Het doel heiligt de middelen: de ethiek van Machiavelli
08/02/12 11:29 Denk aan: Filosofie

Functionele wreedheden
‘Het doel heiligt de middelen’, zo is de politieke filosofie van Machiavelli samen te vatten. Assads doel is de macht behouden, net zoals ‘il principe’ (de vorst), en hij doet dat door extreme middelen in te zetten. Kan dat geoorloofd zijn? De vraag is of de aard van het doel wat uitmaakt. Volgens Maarten van Buuren wel. Zeker uit het latere werk van Machiavelli, de Discorsi, spreekt de overtuiging dat een doel in dienst moet staan van de republiek, anders gezegd: het volk. Op die gronden kun je wreedheden van dictators afkeuren.
Niettemin staat Machiavelli bekend als een meedogenloze denker, die niet terugschrikt om wreedheden onder sommige omstandigheden verstandig te noemen, de beste keus, of zelfs ‘functioneel’. Het zijn smakelijke anekdotes die Van Buuren opdist, bijvoorbeeld over Cesare Borgia, de Italiaanse gruwelheerser die model stond voor Il principe. Meedogenloos was Machiavelli wellicht, maar dan vooral in de zin dat hij zich niet liet leiden door de heersende moraal; in zijn handelen noch in zijn denken.
Wat bijzonder is aan deze denker is dat hij niet beschrijft wat de mens zou moeten doen, maar wat hij doet. Machiavelli observeert en schrijft vervolgens op wat hij ziet. Zijn werkwijze, zegt Maarten van Buuren, is vergelijkbaar met die van Frans de Waal. In plaats van chimpanseekolonies bestudeert Machiavelli de kringen van de politiek en diplomatie in renaissancistisch Italië – maar beide worden evenzeer gekenmerkt door machtsspelletjes, wreedheid en een immorele basis.
Wij zijn allen machtspolitici
Immoreel ja, maar niet amoreel. Wat Machiavelli doet is een soort pre-Nietzscheaanse ‘Umwertung aller Werte’: hij zet zich af tegen de heersende waarden en deugden met een christelijk signatuur. Daartegenover zet hij klassieke, Romeinse deugden die te maken hebben met kracht, moed, onverschrokkenheid, maar ook met het belang van de staat en burgerschap boven een individuele relatie met een opperwezen. Een voorbeeld van Machiavellistische deugd is Borgia, maar aan die wrede heerser zullen wij ons niet snel willen spiegelen. Misschien wel aan de Romein naar wie de Amerikaanse stad Cincinnati is vernoemd. Cincinnatus staat als voorbeeldig dictator te boek: hij werd van zijn akkers geplukt om ten strijde te trekken als veldheer en ging na een zeer snelle oorlogsoverwinning gewoon weer verder met het bewerken van zijn land.
Uit deze anekdote spreekt het soort koelbloedigheid waar we zeker een voorbeeld aan mogen nemen, anders dan de als machiavellistisch bestempelde wreedheden van een machthebber als Assad. Maar de grootste les die we kunnen leren, zegt Van Buuren, is dat wij allen machtspolitici zijn. Op het werk, thuis, in een relatie of het gezin. Zoveel is er niet veranderd sinds de zestiende eeuw. Of sinds de chimpansees.
---
De volgende lezing in de serie Levenskunst is op 6 maart en gaat over Richard Sennett – De mens als maker. De lezing over Machiavelli is hier terug te zien.
[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]
Comments
Geluk, ambivalentie en tragiek: Martha Nussbaum en levenskunst
18/01/12 12:53 Denk aan: Filosofie

Ethiek
Wat is dan het goede? Dat blijft nogal impliciet. Een belangrijk onderdeel van Nussbaums beschrijving van het goede is dan ook dat het niet singulier of eenduidig is. Voor Plato was het goede weliswaar moeilijk te bereiken, maar in zijn aard wel helder. Nussbaum volgt Aristoteles in zijn kritiek op deze enkelvoudige opvatting van het goede. Zoals de titel van haar boek over dit onderwerp zegt, is zij geïnteresseerd in The Fragility Of Goodness, de broosheid van het goede.
Die broosheid is te beschrijven aan de hand van het tragische. Aristoteles heeft uitgebreid de tragedies bestudeerd en geeft die een plaats in zijn ethiek. Van de tragici leren we dat waardevolle zaken in het leven niet altijd commensurabel zijn. Een beroemd voorbeeld is Antigone. Zij staat voor de beslissing of zij haar overleden broer de laatste eer zal bewijzen, of de koning gehoorzamen die haar dat verboden heeft. Hier bestaat geen juiste keuze, beide opties zijn even ‘waarden-vol’ en door te kiezen voor het ene, moet zij het andere laten. Het is een tragische situatie bij uitstek, waarin de kwetsbaarheid van Antigone wordt getoond, maar ook de kwetsbaarheid van het goede zelf.
Hiermee is nog niet bepaald wat het goede dan precies inhoudt. Bestaat het alleen in ‘vervuilde’ vorm, vermengd met het noodlot en het tragische? Hoe moeten we ons daar dan toe verhouden? Nussbaum legt de nadruk op het individuele, concrete mensenleven, en op vorming die gericht is op zowel het praktisch denkvermogen als de emoties. Via de literatuur en kunst, zoals het verhaal van Antigone, kunnen we meer leren over de vele verschillende verschijningsvormen die het goede kan hebben. Het goede krijgt gestalte in een individueel, uniek leven zoals van Antigone. Bovendien leren we over de worstelingen met het noodlot die ieder mens zal moeten leveren.
Bildung
Ook de filosofie van het onderwijs gaat tegenwoordig hoofdzakelijk uit van ‘nut’ als leidend principe. In haar veelbesproken pamflet Not For Profit (Niet voor de winst), pleit Nussbaum voor een andere vorm van onderwijs, waarin de studenten allereerst een werk- en levenshouding ontwikkelen waarin plaats is voor zelfstandigheid, betrokkenheid en sensibiliteit.
In die vorming komt het pluralisme van ‘het goede’ weer terug. Onderwijs moet uitgaan van het bestaan van verschillende waarden en tradities en zich niet beroepen op ‘heilige boeken’. Dit onderwijs geënt op ‘liberal arts’ is er juist voor iedereen. Daar is wel een kanttekening bij te maken, want de invulling lijkt wat elitair. Niet iedereen heeft het in zich om Sophokles en zijn Antigone te doorgronden.
Politieke filosofie en capabilities
Nussbaum lijkt in haar politieke filosofie wel uit te gaan van mogelijkheden (capabilities) die alle mensen gemeenschappelijk hebben. Niet in gelijke mate, en ook niet terug te brengen tot één goed – want het goede is ook hier meervoudig van aard. Maar wat het precies inhoudt, raakt steeds verder op de achtergrond. In haar politieke denken is de vraag niet meer ‘Wat is een goed leven?’ maar ‘Wat is een slecht leven?’ Met andere woorden, het draait om het definiëren van de minimale voorwaarden voor sociale rechtvaardigheid. Positieve vorming en zelfverwerkelijking raken daarmee enigszins uit zicht. Bovendien, stelt Maarten van Buuren in de discussie na de lezing, is het tragische besef hier ook verdwenen. Er zijn talloze mensen die wel capabilities bezitten, maar die op een of andere manier niet tot ontwikkeling weten te brengen.
De verbinding tussen het vroege werk van Martha Nussbaum, dat meer op de individuele ontwikkeling via literatuur en kunst gericht is – en het latere, politiek-filosofische oeuvre, is daardoor niet makkelijk te expliciteren. Misschien moeten we weer terug naar de duizenden jaren oude tragedies. Treedt bij die Griekse personages immers niet steeds de onontkoombare verknooptheid van het persoonlijke en politieke naar voren?
Het persoonlijke en politieke zullen zeker ook in de volgende lezing voor de serie Levenskunst aan bod komen. Op 7 februari spreekt Maarten van Buuren over Machiavelli. De lezing over Martha Nussbaum is hier terug te zien.
[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]
Levenskunst: deugdethiek van Aristoteles verbinden met authenticiteit
10/11/11 18:33 Denk aan: Filosofie

Vader van de deugdethiek
De ‘vader van de deugdethiek’, zo mag je Aristoteles wel noemen, en de Ethica Nicomachea is zijn standaardwerk. Daarin definieert hij wat een deugd is, namelijk het juiste midden tussen twee extremen. Hoe dat precies werkt, laat hij zien in zijn beschrijving van allerlei deugden. Het bekendste voorbeeld: dapperheid is het midden tussen lafheid en overmoed. Het midden kun je niet cijfermatig berekenen, maar is afhankelijk van de persoon, de situatie en welke deugd in het spel is.
De deugdenleer is een praktische ethiek die een hoger doel dient. Aristoteles is teleoloog, wat betekent dat alles gericht is op een ultiem doel. En dat is: geluk. Maar wat is geluk? Dat kun je het beste begrijpen in de zin van ‘gelukt zijn’. Je bent gelukt als mens wanneer de menselijke natuur, het potentieel dat in je zit, zoveel mogelijk tot bloei is gekomen. De deugden zijn de manier om dat te bereiken. Dat gaat niet vanzelf, want een deugd vraagt oefening, herhaling en dus tijd, veel tijd. Uiteindelijk moet de deugd als een ingekraste lijn in het karakter zijn, een eigenschap die zo vaak uitgeoefend is dat ze een stabiele, betrouwbare gewoonte is geworden. Een houding.
Een beetje integer
Dit kun je een perfectionistische ethiek noemen, aldus Joep Dohmen, maar dat wil niet zeggen dat de mens die de deugd nog niet volledig onder de knie heeft, in het geheel ‘niet deugt’. De deugdethiek biedt juist een kader voor ontwikkeling. Dohmen haalt Paul van Tongeren aan, de specialist op het gebied van deugdethiek. ‘Je kunt best een beetje integer zijn’, hoe gek dat ook klinkt. De weg naar het beheersen van de deugd integerheid is lang en vraagt om veel ervaring. Maar iemand die zich al jaren bezighoudt met integriteit is uiteraard verder op die weg gevorderd dan een groentje dat net komt kijken – ook al hebben ze beiden de deugd niet tot in perfectie onder de knie.
Integriteit is meteen een goed voorbeeld van een moderne deugd, misschien wel het 21e-eeuwse equivalent van dapperheid. Dat deze tijd veel kan hebben aan een moderne ethiek van deugden is voor Joep Dohmen – na enige aarzeling, zo geeft hij toe – wel duidelijk. Er is nog wel veel denkwerk te verrichten. Aristoteles ging uit van het bestaan van een menselijke natuur die tot bloei moest komen. Kunnen wij nog wel uit de voeten met zo’n teleologische opvatting van mens en natuur? Is het na het postmodernisme nog wel mogelijk om te spreken over centrale waarden? En waar ligt de intrinsieke motivatie om deugden te ontwikkelen? Kort gezegd: ‘waarom zou je?’
Koppeling met levenskunst
In de koppeling met een waardenfilosofie, zoals de levenskunst, kunnen zulke vragen wellicht beantwoord worden. De levenskunst is zoals gezegd gericht op het individualistische begrip authenticiteit – een centrale waarde die open blijft en niet terugvalt op het bestaan van een welbepaalde menselijke natuur die op doelgerichte wijze tot bloei moet komen. Bij het leven van een authentiek leven zijn keuzes allesbepalend. Ook deugden draaien om keuzes; het juiste midden is niet iets wat je aangereikt krijgt, maar iets waarvoor je kiest. Daarnaast stemt de aandacht voor context in zowel de deugdethiek als de levenskunst overeen. Ligt hier het begin van een nieuwe richting in de filosofie? Joep Dohmen ziet genoeg werk klaarliggen. Het zal een lange weg zijn, maar gelukkig weten we nu dat elk stukje dat je aflegt op die weg ook telt; je kunt immers best een beetje wijzer worden.
Kijk de lezing van Joep Dohmen terug: Aristoteles – de deugd ligt in het midden. Bekijk voor meer informatie over deugdethiek ook de lezing van Paul van Tongeren, Klassieke deugden. Of lees Rolmodellen van Thomas More tot 50 Cent.
[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]
Empathie is nog geen moraal: Joep Dohmen over Frans de Waal
09/09/11 09:02 Denk aan: Filosofie

Empathie is daarmee bij uitstek een ‘moderne deugd’ te noemen, geworteld in de natuurwetenschap en voorzien van kwantitatief bewijs. Een mooie leidraad voor het onderzoek naar een ‘moraal van de eenentwintigste eeuw’ zoals Joep Dohmen en Maarten van Buuren dat in de serie Levenskunst: deugden en ondeugden voor ogen hebben.
Maar mogen we wel voetstoots aannemen dat moraal daadwerkelijk zo’n natuurlijke oorsprong heeft? Dohmen zet daar zijn vraagtekens bij, onder andere door de filosoof Kant aan te halen. Het vermogen om je in te leven in een ander en om de behoeften van een soortgenoot te herkennen delen we misschien met de dieren. De vraag is of dat wel iets met moraliteit te maken heeft. De mens kan juist ook afstand nemen van zijn empathie. Is deze vrijheid niet essentieel als we spreken over ethiek? Als dat zo is, dan moet de conclusie toch zijn dat moraal misschien een evolutionaire basis heeft, als een mogelijkheidsvoorwaarde voor het ontstaan ervan, maar dat cultuur toch doorslaggevend is.
Het is ook de cultuur die zorgt dat empathie als deugd kan worden gezien. Inlevingsvermogen kan gebruikt worden om de ander de meest vreselijke dingen aan te doen, zoals de meest verfijnde marteltechnieken, zo klinkt een kritische noot. Empathie is dan toch niet een inherent positieve eigenschap die gelinkt is aan de moraal? Zo bezien verschrompelt empathie tot niets meer dan een vermogen dat vooral cognitief is. Je neemt het perspectief van de ander aan en begrijpt: als ik dit doe, voelt hij dat, dus laat ik zus en zo handelen. Deze ‘koele perspectiefname’ is iets anders dan de ‘warme’ empathie, die is afgestemd op de emoties van een ander. Haast lijfelijk kun je ondergaan hoe de ander zich in een situatie voelt, denk maar aan de adem die stokt bij het zien van een iemand die valt.
Natuurlijk kun je dit vermogen, ook de warme variant, op een kwade manier gebruiken. Maar geldt niet voor alle deugden dat zij het juiste midden zijn tussen twee extremen? Zoals dapperheid het midden is tussen lafheid en overmoed, is empathie misschien ook op deze klassieke, Aristotelische wijze te ontleden. Daar kwamen Dohmen en Van Buuren niet aan toe. Ik denk dat het ‘koele’ en het ‘warme’ de beide uitersten van het spectrum beslaan: berekendheid aan de ene kant, hypersensitiviteit aan de andere. Empathie zal zowel cognitief als emotioneel moeten zijn om als deugd de weg te wijzen naar het goede leven. Daarbij ontsnap je niet aan vorming en oefening – aan cultuur dus. Maar het is goed om te weten dat de eerste, fundamentele stappen al voor ons gezet zijn door die tredmolen die evolutie heet.
De lezing over empathie is in zijn geheel hier terug te kijken. Kijk ook de lezing terug die Frans de Waal hield op festival deBeschaving. Eerdere stukken over levenskunst: 10 schrijvers en denkers over Levenskunst
[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]
Boeken voorjaar 2011: een terugblik
19/06/11 14:23 Denk aan: Literatuur

Justine Le Clercq - De roemlozen. Podium
In 2006-2007 volgde ik de masterclass Literair schrijven van Uitgeverij Querido. Justine Le Clercq was een van mijn 'klasgenoten'. In februari debuteerde zij met haar roman De roemlozen. En ik debuteerde met een videorecensie (check ook mijn videorecensie van Max Blecher):
Joris van Casteren - Het zusje van de bruid. Prometheus
Over Het zusje van de bruid, dat ook in februari verscheen, is nogal wat ophef geweest. Het autobiografische 'relaas van een onmogelijke liefde' zou oneerbiedig zijn, parasiteren op het ongeluk van anderen en verleidde een recensente zelfs tot een furieuze persoonlijke afrekening met de schrijver (lees dan liever deze intelligente bespreking). Ik las het pas onlangs en schreef er zelf (nog) niet over. Het is een verontrustend verhaal, dat zeker, maar naar mijn mening verteld met veel mededogen en een soort 'stille kracht'. Van Casteren gebruikt zijn nuchtere, kale stijl om afstand te creëren tot een zeer tragische geschiedenis uit zijn eigen leven. Dat levert een bijzondere combinatie op van een haast journalistiek verslag met een uiterst persoonlijke verbondenheid. Afstand gepaard aan nabijheid, zonder grote woorden of sentimentaliteit. Het heeft me lang bezig gehouden.
Michel Houellebecq - De kaart en het gebied. Arbeiderspers
Al lang verschenen, controversieel geworden en gelauwerd in Frankrijk, maar wij moesten nog even wachten. Aan de ene kant is dat zuur, aan de andere kant is het goed dat de vertaler de tijd krijgt en geen broddelwerk aflevert louter om de verkoopcijfers. Het was de moeite van het wachten waard: over de gedachtekunst van Michel Houellebecq - De kaart en het gebied.
Dezso Kosztolanyi - De avonturen van Kornel Esti. Van Gennep
Yes! Kornel Esti komt nog een keer tot leven! riep ik een half jaar geleden uit. Iedereen die Esti al kende, zal hetzelfde zeggen, anderen krijgen de kans om kennis te maken met een vriend voor het leven. Dezso Kosztolanyi - De avonturen van Kornel Esti
Joep Dohmen en Maarten van Buuren - De prijs van de vrijheid. Ambo
Het boek naar aanleiding van de reeks Levenskunst bij Studium Generale, die ik presenteerde (zie ook 10 schrijvers en denkers over Levenskunst). Op 11 april vond de presentatie plaats, ook bij Studium Generale. Lees daarover bij De prijs van de vrijheid na de dood van God. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik het boek nog niet gelezen heb. Heugelijk nieuws voor het najaar: vanaf 7 september zijn de heren terug met een tweede serie Levenskunst, over deugden en ondeugden.
Saul Frampton - Speel ik met mijn kat, of speelt ze met mij? Ambo
Deze is doorgeschoven naar de zomer en verschijnt dus weer in het lijstje tips voor straks.
John Gray - Het onsterfelijkheidscommité. Ambo
Het enige boek waar ik naar uitzag dat ik niet heb gelezen. Stom.
Twee boeken van dit voorjaar die ook het vermelden waard zijn: Moeten wij van elkaar houden van Bas Heijne. En misschien geen hoogstaande literatuur, maar wel stof tot nadenken: de biografie van Julian Assange, de man die de wereld verandert.
De prijs van de vrijheid na de dood van God
12/04/11 17:59 Denk aan: Filosofie

Moderne vrijheid
Waar komt dat moderne vrijheidsbegrip vandaan? Prof. Maarten van Buuren opende met een inleiding op de geschiedenis van de moderne vrijheid. Nietzsche verklaarde God dood en maakte daarmee een einde aan de richtinggevende instantie in het leven. De mens verwierf daarmee een enorme vrijheid om zijn eigen richting te kunnen volgen – maar hij verloor orde en duidelijkheid. Vrijgemaakt van onderdrukking, wordt de mens geconfronteerd met de vraag waartoe hij vrij is. ‘De prijs van de vrijheid is de prijs die we hebben moeten betalen voor de moord op God,’ aldus Van Buuren.
Vervolgens stelde Dostojevski de volgende vraag: als God dood is, is dan alles toegestaan? Hoeveel vrijheid kan een mens eigenlijk aan? Zal niet iedereen elkaar uitroeien – de mens is de mens een wolf, toch? Sartre ging nog een stap verder. Als God dood is, is alles contingent. De wereld, de mens, ons leven: alles is toevallig en zonder noodzaak. Daar kun je op twee manieren op reageren: jezelf wijsmaken dat er tóch een richtinggevende instantie is. Of de absolute vrijheid op je nemen en je leven als een project zelf ontwerpen. In de levenskunst zal de een echter beter slagen dan de ander. En zo komt Van Buuren uit bij Michel Houellebecq, die laat zien dat grotere vrijheid gelijk opgaat met grotere ongelijkheid.
Postseculiere orde
Het grote streven van de westerse mens, gaat prof. Joep Dohmen verder, is niettemin het leiden van een eigen leven. De vraag hoe dat moet is actueler dan ooit, nu de modernisering die ten tijde van Nietzsche en Dostojevski werd ingezet, volledig is gerealiseerd. We leven in een postseculiere orde, die radicaal verschilt van een halve eeuw geleden, toen Dohmen en Van Buuren opgroeiden. We moeten nu onze eigen levensstijl ontwikkelen, we ontkomen er niet aan. Joep Dohmen wijst op het belang van de context als het gaat om levenskunst. Aan de hand van Michel Foucault, Peter Bieri en Charles Taylor legt hij uit dat vrijheid altijd gesitueerd is.
Foucault wijst er bijvoorbeeld op dat identiteit beïnvloed wordt door veel verschillende factoren. Toch is hij geen determinist, we zijn niet helemaal overgeleverd aan onze genen, ons brein of onze omgeving. De vraag is dan waar de marge ligt van de vrijheid. Niet alleen werken externe factoren in op wie we zijn, ook zijn we zelf altijd ingebed in een gemeenschap. Leven doe je met anderen. Zoals Taylor zegt gaat het om een driehoek van jezelf, de ander en de omgeving. Daarbinnen ontvouwt zich je leven, en de waarde van je keuzes hangt samen met de wereld waar je in staat. Het kan niet zo zijn dat elk individu maar kiest wat hij wil, zonder dat je nog van waarde kunt spreken. Precies in die gerichtheid op de samenleving ziet Dohmen antwoorden voor de actuele vraag hoe we met vrijheid om moeten gaan.
De rol van de wetenschap
Hoe moet dat dan? Kan de wetenschap daar ook nog een rol in spelen? Dohmen en Van Buuren, beiden hoogleraar, blijken nogal sceptisch over de wetenschap. Volgens Dohmen moeten we oppassen voor een al te wetenschappelijke samenleving, de ‘expertsamenleving’. De wetenschap kan niet vertellen hoe je moet handelen, hoe je leven te leiden. Daarmee gaan zij in tegen de heersende tendens om wetenschap juist als basis te zien van de staatsinrichting, economie, moraal, tot individueel handelen en oordelen aan toe. Denk maar aan de liefde die wordt gereduceerd tot hormonale oprispingen of de rechtspraak die steeds meer laat afhangen van de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek – psychisch, forensisch of juridisch.
Joep Dohmen stelt dat we op zoek moeten naar een gedeeld hypergood om de samenleving (weer) op orde te krijgen en met de uitdagingen van de toekomst – wetenschap, technologie, duurzaamheid – om te kunnen gaan. Hij is optimistisch: het zal hard werken zijn, maar dat hypergood moet te vinden zijn. Niet door wetenschap, maar door filosofie. Maarten van Buuren ziet de ontdekking van zo'n hypergood nog niet gebeuren. Maar ook hij ziet geen heil in wetenschap. Wat zegt die over mij? Niets, de wetenschap kan mij niet vertellen wat ik moet kiezen of doen. Zij heeft pas belang nadat die fundamentele levensvragen beantwoord, of ten minste onderzocht zijn.
Zo lijken Van Buuren en Dohmen toch terug te zijn bij hun oorspronkelijke tegenstelling van zwartkijker en optimist. In elk geval geloven ze beiden in de kracht van de literatuur en filosofie. En er wordt vanavond harder gelachen dan ooit tevoren in het Academiegebouw.
Verder kijken en lezen
De lezing van gisteren is hier terug te zien. De serie Levenskunst liep in 2009-2010 en is ook online terug te zien. In september 2011 start het vervolg op deze serie bij Studium Generale. Lees op dit blog ook 10 schrijvers en denkers over levenskunst.
[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]
7 boeken om naar uit te zien in 2011
22/12/10 09:21 Denk aan: Literatuur

Twee romandebuten:
Justine Le Clercq - De roemlozen. Podium, februari
In 2006-2007 volgde ik de masterclass Literair schrijven van Uitgeverij Querido. Justine Le Clercq was een van mijn 'klasgenoten'. In februari debuteert zij met haar roman De roemlozen. Leuk! Uit de aanbieding:
'Haar vader is een héél bekende kunstenaar, haar moeder een vrouw met een hysterische inslag. Hoewel Titine niets liever wil dan normaal opgroeien, hangt de roem van haar vader en de eeuwige verongelijktheid van haar moeder als een zware schaduw over haar kinderjaren. Zelfs wanneer ze de afgetrapte villa uit haar jeugd al lang heeft verlaten en in Den Haag, omringd door vrienden, een carrière als scenariste probeert op te bouwen, komt het verleden steeds weer terug. Soms letterlijk, in de vorm van haar moeder die op de meest ongelegen momenten aandacht vraagt voor haar grillen. Of in de vorm van langverdrongen herinneringen, bijvoorbeeld aan Titines verdwenen broertje. Pas wanneer Titine de confrontatie rechtstreeks aangaat, blijkt de werkelijkheid gecompliceerder dan gehoopt.'
Joris van Casteren - Het zusje van de bruid. Prometheus, mei
Nog een romandebuut waar ik benieuwd naar ben, namelijk van Joris van Casteren, die eerder het fenomenale Lelystad afleverde (zie ook hier). Zat er dik in dat hij met een roman bezig was. Hoewel ook Het zusje van de bruid een autobiografisch verhaal is. In het geval van Van Casteren is dat geen reden om bang te worden.
'Het zusje van de bruid is het geanonimiseerde verslag van een krankzinnige periode uit het leven van schrijver Joris van Casteren, waarin hij getuige was van de grondige zelfvernietiging van de jonge vrouw met wie hij samenwoonde. Met een scherp oog voor detail en een plezierige dosis zelfspot reconstrueert hij de huiveringwekkende relatie tussen twee jonge mensen die elkaar nooit zullen weten te bereiken. Het is een fascinerend portret van een gedoemde liefde aan het begin van de eenentwintigste eeuw.'
Vertaalde geheide bestseller:
Michel Houellebecq - De kaart en het gebied. Arbeiderspers, mei
Al lang verschenen, controversieel geworden en gelauwerd in Frankrijk, maar wij moeten nog even wachten. Aan de ene kant is dat zuur, aan de andere kant is het goed dat de vertaler de tijd krijgt en geen broddelwerk aflevert louter om de verkoopcijfers. Ik hou van de zwartgallige en toch sentimentele wereld van Houellebecq (check bijvoorbeeld Houellebecq: Mogelijkheid van een eiland. Gelukkig miserabel). Zou dit zijn beste zijn?
Vertaalde geheide klassieker:
Dezso Kosztolanyi - De nieuwe bekentenissen van Kornel Esti. Van Gennep, februari
Yes! Kornel Esti komt nog een keer tot leven! Check Kornel Esti, de enige held in dit verhaal en Nero, de bloedige dichter. Wat een schrijver.
'We dromen er allemaal van om ooit gelukkig te zijn. Wat stellen we ons daarbij voor? Bijvoorbeeld een kasteel aan zee, een vrouw, kinderen, misschien geld of roem. Dat is flauwekul. (...) Het kasteel heeft geen bouwtekeningen. De vrouw die we ons voorstellen, heeft geen lichaam of ziel. De kinderen in onze dromen krijgen nooit de mazelen en over roem durven we nooit vast te stellen dat die voor het grootste deel bestaat uit onderhandelingen met uitgevers. Gelukkig bestaat natuurlijk wel. Maar dat is iets totaal anders. Wanneer ik het gelukkigst was? Ik kan het je vertellen, als je wilt.'
Drie maal filosofie:
Joep Dohmen en Maarten van Buuren - De prijs van de vrijheid. Ambo, april
Het boek naar aanleiding van de reeks Levenskunst bij Studium Generale, die ik presenteerde (zie ook 10 schrijvers en denkers over Levenskunst). Op 11 april vindt de presentatie plaats, ook bij Studium Generale.
'Literatuurwetenschapper Maarten van Buuren en filosoof Joep Dohmen analyseren de conditie van de moderne mens aan de hand van lichte en donkere schrijvers en filosofen – van Montaigne tot Houellebecq, en van Foucault tot Pascal Mercier. Wat verschijnt is een rijk palet van levenshoudingen: vitale en krachtige, maar ook sombere en sceptische.'
Saul Frampton - Speel ik met mijn kat, of speelt ze met mij? Ambo, april
Een geniale titel en dan gaat dit boek ook nog over Montaigne. Zo'n boek moet wel op mijn lijf geschreven zijn. Niet in de aanbiedingsfolder, maar wel online aangekondigd:
'Volgens Montaigne gaat het er in het leven niet zozeer om zo veel mogelijk kennis te vergaren, maar te proberen de onvatbare ervaring die het leven is, te accepteren. We moeten niet krampachtig proberen de betekenis van het leven te doorgronden - we moeten het zelf zin geven. Met Speel ik met mijn kat of speelt ze met mij? laat Saul Frampton zien dat Montaignes gedachtegoed nog steeds springlevend is en ons kan inspireren om de kunst van het leven te verstaan.'
John Gray - Het onsterfelijkheidscommité. Ambo, maart
'Een historisch palet van spiritisten, mediums, cryonisten en andere zieners - en een diepe reflectie over de grenzen van het menselijk bestaan. John Grays prikkelende nieuwe boek is een briljante analyse van de pogingen van de mensheid om te gaan met haar eenzame plek in de kosmos. Tegelijk vertelt het de vaak obscure geschiedenis van het streven naar onsterfelijkheid. Zo vertelt hij het verhaal van de spiritistische bewegingen onder Engelse intellectuelen en politici die geloofden dat wij kunnen communiceren met de doden. En hij schetst hoe communistische wetenschappers van het 'Onsterfelijkheidscomité' geloofden dat ze de mensheid konden bevrijden van de dood.
Het resultaat is een diepe en verontrustende reflectie op wat het betekent mens te zijn. Sinds Darwin weten we dat de dood het einde is en dat onze soort uiteindelijk zal verdwijnen. Zoekers naar onsterfelijkheid proberen een uitweg te vinden uit deze onwelkome waarheid. Maar hoeveel kennis hij ook vergaart, de mens zal blijven wie hij is - en de implicaties daarvan nopen tot deemoed.'
Levenskunst als bewust denkproces: Peter Bieri / Pascal Mercier
12/05/10 12:52 Denk aan: Filosofie

Het Handwerk van de vrijheid is het filosofische hoofdwerk van Bieri, die onder het grote publiek vooral bekendheid geniet als Pascal Mercier, schrijver van Nachttrein naar Lissabon. Het filosofische en literaire werk zijn nauw met elkaar verbonden. Juist de verbeelding en expressie krijgt in Bieri's filosofie een grote rol toebedeeld, en in zijn romans kan hij laten zien hoe dat in zijn werk gaat.
De titel Handwerk van de vrijheid laat zien dat voor Bieri levenskunst een proces is ('handwerk') waar je aan kunt werken en dat tot op zekere hoogte te controleren is. 'Over de ontdekking van de vrije wil' luidt de ondertitel en een analytische benadering van de wil vormt de basis van Bieri's filosofie. In de lezing voor de serie Levenskunst over Bieri, zette professor Joep Dohmen deze analyse van de wil uiteen. Kort gezegd gaat aan de wil een veelheid van wensen vooraf. De wil is de wens die uiteindelijk gekozen wordt, na afweging van mogelijkheden en middelen. Hij is een oordeel over de verschillende wensen die je hebt en uit zich in een bereidheid dat oordeel te volgen. Bieri gaat dus uit van een vrije wil, die uit een denkproces ontstaat.
Door de nadruk op de wil te leggen, komt een heel nieuw thema aan de oppervlakte in het denken over levenskunst, zoals we dat in de voorgaande lezingen hebben gehoord. Niettemin komen ook bij Bieri vragen terug die bij de andere denkers en schrijvers spelen: over de vrijheid en over de taal bijvoorbeeld. Voor Bieri hangt vrijheid samen met een open toekomst, waarin de wil speelruimte heeft. Het denkspelletje is ernst: maak je in een toekomst die open ligt een keuze, dan zal dat ook echt invloed hebben op het verloop van die toekomst. En een andere keuze maken is mogelijk, door de speelruimte van de wil.
Hoe kom je er dan achter wat te kiezen? Hierbij spelen taal en verbeelding een rol. Staande op een cruciaal punt in je leven (studeren of niet studeren? kinderen of geen kinderen?), moet je met je voorstellingsvermogen aan de slag. Door de consequenties van de verschillende keuzes te verbeelden, kun je de keuzes tegen elkaar afwegen. Hoe ziet mijn leven eruit als ik niet ga studeren? Wat betekent dat écht? En als ik wel ga studeren? Het is een heel geconcentreerde vorm van kiezen, werkelijk bewust leven, zoals Joep Dohmen benadrukte.
De expressie in taal is een ander thema dat in de loop van de reeks steeds is teruggekomen, en ook bij Bieri prominent aanwezig is. Dat heeft twee kanten. Het gaat om het verwoorden van wat je wilt en wie je bent, want pas door dat heel precies uit te drukken (te articuleren, zegt Bieri) kom je erachter wat dat is. Zomaar wat roepen is hetzelfde als zomaar wat kiezen: het kan nooit eigen zijn, van jezelf. Aan de bewuste keuze gaat een bewuste bewoording in de taal vooraf.
Maar dat kan geen mens zomaar. Niemand wordt geboren met een duidelijke articulatie, letterlijk en figuurlijk. Die moet je leren van anderen. Bijvoorbeeld door het zien van films, het spreken met vrienden en het lezen van boeken. Dat houdt de verbeelding aan het werk, zet je aan tot reflectie en scherpt je vermogen om jezelf uit te drukken. Eigenlijk precies wat Studium Generale ook met de reeks Levenskunst beoogt (may I add: wat ik ook met dit blog beoog). Op 8 juni is alweer de laatste lezing, zorg dat je erbij bent om met een veranderde blik op de wereld de zaal weer te verlaten!
Bekijk de lezing Hoe eigen ik mezelf toe?
De onbekende uit mijn droom was niet bij de lezing over Peter Bieri, maar des te meer bekenden, wat natuurlijk veel leuker is. Hierboven het stuk dat ik voor het Studium Generale nieuwsblog over de lezing schreef.
Schrijf je eigen maxime
09/09/09 20:21 Denk aan: Literatuur

Over een maand volgt de tweede lezing in deze reeks, over François de La Rochefoucauld, door Maarten van Buuren die ook de Maximen van deze Fransman vertaalde. Van Buuren kwam zelf met het toffe idee om een wedstrijd uit te schrijven onder de noemer "Schrijf je eigen maxime". Lees hier de oproep en doe mee!
Schrijf je eigen maxime
Tussen 1664 en 1678 verschenen een aantal opeenvolgende edities van de Maximen van François de La Rochefoucauld (1613-1680). Hij voegde steeds nieuwe maximen toe en verbeterde de oude. Een maxime is een zeer bondig geformuleerde algemene waarheid over menselijk gedrag die (in het geval van La Rochefoucauld althans) een kritische inslag heeft. La Rochefoucauld ontmaskert algemeen geaccepteerde meningen over vriendschap, liefde, deugd, trouw als vormen van huichelarij waarachter ijdelheid en eigenbelang schuil gaan.
Hier volgt een recept voor het schrijven van je eigen maxime: 1. Kies een universeel probleem, bij voorkeur uit de sfeer van het menselijk handelen: liefde, dood, vriendschap, goede manieren. 2. Noteer je persoonlijke observatie. 3. Schrap tachtig procent van wat je hebt opgeschreven. 4. Monteer de overblijvende drie zinnen zodanig dat: 5. Ze de lezer treffen door hun juistheid, 6. En hem confronteren met een raadsel.
Laat je maxime voor 9 oktober achter op het forum van SG of mail de maxime naar info@sg.uu.nl o.v.v. ‘Levenskunst - Maxime’. Een jury bestaande uit Maarten van Buuren, Joep Dohmen en Miriam Rasch (ja ja) kiest de vijf meest geslaagde maximen uit de inzendingen. De vijf winnaars ontvangen op 13 oktober a.s. een exemplaar van de vertaling (door Maarten van Buuren) van de Maximen van La Rochefoucauld (indien gewenst met handtekening van Joep Dohmen en Maarten van Buuren) en een cassette met audio-cd’s van Home Academy.
Lees op het forum ook een paar voorbeelden van La Rochefoucaulds maximen.
Succes!
