Rem Koolhaas - The Generic City

generic_city
De stad als een natuurlijk organisme dat beweegt en groeit, onafhankelijk van en onverschillig tegenover de mensen die er wonen: zo beschrijft Rem Koolhaas de moderne metropool in 'The Generic City’. Een toekomstvisie die moeilijk voor te stellen is en ook hopeloos gedateerd overkomt. Het stuk stamt uit 1994 en ademt ook een tijd van postmodernisme en optimisme - een tijd die duidelijk voorbij is. Des te interessanter om serieus te bestuderen in mijn leesclubje (thema: de stad).

Wat is The Generic City - de generieke stad? Koolhaas zegt wel dat die al bestaat, hoofdzakelijk in Azië, maar de beschrijvingen die hij geeft zijn zo out there dat het toch vooral om een futuristische plek lijkt te gaan. Een metropool, uitgestrekt en voortdurend aan verandering onderhevig; een stad zonder geschiedenis. Ze bestaat uit slechts drie elementen: wegen, gebouwen en natuur. Die laatste lijkt het belangrijkste, want Koolhaas omschrijft de andere twee - wegen en gebouwen - ook steeds in natuurlijke metaforen. De stad, schrijft hij, is als een mangrovebos. Als iets niet werkt of bevalt wordt het achtergelaten zonder er verder naar om te kijken, als in het evolutionaire proces van natuurlijke selectie. Er is wel een plan, maar het plan maakt geen verschil en kan net zo makkelijk uitgevoerd als verlaten worden. Onvoorspelbaarheid is de drijvende kracht: 'the systematic application of the unprincipled'.



Bookmark and Share
Lees verder
Comments

Mode, kleding, stijl en identiteit: over het kiezen van een winterjas

Oktober, herfst, blij toe. Kan ik eindelijk mijn leren jack weer aan. Vijf jaar heb ik hem al en elk jaar is het weer een hoogtepunt als ik in september, oktober, dat dunne zomerjasje achter op de kapstok hang en mijn leren jas naar voren haal. Dat gewicht, je voelt dat je iets aan hebt. De geur van het leer, vooral als ik de kraag opzet en de punten op neushoogte komen te staan. Het geluid, dat krakend genoemd wordt, maar eigenlijk een eigen naam zou moeten hebben. Het belangrijkste is echter niet de jas, maar het dragen van de jas. Als ik naar buiten ga, op die eerste koude septemberochtend, voel ik het meteen: ik ben weer net iets meer mezelf.

Mijn leren jas past zo goed bij me, ik val er bijna mee samen. Waarom dan? Nou, hij is stoer, een beetje retro, na vijf jaar nog steeds hip, warm genoeg voor de winter, maar kort, strak en nonchalant.

Er bestaat onder welingelichte mensen een voorbehoud als het gaat om kleding als een manier om je identiteit uit te drukken. Ik snap dat nooit zo goed. Doet niet iedereen dat? Waarom zou het verkeerd zijn? Het is misschien niet goed om je te profileren alleen door je kleding, zonder dat er iets achter schuil gaat. Laat ik dan zeggen: via kleding kun je je identiteit benadrukken. Liever dan de mode te volgen, kun je in je eigen stijl tonen wie je bent. Je kunt daar maar beter over nadenken, want de omgeving zal via je kleding altijd een oordeel proberen te vormen over de naakte mens die eronder zit.

In de Groene Amsterdammer stond een aantal weken geleden een interessant artikel over 'depressieve mode'. Nu kon ik die depressieve insteek niet zo goed volgen, maar enkele ideeën over kleding en identiteit zijn de moeite waard om over na te denken bij het kiezen van je winterjas. Zo wordt de filosoof Gilles Lipovetsky aangehaald: 'De massaproductie van modeartikelen maakt het consumenten mogelijk complexe individuen te worden van een democratische, snel veranderende samenleving.'

Mode en massaproductie niet als vereenvoudiging, maar juist als een uitdrukkingsvorm van het complexe. Los van het feit dat de meeste mensen zich hier niets van aantrekken en er bij lopen als het zoveelste H&M-poppetje, is het niet moeilijk in te zien dat juist het enorme aanbod het mogelijk maakt je eigen stijl te vinden. En dat is niet een statisch proces, maar een complexe zoektocht die nooit af is. Met die stijl beantwoord je niet alleen aan een complexe maatschappij, waarin je verschillende rollen hebt en een steeds verschuivende positie inneemt. Een dynamische stijl doet ook recht aan een dynamische, complexe identiteit.

In het artikel wordt ook José Teunissen aangehaald, lector modevormgeving bij ArtEZ in Arnhem. Volgens haar is 'het hebben van smaak – weten hoe je te kleden – een vitaal element van onze moderne visuele cultuur. Hierin zijn klasse en status niet meer per definitie aan afkomst gebonden, maar worden steeds opnieuw gedefinieerd in het almaar wisselende en zich wijzigende tekensysteem van de mode. Dat maakt mode zo interessant. In tegenstelling tot vroeger, waar mode slechts voor weinigen was weggelegd en je klasse bepaalde wat je droeg, kunnen rijk en arm voor de mode kiezen die hun aanspreekt.'

Met vrijheid komt verantwoordelijkheid. Natuurlijk kun je je verre houden van mode en je kleden zonder verder stil te staan bij de betekenis van wat je aantrekt. Dat is een negatieve keuze, maar óók een keuze. Dus welke winterjas draag jij het komende half jaar? 'Misschien is het ook wel uit respect voor jezelf dat je bepaalde kleding draagt die heel goed een deel van jezelf benadrukt.'


Eerder schreef ik ook over kleding en mode. Hieronder een selectie:

Ik kocht een lange, wollen jurk en wist dat er een kralenketting bij paste. Maar dat ging me te ver. 'Waarom heb ik zo'n weerzin tegen het modeplaatje? … Het zal wel komen doordat ik het gevoel verafschuw dat ik iets doe omdat het moet. Noem het een autoriteitsprobleem. Maar… zie ik de modepopjes dan als autoriteit?'
Lang, wollig en charmant

Hebben bepaalde groepen mensen bepaalde schoenen aan? 'Pas vijftien jaar later (au!) begrijp ik waarom mijn theorie als los zand aan elkaar hing: ik dacht helemaal niet vanuit de schoenen, maar vanuit groepen mensen. Ik beweerde dat ik aan de schoenen kon zien wie erin stond, wat ik eigenlijk deed was aan elk type mens een schoen toewijzen.'
Lang, wollig feestpakkie

'Het gaat mis wanneer je je identiteit ontleent aan bepaalde kleren of merken. Dan wordt de trui een kostuum dat je aantrekt om een rol te gaan spelen, een masker om je achter te verbergen. Je wilt lijken op iemand anders, iemand die populair is of knap of succesvol, dus kopieer je uiterlijke kenmerken in de hoop dat je zo vanzelf ook innerlijk op hem gaat lijken. Een denkfout, natuurlijk, maar ook een noodzakelijke stap in het onderzoeken van wat kleding betekent.'
Gekostumeerd bal

''Inderdaad,' zei iemand, 'als ik me jou herinner in die tijd, zie ik zo'n zwart t-shirt van een band voor me.' Daar was ik wel even heel makkelijk neergezet, teruggebracht tot een enkel kledingstuk. Oké, dat mag dan misschien wel een essentie van mijn identiteit hebben uitgedrukt, maar het is nou ook weer niet de bedoeling dat men je reduceert tot een verwassen t-shirt van een band die vast langzaam in marginaliteit en vergetelheid is weggegleden.'
Verwassen, nooit bezeten identiteiten

'Kleine fenomenologie van de mannenketting: die moet er oud uit zien, liefst van leer of een beetje zwart uitgeslagen zilver, de hanger is een klein flesje, een tribal symbool, een schelp of iets anders uit de natuur. Draag er liefst meerdere tegelijk, van verschillende lengte. Over het t-shirt heen, natuurlijk, zodat de meisjes ze kunnen zien. Die ketting drukt zelfvertrouwen uit (ik draag een ketting maar ben geen mietje), geeft blijk van een interessant leven (weet je hoe ik aan die haaientand gekomen ben?) en een nonchalant soort ijdelheid (ik heb wel sieraden, maar draag ze losjes, met drie tegelijk). Allemaal zaken waar meisjes van houden.'
Fenomenologie van de mannenketting



Bookmark and Share
Comments

Over gewetensvragen: nogmaals Peter Bieri

slang
Kun je leven met de herinnering aan identiteiten die je hebt verworpen? Het is een gewetensvraag zoals die wel vaker langskomen op dit blog, deze keer in de formulering van Peter Bieri (eigenlijk: Joep Dohmen over Peter Bieri). Levenskunst is volgens Bieri een bewust denkproces, waarin de afweging van keuzes centraal staat. De rationele afweging resulteert vervolgens in de wil om iets te doen. (Zie ook Levenskunst als bewust denkproces.)

Als je een keuze maakt om iets wel of niet te doen in je leven - wel of niet studeren bijvoorbeeld - betekent dat automatisch dat minstens één optie geen werkelijkheid wordt. Je kunt immers niet én wel studeren én niet studeren. Een van de twee moet het onderspit delven. En dan rijst de vraag: Kun je leven met de herinnering aan identiteiten die je hebt verworpen?

Hoe ouder je wordt, hoe indringender deze vraag klinkt. De rij met opties in de kolom 'verworpen' wordt langer en langer, de kolom 'gekozen' heeft na een paar groeistuipen een haast definitieve vorm aangenomen - een vorm die meestal gedrongen zal zijn, maar in elk geval altijd schril zal afsteken bij de lange rij verworpen keuzes.

Is dat erg? Ik denk dat het wel meevalt. Juist het denkproces dat voorafgaat aan een levensbelangrijke beslissing, moet ervoor zorgen dat je geen spijt van die beslissing krijgt. Het antwoord op de vraag of je met die verworpen identiteiten kunt leven is dan automatisch 'ja'. Als je alle opties hebt afgewogen en de wil je in de richting van een keuze brengt, is spijt niet meer van toepassing.

Ik weet niet of Bieri het over spijt heeft, dat is wat ik ervan maak. Ik kreeg het Handwerk van de vrijheid voor mijn verjaardag, dus ik zal het binnenkort controleren. Spijt hebben over een beslissing die je bij je volle bewustzijn hebt gemaakt, na een gedegen innerlijk onderzoek, is onzinnig. Deze opvatting heeft me wel eens in de problemen gebracht. Ik heb keuzes gemaakt die niet handig waren, maar waar ik toch geen spijt van wilde betuigen. Men denkt dan al gauw dat je er geen verantwoordelijkheid voor wilt nemen.

Terwijl het precies andersom werkt: als ik zeker weet dat ik die keuze niet anders had kunnen maken, omdat ik met alle informatie die ik had nu eenmaal dit heb gekozen, moet ik juist verantwoordelijkheid nemen. Als ik spijt krijg en zeg: ik had het anders moeten doen, had ik maar geweten wat ik nu weet, dan schuif ik mijn verantwoordelijkheid af, in de hoop op vergeving. Ik kan bij mijn volle verstand een achterlijke keuze maken. Weet je wat, het is achterlijk maar ik doe het lekker toch. Zolang ik maar onthoud dat donders goed weet dat het belachelijk is.

De vraag van Bieri moet je jezelf dus niet achteraf stellen, omdat je ervoor moet zorgen dat je dan het antwoord al weet. Achteraf is het een retorische vraag: Kun je leven met de herinnering aan identiteiten die je hebt verworpen? Uiteraard, want ik weet waarom ik ze verworpen heb. De vraag is de stem van het geweten tijdens het denkproces. Als ik kies om niet te studeren, kan ik dan leven met de gedachte aan een gemiste studie?

Eigenlijk moet je de vraag dus herformuleren zodat hij op de toekomst is gericht. Nog mooier is om een vraag te stellen over de eindeloze mogelijkheden die nog voor je liggen. Dat zegt Bieri ook: je moet je de verwerkelijking van alle mogelijkheden tot in detail voorstellen. Wat houdt mijn leven in als ik A kies? Hoe ziet mijn dag eruit bij B?

Het is de filosofische omkleding van een alledaagse wijsheid: dat je niet op een dag wakker wilt worden om te beseffen dat je leven voorbij is zonder dat je hebt gedaan wat je wilde. Dan kun je met recht spijt hebben. Eigenlijk komt levenskunst erop neer dat je ervoor zorgt dat je nergens spijt over hoeft te hebben. Dan doe ik het nog best aardig.



Bookmark and Share
Comments

Namendiefstal

Radboudstichting wordt Stichting Thomas More

Je bent een goedwillend mens, een brave burger. Je paspoort is bijna verlopen, dus je vraagt ruim op tijd een nieuwe aan. Maar het pakketje met nieuwe paspoorten, waarin ook dat van jou zit, bereikt nooit het gemeentehuis. Onderweg is het gestolen door mensenhandelaars en andere onderwereldfiguren. Dan word je midden in de nacht ruw uit bed gehaald door agenten met kogelvrije vesten en getrokken pistolen. ‘Meekomen!’ ‘Maar ik heb niets gedaan, ik ben een goedwillend mens, een brave burger,’ probeer je. Helaas, je naam is niet meer van jou. Identiteitsfraude, heet dat met een juridische term. Het betekent meer dan een regel in het strafboek. Je bent niet alleen je paspoort kwijt. Je bent jezelf kwijt.

In zo’n geval zit er soms maar één ding op: je naam veranderen.

De vergelijking met mensenhandelaren en onderwereldfiguren lijkt misschien wat overdreven. Toch helpt het om je voor te stellen hoe het is als iemand opeens jouw naam gaat gebruiken, zoals de Radboudstichting overkwam. Iemand pikt niet alleen je naam, maar slaat de spiegel waarin je jezelf altijd hebt herkend in gruzelementen. Het ergste zijn de mensen die niet begrijpen hoe ernstig dat is, die zeggen, ach het is maar een naam, een paspoort. We helderen het op en gaan over tot de orde van de dag. Die orde bestaat namelijk niet meer.

U merkt wel, namen liggen nogal gevoelig bij mij. Ondergetekende (kijk nog maar eens goed) is nooit slachtoffer geweest van paspoortroof of identiteitsfraude, maar kampt met een ander probleem, dat hiermee te maken heeft. Ik moet mijn naam altijd spellen. Ik heet geen Miriam Rasch, maar Miriam-met-een-i Rasch-met-es-cee-ha. En dan vragen ze nog niet eens naar mijn tweede naam (Dueholm). Ook al spel ik mijn naam, de meeste mensen noemen me Mirjam, Myriam of zelfs Meriam. Tas, Los, Ros, Hasj. Vrienden die ik al jaren ken, denken nog steeds dat ik Mirjam heet. Ze schrijven het zelfs op de uitnodiging voor hun bruiloft. ‘Ik kom niet hoor!’ roep ik dan. (Ik ga natuurlijk wel en zet met grote, zwierige letters mijn naam in het gastenboek.)

Ik kan me erg opwinden over verkeerd gebruikte of gespelde namen. Niet omdat ik een frikkig type ben dat met een rietje de misspeller op de vingers wil tikken. Mensen die niet weten hoe je heet, weten ook niet wie je bent. Ze beroven je van je identiteit. Een Mirjam is anders dan een Miriam. En mevrouw Los een ander dan (mejuffrouw) Rasch.

Daarom kan ik me heel goed voorstellen wat de Radboudstichting heeft bewogen om haar naam te veranderen. De grote vraag is alleen: wat zou Thomas More ervan denken?

Miriam Rasch

[verschenen als column in More 85, april 2010. Kijk ook op www.thomasmore.nl] Lees verder
Comments

Denemarken als persoonlijke eigenschap

dannebrog
Zoals de meeste mensen die mij kennen wel weten, ben ik van half-Deense oorsprong. Er komt altijd wel een moment dat ik dat vertel. Omdat ik het leuk vind om dat te vertellen, omdat ik het een leuk kenmerk van mijzelf vind. Het is geen verdienste en ik kan me er niet op laten voorstaan. Maar soms moet je de gegevenheden waarmee je geboren bent voor je laten werken. Er zijn er immers genoeg die tegen je werken. Lees verder
Comments

Help, wie ben ik!

kierkegaard_corsair
Mijn zus geeft college aan de universiteit. Ze vertelde dat ze, om te ontsnappen aan het oersaaie kennismakingsrondje aan het begin van een nieuwe collegereeks, alle studenten in de groep iets over zichzelf laat vertellen aan de hand van een paar vragen. Welke vragen dan, vroeg ik natuurlijk. Had ik beter niet kunnen doen, want sindsdien verkeer ik in een identiteitscrisis. Lees verder
Comments

Verwassen, nooit bezeten identiteiten

red het chili peppers
Je kleren zijn een kostuum waarmee je je voorkomen kunt benadrukken. Hoewel, als het een kostuum is, doe je iets niet goed. Het zijn hulpmiddelen, zoals de lamp die je richt op een bepaalde kant van je gezicht, om je sexy of juist intelligente oogopslag goed uit te lichten. Waarom is het zo erg dat mensen hun identiteit benadrukken met hun kleding? Zolang je die er niet helemaal aan ophangt, als een kostuum aan een haakje, kun je er maar beter aandacht aan besteden. Mensen zien het namelijk ook zo, of dat nu bewust of onbewust gebeurt. Dus dan kun je er maar beter op inspelen, zodat ze de goede informatie over jou binnenkrijgen. Noem het manipulatie, noem het zelfmarketing of noem het gewoon een goede reden om te winkelen. Lees verder
Comments

Gekostumeerd bal

powersuit
Het voorkomen van de mens blijft me bezighouden. Gisteren op een workshop zat ik me te profileren als het - onaardig gezegd, maar het gaat toch over mezelf - 'nieuwe media-typje'. Gelukkig had ik een hippe outfit aan en mijn haar in een nonchalante paardenstaart. Ook al is het voorkomen een kant van jezelf die je naar het licht draait en niet een rol die je speelt zonder het te zijn, er horen blijkbaar toch kostuums bij. En kostuumontwerp is weer een vak apart, denk maar aan de powerdress voor de sollicitatie die in andere ogen een feestpakkie bleek te zijn. Lees verder
Comments

Lang, wollig en charmant

Object_collectors_item
Erg trendgevoelig zou ik mezelf niet noemen. Ik hou wel van winkelen, maar vind nieuwe modehypes vaak 'Belachelijk!'. Twee jaar later, als de driekwartmouwen of strakke pijpen al volkomen ingeburgerd zijn, loop ik er alsnog mee.





Lees verder
Comments