Marcel Proust: een impressie in metaforen
28/04/13 18:28 Denk aan: Literatuur

Wat voor kennis kan literatuur de lezer geven? Marcel Proust zet hoog in: literatuur brengt zicht op de waarheid. Een waarheid die gegrond is in de particuliere ervaring, maar die wel degelijk verwijst naar algemeen-menselijke ‘wetten’. Door het gemeenschappelijke van verschillende ervaringen te beschrijven is het mogelijk zulke wetten te ontdekken. Zelfkennis is de eerste stap in dit lezen ‘naar de waarheid’ en zelfdeceptie de grootste belemmering. Kunst werkt daarbij als een katalysator door de ‘impressie’, waarvan de geur van de in thee gedoopte madeleine wel de meest beroemde is.
Een aantal metaforen die Proust gebruikt in A la recherche du temps perdu kan dit verder verhelderen: het zelf als innerlijk boek, literatuur als optisch instrument, en de emotionele impressie als een chemische reactie.
Het zelf als innerlijk boek
Proust beschrijft het zelf dat verkend moet worden als een ‘innerlijk boek’, en het lezen ervan als ‘een scheppingsdaad’. Er bestaan, zegt Proust, twee ‘zelven’: een oppervlakkig, veranderlijk zelf dat correspondeert met de verschijningswereld van de fenomenen, en het ‘ware zelf’ dat de verschijning transcendeert en een gedeeld menselijke kern heeft. Zelfkennis is kennis van dit laatste zelf, dat zich openbaart in patronen die door de oppervlakte heen breken.
Kennis van de (menselijke) werkelijkheid ontstaat op het moment dat de oppervlakkige, logische aanschijn van de fenomenen wordt weggetrokken. De buitenwereld moet door het innerlijk heen gaan om betekenis te krijgen, een betekenis die vooral bestaat uit verbanden. Met het ontcijferen van je innerlijk boek creëer je werkelijkheid. Wat tot dan toe een platte, zinloze omgeving was, krijgt betekenis. Het innerlijk en de buitenwereld onderhouden een dynamische relatie met elkaar.
Een voorbeeld zijn de opeenvolgende liefdes van de verteller in A la recherche. De vrouwen zijn als poppen die hem onverschillig blijven tot ze min of meer toevallig diepte krijgen. Of dat gebeurt heeft weinig te maken met de vrouwen zelf – zij krijgen hun betekenis van geliefde door iets wat aanwezig is in de verteller, niet door hun eigen persoonlijkheid. Of het nu gaat om Gilberte, de Duchesse de Guermantes of Albertine, hun voorkomen als geliefde is een schepping van Marcel. Naarmate het verhaal verstrijkt begint hij de onderliggende patronen te zien in de oppervlakkige verschijningen: hij aanbidt niet Gilberte, Albertine enzovoort – hij aanbidt onbereikbare vrouwen.
De roman als optisch instrument
‘Echte’ boeken van papier en inkt dragen op hun beurt bij tot het begrijpen van het innerlijk boek. De roman is een ‘optisch instrument’:
In werkelijkheid is iedere lezer wanneer hij leest de lezer van zichzelf. Het werk van de schrijver is niets anders dan een soort optisch instrument dat hij de lezer aanbiedt teneinde hem in staat te stellen te onderkennen wat hij zonder het boek misschien niet bij zichzelf zou hebben waargenomen.
Literatuur werkt als een bril die de blik scherpt. De verkregen zelfkennis wijst in het beste geval voorbij de particulariteit op algemene (psychologische en morele) wetten. Door het lezen over Prousts opeenvolgende geliefdes krijg je grip op je eigen blinde vlekken én kun je die herkennen bij anderen.
Het lezen van literatuur als oefening voor het lezen van het zelf duidt Martha Nussbaum in Love’s Knowledge met het Aristotelische begrip ‘perceptie’ – een begrip dat echoot in de ‘visuele’ metafoor van het optische instrument. Perceptie is ‘some sort of complex responsiveness to the salient features of one’s concrete situation.’ Belangrijk is dat perceptie niet alleen in de rede zetelt (waar we het inzicht in algemene wetten zouden plaatsen), maar ook – vooral – in de emoties en de verbeelding.
Ook voor Proust is perceptie of zelfkennis vooral afhankelijk van emoties en zintuiglijke indrukken: het zien van een schilderij, een steek van jaloezie, de droom. Een enkele indruk is daarbij niet voldoende; een veelheid aan impressies is nodig om tot inzicht te komen. De schrijver heeft, ‘om tot omvang en consistentie, tot algemeenheid, tot literaire werkelijkheid te komen, net zoals [de schilder] veel kerken moet hebben gezien om er één te schilderen, ook vele mensen nodig voor één gevoel’.
Telescoop en microscoop
Perceptie bestaat voor Proust eruit de verbanden te zien tussen particuliere situaties en personen, zonder het particuliere daarbij op te heffen. Elders noemt Proust de telescoop en de microscoop als twee polen van het schrijven. Je tuurt door de telescoop naar de overkoepelende verbanden, en door de microscoop naar de allerkleinste particulariteiten.
De successie van de geliefden van de verteller kan dit verduidelijken. Het patroon van liefde is in eerste instantie particulier: afhankelijkheid van en ziekelijke jaloezie tegenover individuele vrouwen. Tegelijk overstijgen de patronen het eigen ik en krijgen algemene geldigheid. Het feit dat geliefden elkaar opvolgen en stuk voor stuk het predicaat ‘ware liefde’ kunnen krijgen, is een voorbeeld van zo’n algemene wet. Een andere is de al genoemde neiging tot zelfdeceptie: men zegt tot zichzelf dat de eerste geliefde helemaal niet zo bijzonder was, dat men nooit zoveel om haar gaf als om de tweede. ‘Ze was heel lief’, zeg je, terwijl daarachter schemert ‘Ik vond het plezierig om haar te kussen’.
Emotionelle impressie als chemische reactie
Een andere manier waarop literatuur zelfkennis verschaft, is de beroemde Proustiaanse ‘impressie’, die een kortstondige blik biedt op de waarheid, die in het dagelijks leven verborgen blijft of genegeerd wordt. De impressie kan heel mooi zijn, bijvoorbeeld als een kunstwerk haar veroorzaakt, maar is toch meestal pijnlijk. We worden geconfronteerd met onze leugenachtigheid, met een kant van onszelf waar we rekenschap van moeten geven.
De impressie is voor de schrijver wat het experiment voor de geleerde is, met dit verschil dat bij de geleerde het werk van het verstand van tevoren geschiedt en bij de schrijver achteraf.
De schrijver moet te werk gaan als een wetenschapper, waarbij de wereld het laboratorium is, zijn leven het experiment, de chemische reactie het resultaat.
Maar wat is nu de betekenis van die chemische reactie? De impressie geeft niet alleen een flits van inzicht in iets bestaands, maar verandert dat ook. Met betekenis komt verandering – een impressie kan een ander licht op het verleden werpen en op die wijze het hier en nu beïnvloeden.
Wanneer Marcel bijvoorbeeld hoort van Abertines vertrek, begrijpt hij dat hij niet alleen maar heeft gewacht op het juiste moment om haar weg te sturen, maar dat hij al die jaren daadwerkelijk van haar hield. Hij heeft zichzelf voor de gek gehouden, durfde zijn liefde niet aan zichzelf toe te geven uit angst voor liefdesverdriet. Vanuit dit zelfinzicht onderzoekt hij de mens in het algemeen en concludeert dat elke liefde uiteindelijk vervangbaar is. Wat gebeurt er? In volgende relaties zal hij steeds denken aan de vervangbaarheid van zijn geliefde. De impressie heeft niet alleen iets blootgelegd, maar ook gecreëerd.
Zelfdeceptie
Voor Proust is de rede de oorzaak van de zo wijdverbreide zelfdeceptie. De mens weet best hoe (slecht) de wereld in elkaar zit, maar zet voortdurend zijn verstand in om deze kennis te onderdrukken. Het verstand zegt dat je minnares, anders dan alle andere vrouwen die je hebt gekend, de ware liefde is, terwijl je eigenlijk weet dat je dat bij die anderen ook dacht. Noemen we dit mechanisme het verstand, dan is het ’t intellect dat door het zelfbedrog heen kan breken door een stem te geven aan de impressie. Eerst is er de indruk die verstandelijke redeneringen ‘ontzet’, vervolgens moeten we die indruk intellectueel doorvorsen, bijvoorbeeld door te schrijven.
De impressie is altijd een concrete gebeurtenis die wordt veroorzaakt door iets particuliers, bijvoorbeeld een bepaalde vrouw of een muziekstuk. In de interpretatie van een reeks impressies moet het particuliere daaruit losgeweekt worden om het algemene patroon zichtbaar te maken.
Veel lezen kan de beperking van de ervaring aanvullen. Literatuur is een bron van impressies, die de werkelijkheid laten zien zoals ze is, bevrijd van alle bedrieglijke lagen. Impressies kunnen bovendien verandering initiëren. Daarom is lezen niet alleen een bron van (zelf)kennis, maar ook een ervaring waar je aan begint zonder te weten hoe je er na de laatste bladzijde weer uit komt.
[Verschenen in De Filosoof, faculteitsblad Wijsbegeerte Universiteit Utrecht, april 2013]
Comments
Literatuur, liefde, leren, leven: John Williams - Stoner
23/12/12 15:38 Denk aan: Literatuur

Het is ook een roman óver literatuur, waarin dit bijzondere vermogen van literatuur om een middelmatig leven boven de middelmaat te verheffen gethematiseerd wordt, want dat is precies wat met Stoner gebeurt. De boerenzoon, voorbestemd tot een werkend leven op de akkers, gaat naar de universiteit voor een agrarische opleiding maar raakt al snel bevangen door de schone letteren. Zonder te begrijpen wat er met hem gebeurt ondergaat hij de betovering en laat die de gang van zijn hele verdere leven bepalen.
Dat klinkt al best memorabel. Al was het maar door dat spiegeleffect dat hierin zit, en dat Williams op haast alle thema's toepast. De weinig opzienbarende Stoner raakt onder invloed van de kracht van literatuur, hoe die het leven werkelijk tot leven kan brengen, ook al specialiseert hij zich in een weinig sexy onderwerp, iets met de late middeleeuwen en de invloed van Romeinse poëzie op de overgang naar de renaissance. Het boek van Williams over Stoner is zelf weer een voorbeeld van hoe met het woord een leven werkelijk tot leven wordt gebracht, haast nog meer tot leven dan Stoner ooit (in die fictieve wereld) lijkt te zijn geweest. Daar wordt hij geboren, werkt en sterft en niemand die er echt van opkijkt, ook hijzelf niet.
Dat is de intrieste stemming die in eerste blijft hangen tijdens en na het lezen: wie kijkt van dit leven op? Het is in alle opzichten mislukt, of laat ik zeggen: in geen enkel opzicht gelukt en dus ook gespeend van geluk. Het huwelijk: vanaf de wittebroodsweken een domper. De carrière: gefnuikt door een vete met een gehandicapte. Het kind: een bloem in de knop gebroken. De dood: roemloos.
He took a grim and ironic pleasure from the possibility that what little learning he had managed to acquire had led him to this knowledge: that in the long run all things, even the earning that let him know this, were futile and empty, and at last diminished into a nothingness they did not alter.
Het enige wat in het leven te leren valt is dat wat je leert in het leven nergens toe leidt. Er is maar één zekerheid: dat kennis eindigt in de zinloosheid van kennis. En die kennis heft haar eigen zinloosheid nooit op.
Maar er is toch meer aan de hand, zoals die haast magische werking van de literatuur. Terugdenkend blijven toch de passages - hoe kort ze ook zijn, in het verhaal en in Stoners levensloop - van uitzonderlijke krachtigheid hangen. Niet alleen van de Literatuur, maar ook van de Liefde, en van het Leraarschap. De kracht van die drie l'en overkomt je, maar je kunt hem niet vasthouden. Het gaat dan ook niet - concludeer ik weken na het uitlezen van Stoner - om de kennis, die zinloos is en alleen haar eigen zinloosheid weet te onderstrepen, maar om de ervaring. Die is toevallig, zoals liefde een toevallige samenkomst van twee mensen is en leraarschap die van een bevlogen meester en een leerling die zich openstelt, toevallig en tijdelijk. Maar het is die ervaring die van het leven een Leven maakt.
'Poor Daddy,' he heard Grace say, and he brought his attention back to where he was. 'Poor Daddy, things haven't been easy for you, have they?'
He thought for a moment and then he said, 'No. But I suppose I didn't want them to be.'
Ervaring is niet makkelijk en hoeft dat ook niet te zijn. Dat is iets waar ik al vaker over heb geschreven. Deze roman is hoort zeker thuis in die voortgaande zoektocht naar wat leven waardevol maakt, als het geluk niet altijd voor het oprapen ligt. Zie bijvoorbeeld Van de nood een deugd maken: Nietzsche, Finkielkraut, Voltaire, Gilbert en F.M. Dostojevski – De Grootinquisiteur, uit De broers Karamazov.
Patrick Lapeyre - Het leven is kort en het verlangen oneindig
04/04/12 09:46 Denk aan: Literatuur
Men in love, zo zou de roman ook kunnen heten waarmee Patrick Lapeyre de Prix Fémina won, de grote Franse literaire prijs die toegekend wordt door een vrouwelijke jury. Lapeyre wordt geroemd om zijn onderzoek naar 'de verliefde man', zoals Het leven is kort en het verlangen oneindig te lezen is. Twee mannen, één vrouw, nul op het rekest.
Een onderzoek naar de verliefde man, dat doet denken aan wat Milan Kundera schreef over rokkenjagers. De Don Juans van deze wereld zijn er volgens hem in twee soorten: de man die op zoek is naar De Ene, de vrouw aller vrouwen. Na elke verovering is hij teleurgesteld, want De Ene bestaat natuurlijk niet. Door naar de volgende. De andere soort is niet op zoek naar één vrouw, maar wil alle vrouwen leren kennen. Hij geniet van de overvloed en variatie die beschikbaar is, als een kind in een snoepwinkel. Een type dat je vaak tegenkomt ontbreekt in deze classificatie: de rokkenjager die noch de Ene zoekt, noch de veelheid, maar zichzelf. De narcistische rokkenjager kun je hem noemen, die feitelijk niet geïnteresseerd is in de ander, maar op zoek is naar bevestiging.
Lees verder op 8WEEKLY. En lees ook mijn Onderzoek naar de verliefde man in 7 citaten hieronder.

Een onderzoek naar de verliefde man, dat doet denken aan wat Milan Kundera schreef over rokkenjagers. De Don Juans van deze wereld zijn er volgens hem in twee soorten: de man die op zoek is naar De Ene, de vrouw aller vrouwen. Na elke verovering is hij teleurgesteld, want De Ene bestaat natuurlijk niet. Door naar de volgende. De andere soort is niet op zoek naar één vrouw, maar wil alle vrouwen leren kennen. Hij geniet van de overvloed en variatie die beschikbaar is, als een kind in een snoepwinkel. Een type dat je vaak tegenkomt ontbreekt in deze classificatie: de rokkenjager die noch de Ene zoekt, noch de veelheid, maar zichzelf. De narcistische rokkenjager kun je hem noemen, die feitelijk niet geïnteresseerd is in de ander, maar op zoek is naar bevestiging.
Lees verder op 8WEEKLY. En lees ook mijn Onderzoek naar de verliefde man in 7 citaten hieronder.
Onderzoek naar de verliefde man in 7 citaten
01/04/12 15:16 Denk aan: Leven

1. ‘Het is alsof ze op hem inwerkt als zo’n hallucinerend middel dat je bewustzijn verruimt en tegelijk je hersencellen verwoest.’
Het meisje is zo'n nimfachtig type dat een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefent. Waarom eigenlijk? Ze is knap, maar wel iets te dun. Wat doet ze voor werk? Geen idee, niet belangrijk. Ze loopt in de bediening van een restaurant en in de avonduren volgt ze een toneelcursus of zo. Ze is ietwat labiel en onpeilbaar. Altijd blut. Objectief gezien niet veel soeps. Maar in de liefde geldt 'objectief gezien' niet. Je moet het ook niet groter maken dan het is en over Gevoel beginnen. Een uitwisseling van feromonen die de leegte vullen van reeds bestaande frustratie (of die nu met een slecht huwelijk, een stomme baan of innerlijke onrust te maken heeft) - that's it. En dan ben je overgeleverd aan de biologie.
2. ‘Ze is nu zo dichtbij dat Blériot het gevoel heeft dat, mocht hij per ongeluk iets te ver overhellen, hij haar als een slaapwandelaar in de armen zou vallen.’
De slaapwandelaar is zich bewust van zijn lichaam, beweegt en stuurt het, maar verkeert mentaal in een staat van zeer laag bewustzijn, een droomstaat. Alles wat hij doet is in feite per ongeluk, oftewel: hem niet aan te rekenen. Hoe dichtbij zal zij komen? Een slaapwandelaar mag je niet wekken. Hij mag wel in jouw armen ontwaken. Graag zelfs.
3. ‘seks is de reminiscentie aan seks’
Wat er ook gebeurt, we'll always have sex. Overgeleverd aan de biologie als hij is, hallucinerend en/of slaapwandelend, denkt hij eigenlijk maar weinig aan seks. Als hij wakker wordt en in de spiegel kijkt, uit het raam hangend een sigaretje rookt, en objectief gezien niet zoveel moois meer kan ontdekken aan het verwoesten van je hersencellen - juist dan kun je, objectief gezien, net zo goed seks hebben (met wie is niet zo belangrijk, als het maar een herhaling van eerdere seks is). Wie weet kicken de feromonen dan weer in en sla je zo twee vliegen in één klap.
4. ‘Alle mannen verlangen terug naar die eindeloze tijd waarin het leven nog de elasticiteit van het mogelijke heeft.’
Verliefd worden is het openvouwen van oneindige mogelijkheden; verliefd zijn is pendelen tussen hoop en wanhoop; liefde is consolidatie - die zich uiteindelijk samenbalt in frustratie. Milan Kundera verdeelde de Don Juans van deze wereld in twee soorten: zij die in alle vrouwen zoeken naar De Ene - die natuurlijk niet bestaat; en zij voor wie alle vrouwen anders zijn, anderen die ze allemaal willen leren kennen. De derde categorie beschreef hij niet: zij die vooral zoeken naar zichzelf. Niet wie zij nu zijn, maar wie ze ooit beloofden te worden.
5. ‘Persoonlijk houdt hij wel van de verpletterende rust van een zondagmiddag.’
Consolidatie (waar de zondagmiddag het epitome van is), is ergens wel prettig. Het is fijn om de druk ervan op je schouders te voelen, zoals het fijn kan zijn als een lichaam op jouw lichaam ligt te slapen - onbeweeglijk, niet-bewust, warm en zwaar en verpletterend. Tot je naar adem happend bovenkomt natuurlijk. Persoonlijk.
6. ‘Hij staat op het punt te antwoorden dat je niet alles kunt hebben en niet tegelijk aanwezig en afwezig, trouw en ontrouw kunt zijn. Logisch gezien kan ze hem dus niet zijn vrijheid teruggeven, zoals ze heeft gedaan door bij hem weg te gaan, en hem tegelijkertijd vragen om haar gevangene te blijven.’
Marcel Proust schreef over de vrouw als gevangene van haar geliefde, in deze eeuw is de man dat net zo goed. Verliefd zijn is pendelen tussen hoop en wanhoop. Soms kan het makkelijker te zijn om de pendel met een ruk naar beneden stil te laten hangen, ook al is het aan de kant van de wanhoop. De vraag is welke hand de pendel vast heeft: de zijne of de hare? Maakt ook eigenlijk niet uit, ze lopen immers hand in hand.
7. ‘Gezonken, denkt Blériot bij zichzelf alsof het om een zeeslag gaat.’ ‘Buiten sneeuwt het op halve kracht. Het is een dag om onder de dekens te blijven en een boek over Napoleons terugtocht uit Rusland te lezen.’
Liefde is oorlog. (Vul zelf zinnen aan met bijvoorbeeld de woorden loopgraven, wapenstilstand, vredesmissie, heldendom, Bevrijdingsdag, Dodenherdenking et cetera.)
*Waar 'hij' staat, mag ook 'zij' gelezen worden, en vice versa.
Over de liefde en reddende engelen: Jeffrey Eugenides - The Marriage Plot
29/12/11 21:54 Denk aan: Literatuur

Natuurlijk wil zij ook zichzelf redden door de man van haar dromen, de niet bijster knappe maar wel geniale Leonard, te redden. Hij is stug en extravert tegelijk, briljant, geleerd en grappig, maar ook ongenaakbaar en ontoegankelijk. Hij is, kortom, een woest aantrekkelijk raadsel. Een beetje zoals de perfecte huwelijkskandidaten uit de Victoriaanse romans die Madeleine zo graag bestudeert? Misschien, maar het raadsel wordt al snel opgelost en ontdaan van negentiende-eeuwse romantiek. Het is 'gewoon' manische depressiviteit, te herleiden tot genetische en opvoedkundige oorzaken. Het raadsel Leonard is gemedicaliseerd en tot op zekere hoogte behandelbaar. The Marriage Plot speelt niet voor niets in de jaren tachtig van de twintigste eeuw.
Het 'huwelijksplot' is de plot van die negentiende-eeuwse romans waarin alles leidt in de richting van het huwelijk. Toen moest de vrouw gered worden van haar eigen irrationaliteit, door een verbintenis aan te gaan met een man. In de jaren tachtig is het omgedraaid. Vrouw redt man. En het lukt. Voor even.
Madeleine studeert letteren en in de jaren tachtig betekende dat meegaan in de hype van het poststructuralisme, waarin alles in het teken staat van deconstructie. Alles is tekst en alles verwijst naar iets anders. Deconstructie is in feite de destructie van betekenis. Ook de liefde werd gedeconstrueerd; Madeleine raakt verslingerd aan het boek van Barthes over liefde, waarin hij de woorden 'Ik hou van je' ontdoet van alle vaststaande betekenis. Vooruit. Maar hoe deconstrueer je manisch-depressiviteit? Niet. De ziekte van Leonard is niet te deconstrueren, niet te ironiseren, niet te relativeren door het af te doen als 'text'.
Redding is evenmin te deconstrueren. Redding, 'salvation', is misschien wat de andere liefdespool van Madeleine, haar vriend Mitchell, ook zoekt. Als hij Madeleine verliest aan Leonard zoekt hij zijn redding in de religieuze traditie, hij gaat zelfs in het Indiase hospitaal van moeder Teresa werken. Opnieuw een poging om zichzelf te redden via de ander. Maar hij trekt het niet, de viezigheid en treurnis die met ziekte en dood gepaard gaan. Hij is te zinnelijk, zowel om onbewogen smerig lichaamsvocht uit groezelige lakens te wassen, als om zich te laten wijden tot priester - wat voor priester dan ook. Nooit meer seks? No way.
Seks is sowieso erg belangrijk in de onderlinge relaties. Meer nog: via hun seksleven is niet alleen de stand van Madeleine en Leonards liefde af te meten, maar ook van zijn psychische gesteldheid. Daarmee is meteen de ontzettend lichamelijke kant van zijn ziekte gethematiseerd, waar seks maar één bestanddeel van vormt. Talloos zijn de verwijzingen naar wat de depressie, en vooral ook de medicijnen ertegen, bij Leonard fysiek gezien aanrichten: droge mond, zweten, algehele uitputting.
De twee - lichaam en geest - zijn niet te scheiden, zoveel wordt snel duidelijk, op alle niveaus. Mitchell scheert zijn hoofd kaal om zijn innerlijke, religieuze gesteldheid uit te drukken. Leonard wordt een onaantrekkelijk wrak, ontdaan van al zijn raadselachtigheid. Alleen Madeleine blijft het hele boek door zichzelf, zou je kunnen zeggen. De enorme kater die ze in de eerste scène van de roman heeft is exemplarisch: die is en blijft onzichtbaar in de frisse schoonheid van haar uiterlijk. Haar ongeluk zit binnenin en toont zich niet aan de buitenkant. Haar ongeluk is dan ook geen existentieel ongeluk, maar eerder pech. De pech om op de verkeerde man te vallen en niet aangenomen te worden op de prestigieuze vervolgopleiding waar ze zich voor inschrijft. De worstelingen van het soort dat Leonard en Mitchell kennen, lijken aan haar voorbij te gaan. Uiteindelijk hoeft zij niet gered te worden. Behalve misschien van haar romantische verlangen om anderen te redden.
Met Madeleine komt het wel goed, denk je op het eind. Maar die mannen? Die kunnen nog wel een paar reddende engelen gebruiken.
Over de liefde: romantiek van rebellie naar soap
19/09/11 18:47 Denk aan: Leven

Eigenlijk is het raar: als je wordt gedumpt verzekeren al je vrienden je dat er nog veel meer vissen in de zee zijn. Maar niemand zal dat willen zeggen op het moment dat de liefde nog bestaat. Zo zit je dan voortdurend in een spagaat tussen absolute en relatieve liefde, tussen gevoelens die niet intens genoeg kunnen zijn en de rede die je vertelt dat elk gebroken hart gelijmd kan worden.
Alweer enige tijd geleden las ik een interessant interview met Richard David Precht in de Volkskrant (18 augustus). Hij schreef ook alweer enige tijd geleden Liefde voor gevorderden (2009). In het interview staat een passage over de ontwikkeling van de romantische liefde, die begon als rebellie tegen de gevestigde orde maar langzamerhand zelf de norm is geworden. Toch wel een eye-opener:
'In de 19de eeuw was de romantische liefde een daad van rebellie, bezongen door schrijvers als Jane Austen, Gustave Flaubert en Theodore Fontane. Meestal was de hoofdpersoon een vrouw; zij wilde trouwen met haar grote liefde, niet met een welgestelde partij uit een goede familie. Dat ideaal sijpelde betrekkelijk langzaam door. (...) Na de Tweede Wereldoorlog, en vooral na de jaren zestig, was er geen houden meer aan. De romantiek daalde af van de wereldliteratuur naar de soap, van Pride and Prejudice naar As The World Turns. De romantische liefde was geen rebellie meer, maar norm. Maar hoe hoger de eisen, hoe sterker de teleurstelling. De romantiek blijkt haar schaduwzijden te hebben: instabiele relaties, mensen die vruchteloos blijven zoeken naar die ene ideale partner, vrouwen die ongewild kinderloos blijven.'
Goed, die schaduwkanten kennen we allemaal. Is er iets in het leven dat geen schaduwkanten heeft? Nee toch? Dat gemier over instabiliteit en vruchteloos gezoek zal niet anders zijn dan in de tijd vóór Emma Bovary.
Precht heeft verderop nog een boeiende gedachte in petto. Hij begint met opnieuw een (impliciet gehouden) paradox. We zoeken in een liefdesrelatie jarenlange opwinding, meeslepende gevoelens die je doen geloven dat je de Ware aan de haak hebt geslagen. Maar we willen ook een 'maatje' (oei), een beste vriend met wie je avondenlang diepzinnige gesprekken voert en die het niet erg vindt als je in je berenpyjama met ongewassen haren tegen hem aan hangt:
'In de liefde zoeken we opwinding, we willen dat de ander ons hartkloppingen bezorgt. Maar we zoeken ook vertrouwen, geborgenheid, begrip. Dat zijn precies de psychische voedingsstoffen die we van onze ouders krijgen.'
Opwinding? (Van je ouders?)
'Geen seksuele opwinding. Maar ouders maken het leven van hun kinderen interessant. Kijk daar: een olifant, een ezel! Toen mijn zoon klein was, kwam hij naar me toe. Papa, ik verveel me. Dat betekent: geef me opwinding, niet: geef me geborgenheid.'
Dat is interessant. De ware is degene die je verveling verdrijft. Tot hij zelf vervelend wordt natuurlijk.
Jacques Derrida over de filosofie van liefde
17/07/11 17:23 Denk aan: Filosofie

(klik op het plaatje om naar het filmpje te gaan, 4:50 minuten)
L'amour? Ou la mort?
Dat begint goed, als de interviewster aan Jacques Derrida vraagt of hij iets over de liefde wil zeggen. L'amour dus. Daar iets over. Terecht geeft de grote Franse filosoof haar een standje: 'iets zeggen over de liefde'? Wat is dat voor een verzoek, stel gewoon een vraag.
Dus nee, hij kan niets zeggen over liefde in het algemeen. Het is onmogelijk. Hoewel.
Daar gaat ie dan toch. Liefde draait (net als zoveel, zo niet alles in de filosofie) om het verschil tussen het wie en het wat. Hou ik van iemand om wie hij is of om wat hij is? Word ik verliefd op de unieke singulariteit van de persoon? Of op zijn eigenschappen? In het begin, zegt Derrida, word je verleid door de kwaliteiten van iemand. De liefde sterft af als blijkt dat de persoon niet die kwaliteiten bezit, of er niet mee samenvalt. Dan gaat het dus niet om wie iemand is, maar om wat iemand wel of niet is. 'Liefde is gevangen zijn tussen het wie en het wat.'
Ik zou zeggen (met Proust), dat de eigenschappen die we aan iemand toedichten in feite uit onszelf afkomstig zijn. Wie iemand is, als singulariteit - daar kom je nooit helemaal achter, ook niet bij jezelf. En wat iemand is weet je ook nooit, omdat eigenschappen ten eerste meervoudig zijn, ten tweede kunnen veranderen en ten derde categorieën zijn of hokjes. Hokjes zijn vierkant en mensen zijn rond.
Zou liefde dan gericht moeten zijn op singulariteit? Gaat het om het doorgronden van de unieke persoon? Is 'echte liefde' de liefde voor het wie? Zoals in de zin van Kierkegaards sprong in het onbekende? Ik denk van niet. Je kunt nu eenmaal het wie alleen leren kennen via het wat en het wat via het wie. Of is het zoals de dood, ook al zo'n singulariteit die je alleen kunt benaderen via eigenschappen die nooit precies genoeg zijn. Pas als je doodgaat leer je de dood echt kennen. Leer je in de dood van de liefde de liefde pas kennen? L'amour, la mort, tragique.
Over de liefde - deel 3: Søren Kierkegaard
12/07/11 08:17 Denk aan: Filosofie
Lees ook deel 1 en deel 2.
‘Taking a next lover to remember the previous one…’ Dit citaat van Søren Kierkegaard is vrees ik niet erg representatief – zie het als een mooie conversation starter. Kierkegaard (op wie ik ben afgestudeerd) schreef onder vele pseudoniemen en dit citaat komt uit de mond van een ervan. Het is vooral Kierkegaards eigen liefdesverhaal waar ik het over wil hebben.
Terug naar het idee van liefde en locatie. Misschien moet echte liefde inderdaad wel onafhankelijk zijn van locatie. Betekent echte liefde juist het loslaten van je vertrouwde positie: een sprong in het onbekende. Dat is wat Kierkegaard zou zeggen (en dat spreekt niet echt uit het bovenstaande citaat). De uitdrukking leap of faith is dan ook terug te leiden tot Kierkegaard. Meestal is het van toepassing op faith, geloof, de sprong in het diepe die geloven voor hem betekent, maar je kunt het toepassen op alles… waaronder de liefde.

Lees verder
‘Taking a next lover to remember the previous one…’ Dit citaat van Søren Kierkegaard is vrees ik niet erg representatief – zie het als een mooie conversation starter. Kierkegaard (op wie ik ben afgestudeerd) schreef onder vele pseudoniemen en dit citaat komt uit de mond van een ervan. Het is vooral Kierkegaards eigen liefdesverhaal waar ik het over wil hebben.

Lees verder
Over de liefde - deel 2: Marcel Proust
11/07/11 08:59 Denk aan: Literatuur
Lees ook deel 1.
Marcel Proust is een van de belangrijkste auteurs die mijn gedachten over de liefde hebben gevormd. Deze Franse schrijver leefde van 1871 tot 1922 en is beroemd vanwege zijn meesterwerk Op zoek naar de verloren tijd. Een verhaal dat zeven boekdelen beslaat en berucht is door de zinnen die een halve pagina beslaan. Zoals literatuurwetenschappers graag grappen: het boek dat iedereen kent maar niemand helemaal heeft gelezen.
Kan wezen, maar ik las het van a tot z en liet het mijn leven veranderen. De roman gaat kort gezegd over alles, maar de liefde is toch wel een van de grote thema’s: het liefdesverhaal van het hoofdpersonage Marcel en het meisje Albertine.
Ook Marcel en Albertine ontmoeten elkaar – net als ik en mijn kortstondige buitenlandse geliefde – op locatie. Ze zijn namelijk op een strandvakantie in het (fictieve) plaatsje Balbec. Jong, knap en verlegen als ze zijn, gaat het niet direct om een volwaardig, volwassen liefdesverhaal. Maar ze vallen voor elkaar en dat is het begin van een groots verhaal over liefde – een verhaal met een unhappy end.

Lees verder

Kan wezen, maar ik las het van a tot z en liet het mijn leven veranderen. De roman gaat kort gezegd over alles, maar de liefde is toch wel een van de grote thema’s: het liefdesverhaal van het hoofdpersonage Marcel en het meisje Albertine.

Lees verder
Over de liefde - deel 1
10/07/11 23:14 Denk aan: Leven
Ik mocht op de summercourse van IPC een praatje houden over literatuur en filosofie in het dagelijks leven. Welk onderwerp spreekt dan meer tot de verbeelding dan de liefde? Vandaag deel 1, deel 2 over Marcel Proust en deel 3 over Søren Kierkegaard volgen.
What we talk about when we talk about love
Ging ik echt een praatje houden over de liefde? Ja. Maar – ben je dan een deskundige? Het spijt me zeer, maar nee, dat ben ik niet. Laat dat meteen duidelijk zijn. Liefde is simpelweg een onderwerp dat iedereen op de een of andere manier interesseert; en het is een populair onderwerp van alle schrijvers en lezers.
Ik zal een beetje filosofie combineren met een snufje literatuur om zo hardop na te denken over het gewone, alledaagse leven. Het zal niet te abstract worden, want het gaat er juist om het abstracte zo concreet mogelijk te maken.
Dus – ‘What we talk about when we talk about love’ – ik moet bekennen dat ik deze titel heb gestolen. Raymond Carver gaf hem aan een van zijn verhalen en ik heb dat verhaal niet eens gelezen. Hij schrijft: ‘It ought to make us feel ashamed when we talk like we know what we’re talking about when we talk about love.’ Met andere woorden: we weten niets over de liefde en als we doen alsof, houden we onszelf voor de gek.

Lees verder
What we talk about when we talk about love

Ik zal een beetje filosofie combineren met een snufje literatuur om zo hardop na te denken over het gewone, alledaagse leven. Het zal niet te abstract worden, want het gaat er juist om het abstracte zo concreet mogelijk te maken.
Dus – ‘What we talk about when we talk about love’ – ik moet bekennen dat ik deze titel heb gestolen. Raymond Carver gaf hem aan een van zijn verhalen en ik heb dat verhaal niet eens gelezen. Hij schrijft: ‘It ought to make us feel ashamed when we talk like we know what we’re talking about when we talk about love.’ Met andere woorden: we weten niets over de liefde en als we doen alsof, houden we onszelf voor de gek.
Lees verder
Stine Jensen - Het broekpak van Olivia Newton-John
27/02/11 09:56 Denk aan: Literatuur

Waar die honger naar boeken over liefde vandaan komt, zal niemand kunnen zeggen. Heeft het te maken met de toename van singles, die ook een belangrijke doelgroep vormen van marketeers (en vaak hoog opgeleide vrouwen zijn, dus lezers)? Is het misschien wel een prettig idee dat verliefdheid niet meer is dan een stofje in de hersenen, of worstelen we daar juist mee en hebben we een filosofie van de liefde nodig als tegenhanger? Andere schrijvers stellen dat het liefdesvirus onder de mensen is verspreid door moderne sprookjes van de media en filmindustrie. Terwijl niemand een perfecte relatie heeft, schotelen schrijvers en televisiemakers het publiek een beeld voor van eeuwigdurende liefde met heftige ups en downs, maar altijd met een happy end.
Lees verder op 8WEEKLY: Die vermaledijde liefde
Over liefde: Solovjov en Kierkegaard
03/05/10 15:09 Denk aan: Filosofie

Lees verder
Poeslief op de MacBook Pro
18/01/09 15:45 Denk aan: Leven

Drie keer over bepaalde liefde
04/11/08 19:49 Denk aan: Literatuur

Wat is dat dan?
Ten eerste, een lekker herkenbaar verhaal. Wie heeft er nou geen liefdesverdriet gehad? 'Pas langzaamaan bedaarde ik. In een van de huizen aan de overkant wilde een man zijn vrouw met een hakmes de hersens inslaan, terwijl zij een bord spaghetti boven zijn hoofd omkieperde. Het moest gezichtsbedrog zijn, even later zaten ze rustig tegenover elkaar aan tafel. Ik bleef bij de open ramen staan, alsof ik de vluchtweg moest bewaken. Ik miste het leven met Jula plotseling heel hevig, het leven dat dan wel niet uit zo’n gloeiend beschaamde verliefdheid was voortgekomen, maar dat zo prettig was geweest, zo door en door op elkaar ingespeeld, zonder al te hevige ruzies, vanzelfsprekend, nooit verveeld.’
Daarbij is het verhaal semi-autobiografisch en daar doet niemand moeilijk over. Iedereen weet wie de inspiratiebronnen vormden voor de hoofdpersonen. Het is (ook) een wraakboek, een afrekening met de voormalige geliefde. Niet verbitterd of met een blinde furie die alle kwaliteit uitvlakt; dit boek is een overwinning op de voormalige geliefde. Dit boek is namelijk beter. Beter dan de relatie, beter dan wat 'de ander' die snol te bieden heeft. Doeschka Meijsing is hier de berijder van de praalwagen.
Dat komt omdat het boek gewoon ontzettend goed geschreven is. Eerst hardop lachen en op de volgende bladzijde je tranen (van woede) wegslikken: wie doet dat Meijsing na?
Een mooi boek om te lezen na Noem me bij jouw naam van André Aciman. Waar Aciman voortdurend de nuance van het ontluikende gevoel zoekt, en de voorbije liefde een onderstroom in het dagelijks leven wordt, nauwelijks merkbaar maar richtingbepalend, gaat Meijsing kopje onder. Zo kan het ook gaan: dat je liefje op een dag een ander heeft en beste vrienden wil blijven. De hoer!
(Ik las de boeken in de omgekeerde volgorde: eerst het verhaal van de razende, vervloekte, vervloekende en tegelijk lamgeslagen Pip en daarna over de zoete verliefd-op-de-liefde Elio van Aciman. Is ook wat voor te zeggen: om na de hel die de volwassen liefde kan zijn terug te keren naar de paradijselijke weemoed van de puberliefde, net als wanneer je het lekkerste hapje op je bord voor het laatst bewaart. Er zijn mensen die het lekkerste eerst opeten. Die zullen teleurgesteld door het leven gaan en eindigen in de ring van hebzuchtigen.)
Beide boeken gaan over homoliefde. In Noem me bij jouw naam zijn het twee mannen, van wie er uiteindelijk een trouwt en kinderen krijgt met een vrouw (het lot van de ander is onduidelijker, hij bemint er velen maar hoe die er tussen de benen uitzien, staat niet vermeld). Meijsing schrijft over twee vrouwen, de een verlaat de ander voor een man - die haar een kind kan schenken.
Toeval? Misschien. Net als de keuze voor Mulisch' Twee vrouwen (waarin, jawel, de ene vrouw een kind laat verwekken door een man die eerst de geliefde was van de andere vrouw om vervolgens de man te verlaten en terug te keren naar de vrouw, als ik het goed begrijp), dat in een recordoplage van 1.000.000 (één miljoen) exemplaren door heel Nederland wordt verspreid in het kader van Nederland Leest.
Doet er niet toe. Hier zijn andere machten aan het werk: de macht van de schrijver die de pen weet te hanteren. Hier zie je de liefde. Over de liefde.
