Hans Goedkoop
Een leven interpreteren: Hans Goedkoop en Joachim Duyndam
03/11/10 12:51 Denk aan: Literatuur

Goedkoop schreef de biografie van Herman Heijermans en werkt momenteel aan die van Renate Rubinstein. Een biografie draait evenzeer om een held, een personage, als een roman, zo zegt hij. Het verhaal van een leven draait om vormende ervaringen, waarin de binnenwereld botst met de buitenwereld. Waar streeft het personage naar en wat zijn de obstakels die hij of zij daarbij ontmoet? Het beantwoorden van zulke vragen moet wel voorbij de feiten gaan die voorhanden zijn – het gaat om de interpretatie van de feiten, de ordening in een betekenisvol verband. De meest geëigende vorm daarvoor, stelt Goedkoop, is het verhaal. Vertellen we over ons eigen leven niet voortdurend verhalen? En lopen feit en fictie daarbij niet onherroepelijk door elkaar heen?
Goedkoop gaf een interessant voorbeeld uit het leven van Renate Rubinstein. Op jonge leeftijd verloor zij haar vader in de oorlog. Later had ze steeds weer problemen in haar relaties met mannen. Zelf zei ze daar later over: ‘ik zoek achter elke man mijn vader’. Of dit nu de waarheid is of niet, is niet zo belangrijk. Het gaat erom dat zij naar deze zelf gevonden waarheid ging leven. Dit zal iedereen herkennen uit zijn eigen leven: je geeft voortdurend betekenis aan het verleden, aan je karakter, aan de ervaringen die je opdoet met de mensen om je heen. Die betekenis werkt door in de toekomst, je gaat er letterlijk ‘naar leven’. Wie kan dan nog een grens trekken tussen wat echt zo is of was en wat niet?
Joachim Duyndam gaat nog verder en begint zijn lezing met een fictief verhaal, namelijk dat van Robinson Crusoë. Duyndam is hoogleraar aan de Universiteit voor Humanistiek en doet onderzoek naar voorbeeldfiguren. Voorbeeldfiguren zijn mensen – uit het verleden, uit een roman of biografie, familieleden of juist BN’ers – die als inspiratie dienen in je leven. Inspiratie, zo zegt Duyndam, is iets anders dan een klakkeloos navolgen van wat iemand doet. Eerder is inspiratie een actieve houding, die je in beweging zet. De waarde die een voorbeeldfiguur representeert, bijvoorbeeld trouw of standvastigheid, moet je toepassen in je eigen leven en concreet maken.
Ook bij het bestuderen van voorbeeldfiguren draait het om interpretatie, oftewel hermeneutiek. Net als bij het schrijven van een biografie komt de betekenis pas tot stand in een wisselwerking tussen het subject (de auteur) en het object (het onderwerp). In welke context leeft diegene? Hoe verschilt die van mijn eigen situatie? Welke keuzes maakt iemand en hoe verhoud ik mij daartoe? Het verhaal van een ander leven zegt iets over het verhaal van je eigen leven. Het maakt daarbij niet uit dat biografieën meestal over uitzonderlijke personen gaan. Als een spiegel alleen maar jezelf reflecteert zoals je bent, word je er immers niet veel wijzer van.
---
Volgende week is de laatste aflevering in de reeks over biografie. Dan spreken Michaël Stoker en Peter Valkenet over de dichters Pessoa en Lorca, bijna mythische figuren bij wie de biografische verhalen zich haast hebben losgezongen van het leven dat zij ooit leidden.
De lezing van Hans Goedkoop en Joachim Duyndam is hier terug te zien. Geïnteresseerd in de rol van literatuur en filosofie bij het interpreteren van je leven? Kijk dan ook eens bij het programma Levenskunst, dat in het vorige collegejaar draaide en waarvan de opnames via de website zijn terug te zien.
[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]
Comments
Leesclubjes die het leven veranderen
29/09/10 15:55 Denk aan: Filosofie

Wat is het idee? Veroordeelden maken via literatuur kennis met 'gecompliceerde karakters'. 'Ze zien hoe complex het menselijk leven kan zijn, dat mensen niet of goed of slecht zijn. Deelnemers herkennen zich in karakters en beseffen dat hun worstelingen niet uniek zijn.' Een van de deelnemers die was afgekickt kwam in de verleiding weer een shot te nemen, maar werd daarvan afgehouden doordat hij dacht aan Hemingways The Old Man And The Sea.
Ik zit tegenwoordig in ook in een leesclubje. Vrijwillig. We lezen Zijn en tijd van Heidegger. Gelukkig is er een leeswijzer om je te helpen dat notoir onleesbare boek te doorgronden. Waarom zou je onleesbare boeken willen lezen van filosofen die elk woord in een andere dan de gangbare betekenis gebruiken? De leeswijzer opent met een verwijzing naar filosoof Cornelis Verhoeven, die hier een antwoord op heeft geformuleerd:
'Misschien is filosofie wel iets dat ons op een bepaald moment overkomt of overvalt en waar wij nogal passief tegenover staan, bijvoorbeeld een plotselinge breuk in de vanzelfsprekendheid van ons bestaan tot nu toe.'
Dat lijkt me ook van toepassing op de veroordeelden die voor straf Hemingway bestuderen. Een breuk in de vanzelfsprekendheid van hun (criminele) bestaan: ze zijn opgepakt en voor de rechter verschenen. Verhoeven geeft aan dat zo'n moment je vatbaar maakt voor filosofie - wat ik zou willen uitbreiden met literatuur. De cursus laat zien waarom dat zo is: filosofie en literatuur kunnen je leven op zo'n moment veranderen, juist omdat je er vatbaar voor bent.
Ik schreef al eerder over Hans Goedkoop en zijn boek Een verhaal dat het leven moet veranderen. Dat levert weer een ander perspectief, namelijk van de recensent. Goede boeken zijn die boeken, die op een breukmoment (op z'n existentialistisch: grenssituatie) je leven kunnen veranderen. Ethiek en literatuur schurken hier heel dicht tegen elkaar aan. Kan een boek je leven ook ten slechte veranderen? Of activeert het alleen iets wat al aanwezig was? Het leren kennen en waarderen van complexiteit lijkt in zichzelf al een positieve waardering te hebben.
Dat is in elk geval wel wat Martha Nussbaum beweert, een filosofe die ik hogelijk bewonder omdat zij onder woorden brengt waarom mensen lezen, hoe het hun leven verandert - ten goede. Als lezer heb je een persoonlijke verstandhouding met het boek dat je leest. Juist die persoonlijke insteek maakt het moeilijk om er iets zinnigs over te zeggen. Hoe breng je onder woorden wat het boek met je doet, op een manier die ook voor anderen interessant is? Hoe verbind je je persoonlijke ervaring met een werk aan een algemeen geldende waardering? Lastig. Toch ligt in die verbinding van het persoonlijke en het algemene via de literatuur of filosofie mijn grootste belangstelling. En de criminelenleesclub, Heidegger, Verhoeven, Goedkoop en Nussbaum delen die.
Laatst vroeg iemand mij op welk moment ik aan de filosofie was geraakt, als een junk die steeds weer een shot nodig heeft. Ik kende toen nog niet het citaat van Verhoeven, maar mijn antwoord ging al in de richting van een 'breuk in de vanzelfsprekendheid van het bestaan tot nu toe'. Ik denk dat je zelf verhalen moet vertellen om dit soort momenten uit te drukken. Zoals het verhaal over de afgekickte die langs een dealer liep en toen een stem uit The Old Man And The Sea in zijn hoofd hoorde. Maar zulke verhalen moeten niet op zichzelf blijven staan, maar steeds weer teruggevoerd worden naar de bron waar ze uit ontspringen. Alleen dan kunnen anderen deelgenoot worden van de verandering. En wellicht zelf ook een verandering ondergaan.
De ziekte van de bewondering
17/05/10 21:40 Denk aan: Leven

Nederlanders kunnen niet bewonderen. Hoppa! Die zit. Persoonlijk acht ik het uitspreken van je bewondering een van de mooiste dingen om te doen. Je maakt de ander misschien verlegen, maar dan wel verlegen van geluk. (Dat is beter dan verlegen omdat je op kritiek altijd wellevend moet reageren.) Ik loop heus niet sinds mensenheugenis complimentjes uit te delen, het is door toeval dat ik de schoonheid van bewondering heb ontdekt. En tegelijkertijd met mijn neus werd gedrukt op de onmacht van veel mensen om te bewonderen, ten overstaan van de bewonderde.
Ik was met een groepje studiegenoten in café De Bastaard. We liepen op weg naar de uitgang langs de wand die is volgehangen met posters van theatergroepen en aankondigingen van poëzieavonden. Ik zag een poster hangen van een toneelstuk door een gezelschap waar ik een jaar eerder ook een uitvoering van had gezien. Een heel goede vertolking van Macbeth, meen ik. Ik wees naar de poster en riep enthousiast: daar moeten we heen, zij zijn zó goed! Maar niemand reageerde, ik hoorde alleen ssshh, sssshhh en kreeg een duwtje in mijn rug, hoppa naar de uitgang. Wat was er aan de hand? De artistiek leider van het gezelschap bleek aan de bar te zitten. 'Maar ik zei toch niets verkeerd, ik was juist enorm enthousiast?' vroeg ik, eenmaal buiten. Toch vonden al mijn vrienden het hoogst ongepast en ze voelden zich door mij te kijk gezet.
Dat zette me aan het denken. Ik vond het juist geweldig dat ik mijn bewondering kenbaar had gemaakt aan degene die haar had opgewekt, al was dat dan niet bewust gegaan. Dat moest ik vaker proberen! Na afloop van concerten, als de bandleden in de zaal een biertje dronken, zei ik gewoon 'Bedankt voor een mooie show, ik heb ervan genoten,' en ging weer weg. Vreselijk, vonden degenen met wie ik was, was ik een groupie ofzo? Ik ben wel een bakvis, maar geen groupie. Stel je voor, zei ik, dat je als band een leuk optreden achter de rug hebt en je een biertje gaat drinken in de zaal. En niemand zegt tegen je: great show! thanks! Nie-mand. Omdat iedereen dat stom, groupieachtig gedrag vindt. Heb je dan een leuke avond? Of is het goede optreden verpest? Ik denk het laatste.
Later kwam ik erachter dat het niet alleen voor bewondering en leuke dingen geldt. Als je iets echt vreselijks doormaakt, denkt de meerderheid van de mensen: laat ik er maar niets van zeggen, want dat is gênant. Maar stel je eens voor: je maakt iets vreselijks mee en niemand zegt een aardig woordje tegen je, omdat dat stom zou zijn. Voel je je dan beter? Nee, dan voel je je alsof het geen hond interesseert wat je doormaakt. Bewondering en een aardig woordje: beide hebben te maken met erkenning van de ander, aandacht voor iets persoonlijks - of je dat nu hebt gemaakt of dat het je overkomen is.
Aandacht van een onbekende telt dubbel, omdat die geen dubbele bodem heeft. Veel mensen vonden het wel 'bewonderenswaardig' dat ik een stukje had geschreven over Arjen Grolleman na zijn overlijden. Waarom? 'Omdat je dat toch niet doet.’ ’Je’: normale Hollander die zijn neus niet in andermans zaken steekt. Het vereist blijkbaar lef. En dat is ook wel zo, want zowel door je bewondering te uiten als door aandacht te schenken aan iets vreselijks dat iemand is overkomen - en in dit geval ging dat allebei op - stel je ook jezelf open. Je laat je waardering zien door iets persoonlijks over jezelf te vertellen. En door jezelf kwetsbaar op te stellen, zeg je dat de ander dat ook mag doen.
De laatste keer dat ik mijn bewondering uitsprak, was vorige week. En directer dan ooit. Ik had Hans Goedkoop aan de telefoon voor een mogelijke lezing. Hans Goedkoop! Ik bewonder zijn werk Een verhaal dat het leven moet veranderen zeer (zie Een sensatie die het leven verandert). Dat kon ik toch niet níet zeggen? Dus ik zei het. Het is inderdaad niet makkelijk, het is gênant, je stelt je kwetsbaar op en je wordt er allebei verlegen van.
Maar ook gelukkig.
* De titel is een verwijzing naar De ziekte van de bewondering van (Nederlander) Kees ’t Hart, die wel de kunst van het bewonderen verstaat.
Een sensatie die het leven verandert
28/01/09 15:48 Denk aan: Literatuur
Vandaag verwijs ik naar mijn artikel Een sensatie die het leven verandert, een stuk 'uit de oude doos’, enigszins geactualiseerd en herschreven. Commentaar is zoals altijd welkom.
Enjoy! Lees verder
Enjoy! Lees verder