Filosofisch zappen
21/07/11 18:35 Denk aan: Filosofie
Op de website van het Humanistisch Verbond:
'Filosofie op tv is altijd goed nieuws.' Miriam Rasch keek eerder dit jaar naar 'Dus ik ben'. Komende zondag zendt HUMAN alweer de laatste aflevering van 'Het Filosofisch kwintet' uit. Aanleiding voor Rasch eens te onderzoeken wat er nog meer aan filosofie te zien is. Op YouTube bijvoorbeeld. Of Facebook. En passant creëert ze haar eigen zomergastenprogramma.
Lees het hele stuk Filosofisch zappen.
Hieronder de filmpjes, lees over het eerste filmpje van Jacques Derrida (die je niet mag embedden) ook hier.
Jacques Derrida On Love and Being
Of de grote Franse filosoof even iets over de liefde kan zeggen. Nee, ‘mijn hoofd is leeg als het gaat om liefde’. Om vervolgens een prachtige filosofie van de liefde uit zijn mouw te schudden en die en passant ook nog aan de vraag naar het Zijn te koppelen.
Over Marx’ beroemde uitspraak ‘Philosophen haben die Welt nur verschieden interpretiert; es kommt aber darauf an, sie zu verändern.’ Heidegger hakt hem in anderhalve minuut in mootjes.
Alledaagse vragen in het perspectief van de wijsgerige ethiek. Een leuke manier om snel kennis te maken met het denkraam van de filosofie.
In een paar minuten krijg je een vraagstuk voorgeschoteld waardoor je anders naar de wereld kijkt: de uitvoering mag te wensen overlaten, de inhoud is zeker aan te raden.
De BBC is natuurlijk heer en meester als het gaat om inzichtelijke, knap gemaakte documentaires over filosofie en wetenschap. Veel ervan zijn op YouTube in delen terug te kijken. Maar zelfs een stukje zoals dit is al de moeite waard.
Stephen Fry beantwoordt de vraag welke filosofen hem hebben beïnvloed. ‘Philosophy is an odd thing…’ Intelligent, grappig en provocatief, zoals je dat van Fry mag verwachten.
Klassieker: Duitse en Griekse wijsgeren strijden tegen elkaar op het voetbalveld. ‘Beckenbauer is a bit of a surprise there.’ Voor wie na Het Filosofisch Kwintet wil lachen met een filosofisch elftal.
Bij Studium Generale gebeurt ook steeds meer met YouTube en korte filmpjes. Kijk op het kanaal van Studium Generale UU voor bijvoorbeeld filmpjes over Levenskunst met Maarten van Buuren en Joep Dohmen.

'Filosofie op tv is altijd goed nieuws.' Miriam Rasch keek eerder dit jaar naar 'Dus ik ben'. Komende zondag zendt HUMAN alweer de laatste aflevering van 'Het Filosofisch kwintet' uit. Aanleiding voor Rasch eens te onderzoeken wat er nog meer aan filosofie te zien is. Op YouTube bijvoorbeeld. Of Facebook. En passant creëert ze haar eigen zomergastenprogramma.
Lees het hele stuk Filosofisch zappen.
Hieronder de filmpjes, lees over het eerste filmpje van Jacques Derrida (die je niet mag embedden) ook hier.
Jacques Derrida On Love and Being
Of de grote Franse filosoof even iets over de liefde kan zeggen. Nee, ‘mijn hoofd is leeg als het gaat om liefde’. Om vervolgens een prachtige filosofie van de liefde uit zijn mouw te schudden en die en passant ook nog aan de vraag naar het Zijn te koppelen.
Over Marx’ beroemde uitspraak ‘Philosophen haben die Welt nur verschieden interpretiert; es kommt aber darauf an, sie zu verändern.’ Heidegger hakt hem in anderhalve minuut in mootjes.
Alledaagse vragen in het perspectief van de wijsgerige ethiek. Een leuke manier om snel kennis te maken met het denkraam van de filosofie.
In een paar minuten krijg je een vraagstuk voorgeschoteld waardoor je anders naar de wereld kijkt: de uitvoering mag te wensen overlaten, de inhoud is zeker aan te raden.
De BBC is natuurlijk heer en meester als het gaat om inzichtelijke, knap gemaakte documentaires over filosofie en wetenschap. Veel ervan zijn op YouTube in delen terug te kijken. Maar zelfs een stukje zoals dit is al de moeite waard.
Stephen Fry beantwoordt de vraag welke filosofen hem hebben beïnvloed. ‘Philosophy is an odd thing…’ Intelligent, grappig en provocatief, zoals je dat van Fry mag verwachten.
Klassieker: Duitse en Griekse wijsgeren strijden tegen elkaar op het voetbalveld. ‘Beckenbauer is a bit of a surprise there.’ Voor wie na Het Filosofisch Kwintet wil lachen met een filosofisch elftal.
Bij Studium Generale gebeurt ook steeds meer met YouTube en korte filmpjes. Kijk op het kanaal van Studium Generale UU voor bijvoorbeeld filmpjes over Levenskunst met Maarten van Buuren en Joep Dohmen.
Comments
Jacques Derrida over de filosofie van liefde
17/07/11 17:23 Denk aan: Filosofie

(klik op het plaatje om naar het filmpje te gaan, 4:50 minuten)
L'amour? Ou la mort?
Dat begint goed, als de interviewster aan Jacques Derrida vraagt of hij iets over de liefde wil zeggen. L'amour dus. Daar iets over. Terecht geeft de grote Franse filosoof haar een standje: 'iets zeggen over de liefde'? Wat is dat voor een verzoek, stel gewoon een vraag.
Dus nee, hij kan niets zeggen over liefde in het algemeen. Het is onmogelijk. Hoewel.
Daar gaat ie dan toch. Liefde draait (net als zoveel, zo niet alles in de filosofie) om het verschil tussen het wie en het wat. Hou ik van iemand om wie hij is of om wat hij is? Word ik verliefd op de unieke singulariteit van de persoon? Of op zijn eigenschappen? In het begin, zegt Derrida, word je verleid door de kwaliteiten van iemand. De liefde sterft af als blijkt dat de persoon niet die kwaliteiten bezit, of er niet mee samenvalt. Dan gaat het dus niet om wie iemand is, maar om wat iemand wel of niet is. 'Liefde is gevangen zijn tussen het wie en het wat.'
Ik zou zeggen (met Proust), dat de eigenschappen die we aan iemand toedichten in feite uit onszelf afkomstig zijn. Wie iemand is, als singulariteit - daar kom je nooit helemaal achter, ook niet bij jezelf. En wat iemand is weet je ook nooit, omdat eigenschappen ten eerste meervoudig zijn, ten tweede kunnen veranderen en ten derde categorieën zijn of hokjes. Hokjes zijn vierkant en mensen zijn rond.
Zou liefde dan gericht moeten zijn op singulariteit? Gaat het om het doorgronden van de unieke persoon? Is 'echte liefde' de liefde voor het wie? Zoals in de zin van Kierkegaards sprong in het onbekende? Ik denk van niet. Je kunt nu eenmaal het wie alleen leren kennen via het wat en het wat via het wie. Of is het zoals de dood, ook al zo'n singulariteit die je alleen kunt benaderen via eigenschappen die nooit precies genoeg zijn. Pas als je doodgaat leer je de dood echt kennen. Leer je in de dood van de liefde de liefde pas kennen? L'amour, la mort, tragique.
Filmpje: Tijd - een wetenschapsfilosofische verkenning
17/05/11 08:06 Denk aan: Wetenschap
Lees verder over tijd:
Maarten van Buuren: Tijd is een scheppende daad van het bewustzijn
Dick Swaab: De biologische klok: prof. Dick Swaab over tijd in het brein
Harry Jansen: Triptiek van de verleden tijd in de historische wetenschap / Triptiek van de verleden tijd in je persoonlijk leven
Renate Loll: Was er tijd voor de oerknal? Ja! Ja?
Victor Gijsbers: Heden, verleden en toekomst: betekenisvolle illusies
L’année dernière à Marienbad: Op de rand van verlatenheid, dreiging, hoop en schaduw: abandoned images
Tanja van der Lippe: Druk druk druk
Henriëtte de Swart: Alles wat we zeggen over tijd is ‘Tijd in taal’
Ik wil meer Max Blecher!
04/05/11 10:41 Denk aan: Literatuur
Filmpje: De biografie
15/12/10 10:22 Denk aan: Literatuur
Pecha kucha in de aanbieding! Vier dubbellezingen; acht sprekers; twee dichters; een prins; een verzetsheld; één bijrol voor Harry Mulisch - in zes minuten en veertig seconden.
De reeks De biografie: een samenwerking tussen Studium Generale en Stichting Literaire Activiteiten Utrecht, in het najaar van 2010. Schrijvers en wetenschappers spraken over de aantrekkingskracht van de biografie, een genre tussen wetenschap en literatuur in, een spiegel voor lezer en schrijver en een bron van inspiratie.
Liever lezen? Klik op Lees verder voor de uitgeschreven tekst.
Check ook de korte stukken die ik over de lezingen schreef:

Toen Harry Mulisch op 30 oktober 2010 overleed, werd meteen druk gespeculeerd over wie zijn biografie zou gaan schrijven en liepen letterkundigen vooruit op de problemen waar die biograaf tegenaan zou lopen. Mulisch was een zelfgebouwde mythe, onsterfelijk tot zijn dood. Het ontrafelen van verhaal en werkelijkheid zal een hele kluif zijn. Of is het verhaal de werkelijkheid? Een vraag die aan de orde kwam in de reeks De Biografie, een samenwerking tussen Studium Generale en Stichting Literaire Activiteiten Utrecht, in het najaar van 2010. Schrijvers en wetenschappers spraken over de aantrekkingskracht van de biografie, een genre tussen wetenschap en literatuur in, een spiegel voor lezer en schrijver en een bron van inspiratie.
Jan Wolkers: nog zo’n kanon uit de naoorlogse Nederlandse literatuur. Op zíjn sterfdag – 19 oktober – opende de reeks met een lezing van Wolkers-biograaf Onno Blom. Blom raakte bevriend met Wolkers en groeide uit tot ‘aangenomen oudste zoon’. Hoe beïnvloedt zo’n vriendschap je werk als biograaf? Hans Renders, directeur van het Biografie Instituut, haalde William Somerset Maugham aan, die stelde: ‘Er zijn slechts drie regels voor het schrijven van een goede biografie en gelukkig weet niemand wat die regels zijn.’
Toch zijn er wel drie handreikingen te noemen voor wie een goede biografie wil schrijven: Een biografie zegt iets over de actualiteit, ook als hij gaat over een historisch persoon. Dat betekent dat een biografie niet voor de eeuwigheid is geschreven. Neem Oorlog en vrede van Tolstoj – die roman uit 1869 wordt nog steeds gelezen. Een biografie van Tolstoj uit de negentiende eeuw is daarentegen verouderd.
Een biograaf moet stelling nemen tegenover zijn onderwerp. Objectiviteit bestaat niet, dus daar kun je maar beter eerlijk over zijn. Blom schreef een boek over het laatste levensjaar van zijn hoofdpersoon, genoemd naar de laatste woorden Zo is het genoeg – wat sloeg op de laatste hap van een boterham met jam. Een foto van de betreffende boterham is daar ook in opgenomen. Is dat relevant? En is het niet te intiem?
Het derde punt: een goede biografie kan niet zonder goed onderzoek en een goede stijl. Het boek moet degelijk zijn als een wetenschappelijk onderzoek en lezen als een roman. De biografie die Jolande Withuis schreef van Pim Boelaard of Bernhard van Annejet van der Zijl, zijn daar goede voorbeelden van. De verhalen over hun onderzoek zijn om van te smullen. Withuis ontdekte een schat aan materiaal, van dagboeken tot foto’s en brieven, achter een velours gordijntje bij verzetheld Boelaard thuis. Van der Zijl reisde naar Duitsland om het leven van de jonge Bernhard te reconstrueren. Bij de Berlijnse universiteit kreeg ze inzicht in documenten die het bestaande beeld van de aankomende prins totaal op z’n kop zetten.
De roerige levens van Boelaard en Bernhard – die elkaar kenden – lenen zich natuurlijk uitermate goed voor een biografie ‘die moet lezen als een roman’. Dat laatste punt is niet zo eenvoudig als het klinkt. Een biografie is altijd een verhaal. Maar wie vertelt het verhaal? Een objectieve, semi-alwetende verteller, die de puzzelstukjes van een leven bij elkaar zoekt. Of jij als persoon, bijna een ik-verteller? Een verhaal is altijd een weergave van de werkelijkheid, waarin gebeurtenissen in een samenhang worden getoond. Het geeft betekenis aan iets wat misschien wel gewoon toevallig is.
Hans Goedkoop haalt filmregisseur Pasolini aan: ‘De camera is uit, de draaitijd is voorbij, nu begint de montage.’ Voor Goedkoop is de kwestie feit/fictie weinig interessant: een biografie is het verhaal van een schrijver over een persoon die echt geleefd heeft. Natuurlijk is dat verhaal niet objectief en dat moet het ook niet willen zijn. Zolang je maar in je verhaal duidelijk maakt wáár je aan het interpreteren bent en welke kaders je daarbij gebruikt, is dat ook niet problematisch.
In een biografie draait het om de grote vragen van het leven. Welke keuzes maak je op moeilijke momenten? Hoe ga je om met tegenslag, met de liefde, met de dood? Goedkoop geeft een mooi voorbeeld van Renate Rubinstein, aan wier biografie hij werkt. Haar relaties liepen steeds weer stuk, naar eigen zeggen omdat ze altijd weer ‘achter elke man haar vader zocht’. Op een gegeven moment wordt die gedachte een selffulfilling prophecy. En juist daar – als mensen gaan leven naar een zelfbedachte waarheid – daar moet de biograaf doorheen prikken.
Vaak gaan biografieën over uitzonderlijke figuren – ze zijn niet voor niets onderwerp van een levensbeschrijving. Dat is ook wat lezers aantrekt. Je kunt je spiegelen aan een ander mens. Joachim Duyndam noemt zulke personen voorbeeldfiguren. En ook voor een lezer op zoek naar een voorbeeld doet het er niet zoveel toe of het verhaal echt gebeurd is of niet.
Een biografie biedt op die manier inspiratie voor het leven. Maar ook voor kunst. Zoals de grote dichters Fernando Pessoa en Federico Garcia Lorca, die hele generaties kunstenaars na hen hebben geïnspireerd. Federico Garcia Lorca werd gefusilleerd in de jaren dertig en geldt nu als nationaal symbool. Michaël Stoker maakt een mooie verwijzing naar Mulisch en zijn ‘Ik ben de Tweede Wereldoorlog’. Lorca zou kunnen zeggen: ‘Ik ben de Spaanse burgeroorlog.’
Soms kan dat uit de hand lopen, als het verhaal een eigen leven gaat leiden en echt uitgroeit tot een mythe. Zoals bij het graf van Lorca dat nooit is ontdekt en waar zelfs rechtszaken over worden gevoerd. Het tegenovergestelde is aan de hand bij Pessoa: over zijn leven is zo weinig spectaculairs te melden, dat elk onbenullig feitje wordt opgeblazen tot enorme proporties. De biografie probeert het gat in een leven – of het gat van de mysterieuze dood – te vullen en, zo concludeert Stoker, ‘uit het gat groeit de mythe’.
Het biografisch onderzoek gaat niet over iets abstracts als een bacterie of iets ongrijpbaars als de economie, maar over een persoon waar je je toe moet verhouden als persoon. Hetzelfde geldt voor de lezer: een biografie is een ontmoeting met een ander mens, en daardoor met jezelf. Want misschien zijn we niet allemaal zo mythisch als Lorca of Harry Mulisch, we zijn allemaal opgebouwd uit verhalen. En dat is de waarheid.
De reeks De biografie: een samenwerking tussen Studium Generale en Stichting Literaire Activiteiten Utrecht, in het najaar van 2010. Schrijvers en wetenschappers spraken over de aantrekkingskracht van de biografie, een genre tussen wetenschap en literatuur in, een spiegel voor lezer en schrijver en een bron van inspiratie.
Liever lezen? Klik op Lees verder voor de uitgeschreven tekst.
Check ook de korte stukken die ik over de lezingen schreef:
- De ideale biografie bestaat niet: prof. Hans Renders en Onno Blom Deel I
- Prins Bernhard, Pim Boellaard: hun verhaal en hun tijd Deel II
- Een leven interpreteren: Hans Goedkoop en Joachim Duyndam Deel III
- Uit het gat groeit de mythe: Pessoa en Lorca Deel IV
Toen Harry Mulisch op 30 oktober 2010 overleed, werd meteen druk gespeculeerd over wie zijn biografie zou gaan schrijven en liepen letterkundigen vooruit op de problemen waar die biograaf tegenaan zou lopen. Mulisch was een zelfgebouwde mythe, onsterfelijk tot zijn dood. Het ontrafelen van verhaal en werkelijkheid zal een hele kluif zijn. Of is het verhaal de werkelijkheid? Een vraag die aan de orde kwam in de reeks De Biografie, een samenwerking tussen Studium Generale en Stichting Literaire Activiteiten Utrecht, in het najaar van 2010. Schrijvers en wetenschappers spraken over de aantrekkingskracht van de biografie, een genre tussen wetenschap en literatuur in, een spiegel voor lezer en schrijver en een bron van inspiratie.
Jan Wolkers: nog zo’n kanon uit de naoorlogse Nederlandse literatuur. Op zíjn sterfdag – 19 oktober – opende de reeks met een lezing van Wolkers-biograaf Onno Blom. Blom raakte bevriend met Wolkers en groeide uit tot ‘aangenomen oudste zoon’. Hoe beïnvloedt zo’n vriendschap je werk als biograaf? Hans Renders, directeur van het Biografie Instituut, haalde William Somerset Maugham aan, die stelde: ‘Er zijn slechts drie regels voor het schrijven van een goede biografie en gelukkig weet niemand wat die regels zijn.’
Toch zijn er wel drie handreikingen te noemen voor wie een goede biografie wil schrijven: Een biografie zegt iets over de actualiteit, ook als hij gaat over een historisch persoon. Dat betekent dat een biografie niet voor de eeuwigheid is geschreven. Neem Oorlog en vrede van Tolstoj – die roman uit 1869 wordt nog steeds gelezen. Een biografie van Tolstoj uit de negentiende eeuw is daarentegen verouderd.
Een biograaf moet stelling nemen tegenover zijn onderwerp. Objectiviteit bestaat niet, dus daar kun je maar beter eerlijk over zijn. Blom schreef een boek over het laatste levensjaar van zijn hoofdpersoon, genoemd naar de laatste woorden Zo is het genoeg – wat sloeg op de laatste hap van een boterham met jam. Een foto van de betreffende boterham is daar ook in opgenomen. Is dat relevant? En is het niet te intiem?
Het derde punt: een goede biografie kan niet zonder goed onderzoek en een goede stijl. Het boek moet degelijk zijn als een wetenschappelijk onderzoek en lezen als een roman. De biografie die Jolande Withuis schreef van Pim Boelaard of Bernhard van Annejet van der Zijl, zijn daar goede voorbeelden van. De verhalen over hun onderzoek zijn om van te smullen. Withuis ontdekte een schat aan materiaal, van dagboeken tot foto’s en brieven, achter een velours gordijntje bij verzetheld Boelaard thuis. Van der Zijl reisde naar Duitsland om het leven van de jonge Bernhard te reconstrueren. Bij de Berlijnse universiteit kreeg ze inzicht in documenten die het bestaande beeld van de aankomende prins totaal op z’n kop zetten.
De roerige levens van Boelaard en Bernhard – die elkaar kenden – lenen zich natuurlijk uitermate goed voor een biografie ‘die moet lezen als een roman’. Dat laatste punt is niet zo eenvoudig als het klinkt. Een biografie is altijd een verhaal. Maar wie vertelt het verhaal? Een objectieve, semi-alwetende verteller, die de puzzelstukjes van een leven bij elkaar zoekt. Of jij als persoon, bijna een ik-verteller? Een verhaal is altijd een weergave van de werkelijkheid, waarin gebeurtenissen in een samenhang worden getoond. Het geeft betekenis aan iets wat misschien wel gewoon toevallig is.
Hans Goedkoop haalt filmregisseur Pasolini aan: ‘De camera is uit, de draaitijd is voorbij, nu begint de montage.’ Voor Goedkoop is de kwestie feit/fictie weinig interessant: een biografie is het verhaal van een schrijver over een persoon die echt geleefd heeft. Natuurlijk is dat verhaal niet objectief en dat moet het ook niet willen zijn. Zolang je maar in je verhaal duidelijk maakt wáár je aan het interpreteren bent en welke kaders je daarbij gebruikt, is dat ook niet problematisch.
In een biografie draait het om de grote vragen van het leven. Welke keuzes maak je op moeilijke momenten? Hoe ga je om met tegenslag, met de liefde, met de dood? Goedkoop geeft een mooi voorbeeld van Renate Rubinstein, aan wier biografie hij werkt. Haar relaties liepen steeds weer stuk, naar eigen zeggen omdat ze altijd weer ‘achter elke man haar vader zocht’. Op een gegeven moment wordt die gedachte een selffulfilling prophecy. En juist daar – als mensen gaan leven naar een zelfbedachte waarheid – daar moet de biograaf doorheen prikken.
Vaak gaan biografieën over uitzonderlijke figuren – ze zijn niet voor niets onderwerp van een levensbeschrijving. Dat is ook wat lezers aantrekt. Je kunt je spiegelen aan een ander mens. Joachim Duyndam noemt zulke personen voorbeeldfiguren. En ook voor een lezer op zoek naar een voorbeeld doet het er niet zoveel toe of het verhaal echt gebeurd is of niet.
Een biografie biedt op die manier inspiratie voor het leven. Maar ook voor kunst. Zoals de grote dichters Fernando Pessoa en Federico Garcia Lorca, die hele generaties kunstenaars na hen hebben geïnspireerd. Federico Garcia Lorca werd gefusilleerd in de jaren dertig en geldt nu als nationaal symbool. Michaël Stoker maakt een mooie verwijzing naar Mulisch en zijn ‘Ik ben de Tweede Wereldoorlog’. Lorca zou kunnen zeggen: ‘Ik ben de Spaanse burgeroorlog.’
Soms kan dat uit de hand lopen, als het verhaal een eigen leven gaat leiden en echt uitgroeit tot een mythe. Zoals bij het graf van Lorca dat nooit is ontdekt en waar zelfs rechtszaken over worden gevoerd. Het tegenovergestelde is aan de hand bij Pessoa: over zijn leven is zo weinig spectaculairs te melden, dat elk onbenullig feitje wordt opgeblazen tot enorme proporties. De biografie probeert het gat in een leven – of het gat van de mysterieuze dood – te vullen en, zo concludeert Stoker, ‘uit het gat groeit de mythe’.
Het biografisch onderzoek gaat niet over iets abstracts als een bacterie of iets ongrijpbaars als de economie, maar over een persoon waar je je toe moet verhouden als persoon. Hetzelfde geldt voor de lezer: een biografie is een ontmoeting met een ander mens, en daardoor met jezelf. Want misschien zijn we niet allemaal zo mythisch als Lorca of Harry Mulisch, we zijn allemaal opgebouwd uit verhalen. En dat is de waarheid.
Kunnen we leren van het verleden? Maarten van Rossem antwoordt
25/11/10 19:08 Denk aan: Wetenschap
Wedstrijd: maak een filmpje over wetenschap en win 500 euro
24/08/10 20:32 Denk aan: Wetenschap
Op 13 september viert Studium Generale een feestje: 50 jaar academische vorming. Ter gelegenheid daarvan is er een filmwedstrijd. Wie het leukste, knapste, intelligentste en/of mooiste YouTube-filmpje maakt, wint 500 euro. Animatie, video, fotostrip: alles is geoorloofd als je maar een van de zes wetenschappelijke vragen die op 13 september centraal staan op een prikkelende manier verbeeldt.
Lees hier over de thema’s en verdere richtlijnen.
PS: Morgen schrijf ik weer een blogje over filosofie, literatuur en leven, beloofd.

Lees hier over de thema’s en verdere richtlijnen.
PS: Morgen schrijf ik weer een blogje over filosofie, literatuur en leven, beloofd.
Sterrenkunde: wetenschap tussen science en fiction
19/08/10 20:15 Denk aan: Wetenschap
Het is alweer meer dan een jaar geleden dat ik de lezingenreeks over sterrenkunde voor Studium Generale presenteerde. Nu is er een filmpje van: vier lezingen in minder dan tien minuten. Ik ben er trots op!
Liever lezen? Hieronder de uitgeschreven tekst.
Het beeld dat bestaat van de sterrenkunde, vindt vaak zijn oorsprong in sciencefiction of bijgeloof: de horoscoop in de krant, ontmoetingen met buitenaardse wezens, reizen door de tijd. Drie vooraanstaande onderzoekers en een wetenschapsjournalist scheiden de 'science' van de 'fiction'.

Lees verder
Liever lezen? Hieronder de uitgeschreven tekst.
Het beeld dat bestaat van de sterrenkunde, vindt vaak zijn oorsprong in sciencefiction of bijgeloof: de horoscoop in de krant, ontmoetingen met buitenaardse wezens, reizen door de tijd. Drie vooraanstaande onderzoekers en een wetenschapsjournalist scheiden de 'science' van de 'fiction'.
Lees verder