Revolutie in het hoofd II

katapult
Kunst moet de wereld veranderen, een revolutie in het hoofd bewerkstelligen. Ze zet je in beweging en beweging is goed. Is dat wel zo? Als je steeds maar heen en weer beweegt, kom je ook nergens. Streven naar verandering en ontwikkeling gaat gepaard met verlangen naar stilstand en focus. In het gunstigste geval houden de twee elkaar in evenwicht. De Grote Onrust is nodig om 'waarlijk productief' te zijn, maar kan ook ervoor zorgen dat je als een windvaan rond waait, zonder richting en zonder overtuiging.

Twee dingen zijn belangrijk. Allereerst het verschil tussen materiële groei en immateriële verandering. Als het draait om materiële zaken, ga ik liever achteruit dan vooruit. Dat is tegenwoordig een onhandige eigenschap. Voor de meeste mensen staat vooruitgang of groei nu eenmaal gelijk aan 'meer bezit'. Ik heb een afwasmachine en een droger, maar leef op gespannen voet met beide apparaten. Als ik het heb over mijn (hypothetische) kluizenaarsgrot, waar ik een wortel word, heb ik het niet zozeer over geestelijke verlichting, maar om afzien. Afzien van al die goederen en gemakken waarmee we ons omringen. Back to basics, afzien in de fysieke zin. (Mijn Macbook en iPhone moeten natuurlijk wel mee.)

Aan de andere kant gaat het natuurlijk óók om het geestelijke afzien. De onderliggende aanname is dat het leven in een grot ongekende psychische concentratie met zich meebrengt. Concentratie die als een pijl naar de diepte schiet, in plaats van als een windvaan te fladderen.

Dat is het tweede: zoeken naar verandering betekent niet zoeken naar steeds weer een nieuwe kick. Het verzamelen van allerlei kicks lijkt wel op het verzamelen van steeds meer bezit en is bijna een materialistisch streven geworden. Groots en meeslepend leven is bedacht door arme kunstenaars, niet door tweeverdieners met drie buitenlandse reizen per jaar. Ook hier ga ik liever achteruit dan vooruit, en ook dit is een oneigentijdse eigenschap.

Nietzsche spreekt van het productieve dat aanstotelijk is. Ik denk dat aanstotelijk begrepen moet worden als iets uitzonderlijks, dat niet vaak voorkomt, niet vaak voor kán komen. Iets wat veel inspanning kost, maar met weinig middelen. Iets wat in de breedte niet veel voorstelt, maar grondvesten doet schudden. Is het meest aanstotelijke in deze tijd niet veel doen met weinig middelen? Juist omdat het streven van de meeste mensen is om weinig te doen met veel middelen?

Dit is allemaal erg abstract. Hoe doe je veel met weinig? Daar komt de concentratie weer om de hoek kijken. Het beeld van de windvaan leende ik van Peter Bieri. Hij beschrijft een geconcentreerde vorm van kiezen tussen een veelheid aan opties, door op een cognitieve wijze verschillende mogelijkheden tegen elkaar af te wegen. Nu denk ik dat dit niet alleen cognitief gebeurt of moet gebeuren. Juist emotie (of intuïtie) kan je de weg wijzen naar de goede keuze. Of een revolutie in het hoofd, teweeggebracht door een verhaal dat het leven verandert, muziek die de Grote Onrust wakker maakt, kunst die je ratio doet wankelen.

Een andere vorm van concentratie komt van Malcolm Gladwell. Wil je ergens goed in worden, dan moet je aan deliberate practice doen, gerichte oefening. En wil oefening gericht zijn, dan kan ze maar een klein gebied beslaan. Deliberate practice is als de pijl die een smalle gang boort naar de allerdiepste lagen. De pijl maakt geen groot gat aan de oppervlakte, maar kan wel een tunnel boren die de oppervlakte op den duur laat instorten. Eerst een revolutie, dan een evolutie. Die op haar beurt een volgende revolutie in gang kan zetten.

Ik vind van mezelf dat niet zo veel verlang, omdat ik een gezonde afkeer heb van materiële rijkdom. Niet iedereen is het daarin met me eens, ik ben vaak genoeg veeleisend genoemd. En dat is ook waar. Ik ben veeleisend in het primitieve. Niet verzamelen, maar begrijpen. Zo veel mogelijk doen met zo weinig mogelijk middelen.



Bookmark and Share
Comments

Taoïsme en de wortel van het geluk

taoisme
Kluizenaarschap lijkt mij soms heel aantrekkelijk. Je terugtrekken in een grot, heel stil leven, zonder veel beweging en ophef, tot uiteindelijk zelfs de gedachten stilvallen. Of in een klooster, met een grote moestuin waar je 's ochtends werkt om 's avonds te kunnen eten. 's Middags boeken lezen en elke nacht acht uur slaap. Jammer alleen dat het bruid-van-God-aspect erbij komt kijken.

Ik weet wel dat dagdromen als deze nooit verwerkelijkt zullen worden. Maar een klein beetje kluizenaar en een snufje kloosterling zou toch wel moeten kunnen in het dagelijkse, eenentwintigste-eeuwse leven? Op zoek naar inspiratie las ik (want ik ben zo iemand die een boek pakt als ze inspiratie zoekt, terwijl je ook gewoon zou kunnen beginnen met tomatenplantjes zaaien) een werkje over Taoïsme, van Patricia de Martelaere. Zij is een filosoof (was, moet ik zeggen, want ze overleed in 2009 op 51-jarige leeftijd) van de Westerse stempel, met een grote kennis van de Chinese taal en filosofie. Een goede inleider voor een onderwerp dat toch een beetje zweverig kan zijn - althans daar was ik bang voor.

Bookmark and Share


Lees verder
Comments