Nietzsche als deugdethicus

levenskunst
Maakt dit mij sterker? Dat is de leidende vraag in de nietzscheaanse levenskunst. Niet: is dit het goede of het ware, want ook het goede en het ware staan slechts in dienst van het vergroten van je eigen kracht. Als een illusie je op een zeker moment sterker maakt dan de waarheid – kies dan voor de illusie. Sommige waarheden kunnen zo hard en onhandelbaar zijn dat ze schadelijk worden – schuif ze dan terzijde. De waarheid en de illusie zijn deugdelijk als ze jou sterker maken en ondeugdelijk als ze je verzwakken, dat is de kern van Nietzsches deugdenethiek. Maar het volgen van de weg omhoog (de wil tot macht, dat wat je sterker maakt), gaat onvermijdelijk gepaard met lijden en zelfopoffering.

Levenskunst voor vergevorderden
Het is een filosofie die moeilijk te behappen is, zo geeft Maarten van Buuren toe. Maar, zegt hij: ‘Nietzsche brengt mij op de goede weg.’ Met levendige en persoonlijke voorbeelden licht Van Buuren de ‘levenslessen’ van Nietzsche toe. De vraag die blijft hangen is wel of het toepassen ervan niet vereist dat je al vergevorderd bent in het vormgeven van je eigen leven. In de deconstructie van ik en waarheid, en de nadruk op overgave en opoffering (voor jezelf natuurlijk, en niet voor een ander) zingt ook een gevaarlijke klank door. Nietzsche stierf krankzinnig – door de syfilis waarschijnlijk. Toch klinkt dat einde ook wel als een waarschuwing. Je mag wel stevig in je schoenen staan wanneer je zoals Van Buuren jezelf voor de spiegel eens goed de waarheid zegt. Ook al kies je er vervolgens voor in de illusie te geloven…

Deconstructie van het ik
Via een analyse van de alledaagse zin ‘Ik wil een kop koffie’ wordt duidelijk hoe de deconstructie van belangrijke begrippen als ‘ik’ en ‘waarheid’ werkt. Als we zeggen dat we een kop koffie willen, gaan we uit van onszelf als een subject dat aan de oorsprong staat van een handeling, die wij als individu willen. Dat klopt niet, stelt Nietzsche. Eerder zijn we een slaaf van onze wil: in plaats van over subject kun je het beter hebben over lijdend voorwerp. Koffieverslaving sleurt je de keuken in voor weer een kop, en ondertussen ben je met jezelf aan het onderhandelen over of je je koffiepauze wel verdiend hebt. Het ‘ik’, oftewel het ongedeelde ‘individu’, is daarom ook een illusie. We worden voortdurend heen en weer geslingerd in onszelf tussen ons willende deel en ons controlerende deel, tussen beheersing en overgave.

Zo deconstrueert Nietzsche (die werd opgeleid als filoloog, dus als taalkundige) het woord ‘ik’. Het is een etiket dat niet klopt met wat eronder zit. Veel later zouden Derrida en andere postmoderne filosofen deze manier van filosoferen door deconstructie overnemen. Naast het ik moet ook de waarheid eraan geloven; nog zo’n etiket dat niet strookt met de werkelijkheid. Waarheden bestaan niet, er zijn alleen opinies waartussen een machtsstrijd woedt. De sterkste opinie wint en gaat dan door voor de waarheid.

Zelfoverstijging gepaard aan zelfopoffering
Ik en waarheid bestaan niet (als duidelijk definieerbare eenheden) en kunnen dus ook niet centrale waarden van de filosofie zijn. Dat verduidelijkt misschien waarom ‘sterker worden’ de kern van Nietzsches levenskunst is (bekend als de ‘Wille zur Macht’). Maar het sterker worden is ook niet enkelvoudig; je wordt sterker en dat is het dan. Ook dat is te deconstrueren. Van Buuren legt uit dat het draait om zelfoverstijging, die altijd gepaard moet gaan met zelfopoffering. Zelfoverstijging door productief te zijn, door te scheppen, boeken te schrijven, kinderen te krijgen of lezingen te geven. Hoe sterker je bent, hoe sneller je groeit, hoe meer je creëert – hoe meer je jezelf ook de vernieling in helpt. Voor een vervuld leven moet je je overgeven aan het dionysische, aan de wilde en gevaarlijke kant van het bestaan die naast vervulling ook lijden brengt. Dat is de controversiële les die Nietzsche als deugdethicus ons meegeeft. Het brengt Maarten van Buuren naar eigen zeggen op de goede weg en bovendien in een zichtbaar goed humeur. Durf jij het aan om hem te volgen?

Volgende keren
Kijk de lezing over Nietzsche als deugdethicus hier terug. De volgende Levenskunstlezing is op dinsdag 1 mei en gaat over Alasdair MacIntyre. De laatste lezing uit deze reeks vindt plaats op 5 juni en gaat (anders dan aangekondigd) over de filosofie van het pragmatisme.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]



Bookmark and Share
Comments

Het doel heiligt de middelen: de ethiek van Machiavelli

levenskunst
Is de staatsterreur van Assad in Syrië goed te praten vanuit de machiavellistische ethiek? Als het zo is dat de slachting van tientallen, zo niet honderden burgers tegelijk door de machthebbers te verantwoorden is met Machiavelli in de hand, dan moet er toch iets mis zijn met de schrijver van Il principe. Een interessant punt dat Joep Dohmen Maarten van Buuren voor de voeten werpt in hun discussie na afloop van de lezing over Machiavelli in de serie Levenskunst.

Functionele wreedheden
‘Het doel heiligt de middelen’, zo is de politieke filosofie van Machiavelli samen te vatten. Assads doel is de macht behouden, net zoals ‘il principe’ (de vorst), en hij doet dat door extreme middelen in te zetten. Kan dat geoorloofd zijn? De vraag is of de aard van het doel wat uitmaakt. Volgens Maarten van Buuren wel. Zeker uit het latere werk van Machiavelli, de Discorsi, spreekt de overtuiging dat een doel in dienst moet staan van de republiek, anders gezegd: het volk. Op die gronden kun je wreedheden van dictators afkeuren.

Niettemin staat Machiavelli bekend als een meedogenloze denker, die niet terugschrikt om wreedheden onder sommige omstandigheden verstandig te noemen, de beste keus, of zelfs ‘functioneel’. Het zijn smakelijke anekdotes die Van Buuren opdist, bijvoorbeeld over Cesare Borgia, de Italiaanse gruwelheerser die model stond voor Il principe. Meedogenloos was Machiavelli wellicht, maar dan vooral in de zin dat hij zich niet liet leiden door de heersende moraal; in zijn handelen noch in zijn denken.

Wat bijzonder is aan deze denker is dat hij niet beschrijft wat de mens zou moeten doen, maar wat hij doet. Machiavelli observeert en schrijft vervolgens op wat hij ziet. Zijn werkwijze, zegt Maarten van Buuren, is vergelijkbaar met die van Frans de Waal. In plaats van chimpanseekolonies bestudeert Machiavelli de kringen van de politiek en diplomatie in renaissancistisch Italië – maar beide worden evenzeer gekenmerkt door machtsspelletjes, wreedheid en een immorele basis.

Wij zijn allen machtspolitici
Immoreel ja, maar niet amoreel. Wat Machiavelli doet is een soort pre-Nietzscheaanse ‘Umwertung aller Werte’: hij zet zich af tegen de heersende waarden en deugden met een christelijk signatuur. Daartegenover zet hij klassieke, Romeinse deugden die te maken hebben met kracht, moed, onverschrokkenheid, maar ook met het belang van de staat en burgerschap boven een individuele relatie met een opperwezen. Een voorbeeld van Machiavellistische deugd is Borgia, maar aan die wrede heerser zullen wij ons niet snel willen spiegelen. Misschien wel aan de Romein naar wie de Amerikaanse stad Cincinnati is vernoemd. Cincinnatus staat als voorbeeldig dictator te boek: hij werd van zijn akkers geplukt om ten strijde te trekken als veldheer en ging na een zeer snelle oorlogsoverwinning gewoon weer verder met het bewerken van zijn land.

Uit deze anekdote spreekt het soort koelbloedigheid waar we zeker een voorbeeld aan mogen nemen, anders dan de als machiavellistisch bestempelde wreedheden van een machthebber als Assad. Maar de grootste les die we kunnen leren, zegt Van Buuren, is dat wij allen machtspolitici zijn. Op het werk, thuis, in een relatie of het gezin. Zoveel is er niet veranderd sinds de zestiende eeuw. Of sinds de chimpansees.

---

De volgende lezing in de serie Levenskunst is op 6 maart en gaat over Richard Sennett – De mens als maker. De lezing over Machiavelli is hier terug te zien.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]



Bookmark and Share
Comments

Geluk, ambivalentie en tragiek: Martha Nussbaum en levenskunst

levenskunst
Nut en rechtvaardigheid zijn de twee leidende principes van de moderne moraal. Martha Nussbaum, een van de belangrijkste hedendaagse Amerikaanse filosofen, onderzoekt hoe die moraal weer een bredere invulling kan krijgen. Daarvoor grijpt ze terug op de levenskunstfilosofen van de klassieke oudheid, in het bijzonder Aristoteles. De centrale vraag in haar ethiek is dan ook ‘Hoe te leven’? Ethiek, Bildung, maar ook politieke filosofie krijgen allemaal haar aandacht onder de centrale noemer van het ‘goede leven’. Het goede, zo laat Joep Dohmen in zijn lezing over Nussbaum zien, is niet singulier maar meervoudig.

Ethiek
Wat is dan het goede? Dat blijft nogal impliciet. Een belangrijk onderdeel van Nussbaums beschrijving van het goede is dan ook dat het niet singulier of eenduidig is. Voor Plato was het goede weliswaar moeilijk te bereiken, maar in zijn aard wel helder. Nussbaum volgt Aristoteles in zijn kritiek op deze enkelvoudige opvatting van het goede. Zoals de titel van haar boek over dit onderwerp zegt, is zij geïnteresseerd in The Fragility Of Goodness, de broosheid van het goede.

Die broosheid is te beschrijven aan de hand van het tragische. Aristoteles heeft uitgebreid de tragedies bestudeerd en geeft die een plaats in zijn ethiek. Van de tragici leren we dat waardevolle zaken in het leven niet altijd commensurabel zijn. Een beroemd voorbeeld is Antigone. Zij staat voor de beslissing of zij haar overleden broer de laatste eer zal bewijzen, of de koning gehoorzamen die haar dat verboden heeft. Hier bestaat geen juiste keuze, beide opties zijn even ‘waarden-vol’ en door te kiezen voor het ene, moet zij het andere laten. Het is een tragische situatie bij uitstek, waarin de kwetsbaarheid van Antigone wordt getoond, maar ook de kwetsbaarheid van het goede zelf.

Hiermee is nog niet bepaald wat het goede dan precies inhoudt. Bestaat het alleen in ‘vervuilde’ vorm, vermengd met het noodlot en het tragische? Hoe moeten we ons daar dan toe verhouden? Nussbaum legt de nadruk op het individuele, concrete mensenleven, en op vorming die gericht is op zowel het praktisch denkvermogen als de emoties. Via de literatuur en kunst, zoals het verhaal van Antigone, kunnen we meer leren over de vele verschillende verschijningsvormen die het goede kan hebben. Het goede krijgt gestalte in een individueel, uniek leven zoals van Antigone. Bovendien leren we over de worstelingen met het noodlot die ieder mens zal moeten leveren.

Bildung
Ook de filosofie van het onderwijs gaat tegenwoordig hoofdzakelijk uit van ‘nut’ als leidend principe. In haar veelbesproken pamflet Not For Profit (Niet voor de winst), pleit Nussbaum voor een andere vorm van onderwijs, waarin de studenten allereerst een werk- en levenshouding ontwikkelen waarin plaats is voor zelfstandigheid, betrokkenheid en sensibiliteit.

In die vorming komt het pluralisme van ‘het goede’ weer terug. Onderwijs moet uitgaan van het bestaan van verschillende waarden en tradities en zich niet beroepen op ‘heilige boeken’. Dit onderwijs geënt op ‘liberal arts’ is er juist voor iedereen. Daar is wel een kanttekening bij te maken, want de invulling lijkt wat elitair. Niet iedereen heeft het in zich om Sophokles en zijn Antigone te doorgronden.

Politieke filosofie en capabilities
Nussbaum lijkt in haar politieke filosofie wel uit te gaan van mogelijkheden (capabilities) die alle mensen gemeenschappelijk hebben. Niet in gelijke mate, en ook niet terug te brengen tot één goed – want het goede is ook hier meervoudig van aard. Maar wat het precies inhoudt, raakt steeds verder op de achtergrond. In haar politieke denken is de vraag niet meer ‘Wat is een goed leven?’ maar ‘Wat is een slecht leven?’ Met andere woorden, het draait om het definiëren van de minimale voorwaarden voor sociale rechtvaardigheid. Positieve vorming en zelfverwerkelijking raken daarmee enigszins uit zicht. Bovendien, stelt Maarten van Buuren in de discussie na de lezing, is het tragische besef hier ook verdwenen. Er zijn talloze mensen die wel capabilities bezitten, maar die op een of andere manier niet tot ontwikkeling weten te brengen.

De verbinding tussen het vroege werk van Martha Nussbaum, dat meer op de individuele ontwikkeling via literatuur en kunst gericht is – en het latere, politiek-filosofische oeuvre, is daardoor niet makkelijk te expliciteren. Misschien moeten we weer terug naar de duizenden jaren oude tragedies. Treedt bij die Griekse personages immers niet steeds de onontkoombare verknooptheid van het persoonlijke en politieke naar voren?

Het persoonlijke en politieke zullen zeker ook in de volgende lezing voor de serie Levenskunst aan bod komen. Op 7 februari spreekt Maarten van Buuren over Machiavelli. De lezing over Martha Nussbaum is hier terug te zien.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]



Bookmark and Share
Comments

Epicurus: natuurlijke verlangens als leidraad voor levenskunst

levenskunst
De deugd is als een geneesmiddel. Zoals je een medicijn slikt om gezond te worden, zo beoefen je de deugd om geluk te bereiken. Epicurus zet zich met deze utilitaristische, op het nut gerichte visie op de deugden af tegen zijn grote voorgangers Plato en Aristoteles. Maar tegen welke prijs? Dat is de vraag die blijft hangen na de lezing van prof. dr. Maarten van Buuren over Epicurus in de serie Levenskunst.

Atomisme
Epicurus' natuurkunde en kenleer vormen de basis voor zijn ethiek. Hij is een atomist; de werkelijkheid bestaat volgens hem uit atomen en leegte. We kennen die werkelijkheid alleen via de waarneming, via de zintuigen dus. Ook de waarneming is atomair. De beelden die bij ons binnenkomen zijn 'dunne vliesjes' die van de atomen onze zintuigen binnendringen. Dat geldt zelfs voor onze voorstelling van goden en mythes en voor onze dromen. Waarneming is bovendien altijd waar, omdat ze rechtstreeks uit de werkelijkheid afkomstig is. Het zijn onze meningen over en interpretaties van wat we zien die eventueel een onwaarheid zijn.

Ook de geest en ziel zijn atomen. Atomen die als je dood gaat vervliegen. Een onsterfelijke ziel bestaat volgens Epicurus niet en er is geen leven na de dood. Goden zijn er wel, maar ook zij zijn gemaakt van stof. Ze huizen ergens ver weg tussen de planeten en bemoeien zich niet met de mensen. Epicurus is met andere woorden een empiricus in hart en nieren. Er is geen enkele reden om bang te zijn voor de goden dan wel voor de dood.

Genot of welzijn?
Uit deze empirische leer volgt haast vanzelf dat ook Epicurus' ethiek natuurlijk is. Het doel van ons leven is door de natuur bij de geboorte meegegeven en het is aan ons om dat doel te verwerkelijken. Wat is dat dan? Epicurus staat bekend als de filosoof van het genot, de aartsvader van het hedonisme, maar eigenlijk is dat een verkeerde voorstelling van zaken. Zoals veel filosofen noemt ook Epicurus 'geluk' als het doel. Bij hem bestaat geluk uit iets als 'welzijn', zegt Maarten van Buuren.

Hedonisme associëren we met ongebreideld genot, met veel eten, veel drinken en veel seks. Maar het epicurisme is juist een levenskunst van matigheid. Welzijn bestaat uit het volgen van de natuurlijke verlangens en het uit de weg gaan van de onnatuurlijke verlangens. Eten hebben we nodig om te overleven, dat zit in de natuur. Copieus dineren hebben we echter niet nodig. De beperking van de verlangens gaat best ver. Epicurus beweert zelfs dat seks geen natuurlijk verlangen is, omdat we ook zonder wel in leven blijven. Het zegt iets over de individualistische inslag van Epicurus' ethiek. En het is een duidelijk pre-darwinistisch standpunt, zou je daaraan toe kunnen voegen.

Vriendeschap om het nut
Aan de andere kant doet de utilitaristische houding van Epicurus juist weer denken aan een evolutionair gegronde moraal. Als het gaat om deugden, komt de focus op het nut sterk naar voren. Deugden zijn voor Epicurus middelen om het doel - geluk - te bereiken. Dit in tegenstelling tot de deugdethiek van Plato en Aristoteles, die de deugden juist definieerden als eigenschappen die (ook) doel op zichzelf zijn. Zelfs een deugd als vriendschap is volgens Epicurus in de kern gebaseerd op nut. Dat levert nogal wat discussie op. Joep Dohmen haalt Montaigne aan, die over zijn boezemvriend zei: 'Omdat hij het was, omdat ik het was.' Dat is vriendschap ontdaan van elke nutsgedachte. Maarten van Buuren gelooft echter wel in Epicurus' opvatting dat elke vriendschap, hoe diep en waardevol die uiteindelijk ook wordt, altijd haar oorsprong vindt in het nut. Vriendschap als een natuurlijk verlangen, gebaseerd op de noodzaak tot overleven: dat klinkt toch haast als evolutionaire psychologie avant la lettre.

Gaat een natuurlijke moraal dan altijd gepaard met zo'n utilitaristische opvatting van deugden? De winst van Epicurus is dat hij laat zien dat geluk binnen ieders bereik ligt en dat angst onnodig is. Noch de dood, noch de goden hoeven we te vrezen. Het is ook mooi dat Epicurus er niet van uitgaat dat de afwezigheid van de goden leidt tot decadentie en degeneratie. Het afschaffen van angst hoeft niet per se mateloosheid met zich mee te brengen, omdat we juist worden teruggebracht naar wat de natuurlijke verlangens zijn. Maar als de relativering van waarden als vriendschap en rechtvaardigheid de prijs is die we daarvoor moeten betalen, hebben we dat er dan voor over?

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]



Bookmark and Share
Comments

Taoïsme en levenskunst: harmonie met de natuurlijke orde

pijl_boog
Een moderne moraal legt geen regels op, maar ondersteunt de natuurlijke neigingen tot het goede. Deugden die het vrije individu trainen in dat waar hij goed in is, in plaats van hem te beperken maken zo’n moraal praktisch. De 21e eeuw vraagt om een ethiek die geen regels en wetten formuleert, maar juist de verlammende werking van regels laat zien. Prof. Maarten van Buuren wil op zoek naar zo’n natuurlijke moraal, en het taoïsme is daar een eerste voorbeeld van. Zo blijkt uit zijn lezing in de serie Levenskunst, Wu wei, doen door niet te doen.

Het taoïsme van de Chinese wijsgeer en dichter Lao Tse is in de vierde eeuw voor Christus opgetekend in het beroemde boek Tao Te Ching. Het bestaat uit 81 hoofdstukken of gedichten. In die vorm tekent zich al af dat ‘dao’ niet verwijst naar een ethische imperatief of naar een set leefregels. Anders dan bijvoorbeeld de leer van Confucius, die wel bestaat uit zulke regels en waartegen Lao Tse zich met zijn eigen werk afzette. Hij schrijft dan ook niet voor de machthebbers of om een hiërarchische orde te bestendigen, zoals Confucius deed. Dao is dynamisch, natuurlijk, niet humanistisch en soms zelfs meedogenloos.

Hoe komen we weer in tune met de natuurlijke weg, met dao? Hoe zorg je dat je weer ‘spoort’? En waarom is dat eigenlijk iets om na te streven? Zo min als het bestaan van een ‘universele orde’ vanzelfsprekend is, hoeft het volgen daarvan nastrevenswaardig te zijn. Eenvoudige oefeningen kunnen je in aanraking brengen met de dao en je de harmonie laten ervaren die uitgaat van het ‘sporen’ ermee, aldus Maarten van Buuren. Meditatie is de bekendste, maar voor hemzelf werkt fietsen het beste. Wat volgt is een persoonlijke ‘tao van het fietsen’. Twijfels over bestaan en nut worden daarmee weggenomen: het bestaan van de orde ervaar je via die oefeningen. En het is nastrevenswaardig omdat in die ervaring iets als het goede leven werkelijkheid wordt. ‘Geluk,’ durft Maarten van Buuren het zelfs te noemen. En bovendien ontvankelijkheid, waarin kennis en oplossingen zich aandienen zonder dat je ook maar hoeft na te denken.

Daarmee is nog niet gezegd wat ‘doen door niet te doen’ eigenlijk inhoudt. Is het gewoon een soort ‘go with the flow’, waarbij je alle regels afwerpt om op zoek te gaan naar je kern, liefst achteroverhangend en genietend van het nietsdoen? Dat klinkt wel erg gemakzuchtig. Ten onrechte, zegt Van Buuren, want wu wei duidt op een zorgrelatie. Zorg voor een ander – denk bijvoorbeeld aan de opvoeding van een kind, waarbij stimuleren belangrijker is dan verbieden. Juist door te veel regels in te stellen, zal het kind ontaarden. Hetzelfde geldt bij de zorgrelatie voor jezelf. Harmonie met de dao bereik je door steeds verder terug te gaan en steeds meer regels en obstakels af te leggen, tot je de ‘oorspronkelijke leegte’ bereikt.

Dit zal voor veel mensen ver van hun bed klinken. Kan het taoïsme wel een moraal voor onze tijd zijn? Staat er niet te veel techniek en afleiding tussen het individu en de wereld? Is het volgen van de natuurlijke orde nog wel een optie in onze door en door gemedieerde werkelijkheid? Een andere vraag kan zijn of in onze tijd het teruggaan tot de leegte, door het afleggen van alle grenzen en beperkingen niet automatisch leidt tot een extatische volheid.

In de volgende lezingen over Levenskunst: deugden en ondeugden zullen dit soort vragen ongetwijfeld terugkomen. De volgende keer, op woensdag 9 november, gaat het over Aristoteles. De lezing van Maarten van Buuren kijk je hier terug: Wu wei: doen door niet te doen.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]

Lees ook mijn persoonlijke overweging bij 'doen door niet te doen’: Actie is altijd beter dan geen actie.



Bookmark and Share
Comments

Boeken voorjaar 2011: een terugblik

catalogi
De zomer begint onderhand ook een volwaardig boekenseizoen te worden, naast het voor- en najaar. Alle uitgeverijen fabriceren een zomercatalogus vol titels 'voor de vakantie' en 'voor aan het strand'. Veel herdrukken maar ook redelijk wat nieuws. Morgen de boeken waar ik het meest naar uitkijk. Maar eerst eens zien wat mijn tips van het afgelopen voorjaar hebben opgeleverd.

Justine Le Clercq - De roemlozen. Podium
In 2006-2007 volgde ik de masterclass Literair schrijven van Uitgeverij Querido. Justine Le Clercq was een van mijn 'klasgenoten'. In februari debuteerde zij met haar roman De roemlozen. En ik debuteerde met een videorecensie (check ook mijn videorecensie van Max Blecher):

Joris van Casteren - Het zusje van de bruid. Prometheus
Over Het zusje van de bruid, dat ook in februari verscheen, is nogal wat ophef geweest. Het autobiografische 'relaas van een onmogelijke liefde' zou oneerbiedig zijn, parasiteren op het ongeluk van anderen en verleidde een recensente zelfs tot een furieuze persoonlijke afrekening met de schrijver (lees dan liever deze intelligente bespreking). Ik las het pas onlangs en schreef er zelf (nog) niet over. Het is een verontrustend verhaal, dat zeker, maar naar mijn mening verteld met veel mededogen en een soort 'stille kracht'. Van Casteren gebruikt zijn nuchtere, kale stijl om afstand te creëren tot een zeer tragische geschiedenis uit zijn eigen leven. Dat levert een bijzondere combinatie op van een haast journalistiek verslag met een uiterst persoonlijke verbondenheid. Afstand gepaard aan nabijheid, zonder grote woorden of sentimentaliteit. Het heeft me lang bezig gehouden.

Michel Houellebecq - De kaart en het gebied. Arbeiderspers
Al lang verschenen, controversieel geworden en gelauwerd in Frankrijk, maar wij moesten nog even wachten. Aan de ene kant is dat zuur, aan de andere kant is het goed dat de vertaler de tijd krijgt en geen broddelwerk aflevert louter om de verkoopcijfers. Het was de moeite van het wachten waard: over de gedachtekunst van Michel Houellebecq - De kaart en het gebied.

Dezso Kosztolanyi - De avonturen van Kornel Esti. Van Gennep
Yes! Kornel Esti komt nog een keer tot leven! riep ik een half jaar geleden uit. Iedereen die Esti al kende, zal hetzelfde zeggen, anderen krijgen de kans om kennis te maken met een vriend voor het leven. Dezso Kosztolanyi - De avonturen van Kornel Esti

Joep Dohmen en Maarten van Buuren - De prijs van de vrijheid. Ambo
Het boek naar aanleiding van de reeks Levenskunst bij Studium Generale, die ik presenteerde (zie ook 10 schrijvers en denkers over Levenskunst). Op 11 april vond de presentatie plaats, ook bij Studium Generale. Lees daarover bij De prijs van de vrijheid na de dood van God. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik het boek nog niet gelezen heb. Heugelijk nieuws voor het najaar: vanaf 7 september zijn de heren terug met een tweede serie Levenskunst, over deugden en ondeugden.

Saul Frampton - Speel ik met mijn kat, of speelt ze met mij? Ambo
Deze is doorgeschoven naar de zomer en verschijnt dus weer in het lijstje tips voor straks.

John Gray - Het onsterfelijkheidscommité. Ambo
Het enige boek waar ik naar uitzag dat ik niet heb gelezen. Stom.

Twee boeken van dit voorjaar die ook het vermelden waard zijn: Moeten wij van elkaar houden van Bas Heijne. En misschien geen hoogstaande literatuur, maar wel stof tot nadenken: de biografie van Julian Assange, de man die de wereld verandert.



Bookmark and Share
Comments

De prijs van de vrijheid na de dood van God

levenskunst
Maarten van Buuren was de zwartkijker en Joep Dohmen de optimist in de serie Levenskunst, waarin zij handvatten voor een goed leven onderzochten aan de hand van schrijvers en filosofen. Maar eigenlijk kan alle vrolijkheid overboord, zo zeiden ze al aan het begin van de Kunst- en wetenschapslezing. Daar presenteerden zij hun boek De prijs van de vrijheid, waarin essays over de denkers en schrijvers zijn gebundeld. Niks vrijheid blijheid. Vrijheid is een last. Je kunt van je leven iets moois maken – levenskunst bedrijven – maar dat is hard werken. Niettemin is het een opgave voor iedereen die geeft om vrijheid, en dus om onze moderne verworvenheden, om iets van die vrijheid te maken. ‘Daarom hebben wij een belangrijk boek geschreven,’ aldus Joep Dohmen.

Moderne vrijheid

Waar komt dat moderne vrijheidsbegrip vandaan? Prof. Maarten van Buuren opende met een inleiding op de geschiedenis van de moderne vrijheid. Nietzsche verklaarde God dood en maakte daarmee een einde aan de richtinggevende instantie in het leven. De mens verwierf daarmee een enorme vrijheid om zijn eigen richting te kunnen volgen – maar hij verloor orde en duidelijkheid. Vrijgemaakt van onderdrukking, wordt de mens geconfronteerd met de vraag waartoe hij vrij is. ‘De prijs van de vrijheid is de prijs die we hebben moeten betalen voor de moord op God,’ aldus Van Buuren.

Vervolgens stelde Dostojevski de volgende vraag: als God dood is, is dan alles toegestaan? Hoeveel vrijheid kan een mens eigenlijk aan? Zal niet iedereen elkaar uitroeien – de mens is de mens een wolf, toch? Sartre ging nog een stap verder. Als God dood is, is alles contingent. De wereld, de mens, ons leven: alles is toevallig en zonder noodzaak. Daar kun je op twee manieren op reageren: jezelf wijsmaken dat er tóch een richtinggevende instantie is. Of de absolute vrijheid op je nemen en je leven als een project zelf ontwerpen. In de levenskunst zal de een echter beter slagen dan de ander. En zo komt Van Buuren uit bij Michel Houellebecq, die laat zien dat grotere vrijheid gelijk opgaat met grotere ongelijkheid.

Postseculiere orde
Het grote streven van de westerse mens, gaat prof. Joep Dohmen verder, is niettemin het leiden van een eigen leven. De vraag hoe dat moet is actueler dan ooit, nu de modernisering die ten tijde van Nietzsche en Dostojevski werd ingezet, volledig is gerealiseerd. We leven in een postseculiere orde, die radicaal verschilt van een halve eeuw geleden, toen Dohmen en Van Buuren opgroeiden. We moeten nu onze eigen levensstijl ontwikkelen, we ontkomen er niet aan. Joep Dohmen wijst op het belang van de context als het gaat om levenskunst. Aan de hand van Michel Foucault, Peter Bieri en Charles Taylor legt hij uit dat vrijheid altijd gesitueerd is.

Foucault wijst er bijvoorbeeld op dat identiteit beïnvloed wordt door veel verschillende factoren. Toch is hij geen determinist, we zijn niet helemaal overgeleverd aan onze genen, ons brein of onze omgeving. De vraag is dan waar de marge ligt van de vrijheid. Niet alleen werken externe factoren in op wie we zijn, ook zijn we zelf altijd ingebed in een gemeenschap. Leven doe je met anderen. Zoals Taylor zegt gaat het om een driehoek van jezelf, de ander en de omgeving. Daarbinnen ontvouwt zich je leven, en de waarde van je keuzes hangt samen met de wereld waar je in staat. Het kan niet zo zijn dat elk individu maar kiest wat hij wil, zonder dat je nog van waarde kunt spreken. Precies in die gerichtheid op de samenleving ziet Dohmen antwoorden voor de actuele vraag hoe we met vrijheid om moeten gaan.

De rol van de wetenschap
Hoe moet dat dan? Kan de wetenschap daar ook nog een rol in spelen? Dohmen en Van Buuren, beiden hoogleraar, blijken nogal sceptisch over de wetenschap. Volgens Dohmen moeten we oppassen voor een al te wetenschappelijke samenleving, de ‘expertsamenleving’. De wetenschap kan niet vertellen hoe je moet handelen, hoe je leven te leiden. Daarmee gaan zij in tegen de heersende tendens om wetenschap juist als basis te zien van de staatsinrichting, economie, moraal, tot individueel handelen en oordelen aan toe. Denk maar aan de liefde die wordt gereduceerd tot hormonale oprispingen of de rechtspraak die steeds meer laat afhangen van de uitkomsten van wetenschappelijk onderzoek – psychisch, forensisch of juridisch.

Joep Dohmen stelt dat we op zoek moeten naar een gedeeld hypergood om de samenleving (weer) op orde te krijgen en met de uitdagingen van de toekomst – wetenschap, technologie, duurzaamheid – om te kunnen gaan. Hij is optimistisch: het zal hard werken zijn, maar dat hypergood moet te vinden zijn. Niet door wetenschap, maar door filosofie. Maarten van Buuren ziet de ontdekking van zo'n hypergood nog niet gebeuren. Maar ook hij ziet geen heil in wetenschap. Wat zegt die over mij? Niets, de wetenschap kan mij niet vertellen wat ik moet kiezen of doen. Zij heeft pas belang nadat die fundamentele levensvragen beantwoord, of ten minste onderzocht zijn.

Zo lijken Van Buuren en Dohmen toch terug te zijn bij hun oorspronkelijke tegenstelling van zwartkijker en optimist. In elk geval geloven ze beiden in de kracht van de literatuur en filosofie. En er wordt vanavond harder gelachen dan ooit tevoren in het Academiegebouw.

Verder kijken en lezen
De lezing van gisteren is hier terug te zien. De serie Levenskunst liep in 2009-2010 en is ook online terug te zien. In september 2011 start het vervolg op deze serie bij Studium Generale. Lees op dit blog ook 10 schrijvers en denkers over levenskunst.

[Verschenen op het Studium Generale nieuwsblog]



Bookmark and Share
Comments

Tijd is een scheppende daad van het bewustzijn

tijd
‘Objectieve tijd bestaat niet.’ Professor Maarten van Buuren zet in de eerste lezing in de serie Tijd meteen het publiek op scherp. Tijd bestaat niet als iets buiten de mens, want ‘tijd is een scheppende daad van ons bewustzijn’. Aan de hand van Augustinus, Husserl en Heidegger legt hij uit wat dit betekent voor de manier waarop wij in het leven staan.

Met hoofdstuk XI van zijn Belijdenissen schreef Augustinus een van de vroegste en invloedrijkste teksten over tijd. Er is alleen een heden, stipuleert hij. Daarbinnen bestaan drie tijden: het verleden, heden en de toekomst. Het is de mens die deze tijden tot leven wekt. Tijd is in de woorden van Augustinus een ‘extensie van de ziel’. Dat is te begrijpen als je denkt aan het zingen van een lied: als je begint te zingen heb je het hele lied in je hoofd, de verwachting ervan strekt zich uit in de toekomst. In het hier en nu zing je de melodie, die verdwijnt in het verleden. Dat verleden bewaar je in je geheugen. Zo strekt de tijd zich van het heden uit naar verleden en toekomst. Hetzelfde geldt voor degene die luistert naar het lied, ook die heeft verwachtingen en herinneringen die ‘actief’ zijn terwijl hij luistert.

Ook de vroegtwintigste-eeuwse filosoof Husserl beschrijft tijd als iets innerlijks, namelijk als een ‘bewustzijnstoestand’. Husserl is de grondlegger van de fenomenologie, die het bewustzijn beschrijft als iets intentioneels. Dat wil zeggen dat het bewustzijn altijd op iets in de buitenwereld gericht is, je bent je altijd bewust van iets. Maar hoe zit dat dan bij tijd? Want tijd bestaat toch niet in de buitenwereld, zoals Van Buuren stelt? Inderdaad, bij het bewustzijn van tijd gebeurt iets bijzonders. Dan richt het bewustzijn zich namelijk op zichzelf.

Husserl is wel verweten dat hij te veel van Augustinus heeft overgenomen. Husserl beschrijft namelijk het heden als een ‘uitwalsing van het nu’, vergelijkbaar met de ‘extensie’ van Augustinus. Tijd is een soort ‘actieradius’ van het bewustzijn, waarbij je vooruitreikt naar wat er gaat komen en tegelijk terugreikt in de herinnering aan het verleden. Dat vooruit- en achteruitreiken voltrekt zich met een inzicht in patronen. Denk bijvoorbeeld weer aan het lied van Augustinus: als je de eerste noten hoort, vul je volgens je verwachting het patroon van de melodie aan. Het herkennen van een patroon is een proces van voortschrijdend inzicht. Voortdurend toets je je verwachtingen aan je bevindingen in het heden en als je verwachting wordt doorbroken, kun je haar aanpassen. Als het lied opeens overgaat van majeur in mineur, creëert dat een nieuw verwachtingspatroon voor de rest van wat er komen gaat. Dit heen en weer gaan tussen verwachting van de toekomst, de bevinding van het heden en de herinnering aan het verleden, waaruit een patroon ontstaat, heet de hermeneutische cirkel.

Heidegger was een leerling van Husserl en gaat verder op het ingeslagen pad. Zijn grote bezwaar tegen de opvatting over tijd van Husserl is dat hij het nog altijd beschouwde als een object, ook al lag dat dan in het innerlijke bewustzijn. Heidegger maakt er juist een punt van dat je tijd niet kunt objectiveren. Tijd is iets waar we ons niet aan kunnen onttrekken, dus je kunt tijd ook niet als een object bestuderen. Sterker nog, wij zijn tijd. Heideggers hoofdwerk heet niet voor niets Sein und Zeit. Tijd is het element waarin ons bestaan vorm krijgt. Waar Augustinus spreekt van extensie, Husserl van uitwalsing, heeft Heidegger het over ‘uitplooiing’. Verleden en toekomst zijn ook bij hem in het heden ingebouwd. Opvallend is de grote nadruk die Heidegger legt op het belang van dit zijn in de tijd (ofwel zijn-in-de-tijd), het is zelfs van levensbelang.

Dat illustreert Maarten van Buuren met een persoonlijk verhaal over de periode dat hij een depressie had. Dat het bestaan in de tijd fundamenteel is voor het zijn, voor het leiden van een zinvol leven, ondervond hij toen de depressie dit beschikken over de tijd wegsloeg. In plaats van vrijelijk te kunnen bewegen door de tijd, in de herinnering en in dromen over de toekomst, was alle toegang tot de tijd afgesloten. Dan besta je niet meer, omdat je je niet meer kunt ‘uitplooien’, je actieradius kwijt bent. Het terugkrijgen van je bewegingsvrijheid in de tijd (en ook in de ruimte), betekent het terugkrijgen van je bestaan. Tijdsdimensies zijn in letterlijke zin zijnsdimensies.

Tijd is dus een activiteit van de geest. Ze wordt niet gegeven, maar gemaakt. De gegeven tijd, dat is het banale tijdsbegrip van de kloktijd, waarin de tijd wél is geobjectiveerd. De tijd zoals we die zelf scheppen met onze geest is de authentieke tijd. Daar mogen we best wat aandacht aan besteden. Door de sporen van de tijd te lezen, zoals die zijn achtergebleven in de wereld – bijvoorbeeld de geschiedenis van de Aula van het Academiegebouw – maar ook in ons geheugen, roepen we het verleden terug en wekken we de tijd tot leven. Als we daarbij bovendien de hermeneutische cirkel durven te volgen en onze verwachtingen aanpassen en onze patronen doorbreken, kan ons leven, dat zijn-in-de-tijd, aan betekenis en schoonheid winnen.

De hele lezing Tijd en verhaal is online terug te zien. Kijk volgende week online mee naar de lezing van prof. Dick Swaab over Tijd in het brein.

[Verschenen op het nieuwsblog van Studium Generale]



Bookmark and Share
Comments

7 boeken om naar uit te zien in 2011

Na de tips van het najaar, vandaag een blik vooruit op het voorjaar.

Twee romandebuten:
Justine Le Clercq - De roemlozen. Podium, februari
In 2006-2007 volgde ik de masterclass Literair schrijven van Uitgeverij Querido. Justine Le Clercq was een van mijn 'klasgenoten'. In februari debuteert zij met haar roman De roemlozen. Leuk! Uit de aanbieding:

'Haar vader is een héél bekende kunstenaar, haar moeder een vrouw met een hysterische inslag. Hoewel Titine niets liever wil dan normaal opgroeien, hangt de roem van haar vader en de eeuwige verongelijktheid van haar moeder als een zware schaduw over haar kinderjaren. Zelfs wanneer ze de afgetrapte villa uit haar jeugd al lang heeft verlaten en in Den Haag, omringd door vrienden, een carrière als scenariste probeert op te bouwen, komt het verleden steeds weer terug. Soms letterlijk, in de vorm van haar moeder die op de meest ongelegen momenten aandacht vraagt voor haar grillen. Of in de vorm van langverdrongen herinneringen, bijvoorbeeld aan Titines verdwenen broertje. Pas wanneer Titine de confrontatie rechtstreeks aangaat, blijkt de werkelijkheid gecompliceerder dan gehoopt.'

Joris van Casteren - Het zusje van de bruid. Prometheus, mei
Nog een romandebuut waar ik benieuwd naar ben, namelijk van Joris van Casteren, die eerder het fenomenale Lelystad afleverde (zie ook hier). Zat er dik in dat hij met een roman bezig was. Hoewel ook Het zusje van de bruid een autobiografisch verhaal is. In het geval van Van Casteren is dat geen reden om bang te worden.

'Het zusje van de bruid is het geanonimiseerde verslag van een krankzinnige periode uit het leven van schrijver Joris van Casteren, waarin hij getuige was van de grondige zelfvernietiging van de jonge vrouw met wie hij samenwoonde. Met een scherp oog voor detail en een plezierige dosis zelfspot reconstrueert hij de huiveringwekkende relatie tussen twee jonge mensen die elkaar nooit zullen weten te bereiken. Het is een fascinerend portret van een gedoemde liefde aan het begin van de eenentwintigste eeuw.'

Vertaalde geheide bestseller:
Michel Houellebecq - De kaart en het gebied. Arbeiderspers, mei
Al lang verschenen, controversieel geworden en gelauwerd in Frankrijk, maar wij moeten nog even wachten. Aan de ene kant is dat zuur, aan de andere kant is het goed dat de vertaler de tijd krijgt en geen broddelwerk aflevert louter om de verkoopcijfers. Ik hou van de zwartgallige en toch sentimentele wereld van Houellebecq (check bijvoorbeeld Houellebecq: Mogelijkheid van een eiland. Gelukkig miserabel). Zou dit zijn beste zijn?

Vertaalde geheide klassieker:
Dezso Kosztolanyi - De nieuwe bekentenissen van Kornel Esti. Van Gennep, februari
Yes! Kornel Esti komt nog een keer tot leven! Check Kornel Esti, de enige held in dit verhaal en Nero, de bloedige dichter. Wat een schrijver.

'We dromen er allemaal van om ooit gelukkig te zijn. Wat stellen we ons daarbij voor? Bijvoorbeeld een kasteel aan zee, een vrouw, kinderen, misschien geld of roem. Dat is flauwekul. (...) Het kasteel heeft geen bouwtekeningen. De vrouw die we ons voorstellen, heeft geen lichaam of ziel. De kinderen in onze dromen krijgen nooit de mazelen en over roem durven we nooit vast te stellen dat die voor het grootste deel bestaat uit onderhandelingen met uitgevers. Gelukkig bestaat natuurlijk wel. Maar dat is iets totaal anders. Wanneer ik het gelukkigst was? Ik kan het je vertellen, als je wilt.'

Drie maal filosofie:
Joep Dohmen en Maarten van Buuren - De prijs van de vrijheid. Ambo, april
Het boek naar aanleiding van de reeks Levenskunst bij Studium Generale, die ik presenteerde (zie ook 10 schrijvers en denkers over Levenskunst). Op 11 april vindt de presentatie plaats, ook bij Studium Generale.

'Literatuurwetenschapper Maarten van Buuren en filosoof Joep Dohmen analyseren de conditie van de moderne mens aan de hand van lichte en donkere schrijvers en filosofen – van Montaigne tot Houellebecq, en van Foucault tot Pascal Mercier. Wat verschijnt is een rijk palet van levenshoudingen: vitale en krachtige, maar ook sombere en sceptische.'

Saul Frampton - Speel ik met mijn kat, of speelt ze met mij? Ambo, april
Een geniale titel en dan gaat dit boek ook nog over Montaigne. Zo'n boek moet wel op mijn lijf geschreven zijn. Niet in de aanbiedingsfolder, maar wel online aangekondigd:

'Volgens Montaigne gaat het er in het leven niet zozeer om zo veel mogelijk kennis te vergaren, maar te proberen de onvatbare ervaring die het leven is, te accepteren. We moeten niet krampachtig proberen de betekenis van het leven te doorgronden - we moeten het zelf zin geven. Met Speel ik met mijn kat of speelt ze met mij? laat Saul Frampton zien dat Montaignes gedachtegoed nog steeds springlevend is en ons kan inspireren om de kunst van het leven te verstaan.'

John Gray - Het onsterfelijkheidscommité. Ambo, maart

'Een historisch palet van spiritisten, mediums, cryonisten en andere zieners - en een diepe reflectie over de grenzen van het menselijk bestaan. John Grays prikkelende nieuwe boek is een briljante analyse van de pogingen van de mensheid om te gaan met haar eenzame plek in de kosmos. Tegelijk vertelt het de vaak obscure geschiedenis van het streven naar onsterfelijkheid. Zo vertelt hij het verhaal van de spiritistische bewegingen onder Engelse intellectuelen en politici die geloofden dat wij kunnen communiceren met de doden. En hij schetst hoe communistische wetenschappers van het 'Onsterfelijkheidscomité' geloofden dat ze de mensheid konden bevrijden van de dood.

Het resultaat is een diepe en verontrustende reflectie op wat het betekent mens te zijn. Sinds Darwin weten we dat de dood het einde is en dat onze soort uiteindelijk zal verdwijnen. Zoekers naar onsterfelijkheid proberen een uitweg te vinden uit deze onwelkome waarheid. Maar hoeveel kennis hij ook vergaart, de mens zal blijven wie hij is - en de implicaties daarvan nopen tot deemoed.'



Bookmark and Share
Comments

Schrijf je eigen maxime

rochefoucauld
Gisteren was de aftrap van de Studium Generale-reeks over Levenskunst. Een bomvolle Aula luisterde naar een boeiende uiteenzetting over Montaigne door Joep Dohmen en de daarop volgende meeslepende discussie met Maarten van Buuren (in zijn geheel hier terug te zien). Luisterde ademloos zou ik bijna willen zeggen, maar vooral ikzelf was ademloos. Tien minuten voor aanvang verdrongen zich nog eens vijftig mensen bij de ingang van de zaal die toen al helemaal gevuld was en waarin de temperatuur tot hoogzomerse waarden was gestegen. In allerijl plaatsten we met z'n allen nog de ene stoel na de andere op het podium en toen iedereen zat, had het al acht uur geslagen en konden wij beginnen. Ademloos.

Over een maand volgt de tweede lezing in deze reeks, over François de La Rochefoucauld, door Maarten van Buuren die ook de Maximen van deze Fransman vertaalde. Van Buuren kwam zelf met het toffe idee om een wedstrijd uit te schrijven onder de noemer "Schrijf je eigen maxime". Lees hier de oproep en doe mee!


Schrijf je eigen maxime

Tussen 1664 en 1678 verschenen een aantal opeenvolgende edities van de Maximen van François de La Rochefoucauld (1613-1680). Hij voegde steeds nieuwe maximen toe en verbeterde de oude. Een maxime is een zeer bondig geformuleerde algemene waarheid over menselijk gedrag die (in het geval van La Rochefoucauld althans) een kritische inslag heeft. La Rochefoucauld ontmaskert algemeen geaccepteerde meningen over vriendschap, liefde, deugd, trouw als vormen van huichelarij waarachter ijdelheid en eigenbelang schuil gaan.

Hier volgt een recept voor het schrijven van je eigen maxime: 1. Kies een universeel probleem, bij voorkeur uit de sfeer van het menselijk handelen: liefde, dood, vriendschap, goede manieren. 2. Noteer je persoonlijke observatie. 3. Schrap tachtig procent van wat je hebt opgeschreven. 4. Monteer de overblijvende drie zinnen zodanig dat: 5. Ze de lezer treffen door hun juistheid, 6. En hem confronteren met een raadsel.

Laat je maxime voor 9 oktober achter op het forum van SG of mail de maxime naar info@sg.uu.nl o.v.v. ‘Levenskunst - Maxime’. Een jury bestaande uit Maarten van Buuren, Joep Dohmen en Miriam Rasch (ja ja) kiest de vijf meest geslaagde maximen uit de inzendingen. De vijf winnaars ontvangen op 13 oktober a.s. een exemplaar van de vertaling (door Maarten van Buuren) van de Maximen van La Rochefoucauld (indien gewenst met handtekening van Joep Dohmen en Maarten van Buuren) en een cassette met audio-cd’s van Home Academy.

Lees op het forum ook een paar voorbeelden van La Rochefoucaulds maximen.

Succes!



Bookmark and Share
Comments

Reflecties over een foto II

michelangelo_narcissus
Die foto, daar had ik het over. Het is dus echt zo: als iemand met een lens van dertig centimeter een armlengte verwijderd van je gezicht gaat zitten klikken, dan voel je je ongemakkelijk. Dat heeft te maken met twee dingen. Ten eerste is het een 'violation of personal space'. Je weet wel, die denkbeeldige ring die je om je heen draagt en waar mensen niet in mogen komen, behalve als het niet anders kan, bijvoorbeeld in de spits. Met de fotograaf was ik alleen en de bank is groot genoeg voor tien. Lees verder
Comments