Gedachtekunst: Hoe mijn hoofd er van binnen uitziet

People understand me so little that they do not even understand when I complain of being misunderstood.
—Søren Kierkegaard, Dagboek, februari 1836
________________________________________________________________________________

Mijn eigen post-it war:
post-it
Met dank aan de Denkwijzer. Wie is jouw filosofische soulmate? De mijne is duidelijk: Sartre.
________________________________________________________________________________

Het tussentijdse rapport over de fraude van Diederik Stapel met wetenschappelijke onderzoeksdata leest als een thriller. Of als een nieuwe vorm van poëzie.

(zogenaamd)
Tot zover was alles in orde. Maar dan volgde er een volstrekt fictieve fase. De experimenten werden (zogenaamd) uitgevoerd onder de volledige supervisie van de heer Stapel alleen. De heer Stapel had, naar eigen zeggen, uitstekende contacten met een groot aantal onderwijsinstellingen in het land. Die waren steeds weer bereid om in goed overleg met hem persoonlijk zulke onderzoeken uit te voeren, soms geholpen door (zogenaamd) betaalde research assistenten. Ter compensatie voor de inspanningen van de scholen gaf de heer Stapel er (zogenaamd) voordrachten en schonk hij (zogenaamd) de betreffende scholen van tijd tot tijd computers en beamers. De op die scholen verzamelde data werden vervolgens (zogenaamd) op die scholen zelf, veelal door (onbekende) assistenten, verwerkt en gecodeerd. De aldus ‘verkregen’ gegevens werden dan rechtstreeks aan de heer Stapel gegeven, nooit aan de partners.

Lees het hele rapport via Wetenschap24: Met een kofferbak snoep naar een fictieve school
________________________________________________________________________________

Steve’s final words were:
OH WOW. OH WOW. OH WOW.
A Sister’s Eulogy for Steve Jobs
________________________________________________________________________________

'Je komt aan het einde van het leven - nee, niet van het leven zelf, maar van iets anders: het einde van elke waarschijnlijkheid van verandering in dat leven. Er wordt je een lang rustmoment gegund, tijd genoeg voor het stellen van de vraag: wat heb ik nog meer fout gedaan?'
 
'Er is accumulatie. Er is verantwoordelijkheid. En daarenboven is er onrust. Is er grote onrust.' 
Julian Barnes, Alsof het voorbij is
________________________________________________________________________________

Telefoonseks
Al een jaar of vier had ik geen telefoonseks gehad. Het moest er maar weer eens van komen. Ik sms’te mijn vriendin: ‘Zullen we telefoonseks hebben? Morgen of vanavond?’
Het antwoord kwam snel: ‘Vanavond is beter, morgenavond heb ik een feest.’
In New York was het warm. Ik installeerde mij op mijn bed. We praatten, in het begin wat onwennig, en na 25 minuten zei ik: ‘Zullen we dan maar beginnen?’
Het erotische gesprek verliep moeizaam.
Na een tijdje zei ze: ‘Wacht, ik pak even een banaan.’
Ik hoorde haar de trap aflopen, keukenkastjes werden geopend en weer gesloten. ‘Wat voor banaan is het?’ vroeg ik.
‘Een kleine, biologische banaan.’
Er is een beroemd boek van Oliver Sacks getiteld De man die zijn vrouw voor een hoed hield.
Ik vrees dat als ik in de supermarkt op kleine biologische bananen stuit, ik het woord tot ze zal richten.

Arnon Grunberg
Voetnoot, 3 juli 2010
________________________________________________________________________________

Gelukkig hebben we de kater nog:
reve
Gerard Reve, uit Nader tot U
________________________________________________________________________________

I'm standing in a field
A field of questions
As far as the eye can see
Is this what it means
To be free
Or is this what it means
To be belong to the free


________________________________________________________________________________

Meer gedachtekunst
________________________________________________________________________________



Bookmark and Share
Comments

Jacques Derrida over de filosofie van liefde

derrida_liefde
(klik op het plaatje om naar het filmpje te gaan, 4:50 minuten)

L'amour? Ou la mort?

Dat begint goed, als de interviewster aan Jacques Derrida vraagt of hij iets over de liefde wil zeggen. L'amour dus. Daar iets over. Terecht geeft de grote Franse filosoof haar een standje: 'iets zeggen over de liefde'? Wat is dat voor een verzoek, stel gewoon een vraag.

Dus nee, hij kan niets zeggen over liefde in het algemeen. Het is onmogelijk. Hoewel.

Daar gaat ie dan toch. Liefde draait (net als zoveel, zo niet alles in de filosofie) om het verschil tussen het wie en het wat. Hou ik van iemand om wie hij is of om wat hij is? Word ik verliefd op de unieke singulariteit van de persoon? Of op zijn eigenschappen? In het begin, zegt Derrida, word je verleid door de kwaliteiten van iemand. De liefde sterft af als blijkt dat de persoon niet die kwaliteiten bezit, of er niet mee samenvalt. Dan gaat het dus niet om wie iemand is, maar om wat iemand wel of niet is. 'Liefde is gevangen zijn tussen het wie en het wat.'

Ik zou zeggen (met Proust), dat de eigenschappen die we aan iemand toedichten in feite uit onszelf afkomstig zijn. Wie iemand is, als singulariteit - daar kom je nooit helemaal achter, ook niet bij jezelf. En wat iemand is weet je ook nooit, omdat eigenschappen ten eerste meervoudig zijn, ten tweede kunnen veranderen en ten derde categorieën zijn of hokjes. Hokjes zijn vierkant en mensen zijn rond.

Zou liefde dan gericht moeten zijn op singulariteit? Gaat het om het doorgronden van de unieke persoon? Is 'echte liefde' de liefde voor het wie? Zoals in de zin van Kierkegaards sprong in het onbekende? Ik denk van niet. Je kunt nu eenmaal het wie alleen leren kennen via het wat en het wat via het wie. Of is het zoals de dood, ook al zo'n singulariteit die je alleen kunt benaderen via eigenschappen die nooit precies genoeg zijn. Pas als je doodgaat leer je de dood echt kennen. Leer je in de dood van de liefde de liefde pas kennen? L'amour, la mort, tragique.



Bookmark and Share
Comments

Over de liefde - deel 3: Søren Kierkegaard

Lees ook deel 1 en deel 2.

‘Taking a next lover to remember the previous one…’ Dit citaat van Søren Kierkegaard is vrees ik niet erg representatief – zie het als een mooie conversation starter. Kierkegaard (op wie ik ben afgestudeerd) schreef onder vele pseudoniemen en dit citaat komt uit de mond van een ervan. Het is vooral Kierkegaards eigen liefdesverhaal waar ik het over wil hebben.

Kierkegaard
Terug naar het idee van liefde en locatie. Misschien moet echte liefde inderdaad wel onafhankelijk zijn van locatie. Betekent echte liefde juist het loslaten van je vertrouwde positie: een sprong in het onbekende. Dat is wat Kierkegaard zou zeggen (en dat spreekt niet echt uit het bovenstaande citaat). De uitdrukking leap of faith is dan ook terug te leiden tot Kierkegaard. Meestal is het van toepassing op faith, geloof, de sprong in het diepe die geloven voor hem betekent, maar je kunt het toepassen op alles… waaronder de liefde.



Bookmark and Share
Lees verder
Comments

Over de liefde - deel 1

Ik mocht op de summercourse van IPC een praatje houden over literatuur en filosofie in het dagelijks leven. Welk onderwerp spreekt dan meer tot de verbeelding dan de liefde? Vandaag deel 1, deel 2 over Marcel Proust en deel 3 over Søren Kierkegaard volgen.

What we talk about when we talk about love

Carver
Ging ik echt een praatje houden over de liefde? Ja. Maar – ben je dan een deskundige? Het spijt me zeer, maar nee, dat ben ik niet. Laat dat meteen duidelijk zijn. Liefde is simpelweg een onderwerp dat iedereen op de een of andere manier interesseert; en het is een populair onderwerp van alle schrijvers en lezers.

Ik zal een beetje filosofie combineren met een snufje literatuur om zo hardop na te denken over het gewone, alledaagse leven. Het zal niet te abstract worden, want het gaat er juist om het abstracte zo concreet mogelijk te maken.

Dus – ‘What we talk about when we talk about love’ – ik moet bekennen dat ik deze titel heb gestolen. Raymond Carver gaf hem aan een van zijn verhalen en ik heb dat verhaal niet eens gelezen. Hij schrijft: ‘It ought to make us feel ashamed when we talk like we know what we’re talking about when we talk about love.’ Met andere woorden: we weten niets over de liefde en als we doen alsof, houden we onszelf voor de gek.



Bookmark and Share
Lees verder
Comments

Over Bas Heijne op Humanistisch Verbond

heijne
Mensen zijn alleen bezig met hun eigen belevingswereld en dat is de oorzaak van vele problemen. Niet alleen in de politiek of media, maar voortdurend verheffen mensen hun eigen opvattingen en emoties tot standaard. Aan de hand van boeken van Bas Heijne, Dostojevski en Kierkegaard onderzoekt Miriam Rasch hoe openheid, beleving, eigenheid en individualiteit kunnen samengaan.

Lees verder over Moeten wij van elkaar houden van Bas Heijne op de website van het Humanistisch Verbond: De eigen opvatting en emotie als standaard



Bookmark and Share
Comments

Grensssituaties

in_limbo
'Grenssituatie' was een tijdje een gevleugeld woord toen ik literatuurwetenschap studeerde. De liefde, kamernood en natuurlijk het weekend: alles was één grote grenssituatie. Grenssituaties, daar ben ik altijd dol op geweest. Niet in het echte leven maar in de literatuur. In het echte leven zijn grenssituaties vervelend (ik zit nu, terwijl ik schrijf, ook in limbo). In het echte leven achtervolgen grenssituaties me, zijn ze als een schaduw die je niet af kunt schudden en die op slechts één uur van de dag verdwenen lijkt. In de literatuur zoek ik ze op, hongerig naar schaduwen, begerig naar ellende.

Het begrip is een uitvinding van de existentialistische filosoof Karl Jaspers. Het duidt op situaties die 'tot op de bodem raken', waardoor je 'uit de baan van de gewone gang' wordt geslingerd en waarin je 'radicaal op jezelf teruggeworpen' bent. De oorlog is een archetypische grenssituatie, net als de dood. Ook de wat lichtere versie kun je je makkelijk voorstellen: het einde van een relatie, ontslag en werkloosheid. Je zit in een grenssituatie tussen twee werelden in, het vóór en het ná, een breuk die uiteindelijk je leven zal structureren (vóór en ná Pietje). De grenssituatie kun je je ook ruimtelijk voorstellen, niet alleen als een individuele overgang in het leven, maar ook als tussenwereld. Daar waar de doden wonen, de frontlinies van een oorlog, of zoals in De pest van Camus, waar de pestepidemie op zichzelf een grenssituatie is, maar de stad in quarantaine ook.

De grenssituatie is zo populair onder existentialistische schrijvers en filosofen omdat je daarin de heilige drie-eenheid van de existentialisten aan het werk ziet: vrijheid, verantwoordelijkheid en keuzes. Uit de grenssituatie kun je alleen ontsnappen door een keuze te maken in vrijheid, zonder je te iets aan te trekken van conventies. De grenssituatie werpt je helemaal terug op jezelf en niemand kan er iets aan doen, behalve jezelf.

Daarom is de grenssituatie natuurlijk ook zo populair in de literatuur, of in elk geval in een vertakking ervan. Als ik kijk naar de geschiedenis van mijn persoonlijke favorieten exploreren ze allemaal het grensgebied:
- van de monsters van Stephen King (een monster is een wezen dat onbegrensd is, het overtreedt gangbare categorieën zoals levend/dood of mens/dier),
- via de fantastische wereld van Edgar Allan Poe (het fantastische is dat waarvan je niet met zekerheid kunt zeggen of het echt gebeurt of niet, voor geen van beide is bewijs te leveren),
- naar de koortswanen van Dostojevski (wat speelt zich af in het hoofd en wat in de buitenwereld - dat is totaal onduidelijk),
- en zelfs mijn allervroegste favoriet: De dolle tweeling-reeks, die zich afspeelt in de wereld van de kostschool, een grensgebied bij uitstek, want het is tegelijk thuis en niet-thuis, school en niet-school, de kinderen zijn vrij van hun ouders maar horig aan de juffen en matrones.

Misschien ben ik nu de literatuur naar het model toe aan het interpreteren. Alles wat krom is valt recht te praten. Want hoe zit het dan met Proust? Ja, die is voortdurend ziek, wat een grenssituatie op zichzelf is. Hij neemt deel aan het leven en toch niet. Vriendin Albertine wordt aan het lijntje gehouden, het is aan en toch uit - de grenssituatie die we allemaal misschien wel het beste kennen (dat, en de dood). En Grunberg, en Houellebecq? Wat is hun grenssituatie dan?

Een andere manier om literatuur te schematiseren (wat altijd verhelderend werkt tot een bepaald punt waarop het belachelijk wordt, zoals hierboven) is het conflict. Er is een hoofdpersoon, die een doel wil bereiken. Er is een ander personage dat dat verhindert: de tegenstrever. Ik vind dit persoonlijk een oersaai schema. Interessant wordt het als je het combineert met de grenssituatie. In plaats van een duidelijke protagonist en antagonist, zoals dat dan heet, zijn beiden verenigd in één en hetzelfde personage. Dáár begint de Echte Literatuur, waar iemand zowel streeft naar een doel als zichzelf van dat doel afhoudt. Zonder precies te weten waarom. Het tragische geïnternaliseerd. Zie Grunberg en Houellebecq.

De weg uit een grenssituatie is de keuze. Net als bij het intern-tragische. Door te kiezen stel je grenzen vast, definieer je categorieën, maak je een eind aan de twijfel. Dat helpt natuurlijk niet als je vecht tegen monsters als Dracula of geesten uit de schemerwereld. Dan moet je handelen. Misschien is kiezen wel hetzelfde als handelen. De keuze als een daad. Niet per se een vrije daad, niet per se een goede of een rationele daad, en misschien wel een tragische daad. Dat laat de literatuur wel zien. The instant of decision is madness, wist Kierkegaard al.

(de afbeelding is het schilderij 'In limbo’ van Odd Nerdrum)



Bookmark and Share
Comments

Kierkegaard - Brieven: plan, geheim en misverstand

kierkegaard_brieven
'Niets brengt een mens zo tot ontwikkeling als het vasthouden aan een plan, tegen de hele wereld in. Zelfs als het iets slechts zou zijn, dan nog zou het een mens in hoge mate ontwikkelen.'

Søren Kierkegaard, Brieven, 31 oktober 1841

De opgave om een plan te trekken in het leven, een idee ten uitvoer te brengen, vasthoudend te zijn, komt in zoveel teksten terug, dat het haast wel waar moet zijn. Zo ook bij Kierkegaard, van wie ik de Nederlandse bloemlezing uit zijn Brieven lees. Tegelijk verklaart hij zich in deze brieven ook schatplichtig aan het misverstand. Nu zijn misverstanden inherent aan het brievenschrijven. Net als bij sms en e-mail gaat er in een papieren vriendschap nuance verloren. Brieven raken zoek of worden juist te haastig verstuurd zonder ze nog eens over te lezen.

Maar het misverstand betekent bij Kierkegaard meer. Het is een fundamentele gesteldheid van het menselijk verkeer - en in die zin besteedde ik er een flink deel aan van mijn afstudeeronderzoek voor de master Wijsbegeerte. Op zoek naar wat ik daar toentertijd ook alweer over beweerde, stuitte ik in mijn digitale bureaula op de introductie die ik schreef voor de verdediging van mijn scriptie. Omdat ik verbaasd was hoezeer die woorden uit 2005 nog steeds voor mij opgaan (want het is niet alleen een samenvatting van mijn onderzoek, maar ook van mijn levensovertuiging), en dus blijkbaar een plan vormen waar ik mij aan vasthoud (goed dan wel slecht), wat weer bovenstaand citaat illustreert - daarom hieronder een letterlijke kopie.

--

Het probleem dat ten grondslag ligt aan mijn onderzoek is de vraag hoe we kunnen begrijpen dat de mens vrij is, terwijl hij toch ook gebukt gaat onder de dingen die hem in de werkelijkheid, buiten zijn wil en buiten zijn macht om overkomen. Dit probleem is tevens het kernpunt van de tekst ‘Weerspiegeling’ uit Of/Of van Søren Kierkegaard. In dit stuk gaat het om het ‘ware tragische’. En dat is volgens Kierkegaard precies de samenkomst in de mens van vrijheid of subjectiviteit en gebondenheid, determinatie door de feitelijke werkelijkheid.
In de tekst wordt dit uitgewerkt aan de hand van de menselijke verhoudingen: het blijkt dat deze dubbelheid van de menselijke conditie pas echt problematisch wordt in de omgang met de ander. Het is een kennisprobleem: ik kan mezelf niet volledig doorgronden vanwege de duistere inwerking van de werkelijkheid op mijn leven. Daardoor kan ik ook niet de ander kennen, of uitleg geven aan de ander over mijn leven.

Kierkegaard symboliseert dit door ‘het geheim’. Het geheim is een concrete uitwerking van de kloof tussen mijn subjectiviteit, mijn idealiteit, iets wat helemaal van mij is, en de werkelijkheid van de andere mens die hier geen kennis van heeft. Maar een geheim is niet alleen iets van mijzelf: het wordt me gegeven door een ander ofwel de noodzaak tot geheimhouding wordt ingegeven door de ander, door de reacties van anderen. Het geheim is niet altijd een gegeven dat ikzelf wel ken en begrijp – het kan ook iets in mezelf zijn dat voor mezelf verborgen blijft, juist omdat het zo met de ander verbonden is. Dat helpt natuurlijk niet bij de omgang, want als ik mezelf niet volledig doorschouw, kan de ander het ook niet. Ik kán mezelf niet aan de ander openbaren.

Het misverstand is dan ook structureel in de relaties tussen mensen. Overigens wordt dat niet alleen maar als vervelend beschouwd, maar zelfs als wenselijk. Later zal duidelijk worden waarom.

Om dat echter te kunnen begrijpen was het nodig ook andere teksten van Kierkegaard in mijn onderzoek te betrekken. Uiteindelijk volg ik hem door de ethische levensfase en de religieuze levensfase heen om meer licht op dit punt te laten schijnen. Het blijkt mogelijk om een soort ‘oplossing’ te formuleren. Het geheim blijft een grote rol spelen, maar verandert van gedaante. Het is niet meer alleen op te vatten als een concreet feit dat ik verborgen houd voor de mensen om me heen, maar als iets fundamenteel menselijks. Het geheim, of misschien eerder het heimelijke, dat ook voor mezelf een geheim is en blijft, representeert dan ‘het andere’. In het religieuze verbindt Kierkegaard het andere aan de goddelijke oorsprong, maar we kunnen het ook op een seculiere manier begrijpen. Wat de gang door de andere teksten duidelijk heeft gemaakt is dat het tragische niet zozeer gelegen is in de kloof tussen mijzelf en de ander, de kloof die ontstaat omdat de ander mij niet zou kunnen begrijpen en ik een geheim voor hem bewaar.

Het tragische misverstand is precies de overtuiging dat ik als enige een geheim heb dat ondeelbaar is. ‘Het andere’ in de algemene zin is namelijk iets dat alle mensen delen. Ieder mens, kunnen we zeggen, is op een volstrekt eigen manier volstrekt anders – maar in het feit dat dat geldt voor ieder mens ligt toch een gemeenschappelijkheid besloten. Hoewel de tragische kloof tussen mijn subjectiviteit en de werkelijkheid, tussen mij en de ander, tussen de vrijheid en de gegevenheid dus zeker bestaat, betekent dat niet dat een gedeeld beleven daarvan onmogelijk is.

En daarin ligt denk ik een zinvolle manier om met dit probleem om te gaan. Het geheime of andere – dat dus in verband staat met het passief gebukt gaan onder gebeurtenissen die ons overkomen – is niet alleen maar iets negatiefs, maar bezit een openheid naar de andere mensen, en ook een zekere schoonheid. Bovendien is heeft het een oneindigheid, omdat het heimelijke karakter van het andere nooit onthuld kán worden, de sluiers kunnen nooit opgelicht worden. Het is daarom niet alleen zonde maar ook onzinnig om te streven naar een opheffing van die passieve lijdelijkheid.



Bookmark and Share
Comments

Vrijheid en noodzakelijkheid voor iedereen

niets_cadeau
Vrijheid en noodzakelijkheid: twee kernbegrippen in de filosofie. Je zou de hele geschiedenis van de wijsbegeerte kunnen beschrijven aan de hand van de vraag of we een vrije wil hebben, wat de mens 'beweegt' en of je daar invloed op hebt. De meest ingewikkelde filosofische theorieën hangen met dit begrippenpaar samen. De mooiste momenten zijn wanneer je zo'n complexe problematiek opeens kunt voelen, op een heel simpele manier. Zo'n moment had ik bij het lezen van Niets cadeau van Gerard Visser, een 'filosofisch essay over de ziel'.

Daarin gaat het niet over de meest eenvoudige materie. De ziel is een besmet begrip in de filosofie en dan onderzoekt hij het ook nog aan de hand van moeilijke Duitsers als Wilhelm Dilthey en Heidegger. Wat de ziel is, hangt samen met de vraag naar vrijheid en noodzakelijkheid. Als je uitgaat van het bestaan van de ziel, zit daar meteen een zekere noodzakelijkheid in: je hebt hem en je hebt het er ook maar mee te doen. Maar zonder dat je er in vrijheid ook daadwerkelijk iets mee doet, blijft de ziel… zielloos.

Visser maakt dat in een passage over Kierkegaard en Heidegger invoelbaar en voor iedereen begrijpelijk. Kierkegaard schrijft uiteindelijk steeds naar het religieuze toe. Hij stelt: 'Ik ben een christen.' Om te vervolgen: 'Bén ik een christen?' Heidegger breidt deze gedachtegang uit. Hij zegt: 'Ik ben er.' En vraagt: 'Bén ik er?'

Dat is allemaal nog erg abstract. Visser laat echter zien hoe dit verder door kan werken. Je kunt namelijk van alles invullen in de twee zinnetjes. Zelf schrijft hij: 'Ik ben vader van mijn kinderen.' Duidelijk. Maar: 'Bén ik vader?' Dat kan iedereen zelf uitproberen. 'Ik ben…' 'Bén ik…?' Als het goed is voel je de filosofie knarsend in werking treden.

Visser schrijft: 'Die vraag, die een feitelijke stand van zaken op slag verandert in de mogelijkheid die zij existentieel gezien is, staat voorop. Zij kan zich tot op mijn sterfbed blijven aandienen.'

Wat betekent dat precies? Dat laatste geeft aan dat het in de filosofie van Heidegger steeds uitloopt op je verhouding tot de dood. Het is de dood die maakt dat we onszelf dit soort vragen stellen. De dood is daarmee het punt geworden waarin het leven samenbalt, een soort prisma waarin het leven is gevangen maar ook naar alle kanten uitstraalt. Pas op het sterfbed eindigt de zingeving van het leven, de vraag 'Bén ik' blijft zich tot dat moment steeds weer aandienen. Maar dat betekent natuurlijk niet dat je tussendoor die vraag niet ook over andere dingen mag stellen, als een soort deelonderzoekjes binnen het grote geheel.

'Ik ben blogger.' 'Bén ik een blogger?' De omkering opent een scala aan vragen, waarden, aannames, twijfels, mogelijkheden. Van een 'feitelijke stand van zaken' - inderdaad, ik hou een weblog bij, dus ik ben blogger, klaar over en uit, zaak gesloten - ga ik over naar 'de mogelijkheid die zij existentieel gezien is' - de zaak is heropend. Met andere woorden: noodzakelijkheid verandert in vrijheid.

Van hieruit kun je verder redeneren over wát zich in deze vrijheid openbaart (de ziel?), en of de 'existentiële mogelijkheid' al dan niet een opdracht of verplichting met zich meebrengt. Wat je daar verder ook van maakt, om de vraag 'Bén ik…?' kan niemand heen. Dat is een soort philosophy for the millions. Mooi.



Bookmark and Share
Comments

Peter Sloterdijk - Filosofische temperamenten

Filosofische temperamenten van Peter Sloterdijk stond op mijn lijstje van boeken waar ik naar uitzag. 'Van Plato tot Foucault' is de ondertitel van het boekje; negentien hoofdstukjes in 175 pagina's, daar houd ik van. Kennismaken met een van de grote nog levende filosofen aan de hand van een beknopt overzicht van dode filosofen, dat leek me wel wat. Van Sloterdijk had ik nog nooit iets gelezen. Natuurlijk verwachtte ik geen schoolse inleiding in de filosofie, dan kies je niet een boek van Sloterdijk. Nee, ik wilde juist ook iets van hem te weten komen.

Het begint veelbelovend. In het 'Woord vooraf' beschrijft hij filosofie 'als denkwijze, en in het verlengde daarvan als levenswijze'. Eens. Sloterdijk presenteert daarom 'een galerij van karakterstudies en intellectuele portretten', met als achterliggende gedachte: 'wat voor filosofie je kiest, hangt af van de vraag wat voor mens je bent.' We hebben dus leven, karakter en mens als de zijden van een driehoek waarlangs het licht van de filosofie breekt. Muziek in mijn oren.

De uitwerking valt echter tegen. Ik zit heus niet te wachten op biografische schetsjes of sappige anekdotes. Ik houd van woorden die ik nog niet ken en daarvan staan er in Filosofische temperamenten genoeg. Maar ik word uit deze teksten niet wijs. In sommige stukken krijg je wel een idee van een 'intellectueel portret', zoals in het eerste stuk over Plato waarin de oervader wordt neergezet als een man van de ‚mensendressuur’, die steeds het verband legt tussen persoonlijke en openbare orde. Het is de opgave van elk mens om zich tot zo'n 'innerlijke vrede' te ontwikkelen, zodat de 'uiterlijke vrede' vanzelf kan volgen.

Of deze, over Aristoteles: 'Toen Aristoteles in zijn Metafysica de zin opschreef dat alle mensen van nature naar kennis streven, veralgemeniseerde hij wat voor hem een permanente persoonlijke ervaring was tot een antropologische stelling.' Dat is klare taal, hier toont Sloterdijk aan wat hij in het voorwoord poneert, dat filosofie een levenswijze is. Met dat soort karakteriseringen in de hand kan de lezer nagaan wat het beste past bij zijn eigen intellectuele portret.

Vanaf Leibniz verloor ik echter mijn concentratie. Ik had het hoofdstukje over Leibniz uit en zag noch een mens voor me, noch een denkwijze. Ook na terugbladeren is me niet duidelijk geworden wat de compositie of kleurstelling van dit portret was. Nog steeds denk ik bij Leibniz alleen aan die vreemde kwibus die deze wereld de best mogelijke van alle werelden vond. Dat wat ik in een ver verleden uit de schoolse inleiding heb opgepikt dus.

De portretten van hoogst interessante figuren als Kierkegaard (mijn afstudeerobject) of Wittgenstein (die nog altijd in mijn kast stof staat te vergaren), lijken op die in slechtbezochte musea: verborgen in de schaduwen van de tijd, bloedeloos en grauw.

Het boek is een verzameling inleidingen bij heruitgaven van de belangrijkste teksten van deze grote filosofen. Wat moeten we daarvan denken? Voor welk publiek is dit bedoeld? Een weinig filosofische vraag misschien, maar een die zich toch sterk opdringt. Een geïnteresseerde leek zal waarschijnlijk niet zo snel het verzameld werk van Fichte of Husserl oppakken. En als hij dat al doet, ben ik bang dat na het lezen van de korte inleiding van Sloterdijk - zelfs al beslaat die in sommige gevallen niet meer dan drie pagina's - de moed om aan het echte werk te beginnen hem in de schoenen is gezonken.

Misschien is de echte vraag wel wat voor 'denkwijze, en in het verlengde daarvan levenswijze' van de schrijver hieruit spreekt. Is het mogelijk een portret van Sloterdijk zelf te schilderen? Ik geef hem het voordeel van de twijfel en maak ervan dat hij een filosoof is die niet over andere filosofen moet schrijven, maar die je uit eerste hand moet leren kennen.



Bookmark and Share
Comments

Over de streep: gedeelde geheimen

over-de-streep
Hoe beter je elkaar kent, hoe meer respect je voor elkaar zult hebben, zo leert een gangbare wijsheid. Nu niet meteen beginnen over de uitzonderlijke gevallen van écht slechte mensen - hoewel de stelling misschien zelfs dan opgaat. In de documentaire Over de streep is de wet het uitgangspunt voor een bijzonder evenement op een middelbare school in Amsterdam: Challenge Day. Elke dag brengen de leerlingen uren met elkaar door en toch weten ze bijna niets van elkaar. Ieder heeft zijn eigen vriendengroepje en zet zich af tegen de anderen, soms door schelden of pesten of een grote mond. Challenge Day moet dat doorbreken. Maar hoe krijg je vijftienjarigen zover dat ze hun intiemste geheimen blootgeven?

Op een wel erg Amerikaans-schreeuwerige wijze, blijkbaar. Leraren doen gekke dansjes, leerlingen roepen naar elkaar 'Get ready!' Onwillekeurig denk je aan van die motivational trainers op bedrijfscongressen - en dan vooral aan de parodie daarop in bijvoorbeeld de film Donnie Darko. Het uitbundige maakt echter de weg vrij voor ingetogen, rustige gesprekken in kleine groepjes. Maak de volgende zin af: 'If you really knew me, you would know this…' Het gebruik van zo'n standaardzin werkt; de heftigste verhalen rollen erachteraan. Dat deed me denken aan Siri Hustvedt, die in The Shaking Woman patiënten de opdracht geeft om over zichzelf te schrijven en te beginnen met 'I remember…' Het korte zinnetje zet het geheugen in werking, als de startknop voor een soort écriture automatique.

Het belangrijkste onderdeel van de Challenge Day is echter dat waar de documentaire naar vernoemd is: door het midden van de gymzaal loopt een streep. Alle kinderen staan aan de ene kant. Een van de trainers beschrijft een situatie en als die van toepassing is op je eigen leven, moet je 'over de streep' gaan. Het fysieke aspect hiervan heeft een grote impact, het bewegen brengt een 'bewogen zijn' met zich mee. Zowel voor degenen die aan de andere kant van de streep gaan staan en dus met heel hun lichaam laten zien wat zij hebben meegemaakt (alcoholmisbruik in de familie, mishandeling, geweld, eenzaamheid, afwijzing, pesten, ga zo maar door) - als voor degenen die blijven staan en getuigen zijn van wat hun klasgenoten met zich meedragen.

Ik beken dat ik hier een traan moest wegpinken. Niemand kan hiernaar kijken en luisteren zonder te bedenken wat je zelf zou doen: blijven staan of over de streep gaan. Feit is dat niemand een ongeschonden jeugd heeft. Wie heeft zich nooit afgewezen of eenzaam gevoeld? Dat is ook de kracht van zo'n dag: verbondenheid creëren door te laten zien dat iedereen 'meer hetzelfde is dan verschillend’, aldus de trainer.

De laatste situatie waar de kinderen op moesten reageren vond ik heel heftig, bijna als een stomp in de maag. 'Loop over de streep als je ooit een kind bent geweest.' Bijna alle kinderen slenteren naar de andere kant van de zaal. Bíjna. Hartverscheurend: kinderen van vijftien die nu al weten dat ze nooit kind zijn geweest, kind hebben kunnen zijn.

Ik moest denken aan een verhaal over Emil Cioran, de Roemeense essayist en filosoof die op zijn vijfde zijn eerste depressieve ervaring zou hebben gehad. Vijf! Kan dat überhaupt? In een tijdschrift las ik onlangs een stuk van een hersenonderzoeker die beweerde dat kinderen tot een jaar of tien nog geen geweten hebben. Dat soort artikelen maken me altijd een beetje boos. Omdat in de hersenen nog geen 'gewetensprikkels' te zien zijn, bestaat het geweten niet. Dat de ervaring iets anders leert, doet er niet meer toe.

Wie herinnert zich niet een moment op de kleuterschool van spijt, schaamte, wanhoop? Ik wel, misschien was ik niet vijf, maar wel jonger dan acht en ik was ten einde raad over twee dingen: zwemles, waar ik een onverklaarbare afkeer van had (en uiteindelijk ook een tijdje mee gestopt ben) en mijn beste vriendinnetje, met wie ik ruzie had. In mijn herinnering was het vooral de gelijktijdigheid van deze twee kwesties, die me tot wanhoop bracht. Ik wist gewoon niet hoe ik het moest bolwerken, kon het niet overzien. Het was een buitenproportioneel verdriet. Maar wel écht.

(Overigens weet ik niet waarom ik bijna gedachteloos depressie en geweten aan elkaar verbind - dat vraagt een nader onderzoek.)

Ik weet natuurlijk niet zeker of iedereen zulke herinneringen heeft. Misschien niet. Niemand komt ongeschonden uit zijn jeugd, schreef ik, maar weet ik veel? Misschien ook wel. Dat is iets wat me bij de documentaire toch een beetje dwarszat. De veronderstelling dat iedereen een ongedeeld en onverwerkt verdriet heeft. En ook: de veronderstelling dat het hebben van een trauma, of het nu groot is of klein, ons hetzelfde maakt. Of toch in elk geval 'meer hetzelfde dan verschillend'.

Dan denk ik terug aan Kierkegaard en het geheim van het individu, dat in de grond onkenbaar en onmededeelbaar is en iedereen juist verschillend maakt. 'Er is misschien niets dat de mens zozeer adelt als het bewaren van een geheim,' schrijf hij. Het geheim heeft bij hem een paradoxale status: het schept een afstand tussen mij en de anderen en daar lijd ik onder, maar als ik mijn geheim deel en de afstand ophef, verlies ik de individuele betekenis van mijn eigen leven. Niet alle geheimen vragen erom verteld te worden. Respect voor elkaar betekent ook: iemand zijn geheim gunnen. En begrijpen dat je zelf een geheim bent dat een ander nooit geheel zal kunnen ontrafelen.

Op uitzendinggemist.nl is de documentaire terug te kijken.



Bookmark and Share
Comments

Ironie en zelfironie: 7 opmerkingen

Hoe zit het met zelfironie, vroeg iemand naar aanleiding van het stuk over zelfonderzoek als mythe. Goeie vraag. Zeven gedachten.

1. Ik moet bij ironie altijd denken aan de film Reality Bites, waarin Winona Ryder de kans krijgt zich te presenteren aan een tv-bobo. De dame in powersuit zegt neerbuigend: Define irony. Winona staat met haar bek vol tanden. Haar vriendje Ethan Hawke, aan wie ze even neerbuigend en vol verontwaardiging het voorval vertelt, antwoordt zonder nadenken. 'Het tegenovergestelde zeggen van wat je eigenlijk bedoelt, met de bedoeling dat wel duidelijk te maken.'

2. De ironie van Socrates: jezelf dommer voordoen dan je bent om de onwetendheid van de ander te ontmaskeren.

3. De ironie van Kierkegaard bouwt voort op die van Socrates. Ironie inzetten om reflectie op gang te brengen en vraagtekens te zetten bij alles wat je weet, alle vooroordelen die je hebt. Je hebt eerder te veel kennis dan te weinig. Uiteindelijk is zijn ironie een oneindige, absolute negativiteit die in zichzelf verdwijnt. Eindeloze reflectie, die uiteindelijk resulteert in onbegrijpelijkheid. Toch maakt zijn voortdurende ironie van Kierkegaard een uitzonderlijk humoristisch filosoof. Humoristischer ook dan Socrates. En dat heeft misschien wel te maken met zelfironie.

4. Wat is dan zelfironie? Sowieso is duidelijk dat ironie iets te maken heeft met het zelf. De filosofen zetten het in om de ander iets over zichzelf te leren. Maar dat klinkt ontzettend pedant: ik zal jou eens even wat over jezelf leren, maar doe dat door het omgekeerde te zeggen van wat ik bedoel. Hier heeft Socrates soms wel een handje van, als ik het mag zeggen. Dan doet Kierkegaard het beter. Hij voert allerlei personages op, alter ego's, pseudoniemen en heteroniemen waarachter zijn eigen zelf totaal versnippert. Hoe zelfironisch wil je het hebben? Jezelf laten verdwijnen achter talloze in elkaar spiegelende personages en auteurs, om de ander eens over zichzelf te laten reflecteren.

5. Dat klinkt weer als een veel te ernstig, nobel doel. De ironische distantie, is dat niet gewoon de methode van een slappeling die nooit eens zijn ware gezicht durft te tonen? Dat betoogde ik immers na het zien van Zomergast Annet Malherbe. Al die fascinaties, niets is meer een échte obsessie, alles is wegwuifbaar met een hand waarachter een vergoelijkend lachje klinkt. Ironie, dat is toch lachen? En zelfironie, dat is toch lachen om jezelf?

6. Dan zijn we weer terug bij Kierkegaard, die lachte om zichzelf, maar met een enorme ernst. Sorry, ik ontkom er niet aan. Of denk aan Houellebecq, die de neiging naar het sociale van de mens beschrijft als ironie van de evolutie: je kan er om lachen, maar niet hartelijk, eerder wanhopig. Oscar Wilde, die leefde als een personage (in de negentiende eeuw kon je dit woord makkelijk zo gebruiken), met een zelfironie die volkomen ernstig was. Uiteindelijk ontkomt ironie niet aan ernst, omdat het doel ervan ernstig is, met gebruikmaking van de methodiek van humor: omkering, overdrijving, acteerwerk.

7. Zelfonderzoek als mythe ging precies om die dingen: omkering (je leven als kernachtig verhaal voorstellen terwijl het in werkelijkheid chaotisch is), overdrijving (niemand gelooft werkelijk dat hij een mythische held is) en acteerwerk (je moet desondanks een klein beetje geloven dat je een mythische held bent). Uiteindelijk leert het je precies het omgekeerde van wat je zegt: want het leven is onbegrijpelijk toevallig, begint zonder aanleiding en stopt zonder afsluiting. En hooguit een decennium na je dood is iedereen je alweer vergeten. Hoe ironisch.



Bookmark and Share
_________________________________________________________________________________

Gerelateerde artikelen:
Comments

Over herinneringen

1. In Kopenhagen ging ik naar het allereerste adres waar ik ooit woonde: Finsensvej 10C. Ik ben er niet geboren, dat gebeurde in het ziekenhuis om de hoek, en heb er maar twee jaar gewoond. Ik herinnerde me dan ook helemaal niets van de straat of de omgeving. Jaren geleden ging ik met mijn moeder naar het tweede adres, daar vlakbij. Ook daar woonden we maar twee jaar. Daar wist ik nog heel veel van. Ik liep rond op het appartementencomplex en wees: hier om de hoek is een speeltuin met een dichte glijbaan, daar verderop de kleuterschool. Dat kan ik nu niet meer. Ik herinner me niet meer wat ik als vierjarige meemaakte, maar ik herinner mijn herinnering van toen ik er later terugkwam.

2. Iedereen zal zich wel eens hebben afgevraagd: herinner ik me wat er gebeurd is of de foto's die ervan bestaan? (Een heel andere vraag is: herinner ik me een echte gebeurtenis, of was het een droom?) Was ik wel eens over de brug tussen Funen en Seeland gereden? vroeg iemand me. Ik wist het niet meer. Ik zag de brug voor me, maar dat kon net zo goed een tv-beeld zijn. Google leert dat de brug in 1998 voltooid is, dus ik moet er zeker overheen zijn gereden, voor het laatst in 2001. Misschien herinner ik het me, misschien ook niet. Voor sommige reizigers is het reden genoeg om geen foto's meer te maken. Ik deed in Kopenhagen het omgekeerde: mijn foto's zijn snapshots van gedachten die ik me wil herinneren. Zoals het bejaarde stel dat in de trein van 12.39 naar Humlebaek flessen Tuborg dronk. Dat is in Denemarken niet een uitzonderlijk plaatje, maar een alledaags moment.

3. In haar dagboek (Reborn) noteert Susan Sontag een paginalange lijst van details uit haar herinnering. Details uit haar kindertijd, uitspraken van familieleden, gelezen boeken, namen van klasgenoten, etenswaren, 'Deciding about God'. Er is geen samenhang, geen chronologie, geen uitleg. De naakte feiten.

4. Siri Hustvedt vertelt in The Shaking Woman over een methode die ze gebruikt om het geheugen op gang te brengen bij geestelijk gestoorden die ze schrijfles geeft. Begin gewoon met een vel papier en schrijf op: I remember… De rest volgt vanzelf, in een 'ketting van associaties'. Door het opschrijven (met de hand), gebeurt het ook: 'Ik herinner me…' zet de herinnering in gang. Het is een memory machine. Hustvedt beschrijft een patiënt met geheugenverlies, die door te schrijven zijn herinneringen terugkreeg. 'The talking Neil had amnesia. Neil's writing hand did not.'

5. Hoe weet je of wat je opschrijft, ook niet een tweedehands herinnering is? Doet die vraag er wel toe? Is niet alle herinnering een constructie, een verhaal? Susan Sontag doet alsof ze een boekhoudkundig rapport van haar jeugd geeft, geheel objectief en waarheidsgetrouw. Eigenlijk had ze overal 'I remember' voor moeten zetten. Die contextuering maakt wat volgt tot een verhaal. David Shields schrijft in Reality Hunger dat zich herinneren eigenlijk hetzelfde is als fictie schrijven. Of beter gezegd: de grens tussen feit en fictie is blurry tot non-existent. Feiten zijn altijd een constructie of interpretatie, en fictie is altijd gebaseerd op de werkelijkheid. 'Did this happen? Yes. Did this happen in this way? The answer to that, if you're a grown-up, is "Not necessarily."'

6. Als je je iets herinnert van vroeger, toen je klein was, zie je jezelf dan van buiten of van binnen? Ik zie mezelf altijd van buiten, van een paar meter afstand (hoewel ik mezelf natuurlijk in werkelijkheid natuurlijk nog nooit van buiten heb gezien). Herinnering is nooit een directe herbeleving van het herinnerde moment. Je gaat als het ware op reis terug in de tijd, en je tegenwoordige oudere zelf is aanwezig bij het kind dat je was. De herinnering deelt je in tweeën. (Behalve de mémoire involontaire van Marcel Proust. Maar ook die onvrijwillige herinnering moet door het bewustzijn en de reflectie gaan, wil ze betekenis krijgen.)

7. In Kopenhagen las ik wat in Stadia op de levensweg, van een van de beroemdste Kopenhagenaars aller tijden: Søren Kierkegaard. Het boek begint met een mijmering over het verschil tussen geheugen en herinnering. Reflectie, waarbij je je opdeelt in tweeën om van een afstand naar jezelf te kijken, is het kenmerk van herinnering (en een van de hoogste waarden waar Kierkegaard altijd op uit komt). Feitenlijstjes representeren het geheugen, ze worden neergepend zonder reflectie. Door jezelf tot subject te maken - 'I remember' - stap je van het geheugen over op de herinnering.

finsensvej
8. Een ander kenmerk van herinnering volgens Kierkegaard, is dat ze het beste gedijt bij contrastwerking. (Wie heeft niet een keer een gelukkig ogenblik verstoord zien worden door de herinnering aan ongeluk.) 'Wanneer het geheugen steeds weer wordt opgefrist, verrijkt het de ziel met een massa details, die de herinnering verstrooien.' (Het gaat dus eerder om een verarming dan een verrijking.) Stom idee dus om naar mijn geboortestad af te reizen? Ach, van de Finsensvej herinnerde ik me toch al niets meer. En nu kan ik af en toe terugdenken aan het saluut dat die twee bejaarden in de trein leken te geven aan het leven, of aan hun beroemde stadsgenoot.



Bookmark and Share
Comments

Leestips voor een zomer met een filosofisch tintje

Dikke thrillers zijn het geijkte leesvoer op vakantie. Niks mis mee. Wil je toch ook eens iets anders? Hieronder mijn leestips voor een zomer met een filosofisch tintje. Niet te lang en niet te dik, niet te moeilijk maar zeker ook niet te makkelijk, goed te doen op de camping met een glas witte wijn erbij, stof tot nadenken en voor gesprekken onder de sterrenhemel.

1. Alain de Botton - De kunst van het reizen
Het ultieme vakantieboek. Waarom gaan mensen op reis? Steeds meer en steeds verder? Hoe zorg je ervoor dat je het vakantiegevoel langer vasthoudt? Het mooist vind ik het hoofdstuk over het vastleggen van herinneringen en details. Hoe? Door te tekenen. Al tijdens het lezen van dit boek, zul je je vakantie anders beleven, dat garandeer ik. Met plaatjes! (10 euro)

2. Ryszard Kapuscinski - Ebbenhout
Het ultieme boek over Afrika. Afrika? Ja, zelfs al mocht je niets hebben met Afrika dan is dit boek een aanrader, omdat het je beeld van Afrika voorgoed verandert. Ik ken tientallen mensen die met tegenzin aan dit boek begonnen en het vervolgens aan hun hele vriendenkring cadeau hebben gedaan. Ik was er zelf één van. Kapuscinski is de journalist met negen levens. Hoe overleef je de Sahara, een staatsgreep en vuistgrote kakkerlakken, en dat allemaal op één dag? Hij leert het je.

3. Montaigne - Essays
Alle essays bij elkaar maken een baksteen van een boek. Maar kies er een paar uit (sommige zijn maar twee bladzijden lang) en geniet van de humor en scherpte van Montaigne. Wedden dat je daarna wenst dat je hem zou kunnen ontmoeten, om met hem te proosten en met hem onder de sterrenhemel verder te praten? Er zijn kleine, thematische bundeltjes verschenen van een aantal essays, over toeval, het uiterlijk, de liefde en de vriendschap. Het leukst is natuurlijk om uit de baksteen je eigen selectie te maken. Over droefgeestigheid, kannibalen en een gedrochtelijk kind.

4. Nietzsche - Schopenhauer als opvoeder
Hier heb ik al vaker over geschreven. In negentig (leesbare!) pagina's zet Nietzsche je op scherp. Het stuk is een zelfhulpboek avant-la-lettre. Zonder de open deuren, stijlfouten en tenenkrommende bekentenissen van de populair-psychologische esoterie die vandaag de dag de wereld overstelpt. Mét opdrachten, tips en aforismen die je gedachten doen rillen van zelfbewustzijn. Onderdeel van de Oneigentijdse beschouwingen.

5. Kierkegaard - De ongelukkigste
Doe mij een plezier en lees eens iets van Søren Kierkegaard, de Deense filosoof en vader van het existentialisme. Bijvoorbeeld een stuk uit Of/of: 'De ongelukkigste'. Niet het vrolijkste stuk (twaalf pagina's ellende), maar wel huiveringwekkend mooi: 'Zoals bekend moet ergens in Engeland een graf zijn, dat zich niet onderscheidt door een prachtig monument of een weemoedig stemmende omgeving, maar door een korte inscriptie - "de ongelukkigste". Naar verluidt heeft men het graf geopend, maar geen spoor gevonden van een lijk.'

6. Rob Wijnberg - Boeiuh
Behoefte aan iets actuelers? Als je Boeiuh nog niet gelezen hebt, moet je dat zeker doen. Rob Wijnberg schrijft in dit pamflet over zijn eigen generatie (ook nog net de mijne, denk ik). Op een betrokken en persoonlijke manier. Ik ben het niet overal mee eens, maar dat zet juist aan het denken. Van Temptation Island tot wetenschap en filosofie, en van de Amsterdamse uitgaansscène tot information overlaad.

7. Marjolijn Februari, Roel Bentz van den Berg
De twee beste essayisten van Nederland (in my humble opinion) wil ik ook nog noemen. Wil je eens een keer een essay lezen, kies er een van Februari of Bentz van den Berg. De kunst van het essayschrijven beheersen ze tot in de puntjes: ze zijn persoonlijk maar stijgen boven zichzelf uit, ze zijn stellig in hun twijfel, ze schrijven kraakhelder en met humor, ze kruipen onder je huid zonder dat je het door hebt. En ideaal voor de vakantie: je kunt af en toe een hapje nemen en daarna weer verder razen door het een of andere spannende boek. Ik denk dat ik wel weet wat blijft hangen.



Bookmark and Share
Comments

Over liefde: Solovjov en Kierkegaard

vladimir_solovjov
Vladimir Solovjovs Over liefde stond al jaren op mijn 'nog te lezen'-lijst. Het duurde tijden voor ik het tweedehands op de kop kon tikken, toen stond het nog een tijd te verstoffen op de plank en nu ik het eindelijk heb gelezen, vraag ik me af waarom. Ik kan de redenen niet meer terughalen die ik ooit had - het zal naar aanleiding van een artikel of boek zijn geweest. Aan de andere kant: doe mij een negentiende-eeuwse Rus, ik ben hoe dan ook geïnteresseerd.

Bookmark and Share


Lees verder
Comments

Geheim

Denk eens terug aan de eerste keer dat je een geheim had. Uit de trommel een snoepje gepikt en niemand die het weet. Een wereld gaat open: de binnenwereld. Bij het begin van een nieuw decennium wil ik pleiten voor een herwaardering van het geheim.

Ik pleit niet voor leugens. Wat begint met liegen over een gepikt snoepje, waaiert uit tot gedachten en dromen die je met niemand deelt, omdat er geen woorden voor zijn. Of gewoon omdat je houdt van stilte. Tegenwoordig staan geheimen gelijk aan leugens. Je wilt iets niet prijsgeven? Dan zal je wel iets in je schild voeren. Een geheim is per definitie verdacht. Lees verder
Comments

Help, wie ben ik!

kierkegaard_corsair
Mijn zus geeft college aan de universiteit. Ze vertelde dat ze, om te ontsnappen aan het oersaaie kennismakingsrondje aan het begin van een nieuwe collegereeks, alle studenten in de groep iets over zichzelf laat vertellen aan de hand van een paar vragen. Welke vragen dan, vroeg ik natuurlijk. Had ik beter niet kunnen doen, want sindsdien verkeer ik in een identiteitscrisis. Lees verder
Comments

Op een vrieskoud, aardedonker perron

In de categorie dingen waar een mens blij van wordt: geweldige citaten. Ontzettend vaak kom ik ze niet tegen, maar soms zit ik te lezen en opeens is daar een zin die je vier, vijf keer achter elkaar leest. Dan weet ik dat ik mijn opschrijfboekje moet pakken. Lees verder
Comments

De Wandelaar

Je hebt dus honden- en kattenmensen, zegt men. Ik, met drie katten, hoor bij de laatste categorie. Ik geloof niet dat ze elkaar uitsluiten, die categorieën, er bestaan immers ook biseksuelen. Over konijnenmensen of koeienmensen hoor je nooit iemand. Wel over paardenmeisjes. Lees verder
Comments