Julian Barnes
Gedachtekunst: Hoe mijn hoofd er van binnen uitziet
01/11/11 18:32 Denk aan: Leven
People understand me so little that they do not even understand when I complain of being misunderstood.
—Søren Kierkegaard, Dagboek, februari 1836
________________________________________________________________________________
Mijn eigen post-it war:

Met dank aan de Denkwijzer. Wie is jouw filosofische soulmate? De mijne is duidelijk: Sartre.
________________________________________________________________________________
Het tussentijdse rapport over de fraude van Diederik Stapel met wetenschappelijke onderzoeksdata leest als een thriller. Of als een nieuwe vorm van poëzie.
(zogenaamd)
Tot zover was alles in orde. Maar dan volgde er een volstrekt fictieve fase. De experimenten werden (zogenaamd) uitgevoerd onder de volledige supervisie van de heer Stapel alleen. De heer Stapel had, naar eigen zeggen, uitstekende contacten met een groot aantal onderwijsinstellingen in het land. Die waren steeds weer bereid om in goed overleg met hem persoonlijk zulke onderzoeken uit te voeren, soms geholpen door (zogenaamd) betaalde research assistenten. Ter compensatie voor de inspanningen van de scholen gaf de heer Stapel er (zogenaamd) voordrachten en schonk hij (zogenaamd) de betreffende scholen van tijd tot tijd computers en beamers. De op die scholen verzamelde data werden vervolgens (zogenaamd) op die scholen zelf, veelal door (onbekende) assistenten, verwerkt en gecodeerd. De aldus ‘verkregen’ gegevens werden dan rechtstreeks aan de heer Stapel gegeven, nooit aan de partners.
Lees het hele rapport via Wetenschap24: Met een kofferbak snoep naar een fictieve school
________________________________________________________________________________
Steve’s final words were:
OH WOW. OH WOW. OH WOW.
A Sister’s Eulogy for Steve Jobs
________________________________________________________________________________
'Je komt aan het einde van het leven - nee, niet van het leven zelf, maar van iets anders: het einde van elke waarschijnlijkheid van verandering in dat leven. Er wordt je een lang rustmoment gegund, tijd genoeg voor het stellen van de vraag: wat heb ik nog meer fout gedaan?'
'Er is accumulatie. Er is verantwoordelijkheid. En daarenboven is er onrust. Is er grote onrust.'
Julian Barnes, Alsof het voorbij is
________________________________________________________________________________
Telefoonseks
Al een jaar of vier had ik geen telefoonseks gehad. Het moest er maar weer eens van komen. Ik sms’te mijn vriendin: ‘Zullen we telefoonseks hebben? Morgen of vanavond?’
Het antwoord kwam snel: ‘Vanavond is beter, morgenavond heb ik een feest.’
In New York was het warm. Ik installeerde mij op mijn bed. We praatten, in het begin wat onwennig, en na 25 minuten zei ik: ‘Zullen we dan maar beginnen?’
Het erotische gesprek verliep moeizaam.
Na een tijdje zei ze: ‘Wacht, ik pak even een banaan.’
Ik hoorde haar de trap aflopen, keukenkastjes werden geopend en weer gesloten. ‘Wat voor banaan is het?’ vroeg ik.
‘Een kleine, biologische banaan.’
Er is een beroemd boek van Oliver Sacks getiteld De man die zijn vrouw voor een hoed hield.
Ik vrees dat als ik in de supermarkt op kleine biologische bananen stuit, ik het woord tot ze zal richten.
Arnon Grunberg
Voetnoot, 3 juli 2010
________________________________________________________________________________
Gelukkig hebben we de kater nog:

Gerard Reve, uit Nader tot U
________________________________________________________________________________
I'm standing in a field
A field of questions
As far as the eye can see
Is this what it means
To be free
Or is this what it means
To be belong to the free
________________________________________________________________________________
Meer gedachtekunst
________________________________________________________________________________

—Søren Kierkegaard, Dagboek, februari 1836
________________________________________________________________________________
Mijn eigen post-it war:

Met dank aan de Denkwijzer. Wie is jouw filosofische soulmate? De mijne is duidelijk: Sartre.
________________________________________________________________________________
Het tussentijdse rapport over de fraude van Diederik Stapel met wetenschappelijke onderzoeksdata leest als een thriller. Of als een nieuwe vorm van poëzie.
(zogenaamd)
Tot zover was alles in orde. Maar dan volgde er een volstrekt fictieve fase. De experimenten werden (zogenaamd) uitgevoerd onder de volledige supervisie van de heer Stapel alleen. De heer Stapel had, naar eigen zeggen, uitstekende contacten met een groot aantal onderwijsinstellingen in het land. Die waren steeds weer bereid om in goed overleg met hem persoonlijk zulke onderzoeken uit te voeren, soms geholpen door (zogenaamd) betaalde research assistenten. Ter compensatie voor de inspanningen van de scholen gaf de heer Stapel er (zogenaamd) voordrachten en schonk hij (zogenaamd) de betreffende scholen van tijd tot tijd computers en beamers. De op die scholen verzamelde data werden vervolgens (zogenaamd) op die scholen zelf, veelal door (onbekende) assistenten, verwerkt en gecodeerd. De aldus ‘verkregen’ gegevens werden dan rechtstreeks aan de heer Stapel gegeven, nooit aan de partners.
Lees het hele rapport via Wetenschap24: Met een kofferbak snoep naar een fictieve school
________________________________________________________________________________
Steve’s final words were:
OH WOW. OH WOW. OH WOW.
A Sister’s Eulogy for Steve Jobs
________________________________________________________________________________
'Je komt aan het einde van het leven - nee, niet van het leven zelf, maar van iets anders: het einde van elke waarschijnlijkheid van verandering in dat leven. Er wordt je een lang rustmoment gegund, tijd genoeg voor het stellen van de vraag: wat heb ik nog meer fout gedaan?'
'Er is accumulatie. Er is verantwoordelijkheid. En daarenboven is er onrust. Is er grote onrust.'
Julian Barnes, Alsof het voorbij is
________________________________________________________________________________
Telefoonseks
Al een jaar of vier had ik geen telefoonseks gehad. Het moest er maar weer eens van komen. Ik sms’te mijn vriendin: ‘Zullen we telefoonseks hebben? Morgen of vanavond?’
Het antwoord kwam snel: ‘Vanavond is beter, morgenavond heb ik een feest.’
In New York was het warm. Ik installeerde mij op mijn bed. We praatten, in het begin wat onwennig, en na 25 minuten zei ik: ‘Zullen we dan maar beginnen?’
Het erotische gesprek verliep moeizaam.
Na een tijdje zei ze: ‘Wacht, ik pak even een banaan.’
Ik hoorde haar de trap aflopen, keukenkastjes werden geopend en weer gesloten. ‘Wat voor banaan is het?’ vroeg ik.
‘Een kleine, biologische banaan.’
Er is een beroemd boek van Oliver Sacks getiteld De man die zijn vrouw voor een hoed hield.
Ik vrees dat als ik in de supermarkt op kleine biologische bananen stuit, ik het woord tot ze zal richten.
Arnon Grunberg
Voetnoot, 3 juli 2010
________________________________________________________________________________
Gelukkig hebben we de kater nog:

Gerard Reve, uit Nader tot U
________________________________________________________________________________
I'm standing in a field
A field of questions
As far as the eye can see
Is this what it means
To be free
Or is this what it means
To be belong to the free
________________________________________________________________________________
Meer gedachtekunst
________________________________________________________________________________
Comments
Julian Barnes - Alsof het voorbij is
18/10/11 07:45 Denk aan: Literatuur

De voor de Man Booker Prize genomineerde korte roman Alsof het voorbij is door Julian Barnes is een kleinood, maar dan wel een zwarte diamant. Hard, schitterend en met een schijn van transparantie. In de openingszinnen – een soort opsomming van beelden – resoneert het hele verhaal, in de eerste scène resoneert de laatste zin. Of in de laatste zin de eerste scène.
Lees verder op 8WEEKLY: Niemand die niet beseft dat hij het niet weet
Over het gebrek aan decorum dat leven heet
17/10/11 13:23 Denk aan: Leven

Hoe doe je dat? As uitstrooien van een huisdier? Moet je daar dan iets bij zeggen of gebaren? Wat als ik zou gaan huilen? Er lopen langs het kanaal altijd mensen met honden, hoe vroeg het ook is. Bij de aangewezen plek, waar een zijtak in het kanaal uitkomt, liep ik van het pad af. Ik had me verkeken op de oever, die twee à drie meter lager ligt. Om de as in het water te strooien moet ik dus half en half naar beneden glijden, de asbus in één hand, de andere achter me in het dauwnatte gras. Schuin naar achteren hellend haal ik het zakje uit de bus en scheur het open. Op z'n kop schud ik het leeg, de as drijft weg op het water. Gelukkig is het windstil. Op handen en voeten, het asbusje heb ik al omhoog gegooid, klim ik weer naar boven. Dat was dat. Het gebrek aan decorum stoort me. Maar wat had ik dan verwacht?
2. Al meer dan zeveneneenhalf jaar geleden is het inmiddels dat we aan het bed van mijn vader stonden. We hebben een afspraak met de dood, het is woensdagmiddag 10 maart. De huisarts - hij die straks de dodelijke injectie gaat geven - is rood aangelopen, het zweet parelt op zijn voorhoofd. Dat is verontrustend, want hij kan zich geen fout veroorloven. Een trillende hand kán gewoon niet. Tegelijk stelt het ook gerust. Stel je voor dat het hem niets deed, het feit dat hij iemand ging doodmaken met instemming van alle aanwezigen.
Nadat het gebeurd is (vergeef me dat ik juist hier zo makkelijk overheen stap), schenken wij overgeblevenen beneden een glas rode wijn in. Dat is mooi, want plechtig. Er moet echter ook gegeten worden. Niet veel later sta ik bij de Chinees te wachten op de babi pangang en foe jong hai. Onderwijl haalt de begrafenisondernemer de dode op; weer terug van de Chinees is hij weg. Hoe kunnen al deze dingen op dezelfde dag gebeuren? Ik verwonder me er nog steeds over. Decorum en gebrek aan decorum, de ergernis die dat opwekt en de verwondering. En troost.
3. Eén keer is een jongen huilend aan mijn voeten gevallen, me min of meer zijn hart op een fluwelen kussen aanbiedend, zich overleverend aan mijn genade. Goed, dat kun je zien als een enorm verlies van decorum van zijn kant, maar het was als een scène uit een ridderroman - het toppunt van decorum waar we wel nooit meer bij in de buurt zullen komen. Of een scène uit een film, een hartverscheurende scène; de ontroering! de kwetsbaarheid! Ik vond het onverteerbaar. Zoveel ernst en overgave, dat trek ik niet. Waar was het gebrek aan decorum dat ik zo hard nodig had?
(Bij Julian Barnes (Alsof het voorbij is) las ik onlangs: 'Ik heb een godsgruwelijke hekel aan die Engelse gewoonte om serieus zijn niet serieus te nemen. Daar heb ik echt een godsgruwelijke hekel aan.' Maar degene die deze woorden uitspreekt, pleegt niet veel later zelfmoord.)
4. De dierenarts die Bamse de dodelijke injectie ging geven waardoor ze zou inslapen, had het steeds over 'euthanasie plegen'. Ze zei precies dezelfde dingen als de huisarts zeven jaar terug. Ik wist niet of ik die twee gebeurtenissen met elkaar in verband mocht brengen, al was het maar in het binnenste van mijn gedachten. Je vader en je kat. Met de instemming van de aanwezigen. Ik hoop dat ik niet nogmaals word gevraagd te beslissen over leven en dood. Vooral omdat de juiste beslissing zo voor de hand liggend was in het zicht van het lijden.
Het was mooi en vredig. Soms moesten we lachen als Bamse toch weer een ademteug nam. Ze was nog steeds sterk, alleen geveld vanaf het middenrif. Bamse had in elk geval geen gebrek aan decorum, ze is altijd een aristocratisch poesje geweest. Toen het dan echt gedaan was, wist ik wel wat ging volgen. Langs de kassa en afrekenen.
5. Het is leven is misschien niet meer dan een opeenstapeling van gebrek aan decorum. Dat betekent niet dat we niet moeten proberen dat gebrek op te heffen. Misschien is het leven het voortdurend proberen het gebrek aan decorum op te heffen. En de dankbaarheid dat dat nooit helemaal lukt. En de troost die dat biedt.
(Of is dit alleen mijn leven?)
Polsslag van Julian Barnes
18/07/11 17:33 Denk aan: Literatuur

Het gaat in Polsslag natuurlijk om de hartenklop (die aanwezig is in de liefde en afwezig in de dood), maar de polsslag brengt het hele lichaam tot leven: tast, smaak, geur, zicht. Hoe beschrijf je, beredeneer je de betekenis van de zintuigen? Barnes doet dat door te laten zien wat er gebeurt als ze wegvallen: er zijn personages met gevoelloze vingers, acute blindheid, een weggevallen reukvermogen. Maar vooral gaat het om hoe die zintuigen je verbinden met anderen, in de liefde en de dood.
Lees verder op 8WEEKLY: Op zoek naar begrip van wezenlijke thema’s. Over het werk van Julian Barnes.
Le réveil mortel
23/05/11 19:33 Denk aan: Literatuur

Barnes was een puber toen zijn wake-up call kwam, en zijn boek over doodsangst is er in feite het resultaat van. Onmiddellijk vraag je je af wanneer de sterfelijkheid voor het eerst bij jezelf ontwaakte. Ik weet het niet goed. Ik kan me wel de eerste keren herinneren dat de dood zich aandiende. Mijn tante die stierf toen ik ongeveer zes jaar oud was. Later zag ik mijn cavia onder mijn ogen sterven. Maar van die momenten herinner ik me vooral mijn onbegrip en niet een bliksemflits waarmee mijn eigen sterfelijkheid aan mij werd geopenbaard. Toen mijn vader ongeneeslijk ziek was, was ik bang dat ik opeens dood zou gaan en daarmee alles nog ingewikkelder zou maken. Mijn eigen sterfelijkheid gekoppeld aan die van een ander.
Lees verder
We zijn allemaal onbetrouwbare vertellers
22/02/11 18:23 Denk aan: Filosofie

Om met het eerste te beginnen. Ik heb altijd een beetje last van recalcitrantie bij populaire zaken. Kinderachtig, ik weet het. Zodra iedereen ergens mee wegloopt, heb ik het alweer gehad. Toch schuilt er ook meer achter. Overal kun je tegenwoordig cursussen volgen om je levensverhaal op te tekenen of je familiegeschiedenis te schrijven. Het is te gemakkelijk geworden, te plat. Iedereen wil wel hoofdpersoon zijn in een unieke vertelling. Alle complexiteit van het concept wordt afgevlakt tot er een eenvoudige mal overblijft. Giet je leven erin en er komt een kunstzinnige creatie uit, je hebt je zin, een zinvol leven. Nee, zo werkt het niet.
Voor de echte duiding moet je dan toch bij de echte literatuur zijn. Ik lees nu Julian Barnes' boek over de dood - beter: over zijn doodsangst, Nothing To Be Frightened Of. Hij schrijft: 'what is useful to us generally conflicts with what is true'. True. Daarin ligt het vervelende van die narratieve levensopvatting: je kunt alles wel zo draaien dat het past in een lopend verhaal. Je maakt je ervaringen bruikbaar, maar of het ook recht doet aan de werkelijkheid? Vooruit, ik ben de eerste om toe te geven dat zoiets als de werkelijkheid ook volkomen onbetrouwbaar is. Maar er is een fine line tussen 'alles is perceptie' en regelrecht fabuleren.
Het gaat er ook niet om dat het verhaal te ver afdrijft van iets als waarheid. (Want wat is nou helemaal waarheid?) Eerder gaat het om de zelfverloochening die dan in het spel is. Denken in verhaallijnen ontneemt je het zicht op jezelf, op dat wat tegen je eigen vooroordelen ingaat. Barnes noemt ons dan ook 'onbetrouwbare vertellers'. True.
Ik schreef dat ik een beetje terugkom op de narratieve filosofie. Dat is niet helemaal waar, ik kom er niet op terug, maar ik denk dat je erdoorheen moet gaan. Het denken over jezelf in termen van hoofdpersonage in een verhaal dat zich in de loop van je leven ontvouwt, levert namelijk ook heus wel veel op. Door het verleden te analyseren, leer je de toekomst vorm te geven. Het losgeslagen projectiel kan zo een iets rechtere baan krijgen. Op die baan liggen obstakels, er zijn orkanen en je hebt al sinds je geboorte een afwijking naar links, maar toch.
Misschien is dat het leven: eerst lijkt alles een enorme chaos en denk je niet dat je ooit iemand zal worden met een interessant levensverhaal (of je denkt, dat komt vanzelf als ik ouder ben). Vervolgens drukt dat leven je met je neus op de feiten, die om je heen dwarrelen als de geldbiljetten in de windcabines van ouderwetse spelshows. Je kunt ze nooit allemaal te pakken krijgen, er nooit een nette rode draad doorheen rijgen. Als je dan maar besluit om te gaan zitten tot de wind is gaan liggen, heb je aan het eind helemaal niets. Ook geen lol in het spel.
Ik gebruik altijd een soortgelijke metafoor in erg turbulente tijden. Het voelt dan alsof er een wolk van ballonnen om je heen wordt opgelaten en je probeert ze allemaal vast te grijpen. Aan dunne touwtjes die bijna onzichtbaar zijn zweven ze steeds verder omhoog de lucht in, terwijl jij op de grond staat, op je tenen, te proberen ze allemaal te pakken. Als je er een hebt, laat je de ander weer los. En dat je denkt in metaforen is tegelijk een bewijs dat het leven wel degelijk een verhaal is.
Posthume herinneringen van Bras Cubas en Flaubert's Parrot
14/05/10 13:53 Denk aan: Literatuur

Beter beginnen met de eerste. Posthume herinneringen van Bras Cubas is óók een geestig boek, op een heerlijk zwartgallige manier. Van over het graf vertelt de hoofdpersoon over zijn leven en liefde. Het bestaat uit 160 hoofdstukjes in 227 pagina's. Dat is al een aanwijzing dat van een gestructureerd verhaal geen sprake is. Dit is echt een boek waar het niet draait om wát er verteld wordt, maar hóe het verteld wordt. Het maakt de literatuurwetenschapper in me wakker.
Een voorbeeld. In hoofdstuk 15 vertelt Bras Cubas: 'Ik had dertig dagen nodig om van het Rocio Grande naar Marcela's hart te komen, reeds niet meer gezeten op het ros der blinde begeerte, maar op de ezel van het geduld, tezelfdertijd listig en koppig.' Een metafoor die ouderwets klinkt en dat in 1881 ook al deed. Een ironische metafoor met andere woorden: het klinkt in de oren van het plebs vast heel verheven, maar is bedoeld om dat verheven taalgebruik belachelijk te maken. Niet voor niets zit Bras Cubas op een ezel.
Dan gaat het verder: 'Maar ik kan u verzekeren dat de ezel aan het ros gewaagd was - een ezel van Sancho Panza, een ware filosoof, die mij aan het eind van de genoemde periode bij haar (Marcela's) huis bracht; ik stapte af, gaf hem een klap op zijn achterste en stuurde hem uit grazen.' De metafoor, die al is bedekt met een ironisch sausje, krijgt hier een intertekstuele verwijzing naar Don Quichote mee en stopt een metafoor te zijn: de ezel bestaat echt en moeten wij letterlijk nemen. Wij ja, want die u dat zijn jij en ik - nog zo'n stijlfiguur waar boeken over vol geschreven zijn. Literatuurwetenschappers aller landen verkneukel u.
Gelukkig brengt Machado de Assis de literatuurwetenschappers tot wanhoop in het vervolg; niets zo saai als een tekst die met de academische handboeken erbij uitgepuzzeld moet worden. Hoofdstuk 21, we zijn de ezel alweer vergeten, is getiteld: De ezeldrijver. 'En zie, toen bleef daar opeens de ezel die mij droeg stilstaan; ik sloeg hem met mijn zweep, hij bokte twee keer, toen nog eens drie keer, ten slotte nog een keer… maar een ezeldrijver, die toevallig in de buurt was, kwam nog net op tijd om hem bij de teugels te grijpen en tot staan te brengen, niet zonder moeite en gevaar.' Van een metafoor is geen sprake meer, het symbool is werkelijkheid geworden en trapt ons het verhaal in. Of uit? De letterlijk geworden metafoor transformeert in een parabel over een ezeldrijver. Wat geef je iemand die je het leven redt vanonder de trappelende hoeven van een ezel? Drie goudstukken? Twee? Een? Niets? Is het niet de plicht van een ezeldrijver om mensen te redden van ezels?
Waar gaat dit over? Ik ben me er al te zeer van bewust dat wat ik hier schrijf voor het gros van de lezers niet als een aanbeveling zal gelden. Wie heeft er nu nog zin in Machado de Assis?
Over naar Julian Barnes dan maar. In Flaubert's Parrot, een eeuw na Bras Cubas geschreven, is het omgekeerde aan de hand: hier is niets letterlijk, de werkelijkheid is een metafoor. 'I sat on my hotel bed; from a neighbouring room a telephone imitated the cry of other telephones.' Niet alleen heeft die telefoon geen enkele functie in het verhaal, het is bovendien een telefoon in een andere kamer, die op zijn beurt andere telefoons nadoet. Waar gaat dit over? Het gaat erom het afgeleide, metaforische karakter van de werkelijkheid te tonen. Wat doet ertoe als je niet weet wat echt is? Wat heeft waarde en betekenis? Een telefoon die rinkelt herinnert aan andere verhalen waarin telefoons rinkelen, met een onheilspellende boodschap. Hier rinkelt het om het rinkelen, zonder betekenis, alleen interessant als verwijzing naar dat wat er niet is. Literatuurwetenschappers aller landen: gniffel nu!
Bovenstaande zal Julian Barnes vast ook niet veel nieuwe lezers opleveren. Maar ik verzeker u: Barnes en Assis doen niet voor elkaar onder, zij schreven beiden romans die geen romans willen zijn, en daarmee Literatuur met een grote L bedreven. Dat komt niet door die eigenaardigheden die ze uithalen, want dat is slaapverwekkend als het niet gepaard gaat met Inzicht en Ontroering. Met Waarheid, zou ik willen zeggen, al luidt die waarheid dat je de waarheid niet kunt kennen omdat ze niet bestaat.
Uiteindelijk durven beiden heus wel te zeggen waar het op staat. Bras Cubas is aan gene zijde en weet één ding zeker: 'Alles bij elkaar geteld, zal ieder weldenkend mens menen dat er geen tekort was en geen overschot, en dat ik bij mijn dood dus quitte was met het leven. En dat zal hij dan verkeerd menen; want toen ik aankwam aan deze andere zijde van het mysterie, ontdekte ik een klein positief saldo, dat de laatste negatieve zin is van dit hoofdstuk van negatieve zinnen: Ik heb geen kinderen gehad, op geen enkel schepsel heb ik de erfenis overgedragen van onze ellende.' Wie gniffelt nog?
Barnes' hoofdpersoon Geoffrey Braithwaite (weduwnaar, twee kinderen) eindigt even kraakhelder en glashard: 'I loved her; we were happy; I miss her. She didn't love me; we were unhappy; I miss her.' Beide statements zijn waar en kunnen tegelijk bestaan. Metaforen worden werkelijkheid en de werkelijkheid is een afgeleide van de metafoor. Dat is wat literatuur kan uitdrukken. Wie het tot het einde van deze blog heeft gered zal vast kunnen gniffelen om de literatureluur van deze twee boeken. Als je maar weet dat je keihard van die geinige ezel wordt geschopt, precies op het moment dat je denkt het puzzeltje te hebben opgelost. Maar in de pijn van het vertrappeld worden, herkent elke lezer een heimelijk genot.