan en vooral ook die behoefte om het allemaal wereldkundig te maken? Een goede vraag en toen ik erover nadacht, begreep ik dat het antwoord op die vraag een nogal persoonlijk verhaal is. Dit is een bewerkte versie van een praatje dat ik hield voor de nieuwe lichting Thomas More-studenten.

'Misschien is filosofie wel iets dat ons op een bepaald moment overkomt of overvalt en waar wij nogal passief tegenover staan, bijvoorbeeld een plotselinge breuk in de vanzelfsprekendheid van ons bestaan tot nu toe.' Het gaat om ‘een moment van radeloosheid, een plotselinge gebeurtenis, een flits, een bekering die niet gevolgd wordt door een geloofsbelijdenis van enige betekenis.’ (Zie ook Leesclubjes die het leven veranderen)

Ik bedacht me dat mijn verslingerd zijn aan filosofie het resultaat was van
1. een samenloop van toevallige omstandigheden waarin ik me bevond,
2. een gebeurtenis die me overkwam en
3. de wil om daar iets mee te doen.

De omstandigheden waren dat ik geen leuk werk kon vinden en graag verder zou studeren. Ik heb theoretische literatuurwetenschap gestudeerd, niet direct iets waar je een goede baan mee vindt. Ik vroeg bij de Stichting Thomas More (toen nog Radboudstichting) een beurs aan en in 2003 kreeg ik hem voor een Aanvullend Studiejaar Ethiek. Ik wilde onderzoeken waarom mensen lezen, wat ze daaruit halen en wat voor rol literatuur in je leven kan spelen. Vragen die bij literatuurwetenschap gek genoeg niet gesteld worden, sterker nog, bijna verboden waren uit angst voor ‘onwetenschappelijk’ te worden versleten. Terwijl dat toch de vraag is die aan de basis zou moeten staan. Concreet gezegd: hoe kan het dat mensen soms moeten huilen door iets wat toch gewoon inkt op papier is?

In dezelfde week in juni dat ik hoorde dat ik de beurs kreeg, kwam ook het bericht dat mijn vader ernstig ziek was. Negen maanden later, op 10 maart 2004, is hij overleden. Ik weet niet hoe het zou zijn geweest als ik op dat moment geen filosofie en ethiek studeerde, maar in elk geval hebben die twee gelijktijdige gebeurtenissen een hele grote invloed gehad op hoe ik verder ben gegaan.

Het aanvullende studiejaar was voor mij een jaar waarin ik mijn eigen leven en wereld moest herdefiniëren en de filosofie heeft me daarbij geholpen, net als de literatuur trouwens. Wat ik leerde in de colleges en gesprekken over zelfkennis, de tragedie, het existentialisme en deugdethiek, kon ik meteen toepassen op mijn eigen leven. Dat jaar heeft mijn visie op het leven totaal veranderd. Echt leuk was het natuurlijk niet, want de aanleiding was vreselijk. Maar het heeft me een verslaving opgeleverd die vooralsnog niet is verdwenen en die mijn leven een stuk interessanter maakt. Niemand heeft ooit beweerd dat het leven leuk moet zijn, toch? Ik zou wel willen beweren dat je het zo interessant mogelijk moet maken.

Uiteindelijk heb ik mijn master Wijsbegeerte gehaald en schrijf ik over literatuur en filosofie, nog steeds met die vraag in het achterhoofd: waarom lezen mensen, hoe kunnen boeken je leven veranderen? Misschien komt het raar over dat ik voor een zaal met wildvreemden zo’n persoonlijk verhaal heb gehouden en dat ik dat nu zelfs online publiceer. Maar dit verhaal moet ook een voorbeeld zijn van zichzelf. Klinkt een beetje raar, maar wat ik bedoel is dat ik wel kan schrijven over dat je voor een heel klein beetje wijsheid diep moet graven, tot op de bodem en dat je wat gevonden hebt open en bloot moet aanbieden, ook al heeft niemand er interesse in… maar ik moet mezelf daar natuurlijk niet achter verstoppen. Daarom dit antwoord aan wildvreemden op de vraag van een wildvreemde.

Toevallige omstandigheden en gebeurtenissen die je overkomen, zei ik. Maar de wil om iets met die dingen te doen is misschien wel het belangrijkste. En dat heb je min of meer zelf in de hand. Die wil en de uitvoering kwam eigenlijk pas veel later, kijk maar naar het eerste blog dat hier verscheen, namelijk in juni 2008. Opnieuw een samenloop van toevallige omstandigheden en (vervelende) gebeurtenissen: ik zat werkloos thuis en het meeste werk was te vinden in de webredactie. Dus besloot ik een site te maken. Maar een site moet gevuld worden. Bij deze.



Bookmark and Share
Comments

Leesclubjes die het leven veranderen

lezen
'Het Veranderen van Levens door Literatuur': dat is de ietwat prozaïsche titel van een Amerikaanse cursus voor misdadigers. Ze krijgen als straf een leesclubje opgelegd door de rechter. En zowaar, het lezen van literatuur in groepsverband werkt, zo blijkt uit een artikel in Trouw (niet online beschikbaar, maar de cursus heeft een eigen site: Changing Lives Through Literature).

Wat is het idee? Veroordeelden maken via literatuur kennis met 'gecompliceerde karakters'. 'Ze zien hoe complex het menselijk leven kan zijn, dat mensen niet of goed of slecht zijn. Deelnemers herkennen zich in karakters en beseffen dat hun worstelingen niet uniek zijn.' Een van de deelnemers die was afgekickt kwam in de verleiding weer een shot te nemen, maar werd daarvan afgehouden doordat hij dacht aan Hemingways The Old Man And The Sea.

Ik zit tegenwoordig in ook in een leesclubje. Vrijwillig. We lezen Zijn en tijd van Heidegger. Gelukkig is er een leeswijzer om je te helpen dat notoir onleesbare boek te doorgronden. Waarom zou je onleesbare boeken willen lezen van filosofen die elk woord in een andere dan de gangbare betekenis gebruiken? De leeswijzer opent met een verwijzing naar filosoof Cornelis Verhoeven, die hier een antwoord op heeft geformuleerd:

'Misschien is filosofie wel iets dat ons op een bepaald moment overkomt of overvalt en waar wij nogal passief tegenover staan, bijvoorbeeld een plotselinge breuk in de vanzelfsprekendheid van ons bestaan tot nu toe.'

Dat lijkt me ook van toepassing op de veroordeelden die voor straf Hemingway bestuderen. Een breuk in de vanzelfsprekendheid van hun (criminele) bestaan: ze zijn opgepakt en voor de rechter verschenen. Verhoeven geeft aan dat zo'n moment je vatbaar maakt voor filosofie - wat ik zou willen uitbreiden met literatuur. De cursus laat zien waarom dat zo is: filosofie en literatuur kunnen je leven op zo'n moment veranderen, juist omdat je er vatbaar voor bent.

Ik schreef al eerder over Hans Goedkoop en zijn boek Een verhaal dat het leven moet veranderen. Dat levert weer een ander perspectief, namelijk van de recensent. Goede boeken zijn die boeken, die op een breukmoment (op z'n existentialistisch: grenssituatie) je leven kunnen veranderen. Ethiek en literatuur schurken hier heel dicht tegen elkaar aan. Kan een boek je leven ook ten slechte veranderen? Of activeert het alleen iets wat al aanwezig was? Het leren kennen en waarderen van complexiteit lijkt in zichzelf al een positieve waardering te hebben.

Dat is in elk geval wel wat Martha Nussbaum beweert, een filosofe die ik hogelijk bewonder omdat zij onder woorden brengt waarom mensen lezen, hoe het hun leven verandert - ten goede. Als lezer heb je een persoonlijke verstandhouding met het boek dat je leest. Juist die persoonlijke insteek maakt het moeilijk om er iets zinnigs over te zeggen. Hoe breng je onder woorden wat het boek met je doet, op een manier die ook voor anderen interessant is? Hoe verbind je je persoonlijke ervaring met een werk aan een algemeen geldende waardering? Lastig. Toch ligt in die verbinding van het persoonlijke en het algemene via de literatuur of filosofie mijn grootste belangstelling. En de criminelenleesclub, Heidegger, Verhoeven, Goedkoop en Nussbaum delen die.

Laatst vroeg iemand mij op welk moment ik aan de filosofie was geraakt, als een junk die steeds weer een shot nodig heeft. Ik kende toen nog niet het citaat van Verhoeven, maar mijn antwoord ging al in de richting van een 'breuk in de vanzelfsprekendheid van het bestaan tot nu toe'. Ik denk dat je zelf verhalen moet vertellen om dit soort momenten uit te drukken. Zoals het verhaal over de afgekickte die langs een dealer liep en toen een stem uit The Old Man And The Sea in zijn hoofd hoorde. Maar zulke verhalen moeten niet op zichzelf blijven staan, maar steeds weer teruggevoerd worden naar de bron waar ze uit ontspringen. Alleen dan kunnen anderen deelgenoot worden van de verandering. En wellicht zelf ook een verandering ondergaan.



Bookmark and Share
Comments

Rolmodellen van Thomas More tot 50 Cent


'A man for all seasons' werd Thomas More door zijn vrienden genoemd. En die vrienden waren zelf al niet de minste: Erasmus was More's beste vriend. In een brief schreef More aan hem 'my darling', en Erasmus hield het bij mellitissime Thoma ('zoetste Thomas'). 'A man for all seasons' klinkt in hedendaagse oren misschien niet direct als een aanbeveling. Het riekt naar draaikonterij en opportunisme of naar de manier waarop verschillende mensen en partijen voorgangers claimen. Nietzsche is in die zin ook een man voor alle seizoenen (van de massaliteit van de nazi's tot de artistieke Einzelgänger), net als alle filosofen van de Verlichting. Lees verder
Comments

Sprekende werken

macbeth_dolk
Op bezoek bij de faculteit Wijsbegeerte in Nijmegen kreeg ik een boek cadeau - Sprekende werken: over de ethische zeggingskracht van literatuur. Een perfect cadeau voor mij, want het thema ethiek en literatuur was het raadsel dat ik probeerde (en probeer) op te lossen, mijn eigen spook om te achtervolgen en door achtervolgd te worden. Het boek is een bundeling essays geschreven ter gelegenheid van het afscheid van Jacques de Visscher. Ik herinner me professor De Visscher als het archetype filosoof: wapperende panden, wapperende grijze haren, een grote bril en baard. Hij had geen e-mail en studenten moesten als tentamen hun werkstuk live komen schrijven in een collegezaal. Twee jaar volgde ik het vak Filosofie en Literatuur bij hem; de ene keer ging het over de tragedie en lazen we als kerntekst Shakespeares Macbeth, de andere keer over mythische aspecten van literatuur. Maar het ging eigenlijk niet over mythen of tragedies. Eigenlijk ging het gewoon over Filosofie en Literatuur. Lees verder
Comments