Voorbeeldfiguren: Arnon Grunberg en Jack White

Bewondering is een van de mooiste dingen die er is, maar helaas bewondert men maar weinig. In coachtermen: het is een vaardigheid die weinig mensen actief beheersen. (Ik schreef al eerder over de vreemde (Nederlandse) opvatting dat bewondering ongepast is, zie De ziekte van de bewondering.) Als je niemand bewondert, dan leef je niet. Bewondering is de eerste stap naar zelfverwerkelijking. Want het mag dan lijken dat je met testjes en vragenlijsten erachter kunt komen wie je bent en wie je wilt worden, maar pas door je te spiegelen aan een ander, leer je echt iets over je 'persoonlijke waarden'.

Ik bewonder best veel mensen, maar er zijn er maar een paar die ik echt een voorbeeldfiguur zou noemen. Twee daarvan: Arnon Grunberg, schrijver en Jack White, muzikant. Welke betekenis of waarde representeren zij dan voor mij? Eerst maar eens zien of die twee iets gemeenschappelijks hebben. Of beter gezegd: of er een gemene deler is die mij aanspreekt. En stemt die dan overeen met het statische rijtje waarden dat ik eergisteren had achterhaald? (Authenticiteit, humor, intellectuele bevlogenheid, erkenning en ontwikkeling.) Ja en nee.

Als ik denk aan Arnon Grunberg en Jack White, valt me meteen op hoeveel ze op elkaar lijken. Voor míj lijken ze op elkaar, voor iemand anders kunnen ze waarschijnlijk niet meer verschillend zijn. Dat komt omdat ik bepaalde kwaliteiten waardeer, die niet iedereen voorop zet en die misschien niet eens iedereen herkent. (Ik denk dat dit wel een goede methode is om de belangrijke waarden te achterhalen: door twee voorbeeldfiguren te nemen en te zien waar ze overeenstemmen, in jouw interpretatie.)

Goed. Wat mag het dan wel zijn? Eigenzinnigheid is het woord dat in me opkomt. Maar dat klinkt te slap. Schaamteloosheid, dat is beter. En dan niet schaamteloos in de zin van 'zet zichzelf constant voor aap', maar in de zin van 'geen last hebbend van schaamte'. (Of het zo is, weet ik natuurlijk niet, maar ik zie hen zo.) Wat hiermee samenhangt is dat ze niets ontziend zijn, zwart en duister. Niks geen doekje tegen het bloeden, laat die wond maar lekker open zodat de pijn zichtbaar is en voelbaar wordt.

Dit kan misschien nog verbonden worden met de authenticiteit uit mijn eigen rijtje. Maar dat is dan wel een heel specifiek soort authenticiteit, rauw en realistisch. De volgende eigenschap die ik aan beide figuren toeschrijf, is echter niet op te hangen aan een van mijn vijf waarden. Dat is namelijk productiviteit, een sense of urgency. Wat ik bewonder is de gigantische energie en de enorme output die dat oplevert. Het nooit genoeg vinden, altijd door willen, dat herken ik wel. Maar ik zie het eerder als een gegevenheid. Interessant om het ook als een waarde te beschouwen: dan wordt het opeens iets wat je bewust kunt inzetten en gebruiken, zelfs verbeteren.

En hoe zit het met de andere waarden uit mijn rijtje? Intellectuele bevlogenheid: ja, dat hebben ze wel. Humor? Ja hoor, maar gek genoeg is dat het laatste waar ik aan denk als het gaat om voer voor mijn bewondering. Natuurlijk, ik vind Grunberg grappig (het gebeurt niet vaak dat ik hardop zit te grinniken bij een boek, zoals nu met Grunbergs recent verschenen roman Huid en haar), maar het is niet waarom ik hem als voorbeeldfiguur zou zien. Dat is eerder het tegenovergestelde: de volstrekte zwartgalligheid, niets ontziende eerlijkheid, het openleggen van de rauwe wond in het bestaan.

Dan is er nog de waarde van erkenning, tja, die hebben zij al. En ontwikkeling lijkt ook niet echt van toepassing. Opeens daagt het me: het gaat om het verband tussen de waarden, zoals het in een biografie ook gaat om het patroon dat levensfeiten vormen. Authenticiteit is het doel. Productiviteit is de weg. Ontwikkeling is nodig om er te komen. Intellectuele bevlogenheid zorgt voor de inhoud. Erkenning is de bevestiging van de buitenwereld. En humor? Dat is wat ik zelf inbreng. Zo bezien is het niet zo gek dat ik dit laatste het allerbelangrijkste vind.



Bookmark and Share
Comments

Persoonlijke waarden: wat heb je eraan?

persoonlijke_kracht
Hoe te leven? Niemand die het weet, maar een goed voorbeeld kan inspiratie geven. Naar aanleiding van de lezing van Joachim Duyndam over voorbeeldfiguren ging ik nadenken over wie voor mij als voorbeeldfiguur geldt. En belangrijker nog: waarom. Want de waarde die zo'n figuur representeert is een waarde die leidend voor je is. De 'persoonlijke waarden' zongen sowieso al door mijn hoofd na het coachgesprek van vorige week en de opdracht die ik toegestuurd kreeg, bedoeld om mijn persoonlijke waarden te achterhalen.

Door uit te gaan van een situatie waarin je gelukkig was, en ongelukkig, door te kijken naar wat je bewondert in anderen en nog zo wat vragen, ontstaat er in die opdracht een rijtje van vijf waarden. Prima, maar wat moet je ermee? Wat voor situatie kies je en wie zijn in hemelsnaam die anderen? Ieder werkend mens reutelt zonder moeite een paar van die woorden eruit, in mijn geval: authenticiteit, humor, intellectuele bevlogenheid, erkenning en ontwikkeling. Nogmaals: prima, maar wat moet je ermee?

Op de fiets gingen mijn pas ontdekte persoonlijke waarden in mijn hoofd een gesprek aan. Humor en intellect bijvoorbeeld, betekenen die twee samen niet dat ik grappen maak ten koste van de domheid van anderen? Ik hou niet van komedie, kan niet lachen om cabaret. Wil ik niet vooral ad rem en scherp zijn, mensen verbluffen met mijn snelle geest, als beoefenaar van de Aristotelisch deugd eutrapeleia? (Ziet u wel hoe slim ik ben?)

Op de workshop 'Persoonlijke kracht’ die ik vorige week volgde, ging het ook al over waarden. Als afsluiting moest iedere deelnemer een van haar persoonlijke waarden hardop uitspreken. Ik was als een van de laatsten aan de beurt. Iedereen keek me verwachtingsvol aan. 'Ik ben…' ik aarzelde, alsof ik niet durfde. 'Ik heb… best wel een beetje, misschien, humor.' Iedereen lachte. Bewijs geleverd. Maar bewijs waarvan?

En dan die authenticiteit en de behoefte aan erkenning: dat slaat natuurlijk nergens op. Als je authentiek bent, heb je de bevestiging van anderen toch niet nodig. Trouwens, is authenticiteit niet een achterhaald begrip, uitgesleten door overgebruik en besmet door misbruik? Laat staan ontwikkeling. Lekker origineel ook, zich ontwikkelen wil iedereen wel. Ja maar, bracht ik in, het gaat me niet om verticale ontwikkeling, steeds meer en steeds beter, maar horizontaal. Het gaat me er om de fundamentele onzekerheid te omarmen, het toeval af te buigen in mijn richting, nooit iets zeker te weten, zelfs niet wie ik ben. Maar hoe kun je dan authentiek zijn? vroeg de stem in mijn hoofd snedig, en een beetje vals.

Hoewel dit gesprek in mijn hoofd me niet veel verder bracht, ben ik er toch wijzer van geworden, wijzer in elk geval dan het statische rijtje op het coachformulier. Ik dacht aan Hans Goedkoop, die in zijn lezing het verhaal het allerbelangrijkste middel noemde om een leven te begrijpen. Daar kan ik het alleen maar mee eens zijn. De waarden krijgen pas betekenis in een verhaal, als je laat zien hoe ze botsen op de werkelijkheid, of hoe ze als een Lebenslüge fungeren, zonder ooit echt te worden.

Ook de voorbeeldfiguren van Duyndam spreken tot je door verhalen, in romans of in het verhaal van jouw leven en de mensen om je heen en in de wijde wereld. Het statische rijtje waarden leeft niet en is dat niet precies dat de vraag waar het mee begint… hoe moet ik leven?

Over twee van mijn voorbeeldfiguren - Jack White en Arnon Grunberg - en hoe zij waarden belichamen en concreet maken, zal ik het morgen overmorgen hebben.



Bookmark and Share
Comments

Ironie en zelfironie: 7 opmerkingen

Hoe zit het met zelfironie, vroeg iemand naar aanleiding van het stuk over zelfonderzoek als mythe. Goeie vraag. Zeven gedachten.

1. Ik moet bij ironie altijd denken aan de film Reality Bites, waarin Winona Ryder de kans krijgt zich te presenteren aan een tv-bobo. De dame in powersuit zegt neerbuigend: Define irony. Winona staat met haar bek vol tanden. Haar vriendje Ethan Hawke, aan wie ze even neerbuigend en vol verontwaardiging het voorval vertelt, antwoordt zonder nadenken. 'Het tegenovergestelde zeggen van wat je eigenlijk bedoelt, met de bedoeling dat wel duidelijk te maken.'

2. De ironie van Socrates: jezelf dommer voordoen dan je bent om de onwetendheid van de ander te ontmaskeren.

3. De ironie van Kierkegaard bouwt voort op die van Socrates. Ironie inzetten om reflectie op gang te brengen en vraagtekens te zetten bij alles wat je weet, alle vooroordelen die je hebt. Je hebt eerder te veel kennis dan te weinig. Uiteindelijk is zijn ironie een oneindige, absolute negativiteit die in zichzelf verdwijnt. Eindeloze reflectie, die uiteindelijk resulteert in onbegrijpelijkheid. Toch maakt zijn voortdurende ironie van Kierkegaard een uitzonderlijk humoristisch filosoof. Humoristischer ook dan Socrates. En dat heeft misschien wel te maken met zelfironie.

Bookmark and Share
Lees verder
Comments

Over de ernst als deugd

ernst
Waarom is eenzaamheid eigenlijk een ondeugd, vroegen Maarten 't Hart en Jelle Brandt Corstius zich in Zomergasten af. De vraag herinnerde me een passage uit de (al eerder aangehaalde) dagboeken van Susan Sontag, waarin ze stelt dat seriousness voor haar een deugd is, de belangrijkste richtsnoer in haar leven. Later noemde ze zichzelf een zealot of seriousness. Ik vond het een opvallende uitspraak, omdat in deze eenentwintigste eeuw serieusheid of, in mooier Nederlands, ernst, eerder als ondeugd wordt gezien.

Niets zo erg als een gebrek aan humor. Vraag het aan datingsites (humor is belangrijker dan intelligentie of uiterlijk), reclamebureaus (zelfs waspoeders moeten met een kwinkslag aan de vrouw gebracht) en journaallezers (geinig bruggetje naar het weerbericht als statussymbool).

Ernst is op z'n best grappig.
Een grappig intermezzo tussen het lachen.



Lees verder
Comments