Unlike Us Magazine: 10 artikelen over social media

UUMag
Download nu het Unlike Us Magazine: 10 artikelen over social media! Ga op je tablet naar unlikeus.dmci.hva.nl/ en kies voor 'Voeg toe aan beginscherm'. Je kunt het magazine ook in pdf downloaden: Unlike Us Magazine: 10 artikelen over social media.

Woord vooraf
Als je niet op Facebook zit, tel je niet mee. In elk geval onder studenten lijkt dat vaak op te gaan. Maar wat betekent het om op Facebook te zitten, behalve dat je je vrienden 24 uur per dag kunt updaten over waar je bent en hoe je je voelt? Misschien ben je meer een twitteraar. Is het dan wel wenselijk dat alle tweets ooit verzonden tot in de eeuwigheid bewaard blijven in de Amerikaanse Library of Congress, zoals
onlangs weer in het nieuws kwam? Stel nu dat je dat helemaal niet wilt, kun je daar dan wat aan doen?

In de INC Reader Unlike Us: Social Media Monopolies and Their Alternatives zijn rond de dertig artikelen bijeen gebracht waarin designers, programmeurs, onderzoekers en activisten dit soort vragen aan de orde stellen. Het Unlike Us Magazine biedt een selectie van tien artikelen die zijn vertaald en bewerkt voor een breed publiek. We hopen dat vooral studenten zich aangesproken voelen door het materiaal – tekst, video, links – en dat de discussiepunten aanzetten tot verder nadenken. Iedereen is tenslotte dag in dag uit online te vinden en zelfs als je heel bewust níet voor Facebook of Twitter kiest, is het haast onmogelijk om aan de sociale media-logica te ontsnappen.

Marc Stumpel en Miriam Rasch, Instituut voor Netwerkcultuur Amsterdam, maart 2013



Bookmark and Share
Comments

Elf draden in het labyrint van de digitale netwerkcultuur

inc
Bijna twee maanden werk ik inmiddels alweer bij het Instituut voor Netwerkcultuur. Twee maanden aan nieuwe informatie, vragen, teksten, mensen; soms duizelingwekkend maar altijd boeiend en nieuwsgierig makend. Het onderzoeksveld van digitale netwerkcultuur, artistieke en politieke ontwikkelingen daarin, de filosofie erachter, reflectie op sociale media, van privacy tot identiteitsvorming: het is een veld in beweging, dat zich nog vormt terwijl je er wat over probeert te zeggen en dat zo snel doet dat het tegelijk al vraagt om moderne geschiedschrijving. Het onderzoek vraagt de inzet van allerlei disciplines, van softwareontwikkeling tot antropologie, filosofie, pedagogiek, ga zo maar door. Ik heb geprobeerd in die dynamiek wat lijnen te ontwarren van vragen die vooralsnog steeds terug lijken te keren - en die mij opvallen omdat ze me boeien. Voor degenen die diep in deze materie zitten misschien voor de hand liggend, maar voor relatieve beginners zoals ik draden die je een weg helpen door het labyrint van internetonderzoek.


Elf draden in het labyrint van de digitale netwerkcultuur

1. Om te beginnen is er de vormende rol van software en technologie. Als echte alfa ben ik me nooit zo bewust van de technologische keuzes die programmeurs hebben gemaakt bij bijvoorbeeld het in elkaar knutselen van een website of de schermindeling van mijn iPhone. Terwijl die keuzes direct je gebruik sturen. Neem het maken van een profiel in Facebook: de mogelijkheden zijn beperkt door de software, templates, interface. The medium is the message natuurlijk, maar daaronder vallen ook algoritmes en programmeertalen, tot aan de hardware die je de hele dag in je tasje bij je draagt. Niet alleen de computer is geprogrammeerd - via de computer worden gedrag en identiteit geprogrammeerd, zo je pessimistisch kunnen beweren. Dat betekent dat je persoonlijke autonomie deels afhangt van je begrip van de technologie - sorry alfa's! (Zie ook het vijf minuten-praatje van Douglas Rushkoff, Program or be Programmed: Ten Commands for a Digital Age)

2. Aan de andere kant: alle technologie is gemaakt door mensen, en er bestaat nog niet zoiets als echte artificial intelligence. Dat betekent dat je altijd rekening moet houden met de 'subjectiviteit' van zoekmachines, tags, programma's. Inmiddels weten we wel dat Google niet objectief is, maar dat is niet alleen omdat Google geld wil verdienen, maar ook omdat het nog altijd mensen zijn die Google maken. Dat maakt het soms moeilijker, maar ook mooier: kleine smetjes maken dat grote boze monster letterlijk menselijk. Daarbij komt: het onderscheid tussen mens en technologie is niet strak, net als de grens tussen online en offline - 'in real life'. Sterker nog, die grens is betekenisloos. Online is het echte leven.

3. Big data is everywhere. Data is hét wachtwoord van deze tijd en big data de toverspreuk: economisch (er wordt big money verdiend met big data), sociologisch (er wordt big research verricht met big data), medisch, persoonlijk, politiek en ga maar door. Binnenkort een aparte blogpost over dit big subject.

4. De begintijd van internet kenmerkte zich door decentralisatie en vervlakking van hiërarchie. Haast utopisch leek de virtuele wereld een zee van vrijheid, die iedereen kon helpen inrichten. Die tijden zijn voorbij. Zowel overheden als het bedrijfsleven proberen de controle steeds meer in handen te houden door centralisatie en (economische) hiërarchie. Sommige sites kun je in sommige landen niet bezoeken (nee, dat gaat niet alleen over China, denk ook maar aan filmpjes die buiten de VS niet te bekijken zijn), en bovenal, zoals altijd: geld is leidend en hiërarchie ontstaat zelfs in een gemeenschap als die van Wikipedia. Toch staat decentralisatie weer op de agenda. Bijvoorbeeld bij mensen die alternatieven onderzoeken voor Facebook, waarbij juist belangrijk is dat de macht, maar ook de opslag van data, niet centraal georganiseerd is. Zou het een dialectische beweging, zoals ook wel in de politiek te zien is?

5. Hierop voortbordurend: de gebruiker staat voorop, niet de maker. Voorbeeld: critical design. 'The designer as author, as craftsperson bringing together beginning, middle, and end, becomes redundant in a space in which every participant forges his or her own beginning, middle, and end. And that is exactly what happens in networked media. The narrative recedes, and the behavior of the design solution becomes prominent. What becomes important are questions that concern not the author but the users. How does the system respond to the input of its users? When a user says something to the system, how does the system respond? Uiteraard met in het achterhoofd: program or be programmed

6. The cult of the amateur, heet de moderne klassieker van Andrew Keen. Of je die cult van de amateur omarmt of niet, je zult het ermee moeten doen. Daartegenover staat echter een enorme behoefte aan expertise en onderzoek, juist om niet alles over te laten aan die amateur.

7. Belangrijkste ontwikkeling in de laatste jaren: door de mobiele technologie gaat alles (persoonlijke contacten, nieuws, alles) in real time. Niet alleen het concept tijd verandert, maar ook ruimte. De ruimte is niet meer van belang en tegelijk van het grootste belang - het doet er niet meer toe waar je bent, als je maar online bent. En toch laat iedereen voortdurend weten waar hij is en wordt aan elke foto die je maakt automatisch een gps-coördinaat gekoppeld.

8. Nog zo'n paradox: globalisering gaat samen met steeds meer lokalisering. Het wereldwijde web is, tja, wereldwijd. Maar steeds meer is het de lokale gemeenschap die zich in die grenzeloze wereld profileert. Blogs worden geschreven in de native language (true), het grootste deel van het internet is al lang niet meer in het Engels, ook al lijkt het voor ons zo.

9. Alle problemen met privacy en commercie (het verband: de een wordt opgeofferd voor de ander) springen steeds meer in het oog, ook van het grote publiek. Natuurlijk is het een waardevolle les op alle vlakken in het leven: verlies nooit de commerciële belangen uit het oog. Alles draait om de klik. Met een discrepantie tussen kwantiteit en kwaliteit tot gevolg. Online wordt alles afgerekend op aantallen, op hits, op links. De meest lokale blogger opent met spanning de maandelijkse rapportages van Google analytics, als hij niet al de statistiekensites in real-time bijhoudt. Internet is te prijzen om de ruimte die het biedt aan de niche, aan de specialistische sites die ergens anders niet aan bod komen, de mogelijkheid voor iedereen om te publiceren. Maar hoe verhoudt zich dat tot de almacht van de klik? 

10. Ook een filosofisch verantwoorde les: het belang van de context rond de content. Alles draait om content, maar het bijzondere is dat de content vaak losstaat van zijn geschiedenis, het ontstaan ervan. Zoals ik een YouTube-filmpje op mijn site kan embedden en er een verhaaltje omheen kan schrijven dat de inhoud van het filmpje radicaal verandert. Daarom zijn lessen mediawijsheid broodnodig.

11. Kunst: de technologie van video bijvoorbeeld, laat de wereld zien - ze staat in dienst van de werkelijkheid. En andersom past de wereld zich aan de technologie aan, en bepaalt de technologie wat er in de wereld te zien is. 

Aanvullingen, leestips, links zijn meer dan welkom.



Bookmark and Share
Comments

Nieuwe antwoorden op oude vragen: Welkom in Youtopia - Menno van der Veen

youtopia
'Youtopia' is de naam die Menno van der Veen heeft gemunt voor zijn beschrijving van 'de eenentwintigste-eeuwse way of life'. Dat wil zeggen: van de hoogopgeleide, zelfbewuste en semi-geëngageerde mens die leeft in een door en door gemedialiseerde wereld. Welkom in Youtopia is een merkwaardig boek, dat volkomen uit de bocht vliegt wanneer Van der Veen zijn Youtopia daadwerkelijk als een Utopia gaat beschouwen. Het stamt uit 2010 en lijkt op punten alweer verouderd. Bijvoorbeeld: waar is Facebook? Die alomtegenwoordige grootheid waarover filosofen sinds 2011 niet kunnen stoppen te praten, tot gapens aan toe? Merkwaardig en boeiend om te zien hoe snel het landschap in die gemedialiseerde wereld verandert.

De vragen die filosofen stellen veranderen daarentegen niet. Bij het in kaart brengen van Youtopia draait het om waarden als identiteit, (re)presentatie, narrativiteit, reflectie. Wie ben ik, waar sta ik, hoe geef ik betekenis, wat moet ik doen? Dat laat wel zien wat het middelpunt is van het Youtopische universum: ik, ik, ik en ik.

Wie ben ik? In elk geval niet een persoon die in bezit is van een zelf, 'het ware zelf' dat ergens diep vanbinnen weggestopt zit. Nee, identiteit wordt steeds meer opgevat als een netwerk, zoals bijvoorbeeld ook Julian Baggini in zijn TED-talk doet. Wie je bent is een combinatie van verschillende rollen of persona, die onder invloed van de omstandigheden sterker of juist zwakker naar voren treden. Wie je 'echte ik' of 'ware zelf' is doet er niet toe, die vraag is gewoonweg irrelevant (behalve als je het antwoord beschrijft in termen van meerduidigheid).

De buitenwereld krijgt al gauw een dienende functie in deze opstelling: ze levert het decor voor het rollenspel dat je speelt. Waar sta ik? Nou, in het middelpunt van je eigen belangstelling, als hoofdpersoon van je eigen verhaal. Nu is deze narratieve opvatting van wie je bent en hoe je je verhoudt tot de wereld niet nieuw. Nieuw is het gebruik van media daarbij. De Youtopisten gebruiken de (online) media om hun persoonlijke verhaal te vertellen. Het onderscheid tussen verhaal en wereld is daarbij volkomen verdwenen: het verhaal maakt de wereld en de wereld is stof voor het verhaal.

Hoe geef ik betekenis? Via gemedialiseerde verhalen dus, en meer nog: dat doe je direct. We toetsen onze ervaringen en indrukken in realtime aan beeld- en geluidsopnames die we daarvan maken. Van der Veen noemt dit mediareflectie, een verhelderend begrip. Opnames worden 'onderdeel van ons individuele geheugen en geven onze individuele ervaring vorm. Daarmee bepalen de media steeds meer ons zelfbeeld.' De technologie stelt ons daartoe in staat: 'De digitale camera maakt het mogelijk gevoelens en ervaringen vrijwel meteen te toetsen.' De camera op je telefoon al helemaal, en - daar komt ie - Facebook nog meer. 'Op een ervaring volgt direct het verslag, en als we ons later afvragen hoe we ons voelden ten tijde van die ervaring, lezen we het verslag terug omdat het eerlijker zou zijn dan ons geheugen. Of beter gezegd: het verslag is ons "geheugen". Omdat het zo dicht volgt op onze directe ervaring valt het onderscheid tussen wat we schreven, voelden of dachten meestal nauwelijks meer te reconstrueren.'

'Het probleem begint waar we geen onderscheid meer maken tussen een situatie en het verhaal dat we onszelf erover vertellen. Zodra we onze eigen verhalen gaan geloven als de letterlijke waarheid verliezen we onze verbinding met de wereld.' (Philipp Blomm in De Groene Amsterdammer, 7 december 2011)

Met dien verstande dat de Youtopist allang niet meer gelooft in het bestaan van een 'letterlijke waarheid' (hij is immers ruimschoots door de mangel van het postmodernisme gegaan en gelooft alleen nog maar in een persoonlijke waarheid) - ook Menno van der Veen signaleert een verloren verbinding met de wereld. Wat moet ik doen? Nou, zal iedereen meteen zeggen, ik moet sowieso niks. Ik luister alleen naar mijn persoonlijke waarheid. Ondanks globalisering is de wereld van de Youtopist juist heel klein geworden, in de zin dat hij zich niet bezighoudt met grote maatschappelijke problemen, zeker niet aan de andere kant van de wereld. Hooguit ondersteunt hij een individueel weeskind. Alles draait om de eigen omgeving; voor ethische problemen dan wel collectieve sociale bewegingen is daarin geen plaats, voor een individueel ondersteund project wel.

Ik herken veel in deze post-/hyper-/metamoderne antwoorden op oude filosofische vragen. Helaas vliegt Van der Veen als gezegd uit de bocht. Het tweede en derde deel van Welkom in Youtopia kun je maar liever voor gezien houden. Bovendien denk ik dat hij een miniem deel van de bevolking beschrijft, waartoe ik misschien wel behoor, maar de meeste van mijn vrienden niet. Ik laat maar wijselijk in het midden wie er beter af is.



Bookmark and Share
Comments

Zelfportret via datavisualisatie

FB-fotomozaiek_klein
Zelfs als je niet een heel fanatieke internetter bent, laat je voortdurend een online spoor van data achter. Als je achter je computer zit, maar ook elke keer als je incheckt met je OV-chipkaart. Heb je ook nog een zakelijk profiel, een Facebookaccount en een twittermanie - zoals ik - dan groeit de berg informatie die er over je te vinden is op internet uit tot een Mount Everest, in kiezelsteentjes uiteengeslagen (maar ik reis wel anoniem). Onoverzichtelijk, gevaarlijk, privacygevoelig, dat weten we inmiddels wel. Maar met wat hulp is al die data ook op een andere manier te interpreteren. Op een workshop datavisualisatie bij SETUP in Utrecht leerde ik een digitaal zelfportret te maken. Een blik in de spiegel die misschien zelfs een stapje in de richting van zelfverwerkelijking kan betekenen.

Het is interessant om te zien hoeveel informatie er met een paar simpele tooltjes uit een online profiel te halen is. Niet alleen van jezelf, maar ook van je vrienden. Als je dat op je scherm ziet verschijnen, in honderden regels onder elkaar, word je je daar wel bewust van. Daarnaast krijg je door het (al dan niet creatief) bewerken van die data ook inzicht in jezelf. En het levert mooie plaatjes op, zoals het mozaïek van al mijn Facebook-foto's.

Als inleiding vertelt schrijver David Mulder over zijn kunstproject 'Turf'. Een jaar lang turfde hij werkelijk alles in zijn dagelijks leven, van kopjes koffie via wc-bezoek naar uren slaap. Turven is op zich geen moderne hobby, er zijn altijd mensen geweest die dag in dag uit hun gewicht, drankgebruik, sigaretten of calorieën hebben bijgehouden. Denk maar aan Bridget Jones. Het beschrijven van je 'quantified self' is een natuurlijk, menselijk verlangen. Maar die beschrijving is nu veel makkelijker geworden, zeker waar het gaat om het verwerken van de gegevens.

Het gaat ook verder dan alleen cijfertjes en statistieken: via de cijfertjes, die automatisch in grafieken en kaarten inzichtelijk worden gemaakt, maak je je levensverhaal zichtbaar. En dat kan anders uitpakken dan je had verwacht. Zoals het mozaïek van foto's: bij elkaar geplaatst in een grid vertonen de foto's één groot portret. Wat spreekt daaruit? Het zijn mijn herinneringen, maar samen vormen die een beeld dat andere mensen weer op hun eigen manier interpreteren.

Het turven, merkte Mulder, beïnvloedt je daadwerkelijke gedrag omdat je nu eenmaal van tevoren een ideaalbeeld van jezelf hebt – zelfs in de meest alledaagse, betekenisloze handelingen. Dat geldt ook voor het 'online turven', als je het bijhouden van je online profielen zo kunt noemen. Een voorbeeld dat ik wel herken is Last.fm, dat automatisch bijhoudt welke muziek je afspeelt. Heb ik bezoek met een belabberde muzieksmaak, dat mijn iTunes overneemt, dan krimp ik ineen van schaamte bij de gedachte aan mijn online voor iedereen te raadplegen Last.fm-lijst.

Al van oudsher geldt dat we graag verhalen vertellen over onszelf. Iets bestaat misschien pas in de reflectie erop. Als iets niet past in ons overkoepelende verhaal, ook al is het maar als afwijkend zijlijntje, dan schrappen we het uit onze realiteit. En die reflectie, dat vertellen, loopt nu veelal via sociale media. Anders dan vroeger zijn we zijn daar nu voortdurend, in real time mee bezig. Op vakantie wacht je niet meer tot je thuis bent om je definitieve verhaal te vertellen aan de thuisblijvers, maar ben je dag in dag uit dat verhaal aan het updaten. Haast als een echte roadnovel of zelfs een ouderwets feuilleton.

Daar stonden ze aan het eind van de middag dan allemaal bij elkaar: eindeloze rijen met al mijn statusupdates van Facebook en Twitter. Normaal gesproken kijken we niet vaak terug naar wat we allemaal ooit hebben geantwoord op de vraag 'what's happening'. Al was het maar omdat je moet weten hoe je al die data bij elkaar schraapt. Dat brengt wel reflectie op gang. Is dit wie ik ben? Wie ik wil zijn?

Bovenaan las ik: 'Iemand probeerde me net aan het schrikken te maken door heel hard in mijn gezicht te roepen: EY, IK BEN SCHIZOFREEN! Maar ik schrok niet. Hij had eerst namelijk heel lief hallo gezegd.' Ik herinner me dat ik dit op Facebook zette, maar niet de gebeurtenis zelf. Hetzelfde kun je met foto's hebben, vooral uit je kindertijd. Herinner je je echt dat moment, of alleen de foto die je al talloze malen hebt gezien? Maar er is een groot verschil wanneer je alles in real time boekstaaft (natuurlijk niet alles, alleen zij die nog nooit daadwerkelijk op Twitter hebben gekeken, denken dat mensen alle kopjes koffie noemen die ze op een dag drinken). Je wordt een personage in een verhaal dat niet eens op waargebeurde feiten gebaseerd hoeft te zijn. Een verhaal dat je zelf schrijft en dat tegelijkertijd jou schrijft. Want je mag een personage zijn in een half fictief verhaal, zodra het verloop van dat verhaal je gedrag gaat beïnvloeden, is het maar al te reëel.

Dat kun je allemaal heel erg vinden. Ik denk dat het alleen maar erg is als je je van die half-fictieve status niet bewust bent. Daarom is het goed om eens een middag aan een datavisualisatiezelfportret te knutselen. Bovendien kun je het ten goede aanwenden: je wordt voortdurend geconfronteerd met jezelf en daardoor aangezet tot gedragsveranderingen. Meestal nog ten goede ook, omdat je wilt overeenstemmen met een bepaald ideaalbeeld. Dat is de andere kant van het doemdenken dat de nadruk legt op de prestatiedruk en competitiedrang die met sociale media gepaard zouden gaan. Ook niet onbelangrijk: het prikkelt de creativiteit. En dat vind ik eh, leuk.

Workshop Data-is-me bij SETUP, 14 januari 2012



Bookmark and Share
Comments

Filosofen en social media: een oppervlakkige relatie

echte_vrienden
'There is no going back to reality just as there is no going back to virginity.' Thomas de Zengotita (geciteerd in Stine Jensen, Echte vrienden)

Als ik zo langzamerhand ergens genoeg van heb, is het wel het aanhoudende geschrijf over social media, en dan in het bijzonder door filosofen. Je weet van tevoren al waar het op uit gaat lopen als iemand als Ad Verbrugge zijn licht laat schijnen over die oppervlakkige, vluchtige platformen, want door ze oppervlakkig en vluchtig te noemen zijn ze al verdoemd. Je zou denken dat juist filosofen door de vooroordelen héén willen denken en dus ermee beginnen om die veronderstelde oppervlakkigheid of luchtigheid te onderzoeken. Waar komt die kwalificatie vandaan? Is die terecht? Bestaat er überhaupt een causaal verband tussen oppervlakkigheid en verderfelijkheid?

Het startpunt van zo'n onderzoek kan - ik zeg maar wat - het aanmaken van een Twitter- of Facebookaccount zijn. Ik krijg altijd sterk de indruk het daar al mis gaat. Ad Verbrugge is niet actief op Twitter en heeft op Facebook alleen maar een fanpagina (waar niet veel meer op staat dan een link naar zijn lemma op Wikipedia). Niettemin zegt hij in een interview met Filosofie Magazine dingen als:

Bookmark and Share
Lees verder
Comments

The Social Network: 6 keer (geen) tragedie

the_social_network
Is The Social Network een moderne tragedie? De film handelt over de uitvinding van Facebook en de weg naar het grote geld voor Mark Zuckerberg, een weg die geplaveid is met een aantal (mensen)offers, vooral dat van zijn beste vriend Eduardo Saverin. In een aantal recensies (opvallend: vooral in de Vlaamse) wordt de film getypeerd als 21e-eeuwse / Amerikaanse / moderne tragedie. Dat is natuurlijk een uitgesleten uitdrukking die niet zoveel zegt, een cliché dat critici wel vaker van stal halen zonder daar verder echt iets mee te bedoelen. Maar als je de film iets serieuzer benadert als tragedie, vallen toch een aantal interessante zaken op. Vijf redenen waarom The Social Network een tragedie lijkt, en één reden waarom hij dat toch niet is.

1. De fatale vrouw
Hoewel er geen grote vrouwenrollen zijn, draait alles in The Social Network om meisjes. Wat drijft de mannen in hun streven naar de top? Vrouwen. In de eerste scène wordt Zuckerberg gedumpt - de directe aanleiding voor het ontstaan van een website waar tegenwoordig 500 miljoen mensen wereldwijd een profiel hebben. Vrouwen en seks, dat is waar de wereld op draait, aldus Zuckerberg. Hij heeft de pijnlijke les van zijn ex-vriendin heel goed geleerd en omgezet in een gigasucces.

2. De eer
Iets minder geprononceerd in The Social Network is ander klassiek tragisch motief: de eer. De film wordt verteld via twee rechtszaken die tegen Mark Zuckerberg zijn aangespannen. Uiteraard gaat het daarin om geld, een stukje van de taart. De achterliggende drijfveer, dat wat alles in beweging zet, is echter eer. De gebroeders Winklevoss klagen Zuckerberg aan omdat hij hun idee zou hebben gestolen. Wanneer besluiten ze om naar de rechter te stappen om hun gelijk te halen? Nadat ze een belangrijke roeiwedstrijd verliezen, van - kan het meer onterend - 'the Dutchies'. (Terwijl het eerder onterend werd gevonden om als Harvard man je gelijk bij de rechter te bevechten.) En dan die rare vriendschap tussen Zuckerberg en Saverin die gedoemd is kapot te gaan. 'Is het omdat ik werd toegelaten tot de Phoenix-club en jij niet?' vraagt Saverin aan zijn voormalige boezemvriend. Hoe kinderachtig het ook is, hoe onbelangrijk zo’n clubje ook klinkt, de wereld draait op dit soort trivialiteiten. De sociale vorm van het butterfly-effect is de rode draad in deze film. Excellent.

3. De dunne scheidslijn tussen mannenvriendschap en rivaliteit
Zie 2. De eer.

4. Toeval
Alle bovenstaande redenen zijn samen te vatten onder de noemer 'toeval', beter: 'onvermijdelijk toeval'. Dat is weer een andere, seculiere manier om te zeggen: noodlot. Klinkt paradoxaal, onvermijdelijk toeval. Iets wat onvermijdelijk is, is geen toeval toch? Misschien niet. Het onvermijdelijke kiest een toevallige vorm om zich te manifesteren. Neem het meisje bij wie Sean Parker, latere zakenpartner van Zuckerberg, voor het eerst hoort over Facebook. (Overigens: weer een meisje dat richting geeft aan het streven van een man.) Dat meisje is totaal onbelangrijk, wie zij is, is toevallig. Maar dat Parker in contact moest komen met Facebook, is onvermijdelijk. Het hele verhaal van The Social Network is op deze manier te ontleden.

5. De held
Dat Zuckerberg uit die berg toevalligheden de juiste kansen weet te pikken, maakt van hem een held. Een van de interessantste dingen van de film vond ik de manier waarop de geest van Zuckerberg wordt verbeeld. Je leert niets over zijn gevoelsleven of zijn innerlijke gedachten, je zult het moeten doen met wat hij hardop zegt. (Wat een opluchting om eens niet lastig te worden gevallen door een voice-over.) Uit wat hij zegt en ook hóe hij het zegt blijkt de werking van een bijzondere geest. Merkwaardige associaties en gedachtensprongen, afgevuurd in een razendsnel tempo. Hij heeft een scherp oog voor kansen, hij herkent in het toevallige het onvermijdelijke. Voortdurend vertaalt hij individuele hang-ups naar algemene concepten. Briljant. De hele film vertrekt uit de juridische vraag of hij nu wel of niet het Facebook zelf bedacht heeft. Maar uiteindelijk gaat het erom dat hij Facebook herkend heeft als the next big thing.

6. Geen ondergang
Toch is The Social Network geen tragedie en Zuckerberg geen tragische held. Een tragische held creëert met zijn scherpe geest, gedreven door vrouwen of eer geen miljardenbedrijf, maar zijn eigen ondergang. Hij maakt met de beste bedoelingen krachten los die hij niet kan beheersen en die hem zullen doden of krankzinnig maken. Denk maar aan Oedipus, of Romeo en Julia. Goed, Zuckerberg verliest zijn beste vriend, maar hij krijgt er een nieuwe voor terug. Hij verlangt nog steeds naar het meisje dat hem (terecht) aan de kant heeft gezet, zonder hoop dat zij het verlangen ooit zal beantwoorden. Maar dat is nou niet echt genoeg om van een tragisch einde te spreken. Het verhaal ís natuurlijk ook nog lang niet geëindigd. Zuckerberg heeft naar het schijnt gezegd dat hij het jammer vindt dat er een film over hem is gemaakt terwijl hij nog leeft. Dat kan ik me van hem voorstellen. Voor de kijker is juist het feit dat deze film een verhaal vertelt dat in werkelijkheid zich nog aan het ontvouwen is, fascinerend en buitengewoon post-post-postmodern.



Bookmark and Share
Comments